TOTUS TUUS, MARIA !

DE WARE LIEFDE

Definitie en uitdieping van het kernbegrip van de
Wetenschap van het Goddelijk Leven

geschonken door de Meesteres van alle zielen

aan Myriam van Nazareth

Inhoud

1. De Meesteres van alle zielen definieert 'Ware Liefde'
2. De Ware Liefde als graadmeter voor de staat van genade
3. Noodoproep in verband met de ongebreidelde overtredingen van
de Wet van de Ware Liefde
4. Bewustmaking van de ware toedracht van de schending van de
Wet van de Ware Liefde


1. De Meesteres van alle zielen definieert 'Ware Liefde'

Het geheel van de onderrichtingen van de Heilige Maagd Maria in Haar alles omvattende, Haar door God geschonken hoedanigheid als Meesteres van alle zielen, kreeg van Haar Zelf de benaming Wetenschap van het Goddelijk Leven. Het absolute kernbegrip rond hetwelk alles in Haar onderrichtingen draait, is de Ware Liefde, het Wezen van God Zelf, de sturende kracht van God Zelf die Zijn Schepping in leven en in harmonie moet houden.

De zielen begrijpen de Ware Liefde niet steeds zoals God haar bedoelt. Daarom laat de Koningin des Hemels in dit afzonderlijk artikel de essentie van de betekenis van dit begrip belichten.

Voor de Ware Liefde gaf de Heilige Maagd Maria in september 2013 de volgende uitvoerige, zeer diepgaande definitie:

Ware Liefde is de essentie, het ware wezen, van het Goddelijk Leven. Zij is de gesteldheid waarin alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen van de ziel er van harte, vrijwillig en spontaan op zijn gericht:

1. op volkomen onzelfzuchtige, onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke wijze in elk medeschepsel de levenskracht in ziel, geest, hart en lichaam te vergroten en het gevoel van welzijn in ziel, geest, hart en lichaam te versterken, en de waardigheid van elk medeschepsel als Werk van God onbeperkt en ongeschonden in stand te houden en te verdedigen; en

2. een maximale bijdrage te leveren tot de verwezenlijking en voltooiing van Gods Plannen en Werken op aarde, met andere woorden: tot de vervulling van Zijn Wet, waarbij het leveren van deze bijdrage wordt nagestreefd met absolute voorrang boven de bevrediging van eigen behoeften en verlangens.

Leven in de Ware Liefde, is zo leven, dat de ziel doorheen haar hele doen en laten, haar woorden, gedachten, gevoelens, bestrevingen, al haar innerlijke gesteldheden en de uitstraling van haar hele wezen

  • Licht
  • warmte
  • geborgenheid
  • Vrede
  • vreugde
  • Hoop
  • verlichting
  • moed
  • vertrouwen
  • levenskracht
  • levenslust
  • gevoelens van zinvolheid van het leven
  • verhoogde gevoelens van de individuele waardigheid, en
  • de intuïtieve zekerheid van Gods nabijheid

brengt op de levenspaden van alle medeschepselen die door Gods Voorzienigheid op haar weg worden geleid, ongeacht onder welke vorm en voor welke tijdsduur deze contacten plaatsvinden, en dat zij jegens al haar medeschepselen slechts positieve gevoelens en gedachten koestert en hen niets anders toewenst dan Geluk en bloei op alle niveaus van hun wezen en in alle situaties van hun leven.


2. De Ware Liefde als graadmeter voor de staat van genade

De Ware Liefde geeft uitdrukking aan de essentie van God Zelf en daardoor van het Goddelijk Leven. Elke overtreding tegen de beleving van de Ware Liefde is een overtreding tegen de gesteldheid van God Zelf en werkt daardoor niet mee met de Plannen en Werken die Hij via de mensenzielen in Zijn Schepping wil volbrengen, of werkt deze Plannen en Werken zelfs tegen.

Dit 'niet meewerken met' of 'tegenwerken' is wat wij kennen als zonde. Zonde is daarom elke handeling, elk verzuim, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elke bestreving en elk verlangen via dewelke een mensenziel de plannen en werken der duisternis dient.

Reeds vele jaren geleden wees de Meesteres van alle zielen erop, dat zonde in wezen elke overtreding tegen de Ware Liefde is, terwijl Zij ondeugd definieert als elke tekortkoming tegen de Ware Liefde. Zie de nuance: Een tekortkoming is een onvolkomenheid in de wijze van beleving of toepassing van de Ware Liefde, of een beleving of toepassing die niet van aard is om de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken te helpen bevorderen. Wat de mens verstaat onder een 'slechte gewoonte', valt gewoonlijk onder de ondeugden. Een overtreding daarentegen, is in de ware zin van het woord een schending van de Goddelijke Wet.

De duisternis is alles wat afwijkt van de Ware Liefde, de ontplooiing ervan hindert of bestrijdt, en daardoor in de ziel de voltooiing van haar Verlossing, haar heiliging en Eeuwig Heil belemmert en bijdraagt tot de vertraging van de voltooiing van Gods Heilsplan en van Zijn Werken, of de effecten ervan vermindert. De duisternis is daarom het geheel van alle werken door dewelke de satan Gods Werken tracht te verwoesten en de Liefde en de volheid van de Waarheid tracht te ondermijnen of onwerkzaam tracht te maken, of deze via misleiding van mensenzielen zo tracht te manipuleren, dat zij zijn doelstellingen dienen.

Omstreeks 15 december 2021 gaf de Meesteres van alle zielen Haar Myriam de volgende stelling als een essentiële aansporing tot diep zelfonderzoek voor elke ziel in verband met haar staat van genade en mogelijk eveneens met het oog op een levensbiecht:

"Duisternis wordt veroorzaakt en gediend door elke handeling, elk verzuim, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elke bestreving en elk verlangen door dewelke een mensenziel in om het even welk medeschepsel – medemens of dier – of tussen medeschepselen leed, schade, pijn, verdriet, ellende of onvrede veroorzaakt of helpt verzwaren. Deze duisternis wordt aan een mensenziel aangerekend in zoverre deze laatste deze duisternis actief en gewild heeft veroorzaakt en gediend of actief en gewild aan de instandhouding of verergering ervan heeft meegewerkt.

Laten de zielen nooit uit het oog verliezen dat de satan de eed heeft gezworen dat hij alle Werken en Plannen van God zal trachten te verwoesten, onwerkzaam zal trachten te maken of hen ten allerminste zo zwaar mogelijk zal trachten te schaden, of anders hen via manipulatie van mensenzielen zodanig van richting zal doen veranderen dat zij zijn plannen van verwoesting dienen. Laten zij daarbij bedenken dat de satan dit zoekt te doen via mensenzielen, de vertrouwelingen van God, opdat Hij zo hard mogelijk moge worden getroffen.

Zeer talrijk zijn de zielen, ook onder de christenen, die zich weinig of geen rekenschap geven van de hoge mate waarin zij door de satan worden gemanipuleerd om hun roeping als werktuig in de hand van God onwaardig te worden of deze roeping verregaand te verwaarlozen, en daardoor de werken en plannen van de grote vijand van God te helpen verwezenlijken. Zij doen dit in een zeer grote meerderheid van de gevallen door leed en schade te berokkenen aan medemensen én nog méér (soms onbewust) naar dieren toe. Wees jullie er zeer bewust van, dat elk levend wezen voortkomt uit een ontwerp dat in Gods Hart is geboren en dat in de wereld is omdat het Zijn Werken en Plannen dient op wijzen waarvan jullie geen kennis hebben.

Elke mensenziel die een medeschepsel op welke wijze dan ook schaadt of doet lijden, richt zich daardoor tevens tegen God Zelf, Die alle ervaringen en gewaarwordingen van elk levend wezen tot in de allerkleinste details waarneemt en lijdt onder elke ervaring en gewaarwording die niet volkomen drager is van een Liefde zoals Hijzelf deze onophoudelijk doorheen de Schepping stuurt als de enige kracht die het Ware Leven in stand houdt, gezond houdt, en een levend getuigenis vormt van de Tegenwoordigheid en de werking van God Zelf.

De satan misbruikt schaamteloos jullie onwetendheid en blindheid, en benut gretig elke overtreding tegen de Ware Liefde om zielen voor de eeuwigheid aan zich te binden. Begrijp heel goed wat dit betekent, en begrijp daarom eveneens waarom Ik naar jullie toe word gezonden met de Wetenschap van het Goddelijk Leven als een onovertroffen systeem van Liefdesvuur om de nevelen vóór jullie versluierde ogen te laten optrekken.

Vergeet nooit dat de waarde van jullie leven op aarde door God wordt gemeten en beoordeeld volgens de mate waarin jullie het hele netwerk van Zijn Schepping en elk medeschepsel waarmee Zijn Voorzienigheid jullie in de loop van jullie leven in contact brengt, zelfs indien dit contact slechts van korte duur is, dienen, bijstaan, ondersteunen, en de kwaliteit van zijn leven en zijn innerlijke Vrede en welzijn helpen verbeteren, dit alles terwijl jullie de noden en behoeften van elk medeschepsel oprecht en spontaan belangrijker achten dan jullie eigen vermeende noden en behoeften, in het bewustzijn dat jullie in elk medeschepsel God Zelf kunnen dienen en liefhebben".

Op 26 november 2021 had de Koningin des Hemels reeds gezegd:

"Elk leed dat op deze wereld wordt geleden, hetzij door een mens hetzij door een dier, pleit tegen de mensenzielen, die door zelfzucht, materialisme, onverschilligheid en ongevoeligheid op grote schaal de Goddelijke Wet van de Liefde blijven schenden en daardoor onoverzienbaar veel duisternis in het netwerk van de Schepping blijven injecteren. Deze ongebreidelde duisternis schept in de wereld alle ellende, alle leed, en een algemene atmosfeer van onvrede, onveiligheid, onzekerheid en uitzichtloosheid, die de bittere vruchten zijn van de zonde, want deze gesteldheden vergroten dag na dag de macht van de satan over deze wereld en over vele mensenharten, en maken al het levende tot slachtoffer.

De ongebreidelde overtredingen vanwege mensenzielen tegen Gods Wet van de Ware Liefde zijn ervoor verantwoordelijk, dat op deze wereld talloze levende wezens niet de Ware Vrede, de ware geborgenheid en het gevoel van oprecht welzijn vinden, die er zouden heersen indien God de gelegenheid zou krijgen om Zijn Liefde in de wereld ten volle uit te werken zonder dat de effecten ervan zwaar worden verduisterd door miljarden dagelijkse keuzen van mensenzielen voor de meest uiteenlopende vormen van dienst aan de duisternis. Zo schept de mens zijn eigen hel op aarde, en werkt hij zijn daardoor oncontroleerbaar groeiende onvrede uit op talloze medeschepselen.

Door dit alles wordt God onophoudelijk gegeseld en uit Zijn eigen Schepping verjaagd. De vruchten uit dit zaad van duisternis zien jullie dagelijks om jullie heen rijpen.

God had de mensenziel geschapen en bedoeld als spiegel van Zijn eigen hartsgesteldheid: deze van onvoorwaardelijke, zelfverloochenende, dienende Liefde. Elke mensenziel die een medemens of een niet-menselijk levend wezen leed, schade, pijn of verdriet berokkent of het in ellende, angst of wanhoop dompelt, maakt haar roeping als spiegel van Gods gesteldheid, en dus als kanaal van de Ware Liefde, te schande. Ik ben naar jullie toe gezonden om jullie te herinneren aan de Belofte van Christus, de Belofte van het Rijk Gods van Ware Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid op aarde. Deze Belofte is door God reeds vervuld, de mensenzielen echter, moeten haar zichtbaar laten worden door niet langer de Liefde te mishandelen in hun medeschepselen. Het Ware Geluk wordt slechts geoogst waar de Ware Liefde wordt gezaaid, in onvoorwaardelijk dienende zelfverloochening".

Op 21 december 2021 sprak de Hemelse Koningin nogmaals in hetzelfde verband als volgt tot Myriam:

"Ik zei reeds meermaals dat de grote graadmeter voor een leven dat in Gods ogen vruchtbaar en voor de uitvoering van Zijn Plannen ten gunste van de hele Schepping waardevol is, de mate is, waarin een mensenziel de Ware Liefde beleeft en in toepassing brengt jegens al haar medeschepselen en rechtstreeks jegens God en Zijn Werken en Plannen.

Liefde heet slechts 'Ware' Liefde voor zover de ziel zichzelf en haar eigen vermeende belangen en behoeften achterop stelt bij de belangen en behoeften van haar medeschepselen, en voor zover zij er spontaan toe neigt om elk medeschepsel te dienen, te helpen en te ondersteunen. Hier zie je dus twee basispijlers op dewelke de Liefde moet steunen: zelfverloochening en dienstbaarheid.

Ik zeg je, dat om deze reden vrijwel alle zonden voortkomen uit een verzuim om deze beide pijlers in de eigen hartsgesteldheid sterk te houden. Dit dubbel verzuim zou je de twee trekken van de handtekening van de satan kunnen noemen:

De satan baseerde vanaf zijn opstand tegen God zijn hele gesteldheid en al zijn plannen en werken op protest en verzet, en op zelfzucht en zelfverheffing, en hij heeft sedertdien onophoudelijk getracht om deze gesteldheden in alle mensenzielen wortel te doen schieten.

Verzet en protest werken zich zeer vaak uit in onvrede, ontevredenheid en frustratie. De ziel komt in protest tegen elke beproeving, elke tegenslag, elk teken voor het feit dat haar persoonlijke verwachtingen en voorstellingen over vele dingen niet worden vervuld. Deze onvrede wordt zeer vaak uitgewerkt op medeschepselen: medemensen en dieren worden mishandeld, gefolterd, gekweld, ontwaardigd, bestolen, moedwillig benadeeld of geschaad, en in bepaalde gevallen gedood, of ten minste door haat, wrok, wraakzucht en weigering van alle vergeving in de kern van hun levensprincipe of hun zielenleven zo grondig mogelijk ondermijnd.

Zelfzucht en zelfverheffing brengen een ziel ertoe, medeschepselen te beschouwen als concurrenten, hinderpalen, als wezens die niet waard zijn om te leven en die datgene wat zij lijken te hebben, op onrechtmatige wijze hebben gestolen of ten onrechte hebben gekregen ten nadele van anderen. Vanuit deze wijze van beschouwen verheft de ziel zich boven haar medeschepselen, eigent zich alles toe wat in feite haar medeschepselen toekomt, maakt zelfs zichzelf tot een god boven haar medeschepselen en rechtvaardigt aldus al haar handelingen jegens haar medeschepselen, zelfs al zijn deze handelingen dragers van diepe duisternis. Ook vanuit deze gesteldheid komen zielen tot benadeling en mishandeling van medeschepselen, en ondermijnen zij deze door de verwoestende stromen van jaloersheid en negatieve verlangens in alle mogelijke vormen.

Zo worden zielen tot spiegels van de gesteldheden van de satan zelf, in wie geen zaad van Liefde meer tot rijping kan komen en die voor hun medeschepselen worden tot bronnen van leed, pijn, verdriet, ellende en de meest uiteenlopende vormen van schade, ongerechtigheid en ondermijning van alle levenskracht en levenslust. Beschouw Mijn definitie van de Ware Liefde en al haar bestanddelen, en je zult merken hoezeer de satan zielen naar het absolute tegendeel van de gesteldheid van de Ware Liefde tracht te leiden, opdat zij in elk aspect van hun leven de Goddelijke Wet zouden verloochenen en schenden, en aldus worden tot kanalen van diepe duisternis.

Ja, de satan en zijn duisternis zijn het absolute tegendeel van de Ware Liefde, en elk spoor van duisternis dat de kans krijgt om zich doorheen handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, bestrevingen en verlangens van een mensenziel uit te werken door een medeschepsel schade of leed te berokkenen of op om het even welke wijze in zijn levenskracht en levenslust te ondermijnen, dient de satan en zijn werken en plannen van verwoesting, ellende, chaos en ongerechtigheid, en hindert of vertraagt de uitwerkingen van de Wet van de Ware Liefde in de hele Schepping.

Elke handeling, elk verzuim, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elke bestreving en elk verlangen via dewelke een mensenziel oprechte, zelfverloochenende en dienende Liefde jegens een medeschepsel in toepassing brengt, brengt Licht en warmte in het hele netwerk van de Schepping, en dit Licht en deze warmte komen aldus ook naar de betreffende ziel zelf terug in de vorm van Vrede en Geluk. Elke handeling, elk verzuim, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elke bestreving en elk verlangen via dewelke een mensenziel daarentegen leed, schade en ellende jegens een medeschepsel in toepassing brengt, brengt duisternis en kilte in het hele netwerk van de Schepping, en deze duisternis en kilte komen ook naar de betreffende ziel zelf terug in de vorm van onvrede en ongeluk. Moge elke ziel deze waarheid tot grote leidraad voor elk detail van haar doen en laten en van haar hele innerlijke leven maken".


3. Noodoproep in verband met de ongebreidelde overtredingen
van de Wet van de Ware Liefde

In aansluiting op Haar Openbaringen in het kader van de Ware Liefde dicteerde de Heilige Maagd Maria op 23 en 24 december 2021 aan Myriam de volgende noodoproep tot de zielen:

"Teken Mijn volgende woorden op als Noodoproep vanwege de Moeder Gods aan de mensenzielen in verband met de duisternis in de wereld als gevolg van de ongebreidelde schendingen van Gods Wet van de Ware Liefde.

Deze oproep is Mijn Kerstoffensief voor een wedergeboorte van het Licht in de mensenzielen.

Sedert verscheidene jaren reeds wijs Ik erop, dat onze Drieëne God elk detail van elke handeling, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elke bestreving, elk verlangen, elke gewaarwording van vreugde zowel als van pijn, leed, verdriet, angst en om het even welke verdere innerlijke ervaring van elk van Zijn schepselen – dit wil zeggen van elke mensenziel alsook van elk dier – in absolute volmaaktheid, zonder de geringste beperking, zonder de geringste remming ziet, hoort, voelt en in Zijn eigen Goddelijk Wezen gewaarwordt.

Dit vermogen tot absoluut volledige, volmaakte en onbelemmerde gewaarwording is ook Mij geschonken, op grond van het Mysterie van de volmaakte eenheid van Mijn Wil met Gods Wil en de volkomen mystieke overvloeiing met Zijn Hart die de Allerhoogste Mij, de Moeder van de Zoon Gods en Bruid van de Heilige Geest, als een uniek voorrecht heeft vergund.

Ik dring er bij alle zielen op aan, dat zij zich bewust zouden worden van de diepgang, de draagwijdte en de uitwerkingen van dit vermogen: Dit betekent dat Ons absoluut niets ontgaat van de miljarden overtredingen die dagelijks op de wereld worden begaan tegen de Wet van de Ware Liefde, van het onbeschrijflijke leed dat talloze mensenzielen dagelijks overal ter wereld medemensen en dieren aandoen, van de onvoorstelbaar talrijke uitingen van bewuste en van onbewuste dienst vanwege talloze mensenzielen aan de werken en plannen der duisternis, waardoor de mensenzielen, die bij hun schepping een zo uitzonderlijk vertrouwen van God genoten en die slechts in de wereld zijn om de handen, harten, geesten en monden te zijn via dewelke de Goddelijke Schepper Zijn Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid in de wereld tracht te grondvesten, voor hun God tot bronnen van onuitsprekelijke kwelling zijn geworden.

Elk levend wezen – elke mensenziel én elk dier – is ontworpen in het Hart van de Allerhoogste. Elk levend wezen is – voor jullie onzichtbaar – getekend met Zijn Goddelijke handtekening als waarmerk van de oorsprong van zijn levenskiem in de Bron van de Eeuwige Liefde. Deze handtekening in de levenskiem is het, die elk levend wezen voor eeuwig verbindt met het Hart van zijn Schepper. Elke schending van deze levenskiem door leed of ontwaardiging aan dewelke een levend wezen – hetzij mensenziel hetzij dier – door een mensenziel wordt onderworpen, vormt een rechtstreekse verwonding aan het Hart van de Allerhoogste en aan Mijn eigen Hart, en vormt eveneens een schending van de heiligheid van het Leven. Het Leven is een toestand die slechts uit God alleen voortkomt. Alle Leven is en blijft derhalve zowel in de tijd – dit wil zeggen gedurende het tijdelijk verblijf van het levende wezen op aarde – als in de eeuwigheid het uitsluitende bezit en eigendom van zijn Goddelijke Schepper, Die de enige Bron en Bestemming van alle Leven is.

Dagelijks worden in de wereld levende wezens miljarden malen aan de meest uiteenlopende vormen van leed en ontwaardiging onderworpen, wat een onuitsprekelijke belediging vormt aan onze God en bovendien een onuitsprekelijke blaam aan de mensenziel, die was bedoeld als spiegel van Gods Tegenwoordigheid en van Zijn werkingen van volmaakte Liefde binnen de Schepping. De zonde heeft de aarde bedekt met een dikke vacht van inktzwarte duisternis, die de uitwerkingen van de verblindings- en misleidingswerken van de satan ten aanzien van de mensenzielen steeds machtiger maakt, waardoor de zonde zich onophoudelijk blijft vermenigvuldigen. Steeds méér worden mensenzielen en dieren tot slachtoffers gemaakt van de meest onvoorstelbare vormen van liefdeloosheid, onverschilligheid, gevoelloosheid, zelfzucht en hebzucht, en verzinken steeds méér zielen in een onvrede die hen steeds verder van hun God en daardoor van een oprechte beleving en ervaring van de Ware Liefde verwijdert. Dagelijks ervaart God het zo, alsof Hijzelf door mensenzielen overal ter wereld miljarden malen wordt geslagen, geschopt, bespot, belogen, vernederd, van Zijn waardigheid wordt beroofd en zelfs wordt vermoord, want dit alles wordt dagelijks miljarden malen ervaren in de levenskiem van ontelbare levende wezens door de handen, de voeten, de mond, het hart en de geest van talloze mensenzielen.

Ik dring er bij alle mensenzielen op aan, dat zij zich dringend, diep en in alle oprechtheid en eerlijkheid tegenover zichzelf bezinnen over het hele verloop van hun leven vanaf hun jeugd tot op dit ogenblik, hun ware innerlijke gesteldheden, hun houding jegens alle medeschepselen die hun God op hun levensweg heeft toegelaten voor hun eigen spirituele bloei en hun eeuwige toekomst, die is bedoeld als een Eeuwige Zomer doch die door de ongebreidelde overtredingen tegen de Ware Liefde jegens medeschepselen en jegens God Zelf door de mensenzielen zelf wordt veranderd in de concrete dreiging van een eeuwigdurende winter.

Niet God is het, Die jullie de Belofte van een Eeuwige Zomer ontneemt, doch de automatische uitwerkingen van de absoluut volmaakte Goddelijke Wet, die zich nu reeds laten merken in een onophoudelijk toenemende chaos in de hele Schepping en die – voor jullie niet waarneembaar – een onvoorstelbaar hoge tol eisen door de onuitsprekelijke aantallen zielen die zichzelf verdoemen. Ja, een ziel die de zelfzucht en de behoefte om belangrijk en machtig te lijken tot afgoden heeft, oogst niet de vruchten van de Belofte die de ene Ware God heeft voorzien voor elke ziel die de onfeilbare Wet van de Ware Liefde dient in alle situaties, gebeurtenissen en contacten van haar leven op aarde. God heeft Zijn Schepping gemaakt als een volmaakt harmonieus netwerk tussen al Zijn schepselen. Ontelbare schendingen van de zelfverloochenende, dienende Liefde vanwege mensenzielen ten nadele van medeschepselen – medemensen én dieren, want elk schepsel is een bouwwerk van God dat Hij om een onfeilbare reden en met een volmaakte bedoeling heeft gemaakt en in het netwerk heeft ingebouwd – hebben het netwerk zeer zwaar beschadigd en verduisterd.

Er is een weg terug, maar jullie zullen deze weg niet vinden in de vervulling van wereldse werken en plannen, en nog minder in alle pogingen om medeschepselen te laten boeten voor allerlei onvervuld gebleven eigen verwachtingen. Zielen, ontwaak voor de waanzin van deze gesteldheden, die de kettingen zijn van een slavernij jegens de duisternis die eeuwig zal duren indien de ziel niet radicaal tot berouw komt over het leed dat zij medeschepselen aandoet, en dit leed niet of onvoldoende goedmaakt door een definitieve omkeer naar een spontane toepassing van een zelfverloochenende dienende Liefde jegens alle medeschepselen, met achteruitstelling van de belangen en behoeften die zij meent te hebben doch die voor het overgrote gedeelte slechts schijnlichten in stand houden, die met de wereldse dood voor eeuwig doven.

Dit is de enige weg naar herstel van het netwerk van de Schepping. Heb elk medeschepsel méér lief dan jullie zelf, en jullie zullen zowel jullie eigen eeuwige toekomst redden alsook de hele Schepping leiden naar een wedergeboorte in een Rijk dat niet langer door de satan wordt beheerst, doch door de ene Ware God. De satan is de bron van alle leed, ellende, chaos, ongeluk, ongerechtigheid, onvrede, angst, vertwijfeling en uitzichtloosheid. De ene Ware God is de bron van de Ware Liefde, Vrede, Geluk, Gerechtigheid, en gevoelens van volmaakte geborgenheid en veiligheid in en tussen alle schepselen.

God kan de wereld niet uit zijn ellende bevrijden zonder jullie intense, actieve medewerking en een vlekkeloze toepassing van de zelfverloochenende Liefde jegens al jullie medeschepselen, want reeds bij het begin der wereld heeft Hij jegens jullie het bewijs van Zijn absoluut volmaakte Liefde geleverd door Zijn Decreet krachtens hetwelk Hij niets zou doen zonder de oprechte, volle, onvoorwaardelijke medewerking vanwege de mensenziel in een volmaakte eenheid van wil en bestreving met Hemzelf. Deze eenheid vindt Hij in de wereld sedert de erfzonde steeds minder terug. De mensenzielen hebben alle leed, ellende en chaos in de Schepping veroorzaakt, in stand gehouden en dag na dag versterkt. Op gelijke wijze zal de mensenziel de Schepping uit dit leed, deze ellende en chaos moeten bevrijden door God de kans te geven om Zijn Plannen van volmaakte Liefde ten volle te kunnen uitwerken teneinde de wereld te genezen van de zware kanker die de zielen over hem hebben afgeroepen door de Wet van de Ware Liefde te verloochenen door alle duisternis die zij over hun medeschepselen blijven afroepen.

Zonder een oprecht verlangen vanwege zeer veel mensenzielen naar de onverdeelde heerschappij van God in de wereld kan de wereld niet van deze kanker genezen, want het enige medicijn tegen deze kanker is een vlekkeloos stromende Liefde doorheen het hele netwerk.

Elke ziel die een medeschepsel slaat of kwelt, slaat en kwelt tevens God in dit medeschepsel, en krijgt deze slagen en deze kwellingen op haar eigen ziel terug, zodat zijzelf in de eeuwigheid de grote verliezer is.

Hoe zou een ziel die het zaad van leed, ellende, angst en uitzichtloosheid over medeschepselen uitstrooit, zelf gelukkig kunnen worden terwijl zij via de uitwerkingen van de Wet der Gerechtigheid de vruchten van dit zaad in zichzelf oogst nadat dit zaad zich vele malen heeft vermenigvuldigd? Inderdaad, alles circuleert eindeloos doorheen het netwerk van de Schepping, en geen ziel kan een medeschepsel doorheen een hel sturen zonder ook zelf de hel te oogsten, en wel in tijd én eeuwigheid. Wie een duivel voedt, krijgt vele duivelen bij zich terug, die alle hetzelfde voedsel opeisen.

De Goddelijke Wet verlangt van elke mensenziel een vlekkeloze toepassing van de zelfverloochenende, dienende, zorgende en koesterende Liefde jegens elk medeschepsel, opdat het hele netwerk van de Schepping een ononderbroken heilige kringloop van Goddelijk Liefdesvuur zou kunnen zijn en blijven. Elke ziel die een medeschepsel slaat, kwelt, terroriseert, besteelt, verwaarloost of ontwaardigt, doet dit alles tevens God Zelf aan, en legt daardoor jegens de Eeuwige Rechter een dubbel getuigenis af voor haar onwil om mee te werken aan de grondvesting van een heilig Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid, en voor haar open keuze ten gunste van de vergroting van de macht van de duisternis met haar vruchten van ellende, leed, chaos en ongerechtigheid over de hele wereld.

Een ziel die medeschepselen op welke wijze dan ook mishandelt, legt jegens God een open getuigenis af voor het feit dat zij de Ware Liefde en alle met deze Liefde gepaard gaand Geluk niet op prijs stelt, en nodigt hierdoor openlijk alle mogelijke ellende in de hele Schepping én in haar eigen leven uit.

Een dubbel getuigenis, inderdaad: God Zelf voelt dit alles in Zijn eigen Wezen, samen met de naam van de ziel die het veroorzaakt, en bovendien wordt dit alles ingeschreven in het levensboek van elk levend wezen dat door de betreffende ziel tot slachtoffer van haar duisternis wordt gemaakt, zodat God de aan het schepsel toegebrachte duisternis bij de dood van dit schepsel eveneens afleest in diens levensboek, samen met de naam van de ziel die deze duisternis heeft veroorzaakt. Welke ziel wil ooit voor haar God verschijnen met een onloochenbaar dubbel getuigenis voor haar open keuze voor dienst aan de duisternis?

Welke ziel kan duisternis zaaien in een netwerk waarvan zij zelf deel uitmaakt, en niettemin verwachten, hierdoor zelf gelukkig te worden, terwijl al haar eigen duisternis met onfeilbare zekerheid in vermenigvuldigde grootte op haar terugslaat?

Deze wet berust op volmaakte Goddelijke Wijsheid, daar God elke mensenziel het gezelschap geeft van medeschepselen – medemensen en dieren – voor de vermeerdering van haar vreugde en als kanalen ter vermeerdering van haar eigen zielenbloei, doordat elk medeschepsel een kanaal in de stroming van de Goddelijke Liefde vormt en zijn eigen eigenschappen, kenmerken en vermogens bezit via dewelke het kan bijdragen tot de rijping en de bloei van het geheel.

Daar God van elke mensenziel een eigen persoonlijke, levenslange bijdrage tot de wedergeboorte van het Licht in alle harten en daardoor tot de grondvesting van Zijn Rijk op aarde en de definitieve verbanning van alle duisternis, ellende, leed, chaos en ongerechtigheid uit de wereld verwacht, wordt het ogenblik van deze wedergeboorte louter bepaald door het oprechte verlangen van elke mensenziel naar de volledige vervulling van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde. Eén enkele belofte kan Ik de mensheid slechts doen, en daarvoor richt Ik Mij tot elke individuele mensenziel:

Geef je vanaf dit ogenblik oprecht, onvoorwaardelijk en met achteruitstelling van de behoeften en belangen die je persoonlijk meent te hebben, totaal aan elk medeschepsel in Ware Liefde, dienstbaarheid, hulpvaardigheid, zorgzaamheid, vanuit de aanhoudende wil om een zuiver kanaal van Licht, warmte en geborgenheid voor elk medeschepsel te zijn, en beschouw daarbij elk medeschepsel – elke medemens en elk dier – als een broer of zus in God, een reisgezel of reisgezellin op de weg naar het Eeuwig Leven, een kanaal van Liefde dat God op je weg heeft gebracht, en je zult het Ware Geluk oogsten, nog tijdens je leven op aarde doch nog veel méér erna. Tijdens je levensreis zal de duisternis blijven trachten, je voor haar eigen werken en plannen terug te winnen, want zonder ieder van jullie kan de duisternis absoluut niets bereiken. De ziel echter, die God dagelijks het bewijs levert voor een oprecht verlangen naar de vervulling van Zijn Wet van de Ware Liefde jegens al haar medeschepselen, zal Zijn machtig schild ontvangen tegen elke poging van de satan om haar voor de verwezenlijking van zijn duistere werken, plannen en verlangens in te zetten. Deze ziel zal tevens door God worden gewapend met de onvoorstelbare macht van een groeiende innerlijke Vrede.

Zoek geen compensatie voor je dagelijkse beproevingen door het kwellen of benadelen van medeschepselen, doch aanvaard deze beproevingen als datgene wat zij waarlijk zijn: sleutels tot het Rijk van de volmaakte Eeuwige Gelukzaligheid en tot de ontsluiting van het Rijk van de volmaakte Liefde op aarde. Maak jezelf integendeel volkomen één van hart en van bestrevingen met de Christus, en je zult het Ware Geluk oogsten in overvloed. Elke ziel die de Goddelijke Wet van de Ware Liefde in haar eigen leven volkomen zoekt te vervullen, zaait geen ander zaad uit dan zaad van vruchten van Licht en warmte, van Liefde en Vrede, van Geluk en Gerechtigheid. Elke overtreding op de Wet van de Ware Liefde vernietigt dit zaad en vervangt het door zaad van ellende, leed, chaos, ongerechtigheid, angst en uitzichtloosheid, en vergroot de macht van diegene die talloze mensenzielen tot zijn slaven heeft gemaakt om via hen alles onzichtbaar en onwerkzaam te maken, wat God in de wereld tracht te doen bloeien. Het zaad van zelfverloochenende Liefde draagt in zich het Goddelijk Groeiplan van het Paradijs. Het zaad van leed en kwelling, van zelfzucht en zelfverheffing, van materialisme en winstbejag en van goddeloosheid daarentegen, draagt in zich de vruchten van de wereldbeheersing door de satan. Het is jullie bekend, dat een wereld in de klauwen van de satan een wereld is die wordt verscheurd door leed, ellende, chaos, dreiging, angst, onzekerheid en een beklemmende onvrede.

Wees vanaf nu jullie heilige roeping als werktuigen voor de verwezenlijking van Gods Werken waardig, en jullie zullen poorten zien opengaan naar een leven waarvan jullie de schoonheden niet eens kunnen beginnen vermoeden". (einde noodoproep vanwege de Meesteres van alle zielen van 23-24 december 2021)


4. Bewustmaking van de ware toedracht van de
schending van de Wet van de Ware Liefde

Tussen de nacht van 23-24 en 31 december 2021 inspireerde de Meesteres van alle zielen in enkele fasen de volgende voortzetting op Haar Openbaringen in verband met de Ware Liefde:

"Ik wil de ware toedracht van de schending van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde verder verduidelijken aan de hand van tien punten tot vergroting van de bewustwording van de mensenzielen in dit verband.

Ik wil er met de grootste nadruk op wijzen dat veel méér zielen verloren gaan dan velen klaar zijn om aan te nemen, en dat daarbij sprake is van zelfverdoeming door herhaalde overtredingen tegen deze Goddelijke Wet, door onverschilligheid en ongevoeligheid ten aanzien van het welzijn van medeschepselen en door ingesteldheden die de mensenziel maken tot een levende bespotting van de levensroeping met dewelke God elke mensenziel in de wereld zendt: de roeping, elk medeschepsel in haar tegenwoordigheid de zalvende, moed en Vrede schenkende gewaarwording van de heersende tegenwoordigheid van de Liefde zelf te laten ervaren, in een gesteldheid van dienende zelfverloochening.

1. Sedert Lucifer als engel tegen God in opstand kwam en samen met zijn aanhang onder de engelen uit de Hemel werd verbannen, zwoer hij de eed dat hij God onophoudelijk overal zou bestrijden en al Zijn Werken en Plannen tot het uiterste toe zou ondermijnen, ontwrichten, onwerkzaam zou maken en overal waar mogelijk zou verwoesten.

God schiep de mensenziel als kroon op Zijn Werken. Om deze reden verklaarde Lucifer – vanaf dat ogenblik Satan geheten – een eeuwigdurende oorlog tegen God via de mensenzielen. Dit wil zeggen: De satan zou er voortaan alles aan doen om de mensenzielen tegen God op te zetten, door hen zodanig te verblinden, te misleiden en te inspireren dat zij zijn werken en plannen tot verwoesting en ontwrichting van Gods Werken en Plannen zouden helpen uitvoeren.

De satan slaagde er doorheen de eeuwen in om talloze mensenzielen te maken tot grote vijanden van God (soms zelfs zonder zich ten volle daarvan bewust te zijn) en om hen ertoe aan te zetten, hun roeping om Gods Liefde en de uitwerkingen van Zijn Tegenwoordigheid jegens alle schepselen voelbaar te maken, totaal te verloochenen. Zo werden miljoenen en nogmaals miljoenen mensenzielen van vertegenwoordigers van Gods Liefde tot vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende duistere gesteldheden van de satan. Vanaf de erfzonde begon de vervulling van de Goddelijke Wet door de mensenzielen spoedig te verzwakken, en begonnen de werken en plannen van de duisternis steeds nadrukkelijker de levensatmosfeer tussen alle schepselen te bepalen. Hierdoor maakte de Goddelijke Liefde in de Schepping meer en meer plaats voor agressie, roofzucht, strijd, onvrede, zelfzucht en vele andere uitingen van de heersende tegenwoordigheid van de satan zelf.

Elke overtreding tegen Gods Wet van de Ware Liefde wordt weliswaar geïnspireerd door de satan, doch niettemin pleit dit de overtredende mensenziel niet vrij van schuld, want elke ziel heeft van God het vermogen ontvangen om al haar medeschepselen onvoorwaardelijk en oprecht lief te hebben.

Spontaan liefhebben, is de meest natuurlijke emotie, het is de grootste en meest fundamentele natuurwet die door de Schepper in elke mensenziel is gelegd en in normale omstandigheden door de mensenziel in alle omstandigheden en in elke aanraking met een medeschepsel spontaan wordt toegepast.

De duisternis tracht onophoudelijk zielen schijnredenen te inspireren die als het ware rechtvaardigen dat zij medeschepselen schade en leed berokkenen. Zelfzucht en zelfverheffing worden tot gesteldheden die alle gedrag en het hele innerlijke leven van talloze mensenzielen richting geven.

Elk van de inspiraties vanwege de satan is niets anders dan een misleiding door dewelke de duisternis zielen voor eeuwig van God tracht te scheiden en door dewelke de duisternis via de handen, geesten en harten van mensenzielen leed en vernietiging over Gods Schepping wil brengen. Elke mishandeling of andere uiting van gebrek aan Liefde vanwege een mensenziel jegens om het even welk medeschepsel maakt deel uit van een weloverwogen plan van de satan om de Schepping voor zoveel mogelijk schepselen te maken tot een hel op aarde. De overtreders zelf ervaren niet noodzakelijk deze hel ook persoonlijk reeds op aarde – tenzij in bepaalde gevallen in de zin van een vage innerlijke onvrede, onder andere door strijd in het geweten – doch met onfeilbare zekerheid erna, in de mate waarin zij niet op zeker ogenblik hun overtredingen door toepassing van oprechte Liefde goedmaken jegens hun medeschepselen en jegens God Zelf. Zelfs indien het soms zo lijkt alsof een overtreder van de Ware Liefde ongestraft blijft, is dit slechts een illusie die wordt gewekt doordat God elke ziel kansen blijft geven om spontaan, uit eigen beweging, in het hart naar Hem en de Ware Liefde terug te keren.

Ik waarschuw echter in alle ernst en in waarheid: De eeuwige verdoeming bestaat wel degelijk, en zij valt veel méér zielen ten deel dan velen bereid zijn om aan te nemen. Zij is de wrange vrucht uit het zaad van liefdeloosheid, gevoelloosheid, onverschilligheid, oppervlakkigheid, gebrek aan inleving in alle medeschepselen en gebrek aan gevoel en respect voor de waardigheid van alle medeschepselen, en daardoor onbezorgde beschadiging van het heilig netwerk van de Schepping.

2. Ik heb gezegd, en herhaal nogmaals omdat zeer weinig zielen zich daar rekenschap van geven, terwijl het van het allergrootste belang is om het Wezen van God te leren kennen en te leren begrijpen hoe Hij in Zijn Schepping werkt: Geen enkele overtreding tegen de Liefde jegens een medeschepsel ontgaat God. God voelt alles in Zijn eigen Wezen: elke positieve doch ook elke negatieve handeling, woord, gedachte, gevoel of verlangen, elke verwaarlozing, elke mishandeling, elke vernedering, elke benadeling, elke ontwaardiging. In elke verkeerde – dit wil zeggen: met duisternis beladen – behandeling van een medeschepsel wordt de Liefde zelf getroffen, en daardoor het Wezen van God Zelf, want God bestaat uit louter Liefde en is er de Bron en de Motor van. De Liefde is de essentie én de brandstof van het Leven Zelf. God schept door de Liefde, verlost door de Liefde, heiligt door de Liefde, geneest door de Liefde.

Elke handeling, woord, gedachte, gevoel en verlangen heeft zijn uitwerkingen, die uiteindelijk naar God Zelf terugkeren, omdat alles in de Schepping onophoudelijk circuleert. Daarom ontstaat nergens in een mensenziel ook maar één enkele handeling, woord, gedachte, gevoel, bestreving of verlangen die of dat totaal zonder uitwerking blijft. Niets geldt slechts de ziel alleen van wie het uitgaat. Alles circuleert, vergelijkbaar met stuifmeel dat van een bloem door de wind, door een insect of door een vogel wordt weggedragen en op een andere plaats een reactie uitlokt, of vergelijkbaar met water in een beek of rivier, dat plantaardige stoffen uit de oever overdraagt naar andere plaatsen en daar reacties uitlokt.

Elke schending van de Ware Liefde komt weliswaar in de eerste plaats tot uiting in het stoffelijke leven op aarde, doch heeft eveneens een louter spirituele uitwerking: God Zelf wordt getroffen, vernederd, gekweld..., en precies deze spirituele uitwerking wordt sedert de erfzonde niet meer spontaan door de mensenziel waargenomen.

Reeds jaren geleden wees Ik erop, dat het leven in deze wereld is zoals een ijsberg: Het grootste gedeelte ervan zie je niet eens. Slechts een klein gedeelte is met de zintuigen waarneembaar. Precies daarom ontgaat het de meeste zielen dat hun handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen nog veel méér teweegbrengen in het grootste gedeelte van de werkelijkheid dat zij niet kunnen waarnemen, onder meer in het Wezen van God Zelf en in de algemene atmosfeer die over de wereld hangt.

Alles dat ergens in de Schepping ontstaat, komt bij God terecht, omdat Hij absoluut alles omvat. Elk detail van het geschapene is rechtstreeks met Hem verbonden, en is via Hem ook met al het andere verbonden. Geen enkel detail in de Schepping staat los van al het andere. Daarom heeft alles uitwerkingen op al het andere. Ik wijs er derhalve met de grootste nadruk op, dat voor God niets verborgen blijft, zelfs niet de geringste negatieve of duistere gedachte, het geringste negatieve of duistere gevoel of verlangen. Dit is het wezen van de alwetendheid van God. Zonder dit vermogen zou God geen onfeilbare oordelen kunnen vellen over de staat van genade van een ziel, over de mate waarin elke ziel gedurende haar leven al dan niet het goede heeft gedaan of betracht, zelfs in het verborgene van haar allerdiepste gevoelsleven.

3. De satan heeft één enkele doelstelling: Gods Werken en Plannen bestrijden, hinderen, ontheiligen, ontwrichten, tegenwerken, afremmen, onwerkzaam maken, verontreinigen, van richting doen veranderen, en zo mogelijk totaal verwoesten. Hij gebruikt daartoe bij voorkeur de mensenzielen. Ook God werkt voor de verwezenlijking en ontsluiting van Zijn Werken en Plannen op aarde bij voorkeur samen met de mensenzielen, doch Hij doet dit opdat de vrije wil van de mensenzielen hen zoveel mogelijk verdiensten zou kunnen opleveren: Een mensenziel die bewijst dat zij haar vrije wil volledig inzet voor de verwezenlijking van de Wil van God Zelf, verwerft hierdoor maximale verdiensten voor het Eeuwig Leven omdat zij daardoor Gods doelstellingen helpt verwezenlijken. Een mensenziel die zich volledig inzet voor de verwezenlijking van Gods doelstellingen, is een volkomen betrouwbaar werktuig in Gods handen. God laat dit niet zonder beloning.

De satan echter, wil zijn werken en plannen bij voorkeur via de mensenzielen verwezenlijken omdat hij weet dat God door niets harder wordt getroffen dan door de vaststelling dat uitgerekend een mensenziel, een lid van het geslacht dat Hij heeft gemaakt om Zijn Schepping te bekronen, Hem ontrouw wordt door de belangen van de duisternis te dienen. De satan kan God niet rechtstreeks schaden, doch tracht dit niettemin onrechtstreeks te doen door mensenzielen te inspireren tot de meest uiteenlopende overtredingen tegen de allerheiligste Goddelijke Wet, krachtens dewelke van elke mensenziel wordt verwacht dat zij elk medeschepsel behandelt vanuit onvoorwaardelijke zelfverloochenende, zorgende en dienende Liefde. Ook al zie je dit niet steeds in de praktijk van het dagelijks leven in de wereld, dit is wel degelijk wat God van elke ziel verlangt.

De satan spoort dus elke mensenziel aan tot overtreding van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde in alle situaties, omstandigheden, gebeurtenissen en contacten van het leven. Hij doet dit zodanig drastisch en zonder ophouden, dat overtredingen tegen de Liefde in vele zielen tot een verslaving worden: Dezelfde overtreding wordt lange tijd, soms levenslang, voortdurend herhaald, zoals een verslaving. Dit is merkbaar in talloze gevallen van mishandeling jegens een medemens of jegens een dier, van alcohol- of druggebruik, van diefstal of andere vormen van misdaad.

De overtredende ziel wordt in vele gevallen verslaafd aan haar eigen duistere neigingen. In wezen is in dergelijke gevallen steeds sprake van een zekere mate van bezetenheid, daar de satan zijn neigingen zodanig diep in deze zielen wortel heeft kunnen doen schieten dat deze laatsten aan de aan hen geïnspireerde neigingen blijven vasthouden. Een mensenziel kiest bijvoorbeeld een bepaalde medemens of een bepaald dier uit, dat soms jarenlang het slachtoffer blijft van mishandeling door deze ziel. Zie toch hoe de satan daarbij tewerk gaat: Hij inspireert de ziel om zich boven een medemens of een dier te verheffen, dit medeschepsel wordt als minderwaardig beschouwd, als voorwerp waarop alle frustratie, onvrede, haat en andere duistere neigingen worden uitgewerkt. Naarmate het 'slachtoffer' méér en vaker wordt mishandeld, begint de overtreder het slachtoffer meer en meer te misprijzen, om drie redenen:

De satan inspireert de overtreder tot de waangedachte dat het slachtoffer meer en meer aan hem ondergeschikt en aan hem overgeleverd is, en inspireert hem aldus tot gevoelens van macht die worden tot een koorts die de overtreder ongemerkt langzaam wurgen.

Ten tweede inspireert de satan de overtreder dat, doordat hij schijnbaar niet in zijn mishandelingen wordt gestopt, geen enkele macht hem ooit kan raken. Hier legt de satan de overtreder de eeuwige ketting om, want hierdoor leidt hij deze geleidelijk naar de eeuwige slavernij jegens de duisternis. Een ziel die waarlijk gelooft in Gods bestaan, Zijn Tegenwoordigheid en Zijn Werken van Liefde, zal nooit overgaan tot agressie, verwaarlozing, vernedering of ontwaardiging ten nadele van medeschepselen. Het feit dat een ziel dit wél doet, vormt een sterke aanwijzing voor het feit dat in haar een ernstige blokkade in haar verbinding met het Hart van God wortel heeft geschoten. Deze blokkade kan uitsluitend worden gebroken door een actieve ommekeer naar de Ware Liefde als enige drijfveer voor het innerlijke leven in de ziel.

Ten derde wordt de overtreder geleidelijk meer en meer het slachtoffer van zijn eigen gewetensstrijd, want God wekt zijn geweten voor zijn steeds verder schrijdende afwijking ten aanzien van de heilige Wet van de Ware Liefde. De overtreder herkent in zijn toenemende innerlijke onvrede doorgaans niet de stem van God in zijn eigen geweten, en gebruikt zijn innerlijke strijd vaak als aanleiding om zijn slachtoffer nog méér te misprijzen, want in koortsige pogingen om zijn aanhoudende duisternis tegenover zijn eigen geweten te rechtvaardigen, begint hij het slachtoffer nu zelfs te beschouwen als schuldig aan zijn gedrag, alsof het slachtoffer, door te zijn zoals het nu eenmaal is, hem uitdaagt om het te mishandelen. Het uitwerken van alle innerlijke onvrede op het slachtoffer begint meer en meer een leven op zich te leiden.

In deze gesteldheid is de ziel totaal in de greep van de duisternis. De verklaring hiervoor is zeer eenvoudig: Zodra een ziel zich niet uitsluitend laat leiden door de spontane beleving van zelfverloochenende Liefde wordt zij steeds minder ontvankelijk voor de bezielende invloeden vanwege de Heilige Geest en krijgen de inspiraties vanwege de duisternis de kans om de heerschappij over haar innerlijke leven over te nemen. De duisternis manipuleert daarbij alle denken, het hele wereldbeeld en de hele levensbeschouwing van de ziel zo totaal, dat zij zichzelf voorhoudt dat haar eigen gedragingen en gesteldheden een natuurlijke reactie zijn op de moeilijkheden en beperkingen die het leven haar oplegt.

Zelfs in gevallen waarin de overtreder op zeker ogenblik tot het besef komt dat hij door de satan wordt misbruikt, en hij in oprechte rouwmoedigheid radicaal van zijn duistere neigingen afstapt, blijft de gewetensstrijd hem vaak levenslang achtervolgen. De 'gewezen' overtreder ervaart hier de uitwerkingen van de innerlijke strijd tussen zijn herwonnen oriëntering naar Gods Wet toe en de pogingen van de satan om hem naar zijn zondige neigingen terug te doen keren of, indien dit echt niet meer lukt, hem ten minste moreel te ontwrichten over deze duistere bladzijden uit zijn verleden. Verslavingen, ook deze ten aanzien van duistere neigingen, raken zelden uitgezuiverd zonder ten minste bepaalde sporen in een ziel achter te laten. Hier kan slechts een zeer strikte en spontane levenslange beleving van de Ware Liefde jegens alle medeschepselen verhinderen dat deze ziel levenslang haar vruchtbaarheid voor God zou verliezen. De satan weet dit, en zal zielen die hij ooit lange tijd tegen medeschepselen heeft kunnen opzetten, zeer zwaar aanvallen opdat zij zeker niet van haar duistere neigingen zouden genezen.

4. Vele zielen menen dat God onrechtvaardig is, omdat zeer veel overtredingen tegen de Wet van de Ware Liefde niet onmiddellijk zichtbaar gestraft worden, zodat zeer veel duisternis schijnbaar ongehinderd jarenlang blijft doorgaan. Zielen zien dit bijvoorbeeld in politieke regimes die jarenlang de waardigheid van de mens op grote schaal schenden, in misdadigers die jarenlang hun misdaden opstapelen, in talloze zielen die jarenlang medemensen en/of dieren mishandelen, slaan, folteren, misbruiken, als waardeloos behandelen, enzovoort. In waarheid zeg Ik jullie, dat geen enkele handeling, gedachte, gevoel of verlangen die van duisternis is vervuld en die medeschepselen tot slachtoffer maakt, door God wordt genegeerd. Gods Gerechtigheid compenseert echter het grootste gedeelte ervan pas NA het aardse leven van de overtreder. Dit is zo, omdat elke mensenziel vele kansen krijgt om spontaan en uit eigen beweging de Wet van de Ware Liefde te vervullen. Om deze reden menen talloze mensenzielen dat zij eindeloos en ongestraft de Liefde kunnen blijven schenden.

Ik waarschuw voor deze misleiding, die berust op een rechtstreekse inspiratie vanwege de satan, die hierdoor elke ziel die hij heeft kunnen inzetten voor het scheppen of vergroten van leed, ellende, chaos of ongerechtigheid, een vals gevoel van veiligheid tracht te geven, opdat deze ziel zo mogelijk nooit tot het besef zou komen dat zij in overtreding is tegen God Zelf, en tezelfdertijd tot de overtuiging moge komen dat God niet bestaat en er dus geen enkele controle bestaat op menselijk handelen, spreken, denken, voelen en verlangen. Een ziel die in deze val trapt, gaat ervan uit dat alles na dit aardse leven voorbij is en dat het er dus niet op aankomt wat zij met dit leven doet, en zij bijgevolg vrij kan toegeven aan elke gril om zich boven haar medeschepselen te verheffen. Deze gesteldheid is voor God een totale verloochening van de Wet van de Liefde en daarom een open val die de satan spant om zielen tot eeuwige verdoeming te brengen.

Ik benadruk daarom de waarheid, dat de afrekening voor elke handeling, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen, elke bestreving en elk verzuim die een mensenziel tijdens haar leven heeft gekoesterd of die/dat van haar is uitgegaan, met zekerheid komt, en wel in de volheid, indien niet reeds tijdens het aardse leven van de overtreder, dan zeker in het uur van het levensoordeel bij de Goddelijke Rechter.

5. Zeer veel schendingen van de Ware Liefde, veelal in de vorm van mishandeling, kwelling en foltering van medeschepselen (medemensen en dieren) komen voort uit een grote onvrede in het hart van de overtreder. Dit is verzet tegen de beschikkingen die God treft voor het leven van deze ziel opdat zij via de juiste omgang met alle situaties, gebeurtenissen en beproevingen op haar levensweg de grootst mogelijke vruchtbaarheid voor Gods Plannen en Werken zou kunnen verwerven. Vooral in de beproeving kan een ziel God bewijzen dat zij in alle omstandigheden bereid is om haar hele gedrag en haar hele innerlijke leven uitsluitend te laten leiden door de hoogheilige Goddelijke Wet van de Ware Liefde.

Geen macht is sterker in de strijd tegen de heerschappij van de duisternis over de wereld en over individuele mensenzielen dan deze van het dragen van de kruisen en beproevingen van het leven in de gesteldheid van Jezus Christus, de Verlosser: totale zelfverloochenende Liefde, volkomen onvoorwaardelijke aanvaarding, alles beheersend verlangen naar het leveren van bijdragen tot de opstanding van Gods Rijk op aarde, en een uitbanning van alle zelfzucht en van de behoefte aan eigen welzijn: Aanvaarding van de beproevingen van het leven in deze gesteldheid is een welbewust opofferen van eigen welzijn opdat de hele Schepping het beter moge hebben, want de uiteindelijke doelstelling voor een ziel in deze gesteldheid is de bespoediging van de grondvesting van Gods Rijk op aarde en daardoor de dood van de heerschappij van de duisternis in deze wereld, ook al gaat dit ten koste van eigen voorstellingen over een 'aangenaam leven'.

Vele zielen komen in onvrede over de beproevingen van hun leven omdat zij zich door God benadeeld, miskend of door Hem niet bemind voelen. Deze mening getuigt van onbegrip of onwetendheid over de zin van beproevingen in een mensenleven. Deze zielen beschouwen de Goddelijke beschikkingen voor hun leven als onwil van God om hun eigen voorstellingen en verwachtingen te vervullen, en dus als bewijs voor Gods gebrek aan interesse voor hen. Zij zoeken hiervoor compensatie door medeschepselen leed te berokkenen en zich daardoor hoger, groter en machtiger te kunnen wanen dan deze medeschepselen.

God veroorzaakt geen beproevingen, Hij laat hen echter toe omdat zij uitnodigingen aan de ziel vormen opdat deze via omgang met moeilijke of minder aangename situaties in het leven zou kunnen aantonen dat zij desondanks vast in Gods Liefde gelooft, en zij in Zijn navolging in alle omstandigheden uitsluitend de ware zelfverloochenende en dienende Liefde wil beleven.

Indien beproevingen niet door God worden veroorzaakt, waardoor komen zij dan in een mensenleven? Beproevingen kunnen worden veroorzaakt via gedragingen van medeschepselen. Zij kunnen ook worden veroorzaakt als uitwerkingen van de Goddelijke Wet der Gerechtigheid, namelijk als effecten van de algemene duisternis in de wereld en het daaruit voortvloeiende onevenwicht in de Schepping. Beproevingen kunnen zelfs worden veroorzaakt door de satan, die mensenzielen en hun levensloop rechtstreeks kan aanvallen.

God laat veel beproevingen toe omdat zij kunnen worden tot een machtige factor voor de bespoediging van de grondvesting van Gods Rijk van Ware Liefde en Vrede op aarde. Inderdaad, indien vele mensenzielen op hun beproevingen zouden reageren vanuit een gesteldheid van Ware Liefde en oprechte aanvaarding, in het besef dat zij via hun beproevingen in de diepste zin van het woord kunnen bijdragen tot de ontsluiting van de vruchten van de Verlossingswerken van Jezus Christus, en in het oprecht verlangen dat hun beproevingen zouden worden gebruikt als wapens tegen de duisternis, zou dit over de hele wereld een explosie van Licht met zich meebrengen, die tegen de werken en plannen der duisternis de kracht van een kernbom zou ontwikkelen. Om dit te bereiken, moeten echter vele mensenzielen bereid zijn om strikt te leven vanuit de hartsgesteldheden van de Christus, Die op grond van Zijn volmaakte Liefde en aanvaarding Zijn Lijden en Kruisdood kon maken tot een doodsvonnis tegen de duisternis in de mate waarin mensenzielen Zijn hartsgesteldheden in hun eigen leven zouden overnemen.

Precies hier loopt zeer veel fout, want het ontbreekt zeer veel zielen aan oprechte Liefde voor God en Zijn Werken en Plannen, en zelfs aan echt Geloof in God en in Zijn Werken en Plannen. Bovendien laten talloze zielen zich zwaar door de duisternis misleiden over Gods bedoelingen, over de diepe zin van het leven en over de gevolgen van hun handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen.

Vele zielen houden er in geen enkel opzicht rekening mee dat zelfs hun diepste, meest verborgen innerlijke gesteldheden gevolgen hebben voor de hele Schepping én dat zij op grond van dit alles ooit zullen worden geoordeeld voor de eeuwigheid, ook op grond van de gesteldheden die zij zo angstvallig hebben getracht, te verbergen of te vermommen.

Dientengevolge beschouwen vele zielen de beproevingen en kruisen van hun leven als een onrecht, als lasten die hen worden aangedaan. Wanneer een dergelijke overtuiging op grote schaal wereldwijd wordt gecombineerd met een gebrek aan echt Geloof, krijg je een wereld vol mensenzielen die slechts (in louter werelds opzicht) het beste voor zichzelf willen, ten koste van al hun medeschepselen, en die de als lasten aangevoelde beproevingen en kruisen zonder meer uitwerken op medeschepselen. Zij zien het leven als een strijd voor vergankelijk welzijn en als een gevoelloze concurrentiestrijd om het eigen (tijdelijke) welzijn te verzekeren, dat dan wordt gezocht in louter wereldse toestanden en ontwikkelingen.

De ontevreden ziel zoekt naar schuldigen voor haar beproevingen, en meent deze via allerlei drogredeneringen en waanvoorstellingen te vinden in God Zelf, in medeschepselen, en in de algemene toestand van de wereld. Omdat zij noch God Zelf, noch de algemene toestand van de wereld rechtstreeks kan raken, keert zij zich tegen welbepaalde medeschepselen die zij als voldoende zwak beschouwt om hen te kunnen beheersen. Zo komt het tot mishandeling van kinderen, van huwelijkspartners, van dieren enzovoort.

6. Slechts weinig zielen geven zich er rekenschap van, dat elke overtreding tegen Gods Wet van de Ware Liefde de staat van de hele Schepping verzwakt en de levensatmosfeer van de hele wereld duisterder en slechter maakt. De Ware Liefde is de draagster en de essentie van het Goddelijk Leven. Om deze reden verlaagt elke overtreding tegen de Ware Liefde de kwaliteit van het leven in elk schepsel. Je zou daarom kunnen zeggen dat elke overtreding vanwege een mensenziel tegen de Liefde jegens om het even welk medeschepsel – hetzij medemens hetzij dier – in de ware zin van het woord elk schepsel van een stukje Leven berooft. Zo moet je het begrijpen wanneer wordt gezegd dat ziekte en dood in de Schepping zijn gekomen door de zonde, want elke zonde is een overtreding tegen de Ware Liefde. Door elke zonde en elke ondeugd wordt de stroming van de Ware Liefde doorheen de Schepping op één of méér punten geschonden, beschadigd of verzwakt. Licht wordt vervangen door duisternis, warmte in harten wordt vervangen door kilte, Hoop door wanhoop, vreugde door droefheid, levenskracht en levenslust door verzwakking, matheid en moedeloosheid.

Daarom is de verantwoordelijkheid van elke individuele mensenziel voor het welzijn van alle schepselen en voor de levensatmosfeer in de wereld zo groot: Alles wat in elke mensenziel omgaat en alles wat van elke mensenziel uitgaat, heeft een weerslag op alle schepselen en op de hele atmosfeer van het leven in de wereld. Een mensenziel die in elk opzicht in alle situaties, gebeurtenissen en contacten van haar leven uitsluitend een oprechte, zelfverloochenende en dienende Liefde beleeft, vormt haar hele leven lang een lichtpunt in het netwerk van de Schepping en injecteert daardoor Licht en warmte in alles wat haar levensweg raakt en in elk medeschepsel dat met haar in aanraking komt, hetzij langdurig hetzij kortstondig. Een mensenziel daarentegen, die duisternis in zich draagt en medeschepselen benadeelt of kwelt, vormt in het netwerk een punt van duisternis dat alle Licht en warmte die via haar circuleren, verandert in duisternis en kilte. Deze ziel wordt tot bron van leed, ellende, chaos, ongerechtigheid, gevoelens van onveiligheid, angst, verdriet en onvrede, en helpt het Geloof van medemensen in een liefhebbende God verzwakken en zelfs verwoesten.

7. Via elke inspiratie tot overtreding van de Wet van de Ware Liefde tracht de satan zielen te gebruiken tot schending en verwoesting van diverse uitingen van Gods Werken:

● de Liefde zelf. Ik heb er vroeger reeds op gewezen hoezeer bijvoorbeeld mishandeling van medeschepselen in deze laatsten het vermogen ondermijnt om zelf nog lief te hebben. Mishandeling kan in het slachtoffer – hetzij mens hetzij dier – vele vermogens afsluiten doordat het slachtoffer trauma’s oploopt in zijn gevoelsleven, dat tevens een centrale rol speelt in de bloei van de ziel of van het levensprincipe. Door de ervaring dat (soms zware en/of herhaalde) duisternis in het levensprincipe is binnengetreden en daar schade en leed heeft veroorzaakt en het hele wezen van het slachtoffer in onevenwicht heeft gebracht, begint het slachtoffer zijn innerlijk leven meer en meer af te sluiten voor de wereld buiten zichzelf, waardoor het minder ontvankelijk wordt voor Liefde – met inbegrip van de Liefde die God Zelf naar hem toe tracht te laten vloeien – en op zijn beurt ook zelf steeds minder in staat zal zijn om medeschepselen lief te hebben, zelfs wanneer deze hem nooit leed hebben berokkend. Door een dergelijke toestand uit te lokken, berokkent de overtreder rechtstreeks schade aan de stroming van de Goddelijke Liefde doorheen de Schepping.

De grote tragedie bestaat hierin, dat de ziel die jegens een medeschepsel – medemens of dier – zware overtredingen tegen de Ware Liefde begaat, zoals mishandeling, hierdoor zelf een kanaal verwoest via hetwelk God haar van Liefde, van levenskracht en van vreugde tracht te voorzien, want elk schepsel dat door Gods Voorzienigheid op de levensweg van een mensenziel wordt geleid, vervult een functie als kanaal van Gods Liefde naar deze ziel toe. Het hoeft daarom geen verwondering te wekken dat een mensenziel die op geregelde basis een medeschepsel mishandelt met hetwelk zij langdurig en/of veelvuldig in contact is, bijvoorbeeld huwelijkspartner, kind, huisdier of dier met hetwelk zij een werkrelatie heeft, doorgaans geen ogenblik meer de innerlijke Vrede vindt: Deze ziel sluit zichzelf meer en meer van God en van de stroming van Zijn Liefde af en verwoest in één of meer medeschepselen het vermogen om op hun beurt Gods Tegenwoordigheid in hun leven te voelen.

● het Geloof. Een mensenziel die geregeld het slachtoffer wordt van zware overtredingen vanwege een medemens tegen de Liefde jegens haar, kan hierdoor alle Geloof in de Tegenwoordigheid en de werkingen van een liefhebbende God verliezen. Dit gebeurt veelvuldig op kleine schaal in de wereld, doch ook op grotere schaal in het kader van politieke regimes die een terreurapparaat hanteren via hetwelk vaak in de loop van een aantal jaren vele duizenden mensenzielen aan foltering en opsluiting in ontwaardigende omstandigheden worden onderworpen. In dergelijke regimes wordt aan systematische moord op het Geloof zelf gedaan. Talrijke slachtoffers van dergelijke regimes verliezen elke innerlijke band met God en dus met de Liefde als gesteldheid die is bedoeld om het leven in al zijn aspecten te beheersen.

● de Hoop. De Hoop is de gesteldheid in dewelke een mensenziel ook onaangename ervaringen en situaties kan verwerken door deze in het hart te leren aanvoelen als ervaringen en situaties die voorbijgaan en dank zij Gods Tegenwoordigheid en werkingen met zekerheid zullen uitmonden in een situatie die velen, ook de hopende ziel zelf, ten goede zal komen. Langdurige en/of veelvuldige overtredingen tegen de Liefde kunnen in het slachtoffer van deze overtredingen elke Hoop ter dood brengen door het slachtoffer tot de vaststelling te brengen dat in zijn situatie niets ten goede verandert en dat er blijkbaar geen God is Die om hem en zijn leed bekommerd is.

In de brede zin van het woord is de Hoop in feite niet alleen aan de mensenziel voorbehouden, in die zin dat ook een langdurig en/of veelvuldig mishandeld dier kan overgaan naar een gesteldheid in dewelke het van het leven niets anders meer verwacht dan steeds opnieuw te worden mishandeld. De mensenziel die dit in een medeschepsel – hetzij mens hetzij dier – teweegbrengt, vertoornt God in een veel grotere mate dan zij zich ooit zal kunnen voorstellen, daar de Hoop de gesteldheid is die helpt bepalen in welke mate een schepsel ervan overtuigd is dat het Licht steeds de duisternis overwint. Een medeschepsel de Hoop ontnemen door het onder te dompelen in een langdurige ervaring van leed waardoor het niet meer in het Licht kan geloven, is in Gods ogen een open belijdenis voor de wil dat de duisternis in alles het laatste woord moge spreken en voor een levensvisie die ervan uitgaat dat de ware macht in de Schepping berust bij de duisternis (dus de satan) in plaats van bij het Licht (dus God).

Een schepsel dat veelvuldig en/of in ernstige mate het slachtoffer is van mishandeling of enige andere vorm van duisternis vanuit een mensenziel, wordt als het ware innerlijk 'geherprogrammeerd' van een wezen dat van nature leeft in de overtuiging dat alles is gemaakt en wordt bestuurd door een liefhebbende God, tot een wezen dat bewijzen lijkt te ervaren voor het feit dat het geen Liefde waardig is en dat het slechts een leven heeft gekregen om te lijden onder de grillen van een mensenziel die van God toelating en macht heeft gekregen om het naar willekeur te terroriseren. Deze toestand is een zware schending van de Ware Liefde, en roept de volheid van Gods Gerechtigheid over de overtreder af.

● de onschuld. Onschuld is de eigenschap van de ziel in haar door God bedoelde toestand, waarbij deze zich niet bewust is van het bestaan van de duisternis, en daarom ook geen rekening houdt met de mogelijkheid dat een medeschepsel haar of enig ander medeschepsel kan benaderen of behandelen, of over haar of enig ander medeschepsel kan denken of voelen, vanuit gesteldheden die andere elementen bevatten dan zuivere, Ware Liefde. De onschuld is de gesteldheid van de jonge mensenziel en van het dier zolang deze schepselen in hun leefwereld geen tekenen hebben waargenomen die hen het bestaan van de duisternis en de werken ervan hebben geleerd.

De onschuld is de eigenschap die God in de mensenziel in stand wilde houden toen Hij de eerste zielen het verbod gaf om te eten van de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Door dit gebod te overtreden, hebben de eerste mensenzielen zichzelf geopend voor de kennismaking met het kwaad, dat toen reeds was geboren in de satan en zijn volgelingen onder de opstandige engelen. Indien zij dit gebod niet hadden overtreden, hadden zij hun zuivere verbinding met God, en dus met de volmaakte Liefde, als enige kracht in de Schepping in stand gehouden.

Een ziel die een medeschepsel leed of schade berokkent, wekt of verscherpt hierdoor in dit medeschepsel het bewustzijn van het bestaan en de werkingen van het kwaad. Zolang bijvoorbeeld een kind of een dier nooit het slachtoffer is geweest van mishandeling vanwege een mensenziel, verwacht het van nature van elke mensenziel niets anders dan het positieve, omdat het zich niet bewust is van de mogelijkheid dat een mensenziel andere gedragingen zou kunnen stellen dan gedragingen die vervuld zijn van, of gedragen worden door, Liefde of uit dewelke ten minste geen enkele intentie blijkt dat deze mensenziel schade of leed wil veroorzaken.

Zodra mishandeling in een schepsel de onschuld aantast, ontstaat dus tevens een breuk in het vertrouwen dat elk medeschepsel automatisch door de Geest van God wordt bezield. Het slachtoffer wordt op brutale wijze bewust gemaakt van de aan God en de Ware Liefde tegengestelde kracht – de duisternis – en wel in die mate, dat deze laatste plots in de innerlijke beleving van het slachtoffer, tegen diens wil in, wordt verheven tot de kracht die de macht over zijn leven in handen heeft. Plots komt het innerlijke leven van het slachtoffer in conflict met het beeld van God dat elk schepsel van nature krijgt ingeprent.

● Gods leringen via medeschepselen. Ik wees er reeds in Mijn grote onderrichting De Beekjes van het Heil op, dat God zelfs de dieren inzet om mensenzielen lessen te leren tot vervolmaking in allerlei deugden. Elk schepsel in het netwerk van de Schepping kan medeschepselen bepaalde dingen leren en daardoor in deze medeschepselen het vermogen helpen groeien om steeds grotere of waardevollere bijdragen te leveren tot de bloei van het hele netwerk. Vooral in de mensenziel moet het vermogen tot het leveren van steeds grotere bijdragen haar leven lang worden ontwikkeld. Daarom brengt Gods Voorzienigheid op de levensweg van elke mensenziel medeschepselen die deze ziel kunnen helpen bij de bloei van de vermogens die de vruchtbaarheid van haar leven kunnen bepalen. Een mensenziel kan vele dingen – ook spiritueel, namelijk in de beleving van de ware deugdzaamheid en van ware zelfverloochenende Liefde – leren van elk medeschepsel op haar levensweg: ouders, kinderen, leraren, huisdieren, enzovoort.

8. Zie toch hoeveel mensenzielen en dieren alle vertrouwen in de mens verloren hebben, omdat mensenzielen hen hebben mishandeld. In een mishandeld schepsel is de stroming van de Ware Liefde en daardoor het spontane aanvoelen van Gods Tegenwoordigheid gebroken. Een overtreder van de Ware Liefde breekt in zijn medeschepsel het vertrouwen in de mensenziel, niet slechts in zijn overtreder doch vaak geleidelijk aan in de mensenziel in het algemeen, waardoor een kernelement van Gods Plan als het ware ongeloofwaardig wordt gemaakt: de mensenziel als vertegenwoordigster van de volmaakte Goddelijke Liefde.

Dit is voor de overtreder een grote blaam, aangezien de mensenziel de heilige roeping heeft, God en Zijn volmaakte Liefde tegenwoordig te stellen, dit wil zeggen: in alle harten voelbaar te helpen maken. Het verlies van vertrouwen kan merkbaar worden in een mensenziel die, of een dier dat, in contacten met de mensenziel door wie zij, of het, veelvuldig of aanzienlijk is mishandeld, tekenen vertoont die erop wijzen dat telkens nieuwe mishandeling wordt verwacht. Een dergelijke ingesteldheid kan zich ook beginnen ontwikkelen naar andere medeschepselen toe, van wie men nochtans nooit enige slechte behandeling heeft ervaren. In het slachtoffer kan het vermogen tot gezonde openheid naar alle mensenzielen toe zwaar worden beschadigd, waardoor meteen een groot element van Gods Werken in dit wezen wordt beschadigd.

Dit verlies aan vertrouwen is in wezen niets anders dan een door herhaalde ervaring van liefdeloosheid gegroeide overtuiging dat medeschepselen niet God tegenwoordig stellen, doch de satan. Dit is een grote blaam voor de overtreder, en bovendien zorgt de veelvuldige liefdeloosheid in de hele wereld voor ernstige blokkades in de stroming van de Liefde doorheen het hele netwerk. Hoe méér schepselen in de wereld hun vertrouwen in de mensenziel verliezen, des te sterker wordt de heerschappij van een levensatmosfeer binnen dewelke God wordt aangevoeld als een grote afwezige, Die Zijn hele Schepping in de klauwen van de satan heeft gelaten en Die dus schijnbaar niet de Liefde noch de macht bezit om dit onrecht een halt toe te roepen.

Ik heb er in Mijn vroegere onderrichtingen in verband met de relaties tussen de mensenzielen en de dieren op gewezen welke blamage het voor de mensenziel is, dat in de wijde natuur op grote schaal dieren vluchten waar een mens verschijnt. Ook dit is een veelvuldige uiting van verlies van vertrouwen in dieren jegens de mensenziel, die nochtans was geroepen om de Tegenwoordigheid en werking van God Zelf, de volmaakte Eeuwige Liefde, in de hele Schepping voelbaar te maken. De mensenziel heeft dit bereikt door veelvuldige handelingen die in het dierenrijk een ongeschreven wet tot leven hebben gewekt, volgens dewelke de mensenziel een onbetrouwbaar medeschepsel is, een constante dreiging, en daardoor in wezen een schepsel dat de tegenwoordigheid en werkingen van de duisternis voelbaar maakt. De mens heeft dit in de eerste plaats bereikt via jacht en stroperij.

Ik beklemtoon in dit verband nogmaals een weinig bekend en bovendien nog te weinig erkend verschijnsel: Doordat de hele Schepping een netwerk vormt binnen hetwelk elk schepsel met elk ander verbonden is, wordt zowel elke liefdeloze alsook elke liefdevolle handeling, gevoel, gedachte, bestreving en verlangen vanwege elke mensenziel jegens een dier tevens onbewust aangevoeld door elk ander dier, en in het gedragspatroon van elk dier 'ingebouwd'. Op grond daarvan hebben de vele miljarden liefdeloze contacten vanwege mensenzielen jegens dieren in de loop van alle eeuwen ervoor gezorgd dat in het dierenrijk het algemeen vertrouwen jegens de mensenziel zeer zwaar is geschokt.

Dit alles heeft de wereld zeer ver laten afdrijven van de aanvankelijke toestand in het Aards Paradijs, waar mens en dier in volmaakte Liefde, Vrede en harmonie leefden en elkaar zelfs vlekkeloos van hart tot hart begrepen. Naar een dergelijke toestand wil God Zijn Schepping terugvoeren: het Messiaanse Tijdperk, de levenstoestand van Gods Rijk op aarde, een volmaakte weerspiegeling van Gods Hart in de stoffelijke wereld.

9. Elke overtreding tegen de Ware Liefde jegens een medeschepsel geeft blijk van een gebrek aan respect voor dit medeschepsel. Wanneer je bedenkt dat de mensenziel niet alleen kan zondigen met de handen doch eveneens met de mond en zelfs vanuit haar diepste gedachten, gevoelens of verlangens, betekent dit dat een ziel zelfs een medeschepsel kan schaden vanuit een negatief gevoel ten aanzien van dit medeschepsel, ook indien zij dit gevoel nooit onder woorden brengt of er geen negatieve zichtbare handelingen jegens dit medeschepsel op laat volgen. Ook elke meest verborgen gedachte, gevoel of verlangen jegens een medeschepsel kan door dit laatste in de kern van zijn levensprincipe of ziel worden opgevangen en daar een invloed uitoefenen, en God Zelf neemt elke duistere gedachte, gevoel of verlangen waar als een invloed die de stroming van de Liefde doorheen het netwerk van de Schepping op één of méér plaatsen kan schaden.

Elke mensenziel is jegens elk medeschepsel (medemens of dier) respect verschuldigd omdat elk schepsel een bouwwerk is dat in Gods Hart is ontworpen en dat zo is en niet anders omdat het precies zoals het is, voor de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken een unieke rol te vervullen heeft. Een mensenziel die een medeschepsel niet respecteert, verkeert daardoor in overtreding tegen de Wijsheid van God Zelf. Een medeschepsel niet respecteren, betekent het misprijzen, en in een verder gaande graad betekent het, dit medeschepsel beschouwen als verachtenswaardig, waardeloos en verwerpelijk. Dit alles doet de ziel tevens God Zelf aan, vanwege de innige verbondenheid tussen God en elk van Zijn schepselen.

Gebrek aan respect jegens een medeschepsel komt voor God neer op verzet tegen een Goddelijke Beschikking op grond van dewelke dit medeschepsel zijn specifieke kenmerken heeft ontvangen. Om deze reden is elke discriminatie een vorm van niet-aanvaarding van een Goddelijk Werk. Medemensen worden gediscrimineerd omdat zij een bepaalde huidskleur hebben (of juist niet hebben), tot een ander ras behoren, van een bepaald geslacht zijn, een bepaalde religieuze overtuiging aanhangen, tot een andere cultuur behoren, een andere taal spreken of welbepaalde lichamelijke kenmerken vertonen of juist niet vertonen, enzovoort. Dieren worden eveneens op grond van bepaalde kenmerken gemaakt tot voorwerp van bespotting, verkeerde behandeling, krijgen een welbepaalde commerciële waarde toegekend of juist niet.

Dit alles betekent niets minder dan dat de mensenziel die discrimineert, berekenend wordt wat de mate van Liefde betreft die zij bereid is om aan een medeschepsel te geven. Bepaalde medeschepselen of categorieën van medeschepselen worden daarbij als het ware 'afgekeurd', omdat mensenzielen hen als 'onwaardig' beoordelen. De discriminerende mensenziel maakt zichzelf daardoor tot een oordelende en veroordelende god, en stelt daardoor zichzelf bloot aan zeer scherpe veroordeling vanwege God, dit wil zeggen: deze ziel vermindert eigenhandig haar rechten op Gods vergevende Barmhartigheid ten aanzien van haar eigen overtredingen en dus haar eigen ware onvolkomenheden (niet de vermeende onvolkomenheden voor dewelke zijzelf haar medeschepselen heeft veroordeeld en ongenadig aan de duisternis van veel leed heeft prijsgegeven).

Elke vorm van discriminatie vormt een belediging aan God: Aangezien God in elk van Zijn schepselen Zijn handtekening achterlaat, beledigt een ziel die een medeschepsel discrimineert, God Zelf door dit bouwwerk van Zijn handen te beschouwen en te behandelen als minderwaardig, onwaardig, bespottelijk, verachtenswaardig, enzovoort. Door een medeschepsel te discrimineren, getuigt een ziel jegens God dat zij dit medeschepsel niet waardig keurt om onverdeelde Liefde te ontvangen, en rechtvaardigt zij deze onwil om dit medeschepsel onvoorwaardelijk lief te hebben, door te verwijzen naar bepaalde kenmerken van dit schepsel (ras, uiterlijke verschijning, geslacht, taal, enzovoort), die het nochtans van God Zelf heeft gekregen om redenen die besloten liggen in de onfeilbare Goddelijke Wijsheid. God heeft geen twee schepselen identiek gemaakt, en beoogt daardoor onder meer dat mensenzielen zich spiritueel zouden vervolmaken door met elk mogelijk kenmerk van een medeschepsel om te gaan in onvoorwaardelijke Liefde, aanvaarding en verdraagzaamheid. Een ziel kan onmogelijk God ontdekken in een medeschepsel dat zij op grond van uiterlijkheden als minderwaardig beoordeelt.

10. Elk schepsel van een enigszins hoger niveau van beleving – dit wil zeggen: mensenzielen en de 'hogere' (als het ware 'meest intelligente') diersoorten – is door God zo gebouwd dat het elke ervaring op zijn levensweg (grotendeels onbewust) tracht te verwerken door deze ervaring diep in zijn wezen te koppelen aan de Liefde. De Liefde is namelijk de essentie en de brandstof van het Leven, datgene wat 'Leven geeft' aan elke ervaring. In de mate waarin deze verbinding 'niet meer lukt', zoals bijvoorbeeld omdat het vermogen tot liefhebben en tot uitstraling van de Liefde in het schepsel zwaar beschadigd is geraakt, kan dit schepsel vervallen in depressie, lusteloosheid, gebrek aan levenslust of levenskracht, gevoelens van zinloosheid en een blijvend onvermogen om nog het goede te zien of te verwachten in om het even welke situatie en in om het even welk medeschepsel. Wegens de mislukte verbinding van de ervaring met de Liefde, is de betreffende ervaring voor het schepsel als het ware geen draagster van Leven.

Dit verschijnsel kun je onder meer bemerken in het feit dat je je een ervaring des te beter blijft herinneren naarmate je deze méér hebt geladen met gevoelens. Ervaringen die de ziel in haar geest verbindt met een grote vreugde, of omgekeerd met een grote droefheid, worden levendiger in haar geheugen geprent. De mate waarin een mensenziel méér leeft vanuit haar gevoelsbeleving dan louter vanuit haar verstand, bepaalt ook de mate waarin in haar ervaringen de Ware Liefde kan stromen. De Ware Liefde is de grote factor die bepaalt welke waarde een ervaring voor de spirituele bloei van een ziel kan krijgen.

Een schepsel kan een ervaring niet verbinden met Liefde om deze ervaring vervolgens als een product van het Ware Leven in zich in te bouwen, indien de ervaring zelf met duisternis – dit wil dus in feite zeggen: met een gebrek aan Liefde – is beladen, die duidelijk is opgewekt door een mensenziel. Kijk naar de gevolgen van mishandeling in een schepsel: Een kind of een dier dat is mishandeld, verliest zijn levenslust, het speelt niet meer, voelt zich niet meer opgenomen in het spel van andere kinderen of dieren in zijn nabijheid, het verliest zijn belangstelling voor voedsel, voor speelgoed enzovoort, alsof in dit kind of dit dier datgene is gebroken dat een levend wezen in staat stelt om zin te geven aan voorwerpen, gebeurtenissen, situaties en contacten in zijn leven. Dit kind of dit dier kan zijn ervaringen niet meer verbinden met de gewaarwording van Ware Liefde, en lijkt als het ware geen 'Leven' meer in zich op te nemen: Het Ware Leven in dit schepsel raakt steeds méér ondervoed, en het schepsel vindt nergens meer vreugde in. Het voelt zich van alles afgesneden en trekt zich steeds dieper in het isolement van de eigen innerlijke beleving terug, in een innerlijk leven dat steeds méér wordt vervuld van duisternis. Het Licht van de Hoop en de warmte van de Liefde lijken uitgeblust.

Hieruit blijkt ten volle hoezeer de mate waarin de Ware Liefde onbelemmerd naar en doorheen een schepsel stroomt, de maat vormt waarin dit schepsel waarlijk leeft. Niets anders dan de Ware Liefde is de brandstof en de essentie van het Leven. Een schepsel dat ten prooi is aan zware uitingen van liefdeloosheid vanwege één of meer mensenzielen, lijkt innerlijk weg te kwijnen of te sterven. Het leeft nog slechts mechanisch, zonder enige actieve betrokkenheid, helemaal ontzield.

Dit verzwaart de zondigheid van mishandeling immens: Weinige zonden zijn in Gods ogen groter dan deze, dat een mensenziel in een medeschepsel – hetzij medemens hetzij dier – het Licht en de warmte dooft, want daardoor verliest dit schepsel elk (bewust of onbewust) aanvoelen van Gods Tegenwoordigheid en werking, dit wil zeggen van een levensatmosfeer die wordt overheerst door het wezenskenmerk van God Zelf: de Ware Liefde. Weinig zonden kunnen groter zijn dan zonden die een schepsel van God lossnijden, of anders uitgedrukt: die de ervaring van Gods Tegenwoordigheid in het hart, het innerlijke leven, van een schepsel uitdoven, want in dit schepsel wordt daardoor het vermogen beschadigd om spontaan ontvankelijk en geopend te blijven voor alles wat God in dit schepsel wil uitstorten, namelijk de gaven van Zijn Liefde in al haar uiteenlopende vormen, die het schepsel bezielen met 'Leven'.


Slotbeschouwing

God heeft Zijn hele Schepping gemaakt als een systeem binnen hetwelk alle bestanddelen – dit wil zeggen: alle schepselen – in volmaakte harmonie zouden samenleven. Daar de mensenzielen van meet af aan door God waren belast met het beheer over de Schepping, moest de harmonie tussen de schepselen in stand worden gehouden door de mensenzielen, door een vlekkeloze beleving van Gods Wet van de Ware Liefde.

God bezielt Zijn Schepping met de kracht van het Leven door onophoudelijk stromen van Liefde doorheen het hele netwerk te sturen. Op de mensenziel als beheerder van de Schepping berust de verantwoordelijkheid voor een vlekkeloze verspreiding van deze stromen. Om deze reden zeg Ik jullie in waarheid, dat talloze ontsporingen in het dierenrijk, in de onderlinge gedragingen tussen dieren onderling en van dieren uit jegens de mens, zijn ontstaan in het verzuim van talloze mensenzielen om de Liefde vlekkeloos te laten stromen, en nog intenser door de neiging van talloze mensenzielen om medeschepselen leed en ellende te berokkenen.

De stroming van de Liefde wordt bepaald door de mate waarin de mensenziel Gods Wet in stand houdt, door zich te onthouden van de ontsporingen die bekend staan als zonden en ondeugden. Elke zonde en elke ondeugd is een overtreding tegen de Wet van de Ware Liefde. Het geheel van de ontelbare overtredingen tegen Gods Wet heeft de wereld in de staat van chaos, ellende, leed, ongeluk en ongerechtigheid gedompeld, die jullie thans méér dan ooit moeten vaststellen.

De enige weg terug naar de oorspronkelijke harmonie binnen de Schepping is deze van een vlekkeloze toepassing van een spontaan, actief en onvoorwaardelijk beleefde zelfverloochenende, dienende, zorgende Liefde vanwege elke mensenziel jegens elke medemens en elk dier. Het leed dat wereldwijd dag na dag door mensenzielen aan medemensen en dieren wordt aangedaan, schreeuwt ten Hemel en is voor God als een dik inktzwart wolkendek dat zich tussen de zon van Zijn volmaakte Liefde en de Schepping heeft geschoven. Deze duisternis wordt onophoudelijk aangemaakt in talloze mensenharten die hun medeschepselen behandelen in liefdeloosheid, koudhartigheid, onverschilligheid, gebrek aan respect.

Geen enkel schepsel wordt door God in de wereld gezonden om te lijden door de rechtstreekse en gewilde inwerking van een mensenziel. Dat niettemin dagelijks op een dergelijke schaal door mensenzielen leed en ellende wordt berokkend aan medeschepselen, vervult het Hart van onze God met een onbeschrijflijk afgrijzen. Miljarden malen per dag wordt het Hart van God Zelf gewond door schanddaden en duistere gedachten en gevoelens die naar schepselen toe vertrekken vanuit de harten van mensenzielen, in wie Hij zoveel vertrouwen had gesteld. Door deze massale duisternis heeft de mensenziel in de wereld een levensatmosfeer opgewekt, die het hele Wezen van God verloochent en ten diepste beledigt, want grootschalige mishandeling, foltering en andere vormen van gewild en bewust aangedaan leed en ellende hebben de Schepping voor ontelbare schepselen veranderd van het door God bedoelde Aards Paradijs tot een hel op aarde.

De zonde in al haar afschuwelijkheid en haar onmetelijke omvang is in de wereld gekomen, en wordt er in stand gehouden, ja wordt er nog dagelijks verder gevoed en vergroot, doordat talloze mensenzielen hun vrije wil niet gebruiken om hun leven te richten volgens Gods Basiswet, de Wet van de Ware Liefde, doch volgens hun eigen voorstellingen en verwachtingen ten aanzien van hoe het leven op aarde er volgens hen zou moeten uitzien. Talloze mensenzielen laten zich drijven door zelfzucht, hoogmoed, de zucht om belangrijk te lijken, de zucht naar vervulling van vergankelijke wereldse behoeften, en de uit dit alles voortvloeiende neiging om hun medeschepselen – medemensen en dieren – te beschouwen als concurrenten, als wezens die slechts op de wereld zijn om hen persoonlijk te dienen of te verrijken en die voor het overige als niets méér worden beschouwd dan als hinderpalen die zij terneer willen drukken en zo mogelijk uit de weg willen ruimen, en op wie zij daarom vaak zo verborgen mogelijk hun onvrede uitwerken op wijzen die slechts de satan zelf kenmerken.

Deze zielen willen dingen bekomen die zij begeren zonder dat deze dingen God of hun eigen Eeuwig Leven van dienst kunnen zijn, en laten zich door de duisternis zo ver verblinden, dat zij niet slechts hun medeschepselen in de diepste duisternis hullen, doch bovendien hun schanddaden voor zichzelf goedpraten opdat zij deze in stand zouden kunnen houden. Zo vormt de satan op aarde zijn slaven, en deze worden talrijker met de dag.

De grote ontsporing is in de wereld gekomen door zelfzucht, onverschilligheid, en door een levensbeschouwing volgens dewelke God slechts bestaat in zoverre Hij de mens kan dienen, terwijl de mensenziel in werkelijkheid slechts op aarde is om Gods Plannen en Werken te helpen voltooien en ontsluiten. Niet God is er voor de mens, de mens is er voor God, en wordt geacht, er bovendien ononderbroken te zijn voor al zijn medeschepselen, vanuit een hart dat een spiegel behoort te zijn van het Hart dat hem heeft geschapen en slechts één doelstelling koestert: dat hij, de mens, een Eeuwig Leven in Gelukzaligheid in de Liefde van God moge kunnen erven.

Deze voltooiing en ontsluiting van Gods Werken en Plannen vereist een vlekkeloze, onvoorwaardelijke toepassing van een volkomen zelfverloochenende, dienende, zorgende Liefde vanwege alle mensenzielen jegens AL hun medeschepselen. Wat God op deze wereld bij ontelbare mensenzielen moet vaststellen, wijst Hem op vele openlijke keuzen voor dienst aan de satan, die zich de eed heeft gezworen om Gods Schepping van Liefde, Vrede en Geluk te veranderen in een hel op aarde. Hoe lang toch zal het alles verslindende monster van ellende, leed en verwoesting nog mensenzielen aantreffen, van wie hij de kans zal krijgen om de wereld verder te laten verworden tot een spiegel van zijn rijk van eeuwige kwelling?

Zielen, ontwaak, want de ziel die door God naar Zich terug wordt geroepen in een hartsgesteldheid die haar maakt tot een duivel voor haar medeschepselen, of zelfs slechts voor één medeschepsel, bewijst de Goddelijke Rechter daardoor haar keuze voor een nachtmerrie die nooit eindigen zal. Zo wil het de Wet der Goddelijke Gerechtigheid: Geen ziel erft de Eeuwige Gelukzaligheid nadat zij zelf één of meer medeschepselen een hel op aarde heeft gebouwd".

(hier eindigt de onderrichting van Maria, de Koningin van Hemel een aarde, zoals aan Myriam gedicteerd in de Kersttijd van 2021)


Op 23 januari 2022 sprak de Koningin des Hemels in het kader van Haar onderrichtingen over de Ware Liefde nog als volgt:

"God heeft elk individueel schepsel in Zijn Hart ontworpen, voorziet het van een lichaam via hetwelk het in de stoffelijke wereld kan leven, en stort dit lichaam een levensprincipe in, in hetwelk de blauwdruk van Zijn Levenswetten en het regelmechanisme vervat zijn, dat uitgaat van de Goddelijke Intelligentie en Wijsheid.

Om deze reden is alles dat met Leven is bezield, in de ware zin van het woord drager van Gods handtekening. Ik wijs erop dat daarom zelfs het vergankelijk stoffelijk lichaam van elk schepsel, hetzij mens hetzij dier, heilig en onschendbaar is. Ook het lichaam van elke mens en elk dier is en blijft uiteindelijk Gods bezit en eigendom.

De mensenziel heeft haar eigen stoffelijk lichaam slechts in bruikleen ontvangen. Het lichaam van de medemensen die onder de hoede van een mensenziel zijn gesteld, behoren deze mensenziel niet in de ware zin van het woord toe. Wat de dieren betreft, geldt dat de mensenzielen van God de hoede over hen hebben gekregen. Dit betekent dat zij geen enkel dier in de ware zin van het woord bezitten, doch geacht worden, voor de dieren in het algemeen, en in het bijzonder voor de onder hun rechtstreekse hoede gestelde dieren, te zorgen, en wel onder strikte toepassing van de Wet van de Ware Liefde en in de geest van de Tegenwoordigheid en werking van God Zelf.

Ik druk elke mensenziel deze gouden regel in het hart, waarvan zij de toepassing zowel jegens medemensen als jegens dieren moeten waarborgen:

Zorg ervoor, dat je handen en voeten door elk medeschepsel – elke medemens zowel als elk dier – steeds kunnen worden ervaren als instrumenten die jegens dit medeschepsel uitsluitend worden gebruikt om zijn lichaam met zachtheid of tederheid aan te raken, het hulp en ondersteuning te bieden en het goede dingen te verschaffen, onder andere het levensmiddelen en andere middelen aan te reiken, die bedoeld zijn om zijn lichamelijke, geestelijke, spirituele of emotionele levenskracht te bevorderen.

Zorg er op gelijkaardige wijze voor, dat je stem door elk medeschepsel – medemens zowel als dier – steeds kan worden ervaren als een brug van liefdevolle woorden en klanken, en dat elk door je stem gesproken woord en elk door jou voortgebracht geluid uitgaan van een volkomen zuiver, van Licht en warmte vervuld hart, zodat elk medeschepsel deze woorden en geluiden als oprecht kan ervaren.

Beleef deze gouden regel onder alle omstandigheden en in elk contact met een medeschepsel spontaan en onvoorwaardelijk, en je zult daadwerkelijk de Tegenwoordigheid en werking van de volmaakt liefhebbende Schepper jegens alle medeschepselen voelbaar maken, en daardoor de ware levensroeping vervullen, met dewelke je in de wereld bent gestuurd: de roeping om binnen de Schepping een levende afspiegeling van Gods Liefde te zijn".

♥ ♥ ♥

Over de Ware Liefde wordt in veel van de onderrichtingen gesproken, vaak vrij diepgaand en uitvoerig. Enkele van de meest treffende voorbeelden:

Op zeer veelzeggende wijze liet de Heilige Maagd in november 2009 in Haar onderrichting De Grondwet van het Ware Geluk schrijven:
"Ware Liefde bestaat in feite uit alle inspanningen om het Geluk van elk medeschepsel (mens en dier) te bevorderen".

Verder inspireerde Zij ooit de woorden: "Ware Liefde is het vermogen om in elk opzicht in volkomen overeenstemming met Gods Wil te leven".

Zeer treffend sprak Zij eveneens ooit de kern van dit begrip uit in de woorden: "Ware Liefde is de Liefde die niet is bevlekt door zelfzucht noch door wereldse invloeden, wereldse verlangens of wereldse hartstocht. Zij is ten volle en uitsluitend gericht op het welzijn van het medeschepsel en op het 'welzijn' van God Zelf. Ware Liefde bestaat immers eveneens uit de bestreving om Gods Wet en Zijn Werken zonder enige remming of voorwaarde te helpen volbrengen".

In Het verlangen van de Eeuwige Liefde in november 2018 zei Maria: "De Ware Liefde bepaalt de inhoud van alles wat in een ziel leeft en wat van haar uitgaat. Een ziel die tekortschiet in de Ware Liefde, leidt een inhoudsloos leven, zij draagt weinig of niets bij tot de vervulling van Gods Heilsplan, en leidt derhalve in Gods ogen een onvruchtbaar leven".

In het bijzonder laat de Hemelse Koningin in verband met de Ware Liefde verwijzen naar Haar volgende uiterst rijke onderrichtingen:

Uit juni 2009: Het Vuur des Hemels. De Tien Geboden van de Ware Liefde, dat een soort vervolg kreeg in Haar onderrichting uit april 2011 met de titel De Stralen van de Middagzon. Onderrichting over de uitingen van de Ware Liefde.

In juni 2018 werd nogmaals zeer diep op de Ware Liefde ingegaan in de onderrichting De verloren sleutel tot de rozentuin. Onderrichting over de onverschilligheid en blindheid van de ziel ten aanzien van de Ware Liefde.

Hoe cruciaal de beleving van de Ware Liefde als voornaamste drijfveer van het leven op aarde is, werd door de Heilige Maagd zeer diepgaand aangetoond in Haar uiterst genaderijke inspiratie Het leven voorbij de avondzon. Onderrichting over het levensoordeel en het leven erna uit de Kersttijd 2018.

In januari 2020 ging de Koningin des Hemels nogmaals diep op de essentiële rol van de Ware Liefde in het zielenleven in, in de onderrichting Het Ware Geluk als parfum uit de bloem van de Ware Liefde.

De Ware Liefde als kern van de bloei van het zielenleven komt tevens zeer diepgaand aan bod in alle onderrichtingen die het menupunt God en de dieren vormen, alsook in de diverse permanente oproepen die de Hemelse Koningin vanaf 2019 tot de zielen heeft gericht.