TOTUS TUUS, MARIA !

EEUWIGE LENTE

Myriam van Nazareth

'Eeuwige Lente' heeft voor de Meesteres van alle zielen een dubbele betekenis: Het begrip staat symbool voor het nastreven van een nog verrukkelijker bloei van dit Hemels Werk, maar symboliseert eveneens de gesteldheid van de ziel die door volhardende betrachting van een zo volkomen mogelijke Ware Liefde en toepassing van alle deugden een innerlijke leven leidt dat in Gods ogen, voor de verwezenlijking van Zijn Werken en Plannen, zeer vruchtbaar is. De beide betekenissen zijn nauw met elkaar verweven, daar het Maria Domina Animarum Werk het kanaal is van de onderrichtingen via dewelke de Meesteres van alle zielen deze Eeuwige Lente in de zielen hoopt te grondvesten.
De onderrichting in dit menupunt komt voort uit het Vuur van het brandend verlangen van de Koningin des Hemels Zelf, dat Haar kinderen het geschenk van deze hele verkondiging van de Wetenschap van het Goddelijk Leven zouden waarderen als datgene wat het in werkelijkheid is: een Liefdesgeschenk uit een Hemelse Bron.

Als de Meesteres van alle zielen geeft Maria Zich aan de zielen als de Belofte van een nieuwe en onvergankelijke Lente, die Zij via de Wetenschap van het Goddelijk Leven in elke ziel tot bloei wil brengen, als toppunt van Gods verheerlijking. De Koningin des Hemels heeft het geregeld over de Eeuwige Lente, waarmee Zij verwijst naar de gesteldheid waarin de ziel het ware Goddelijk Leven, de Ware Liefde, de volkomen innerlijke Vrede, de ware heiligheid in zich draagt. Deze Eeuwige Lente wordt nu ten volle uitgedrukt in de afbeelding via dewelke Zij de zielen deze website van het door Haar in het leven geroepen Maria Domina Animarum Werk binnenleidt: Maria, de Parel van Gods Schepping, de heiligste van alle ooit geschapen zielen, die als belichaming van de Eeuwige Lente zetelt op de Haar door God toegewezen troon als in een Paradijs van seringenbloesems, die Zij overigens ooit in één van de geschriften aanduidde als symbolen voor de Goddelijke Wijsheid.

Via Haar spreekbuis Myriam betoogt de Hemelse Koningin sedert 1997 op niet mis te verstane wijze dat God Haar heeft geroepen om in deze Laatste Tijden de Verlossingswerken van Jezus Christus in de individuele ziel te voltooien, d.w.z. ten volle te helpen ontsluiten. Dit veronderstelt echter dat de ziel zich onvoorwaardelijk aan Haar geeft en vrijwillig meewerkt aan deze omvorming (d.w.z. de voltooiing van de heiliging), die de Meesteres van alle zielen geroepen is, aan haar te voltrekken. Het is de opdracht van de Meesteres van alle zielen, voor de ziel de ware heiliging door een wedergeboorte uit Haar te bekomen, welke de ziel kan terugvoeren naar de staat van genade die de mensenziel bezat vóór de erfzonde. De diepe motivering en achtergrond voor dit alles wordt in de via dit Werk verspreide en op deze website aangeboden geschriften voldoende uiteengezet.

TOTUS TUUS, MARIA !

Lieve zussen en broeders in Jezus en Maria,

In deze rubriek laat de Koningin des Hemels de Waarheid en echtheid aantonen van de stellingen die Zij in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven laat verkondigen. Als Wetenschap van het Goddelijk Leven bestempelt de Allerheiligste Maagd Maria, zoals bekend, het geheel van de geschriften die Zij sedert 1997 aan Haar Myriam inspireert. Deze omvat derhalve alle onderrichtingen, Openbaringen, meditatieteksten, antwoordbrieven, tot en met alle gebeden. Aanvankelijk inspireerde Maria Haar Myriam slechts gebeden, korte teksten ter beschouwing, en strikt private onderrichtingen (met het oog op Myriams vorming in Haar dienst). Sedert omstreeks het jaar 2001 werden de eerste beschouwingen en onderrichtingen voor een beperkt publiek geïnspireerd. Vanaf de herfst van 2005 maakte de Moeder Gods Zich aan Haar Myriam bekend als 'Meesteres van alle zielen door Goddelijke Beschikking', en gaf Zij spoedig uitdrukking aan Haar wens dat het geheel van alle door Haar via dit kanaal geïnspireerde geschriften onder de benaming Wetenschap van het Goddelijk Leven zou worden gebundeld.

Net zoals alles wat uit de Bronnen des Hemels naar de zielen stroomt, werd de Wetenschap van het Goddelijk Leven spoedig een uitgesproken teken van tegenspraak. Zeer veel harten werden reeds diep door deze verkondigingen geraakt, geregeld werden echter stellingen eruit bekritiseerd en werd Myriam tot schietschijf van laster en zelfs verkettering. Dit houdt ten nauwste verband met de aard van deze verkondiging zelf. In dit verband kan worden verwezen naar de uitvoerige argumentatie in de rubriek Het MDA-Werk > Het Apostolaat. Niet toevallig liet de Meesteres van alle zielen mij in antwoordbrief 259 schrijven:

"Met betrekking tot spirituele thema’s zijn zeer veel zielen bekrompen en eerder gesloten. Zeer velen die menen, echte christenen te zijn, vormen hun eigen opvattingen op dit gebied, en laten slechts een geringe speelruimte toe. Zeer veel van wat boven de gemiddelde kennis van de christelijke Leer uitstijgt, wordt door deze zielen niet in hun hart toegelaten. Opvattingen zoals bijvoorbeeld deze, welke in onze tijd door Maria als Meesteres van alle zielen door dit Apostolaat worden verkondigd, en als het toch zo prachtig, sluitend en kristalhelder systeem van de Wetenschap van het Goddelijk Leven aan de zielen wordt aangeboden voor de groei van hun Waar Geluk, worden door deze zielen doorgaans zonder meer afgewezen, en soms ronduit verketterd. Met discussies bereikt men bij dergelijke zielen nauwelijks iets. Precies om deze reden adviseerde de Meesteres mij vanaf het begin van deze prachtige verkondigingen dat ik mij bij aanvallen of ongeloof slechts bij uitzondering zelf mocht verdedigen, Zij Zelf zou steeds getuigenis afleggen over de echtheid van de verkondigde stellingen en onderrichtingen, en over de echtheid van Haar Myriam.

Maria noemt discussies over religieuze thema’s 'het laboratorium van de duivel'. Volgens de door Haar aan mij opgelegde regel is alles wat Zij door mij verkondigt, zaad uit Haar vlekkeloos Hart, en heeft elke ziel de keuze om dit zaad ofwel aan te nemen, ofwel niet. Zielen die trachten, mij bij één of andere discussie over deze Hemelse stellingen te betrekken, zijn (aldus de Moeder Gods) zielen die het Hemels zaad niet in een zuiver hart hebben opgenomen om het daar te laten rijpen, doch die hebben getracht, dit zaad met hun beperkt menselijk hart te analyseren. Maria stelt met klem dat de christelijke Waarheden niet volledig kunnen worden geanalyseerd, omdat zij steeds elementen van Goddelijke Mysteries in zich dragen.

Het geloof in datgene dat men (nog) niet met de geest kan begrijpen, is een kwestie van Liefde. Wanneer men ervan uitgaat dat de bron waaruit de kennis komt, niet echt is – dit wil zeggen: dat zij niet van Gods handtekening is voorzien, dat zij niet door Maria is geleid, enzovoort – staat het hart de aanvaarding reeds in de weg. Er zijn zielen die zelfs het Evangelie in vraag stellen, omdat zij het met de geest beschouwen, de onderlinge verbanden niet helemaal kunnen aanvoelen, en daarom beginnen twijfelen. Dit is nog méér het geval tegenover de toelichtingen van ons christelijk geloof, die later in de tijd na Christus in mystieke openbaringen aan de zielen zijn geschonken, en zelfs nog op dit ogenblik worden geschonken.

Hoe treffend zei reeds vroeger de Meesteres: "Voor hen die niet willen geloven, is geen verklaring mogelijk. Voor hen die wel geloven, is geen verklaring nodig". God spreekt in het hart, niet in de geest. Wanneer het om het geloof gaat, in het bijzonder waar het de mooiste aspecten van het geloof betreft, zoals bijvoorbeeld het Verlossingsmysterie en de vele (doorgaans mystieke) verduidelijkingen van de Meesteres van alle zielen over de geheimen van het Goddelijk Leven, levert discussiëren en argumenteren heel weinig op, want die kogels zullen nooit door het pantser van een onvoldoende geopend hart heen dringen".

Inderdaad, met het verstand behoort een ziel zich niet eens in de Wetenschap van het Goddelijk Leven te beginnen verdiepen. Mystieke Waarheden – die elementen van Gods Waarheid, die door Gods Genade rechtstreeks aan een ziel worden toevertrouwd – kunnen van nature uit doorgaans niet met de menselijke logica worden verklaard. God openbaart Zichzelf en Zijn Waarheid uitsluitend in het hart. De satan weet derhalve dat hij er alles aan moet doen om de mensenziel te verhinderen, het hart volkomen te openen, en verleidt haar er steeds opnieuw toe om alles door denken, analyseren en 'wetenschappelijke bewijsvoering' te willen onderzoeken en evalueren, en... te beoordelen. In antwoordbrief 318 liet de Moeder Gods mij indertijd schrijven:

"Louter met het verstand kan men diegenen die door de duivel worden geïnspireerd en die zijn plannen dienen, nooit overtuigen, want de duivel laat steeds nieuwe elementen in onze Werken ontdekken die zogenaamd 'verkeerd' zijn. Hemelse Werken zijn nooit verkeerd, maar zij zijn kwetsbaar, omdat zij (nog) niet of (nog) niet helemaal in het werelds denken passen. Elk element van kennis dat voor het eerst wordt geopenbaard, zal in eerste instantie worden afgewezen, en de bron waaruit het stamt, worden verketterd. Pas nadat door veel hartenpijn de genade van bekering van de bestrijders is afgekocht, wordt het aanvaard en de juistheid ervan herkend en erkend".

In het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven spreekt de Koningin des Hemels heel vaak in beelden. Eén van de beelden waarvan Zij Zich graag bedient, is dat van de Eeuwige Lente. In de onderrichting De Vruchten van de Eeuwige Lente liet de Moeder Gods de Eeuwige Lente definiëren als de gesteldheid waarin de ziel het ware Goddelijk Leven, de Ware Liefde, de volkomen innerlijke Vrede, de ware heiligheid in zich draagt. De Eeuwige Lente is in die zin de zielsgesteldheid die Maria via de verkondigingen in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven in elke ziel tot stand tracht te brengen. Deze verkondigingen zouden derhalve kunnen worden beschouwd als een weg naar deze onvergankelijke Lente. Deze weg staat symbool voor de bijzondere hoop die de Meesteres van alle zielen met de Wetenschap van het Goddelijk Leven brengt. Deze Eeuwige Lente wordt, figuurlijk gesproken, echter door de grillige voorjaarsstormen van de satan bedreigd.

De aanvallen tegen Myriam en bepaalde aspecten van de verkondiging van de Meesteres van alle zielen kunnen, zoals de Koningin des Hemels het enkele jaren geleden Zelf formuleerde, niet worden verklaard doordat de verkondiging onwaarheden zou bevatten – zij stamt tenslotte volledig uit een Hemelse Bron – doch geven uitdrukking aan de strijd tussen Licht en duisternis. et is de satan zelf die telkens weer bepaalde kringen en bepaalde zielen tegen deze verkondiging en tegen het kanaal via hetwelk zij volgens een Hemelse beslissing naar de zielen toe stroomt, tracht op te hitsen, omdat deze verkondiging hem veel kost. De Meesteres van alle zielen wijst er immers reeds jaren lang op, welke gevolgen op grote schaal de erkenning van Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen, en van alle stellingen van Haar Wetenschap van het Goddelijk Leven, zal hebben voor de satan, voor de werken der duisternis en voor de mensheid.

In antwoordbrief 259 mocht ik als volgt nader op deze problematiek ingaan:

"Er is nog een aanzienlijke kloof tussen een mariale ingesteldheid en de overgave aan Maria in Haar hoogste hoedanigheid als Meesteres van alle zielen. De redenen waarom Maria pas in deze tijd als de Meesteres van alle zielen wordt geopenbaard, worden verduidelijkt doorheen alle geschriften die de Koningin des Hemels aan Haar Myriam inspireert. De Waarheid van deze verkondiging wordt eveneens doorheen alle geschriften aangetoond. Het spreekt vanzelf dat de zielen dit nog nergens op schrift vinden, want wij bevinden ons nog in de verkondigingsfase van deze Waarheid.

Deze verkondigingen gaan veel verder dan om het even welke mariale verkondiging in de heilsgeschiedenis, omdat het kwaad nooit voorheen zo vindingrijk en zo listig was in de verspreiding van de onwaarheid, de ellende en de misleiding. De verkondigingen van de Meesteres van alle zielen zijn, zoals vroeger reeds werd vermeld, Gods antwoord op deze arglistigheden en manipulaties van het kwaad. Om deze reden zijn de Openbaringen en onderrichtingen in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven zo rijk aan details, zo diepgaand en zo opzienbarend: Zij luiden het tijdperk van de ontsluiering in, de tijd in dewelke de zielen de vele door de duivel opgewekte nevelen kunnen leren doorzien, en de volheid van de bedoelingen van het Goddelijk Heilsplan moeten leren herkennen.

Het is het lot van elke verkondiging die via mystieke weg naar de zielen komt, dat deze in de beginjaren onvermijdelijk op kritiek stuit. Dat is normaal, omdat de verkondiging via de mystieke weg automatisch volledig nieuwe opvattingen of volledig nieuwe wijzen van beschouwen bevat, die nog nergens opgetekend staan. De tegenwerkingen behoren trouwens tot de beproevingen die noodzakelijk zijn opdat deze aanvullingen van de spirituele kennis zouden worden aangenomen en werkzaam zouden kunnen worden. Wij mogen nooit vergeten: In deze nieuwe verkondigingen (de Meesteres van alle zielen en de Wetenschap van het Goddelijk Leven) gaat het om kennis die regelrecht de duisternis bestrijdt, en precies daarom zo hevig wordt aangevallen door het kwaad, dat alles op alles zet om de zielen tegen deze verkondigingen op te hitsen. De Meesteres heeft mij hiervoor reeds jaren geleden gewaarschuwd. Zij schonk mij echter tezelfdertijd deze grote belofte: De volheid van de Waarheid zal overwinnen.

Het typeert elke verkondiging via de mystieke weg, dat zij moeilijk aan te tonen is. Dit wil zeggen dat men jegens andere zielen moeilijk bewijzen kan voorleggen. De Bron van deze kennis is tenslotte de Hemel met Zijn vele Geheimen, die slechts voor de zielen toegankelijk worden gemaakt op het tijdstip dat God in Zijn onfeilbare Wijsheid als passend beschouwt. Om deze reden kan nu, bijna tweeduizend jaar na het Evangelie, nog steeds worden gesproken van een 'nieuwe' verkondiging respectievelijk van een nieuwe beschouwing en toelichting van een kennis, die in Gods Hart reeds altijd heeft bestaan. De verheffing van Maria tot Meesteres van alle zielen en de verkondiging van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, leefden reeds vele eeuwen geleden in Gods Hart. God is echter geduldig, en Hij heeft Zich dit geweldig wapen tegen de duisternis voor onze tijd voorbehouden.

Het feit dat deze nieuwe verkondiging nog niet kerkelijk kon worden erkend, zegt helemaal niets over het waarheidsgehalte van deze verkondiging, doch slechts over het feit dat het tijdstip van haar officiële erkenning door God voor een later tijdstip is vastgelegd. Voorlopig kan de Waarheid van het hele systeem slechts door de geschriften zelf in de harten van goede wil worden geschreven".

De strijd tussen Licht en duisternis vormt een kernpunt in deze verkondiging. De Eeuwige Lente is nu eenmaal 'eeuwig' omdat de volheid van de Waarheid met zekerheid het laatste woord zal hebben. Zo staat het in Gods Wet geschreven.

Hoe moeten de zielen dit begrijpen? Ik citeer uit antwoordbrief 315:

"De mensenzielen zijn van meet af aan voorwerp van strijd tussen God en de tegenstrever, tussen het Licht en de duisternis geweest. Deze strijd nadert nu zijn hoogtepunt. Dit kan niet over het hoofd worden gezien. Datgene wat 'van beneden' komt, wordt door velen gevolgd omdat het vaak de gemakkelijkste 'oplossingen' te bieden heeft. Datgene wat echter werkelijk van Boven komt, wordt vaak miskend, totaal verkeerd begrepen, totaal verkeerd uitgelegd en voorgesteld, gelasterd of onbeschaamd als bedrog afgedaan. Mystieke fenomenen worden daarbij niet als geschenken van de Hemel aangenomen, doch door het menselijk verstand wordt 'bewezen' hoe onmogelijk zij wel zijn. Het menselijk verstand wil de dingen beter weten dan God Zelf of dan de Koningin van de Hemel. Dat de Hemel op oneindig vele wijzen, waarvan de meeste nog niet door de mensenzielen zijn gekend, naar de zielen kan of wil komen, willen de kwaadwillige lasteraars daarbij zelfs niet in overweging nemen.

Zo verzamelt de duivel zijn gevolg op aarde: Hemelse Werken worden als ongeloofwaardig of bedrieglijk voorgesteld, en wie weet hoeveel zielen reeds snel deze Hemelse geschenken niet meer durven benutten, want 'dit zou wel eens een werk van de duivel kunnen zijn'. Paradoxaal maar waar: De duivel doet er alles aan om zielen van het geloof af te houden door hen 'voor de duivel' in Hemelse Werken te waarschuwen. Bijgevolg vluchten zij uit louter angst naar hem toe, omdat zij in deze stem van de 'waarschuwing' niet het sissen van de slang herkennen. Bepaalde zielen laten zich zelfs zo diep door de duivel naar omlaag trekken, dat zij zich tot doel stellen, ware Hemelse Werken systematisch aan te vallen en te trachten, deze volledig te vernietigen. Zo ver kan de slavernij van de ziel tegenover inspiraties 'van beneden' dus gaan. Ogenschijnlijk hebben zij de bedoeling, het christendom te willen zuiveren. In werkelijkheid echter, verzwaren zij de last die op de mensheid drukt en zijn zij ervoor verantwoordelijk dat de Goddelijke Barmhartigheid steeds méér genaden moet vrijmaken om de Schepping in evenwicht te houden.

De reden voor deze strategie ligt bij de zwakheden en ondeugden zoals jaloersheid, gebrek aan inzicht in het Ware Licht in een Hemels Werk, gebrek aan bereidheid om aan te nemen dat Gods wegen om Zijn Licht en Zijn Liefde te verspreiden, niet noodzakelijk deze van de mensen zijn. De reden voor deze strategie ligt echter niet in de laatste plaats in de vijandigheid tegenover Maria, die in méér zielen dan U zou denken, buitengewoon groot is. Zo worden Gods geschenken Hem in het Gelaat teruggeworpen.

Zo zien dus de trekken van de handtekening van de duivel er uit: Zij staan onder elk werk en elk woord dat Gods genadegeschenken ontkent, in het bijzonder deze:

  • die de waarheid over Maria als leugenachtig voorstellen;
  • die de moderne Misvieringen en de 'nieuwe' riten afschilderen als even genaderijk als de traditionele;
  • die God voorschrijven hoe de ware mystiek er zou moeten uitzien, opdat zij in overeenstemming zou zijn met de menselijke voorstelling".
Hoezeer de satan kan pogen om een Hemels Werk te verwoesten, werd duidelijk merkbaar toen het Apostolaat meldingen ontving vanwege Duitstalige zielen die tekstpassages hadden aangetroffen, die zij niet begrepen, en bij nazicht bleek dat deze passages inhoudelijk helemaal niet overeenstemden met het Nederlandstalig origineel. Het betrof hier dus klaarblijkelijk fouten die waren gemaakt bij het vertalen van teksten naar het Duits, waarbij de betekenis van de tekst in bepaalde zinnen zo zeer was ontwricht dat deze zinnen in de ogen van kwaadwillige zielen gemakkelijk zo konden worden uitgelegd, dat volkomen uitgesloten leek dat de tekst uit een Hemelse Bron stamde. Precies daarom worden sedert een tijd alle Duitse vertalingen herwerkt. Indien de oorspronkelijke vertalingen verder in die vorm verspreid zouden worden, zou dit de geloofwaardigheid van dit hele Werk vroeg of laat volkomen verwoesten, en vooral: zou dit de Plannen en Werken van de Hemel schade toebrengen. Dit is iets waar diegenen, die zich als tegenstanders van Mara Domina Animarum hebben opgeworpen, geen rekening mee houden: Hun strijd richt zich niet tegen mensenzielen, doch tegen God Zelf.

In diverse teksten liet de Koningin des Hemels Zelf mij bewijsmateriaal leveren voor het feit dat de door Haar geïnspireerde teksten daadwerkelijk uit een Hemelse Bron stammen. Als voorbeeld hiervoor moge de volgende passage uit antwoordbrief 493 dienen:

"Elk aspect van dit Apostolaat, zowel de inhoud van de verkondigingen alsook het tijdstip ervan EN de wegen via dewelke deze verkondigingen plaats hebben, worden uitsluitend bepaald door de Koningin des Hemels, omdat Zij ook daarmee een welomlijnd Plan voor ogen heeft. Over één van die adviezen moet ik duidelijk stellen dat mij formeel verboden is om deze weg op eigen initiatief te gaan zolang de Moeder Gods mij dit niet persoonlijk verordent, want indien ik deze weg zelf voortijdig mocht gaan, zou dit Haar Werken niet bevorderen. Wanneer de tijd daartoe gekomen is, zal Zij mij deze tonen doordat de weg dan klaarblijkelijk door Haar Zelf voldoende zal zijn voorbereid. Reeds in de beginfase van mijn roeping door Maria, zowat vijftien jaar geleden [deze brief stamt uit 2012], onderwierp de Koningin des Hemels mij aan een eed van zeer strikte gehoorzaamheid, die onder meer zijn uitwerking vindt in het feit dat ik Haar volkomen volgens Haar inzichten elke beslissing in het Apostolaat, in de verkondiging, kortom in verband met elke handeling en elk woord mijnerzijds laat treffen. Dit betekent:

  • Ik schrijf uitsluitend vanuit het hart, waar de Meesteres voor honderd procent heerst, spreekt en leeft. De Apostolaatswerken zijn bijgevolg geenszins producten van een denkend en plannend verstand;
  • Ik beslis niet, ik bid, offer en stel mij voor honderd procent ter beschikking van de Hemelse Koningin. Zij is het, die mij door inspiraties, visioenen, gesproken woorden en tekenen in het hart en in het lichaam leidt en mij stap voor stap Haar Plannen ontvouwt. Stap B komt pas nadat ik Haar in stap A een volkomen gehoorzaamheid heb bewezen, stap C pas nadat ik Haar in stap B een volkomen gehoorzaamheid heb bewezen, enz. Opdat dit systeem vlekkeloos zou werken, heb ik tijd nodig voor beschouwend gebed, alleen-zijn met de Meesteres in het hart, een onophoudelijk 'mijzelf-terugvinden' diep in mijzelf. Zo ontstaat deze wonderbare ketting:

Myriam luistert en gehoorzaamt, en doet afstand van eigen belangen
-> de Meesteres ontvouwt en zaait
-> Myriam bidt, offert en wijdt toe, en geeft zich voortdurend over
aan beschouwing, precies overeenkomstig Myriams vorming
-> het zaad begint te bloeien
-> nieuwe bloemen (geschriften) worden geboren.

In de mate waarin ik op deze ketting niet zelf ingrijp, brengt deze Hemels Licht voort. Indien ik persoonlijke beslissingen mocht laten gelden, voortijdig (d.w.z. niet op Maria’s tijd) schrijven of op enige andere wijze zonder uitdrukkelijke toestemming vanwege mijn Hemelse Meesteres tewerk zou gaan, zou Gods zegen er niet op liggen. God hoeft niet Myriam te volgen, Myriam moet in alles God volgen. Welke zin zou dit Apostolaat anders hebben? De ketting zou dan tot een werelds, respectievelijk menselijk werk worden. Het resultaat: De zielen zouden bedrogen worden, en Myriam zou niet langer haar ware roeping volgen.

  • Hoe weet ik dan of de tijd voor wat dan ook is gekomen? De Meesteres heeft zo Haar wegen om Haar Wil op onmiskenbare wijze kenbaar te maken. Het geheim ligt echter hierin, dat de ziel zich restloos van haar eigen belangen moet ontledigen, opdat haar de genade moge kunnen toekomen om dit Licht te onderscheiden van de schijnlichten der wereld. Om hierin te volharden, moet de ziel een voortdurende strijd leveren tegen de tirannie van haar eigen menselijke wil, wat meteen een onophoudelijke beproeving op de Liefde, het geloof en de hoop met zich meebrengt. In wereldse ogen mag dit hard lijken, niettemin is dit de enige zinvolle weg, daar wij toch allen slechts hier zijn om onze bijdrage tot de voltooiing van Gods Plannen te leveren".

Wanneer een verkondiging uit een Hemelse Bron stamt, waar komen dan de kritieken en laster vandaan?

Dit hoeft niemand te verbazen, wanneer wij bedenken dat zelfs Jezus Zelf, het Licht van de Eeuwige Waarheid, werd beschuldigd van godslastering, godvijandige verkondigingen en ketterij. Boze stemmen beweerden dat Hij een Werktuig van de duivel was en de grote vijand van het gevestigd geloof, omdat Hij de inzichten van het ware geloof zo oneindig kwam verdiepen, dat velen van mening waren dat Hij godslasterlijke woorden sprak. De Koningin des Hemels waarschuwde Haar Myriam er van meet af aan voor, dat dergelijke aanvallen met zekerheid zouden komen, Myriam zou zich echter nooit jegens mensenzielen hoeven te verantwoorden voor de vormgeving van de roeping noch voor de inhoud van de verkondiging in Haar dienst, doch uitsluitend jegens God, daar deze verkondiging voor honderd procent in gehoorzaamheid jegens de Koningin des Hemels dient te gebeuren. Deze regel ben ik al die jaren lang trouw gebleven, zo waar God Zelf mijn Getuige is.

Het toppunt van absurditeit wordt bij de critici van onze werken bereikt waar sommigen beweren dat deze werken, respectievelijk bepaalde passages erin, niet in overeenstemming zouden zijn met het ware christendom. Ik verwijs naar een weerlegging op deze stelling, die de Meesteres van alle zielen in antwoordbrief 452 liet verkondigen:

"Mij doet het onuitsprekelijk veel pijn wanneer zielen op basis van uitspraken die door Maria zijn geïnspireerd – ik kan dit niet voldoende beklemtonen – plotseling alle onderrichtingen vanwege het Apostolaat in twijfel beginnen te trekken omdat zij menen dat de betreffende uitspraken niet met het ware christendom verenigbaar zouden zijn en men derhalve de ziel die deze schrijft, niet als Hemels kanaal kan vertrouwen. Waarom menen zij dit? Doorgaans omdat zij ooit geloof hebben geschonken aan leugencampagnes (...). Dergelijke campagnes zijn nu eenmaal heel listig uitgeknobbeld. Ik ken de geliefde strategie van de satan om datgene wat hem gevaarlijk is, in de zielen te ontkrachten. Gelooft U mij, hij tracht precies dit te doen met ons Apostolaat. Helaas zijn er zielen die zich gewillig aan de satan lenen om dergelijke leugens en belasteringen 'geloofwaardig' voor te stellen en daardoor een Werk dat daadwerkelijk in de Hemel is ontstaan, een slechte naam te bezorgen. Maria zegt iets nooit 'zomaar', Zij staaft elk woord met een zuiver Hemelse argumentatie. Precies daarom is de Wetenschap van het Goddelijk Leven een zo prachtig sluitend systeem. Alleen... Wanneer een ziel deze woorden niet wil geloven, zou het zelfs niet helpen wanneer de Eeuwige Vader Zelf hen persoonlijk van Aangezicht tot aangezicht aan een ziel zou mededelen.

Ik hoop, lieve zus, dat ik U wat rust en geborgenheid heb kunnen brengen. Ik kan U slechts één ding plechtig beloven: U zult in het Myriam-Apostolaat geen enkele onwaarheid aantreffen. Indien de geschriften (om het even welke, hetzij onderrichtingen, hetzij antwoordbrieven, enz...) van dit Apostolaat ook slechts de geringste leugen zouden bevatten, zou ik geen dienares van de Hemelse Koningin zijn, doch van de duisternis. Dit zou meteen mijn verdoeming betekenen, want als geroepene van de Moeder Gods kan ik mij geen leugens veroorloven. Ik zou het overigens nooit in overeenstemming kunnen brengen met mijn Liefde tot God, tot Maria en tot de zielen, indien ik ook slechts de kleinste onwaarheid zou verspreiden".

Waar komen dan deze 'afwijkingen' vandaan, die soms in de stellingen van de Wetenschap van het Goddelijk Leven worden aangetroffen? De stellingen over dewelke nu en dan een ziel struikelt, zitten hoofdzakelijk op twee gebieden: Op het gebied van kerkelijke kwesties, en op het gebied waar het over de ware grootte van de Koningin des Hemels gaat. Betreft het hier ketterse uitspraken? Alles behalve. Ook daar betreft het Hemelse Waarheden. Met betrekking tot kerkelijke kwesties laat de Koningin des Hemels af en toe stellingen mededelen, die door sommige priesters worden tegengesproken. Dit komt niet doordat de Moeder Gods ketterse uitspraken zou doen, doch doordat Zij in alles Gods ideaalbeeld schildert, daar Zij in elk opzicht de volheid van de Waarheid wil onderrichten, die zoals bekend om de meest uiteenlopende redenen op zeer veel punten niet overeenstemt met datgene wat op aarde gebruikelijk is. Zo dadelijk ga ik daar verder op in.

Met betrekking tot de ware grootte van Maria kunnen de afwijkingen heel gemakkelijk worden verklaard door de vele toelichtingen die in de Myriam-geschriften aan ontelbare zielen staan vermeld. Laten wij daarbij voor ogen houden dat onder de zielen – zelfs onder dezen die zichzelf beschouwen als ware christenen, niet in de laatste plaats onder de priesters van Christus – verrassend veel Maria-vijandig denken sluimert. Deze zielen hebben het moeilijk met de stellingen uit dewelke de ware grootte van de Moeder Gods blijkt, en verwijzen dan naar de Bijbelse 'nederige Dienstmaagd' als 'bewijs' voor het feit deze stellingen niet juist kunnen zijn of zelfs neerkomen op ketterijen. In Gods ogen echter, is dit niet de ingesteldheid van een voorzichtige ziel die het christelijk erfgoed wil behoeden voor ketterijen, doch deze van een ziel die elke uitbreiding van de inzichten in Gods Mysteries als buitengewone geschenken van Liefde afwijst.

Precies zoals de Verlossingswerken van Jezus krachtdadig werden tegengewerkt doordat Zijn onderrichtingen door velen werden verketterd, worden ook de Verkondigingswerken over de Hemelse Koningin in Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen vanuit bepaalde kringen verbeten tegengewerkt, waarbij de betreffende zielen niet beseffen, respectievelijk niet voor waarheid willen aannemen, dat zij bezig zijn, een machtige Bespoediger van de bevrijding van deze wereld uit de ellende van alle duisternis – lees: van de verwezenlijking van Gods Heilsplan – af te remmen, respectievelijk zo onwerkzaam mogelijk te maken. Werken en werktuigen van Gods Licht worden verketterd en belasterd, en tegen hen wordt gewaarschuwd alsof zij de reinste duisternis zouden vertegenwoordigen. Een dergelijke ironie kan slechts de handtekening van de satan dragen.

Laten wij in verband met dit netelig thema van de zogenaamde 'afwijkingen' even de argumentatie beschouwen, die in antwoordbrief 291 mocht worden aangehaald:

"Lieve broeder, de Koningin des Hemels heeft dit Apostolaat als het 'Apostolaat van de ware hoop, de bemoediging, de Ware Liefde en de volheid van de Waarheid' gegrondvest. Zij heeft van God de opdracht ontvangen om Zich in deze Laatste Tijden in de hoogste van Haar hoedanigheden te verkondigen: deze als Meesteres van alle zielen. God heeft Maria deze hoedanigheid weliswaar vanaf het ontwerp van Haar onbevlekte ziel toebedeeld, en heeft deze bij Haar Kroning in de Hemel na Haar aardse leven formeel ten aanzien van het Hemels Hof bevestigd, maar laat dit pas nu bekend maken omdat de Goddelijke Wijsheid en de Voorzienigheid het zo hebben beschikt dat nu, met het oog op de voltooiing van de heilsgeschiedenis, het geschikt tijdstip daarvoor is aangebroken.

De verkondiging van Maria als Meesteres van alle zielen gaat gepaard met de verkondiging van de volheid van de Waarheid, die nu aan de zielen moet worden geleerd, vanzelfsprekend met inachtneming van de grenzen die de Goddelijke Gerechtigheid stelt: De kennis van de Wetenschap van het Goddelijk Leven mag niet meteen in haar volle omvang aan de zielen worden medegedeeld, omdat bepaalde kennis in de sfeer van de Goddelijke Mysteries gehuld moet blijven. De Wetenschap van het Goddelijk Leven moeten de zielen zich voorstellen als een Hemelse roos, die (net zoals al het Goddelijke) oneindig en onvergankelijk is. Dit betekent:

  • 'onvergankelijk': De verkondigingen blijven voor eeuwig geldig;
  • 'oneindig': Deze kennis wordt blaadje na blaadje vrijgegeven, waarbij men zich een roos moet voorstellen waarvan de blaadjes zich in eindeloos op elkaar volgende lagen ontvouwen, laag na laag, zodanig dat de ontvouwing tot in het oneindige verder kan gaan. Zolang wij op aarde leven, blijft een groot gedeelte van deze kennis voor ons verborgen.

Precies uit de aard van de verkondiging waartoe Maria Haar Myriam opdracht geeft, blijkt, dat nu en dan kennis wordt vrijgegeven, die ofwel volledig onbekend is, of niet langer bekend is, of waarmee geen rekening wordt gehouden, of die zelfs niet in overeenstemming is met bepaalde huidige gebruiken in de Kerk. In de loop van de tijd is in de Kerk op vele vlakken van Gods ideaal afgeweken. Er is een zeer groot verschil tussen de ideale voorstelling die God ten aanzien van het verloop van de dingen koestert, en de wijze waarop alles op aarde daadwerkelijk vorm krijgt. Om deze reden staat Myriam door de via Maria opgelegde opdrachten automatisch voortdurend bloot aan kritiek of onbegrip, aangezien de verkondigingen soms zelfs van de kerkrechtelijke of liturgische richtlijnen afwijken. De zielen mogen nooit uit het oog verliezen dat zij bij de verkondigingen die in het kader van dit Apostolaat aan hen worden doorgegeven, te maken hebben met mystieke kennis, d.w.z. met kenniselementen die rechtstreeks van God via het Hart van de Meesteres van alle zielen naar de zielen vloeien".

Als door de Koningin des Hemels gevormd klein werktuig is het voor mij buitengewoon pijnlijk, uitgerekend in dienst van de Moeder Gods, door mensenzielen die zichzelf als christenen beschouwen te worden bestempeld als 'in strijd met de Kerk', ketters of godslasterlijk. In antwoordbrief 59 mocht ik dit als volgt onder woorden brengen:

"Voor mij als ziel op de mystieke weg rijst steeds weer de moeilijkheid die Maria mij jaren geleden reeds heeft voorspeld: dat de mystiek onophoudelijk bron van vernieuwing van de opvattingen van de Kerk is, doch dat elk vernieuwend inzicht dat via de mystieke openbaring haar weg naar de harten moet zoeken, op grond van haar natuur zelf op één of andere wijze steeds in botsing kan komen met de gevestigde opvattingen. Als mysticus of mystica is men hierdoor ononderbroken blootgesteld aan onbegrip en verdachtmaking".

Een volgend teken van onvoorstelbare ironie in de kritieken ligt hierin, dat aan Myriam respectievelijk aan dit Werk een paar maal woordelijk is verweten dat zij door de duivel zijn geïnspireerd. De onzinnigheid van een dergelijke aantijging blijkt reeds uit de inhoud van de kernthema’s in de verkondiging van dit Apostolaat: De Wetenschap van het Goddelijk Leven beklemtoont heel uitgesproken onder andere de volgende punten:
  • Maria in de voltooide uitdrukking van Haar ware verhevenheid, heiligheid, volmaaktheid en macht, onder andere over de duisternis en de werken der duisternis;
  • de ware, onvoorwaardelijke, zuivere Liefde als drijvende Wet van alle Leven, en een veelzijdige, diepe doorgronding van de ware natuur van de Liefde als essentie van God en van het Goddelijk Leven;
  • het blootleggen, in alle Liefde, van de  strategieën van de satan;
  • diepe analyses van de wegen naar de heiligheid, van het inzicht in eigen zwakheden en ondeugden, en van de wegen tot overwinning van deze laatste;
  • de oneindige waarde van de aanvaarding en toewijding van beproevingen in plaats van God op grond van de beproevingen te vervloeken.

Een jarenlange zo diepe verkondiging van de 'Vrouw met de slang onder Haar voeten' in de absoluut volmaakte uitstraling van Haar macht, en van de Ware Liefde, de wegen naar de deugdzaamheid, een herhaaldelijke ontmaskering van de werkwijzen van de satan en van zijn gecamoufleerde werken van duisternis, onderrichtingen over de volkomen aanvaarding van de Goddelijke Wil, uitvoerige onderrichtingen over de heiliging, evenals de onophoudelijke boodschappen van hoop en bemoediging in de talrijke antwoordbrieven: Dit alles zou voortkomen uit de geest van de satan?

In verband met de aanvallen op de stellingen die betrekking hebben op de grootheid en de unieke aard van de Moeder Gods, waarvan vele elementen pas nu door God bekend worden gemaakt, verwijs ik graag bij wijze van voorbeeld naar de uiteenzetting in antwoordbrief 62. De aanvallen op de stellingen met betrekking tot de Mariale Mysteries en de totale toewijding aan Maria werden in de meest uiteenlopende vormen geuit. In de aangehaalde antwoordbrief wordt geantwoord op de opvatting als zou toewijding aan Maria 'occult' zijn:

"De opmerking vanwege deze ziel, dat Mariaverering occult zou zijn, is één van de meest onbeschaamde beledigingen aan God die een ziel ook maar zou kunnen bedenken. Wanneer Mariaverering occult (dit wil zeggen: duister) zou zijn, zou elke verering van God eveneens occult zijn, want er bestaat een mystieke eenheid tussen de Harten van Jezus en Maria, en een mystieke bruiloft tussen Maria en de Heilige Geest. Verder bieden alle onderrichtingen van de Meesteres van alle zielen een groot aantal bewijzen voor het feit dat de hoogste graad van Mariaverering niet alleen absoluut volkomen gerechtvaardigd is, doch zelfs deel uitmaakt van de Goddelijke Wet die aan Zijn hele Heilsplan voor de zielen richting geeft.

Ik moet er in elk geval nog met klem op wijzen dat het begrip voor de volheid van de Mariaverering begint met een oprechte Liefde voor Maria. Bij alle zielen die de hoogste graad van de Mariaverering zoals deze door de Meesteres van alle zielen nu wordt verkondigd, als ketterij afwijzen of die 'niet van de waarheid ervan overtuigd zijn', is er, wanneer men het wereldbeeld van deze zielen beschouwt, steeds sprake van een gebrek aan Ware Liefde voor Maria. Deze zielen begrijpen daarenboven helemaal niet hoezeer zij Jezus daardoor kwetsen. Sommige zielen bedienen zich van de stelling dat men met 'private openbaringen' zeer voorzichtig moet zijn en maar liever bij de Bijbel kan blijven. De tragedie van deze zielen bestaat echter hieruit, dat zij er zich niet van bewust zijn hoe zeer zij ermee bezig zijn, hierdoor de Liefde van God te verloochenen, die Zijn Kerk met steeds nieuwe inzichten vervolledigt. De mystiek is niet dood, zij is het geschenk van het Ware Leven voor de Kerk. Zielen die dit geschenk van God verketteren, of die andere zielen ervan weerhouden, erin te geloven, maken zich bovendien schuldig aan een oordeel, want zij schilderen zonder meer het werktuig van de verkondiging van Maria’s verhevenheid af als een leugenaar.

Aannemen dat de Mariaverering occult zou zijn, komt neer op godslastering. Daarenboven brengt deze opmerking een ongehoorzaamheid tegenover de Kerk tot uitdrukking, want de Kerk heeft in de Mariale Dogma’s de verhevenheid van Maria als geloofspunt vastgelegd. Elke ziel die weigert, aan Maria de Haar toekomende verering te brengen, of die een dergelijke verering zelfs verkettert, ontkent de weergaloze heiligheid van de Onbevlekte Ontvangenis, de Belichaming van de volmaakte zondeloosheid, de Spiegel van vele Goddelijke eigenschappen zoals deze in de Meesteres van alle zielen verzameld zijn. Dergelijke verketteringen van het ware Wezen van Maria en van de Mariaverering dragen de handtekening van de satan. Biedt U hen aan de gekruisigde Jezus aan, want zij brengen steeds meer duisternis, steeds meer schuld, steeds meer ellende over de mensheid. Houdt U zich met zekerheid vast aan de kennis en de inzichten die U worden aangeboden in De Dageraad van Gods Rijk op Aarde, want deze zijn gebaseerd op Gods Waarheid zoals Hij Zich verwaardigt, deze in deze Laatste Tijden te verkondigen".

De totale toewijding aan Maria als middelpunt van de verkondiging vanwege dit Apostolaat is trouwens vanuit diverse andere standpunten aangevallen geweest. Deze argumenten worden in verscheidene teksten op sluitende wijze weerlegd. De vele geschriften, onder andere de antwoordbrieven, in dewelke reeds uitvoerig over de totale toewijding aan Maria werd geschreven, tonen op ondubbelzinnige wijze de Waarheid en de Goddelijke Bron van deze levensinstelling aan.

Ooit werd dit Werk van de Meesteres van alle zielen een 'sektarisch karakter' verweten. Precies zoals bij elke andere aantijging blijkt uit dit begrip meteen dat critici van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, respectievelijk van dit Apostolaat, respectievelijk van Myriam, doorgaans:

  • ofwel de geschriften niet hebben gelezen, en hun opinie louter baseren op oppervlakkigheden, zoals bijvoorbeeld op een woord of een zin die niet past bij hun persoonlijke denkwijze respectievelijk bij hun persoonlijke levensvisie; ofwel
  • de geschriften niet in hun geheel hebben begrepen: De in deze geschriften aangeboden kennis is zo diep, en op grond van de mystieke oorsprong ervan zo 'ongewoon voor deze wereld', dat de echte waarde ervan niet te schatten is wanneer men niet elk element ervan vanuit het juiste perspectief heeft kunnen benaderen. In de Wetenschap van het Goddelijk Leven gaat het om een volkomen sluitend systeem, waarin elk detail naadloos met elk ander detail in verband staat. Precies dit bewijst de echtheid ervan; ofwel
  • de geschriften tegen de achtergrond van hun eigen levensbeschouwing niet kunnen en/of niet willen begrijpen. Zo is gebleken dat de meerderheid van de critici van dit Werk tot welbepaalde kringen behoren. Sommige daarvan wekken naar buiten toe de schijn van christelijk denken, doch zijn in werkelijkheid zeer vijandig gezind jegens diep-traditionele christelijke en Mariale spiritualiteit, en in het bijzonder jegens Mariaal-mystieke spiritualiteit.

Laten wij bij wijze van voorbeeld het betoog beschouwen, dat de Koningin des Hemels mij liet voorstellen in antwoordbrief 330:

"In Uw omgeving is er een ziel, die dit Apostolaat en zijn werken 'sekteachtig' vindt. Dat is heel merkwaardig, en in elk opzicht een dwaalgedachte. 'Sekteachtig' is bij het Myriam-van-Nazareth-Apostolaat [intussen definitief Maria Domina Animarum Werk genoemd] totaal niets, want elk woord dat door dit Apostolaat wordt geschreven, is van de Koningin des Hemels afkomstig. Hoe zou de Moeder van Christus ooit de Bezielster kunnen zijn van een werk dat de zielen van de Leer van de ene Waarheid van God wegleidt? Dit Apostolaat verdiept precies het inzicht in deze Waarheid, en tracht haar gelijktijdig op unieke wijze voor elke ziel toegankelijk te maken. Dat heeft de Meesteres van alle zielen Zich tot doel gesteld. Alleen is de gemiddelde christen van vandaag niet vertrouwd met de diepgang die door de Meesteres van alle zielen in deze tijd wordt onderwezen.

Het is Maria zeer pijnlijk wanneer zielen dit Apostolaat als sekteachtig bestempelen, omdat de ware boodschap van Myriams roeping slechts hieruit bestaat, zielen tot de wortels van het geloof terug te leiden, dus hen te bevrijden van elke verontreiniging van modernisme en werelds denken, en deze wortels aan te vullen door een aanzienlijke uitbreiding van de inzichten met betrekking tot de ware hoedanigheden van Maria en de Wetten van het Goddelijk Leven, omdat nu Gods Tijd is gekomen om de zielen dit als de door God bedoelde weg naar de heiliging aan te bieden.

'Sekteachtig' zou het misschien in de ogen van sommigen kunnen worden genoemd in dit ene opzicht: dat de meerderheid van de zielen zich (nog) niet kan (soms echter niet wil)  ontsluiten voor deze combinatie 'oertraditioneel + ultra-mariaal'. Dit Apostolaat dat – laten wij dit nooit vergeten – door Maria in het leven is geroepen en door Haar wordt bezield, vaart daardoor echter een koers, die van de gebruikelijke koersen afwijkt. Wanneer echter de gebruikelijke koersen niet de volheid van de genade opleveren, omdat zij het zijn, die van Gods verlangens zijn afgeweken, dan moeten wij het wel doen, zonder compromissen, want de zielen kunnen niet door halve waarheden worden geholpen. Lieve zus, U weet dat Maria dit Apostolaat op mystieke fundamenten heeft opgebouwd. Wie in het Hart van Maria wordt opgenomen, weet voor altijd wat God behaagt en wat niet, en waar de echte waarheid in haar volheid ligt. Na deze ervaring wordt men werkelijk misselijk bij het aanschouwen van elke afwijking, zoals zij in deze tijd door zovelen blind als 'Gods Waarheid zonder meer' wordt aangenomen.

Wat zou er dan sekteachtig kunnen zijn aan een Apostolaat dat uitsluitend datgene doorgeeft wat door God via de Koningin des Hemels wordt verkondigd, en waarschuwt voor alles wat de zuiverheid van de zielen bedreigt, namelijk voor elke wereldse bijmenging in ons geloof, dat hoeder van de volheid der Waarheid is? Opdat de kennis van Gods Waarheid tot deze volheid zou kunnen naderen, moeten kenniselementen worden aangeboden die tot op heden niet zijn vrijgegeven. Dit doet Gods Geest via de mystiek, stap voor stap. Waarom staan sommige zielen dan zo argwanend tegenover deze Goddelijke geschenken? De uitingen van Gods Liefde bestrijden, en deze als verdacht afschilderen, past niet bij de levenstaak van een christen".

Op zekere dag vestigde Maria mijn aandacht op het feit dat kritiek die totaal ongegrond is (omdat het bekritiseerde voor honderd procent de Waarheid vertegenwoordigt), de handtekening van de satan draagt: Slechts hij verwoest liever dan op te bouwen, en richt zijn verwoestingswerken tegen datgene wat wel uitgaat van het Licht, omdat dit zijn werken dwarsboomt. Een schande is dit voor de bekritiseerde ziel respectievelijk voor het bekritiseerd werk allerminst: Jezus Zelf was immers Zijn hele leven lang het Slachtoffer van dergelijke kritieken. Om deze reden beantwoordt de Moeder Gods in mijn hart elke kritiek met een troostende verwijzing naar de gelijkaardigheid met het lot waaraan in Israël de Messias door Zijn critici werd onderworpen.

Maria wees er overigens ooit op, dat zielen die kritiek uitoefenen op deze geschriften, of die deze verketteren, geen zielen zijn die men 'verliest', daar het zielen betreft die te oppervlakkig zijn om de via de mystieke weg overgedragen kennis te kunnen en/of te willen begrijpen. De Hemelse Koningin oordeelt met deze woorden geen ziel, doch wijst erop, dat bepaalde denkpatronen klaarblijkelijk de juiste openheid om door de wonderbare Wetenschap van het Goddelijk Leven diep in de ziel voor Gods geschenken van Liefde te worden ontsloten, in de weg staan.

De Meesteres van alle zielen wil dat Haar Maria Domina Animarum Apostolaat en alle zielen die zich graag met het Apostolaat verbinden, een spiegel van solidariteit, zelfverloochenende Liefde, onwankelbare hoop en waar geloof zouden zijn, helemaal volgens de atmosfeer die wij in de Handelingen der Apostelen terug kunnen vinden. Ook de apostelen in de beginfase van de jonge Kerk van Christus waren ten prooi aan een onophoudelijke strijd tegen het onbegrip. Dat is het lot van elk werk dat er door God toe geroepen is, grenzen te verleggen. Om de meest uiteenlopende redenen, die uiteindelijk allemaal in verband staan met de strijd van de duisternis tegen het Licht, verzetten bepaalde zielen zich graag en meteen tegen elke verbreding en verdieping van het gemiddeld inzicht inzake geloofskwesties. Men zou gaan denken dat de 'schuld' van dit Werk van de Moeder Gods in de ogen van sommigen hierin ligt, dat het 'te radicaal' waarschuwt tegen elke wereldse verontreiniging van de nalatenschap van Jezus, en te volhardend wijst naar de wegen voor een terugkeer naar de wortels van het geloof. Nochtans is de wortel bij uitstek van ons geloof Jezus Christus. Waar ligt dan de ketterij in een Hemels Werk, dat wegwijzers plant naar Jezus Christus, naar de Goddelijke Bron van alles, wat is? Ligt de 'ketterij' soms hierin, dat deze wegwijzers te vaak de naam 'Maria' dragen, omdat God Zelf het zo wil?

Graag verwijs ik in verband met de geschriften uit de Wetenschap van het Goddelijk Leven op deze plaats naar de volgende passage uit antwoordbrief 471:

"Wat hebben de Myriam-geschriften nu werkelijk te bieden? Lieve zus, met een lichte zogenaamde dichterlijke overdrijving zou ik kunnen antwoorden: Wat hebben zij dan niet te bieden? Deze geschriften worden (alle) stuk voor stuk door de Koningin des Hemels geïnspireerd. Het geheel ervan beoogt de samenstelling van de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Dit betekent concreet dat zij in deze tijd worden geïnspireerd met de bedoeling, de zielen de geheimen van de ziel en de geheimen van Gods Heilsplan te leren kennen, opdat zij zich volledig zouden kunnen ontplooien. Uiteindelijk liggen de zin en het belangrijkste doel van dit Apostolaat in de voorbereiding van de zielen op de grondvesting van Gods Rijk op aarde als absolute bekroning van het Nieuw Verbond. Deze geschriften brengen de zielen derhalve precies datgene wat de mensenziel reeds tijdens het leven hier op aarde tot het Waar en Eeuwig Geluk kan leiden. Kan dit geschenk ooit worden overtroffen?

De Myriam-geschriften bevatten derhalve Hemelse schatten, uitdrukkingen van Gods oneindige Liefde. Zij tonen de weg naar de diepgewortelde innerlijke Vrede van hart. De ware Vrede van hart is de deur naar het Ware Geluk, want slechts de ware innerlijke Vrede – de Vrede van Christus – ontsluit de ziel in haar diepste wezen voor een volkomen opname van de Goddelijke liefdesstroom. Het geheel van de geschriften lijkt op een reusachtig bloemenparadijs. Elke zin van elk geschrift kan met een bloem worden vergeleken. Leest men hem oppervlakkig, dan zal men hoogstens een gesloten bloemknop aantreffen, soms zelfs slechts een zaadje. Leest men de teksten grondig en beschouwend, dan zullen de geuren van geopende bloemen langzaam in het hart binnentreden en geleidelijk de ziel betoveren.

De Meesteres van alle zielen heeft ooit beloofd dat Zij in deze geschriften, die Zij op Gods Tijd in Haar Myriam tot rijping en tot bloei brengt, zodanige schatten heeft verborgen, dat diegenen die hen met het hart lezen, het parfum van de Koningin des Hemels Zelf in deze teksten zullen kunnen waarnemen. Dit is echter slechts aan de ziel voorbehouden in de mate waarin deze zich voor deze geuren openstelt. Onbegrip, ongeloof en negatieve gesteldheden tegenover deze geschriften vergrendelen de ziel en verhinderen haar, de Hemelse Tegenwoordigheid in de geschriften te herkennen. Ooit bediende de Meesteres Zich van dit beeld:

"Wanneer de zon in de kerker van de ziel begint binnen te stralen, blaast de duivel onmiddellijk zijn rook vόόr het innerlijk oog van de ziel opdat zij het licht niet zou zien. Op deze wijze tracht hij in alle zielen te verhinderen, dat zij de Hemelse oorsprong van deze geschriften herkennen. Telkens weer zullen zielen aan deze manipulaties geen weerstand kunnen bieden".

Overweegt U dit beeld eens. U zult onmiddellijk begrijpen, waarom het verzet van vele zielen tegen de in deze geschriften aangeboden stellingen niet aan een gebrek aan waarheid maar aan een list van de duivel is toe te schrijven.

De Myriam-geschriften bieden een hoge mate aan gerechtvaardigde hoop en bemoediging, omdat zij de zielen de waarheden over Gods oneindige en zo veelzijdige Liefde brengen. In de mate waarin U deze geschriften zult leren kennen, zal U dit duidelijk worden. Nooit heeft een ziel deze woorden van de Meesteres van alle zielen diep in zich opgenomen, zonder in de kern van haar spiritueel leven te worde geraakt. Zo legt Maria getuigenis af over Haar Tegenwoordigheid en Gods ware bedoelingen met de zielen: de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde, volmaakte Vrede en het Ware Geluk".

Aan Myriam respectievelijk aan dit Werk werd reeds verweten dat de verkondiging van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, respectievelijk van de Meesteres van alle zielen, esoterie zou zijn, of ketterij, of Mariale dweperij. Al deze aantijgingen zijn absurd, want in de Myriam-geschriften wordt precies met de grootst mogelijke klemtoon gewaarschuwd voor de esoterie als een gecamoufleerd werk der duisternis, en voor dweperij als onechte Liefde. Wat ketterij betreft, is het wel heel vermetel, de Moeder Gods van ketterijen te betichten, aangezien elk woord in deze teksten uitsluitend door Haar is en wordt geïnspireerd. Ik citeer uit het geschrift Geen nacht zonder Dageraad:

Wat is het Maria Domina Animarum Werk respectievelijk wat is de Wetenschap van het Goddelijk Leven NIET? Over het door dit Apostolaat verspreid Werk worden geregeld onzinnigheden in omloop gebracht. De Meesteres van alle zielen en de door Haar geïnspireerde Leer hebben helemaal niets te maken met het volgende:

  • Wij verspreiden geen esoterie. De Wetenschap van het Goddelijk Leven en de verkondiging van de Koningin des Hemels als Meesteres van alle zielen is geen esoterie, doch de vrucht van zuiver katholieke mystiek. De Meesteres Zelf laat integendeel op vele plaatsen in de geschriften elke uiting van esoterie scherp veroordelen en aan de kaak stellen als een val van de duisternis en een werk van verblinding. Doorheen alle geschriften worden alle werken van duisternis blootgelegd en strategieën ter bestrijding ervan uiteengezet. De door Myriam verspreide stellingen zijn gebaseerd op zuiver christelijke kennis, die op grond van Gods Genade door de Koningin des Hemels wordt verdiept;
  • Wij verspreiden geen ketterijen. De Meesteres van alle zielen laat op diverse plaatsen in de geschriften uiteenzetten dat dit Werk volkomen op de mystiek is gebaseerd, en derhalve heel veel verdiepingen, respectievelijk aanvullende perspectieven met betrekking tot het christelijk gedachtegoed aanbiedt. De mystiek wordt precies hierdoor gekenmerkt, dat zij ook verdiepingen, uitbreidingen en perspectieven biedt die op het tijdstip van hun verkondiging nog geen deel uitmaken van het algemeen gangbaar denken. Dit komt doordat Gods Geest in ieder tijdperk precies datgene laat verkondigen, wat in dat tijdperk bevorderlijk is voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan. Het betreft derhalve geen verspreiding van ketters gedachtegoed, doch kennis en denkperspectieven die pas nu als Hemels zaad aan de zielen worden vrijgegeven.

Voorwerp van onbegrip is vaak de wijze waarop Maria aan de zielen wordt voorgesteld, in Haar unieke verhevenheid en heerlijkheid als de Meesteres van alle zielen. Wij wijzen erop dat er vele heiligen zijn geweest, die Maria hebben beschreven in een verhevenheid die ver boven het Bijbels beeld van de Moeder van Christus uitstijgt. Het betreft daarbij alles behalve uitspraken die in tegenspraak zijn met de Bijbel, doch integendeel een Hemelse verkondiging die nu, in onze tijd, door God als absoluut onontbeerlijk en dringend wordt beschouwd.

  • Dit Werk doet niet aan Mariale dweperij. Dweperij is een schijnverheerlijking, die op ingebeelde Liefde is gebaseerd. Dit Werk verspreidt daarentegen onderrichtingen in de gouden weg naar de heiligheid. Deze weg is de weg van de volkomen navolging van Maria, en derhalve van de volkomen navolging van Christus, want Maria is de Spiegel van de volmaakte Liefde, de Belichaming van de volmaakte Verlossing en heiliging, en de Bruid van de Heilige Geest, en als volmaakt beeld en gelijkenis van God het Groot Teken van de door God gewilde versmelting met het Hart van Christus. Slechts Haar volheid van genade heeft Haar Goddelijk Moederschap mogelijk gemaakt. De dweperij loopt ten einde waar de beproevingen zich aandienen. De ziel die niet boven het niveau van de dweperij kan uitstijgen, aanvaardt de beproevingen van het leven niet van harte, omdat zij niet de daartoe vereiste onzelfzuchtige Liefde kan opbrengen. De door het Maria Domina Animarum Werk verspreide geschriften onderrichten precies dit: Ware Liefde, aanvaarding en toewijding van alle beproevingen als geschenken van God.
  • Het Maria Domina Animarum Werk is geen sekte, wel integendeel, het gaat in dit Apostolaat om een rechtstreeks door de Moeder van Christus in het leven geroepen Werk, dat precies de verdieping van het begrip van, en het inzicht in, de Leer van Christus beoogt. In antwoordbrief 330 mocht ik nader op dit thema ingaan.

Het Maria Domina Animarum Apostolaat is erop gericht, de volheid van Gods Waarheid te verspreiden, niets méér en niets minder. Elk woord in de geschriften wordt door de Meesteres van alle zielen geschonken, wat de verspreiding van duisternis meteen uitsluit. Om deze reden zegt de Koningin des Hemels Zelf, dat in elke opzettelijk verkeerde interpretatie ten aanzien van dit Apostolaat in werkelijkheid niet 'slechts' het Apostolaat respectievelijk Myriam wordt aangevallen, doch Zij Zelf, Maria. De leefregels aan dewelke de Meesteres van alle zielen Haar werktuig heeft onderworpen, waren van meet af aan het fundament waarop het hele Werk sedert 1997 is opgebouwd.

Ons Werk richt zich tot elke individuele ziel, omdat God elke individuele ziel wil laten deelhebben aan Zijn Rijk. Het is vanuit de volheid van Zijn Liefde dat God de zielen in deze goddeloze en duistere tijd dit onschatbaar geschenk bereidt. Het staat elke ziel vrij, dit geschenk niet te aanvaarden respectievelijk het als 'niet uit een Hemelse Bron afkomstig' te belasteren. Wij oordelen niemand. Elke ziel moet echter haar beslissing en het daaruit voortvloeiend gedrag jegens God Zelf verantwoorden. Slechts dit willen wij ter overweging meegeven: Een Werk van God is te groot en te verheven om te worden genegeerd, laat staan dat men het als leugenachtig zou afschilderen, en zeker indien men niet ten minste een representatieve doorsnede van de geschriften met het hart in zich heeft opgenomen.

De zonde heeft de nacht van alle ellende over de Schepping afgeroepen. God is Licht. In de Meesteres van alle zielen toont Hij de zielen de Dageraad, de Zonsopgang van de volledige wedergeboorte in de hele Schepping en in zichzelf. Het Maria Domina Animarum Apostolaat heeft als enige reden van bestaan, deze Dageraad en de wegen erheen te verkondigen. Derhalve verkondigt de Meesteres van alle zielen in dit Werk het tijdperk van de ware hoop, en geeft Zij dit gestalte".

Voor de echtheid van deze geschriften leverde de Meesteres van alle zielen in de loop van de voorbije jaren talloze bewijzen. De hindernis die in verband met het geloof in deze echtheid steeds zal blijven bestaan, is deze van de goede wil om de echtheid en Waarheid van de geschriften in te zien en te herkennen. Ik herinner eraan dat de Koningin des Hemels 'een ziel van goede wil' definieert als een ziel die haar vrije menselijke wil gebruikt in overeenstemming met Gods Wil.

Dat de kritieken op het Maria Domina Animarum Werk uitdrukking zijn van de eeuwige strijd van de duisternis tegen het Licht, kan wellicht nog het best worden aangetoond aan de hand van het feit dat niet slechts de inhoud van bepaalde passages in onderrichtingen, antwoordbrieven en Openbaringen zijn bekritiseerd, doch dat Myriam zelfs door lastertongen werd aangewreven dat haar tijd als werktuig van Maria voorbij zou zijn, doch dat zij dit zelf nog niet zou hebben herkend of erkend, respectievelijk dat zij dit niet wil geloven, want dat er 'bijna niets meer wordt geschreven'... Het is wel opmerkelijk dat zielen, die het niet onder stoelen of banken stoppen dat zij geen waarde hechten aan de door dit kanaal verspreide geschriften, desondanks kritiek uitoefenen op het ritme waarin nieuwe geschriften worden geboren, wanneer blijkt dat dit ritme om diverse redenen tijdelijk lijkt te vertragen, en dat deze zielen bovendien zo oppervlakkig zijn, dat zij de echtheid van een werktuig van de Hemel afmeten volgens de hoeveelheid tekst die dit werktuig binnen een bepaald tijdsbestek produceert (dit wil zeggen: naar buiten toe voor het publiek zichtbaar produceert!). Tenslotte kan niemand de Koningin des Hemels voorschrijven hoe en voor welke opdrachten Zij Haar Myriam als kanaal gebruikt, wanneer Zij dit doet, en wanneer en hoe vaak Haar Myriam voor geheel andere, volkomen verborgen taken wordt ingezet, en in voorkomend geval ook soms wat rust nodig heeft. Jegens Myriam werden verdachtmakingen in verband met een vermeende 'achteruitgang' zelfs hoofdzakelijk geuit in perioden waarin ik – in het verborgene – actiever was dan ooit. De verdachtmaking als zou bijna niets meer worden geschreven, is reeds louter in dit opzicht absurd, dat geen enkele ziel weet hoeveel projecten voor nieuwe geschriften in voorbereiding zijn, doch wegens de belasting van Myriam – op grond van de grote hoeveelheden antwoordbrieven, wegens de op vele plaatsen op deze website aangekondigde werken, doch voornamelijk wegens de vele verborgen opdrachten in de dienst van de Koningin des Hemels – reeds lange tijd dienden te worden uitgesteld.

Uiteindelijk gaat er het bij de zielen om, dat zij moeten kunnen geloven dat de Myriam-geschriften uit een Hemelse Bron afkomstig zijn. Dit te geloven, veronderstelt dat zij moeten geloven dat Myriam de Waarheid schrijft, respectievelijk daadwerkelijk door Maria, de Koningin des Hemels, tot al deze geschriften wordt geïnspireerd. Is niet dit het probleem, dan moet men ervan uitgaan dat de critici zelfs niet eens geloven dat de Moeder Gods de Waarheid spreekt. Precies daarom heb ik sedert de eerste dagen van mijn roeping heel vastberaden benadrukt dat ik met de Koningin de Hemels in volle zuiverheid een heilig verbond heb ondertekend, in hetwelk ik mij ertoe heb verbonden, mijn hele leven en mijn hele wezen restloos aan Maria over te leveren, en mijn hele leven en mijn hele wezen in dienst van Haar Werken te stellen. Dit verbond veronderstelt een leven in volkomen, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende toewijding aan Maria, krachtens dewelke ik door een reeks strikte regels en geloften jegens de Koningin des Hemels gebonden ben, onder andere een regel van de meest strikte gehoorzaamheid. Dit verbond brengt ook met zich mee, dat ik niet jegens mensen doch jegens Maria, en uitsluitend jegens Haar, – dit wil zeggen automatisch ook via Maria jegens God Zelf – verantwoording schuldig ben voor elk woord dat ik op schrift stel en laat verspreiden. Kan enige ziel in alle ernst geloven, dat ik mijn eigen zielenheil in het gedrang zou brengen door ook maar het geringste woord te schrijven dat niet van Maria Zelf afkomstig is?

Inderdaad, alles is een kwestie van geloof, vertrouwen... en Liefde. Ik ben in 1997 geroepen in het Vuur van een Liefde die deze wereld niet kent. Slechts de genade van een dergelijke Liefde kan een ziel in de mogelijkheid stellen om vol te houden in een Apostolaat dat ziel en lichaam voor honderd procent in beslag neemt. Zou een ziel een dergelijke Liefde, die zij in het Hart van de Koningin des Hemels Zelf heeft mogen ontdekken en jarenlang dag na dag in zich heeft mogen opdrinken, soms verloochenen door de wegen op te gaan van een fantasie die niets meer met Gods Waarheid te maken heeft? Wat zou dan de zin van een dergelijke roeping zijn, wanneer dat alles de eigen verdoeming met zich mee zou brengen? Ter wille van persoonlijke lof, indien dit mij dan al mocht interesseren, zou ik deze roeping, zo waar God mijn Getuige is, niet hoeven te volgen: Een mystieke roeping houdt men uitsluitend vol dank zij de Liefde tot God, tot Maria, tot Gods Werken en Zijn Heilsplan, en tot de zielen. Precies daar ligt de volgende steen des aanstoots voor de duisternis en haar gevolg.

Het meest betreurenswaardige aan kritieken was voor mij, vaak nog vanwege de vorm en formulering waarin deze doorgaans zijn gegoten, steeds om te beginnen het feit dat diegenen die de kritiek te berde brengen, klaarblijkelijk niets opbouwends te bieden hebben, doch uitsluitend beogen, te kwetsen en te verwoesten. Ik bid vurig voor deze zielen, want: 'Oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt'... temeer daar zij duidelijk niet beseffen wie zij in werkelijkheid bekritiseren: de Moeder Gods.

Tot besluit zou ik graag de volgende veelzeggende woorden van de Hemelse Koningin in Haar Openbaring van 2 augustus 2007 aan Myriam, even aanhalen:

"Vanaf het uur van je geboorte heb Ik nooit opgehouden, Mijn zaad in jou uit te strooien, want Ik heb je tot Mijn dienst bestemd. Tien jaar geleden heb Ik Mij in de volheid van Mijn wezen in jou uitgestort en heb Ik Mijn wereld in al zijn schoonheid voor jou ontvouwd.

In alle geschriften die Ik in je hart heb gezaaid, heb Ik Gods Waarheid ontsloten, de Wet van Gods Rijk, zoveel Mysteries die nooit eerder aan mensenzielen kenbaar zijn gemaakt. Deze zaden bezitten een kiemkracht die niet van deze wereld is. Daarom zijn zij een aanstoot voor de krachten der duisternis.

Om deze reden ondervind je een hevige tegenwind. De genaden van heiliging en Verlossing die van Mijn zaad uitgaan, zijn zo onschatbaar dat zij de toorn van de draak in ongeziene mate hebben gewekt. Omdat Mijn Hemels zaad, dat vanuit jouw hart aan de zielentuinen wordt toevertrouwd, zo uniek is, en dus nooit verloren mag gaan, drijf Ik jou tot de grens van je vermogens om voor alle zielen die met de geschriften en Openbaringen in aanraking worden gebracht, de genaden van inzicht, standvastigheid, doorzetting en zelfoverwinning te bekomen (...) opdat in steeds méér zielen het besef wortel moge schieten dat deze woorden eenmalig zijn in de geschiedenis van het Heil. Op hen zijn de woorden van Jezus van toepassing: Vele profeten hebben verlangd, deze dingen te horen en te zien, maar zij hebben ze niet gehoord en niet gezien.

Voor de zielen is nu een uniek tijdperk in de geschiedenis van het Heil ontsloten, want de geschriften en Openbaringen die Ik je inspireer, bevatten nooit eerder bekendgemaakte Waarheden die beogen, de volheid van de Waarheid over Mij, Meesteres van alle zielen bij Goddelijke Volmacht, te openbaren. Hierdoor heeft de Allerhoogste de laatste fase van de ontsluiting van Gods Rijk voor de zielen ingeluid. (...)".

Tot slot verwijs ik in het kader van deze rubriek graag nog naar de volgende teksten:

  • de rubriek Toewijding en Jezus in het menupunt Mariatoewijding
  • Brief 499. Wordt het Myriam-Apostolaat werkelijk voor honderd procent door de Koningin des Hemels geïnspireerd?
  • Brief 502. Over de diepe zin van het Novembergebedsplan – Over de kruisen en de woestijn van het leven en de diepe zin van de Vastentijd
  • Brief 37. Over de weg naar Jezus door Maria – totale toewijding aan Maria is geen verwaarlozing van Jezus!