TOTUS TUUS, MARIA !

ZEVEN ZADEN VOOR HET RIJK GODS

Speciale Gebeden tot Maria met beschouwingsmateriaal
tot belijdenis van mijn christen-zijn

aan Myriam van Nazareth

Op Allerheiligen 2017 sprak de Meesteres van alle zielen de volgende woorden tot Myriam:

"Het ware christen-zijn wordt in wezen gekenmerkt door de volgende zeven betrachtingen: De christen kiest resoluut voor een diepe beleving van Liefde, geloof, hoop, zuiverheid en berouw en voor een strikte navolging van Christus tot en met het kruis, en offert – in de zin van de woorden van de H. apostel Paulus – zijn leven resoluut op tot aanvulling van het Offer van Christus, dit wil zeggen tot voortzetting van dit Offer van Verlossing.

Door een resolute en volhardende keuze voor deze zeven betrachtingen, en een beleving ervan in alle details en op elk ogenblik van het leven, verwezenlijkt de christen de vruchtbaarheid die nodig is voor de verwezenlijking van zijn roeping als werktuig voor de voltooiing van Gods Plan van Heil voor de hele Schepping, dat moet uitmonden in de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

Ik wil je daarom zeven gebeden inspireren, die de zielen kunnen helpen om deze zeven betrachtingen met volharding te verwezenlijken. Via het geheel van deze zeven gebeden kan de ziel op een buitengewone wijze haar christen-zijn belijden".

Kort na deze Openbaring begon de Hemelse Koningin de inspiratie van zeven buitengewoon krachtige gebeden (opgenomen in de gebedenverzameling Maria's Bloementuin onder de volgnummers 1401 tot en met 1407), die niet slechts zijn bedoeld als gebeden doch evenzeer als materiaal voor zeer diepe beschouwing en zelfonderzoek.

De Meesteres van alle zielen gaf Myriam de opdracht, het geheel bekend te maken in de vorm van een oproep die Zij met de grootste aandrang wil richten aan alle christenen. Het geheel van de zeven gebeden in dit bundeltje vormt samen een alomvattende belijdenis van christen-zijn die, in de mate waarin de ziel deze in haar dagelijks leven strikt tracht te verwezenlijken, deze ziel kan helpen omvormen tot een buitengewoon Licht in de strijd tegen de duisternis, een strijd die het centraal thema van de roeping van elke mensenziel vormt. Elke mensenziel krijgt inderdaad één leven op aarde met als levenstaak, een vruchtbaar werktuig te zijn voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan voor de hele Schepping.

De Koningin des Hemels maakte Myriam tijdens de totstandkoming van deze speciale gebeden duidelijk dat een strikte beleving van het christen-zijn niets minder is dan het wapen bij uitstek voor de instandhouding van de wereldvrede en de grondvesting van een nieuw evenwicht in de zo zwaar verstoorde Schepping. Waar christen-zijn is op zich een belichaming van de Ware Liefde, een rotsvast geloof, een onwankelbare hoop, een vlekkeloze zuiverheid, kortom: de verwezenlijking van Gods ideaalbeeld met betrekking tot elke geschapen ziel, die door de kiem van heiligheid die zij bezit, tevens het vermogen bezit om spiegel van Gods Hart te zijn, en daardoor immense krachten van genezende, herstellende Liefde en Licht onder de schepselen kan uitwerken. De ziel moet hiertoe louter dit heilig vermogen uit eigen vrije wil ontsluiten.

Waarom inspireert de Meesteres van alle zielen voor deze oproep de titel Zeven Zaden voor het Rijk Gods?

De christen moet doorheen alle details van zijn/haar dagelijks leven zeven zaden bereiden die in staat zijn om bij te dragen tot de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

Deze zeven zaden heten:

1. strikte navolging van Christus
2. Offerande van het hele leven aan Christus
3. beleving van de Ware Liefde
4. beleving van Waar Geloof
5. betrachting van de hoogste zuiverheid
6. beleving van Ware Hoop
7. gesteldheid van oprecht berouw over elke overtreding tegen Gods Wet

De zeven gebeden in deze speciale verzameling zijn door de Moeder Gods geïnspireerd als belijdenissen die in het hart van elke individuele christen wortel moeten schieten en samen het hele levensprogram van de christen tot uitdrukking brengen. De mate waarin de christen deze zeven belijdenissen daadwerkelijk diep en oprecht in toepassing brengt, bepaalt de kiemkracht van de zeven zaden die hij/zij in het uur van zijn/haar levensoordeel via Maria aan God zal kunnen overhandigen als persoonlijke bijdrage tot de grondvesting van het Rijk Gods op aarde.

Al deze belijdenissen worden via Maria tot God gericht omdat de Moeder Gods de Gouden Brug tussen de zielen en God is, en Zij op grond van Haar eeuwigdurende volmaakt vlekkeloze Liefde is bekleed met de macht om elke offerande vanwege een mensenziel aan te vullen, te vervolmaken en de uitwerkingen ervan binnen Gods Heilsplan waarlijk te helpen ontsluiten.

Een oprechte verwezenlijking of vormgeving van christen-zijn staat gelijk met het gevolg geven aan de oproep van Jezus, dat elke ziel een Licht behoort te zijn voor haar hele leefwereld.

Myriam, Advents- en Kersttijd 2017

INHOUD

Deze oproep is samengesteld uit zeven bijzondere gebeden in een omkadering van korte onderrichtingen:

1. Navolging van Christus

Gebed 1401. Belijdenis van navolging van Christus via Maria

2. Offerande van mijn hele leven aan Christus

Gebed 1402. Offerande van mijn leven aan Christus via Maria

3. Ware Liefde

Gebed 1403. Belijdenis van Liefde via Maria

4. Waar Geloof

Gebed 1404. Belijdenis van Geloof via Maria

5. Ware Zuiverheid

Gebed 1405. Belijdenis van verlangen naar zuiverheid via Maria

6. Ware Hoop

Gebed 1406. Belijdenis van Hoop via Maria

7. Waar Berouw

Gebed 1407. Belijdenis van Berouw via Maria

Slotoverwegingen

De Zeven Zaden voor het Rijk Gods

1. Navolging van Christus

Het is waarlijk tragisch hoeveel zielen zichzelf als christenen beschouwen, doch in waarheid zeer veelvuldig Gods Wetten van de Ware Liefde, alle deugden en alle door Jezus voorgeleefde levensprincipes overtreden, in hun hele doen en laten doch minstens evenzeer in hun diepe, verborgen innerlijke gesteldheden. Deze zielen misleiden en verblinden constant zichzelf en hun medemens. Voor God zijn zij weinig of totaal niet vruchtbaar, en velen van hen kunnen door het voorbeeld van hun dagelijks leven niet-christenen er niet toe aansporen om zelf eveneens christen te worden. Om een niet-christen te motiveren om zelf Christus te beginnen navolgen, moet U eventueel door woorden maar in de eerste plaats door het concreet voorbeeld van Uw eigen leven en Uw eigen innerlijke gesteldheden deze niet-christen overtuigen van de waarde van het christen-zijn: Het moet voor deze laatstgenoemde de moeite waard – aantrekkelijk – lijken om te worden zoals U. Hij moet in U een mens zien die waarlijk overtuigd is van de immense waarde van het christen-zijn, en een mens die vanuit het hart 'iets' uitstraalt dat hem laat voelen dat God zeer nabij is en dat Ware Liefde geen illusie is doch in een christen werkelijk leeft.

Een ziel kan zichzelf slechts christen noemen in de mate waarin zij Jezus Christus navolgt in alle details van het leven. Jezus staat voor volkomen toepassing van Gods Wet van de ware zelfverloochenende Liefde, die op haar beurt slechts kan worden beleefd in de mate waarin de ziel zichzelf minder belangrijk acht dan Gods Plannen en Werken. Slechts in een gesteldheid van eenvoud, nederigheid en volledige oriëntering op de verwezenlijking van Gods Heilsplan kan een mensenziel waarlijk werktuig zijn dat door Gods hand kan worden ingezet in elke situatie, in elke ontmoeting met medeschepselen en op elk ogenblik waarop God dit werktuig kan gebruiken om Zijn Plan tot voltooiing te helpen brengen.

Eén van de meest essentiële kenmerken die een mensenziel tot ware christen maakt, is haar bereidheid om van harte, bewust, gewild en spontaan elke beproeving, elk kruis van het leven aan te nemen in een gesteldheid van oprecht verlangen om het in eenheid met de lijdende Christus aan God aan te bieden als grondstof voor de bereiding van Licht dat ergens ter wereld een werk van duisternis kan helpen verlammen of de uitwerkingen ervan teniet kan helpen doen.

De Meesteres van alle zielen sprak reeds bij herhaling over de ware navolging van Christus. Zo bijvoorbeeld in deze Openbaring:

"Ik roep elke ziel met klem op tot de ware navolging van Christus door bron te worden van Ware Liefde, Geluk en geborgenheid voor al haar medeschepselen – mensen en dieren. Vergeet nooit dat God, de Eeuwige Liefde, alles wat de ziel jegens haar medeschepselen doet, aanvoelt alsof het rechtstreeks jegens Hem werd gedaan".

In een andere Openbaring zei Zij:

"De Goddelijke sleutel tot het Ware Geluk is de totale navolging van Christus. Deze sleutel moet dagelijks bijgeslepen worden, want de invloeden uit de wereld maken hem bot. Het Hemels mes daartoe is de totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen".

Zeer diepgaand sprak de Hemelse Koningin in een andere Openbaring als volgt:

"Het is een uniek kenmerk van Gods Liefde dat Hij, de absoluut Volmaakte die uit Zichzelf bestaat en geen begin noch einde kent, Zijn Werken slechts als voltooid beschouwt in de mate waarin deze door de wil van mensenzielen worden bekrachtigd. Zo heeft Hij het aangetoond in de Verlossingswerken van de Christus, die Mens moest worden om vanuit de eenheid van Goddelijke en menselijke natuur de Verlossing te voltrekken, en zo toont Hij het eveneens aan in elk mensenleven, dat in Gods ogen slechts zijn volle vruchtbaarheid bereikt in de mate waarin de ziel Christus navolgt door de kruisen van haar leven op aarde vrijwillig en protestloos te aanvaarden en met Liefde te dragen".

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van de ware navolging van Jezus Christus schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1401. BELIJDENIS VAN NAVOLGING VAN CHRISTUS VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Moeder van Jezus en Hulp der christenen,
God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden opdat elke ziel die Gods Wet oprecht zou liefhebben en door haar hele leven op aarde Zijn Wet van de Ware Liefde zou vervullen, Eeuwig Leven zou hebben en op kracht van haar Verlossing een werktuig zou worden voor de grondvesting van Gods Rijk van Liefde en Vrede op aarde.
Door Zijn Lijden, Zijn Kruisdood en Zijn Verrijzenis heeft Jezus ook voor mij de bron ontsloten, waaruit ik een leven lang kan putten om elke bekoring te overwinnen en steeds méér een spiegel van de Eeuwige Liefde te zijn.
Ter verheerlijking van Zijn Werken van Verlossing en Liefde belijd ik mijn voornemen, in al mijn doen en laten en in al mijn innerlijke gesteldheden de Christus na te volgen. Wil daarom de volgende woorden van de Messias voorgoed in mijn hart branden als het programma voor mijn leven, opdat ik mijn leven moge leiden vanuit Zijn Hart.

  1. "Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God komt". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, niet het stoffelijke tot middelpunt van mijn leven te maken, doch mijn hart helemaal te openen voor Gods leiding en Voorzienigheid, opdat ik kan leven voor de vervulling van Zijn Werken.

  2. "De Heer uw God zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, niet slaaf van de duisternis te zijn door in te gaan op wereldse bekoringen, doch mij in alles ten dienste te stellen van de Werken van Licht en Liefde die God ook door mij wil vervullen.

  3. "Gij zult de Heer Uw God niet op de proef stellen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, mij geen vragen te stellen over Gods werkingen, doch er blind op te vertrouwen dat God in elke gebeurtenis van mijn leven een sleutel tot de voltooiing van mijn ware levensdoel verbergt, waarmee Hij mijn Eeuwige Gelukzaligheid beoogt.

  4. "Als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk Gods zeker niet binnengaan". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, mijn hart door onschuldige, spontane Liefde te zuiveren van elke besmetting door werelds denken en voelen.

  5. "Ga, en zondig voortaan niet meer". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, voortaan elke zonde en elke ondeugd te vermijden, want ik wil niet langer de duisternis helpen om schade toe te brengen aan Gods Schepping en het Licht van Gods Werken te doven.

  6. "Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, veeleer datgene na te streven wat mijn leven vruchtbaar maakt voor God dan datgene wat mijn eigen wereldse verlangens zou bevredigen, want dit leven is slechts een voorbereiding die het Ware Leven na mijn heengaan bepaalt.

  7. "Oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, nooit rechter te zijn over enig medeschepsel, want elk leven is slechts een zaak tussen het schepsel zelf en God, en mijn rol bestaat slechts hierin, Licht, warmte en Ware Vrede in dat leven te helpen brengen.

  8. "Wees waakzaam, want gij kent dag noch uur". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, elk ogenblik van elke dag en nacht zo te leven, dat ik klaar ben om in ware zuiverheid en met een rijke oogst aan vruchten van Liefde mijn Schepper te ontmoeten voor het oordeel over mijn leven.

  9. "Beoefen uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, Licht, Vrede, Liefde en warmte over de Schepping te helpen brengen zonder de bedoeling dat mijn medemens mij als weldoener zou herkennen.

  10. "Zelfs als zij dodelijk vergif drinken, zal het hen geen kwaad doen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, het Goddelijk Leven van Liefde en geloof in mijn hele wezen zo sterk te helpen maken dat het vergif van wereldse invloeden mijn ziel niet van haar zuiverheid en haar kracht voor Gods Werken kan beroven.

  11. "Laat de doden hun doden begraven". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, mij los te maken uit de macht van wereldse doelstellingen, belangen en drijfveren, opdat al mijn doen en laten waarlijk Leven in de Schepping moge helpen brengen.

  12. "Ga weg, satan, terug! want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, mij in alles te laten leiden door Gods bedoelingen, en de situaties van mijn leven niet te beoordelen zoals de wereld deze beschouwt.

  13. "Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, menselijke wijsheid en kennis niet tot richtlijn van mijn leven te laten worden, doch in alles de Wijsheid van God Zelf te zoeken en Zijn Wet te volgen als een volle maan in de nacht.

  14. "Wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, geen enkel duister gevoel of verlangen in mijn hart te laten woekeren, want een onzuiver hart is de bron van alle zonde en bederf in de ziel.

  15. "Mij haat de wereld, omdat Ik van haar getuig dat haar werken slecht zijn". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, steeds te streven naar de moed en de zelfverloochening om slechts te leven volgens Gods Wet, ook wanneer de wereld dit niet begrijpt of mij daarom veracht.

  16. "Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat gij rijke vruchten draagt". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, God niet slechts te verheerlijken met woorden, doch met een waarlijk heilig leven, want elk woord dat ik God aanbied doch niet naleef, is de overtreding van een verbond dat ik in woorden met Hem heb gesloten.

  17. "Geen groter Liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, zo volmaakt te worden in de zelfverloochening dat mijn hele leven moge worden tot een schat waaruit zielen het verlangen kunnen putten om zich af te wenden van hun zelfzucht.

  18. "Gaat iemand 's nachts, dan stoot hij zich, omdat het licht niet in hem is". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, geen duistere gesteldheden vast te houden, die aanleiding geven tot overtredingen van Gods Wet en de macht van de duisternis over deze wereld vergroten.

  19. "Nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, de moeilijkheden van mijn leven bewust op te dragen voor de overwinning op mijn eigen innerlijke duisternis en op alle duisternis die de wereld in mij tracht binnen te brengen.

  20. "Lazarus, kom naar buiten". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, het graf te verlaten dat ik door wereldse gehechtheden, gewoonten, herinneringen en werelds denken voor mijzelf heb bereid, en naar het zonlicht van het Ware Leven met God te gaan.

  21. "Ween niet over Mij, maar over Uzelf en Uw kinderen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, mij steeds méér bewust te worden van het feit dat ook mijn eigen innerlijke duisternis bijdraagt tot de ellende waaraan de wereld en mijn medeschepselen ten prooi zijn.

  22. "Wie Mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, de kruisen van mijn leven vruchtbaar te maken door hen via Uw handen aan God op te dragen, opdat zij mogen bijdragen tot de bevrijding van de wereld uit de greep van het kwaad, want elke ziel is geroepen om medeverlosseres met Jezus te zijn.

  23. "Vrede zij met U". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, de ware innerlijke Vrede te vinden door het vast geloof dat alles in mijn leven een diepe zin heeft, die Gods Heilsplan zal helpen vervullen in de mate waarin ik aanvaard dat God mij voor mijn eigen welzijn niet alles kan geven dat ik verlang.

  24. "Ging het dan uw krachten te boven, één uur met Mij te waken?". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, nauwgezet te waken over de zuiverheid van mijn ziel en de vruchtbaarheid van al mijn gesteldheden en mijn hele doen en laten voor God, opdat ik niet moge inslapen voor de dreigingen der vele bekoringen en misleidingen.

  25. "Heb elkaar lief zoals Ik U heb liefgehad". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, al mijn medeschepselen tot het uiterste lief te hebben, opdat de handtekening die de Christus op mijn ziel heeft gedrukt, uit mij moge stralen als een zon die zielentuinen tot bloei helpt komen.

  26. "Niet mijn wil geschiede, maar de Uwe". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, mijn eigen verlangens volledig ondergeschikt te maken aan Gods Wil, die de Bron is van alle Leven, Verlossing, heiliging, genezing, Liefde en Vrede.

  27. "Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, door vergevingsgezindheid en zin voor verzoening alle kwaadwilligheid in mijn medemens te helpen breken en hem tot bekering te helpen brengen.

  28. "Vandaag nog zult gij met Mij in het Paradijs zijn". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, door diepe rouwmoedigheid over elke liefdeloosheid en elke fout van mijn leven Gods Liefde te verheerlijken, Wiens Barmhartigheid mij slechts het Paradijs kan ontsluiten volgens de mate van mijn oprecht inzicht en mijn oprechte Liefde.

  29. "Vrouw, ziedaar Uw zoon. Zoon, ziedaar uw Moeder". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, Jezus' Nalatenschap ten volle te eren door mij totaal aan U toe te wijden en dit heilig verbond waarlijk te beleven in elk detail van mijn leven.

  30. "Ik heb dorst". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, zo te leven dat mijn voorbeeld en mijn Liefde mogen zijn zoals water dat het vuur van bekoringen in medezielen blust, opdat zij waarlijk dorst mogen krijgen naar een leven in Ware Liefde tot God en tot alle schepselen.

  31. "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, uitboeting te brengen voor elk moment waarin ik in een medeschepsel het gevoel heb gewekt of versterkt, dat God niet bestaat, of ik in een medeschepsel het gevoel heb vergroot dat het eenzaam, verlaten en niet geliefd was.

  32. "Het is volbracht". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, zo te leven dat ik op Gods Tijd kan heengaan met het gevoel dat ik alles waartoe ik dit leven had gekregen, zo goed mogelijk en met de grootst mogelijke Liefde heb volbracht.

  33. "Vader, in Uw Handen beveel Ik Mijn Geest". In overgave aan U belijd ik mijn voornemen, nu, op dit ogenblik, mijn hele levensweg in verleden, heden en toekomst via Uw Hart aan God te geven, opdat de waarde ervan volledig ontsloten en door U bevrucht moge worden, en God erover moge beschikken voor Zijn Werken, want van Hem ben ik uitgegaan, en in Zijn Hart ligt mijn eindbestemming.

O Maria, Gids op mijn aardse reis, aan U geef ik mij nu totaal, opdat ik in U restloos met de Weg, de Waarheid en het Leven, de uit U geboren Christus, moge versmelten. Voor deze genade wil ik leven en sterven, in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

2. Offerande van mijn hele leven aan Christus

De Meesteres van alle zielen grondvest Haar volledige leer (de Wetenschap van het Goddelijk Leven) op het heilig verbond van totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding aan Maria. Zij maakt er geen geheim van, dat deze toewijding als uiteindelijk doel heeft, dat de ziel die haar spontaan, van harte, bewust, gewild en in alle situaties van het leven daadwerkelijk beleeft in al haar doen en laten, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen, waarlijk helemaal God toebehoort en derhalve in alle denkbare opzichten bruikbaar is als werktuig voor de verwezenlijking van het Goddelijk Heilsplan.

Toewijding is een heilig verbond waarbij de ziel zich vrijwillig bereid verklaart om elk detail, elk aspect van haar leven en elk element van haar wezen volledig ten dienste te stellen van Gods Werken. God kan met elk element van Uw dagelijks leven en met de wijze waarop U op elk moment van elke dag en nacht met al die elementen omgaat, veel méér doen dan U vermoedt. Elk element van Uw innerlijk leven en van Uw omgang met de ontelbare situaties die samen Uw leven vormen, kan drager zijn van Licht en/of duisternis, afhankelijk van wat bij dit alles in Uw gevoelens en gedachten omgaat en van de wijze waarop U Uw vrije wil gebruikt om op elke situatie van het leven te reageren.

De Meesteres van alle zielen onderricht sedert vele jaren over de immense waarde van de offerande die een ziel Haar kan geven wanneer zij al het bovenstaande onbegrensd ter beschikking van de Hemelse Koningin stelt. Maria kan alles wat Zij vrijwillig van een Haar waarlijk toegewijde ziel ontvangt, bekleden met de oneindige macht van Haar volmaakte heiligheid. Volmaakte heiligheid moet U daarbij verstaan als de eigenschap waardoor de Moeder Gods zeeën van Heil kan vormen uit alles wat door Haar handen gaat. Alles wat Zij van een ziel ontvangt en wat Zij met Haar eigen heiligheid aanvult, wordt hierdoor tot bron van grondstof waaruit God Genaden van Licht bereidt voor de hele Schepping.

De Hemelse Meesteres beklemtoont het feit dat Zij op mystieke wijze één van Hart is met Jezus Christus, en dat derhalve alles wat U Haar in een gesteldheid van oprechte toewijding aanbiedt, automatisch tevens geldt als offerande van Uw hele leven aan Jezus Christus. Zo wordt een oprecht beleefde toewijding aan Maria tot een gouden zaad dat U via Haar uitstrooit voor de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Deze grondvesting is de uiteindelijke doelstelling van Gods Heilsplan, en vormt daardoor tevens de enige ware zin van het leven van elke mensenziel op aarde. De ziel die haar leven leidt met de bedoeling, eigen plannen, verlangens, doelstellingen en behoeften te verwezenlijken en te bevredigen, dient uiteindelijk de werken der duisternis; de ziel die daarentegen leeft met de bedoeling, Gods Plannen, verlangens, doelstellingen en behoeften te verwezenlijken en te bevredigen, vervult haar ware levensroeping in dienst van de strijd van het Licht tegen de duisternis. Deze ziel vult als het ware de Werken van Christus aan: God beschouwt Zijn Werken slechts als voltooid in de mate waarin Hij deze in samenwerking met mensenzielen kan voltrekken. Daarom zijn de Werken van Christus, met inbegrip van de Verlossingswerken, in wezen geen volrijpe vruchten doch Hemelse zaden, die door de vrijwillige medewerking van mensenzielen moeten worden ontsloten om de volheid van hun Goddelijke uitwerking te krijgen.

De Meesteres van alle zielen sprak ooit de volgende woorden:

"De hoge graden van deugdzaamheid kan de ziel slechts verwerven in de mate waarin zij haar levensopdracht weet te vervullen door gedragingen en verwezenlijkingen in overeenstemming met Gods Plannen, en door het bewandelen van wegen die door God gezegend zijn omdat zij dienstbaar zijn voor het bereiken van doelstellingen die Zijn Werken helpen voltooien. Er is geen andere wijze om heilig te worden. Zie toch welke verheerlijking Gods Glorie ontvangt in een ziel die tijdens haar leven op aarde de staat van heiligheid bereikt".

Bij een andere gelegenheid sprak Zij over de onderdelen van de H. Mis, en wees op de Offerande als moment waarop de ziel in wezen haar leven aan Christus behoort op te dragen:

"Tijdens de Offerande dekt de ziel de tafel en nodigt zij Jezus uit om te gaan aanliggen. Zij schenkt Hem de wijn van haar Liefde uit, en zet Hem de vruchten van haar levensweg voor".

Het wezen van dit tweede zaadje (de offerande van Uw hele leven aan Jezus Christus) verwoordde de Moeder Gods ooit als volgt:

"De uiteindelijke zin van elk leven als ziel op aarde is niets anders dan dit: de offerande van haar hele wezen en levensweg voor de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Het uur is aangebroken waarin de zielen zich ervan bewust moeten worden dat een vruchtbaar leven een leven is van onophoudelijke strijd tegen de oppervlakkigheid in de beleving van hun christen-zijn. Ik ben gezonden om de zielen naar de diepten van hun eigen wezen te leiden".

De ziel kan haar hele leven en haar hele wezen rechtstreeks aan Jezus Christus toewijden, doch deze toewijding krijgt een meerwaarde wanneer zij gebeurt via Maria. De reden hiervoor ligt in het feit dat Maria door God is gemaakt tot Gouden Brug tussen de zielen en Hem. In de totale, onvoorwaardelijke, levenslange, en dag na dag zeer consequent beleefde en toegepaste toewijding van zoveel mogelijk mensenzielen aan Haar ligt de sleutel tot de voltooiing van Gods overwinning op de duisternis. Uiteraard is deze eindoverwinning vrijgekocht door het Lijden, de Dood en de Verrijzenis van Jezus Christus, doch zij kan door de individuele ziel via geen enkele weg doeltreffender worden ontsloten dan via de toewijding aan Haar die als enige geschapen mensenziel een volmaakt heilig leven heeft geleid, dus een leven in volmaakte Ware Liefde en zonder de geringste zonde of ondeugd. Jezus was de God-Mens, doch was niet 'geschapen', Maria was van nature een geschapen mensenziel en staat daarom voor de satan model voor de absoluut volmaakte mensenziel, de enige Ziel die nooit door enige bekoring of inspiratie vanwege de duisternis is overwonnen. Zij is daarom door God verheven tot Koningin van Hemel en aarde en Meesteres van alle zielen, want Zij heeft als enige geschapen mensenziel bewezen dat de ziel niet door de duisternis kan worden overwonnen indien zij waarlijk in alle omstandigheden van het leven resoluut, vrijwillig en van harte kiest voor God. Maria is bovendien door God bekleed met de macht om zielen innerlijk te helpen omvormen en in hen het vermogen te helpen ontsluiten om een optimale bijdrage te leveren tot de voltooiing van Gods Heilsplan.

De offerande van de ziel aan Jezus Christus kan op geen enkele wijze dichter tot de volmaaktheid naderen dan wanneer deze gebeurt via de handen van Maria: Haar volmaakte Liefde en de vlekkeloze eenheid van Haar Wil met de Wil van God maakt Haar tot de volmaakte aanvulling van elke menselijke offerande en toewijding. Aangezien alle door Maria gestelde handelingen en al Haar innerlijke gesteldheden door God worden beschouwd als volledig eenvormig met Zijn eigen bedoelingen, kunnen alle doen en laten en alle innerlijke gesteldheden van een mensenziel in oprechte en diep beleefde toewijding aan Maria voor God een waarde krijgen die vergelijkbaar is met deze van Maria Zelf. Mede om deze reden zal de ziel die in de praktijk van het dagelijks leven een oprechte toewijding aan Maria beleeft, doorgaans ten prooi zijn aan zware beproevingen: De offerande van haar wezen en van alle elementen van haar levensweg moet worden gelouterd door de tekenen van haar eigen wil om in dit hoogheilig verbond van toewijding te volharden.

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van de offerande van het hele leven aan Jezus Christus schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1402. OFFERANDE VAN MIJN LEVEN AAN CHRISTUS VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, volmaakte Brug tussen elke ziel en de Christus,
Met U als Kroongetuige belijd ik mijn verlangen dat mijn hele leven vanaf het uur van mijn ontvangenis tot in het uur van mijn levensoordeel voor Gods Troon Jezus Christus moge toebehoren.
Ik belijd mijn bewustzijn van de ernst van mijn levensopdracht, want als christen ben ik er door God toe geroepen om de Werken van de Christus doorheen mijn leven op aarde verder te helpen zetten, zowel in mijn eigen ziel als in de hele Schepping.
Ik dank mijn God, die mij waardig heeft gekeurd om mijn hele levensweg met al zijn bloemen en distels, met zijn vruchtbare grond en zijn onvruchtbaar zand, met zijn zonneschijn en zijn regen, door Uw handen en krachtens mijn verbond van volkomen overgave aan U, toe te voegen aan het Kruis van Verlossing, Licht en Waarheid, opdat ik Zijn eeuwig rijpende oogst moge helpen ontsluiten tot verzadiging van velen.
De Goddelijke Graankorrel is in de aarde gevallen opdat de aarde zou worden bedekt met wiegende velden van Hemels Goud als getuigen van de vruchtbaarheid van alles wat uit Gods Hart komt. Daarom wil ik de bodem van mijn ziel bewerken met de ploeg van een Liefde die elke steen van ondeugd vermaalt.
Met de omhelzing van mijn eigen kruisen omhels ik ook Zijn allerheiligste Nalatenschap, die het Vuur van Verlossing en heiliging heeft bereid voor elke ziel die Zijn Werken van harte liefheeft en bereid is om het zaad van deze Werken op de akker van haar eigen leven uit te strooien tot getuigenis tegen de zaaier van alle onkruid.
Zie, o hoog uitverkoren Moeder van de Goddelijke Verlosser, ik leef slechts om het Licht van de Christus in de wereld te helpen stralen waar wolken van zelfzucht en onverschilligheid de bloei van Gods Bloesems dreigen te verstoren. Mijn hart wordt verteerd door de ijver om Gods Tegenwoordigheid voelbaar te maken in elk woord, elke handeling en elk verborgen verlangen van mijn hart, dat het Testament van Zijn heilig Verbond heeft herkend als de enige schat die God in de bodem van mijn levensweg heeft begraven.
Daarom, o Goddelijke Moeder, smeek ik U, het tabernakel van mijn ziel, en mijn levensweg als draagstoel van mijn ziel, te willen bekleden met het goud van Uw onbevlekte heiligheid, opdat het graan van mijn levensoogst moge worden veredeld tot een waardige offergave aan de Eeuwige Vader die mijn akker heeft gemaakt, aan de Goddelijke Messias die mijn akker heeft bezaaid en het Zaad heeft begoten met Zijn Bloed van Goddelijk Leven, en aan de Heilige Geest die alle ongedierte en het zaad van alle onkruid dag na dag verwaait op Zijn louterende Bries uit het Paradijs.
Wil mijn ziel en mijn hele levensweg bewaren in Uw Hart, het allerheiligste Tabernakel van de Godheid, en wil hen in het uur van mijn ontmoeting met mijn Schepper voor eeuwig begraven in de schaduw van het Kruis van de Christus, want Hem alleen wil ik voor eeuwig toebehoren, voor Hem wil ik leven en sterven in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

3. Ware Liefde

De beleving en vervolmaking van de Ware Liefde in de mensenziel vormt het absoluut centrale thema van de Wetenschap van het Goddelijk Leven. De ziel kan het Goddelijk Leven, het leven als beeld en gelijkenis van God, slechts tot centrale motor van haar innerlijk leven maken door een consequente toepassing van de ware zelfverloochenende Liefde in alle details van haar hele doen en laten en in al haar innerlijke gesteldheden. De Ware Liefde is de essence, de draagster, van het Leven. Zij is de kracht door dewelke God schept, verlost, heiligt en herstelt, zij drijft de hele Goddelijke Barmhartigheid, Gerechtigheid, Voorzienigheid, al Zijn Werken en Plannen.

De Ware Liefde is de eigenschap die de heiligheid van een mensenziel bepaalt, waarbij heiligheid niets anders is dan de mate waarin een ziel door al haar doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden Heil over de Schepping helpt brengen.

Jezus Christus was de volmaakte Belichaming van de Ware Liefde, doordat al Zijn doen en laten en al Zijn innerlijke gesteldheden elk ogenblik van Zijn Leven als God-Mens in volmaakte harmonie verkeerden met de Wil van God. Onder de geschapen mensenzielen was Maria de enige die de Ware Liefde op volmaakte wijze belichaamde, op grond van het feit dat Haar hele doen en laten volmaakt in overeenstemming was met de Goddelijke Wet, en al Haar innerlijke gesteldheden spiegels waren van Gods Hart. Haar Wil was volmaakt in harmonie met de Wil van God, en de volmaaktheid van Haar beleving van de Ware Liefde kwam tot uiting in een leven zonder de geringste zonde, ondeugd of afwijking ten opzichte van de Goddelijke Wet. De Ware Liefde is immers de absolute tegenpool van de zonde: Een zonde is een overtreding tegen de Ware Liefde in één of meer van haar talrijke uitingen. De Meesteres van alle zielen vergeleek ooit de Ware Liefde met een boom, waarvan de takken de deugden zijn, die alle via de boomstam worden gevoed uit de bodem waarin hij zijn wortels heeft. De boom van de Ware Liefde kan slechts bloeien in de mate waarin hij vaste wortels heeft in een rijke grond (de grond van Gods Wet), en de ziel volkomen onbelemmerd, spontaan en vrijwillig in die bodem verworteld blijft. Hoe méér de ziel zich in alle opzichten en op elk ogenblik van haar leven op God alleen oriënteert, des te rijper kunnen de vruchten van haar levensboom worden. Dit alles heeft uiteindelijk te maken met ware zelfverloochenende Liefde tot God, tot Gods Werken en Plannen, en tot alle medeschepselen (die in wezen ook Werken van God zijn).

De Meesteres van alle zielen bouwt Haar hele onderrichting op rond de Ware Liefde. Enkele van Haar treffende stellingen mogen volstaan om op dit punt de immense waarde van deze motor van het zielenleven toe te lichten:

In de korte onderrichting Het Zaad der Verlossing liet Zij schrijven:

"Gods Heilsplan beoogt de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Deze grondvesting betekent concreet, dat de Ware Liefde tot leven moet komen in zoveel mogelijk mensenzielen, waardoor de werken der duisternis op deze wereld ontkracht zullen worden en de Ware Vrede van Christus de gesteldheden van alle harten zal beheersen. (...) De intrede in de Eeuwige Gelukzaligheid van de Hemel is voor de ziel slechts mogelijk wanneer zij de volheid van de Liefde in zich heeft opgenomen en verwerkt. Onze levensreis op aarde is in wezen een weg van vervolmaking van de beleving en toepassing van de Ware Liefde".

Bij een andere gelegenheid sprak Zij tot Myriam:

"Ware Liefde is de essentie, het ware wezen, van het Goddelijk Leven. Zij is de gesteldheid waarin alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen van de ziel er van harte, vrijwillig en spontaan op zijn gericht:

1. op volkomen onzelfzuchtige, onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke wijze in elk medeschepsel de levenskracht in ziel, geest, hart en lichaam te vergroten en het gevoel van welzijn in ziel, geest, hart en lichaam te versterken, en de waardigheid van het medeschepsel als Werk van God onbeperkt en ongeschonden in stand te houden en te verdedigen; en
2. een maximale bijdrage te leveren tot de verwezenlijking en voltooiing van Gods Plannen en Werken op aarde, met andere woorden: tot de vervulling van Zijn Wet, waarbij het leveren van deze bijdrage wordt nagestreefd met absolute voorrang boven de bevrediging van eigen behoeften en verlangens".

Doordat de ware, zelfverloochenende Liefde de uiteindelijke maatstaf is voor de ware vruchtbaarheid en waarde die een mensenleven bereikt als bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan, kan een mensenziel slechts Gods Werken doen door een consequente beleving van de Ware Liefde, en werkt elke overtreding tegen de Ware Liefde de vervulling van Gods Werken en Plannen tegen. Waarlijk christen kan men daarom slechts zijn in de mate waarin men in elk detail van het leven dag na dag alle doen en laten, alle gevoelens, gedachten, verlangens en bestrevingen volkomen en onvoorwaardelijk oriënteert op de verspreiding van Ware Liefde naar elk medeschepsel toe. De ware christen herkent men aan de mate waarin een mens spiegel van de Liefde van Christus is.

De Moeder Gods waarschuwt voortdurend voor de neiging onder de moderne christenen, te oppervlakkig te handelen, denken en voelen.

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van de Ware Liefde schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1403. BELIJDENIS VAN LIEFDE VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, die de Christus, de Belichaming van de Eeuwige Ware Liefde hebt gebaard,
In Uw machtige Tegenwoordigheid en in de zekerheid van Uw machtige ondersteuning belijd ik mijn verlangen, elk ogenblik van mijn verder leven al mijn doen en laten en al mijn innerlijke gesteldheden totaal, onvoorwaardelijk en zonder uitzondering vorm te geven volgens Gods Wet van de zelfverloochenende Liefde, zoals de Christus mij deze heeft voorgeleefd vanaf Zijn eerste Lijden in de koude van Bethlehem tot en met Zijn laatste ademtocht aan het Kruis van Golgotha.

  1. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn hele doen en laten en al mijn innerlijke gesteldheden de Schepping doorstralen met Licht dat ergens ter wereld een duister voornemen moge ontkrachten of een uiting van liefdeloosheid moge verhinderen.

  2. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn tegenwoordigheid en al mijn handelingen en woorden voor al mijn medeschepselen tekenen van warmte zijn, die harten helpen genezen van de kilte van de talloze overtredingen tegen de Liefde, die dagelijks op deze wereld worden begaan.

  3. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat al mijn medeschepselen bij mij de geborgenheid mogen vinden die in hen de zekerheid laat bloeien dat God hen waarlijk liefheeft.

  4. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat al mijn medeschepselen bij mij de innerlijke Vrede vinden die hen geneest van de angst en onzekerheden waarmee de liefdeloosheid van deze wereld hen beklemt.

  5. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat ik al mijn medeschepselen bij elk contact moge omhullen met vreugde door het besef dat onze ontmoeting slechts tot stand kan zijn gebracht door een Hemelse macht die elk schepsel oneindig liefheeft.

  6. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn hele wezen en mijn hele wijze van zijn in al mijn medeschepselen het zaad van een onverwelkbare hoop kan uitstorten, waaruit zij de kracht putten om al hun beproevingen met méér moed te dragen.

  7. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn hele wezen en mijn hele wijze van zijn mogen zijn als bruggetjes die al mijn medeschepselen helpen bij het overwinnen van al hun beproevingen, opdat zij uit mijn zelfverloochenende Liefde de kracht mogen putten om zich boven de duisternis van hun leven te verheffen.

  8. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn tegenwoordigheid al mijn medeschepselen een waar vertrouwen in Gods Liefde en in de waarde van hun eigen Liefde moge inspireren.

  9. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn hele doen en laten en al mijn innerlijke gesteldheden al mijn medeschepselen zo diep van de wonden des levens kunnen helpen genezen dat zij zich spontaan méér kunnen openstellen voor de instroming van de ware levenskracht die God hen wil schenken door alle werkingen van Zijn Liefde.

  10. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn tegenwoordigheid op de levensweg van al mijn medeschepselen in hen de levenslust moge vergroten, door het besef dat zij door God met Leven worden bezield, en de drang om Zijn Liefde op hun beurt om te zetten in Licht en vreugde voor hun eigen leefomgeving.

  11. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat mijn hele doen en laten al mijn medeschepselen versterkt in het gevoel dat hun leven zinvol is en dat hun bestaan voor mij een waarde heeft.

  12. Ik belijd mijn verlangen, zo te leven dat al mijn medeschepselen ondanks mijn kleinheid mogen worden vervuld met het verheffend gevoel dat God zeer nabij is en dat de Ware Liefde de enige zin van alle Leven is.

O Koningin van de Hemelse Liefde, mijn hele wezen smacht naar een vlekkeloze navolging van Jezus in de Ware Liefde, want geen andere kracht heeft het Leven geschapen en verlost, en gaat tot het uiterste om zijn heiligheid te herstellen opdat de hele Schepping de volheid van Gods Vrede moge ervaren.
Ik smeek U daarom, kom mij toch tegemoet in mijn verlangen naar ontsluiting van de Liefde in mijn hart, opdat mijn hele doen en laten, al mijn woorden en mijn diepste en meest verborgen gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen stralen van Liefdesvuur in de hele Schepping mogen brengen, tot beschaming van hem die alle Liefde zoekt te verwoesten, en tot bekering van alle zielen die zijn werken van liefdeloosheid dienen.
Tot verheerlijking van de Vorst der Goddelijke Liefde en alle Werken van Liefde die Hij in alle tijden voor Zijn Schepping heeft bereid of heeft getracht, te bereiden, wil ik vanaf nu al mijn medeschepselen in onvoorwaardelijke en restloze zelfverloochening koesteren en dienen, en ieder van hen omhullen met mijn diepste verlangens naar hun Geluk en hun bloei op alle niveaus van hun wezen en in alle situaties van hun Leven.
Tot verheerlijking van de Eeuwige Liefde bied ik Hem via Uw brandend Hart in diep berouw tevens elk ogenblik van mijn hele leven aan, waarin ik op welke wijze dan ook tekort ben geschoten in de beoefening van de Ware Liefde jegens God en/of jegens een medeschepsel, opdat het zaad van de onvoorwaardelijke, zelfverloochenende Liefde nu nog in mij moge bloeien en de duisternis alle effecten moge verliezen van de werken die zij ooit door mij heeft kunnen voltrekken.
In dit verlangen wil ik leven en sterven in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

4. Waar Geloof

De christen noemt zichzelf 'gelovige'. Niettemin wijst de Meesteres van alle zielen erop, dat het 'geloof' van vele christenen in wezen niet verder gaat dan het aannemen dat God bestaat. Waar geloof gaat zeer veel verder. Waar geloof begint op het punt waarop de ziel waarlijk vertrouwt op Gods Liefde, en zich daardoor in elke situatie van het leven door God gedragen weet. Waar geloof brengt de ziel ertoe, alles in haar leven te aanvaarden als een mogelijke weg naar haar Eeuwig Heil. In dat opzicht is waar geloof in feite de brug die voor de ziel de kloof kan overbruggen wanneer zij voor een situatie komt te staan waarin zij weet dat zij dat element van haar levensopdracht op eigen kracht niet kan verwezenlijken: Waar geloof is dan de overtuiging dat Gods werking de situatie ofwel anders kan doen verlopen dan menselijkerwijs zou worden verwacht, of dat de ziel krachten of wegen zal vinden die haar dichter bij een vruchtbare oplossing zullen brengen. Waar geloof is dus steeds de overtuiging dat God moet worden ingecalculeerd als onzichtbare maar vaste Speler in het vaak weinig doorzichtige spel van het leven. Daarom gaat het er steeds om, dat de ziel een vast vertrouwen heeft in Gods Liefde voor haar:

Elke mensenziel wordt op aarde gezonden om een levensopdracht te volbrengen in dienst van de vervulling van Gods Heilsplan voor de uiteindelijke grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede op aarde. De ziel moet deze opdracht zelf vervullen. Dit betekent dat God voor haar situaties en wegen helpt voorbereiden, steeds met de bedoeling dat zij haar levensweg zo vruchtbaar mogelijk zou kunnen maken en daardoor zoveel mogelijk verdiensten zou verzamelen. Dit alles kan zij slechts doen in de mate waarin zij alle situaties en wegen die zij vóór zich vindt, benadert vanuit hartsgesteldheden die in volkomen harmonie zijn met Gods Wet van Ware Liefde. Op de talloze kruispunten op haar levensweg moet zij uit eigen vrije wil kiezen voor de richting waarin zij haar weg wil verderzetten. Naarmate zij zich innerlijk door de stem van de Ware Liefde laat leiden en vast vertrouwt dat God in alles de hand heeft, zal zij met grotere trefzekerheid de juiste wegen kiezen. De 'juiste' (vruchtbare) wegen zijn daarbij deze, welke haar dichter bij God brengen en haar nuttiger maken in Zijn dienst.

Zonder waar geloof is een ziel zoals een stuurloos schip: Het kan varen, doch verliest alle richting en zal hoogstwaarschijnlijk nooit de haven van bestemming bereiken. Zo zijn ook de woorden van Jezus te begrijpen toen Hij zei dat hij die gelooft, gered zou worden. Om waarlijk de vrucht van de Verlossing te oogsten, moet het geloven worden aangevuld door een gebruik van de vrije wil dat volledig in overeenstemming is met de Wil van God. Het geloof is echter het kompas dat de reisroute aanwijst. De reis kan haar bestemming niet bereiken zonder trefzekere navigatie. Men zou het ook zo kunnen zien: Door het geloof leeft de ziel in de overtuiging dat haar levensbestemming bij God ligt. Volgens de kracht van het geloof zal de ziel daarom meer of minder sterk tot God worden aangetrokken. Bij een zwak geloof verliest God Zijn aantrekkingskracht en zal de ziel God veel minder de kans geven om inderdaad Speler in haar levensspel te zijn. Welk voetbalteam wint gemakkelijk een wedstrijd waarin het Zijn meest getalenteerde speler volledig negeert of het deze geen kans geeft om een bal te raken?

In een antwoordbrief liet de Meesteres van alle zielen ooit een prachtige omschrijving voor Waar Geloof optekenen:

Werkelijk en waarachtig geloven, betekent:

  1. overtuigd zijn van het bestaan van God;
  2. onverstoorbaar handelen volgens de overtuiging dat God slechts het volmaakt geluk voor de ziel bereidt;
  3. met zekerheid aannemen dat God de ziel op elke meter van haar levensweg op deze bestemming tracht te oriënteren;
  4. er nooit aan twijfelen dat God de ziel op deze weg slechts met volkomen Liefde omgeeft, en dat Hij al Zijn Werken ten gunste van het Eeuwig Heil van de ziel ontwerpt en vorm geeft, ongeacht elke beproeving die als regen of storm de levensweg van de ziel kan bemoeilijken;
  5. er onwankelbaar van uitgaan dat de menselijke ogen zich in de waarneming van het eigen lot kunnen vergissen, dat God echter ook in alle schijnbaar onaangename dingen van het leven onvermoed waardevolle geschenken verbergt, en dat de ziel dit alles na haar aardse leven in de volheid zal inzien.

Waar geloof is de kracht die een mensenziel in staat kan stellen om zichzelf ver te overstijgen, doordat precies het geloof het element is dat een ziel gevoelig maakt voor Gods aantrekking. Waar geloof is daarom een innerlijke oriëntatie op God, die de ziel de overtuiging geeft dat zij er niet alleen voorstaat en die haar het vertrouwen geeft om zelfs tijdens zware beproevingen de strijd niet op te geven. Dit vertrouwen put de ziel uit de overtuiging dat die onzichtbare Factor steeds ongemerkt werkzaam is om haar rechtop te houden waar zij op zichzelf zonder meer zou bezwijken wegens gebrek aan houvast en wegens de uitzichtloosheid, te strijden voor een onbereikbaar doel.

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van Waar Geloof schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1404. BELIJDENIS VAN GELOOF VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria,
God mijn Schepper heeft mij bekleed met het geloof als innerlijk Licht dat mijn ziel bestraalt met Zijn enige Waarheid: de zekerheid van Zijn Bestaan, de zin van Zijn Werken en Zijn bedoelingen.
In Uw Tegenwoordigheid getuig ik jegens God van mijn Liefde voor dit innerlijk Licht en van mijn verlangen om het mijn leven lang in stand te houden.

  1. Ik belijd mijn geloof in de ene Ware God, die Schepper en Bezieler is van al het levende en Bron van alle grondstof waaruit het niet-levende is gemaakt of door menselijke tussenkomst gestalte kan aannemen.

  2. Ik belijd mijn geloof dat de Schepping uit Gods volmaakte Liefde is gemaakt als een netwerk, dat wordt bestuurd en gevoed door Gods Wet van beleving van volmaakte, zuivere, zelfverloochenende Liefde, dat deze Liefde de kracht is die draagster is van alle Leven, en dat elke overtreding tegen deze Wet het evenwicht binnen de Schepping en de harmonie tussen de schepselen verstoort en Gods Tegenwoordigheid in de Schepping minder voelbaar maakt.

  3. Ik belijd mijn geloof dat God de mensenziel heeft geschapen tot bekroning van Zijn Schepping, dat Hij van elke mensenziel verwacht dat zij strikt volgens de Goddelijke Wet leeft, en dat de mensenziel jegens God verantwoordelijk is voor de gevolgen van elk onevenwicht binnen de Schepping.

  4. Ik belijd mijn geloof dat Gods uiteindelijke intentie de voltooiing van Zijn Heilsplan is, dat de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede in de hele Schepping beoogt, en dat elke mensenziel is geroepen als werktuig voor de vervulling van deze intentie via de eigen heiliging en een volhardende beleving van de zelfverloochenende Liefde voor God en voor alle medeschepselen in elk detail van haar leven op aarde.

  5. Ik belijd mijn geloof als de kracht die mij er onophoudelijk aan herinnert dat ik van God ben uitgegaan, dat ik via een leven volgens Zijn Wet naar Hem terug kan keren voor een Eeuwig Leven in Gelukzaligheid, en dat Hij mij ononderbroken ondersteunt om elk ogenblik van dit ene leven op aarde te leiden volgens Zijn verwachtingen.

  6. Ik belijd mijn geloof dat elke mensenziel na haar leven op aarde door God wordt geoordeeld volgens de mate waarin haar handelingen en haar innerlijke gesteldheden Gods bedoelingen hebben helpen verwezenlijken of deze hebben tegengewerkt, en dat de macht van Gods onfeilbaar oordeel berust op Zijn vermogen om op elk ogenblik van het leven van elke ziel elke handeling, elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen, elke bestreving en elke innerlijke gesteldheid van deze ziel, alsook alle gevolgen ervan voor al haar medeschepselen, restloos te kennen en te doorgronden.

  7. Ik belijd mijn geloof in het bestaan van goed en kwaad, in het feit dat het kwaad niet voortkomt uit Gods onvermogen doch uit elke neiging van de mensenziel om haar vrije wil niet onverdeeld in te zetten voor de vervulling van Gods Wet van de Ware Liefde, en in het feit dat derhalve alle duisternis in de Schepping voortkomt uit elke afwijking tussen de wil van de mensenziel en Gods Wil, en dat de vlekkeloze navolging van Gods Wet de Schepping zou maken tot Gods Rijk van Liefde en Vrede.

  8. Ik geloof in de uiteindelijke overwinning van het Licht over de duisternis, met de grondvesting van Gods Rijk op aarde, en dat het tijdstip van deze grondvesting zal worden bepaald door de mate waarin méér mensenzielen Gods Wet strikt naleven en in alles hun wil één maken met de Wil van God.

  9. Ik belijd mijn geloof dat de werkelijkheid méér omvat dan het stoffelijke dat ik kan waarnemen, dat de bestemming en het doel van het leven op aarde niet stoffelijk zijn, en dat het stoffelijke ertoe neigt, de ziel van de ware eenheid met God weg te leiden. Ik belijd daarom mijn heilige plicht om te leven in intense verbondenheid met Gods Hart via ononderbroken beoefening en beleving van zelfverloochening, dienstbaarheid en de betrachting om jegens al mijn medeschepselen een spiegel van God te zijn.

  10. Ik belijd mijn geloof dat Jezus Christus, de Zoon van God, als de enige Messias van God als Mens op aarde is gezonden om de mensenzielen Gods Wet in herinnering te brengen, opdat zij zich door actieve eigen inzet mogen kunnen openstellen voor de ware Verlossing, en dat Hij als het Licht der wereld op aarde heeft geleefd als de Belichaming van Gods Wet van Liefde, de absoluut volmaakte Belofte van de eindoverwinning van het Licht over de duisternis.

  11. Ik belijd mijn geloof dat Jezus Christus het Lam Gods is, de Verlosser die door Zijn Lijden en Kruisdood de toegang tot de Eeuwige Gelukzaligheid heeft afgekocht voor elke ziel die een leven zou leiden in strikte naleving van Gods Wet van Ware Liefde en in de oprechte bestreving om het voorbeeld van Jezus' Leven na te volgen.

  12. Ik belijd mijn geloof in de Kruisdood van de God-Mens Jezus Christus als de bliksem die de boeien van de slavernij jegens de duisternis verschroeit voor elke ziel die zich waarlijk uit de macht van de duisternis wil bevrijden, en in Zijn Verrijzenis als Belofte dat elke ziel die leeft voor Gods Wet nog hier op aarde kan overgaan uit de dood van haar slavernij jegens de duisternis naar het Goddelijk Leven van de eenheid van Hart met God.

  13. Ik belijd mijn geloof in de Nalatenschap van Jezus Christus in Zijn Tegenwoordigheid en Werking via de Sacramenten van de Heilige Rooms-Katholieke Kerk als hulpmiddelen voor de ziel in haar betrachting om met God één van hart te worden en te blijven, en in de macht van deze Nalatenschap tot overwinning van de duisternis in de wereld in de mate waarin deze Nalatenschap door de zielen wordt benut in oprechte Liefde en zuiverheid en in geloof in de Drie-Ene God als Bron van alle Leven.

  14. Ik belijd mijn geloof in de Heilige Geest als de Ontsluiter van de enige Waarheid en van alle elementen van het Ware Licht in de zielen, als Wegwijzer voor de zielen naar hun Bestemming bij God, als Ontsluiter van alle inzicht van de zielen in zichzelf en in Gods Wet en in de Mysteries van het Goddelijk Leven, en als Ontsluiter van alle inzichten in zonde en deugd, in de wegen der duisternis en de wegen van het Licht.

  15. Ik belijd mijn geloof in Gods Voorzienigheid als de uiting van Zijn Intelligentie, Wijsheid en Liefde via dewelke Hij elke ontwikkeling binnen Zijn Schepping zo tracht te leiden dat zij schepselen kan helpen, hun rol binnen Zijn Plan optimaal te vervullen en hun door God voorziene Bestemming te bereiken.

  16. Ik belijd mijn geloof in het eenmalig Moederschap van de Heilige Maagd Maria over de Christus op basis van Haar Onbevlekte Ontvangenis, Haar eeuwige maagdelijkheid en Haar absoluut volmaakt en levenslang vrij-zijn van elke zonde en ondeugd, mijn geloof in Maria's Opneming ten Hemel met Ziel en Lichaam als teken voor Gods beloning voor een zondeloos leven in volle overeenstemming met Zijn Wet, en in Maria's unieke rol in de voltooiing van Gods Heilsplan en de definitieve overwinning van het Licht over de duisternis.

O Maria, Rots van Geloof, volmaakt één van Hart met het Licht der wereld, aan Uw Hart vertrouw ik deze belijdenis van mijn geloof in de God van Eeuwige Liefde toe, want zij houdt de bloeikracht van mijn ziel in stand voor alle zaad dat Hij ooit in mij heeft gestort en wil blijven storten. Moge mijn bewuste overgave aan Uw volmaaktheid aan mij de Belofte van Christus voltrekken, die het Eeuwig Leven in het vooruitzicht stelt voor elke ziel die gelooft dat God de Bron van alle Leven, Verlossing en heiliging is.
In dit geloof wil ik leven en sterven in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

5. Ware Zuiverheid

Op 16 oktober 2017 sprak de Heilige Maagd tot Myriam als volgt:

"Zuiverheid is de gesteldheid waarin de ziel waarlijk het beeld en de gelijkenis van God benadert, de mate waarin de spiegel van de ziel geen spatten draagt. Deze spatten brengt de ziel zichzelf toe door elke duisternis die zij toelaat in haar gevoelens, gedachten, verlangens, bestrevingen, handelingen of woorden.
De ziel verontreinigt zichzelf door alles waarin zij niet volledig in harmonie is met Gods Wil, dus door alles waardoor zij aan zichzelf vasthoudt. Dit 'vasthouden aan' betekent een niet-loskomen-van onvruchtbare gewoonten, persoonlijkheidstrekken of gedragingen die niet bijdragen tot de verwezenlijking van de levensopdracht van elke ziel om de voltooiing van Gods Werken en Plannen te dienen.
De zuiverheid van de ziel bepaalt haar waardigheid als kind van God: Een mensenziel ontwaardigt zichzelf door elk spoor van duisternis in gevoelens, gedachten, verlangens, bestrevingen, handelingen of woorden.
Waarlijk 'mensonwaardig' is alles waardoor de ziel haar zuiverheid ten prooi geeft aan duisternis".

Reeds in de korte onderrichting Het Zaad van het Paradijs had Maria de volgende definitie voor 'zuiverheid' geïnspireerd:

"Zuiverheid is het kenmerk waardoor de ziel een spiegel van God kan zijn, de mate waarin zij ‘beeld van God is’. Een ziel in volkomen zuiverheid is een ziel die volkomen op God gelijkt, en dus in staat van genade (in staat van heiligheid) verkeert. Zuiverheid is dus het vermogen om alles wat de ziel kan verontreinigen en haar van God kan verwijderen, van zich af te houden. In de zuiverheid heeft God de waardigheid van de ziel verborgen, want naarmate de ziel haar zuiverheid in stand houdt, gelijkt zij méér op God Zelf".

Zuiverheid kunnen wij beschouwen als de gesteldheid waarbij in de mensenziel de kiem van de heiligheid ten volle is opengebloeid, zodat de ziel jegens de Schepping waarlijk kan gelden als spiegel van Gods Wezen. Het is voor de geschapen ziel niet mogelijk om absoluut vlekkeloze spiegel van Gods Hart te zijn, want elke geschapen ziel begaat overtredingen tegen Gods Wet en wijkt daardoor af van het beeld van Gods Wezen. De enige uitzondering hierop was Maria, de Onbevlekte Ontvangenis en enige volmaakt zondeloze ziel, die op grond van deze zondeloosheid in elk opzicht en op elk ogenblik van Haar leven een volmaakt smetteloze Spiegel van Gods Hart en van Zijn Wil was, en daardoor als enige geschapen Ziel waarlijk geldt als een volmaakte Belichaming van Gods Wet van Ware Liefde.

Zuiverheid is dus de gesteldheid waarin de ziel in al haar doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden op geen enkele wijze de werken der duisternis dient: Haar hele doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden belichamen zo spontaan de Ware Liefde en zijn zo spontaan volkomen op Gods verwachtingen gericht, dat de ziel als het ware automatisch handelt, spreekt, denkt, voelt, verlangt en nastreeft in volkomen overeenstemming met Gods Wil, en hierdoor als het ware God Zelf tegenwoordig stelt naar al haar medeschepselen toe. Het woord 'automatisch' mag hierbij niet worden begrepen alsof haar bewuste vrije wil niet bij haar doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden betrokken zou zijn. 'Automatisch' betekent hier niets anders dan dat het voor de waarlijk zuivere ziel vanzelfsprekend is om heel spontaan, 'van nature uit' datgene te doen, te laten, te denken, te voelen, te willen en na te streven, dat God Zelf zou doen, laten, denken, voelen, willen en nastreven indien Hij in mensengedaante op aarde zou leven. Inderdaad: Dit is reeds gebeurd, in Jezus Christus. Van de christen wordt verwacht dat hij/zij zijn/haar hele wezen vrijwillig zodanig programmeert dat hij/zij als het ware als een heruitgave van de Christus Zelf door het leven gaat.

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van de ware zuiverheid schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1405. BELIJDENIS VAN VERLANGEN NAAR ZUIVERHEID VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, verrukkelijkste Lelie uit de Tuinen van Gods Hemel,
Uw vlekkeloze Liefde tot God, tot Zijn Wil en tot Zijn Werken en Plannen bracht U ertoe, in al Uw doen en laten en al Uw innerlijke gesteldheden Gods Ideaalbeeld van de mensenziel volmaakt te verwezenlijken.
Door Uw volhardende en alles beheersende Wil om Gods volmaakte Liefde te beantwoorden met een leven in volkomen overeenstemming met de verwachtingen die Hij jegens elke mensenziel koestert, kan ik nu vervuld van hoop tot U komen met de smeekbede, dat U met Uw eigen handen het zaad van Uw allerzuiverste ziel en Hart moge uitstrooien in mijn zielenbodem.
Zie toch het slijk dat de spiegel van mijn ziel belet om Gods Licht in zich op te nemen en het met de volheid van zijn kracht te helpen weerspiegelen op de levensweg van de medeschepselen die God met mij in aanraking wil brengen tot mijn vervolmaking en tot hun vreugde.
Wil mij beademen, want uit Uw mond stroomt het parfum van lelies zoals deze wereld er buiten U nooit één heeft gezien.
Wil mij omhelzen, want uit Uw Hart stroomt de volheid van Gods Liefde.
Wil het beeld van Uw allerzuiverste schoonheid in mij branden, want zij heeft slechts kunnen bloeien doordat geen enkel ogenblik van Uw leven ooit het Hart van de Bron der Eeuwige Liefde heeft verwond.
Uw Wil heeft nooit toegestaan dat één enkele van Uw handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens of bestrevingen de spiegel van Uw onbevlekt ontvangen ziel kon verontreinigen, en de Bron van alle heiligheid heeft U in ruil hiervoor de oogst van de volmaaktheid van Zijn beeld en gelijkenis geschonken.
Via U belijd ik voor onze God mijn verlangen, op mijn beurt Zijn Hart in verrukking te brengen door mijn zielentuin te reinigen voor een Lente die nooit meer voorbijgaat.
Daarom belijd ik mijn verlangen om elk verder ogenblik van mijn leven restloos te verzaken aan elke handeling, woord, gedachte, gevoel, verlangen of bestreving die niet volkomen beantwoordt aan Zijn verlangens en die de vruchtbaarheid van mijn zielentuin zou uitleveren aan het onkruid der duisternis.
Ik wil geen spoor van duisternis meer toelaten, het Licht in mijn tuin te benevelen, want God heeft ook mij geroepen om Zijn Tegenwoordigheid te weerspiegelen naar elk medeschepsel.
Ik wil mijn ziel voor niets anders meer openstellen dan voor de fluisteringen van Zijn Wil, want al te vaak heb ik haar vervuild door elke aarzeling om slechts te leven voor het welzijn van mijn medeschepselen, en om slechts vreugde te vinden in elke gelegenheid om niets anders te zijn dan een werktuig tot verheerlijking van de schoonheid van de Bron van alle Licht.
Ik wil de spiegel van mijn ziel restloos reinigen van de slijkspatten van elke negatieve gesteldheid jegens enig medeschepsel en van elk ogenblik waarin ik mijzelf en mijn vermeende behoeften en verlangens méér heb gekoesterd dan de Liefde en zelfverloochening jegens God of enig medeschepsel.
Ik wil mij voorgoed losmaken van elke onvruchtbare gewoonte, persoonlijkheidstrek, gesteldheid of gedraging die niet kan bijdragen tot de verwezenlijking van de levensopdracht van mijn ziel in dienst van de voltooiing van Gods Werken en Plannen.
O Koningin van de opperste zuiverheid, in een bodem van ware zuiverheid vindt geen enkel zaadje van duisternis nog voedsel. In een ziel die haar wortels dag en nacht reinigt met het water van een wil die slechts voor God leeft, sterft elke bekoring, elke dwaling en elk onvermogen om eigen zwakheden te overwinnen, want de ziel die slechts naar de ware zuiverheid verlangt, verlangt in wezen naar niets anders dan de ware eenheid met Gods Hart.
Uit Liefde tot God en tot al Zijn Werken belijd ik mijn verlangen dat al mijn handelingen, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens niets meer mogen voortbrengen dan Licht. Moge ik zo de ware vruchtbaarheid voor het Rijk Gods op aarde in mij tot stand brengen, want in deze gesteldheid zal ik eindelijk op mijn Goddelijke Geliefde gelijken, en zal alles wat van mij uitgaat, in volkomen overeenstemming zijn met Gods Wil en met Zijn Plannen.
Zo heeft God mij bedoeld, en zo moge het door mijn vrije keuze en inzet zijn tot het einde van mijn dagen, tot eer en glorie van Hem die mij uit Liefde in de wereld heeft gezonden opdat ik de zuiverheid van Zijn Hart moge belijden in al mijn doen en laten en in al mijn innerlijke gesteldheden.
In dit verlangen wil ik leven en sterven, aan Uw volmaakt zuivere hand en in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

6. Ware Hoop

De Meesteres van alle zielen noemt Haar Maria Domina Animarum Werk het Apostolaat van de Ware Liefde, de hoop, de bemoediging en de volheid van de Waarheid. Vele zielen verwarren 'hoop' met een toestand van verwachtingsvol afwachten tot iets verheugends gebeurt. De Heilige Maagd wijst erop dat een dergelijke passieve houding niet de ware hoop is. Ware hoop is een gesteldheid in dewelke een ziel inderdaad ten volle rekening houdt met Gods tussenkomst in haar leven, doch zich tevens zelf volop inzet om de verhoopte toestand daadwerkelijk te helpen verwezenlijken. God, in Zijn onvoorstelbare Liefde tot de kroon van Zijn Schepping, de mensenziel, beschouwt niets als volmaakt zolang de ziel niet actief met Hem heeft meegewerkt om het tot stand te brengen. De ziel moet in alles blijk geven van haar intentie om haar vrije wil één te maken met de Wil van God. Zodra zij dit weet te verwezenlijken, is de gesteldheid van de hoop waarlijk gerechtvaardigd. God dringt niets op. Daarom kan de ziel slechts vertrouwen op Zijn tussenkomsten in de mate waarin zij zich waarlijk totaal voor Hem openstelt, zij haar innerlijke gesteldheden grondig zuiver houdt teneinde Zijn Werken waarlijk waardig en vruchtbaar in zich te kunnen ontvangen en dragen, en zij door eigen actieve inzet Gods Werken helpt vorm geven.

In wezen zou men het zo kunnen beschouwen, dat ware hoop de gesteldheid is van de ziel die waarlijk beseft dat alles in haar leven kanaal van Licht is in de mate waarin zij haar wil één maakt met Gods Wil, want in die gesteldheid zal niets haar nog ontmoedigen: Zij leeft dan in de overtuiging dat ook het minder aangename uiteindelijk in Licht wordt omgezet volgens de mate van haar vrijwillige en vertrouwensvolle medewerking met God. De ziel in de gesteldheid van ware hoop weet als het ware met zekerheid dat alles in haar leven de moeite waard is, want dat het uiteindelijk de overwinning van Gods Licht en Liefde dient, en wel zowel in de Schepping als geheel als in haar eigen Eeuwig Leven.

De ware hoop is absoluut noodzakelijk opdat een ziel zich waarlijk vlot als werktuig in Gods Heilsplan zou kunnen inschakelen.

In de korte onderrichting De Bronnen des Hemels liet de Koningin des Hemels het volgende optekenen:

"De hoop is de deugd waarbij de ziel het vermogen heeft om zich in alles gesterkt te weten en alles te kunnen relativeren doordat ze niet naar de zwarte wolken aan de horizont kijkt, doch in haar hart reeds de blauwe hemel voorbij de horizont ziet en beleeft, dit wil zeggen: leeft alsof de blauwe hemel er reeds echt is. De ziel in wie de ware hoop tot bloei komt, is bezield door de overtuiging dat het goede, het Licht, in het tijdloze reeds volkomen zijn, dus nu reeds werkelijkheid zijn in Gods Hart".

In een antwoordbrief inspireerde de Hemelse Meesteres de volgende woorden:

"De Hemelse Koningin leert ons de ware hoop te beschouwen als de gesteldheid via dewelke de ziel alles kan bekijken en ervaren als ware het reeds voltooid, en wel volkomen in harmonie met Gods Wetten. De ziel die een ware hoop koestert, legt als het ware jegens God getuigenis af van het feit dat zij diep vanbinnen niet slechts gelooft doch weet dat Hij in Zijn werkelijkheid (die zich nu nog ten dele aan onze menselijke blik onttrekt) datgene waarop zij hoopt, reeds heeft verwezenlijkt, en wel in volmaakte vorm, dit wil zeggen: dat dit reeds werkelijkheid is en ten volle met God Wil is bekleed, en derhalve helemaal in de zin van Zijn Heilsplan voor het Heil der zielen meewerkt.
Door de ware hoop zegt de ziel eigenlijk tot haar Schepper: 'Ik weet dat U, die niets dan Liefde bent, dit reeds hebt omgezet in voedsel voor mijn ziel. Weliswaar zie ik dit nog niet, doch ik weet dat Uw Liefde zo volmaakt is, dat ik blind op U kan vertrouwen'."

Een ziel die zegt "Ooit zal dit veranderen, ik heb er goede hoop op", beleeft niet noodzakelijk de ware hoop, want zij koestert gewoonlijk een houding van passief afwachten tot de voor haar beklemmende ervaringen van buitenaf voor haar worden opgelost. Deze ziel valt gemakkelijk ten prooi aan invloeden vanwege de duisternis, omdat zij niet blijk geeft van enige intentie om zelf actief met Gods Voorzienigheid mee te werken aan de verwezenlijking van andere omstandigheden of ontwikkelingen. Ware hoop is een gesteldheid die moeilijke omstandigheden positief helpt beïnvloeden doordat de ziel erin slaagt om inwendig zodanig te leven alsof de moeilijkheden reeds actief door God en met haar eigen medewerking overwonnen zouden zijn. Daarom getuigt de ware hoop in hoge mate van de werkelijke waarde van een ziel als werktuig in Gods handen en als erfgename van de grote Nalatenschap van de Christus: het Licht dat alle duisternis overwint.

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van de ware hoop schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1406. BELIJDENIS VAN HOOP VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Regenboog van hoop aan de dreigende hemel boven mijn geteisterde zielentuin,
In Gods werkelijkheid heeft in Zijn Schepping het Licht van de Ware Liefde reeds voorgoed alle duisternis overwonnen. Omdat ik onvoorwaardelijk geloof in Zijn Liefde en in Zijn verlangen om mij de Eeuwige Gelukzaligheid te bereiden, weet ik dat elke beproeving die Zijn Voorzienigheid op mijn levensweg toelaat, draagster is van een sleutel tot de poort van het Paradijs.
In mijn ziel schijnt het Licht van de hoop, want zoals wolken de zon kunnen verbergen doch haar niet kunnen doden, kunnen de beproevingen van mijn levensweg Gods Liefde slechts voor mijn ogen verbergen, doch niet voor mijn hart.
Geen steen op mijn weg kan mijn ziel verhinderen om haar reis naar God te voltooien, want mijn hart weet dat Hij mijn reisweg heeft ontworpen als weg naar het Rijk van de Eeuwige Zomer.
Daarom belijd ik in Uw Tegenwoordigheid jegens God mijn verlangen om het Licht van de hoop in mij nooit te laten doven, want in de ware hoop sluit elke beproeving de Hemelse bruiloft met de verwachting dat onverwelkbare bloemen uit het zaad van de beproeving zullen bloeien.
Geen mist van wereldse misleiding zal mij op de kruispunten van mijn levensweg op dwaalwegen sturen, want mijn ziel weet dat de Zon van Uw Liefde al mijn beslissingen zal verlichten.
Geen stortregen van tegenslagen zal de oogst van de mooie dagen in mijn hart vernietigen, want ik weet dat de akker van mijn ziel nooit zonder Uw machtige beschutting zal zijn.
Geen onweer van dreigingen vanuit de wereld zal mijn gemoed en mijn vertrouwen in opschudding brengen, want ik weet dat God elke dreiging benut om de hemel boven mijn zielentuin te zuiveren volgens de mate van mijn geloof.
Geen stormwind van afgunst of jaloersheid zal de bomen van mijn verlangen naar zelfverloochenende Liefde ontwortelen, want ik weet dat God uit alle zelfverloochening ook voor mijn eigen ziel rijk voedsel laat rijpen.
Geen duisternis van onwetendheid zal voor mij de Waarheid verbergen die God elke dag in mijn hart zaait, zoals Hij dit in elk hart tracht te doen, want ik weet dat geen nacht meesteres wordt over de ziel die waarlijk verlangt naar de Middagzon uit het Licht der wereld.
Geen tegenwind van tegenwerking of onwil vanwege medemensen zal mij belemmeren om de bestemming te bereiken naar dewelke God mij tracht te leiden, want ik weet dat Hij Zijn Hemelse bloemen in mij zaait naar de maat van mijn oprechte inspanningen voor Zijn Plannen en Werken.
Geen brandende zon van bekoringen zal mijn zielentuin verschroeien, want ik weet dat God de zachte regen van de Genade en de Vrede van hart laat neerdalen over elke zielentuin die waarlijk slechts voor Zijn belangen wil leven en sterven.
Geen vrieskoude van liefdeloosheid en onverschilligheid op mijn levensweg zal mijn zielentuin van zijn levenskracht beroven, want ik weet dat geen winter koning kan worden in een hart dat de Koning van het Rijk van de Eeuwige Zomer nooit loslaat.
Geen hagel van lijden in lichaam en hart zal de bloemen van mijn innerlijke Vrede onherstelbaar beschadigen, want ik weet dat Gods Liefde alle ijs laat dooien en alle bloemen opricht in de ziel die vast in Zijn Liefde gelooft.
O Maria, Koningin van de Hoop, Moeder van Hem die de hopeloosheid van de erfzonde aan het Kruis van Golgotha ter dood heeft gebracht opdat de Grote Belofte zou verrijzen in de tuin van elke ziel van goede wil, aan U geef ik mij onverdeeld, want Uw Liefde kan het zaad van de hoop in mij tot bloei helpen brengen.
Via mijn totale en levenslange zelfofferande aan U belijd ik jegens God mijn rotsvast vertrouwen in Zijn Voorzienigheid op mijn levensweg, want in de ware hoop op de definitieve overwinning van Zijn Werken over alle duisternis en op de definitieve bloei van de Boom van het Kruis der Verlossing wil ik leven en sterven, in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

7. Waar Berouw

De levensroeping van elke christen bestaat in de eerste plaats hierin, dat hij in alle omstandigheden en op elk ogenblik van zijn leven een werktuig voor de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken behoort te zijn. Dit betekent dat de ziel te allen tijde haar innerlijke gesteldheden (gedachten, gevoelens, verlangens, bestrevingen) op God en de naleving van Zijn Wet van Liefde gericht moet houden. Elke afwijking van deze Wet is een ondeugd (handeling of gesteldheid die de vruchtbaarheid van de ziel voor Gods Werken of voor Zijn Heilsplan vermindert) of een zonde (het vrijwillig toegeven aan een inspiratie op grond van dewelke zij wordt aangezet om van Gods Wet af te wijken, hetzij door een handeling of door een woord, gevoel, gedachte, verlangen of verzuim).

Omdat zowel elke ondeugd als elke zonde de ziel gedurende een bepaalde tijd onwerkzaam maakt als werktuig voor de verwezenlijking van Gods Werken, of haar zelfs tot een factor van vertraging of van verhindering in de vervulling van deze Werken maakt, is het noodzakelijk dat de ziel zo snel mogelijk uit elke dergelijke toestand van onvruchtbaarheid of duisternis opstaat om zich opnieuw op het Licht en de Liefde te richten, en dat zij deze opstanding zo bestendig mogelijk maakt. Dit laatste is slechts mogelijk in de mate waarin de ziel waarlijk berouw over haar afwijkingen ervaart: Zonder waar berouw komt een ziel nooit tot een radicale omkeer in haar neiging om aan duistere ingevingen toe te geven. De ziel zal haar hart pas met volharding uitsluitend op de dienst aan Gods Werken richten zodra zij waarlijk doordrongen is van het verlangen om alle duisternis de rug toe te keren en niet meer in eigen vroegere duistere patronen te vervallen. De stap vanuit duistere gesteldheden naar de ware zuiverheid van hart die in de ziel een grotere weerstand tegen elke bekoring wortel laat schieten, is pas standvastig in de mate waarin de ziel spontaan niet meer wil zondigen. Deze wil krijgt zijn kracht uit waar berouw.

Berouw is de gesteldheid van hartenpijn in een ziel die oprecht en diep beseft dat zij door eigen doen of laten, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens of bestrevingen Gods Wet van de Ware Liefde heeft overtreden en daardoor schade heeft toegebracht aan een Werk of Plan van God, een medeschepsel schade heeft berokkend, heeft benadeeld of van de ervaring van welzijn of Waar Geluk heeft afgesneden, de levensbeproevingen van dit medeschepsel door haar eigen toedoen nodeloos heeft verzwaard of dit medeschepsel lichamelijk, geestelijk of emotioneel leed heeft toegebracht. De hartenpijn van het oprecht berouw werkt zich in de ziel uit door een alles overheersende gedrevenheid om de begane overtreding rechtstreeks goed te maken, of indien dit – wegens overlijden van een benadeeld medeschepsel – niet meer mogelijk is, om door handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en/of bestrevingen van Ware Liefde de duisternis die door de overtreding is opgewekt, te helpen compenseren.

Waar christen-zijn, dit wil zeggen het beleven van een hartsgesteldheid die permanent en met grote standvastigheid is gericht op de wil om Christus na te volgen door Gods Werken te dienen, is onmogelijk zonder een diep geworteld berouw over elke afwijking ten aanzien van de verwachtingen die God aan elke ziel stelt. Wij mogen nooit uit het oog verliezen dat God in het bijzonder zeer hoge verwachtingen stelt aan elke christen, omdat precies het christendom Zijn eeuwig geldende, enige Waarheid in stand moet houden en ononderbroken het Goddelijk Leven in de Schepping moet helpen uitzaaien. De ziel in wie de gesteldheid van een zeer levendig vermogen tot waar berouw wortel heeft geschoten, is een waardevol werktuig in de strijd tegen de duisternis en een krachtig getuige voor het Licht van Christus, want deze ziel is zodanig ingesteld dat elke duisternis haar een aanstoot is, en dat zij het als een oneer voor God beschouwt indien zij steeds weer zou vervallen in handelingen of gesteldheden die Gods Werken niet dienen, deze tegenwerken of deze op enige wijze verminken of van hun door God beoogde doelstelling zouden helpen afwijken. De ziel in de gesteldheid van waar berouw beseft constant dat Jezus Christus voor de uitwerkingen van haar zondige natuur heeft geleden, en waakt er nauwgezet over dat zij door geen enkele gesteldheid of door geen enkel element van haar doen en laten enige bijdrage zou leveren tot het Lijden van de Christus, dat immers van alle tijden is.

Als een hulpmiddel voor diepe beschouwing en beoefening van waar berouw schenkt de Hemelse Meesteres het volgend gebed:

1407. BELIJDENIS VAN BEROUW VIA MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, mijn machtige Voorspreekster bij de Troon van de onfeilbare, alwetende en alles voelende Goddelijke Rechter,
Tot U roept mijn verscheurd hart, want ik heb bij herhaling het Plan beschaamd dat God met mijn leven had, en heb Zijn grenzeloze Liefde ten prooi gegeven aan de wolven van mijn zelfzucht.
Aan U en de gekruisigde Jezus bied ik de offerande van mijn hele leven met al zijn kruisen, beproevingen en smarten, als begin van goedmaking voor Uw verenigde kwellingen wegens elke overtreding die ooit over deze hele wereld door mensenzielen tegen Gods Wet van Ware Liefde is begaan.
In de diepste dankbaarheid om de ontsluiting van de donkerste hoeken van mijn zielenkerker verneder ik aan Uw voeten mijn hart, dat wordt gekweld onder verscheurende pijnen om mijn eigen onvolkomenheden in de Liefde, de dienstbaarheid en de zelfverloochening, en om elke onverschilligheid voor het welzijn en het geluk van medeschepselen die God als geschenken tot mijn vervolmaking op mijn levensweg had geleid.
In Uw volmaakt liefhebbend Hart stort ik mijn tranen om elk verzuim, om alle fouten, tekortkomingen, vergissingen, dwalingen, ondeugden en zonden van mijn hele leven, want zij getuigen tegen de volmaakte zuiverheid waarmee mijn Schepper mijn ziel had bekleed.
Uit Liefde ben ik geschapen, voor de Liefde leef ik, en in het Rijk der volmaakte Liefde ligt mijn Bestemming. Mijn vele onvolkomenheden hebben de Bron der Eeuwige Liefde bedroefd, in mijn eigen ziel het Leven verzwakt, en medeschepselen van Licht en warmte beroofd.
Zie, aan de boom van mijn geweten is de pijnlijke vrucht van het berouw tot rijping gekomen, want mijn hart heeft de zon van de oneindige Liefde gevoeld, die God in mijn medeschepselen en in de Werken van Zijn Voorzienigheid op mijn levensweg heeft verborgen. Mag ik de wonde van mijn ontwakend hart wassen met mijn tranen, want zij bezegelt het doodvonnis van mijn slavernij jegens het kwaad.
In al mijn onvolkomenheden heb ik Gods Liefde misbruikt en Zijn Barmhartigheid beschaamd. Zie, het Licht van het Vuur van mijn berouw toont mij nu de wegen die Hij voor mij had voorzien, doch die ik in mijn blindheid en zelfzucht heb verlaten. Het toont mij ook hoe zeer mijn ziel verhongert zolang ik haar niet bewust voed met de vruchten van een diep verlangen om God, al Zijn Werken, Zijn hele Schepping en al mijn medeschepselen lief te hebben met verloochening van mijn eigen 'ik', want ik ben slechts gemaakt om door mijn hele wezen te getuigen van Zijn Licht en warmte.
In het alles verterend Vuur van mijn berouw werp ik alle overtredingen van mijn leven, opdat de duistere uitwerkingen ervan nu nog mogen worden verteerd tot verzoening van mijn ziel met haar God, en opdat alle medeschepselen die ooit door mij hebben geleden, nieuw Leven en de volheid van de Liefde mogen oogsten.
In Uw Tegenwoordigheid en in de hoop op Uw genezende Liefde belijd ik jegens God mijn hartenpijn over alle leed dat ik over de Schepping kan hebben gebracht door elke handeling, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen, elke bestreving, elk verzuim en elke innerlijke gesteldheid door dewelke ik de stroming van Gods Liefde en van het Goddelijk Leven naar medeschepselen kan hebben verstoord, verziekt of onderbroken.
Ik belijd mijn hartenpijn over alle schade die ik kan hebben toegebracht aan Werken of Plannen van God binnen Zijn Schepping, hetzij rechtstreeks hetzij via duisternis die ik in harten kan hebben gezaaid.
Ik belijd mijn hartenpijn voor elk ogenblik waarin ik jegens een medeschepsel geen kanaal van Licht, Liefde, warmte, geborgenheid of geluk ben geweest, doch leed, pijn, verdriet, angst of verlies aan levenslust of levenskracht kan hebben gebracht.
Ik belijd mijn hartenpijn over elk ogenblik waarin ik voor een medeschepsel geen spiegel van Gods liefhebbende Tegenwoordigheid en werking ben geweest.
O vlekkeloze Toevlucht der zondaars, Gods alomvattend Model voor alles wat leeft, hoe vaak toch heb ik het netwerk van Gods Schepping en mijn eigen ziel beschadigd. Hoeveel dank ben ik schuldig voor het onverdiend geschenk van het berouw, dat de toegang tot de wonden in mijn ziel vrijmaakt voor de genezende kracht van Gods Barmhartigheid.
Alles in mij verlangt ernaar, God waarlijk Heer en U waarlijk Meesteres over al mijn spontane behoeften te weten, want slechts in de mate waarin mijn hart waarlijk aan Uw voeten ligt, zal mijn innerlijk leven geen andere motor meer hebben dan de Ware Liefde en de behoefte om, zoals U, in alles een smetteloze spiegel van Gods Licht en daardoor een vreugde en een zegen voor al mijn medeschepselen te zijn.
Moge ik de ultieme genade bekomen dat mijn berouw elk spoor van vergiftiging door eigen schuld in mijn ziel moge wegbranden, opdat ik voortaan een leven moge leiden in ware navolging van Christus, en God op de akker van mijn ziel het gouden graan moge vinden dat een leven lang heeft gewacht om te ontspringen uit het zaad van Goddelijk Leven en van herscheppende Liefde, dat Hij reeds in het uur van mijn ontvangenis in Mij heeft uitgestort en dat Hij een leven lang heeft bestraald met de zon van Zijn Leiding en begoten met de regen van Zijn Voorzienigheid.
In dit berouw wil ik leven en sterven, in de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest (maak het kruisteken).

Slotoverwegingen

De hele heilsgeschiedenis is een opeenvolging van elementen in de ononderbroken strijd tussen Licht en duisternis, tussen God en Lucifer (de satan), tussen Christus en de antichrist. De 'antichrist' is zowel de gevallen engel, die vóór zijn val Lucifer werd genoemd (dus een ziel), alsook de belichaming van alle godvijandige gesteldheden, de geest die Gods Waarheid als leugen en illusie tracht voor te stellen en die zielen vergiftigt en hen van het Goddelijk Leven berooft. Deze 'geest', belichaamd door de satan en zijn gevolg, heet precies 'de antichrist' omdat hij de absolute tegenpool is voor alles wat wordt belichaamd door de Christus, de Zoon van God, het Mens geworden Goddelijk Licht, de levende volmaakte Liefde. In de brede zin van het woord verstaat de Meesteres van alle zielen onder 'de antichrist': de satan alsook de belichaming van zijn hele boosaardigheid in mensenzielen. Elke mensenziel staat dagelijks onder de invloed van de satan, en is derhalve voortdurend een bodem in dewelke zaadjes van de geest van de antichrist worden uitgestrooid. Het hangt er echter van af hoeveel van deze zaadjes door elke individuele ziel worden toegelaten en in haar de kans krijgen om vrij op te bloeien. De ware vijand van de zielen is de geest van de antichrist, het geheel van de uitingen van de zonde, van het gebrek aan Liefde, van protest tegen de beproevingen (die immers slechts dienen om de duisternis uit het in wording zijnde Rijk Gods op aarde te verbannen). Om deze reden behoort de antichrist voor elke christen de belichaming te zijn voor alles wat hij/zij te allen prijze in alle innerlijke gesteldheden en in alle doen en laten moet vermijden, en moet de antichrist worden beschouwd als de grote vijand en verwoester van het Eeuwig Heil van de ziel en van alle Werken van God, in de eerste plaats van het netwerk van Ware Liefde dat alle schepselen onderling met elkaar verbindt.

De levensweg van de mensenziel op aarde is geen rechtlijnige reis, het is een traject vol bochten, bergop-bergaf, onderbroken door plassen, stenen op het wegdek enzovoort. Het is bovendien een weg die dagelijks veelvuldig wordt gekruist door de levenswegen van medeschepselen en is bezaaid met kruispunten waarop de ziel beslissingen moet nemen: In welke richting moet het nu verder, teneinde het eigen Eeuwig Heil alsook het welzijn van medeschepselen en de voltooiing van Gods Werken te helpen veiligstellen? Precies deze veelvuldige keuzen bepalen de mate waarin een mensenleven in Gods ogen positief bijdraagt tot Zijn Werken of juist de verwezenlijking van Zijn Werken tegenwerkt, omdat elke gemaakte keuze aantoont vanuit welke hartsgesteldheid de betreffende ziel haar vrije wil gebruikt: In welke mate is zij helemaal op God en Zijn Wet gericht?...

De Moeder Gods waarschuwt voortdurend voor de neiging onder de moderne christenen, te oppervlakkig en daardoor te lichtvaardig te handelen, denken en voelen. Zij bedoelt een oppervlakkigheid en lichtvaardigheid op het gebied van de bewuste beleving van het christen-zijn. Vele christenen geven zich weinig rekenschap van de diepe betekenis van evangeliewoorden, van Gods geboden of van hun eigen handelen, spreken, vaste patronen en gewoonten, en vervallen hierdoor gemakkelijk in een levenspatroon dat voor Gods Werken in hoge mate onvruchtbaar is. Via deze weg wil de Hemelse Koningin daarom nogmaals met klem oproepen tot een maximale inzet van elke christen voor een groter bewustzijn ten aanzien van de gevolgen van al zijn/haar doen en laten en van al zijn/haar innerlijke gesteldheden voor alle medeschepselen die hij/zij op zijn/haar levensweg ontmoet. Niet slechts via concrete handelingen en woorden beïnvloedt een mens zijn omgeving, hij doet dit evenzeer via al zijn gedachten, gevoelens, verlangens, bestrevingen en via datgene wat hij naar zijn omgeving toe uitstraalt: Een mens kan onbewust veel Licht maar ook veel duisternis over de levensweg van medeschepselen werpen. Daarom is het zo belangrijk, om de ware levensroeping als christen (namelijk de voortzetting van de Werken van Christus en de verspreiding van Zijn Licht) te vervullen, dat elke christen zich in alle omstandigheden van het leven bewust inzet om aan die roeping te beantwoorden en een voelbaar kanaal van Licht en Liefde te zijn.

De christen mag nooit uit het oog verliezen dat Gods Wet en de Leer van Christus een altijddurende geldigheid bezit en dus onveranderlijk is. Elke ziel behoort daarom haar christen-zijn precies zo te beleven als Christus Zelf het heeft ingesteld. Elke uiting van modernisme is een menselijke inmenging en pleegt daarom inbreuk op Gods eeuwig geldige Wet.

De christen mag zich bovendien niet in slaap laten sussen door de overweging dat Jezus het Nieuw verbond heeft ingesteld en sedertdien Gods Barmhartigheid haar grootste uitwerkingen heeft gekregen: Gods Barmhartigheid kan in de individuele ziel slechts haar volle uitwerking krijgen in de mate waarin deze ziel God aantoont dat zij deze verdient, door zich van harte en oprecht in te zetten voor de naleving van Gods Wetten. Elk vertrouwen op Gods Barmhartigheid vanwege een ziel die lichtvaardig vasthoudt aan haar fouten, overtredingen, ondeugdzame gewoonten en onzuivere gesteldheden van hart, is vermetel, dit wil zeggen: Deze ziel gaat er automatisch van uit dat God ook zonder haar eigen inzet alles voor haar in orde zal brengen.

De mensenziel mag eveneens nooit uit het oog verliezen dat elke ziel verantwoordelijk is voor haar eigen doen en laten en haar eigen innerlijke gesteldheden. De Hemelse Koningin wijst erop, dat geen enkele ziel het zonder meer voor God kan rechtvaardigen wanneer zij blijft vasthouden aan eigen ondeugden en duistere gewoonten en levenspatronen onder het voorwendsel dat "niemand haar op haar fouten en de gevolgen ervan heeft gewezen". De Moeder Gods onderstreept dat de Heilige Geest en Gods Voorzienigheid ononderbroken elke ziel op Gods Wet trachten te oriënteren. Vele ontsporingen in zielen vinden reeds hun oorsprong in het feit dat vele zielen hun eigen ontvankelijkheid voor inspiraties van Gods wege zelf blokkeren door diep wortel te schieten in de geest der wereld.

In de loop van de geschiedenis is het christendom er meermaals van beschuldigd, aan de basis te liggen van vele wantoestanden en ellende in de westerse wereld. De grote drogredenering ligt echter hierin, dat niet het christendom (met andere woorden: niet de Leer van Christus) de vele uitingen van verval in het westen heeft veroorzaakt, doch integendeel de vele zielen die de christelijke waarden, normen en geboden uit hun leven hebben verbannen. Niet God heeft schuld aan de ellende in de wereld, doch de mensenzielen die Gods Wet niet naleven. In de mate waarin mensenzielen Gods Wet van Ware Liefde overtreden, worden de uitingen van ellende, lijden, duisternis en chaos in de wereld talrijker en intenser, of juist minder. De zonde, en niets anders dan de zonde, is verantwoordelijk voor alle uitingen van duisternis in de wereld. God heeft Zijn Schepping volmaakt gemaakt. Elk onevenwicht is daarom uiting van menselijk gedrag en menselijke gesteldheden die niet in overeenstemming zijn met Gods Wet.

Precies om deze reden richt de Hemelse Koningin dit geschrift tot alle christenen als een oproep tot bezinning en gebed om een tegengewicht te vormen tegen alle duisternis, alle ellende, alle bedreiging van de wereldvrede, en zelfs alle geweld in natuur en weer. Dit alles kan worden omgekeerd in de mate waarin zielen terugkeren naar een oprechte beleving van Gods Wet. God stelt Zijn verwachtingen hiervoor in de eerste plaats ten aanzien van ons, christenen. Op ons rust de eerste verantwoordelijkheid om in de hele Schepping Gods Tegenwoordigheid en de uitingen van Zijn volmaakte Liefde opnieuw voelbaar te maken.

Om in de diepste zin van het woord een christen te worden die waarlijk in staat is om de unieke Nalatenschap van de Christus te helpen verspreiden en ontsluiten, heeft de ziel een overzichtelijke richtlijn nodig. Daarom schonk de Meesteres van alle zielen aan Myriam de volgende hoofdprincipes van het christen-zijn, en dringt erop aan dat elke ziel deze veelvuldig en diep zou overwegen als leidraad voor een ware navolging van Christus, want zij ontsluiten in de ziel het vermogen om waarlijk beeld en gelijkenis van God te zijn:

1. De ware christen koestert een onwankelbaar geloof in de Drie-Ene God, in Zijn Liefde, in Zijn Heilsplan, in Zijn Voorzienigheid en in de waarde van al Zijn tussenkomsten in de Schepping. Hij leidt zijn leven in innige eenheid met God, in ware godsvrees. De Meesteres van alle zielen definieerde ooit godsvrees als "vrees om Gods Wet te overtreden, uit Liefde voor Zijn Werken, Zijn Plannen en Zijn Beschikkingen. Deze 'vrees' is dus niet vrees voor de gevolgen van dergelijke overtredingen voor zichzelf, en ook niet angst voor God, maar vrees dat men eventueel niet voldoende liefheeft en dus God tekort zou kunnen doen".

De antichrist stelt hier tegenover: ongeloof, goddeloosheid, de neiging om God een steeds kleinere plaats in zijn leven te geven. Dit is wat op grote schaal gebeurt onder talloze zielen, en wat in de loop van de jongste paar eeuwen vooral in de westerse wereld in steeds hogere mate tot uiting komt. Zo wordt God uit Zijn eigen Schepping verbannen.

2. De ware christen leeft voor Gods Werken. Hij beseft ten volle dat elke ziel uitsluitend op de wereld is als werktuig voor de vervulling van Gods Werken. Om deze reden behoort de christen in alle doen en laten en in alle gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen volkomen op God gericht te leven. Naarmate méér zielen volkomen vanuit deze gesteldheden leven, zal de kans op chaos, ellende en onrecht in de wereld verkleinen, aldus een formele stelling van de Koningin des Hemels.

Leven voor Gods Werken, betekent tevens de betrachting van een zo groot mogelijke onthechting van wereldse dingen. Alles wat de bevrediging van het levensnoodzakelijke te boven gaat, valt gemakkelijk ten prooi aan duisternis, of leidt de ziel ten minste weg van een leven voor God. De ziel die zich niet overmatig hecht aan stoffelijke dingen, leeft in de gesteldheid van vergeestelijking, en zal tevens een grote matigheid betrachten in de bevrediging van haar stoffelijke behoeften.

In het verlengde van dit alles betracht de ware christen een grote openheid en volgzaamheid voor leiding vanwege de Heilige Geest, want Gods Werken kunnen niet worden volbracht op grond van menselijk verstand, doch louter in intense eenheid met Gods Intelligentie en Wijsheid.

De antichrist stelt hier tegenover: Het vasthouden aan de opvatting dat de mens op aarde is om een leven voor zichzelf te leiden, met alle gevolgen vandien: de neiging om zichzelf in allerlei opzichten in het middelpunt van alle inspanningen te stellen. Bovendien brengt hij vele zielen tot verstarring, waardoor zij vasthouden aan bepaalde opvattingen en de neiging vertonen, zich af te sluiten voor Gods Waarheid, zelfs al worden zij geconfronteerd met de onjuistheid of onzinnigheid van hun eigen voorstellingen.

De hele wereld is in hoge mate verziekt door bezitsdrang, de neiging tot overdaad in de bevrediging van stoffelijke behoeften, materialisme, competitie, oneerlijke concurrentie en verkwisting. Het is hierbij van het grootste belang, ons ervan bewust te zijn dat ook alle uitingen van haat in deze wereld uiteindelijk toe te schrijven zijn aan wereldse gehechtheden. Dit geldt in hoge mate voor oorlog, alle uitingen van racisme, enzovoort. Vrijwel elke vorm van strijd tussen schepselen heeft in hoge mate te maken met het feit dat schepselen elkaar stoffelijke goederen en bezit misgunnen en betwisten. De Schepping kan niet dieper wegzinken dan de toestand waarin het ene schepsel het andere beschouwt als 'vijand': in deze toestand werken niet meer alle elementen binnen het netwerk van de Schepping samen aan de voorbereiding van Gods Rijk, doch werken de elementen elkaar in diverse richtingen tegen, en raakt het hele systeem grondig ontwricht.

Op weinig gesteldheden heeft de antichrist in de loop van de geschiedenis intensiever kunnen inwerken dan op het materialisme (de klemtoon op de bevrediging van stoffelijke behoeften, en als uitvloeisel hiervan op bezitsvermeerdering als doel op zich). Het materialisme heeft in de wereld op grote schaal economische systemen voortgebracht die in hoge mate verantwoordelijk zijn voor veel wantoestanden, zoals grootschalige hongersnood in de derde wereld, onrechtvaardige verdeling van goederen, ongebreidelde ontwrichting van het leefmilieu, en andere. Het denken in de moderne wereld wekt de schijn dat dit alles hoofdzakelijk natuurlijke wortels heeft (verdeling van grondstoffen in de bodem en andere), doch in waarheid ligt de hoofdoorzaak in de verregaande aftakeling van het voelen, denken en verlangen van steeds méér zielen die zich hebben laten vangen in de strikken van de vorst van het materialisme, de aartsvijand van Gods Werken van Liefde.

3. De ware christen beoefent een onvoorwaardelijke zelfverloochenende Liefde jegens al zijn medeschepselen, en doet dit spontaan en in alle omstandigheden van het leven, zoals Jezus dit heeft voorgeleefd.

De antichrist stelt hier tegenover: elke zucht naar genot, zelfzucht, egoïsme, in de eerste plaats zorgen voor de bevrediging van eigen (vermeende) behoeften, niet zelden zelfs wanneer dit nadeel oplevert voor één of meer medeschepselen, gaande tot onverschilligheid ten aanzien van het lot en welzijn van medeschepselen.

De antichrist inspireert tevens vele zielen tot dweperij, een vals gevoel van Liefde (doorgaans tot God, Maria...) die echter eerder berust op inbeelding en zelfmisleiding, en die wordt gekenmerkt door de onwil om lijden, ongemak of beproevingen te aanvaarden. Ware Liefde onderscheidt zich van dweperij doordat de ziel die waarlijk en oprecht liefheeft, bereid is om zich ook waarlijk voor de geliefde te geven wanneer de omstandigheden van het leven dit moeilijk maken. De dwepende ziel is niet bereid om tot het uiterste te gaan: In feite wendt zij Liefde voor, doch is niet bereid om zichzelf te verloochenen.

4. De ware christen beoefent spontaan dienstbaarheid en hulpvaardigheid jegens al zijn medeschepselen. Hij sluit jegens God verbonden krachtens dewelke hij van harte en onvoorwaardelijk zorgt voor medeschepselen (kinderen, ouderen, dieren...), en leeft ook buiten deze verbonden strikt vanuit een spontane neiging om elk medeschepsel op zijn levensweg behulpzaam te zijn in alle noden. Zo maakt de christen zich tot houvast voor zijn medeschepselen, waardoor hij deze helpt om hun specifieke levensopdracht zo vruchtbaar mogelijk te vervullen.

De antichrist stelt hier tegenover: de neiging om gediend te willen worden, om medeschepselen aan hun lot over te laten (dus te verwaarlozen, of hen niet – of niet onvoorwaardelijk – bij te staan in hun noden), om verbonden van zorgzaamheid te breken.

5. De ware christen leidt een leven van toewijding, van totale overgave aan de dienst aan Gods Werken. Toewijding is een verbond krachtens hetwelk de ziel haar hele wezen en haar hele leven uitdrukkelijk aan God beschikbaar stelt als grondstoffen voor de bereiding van genaden van Heil voor de hele Schepping. De gouden weg van toewijding is deze van intensief beleefde totale toewijding aan Maria.

De antichrist stelt hier tegenover: de neiging tot protest, verzet, slechts leven voor bevrediging van eigen levensvoorstellingen, de eigen weg kiezen tegen Hemelse inspiraties en onderrichtingen in, de neiging om zichzelf en de eigen noden belangrijker te achten dan de noden van Gods Heilsplan voor de hele Schepping. Zo tracht de antichrist zoveel mogelijk zielen te beletten om Licht te helpen bereiden dat uiteindelijk de grondvesting van Gods Rijk op aarde moet voorbereiden. Bovendien leven veel christenen in de waan dat zij aan Maria of Jezus zijn toegewijd omdat zij ooit een gebed of akte van toewijding hebben uitgesproken. Indien zij echter deze toewijding niet in alle details van hun leven daadwerkelijk in toepassing brengen, is helemaal geen sprake van toewijding. Men zou het zo kunnen noemen, dat deze zielen met God een contract hebben gesloten, dat echter slapend (onwerkzaam) blijft.

6. De ware christen volgt Jezus door de kruisen van het leven van harte op te nemen, en door een gesteldheid van spontane boetvaardigheid, offerbereidheid en aanvaarding van het dagelijks lot. De ziel die een afschuw koestert jegens elk kruis, komt nooit tot ware navolging van Christus.

De antichrist stelt hier tegenover: de neiging om alle beproevingen en lijden af te weren en het kruis te verbannen. Vele christenen vergeten dat het kruis symbool staat voor hun Verlossing, en dat de vruchtbaarheid van een mensenleven in hoge mate wordt bepaald door de mate én de gesteldheid waarin de ziel bijdraagt tot de vruchtbaarheid van de (verlossende) Werken van Christus door de eigen kruisen te dragen in bewuste eenheid met Jezus. De antichrist brengt zeer veel duisternis over de Schepping door talloze zielen ertoe aan te sporen, het kruis af te zweren. Op grond van gemak- en/of genotzucht zijn veel zielen zeer gevoelig voor deze bekoring. Deze gesteldheid wordt in de hele samenleving weerspiegeld in de algemeen verspreide neiging om elke pijn en elk ongemak te allen prijze onmiddellijk te bestrijden. Zo wordt alle spontane offerbereidheid tot voorwerp van kritiek.

7. De ware christen betracht een zo groot mogelijke onvoorwaardelijke vergevingsgezindheid en bereidheid tot verzoening. Dit betekent niet dat alle kwaad dat een medemens U aandoet, moet worden goedgekeurd, doch dat U betracht om dit kwaad van harte te beantwoorden met Licht. Duisternis die wordt vergolden met duisternis, kan niet worden omgezet in Licht, en leidt tot een dubbele overwinning van de antichrist. Duisternis die daarentegen wordt beantwoord met Licht, berooft werken van de antichrist van hun werkzaamheid.

Parallel hiermee koestert de ware christen een grote verdraagzaamheid, die tot uiting komt in de neiging om niet meteen op alles en nog wat kritiek uit te oefenen of niet gemakkelijk te vervallen in negatieve reacties.

De antichrist stelt hier tegenover: de neiging tot wrok, wraakzucht, vervloeking, verwensing, het 'oog om oog, tand om tand'-principe, en de veelvuldige verleiding van zielen om medemensen onterecht te verdenken en/of te beschuldigen van allerlei kwaad of van allerlei kwaadwillige intenties, zodat vele gevallen van wraakzucht volkomen ongegrond zijn en derhalve veel duisternis kunstmatig in stand wordt gehouden.

Tegenover de verdraagzaamheid stelt de antichrist neigingen tot agressie, kritiekzucht, prikkelbaarheid, de neiging om op alles negatief te reageren en/of om slechts de eigen opvattingen als de juiste te beschouwen.

8. De ware christen betracht spontaan nederigheid en eenvoud. Door deze gesteldheden belijdt de christen het besef dat hij niets méér is dan één element in een groot netwerk met miljarden knooppunten (alle schepselen), en dat niet hij/zij op zich van tel is, doch louter het feit dat hij/zij werktuig is voor de vervulling van Gods Werken, en dat dit slechts vrucht kan brengen in de mate waarin hij/zij een zuiver knooppunt is dat de stroom van Gods Liefde doorheen het hele netwerk niet belemmert noch verduistert.

De antichrist stelt hier tegenover: de neiging tot hoogmoed, trots, zucht naar macht en erkenning, zelfverheffing, verwaandheid over eigen vermeende grootheid of belangrijkheid.

9. De ware christen streeft de grootst mogelijke zuiverheid na. In feite is dit niets anders dan de bestreving om beeld en gelijkenis van God te zijn. Elke mensenziel is hiertoe geroepen.

De antichrist stelt hier tegenover: de verontreiniging van alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen. De hele samenleving wordt doordrongen van talloze elementen van duisternis, die samen het aanschijn van de wereld maken tot een product dat niet meer laat vermoeden dat de Schepping oorspronkelijk door God Zelf is ontworpen. Wat wij van de wereld zien, is daarom niet meer wat God ermee had beoogd, doch in zeer hoge mate het resultaat van vele menselijke tussenkomsten die in talloze gevallen weinig of niet zijn geïnspireerd door de Geest van God en de bestreving om Zijn Wet te vervullen.

10. De ware christen betracht in alle omstandigheden zachtmoedigheid. Deze gesteldheid maakt de ziel voor haar medeschepselen tot een kanaal van warmte en tederheid in al haar handelingen, woorden en haar hele uitstraling.

De antichrist stelt hier tegenover: de neiging tot opvliegendheid, tot woede, tot onvriendelijkheid, tot afstandelijkheid, tot de neiging om gemakkelijk en lichtvaardig medeschepselen te kwetsen of hun gemoed te vervullen met kilte. Elk gebrek aan zachtmoedigheid brengt kilte over de Schepping en maakt hierdoor Gods Tegenwoordigheid minder voelbaar.

11. De ware christen koestert oprechtheid en eerlijkheid in alle situaties van het leven. In de mate waarin U oprecht bent, weet elk medeschepsel precies wat het aan U heeft. De oprechte ziel misleidt niet, liegt of bedriegt niet. Oprechtheid en eerlijkheid maakt een ziel doeltreffender als steunpunt voor haar medeschepselen en vergroot daardoor haar bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Werken. De ziel moet beseffen dat alle handelingen, woorden, gedachten en gevoelens ten aanzien van een medeschepsel, eveneens gelden ten aanzien van God Zelf, want God voelt alles wat elk schepsel wordt aangedaan, zowel in positieve als in negatieve zin. Wie een medeschepsel bedriegt, bedriegt eveneens God.

De antichrist stelt hier tegenover: de vele vormen van misleiding, bedrog en leugen.

12. De ware christen betracht een oprecht respect voor elk medeschepsel. Respect is de gesteldheid waarin een ziel zich bewust is van de waardigheid van haar medeschepsel als schepsel van God, en zij naar dit besef leeft. Ook hier geldt ten volle, dat de omgang met een medeschepsel en de gesteldheid die men koestert jegens een medeschepsel, tevens gelden als omgang met God Zelf en gesteldheid jegens God Zelf. Wie een medeschepsel niet respecteert, betoont gebrek aan respect voor een Werk van God.

De antichrist stelt hier tegenover: spot, vernedering, het behandelen van medeschepselen als minderwaardig. Over de hele wereld is dit dagelijks miljoenen malen het geval, bijvoorbeeld telkens een dier wordt behandeld als een voorwerp zonder gevoelens en zonder waardigheid. Zielen geven zich vaak geen rekenschap van het feit dat God hen zelfs oordeelt volgens de wijze waarop zij met dieren omgaan, en de gesteldheid van hun hart wanneer zij met dieren omgaan. De Meesteres van alle zielen gaf jegens Myriam reeds meermaals uiting aan Haar diepe droefheid over de massale duisternis die op deze wereld dagelijks door mensenzielen wordt voortgebracht wegens liefdeloze en respectloze omgang met dieren.

Het is op deze plaats zeer passend, de aandacht te vestigen op de stelling van de Meesteres van alle zielen, dat de staat van genade van de mensheid en van de Schepping als geheel alleen reeds door een meer liefdevolle en respectvolle omgang van mensenzielen met dieren, aanzienlijk zou verhogen. Zij wijst erop dat dit een aspect van het christen-zijn is, dat doorheen alle eeuwen zeer weinig aandacht heeft gekregen, en dat daardoor door de antichrist ongemerkt zeer intens is bespeeld. Maria benadrukt het feit dat het noodzakelijk is dat onder de christenen een groter bewustzijn ten aanzien van een liefdevolle en respectvolle omgang met dieren wortel zou schieten, want dat bij gebrek aan een radicale ommekeer in de houding van vele zielen jegens hun niet-menselijke medeschepselen, vele inspanningen in het kader van de laatste strijd in de voorbereiding van de grondvesting van Gods Rijk op aarde van hun vruchtbaarheid zullen worden beroofd. De Moeder Gods laat in alle ernst verkondigen dat de ware christen al zijn medeschepselen, niet slechts zijn medemensen, spontaan beschouwt als Werken van God, als kanalen van Liefde, en derhalve al zijn medeschepselen als zodanig behandelt. Elk gebrek aan Liefde in de omgang met, en in de gesteldheid jegens, niet-menselijke medeschepselen werpt een smet op het Licht in deze Schepping en voedt derhalve rechtstreeks de duisternis. De Koningin des Hemels herinnert eraan, dat Zij reeds in het boek De Beekjes van het Heil de verantwoordelijkheid van elke mensenziel in dit verband heeft laten aantonen.

De Meesteres van alle zielen roept alle christenen op tot een radicale keuze voor een bewuste, diepe en onvoorwaardelijke beleving van de ware navolging van Jezus Christus, en stelt uitdrukkelijk dat alle ellende, alle chaos en onrecht in de wereld alsook elke bedreiging van de wereldvrede teniet kunnen worden gedaan in de mate waarin de zielen zich in doen en laten en in al hun innerlijke gesteldheden radicaal opnieuw op God en op de vervulling van Zijn Plan van Heil voor de hele Schepping richten. Zij wijst er met klem op, dat God Zijn verwachtingen in de eerste plaats stelt op de christenen.

Jezus Christus is Mens geworden met de bedoeling, de Verlossing en dus het Eeuwig Heil vrij te kopen voor elke mensenziel die bereid zou zijn om haar vrije wil volkomen in Gods Wil te laten overvloeien. Vanaf Zijn Geboorte in het Vlees tot en met Zijn Dood aan het Kruis heeft Hij de zielen het voorbeeld van Goddelijk Leven voorgeleefd. Op elke christen rust de heilige plicht, dit voorbeeld bewust en gewetensvol na te leven. Er is geen andere weg voor terugkeer van de Schepping naar het volmaakt evenwichtig systeem dat ooit door God is gemaakt. Volmaakte vrede, volmaakte harmonie tussen alle schepselen, met inbegrip van volmaakte harmonie in het leefmilieu en zelfs in de weersomstandigheden, alsook de uitbanning van alle wantoestanden in de wereld, dit alles is slechts op duurzame wijze mogelijk naarmate het voorbeeld van de Christus, de strikte en zelfverloochenende toepassing van de Ware Liefde in alle doen en laten en in alle innerlijke gesteldheden, door alle christenen in alle omstandigheden van het leven wordt nageleefd. Louter menselijke, wereldse oplossingen kunnen de Schepping niet meer terugvoeren naar de staat zoals God deze had bedoeld.

Op de mensenzielen rust de verantwoordelijkheid voor de staat van de hele Schepping. Deze laatste staat in rechtstreeks verband met de mate waarin de mensenzielen heilig leven of, omgekeerd, in overtreding leven met Gods Wet van Ware Liefde en alle principes die op de meest volmaakte wijze worden belichaamd door het ware christen-zijn.

 

Op verzoek van de Meesteres van alle zielen besluit ik deze oproep met het Testament van Liefde van Jezus Christus, zoals dit mij door de Goddelijke Verlosser werd geïnspireerd tijdens het schrijven van De Oogst van de Eeuwige Liefde. Ik citeer uit laatstgenoemd boek:

Ik zie Jezus op het groot terras van het landgoed van Lazarus te Bethanië, zoals ik dit een paar jaar geleden reeds in een visioen heb gezien. Het moet hooguit twee of drie dagen vóór Witte Donderdag zijn, want de maan is bijna vol, en in vroegere visioenen over de gebeurtenissen in de Hof van Gethsemani heb ik telkens gezien dat het in de nacht van het verraad van Jezus volle maan was. Ik zie Jezus in een intens gesprek tot de Eeuwige Vader. Ik lees in Zijn Hart, dat trilt van vervoering:

"O Mijn Vader, het uur is gekomen om U Mijn Testament van Liefde toe te wijden. Weliswaar is het U bekend, daar Onze Harten reeds één waren vóór de grondvesting der aarde. Doch Ik wil het U toewijden terwijl Ik nog in het Vlees ben, opdat het de mensheid tot groter Heil moge strekken. Wil het aanvaarden alsof het door alle mensenzielen tot U werd gericht. Ik wijd het U toe in het verborgene, opdat het geopenbaard moge worden wanneer Onze Tijd daartoe gekomen zal zijn. Dit is Mijn Testament van Liefde: dat alle zielen Mij zouden navolgen door de drie wegen van Mijn Leven in het Vlees ook in hun eigen leven te bewandelen:

1. Door glorie te geven aan U en aan wie door U wordt gezonden tot vertegenwoordiging van Uw heilige naam;

(het bijhorend beeld toont mij dat Jezus hier in feite Zichzelf, de Heilige Geest en Maria bedoelt – Jezus toont mij eveneens de Sacramenten)

2. Door Onze Eeuwige Waarheid te belijden, niet slechts in woorden, doch ook door het voorbeeld van een heilig en deugdzaam leven;

3. Door de kelk te aanvaarden die Onze Voorzienigheid voor hen bereidt, dag na dag, in Liefde en zonder verzet.

Dit, Mijn Vader, is wat Ik zozeer verlang, opdat de zielen de vruchten mogen oogsten die U voor hen hebt bestemd. Ikzelf ben de Akker die het zaad in zich draagt. Reeds is de ploeg in aantocht. Weinige uren nog, en zij zal de bruiloft sluiten met Mijn Bloed, opdat het zaad moge rijpen voor elke ziel die de oogst zal hoeden in het uur waarin zijzelf hiertoe zal worden geroepen, in regen en wind, onder de brandende zon en onder dichte nevelen.

O Vader, Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de Ware Liefde leren kennen, het diep wezen van al Ons doen en laten en van hun eigen leven in Ons.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen mogen voelen wat hun God drijft in al Zijn beschikkingen voor hun levensweg en voor de hele mensheid.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de onvoorwaardelijke Liefde herkennen als de enige bron van het Ware Geluk, de ware vreugde, de ware blijheid, de ware innerlijke Vrede.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen in zich het Vuur mogen vinden om zichzelf totaal te verloochenen opdat al hun medeschepselen de Ware Vrede en het Ware Geluk mogen vinden, doorheen hun daden, hun woorden en hun wijze van leven.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen voor al hun medeschepselen teken en bron van het Ware Licht mogen zijn: teken en bron van bemoediging, hoop en steun.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de Liefde herkennen als het enige geneesmiddel voor alle onrust, alle twijfel, alle onvrede en alle bekoring.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de ware en oprechte Liefde herkennen als de enige weg naar de ware innerlijke bevrijding, en daardoor als de enige weg naar de Eeuwige Gelukzaligheid.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen Mijn Moeder herkennen als de volgroeide Vrucht van de Liefde, en Haar in zich opnemen als de stem, het Licht en de hartenklop van hun God Zelf.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de kracht mogen herkennen die uitgaat van de onvoorwaardelijke Liefde, dat zij mogen ervaren hoe het Bloed van hun God stroomt doorheen alle relaties met hun medeschepselen in de mate waarin zij in al hun medeschepselen een kiem van hun God herkennen.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de Liefde zouden verheerlijken door de totale verloochening van hun eigen stoffelijk leven en hun eigen stoffelijke behoeften, in het bewustzijn dat Onze Geest hen dan boven hun zwakheden zal verheffen.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen mogen begrijpen dat Ik door U ben gezonden als Belichaming van het allerheiligst Verbond van Liefde tussen God en henzelf.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de Liefde mogen herkennen als de Goddelijke macht die alle duisternis overwint.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de Liefde mogen herkennen als de zon die alle vruchten van hun levenswerken laat rijpen opdat deze hen de Eeuwige Zaligheid zouden brengen, en reeds op aarde de ware innerlijke Vrede.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen mogen begrijpen en aanvoelen dat elk leed dat zij een medeschepsel aandoen, zij hun God hebben aangedaan, want dat hun God een vezel van Zijn Hart in al Zijn schepselen heeft gelegd.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen de oneindige macht van de verlossende en heiligende Liefde mogen leren vrijmaken uit Ons Goddelijk Hart, door de uiterste beleving van de vergevingsgezindheid en de restloze verzoening.

Ik verlang zozeer dat de zielen van alle komende eeuwen Mij mogen herkennen als Mens geworden Liefde, als het Voorbeeld voor de Liefde die bevrijdt en verheerlijkt door de aanvaarding van het kruis, en dat zij Mijn Werken mogen erkennen en aanvaarden als de Oogst van de Eeuwige Liefde".