TOTUS TUUS MARIA !

15 – 22 augustus

DE DAGEN VAN MARIA'S UNIEKE VERHEERLIJKING

(Myriam van Nazareth)

Toen God de Allerheiligste Maagd Maria na Haar dagen op aarde tot Zich riep, deed Hij dit niet door Haar zoals elke andere ziel aan het levensoordeel te onderwerpen: Hij nam Maria tot Zich met ziel en Lichaam om Haar hele Wezen onmiddellijk in de absolute heerlijkheid te verheffen.

Maria genoot het uniek voorrecht van een verheffing boven al het geschapene. Zij werd tot Koningin van Hemel en aarde gekroond, en in het jaar 2006 openbaarde Zij via Myriam dat Haar Kroning eveneens de gelegenheid is geweest waarbij God Haar openlijk bekendmaakte onder de titel Meesteres van alle zielen.

Maria’s hoedanigheid als Koningin en Meesteres van al het geschapene berust op:

  • Haar Onbevlekte Ontvangenis;

  • een volmaakt zondeloos leven op aarde;

  • Haar onvergelijkbaar grote verdiensten tijdens Haar leven op aarde, wegens Haar volmaakte deelneming aan het grote Verlossingswerk en de weergaloze heiligheid van al Haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en innerlijke gesteldheden;

  • Haar ononderbroken volmaakte eenheid met Gods Wil

Op grond van dit alles werd Maria bekleed met een nooit geziene macht en Glorie.

God houdt Maria aan de zielen voor als groot voorbeeld van gelijkenis met Zijn Hart (de ziel die in de volmaaktheid naar Zijn beeld en gelijkenis leeft) en van volmaakte inschakeling in Zijn Werken en Plannen. Als Meesteres van alle zielen leert Zij ons nu de Wetenschap van het Goddelijk Leven als de kunst om Haar volmaakt na te volgen, want

volkomen navolging van Maria
=
volkomen navolging van Jezus Christus

en derhalve de ideale weg voor de ziel
om haar christen-zijn ten volle te verwezenlijken

In deze dagen worden buitengewone genaden van heiliging uitgestort over de zielen die oprecht verlangen naar navolging van Maria, en via Haar van Christus. In de volkomen dienst aan Maria, de Koningin en Meesteres van al het geschapene, wordt de dienst aan God volkomen. De Meesteres van alle zielen benadrukte reeds bij herhaling dat niet Zijzelf verheerlijkt wil worden, doch dat God verlangt dat de mensenzielen Maria verheerlijken. De zielen moeten voor ogen houden dat in Maria God Zelf wordt verheerlijkt in Zijn absolute Meesterwerk, en dat deze verheerlijking heel veel Licht over de schepping brengt.

Deze dagen nodigen de zielen ertoe uit om in zich het besef wortel te laten schieten, dat God de ziel wil verheerlijken in de mate waarin deze er uit vrije wil naar verlangt om zich naar Zijn beeld en gelijkenis te ontplooien. De ziel is immers precies op aarde om dit te verwezenlijken.

Wat moet dan eigenlijk onder 'verheerlijking' worden verstaan? Verheerlijking van een ziel betekent, het Licht dat in haar aanwezig is, respectievelijk in haar tot uitdrukking en tot uitwerking wordt gebracht, op een bijzondere wijze eren, zodat de Hemelse Bron van dit Licht en de heilzame macht ervan, duidelijk kunnen worden gezien. Dit heeft God in de absolute volheid gedaan met de Moeder van Christus, en dat zou Hij graag met elke ziel in de hoogst mogelijke mate doen.

De Schepper liet Maria deelachtig worden aan de allerhoogste verheerlijking die een ziel ooit zou kunnen krijgen, omdat geen ziel Haar heiligheid ook slechts bij benadering zou kunnen evenaren. Nooit is een ziel in zo verregaande mate in God opgenomen als Zij.

Voor elke ziel ligt hierin als het ware een levensprogram: de navolging van Maria, zoals deze in Myriams geschriften wordt onderricht, want Maria is de vlekkeloze Spiegel van alle geschapen volmaaktheid. Deze navolging zal nauwelijks ten volle kunnen worden verwezenlijkt indien de ziel zich niet eerst volledig aan Maria overgeeft, door een akt van totale toewijding die wordt gevolgd door een leven in totale overgave aan Maria in alle details van het dagelijks leven. Pas onder deze voorwaarden kan de Koningin des Hemels de aan Haar toegewijde ziel stap voor stap met Zich laten versmelten, respectievelijk Zich in de ziel laten overvloeien. Alle onderrichtingen in de Wetenschap van het Goddelijk Leven beogen precies dit: dat de ziel voor deze versmelting ontvankelijk wordt gemaakt, zich op duurzame wijze openstelt voor Maria's Werken in haar, en aldus vrijwillig kiest voor een leven in de grootste spirituele vruchtbaarheid.

Zo wil God de zielen deel laten hebben aan de verheerlijking van Zijn Koningsdochter, want Hij dringt geen enkele ziel haar geluk op: Volgens de Wet van de Gerechtigheid moet de ziel uit vrije wil en op duurzame wijze kiezen voor de weg van de grootste vruchtbaarheid. Zonder deze vrijwillige keuze en een levenslang juist gebruik van de vrije wil kan de ziel haar Meesteres en Koningin niet in Haar verheerlijking volgen.

In Liefde en ten dienste van de Meesteres van alle zielen,

Myriam