Deze categorie bevat alle Openbaringen van 2008 in de enige authentieke vorm zoals door de Meesteres van alle zielen vrijgegeven voor publicatie. Elke aanduiding "(...)" verwijst naar passages die door Maria niet voor publicatie werden toegelaten omdat zij verband houden met private onderrichtingen aan Myriam.


TOTUS TUUS, MARIA !

PUBLIEKE OPENBARINGEN VAN
DE HEILIGE MAAGD MARIA

als de

MEESTERES VAN ALLE ZIELEN

aan Myriam van Nazareth

2008


1 januari 2008

"Ik noem dit jaar het jaar van het Licht. God wil geen vuurwerk in de lucht, Hij wil vuurwerk in de zielen. Ik ben gezonden om het aan te steken. De vreugde zal groot zijn voor hen die Mij hun terrein ter beschikking stellen. Zij zullen zichzelf in een volkomen nieuw licht zien. Ik heb het Goddelijk Vuurwerk gebaard in een donkere grot. Ik zal het vuurwerk van de zelfontdekking baren in elke zielengrot die Mijn voetstappen verwelkomt.

Elke ziel is een rijk gevarieerd landschap. Zeer veel zielen concentreren hun leven op de ontginning van een klein lapje grond in dat groot geheel, terwijl vrijwel alle schatten onontgonnen en onbekend blijven. Deze zielen vallen vroeg of laat ten prooi aan ontevredenheid omdat zij zichzelf niet kennen en zeer veel vermogens nooit ontdekken. Zij zijn vergelijkbaar met de bewoner van een klein huisje in een onmetelijk grote, paradijselijke siertuin. Het huisje heeft slechts een heel klein raampje, zodat de bewoner jaar in jaar uit niets méér ziet dan het bekende beeld van zijn kamer en enkele vierkante meter van de uitgestrekte tuin. Vaak betreft het dan nog een stukje tuin met weinig begroeiing. Vele bloemen en bomen, vogels en vlinders en andere verrukkingen die God op zijn terrein heeft geplaatst, ziet hij niet. Zij blijven voor hem onvruchtbaar, want hij mist de verrukkingen van hun Leven schenkende aanblik. De ziel moet zichzelf ontginnen.

Zie, de reis van het leven is vergelijkbaar met een safari, een ontdekkingsreis doorheen onbekende en rijk gevarieerde landschappen vol verrassingen. Veelvuldig ontmoet de reiziger wilde en gevaarlijke roofdieren. Zelfs onder een mooi ogende boom kan hij verrast worden door een slang, en water dat hem verkwikking belooft, kan de woonplaats blijken van krokodillen.

Zielen, het Sacrament van de Biecht moet zijn als een geconcentreerde etappe binnen de safari van het leven op aarde. In voorbereiding op, en tijdens, een goede Biecht trekt de ziel doorheen de savanne, doorheen de steppe, doorheen het oerwoud, over bergen, doorheen gevaarlijke wateren en moerassen in het landschap van haar innerlijk leven. Het traject van de etappe is niet steeds bekend, maar het heilzame ligt in de grondige verkenning van de wegen en paden, en in de moed om onontgonnen gebied te doorkruisen. De ziel van goede wil wordt voor deze etappe uitgerust met het Licht van de Heilige Geest en de beschermende kleding van de engelen.

Elke Biecht moet zijn als een stukje invulling van de blinde kaart van de ziel. De ziel brengt er haar eigen grondgebied in kaart, leert de locatie van bergen en moerassen kennen, leert de schuilplaatsen van slangen, krokodillen en leeuwen kennen, en ontdekt ook de Hemelse bondgenoten die haar zullen helpen om de roofdieren te temmen. Begrijp het beeld: Het Sacrament van de Biecht moet zijn als een verbond met de Heilige Geest, met Jezus, met Mij, om de eigen zwakke plekken, de plaatsen van gevaar binnen de eigen ziel, te ontdekken en te veranderen. Het moet zijn als een inspanning om het moerasland terug te dringen door het te veranderen in vruchtbare grond waar niet langer de slang en de krokodil leven, doch de gazelle. De Schepper van het landschap heeft de ziel uitgerust met een geweer dat schiet met kogels van Liefdesvuur: Maria, Die jullie is gegeven als wapen tegen de gevaren van jullie wildernis.

Elke relatie van een ziel met een medeschepsel kan worden vergeleken met bezoekers in een huis. De bewoner van het huis kan zijn bezoekers slechts waarlijk leren zien zoals zij werkelijk zijn, naarmate het huis beter is verlicht. Begrijp dit beeld: Om andere zielen te kunnen zien zoals zij werkelijk zijn, moet de ziel eerst zichzelf zien zoals zij werkelijk is. Zij moet dus eerst en vooral een grote zelfkennis en een bewustzijn van eigen fouten en zwakheden bezitten. Voor de ziel die de zon van de Heilige Geest buiten sluit, zijn alle medeschepselen als vreemden, die slecht worden herkend en daardoor ook vaak worden bekeken met wantrouwen, of met vrees, of als schimmen die de vorm krijgen van het beeld dat de ziel zich van hen vormt op grond van de eigen gesteldheden. Zeg aan de zielen dat Ik dit jaar stromen van Licht wil brengen. Afgesloten ramen en deuren moeten worden geopend, want wanneer de lente komt, moeten zijn licht, zijn warmte en zijn verrukkelijke geuren elke kamer van het huis kunnen betreden.

Het Licht moet overvloedig schijnen in elk zielenhuis. Bedenk dat de spin de duisternis zoekt. De ziel die onvoldoende gebruik maakt van het Licht dat op haar afstraalt, raakt vroeg of laat verstrikt in de spinnenwebben en wordt tot gevangene van haar eigen lichtschuwheid". 


7 januari 2008

"Wie de zomerdag wil prijzen, looft ook reeds zijn dageraad. Zo zal ook de ziel die de Middagzon Jezus Christus in haar leven wil zien stralen, de Dageraad Maria met verrukking begroeten".


9 januari 2008

"Ik wil in elke zielentempel de zon van de Eeuwige Lente laten stralen, en wel zo overvloedig dat ook de landerijen om de tempel heen worden tot bloeiende boomgaarden. Deze lentebloesems zullen de aankondigers zijn van de zomervruchten. Deze zullen de hongerige zielen voeden, opdat de legioenen van de Meesteres van alle zielen de zielentempels kunnen heroveren op de vijand, de prins van alle onwaarheid en duisternis, tot grondvesting van Gods Rijk op aarde".


10 januari 2008

"Elke ziel heeft een roeping als tuinierster. Zij heeft de opdracht, in andere zielentuinen, evenals langsheen de paden tussen zielentuinen, bloemen te zaaien en fruitbomen te planten. Het is de ziel niet toegestaan, doornstruiken te planten. Begrijp dit wel: Alle lijden en kruisen langsheen de levensweg van zielen vallen onder de beschikking van Gods Voorzienigheid. De zielen hebben niet het recht om wortels van lijden en kruisen aan andere zielentuinen toe te voegen. Leed dat door Gods Voorzienigheid wordt toegelaten, is genadevol. Leed dat door zielen wordt veroorzaakt, is als water dat ontspringt uit een giftige bron: Het brengt geen verkwikking in zielen, doch ziekte. De ziel die door haar woorden, gedragingen of nalatigheden doornstruiken plant of giftig water doorheen andere zielentuinen laat vloeien, verstoort de Werken van de Goddelijke Tuinier".


11 januari 2008

"Om normaal te functioneren, heeft het menselijk lichaam voedsel, water en zuurstof nodig. Deze bronnen van leven worden benut via de spijsvertering, de bloedsomloop en andere kanalen van transport, en de ademhaling. Je zou het zo kunnen beschouwen, dat deze systemen hun tegenhangers hebben in de ziel. Het voedsel voor de ziel is de Liefde, het water voor de ziel wordt geleverd door de genaden, en de zuurstof voor de ziel wordt geleverd door alle inspiraties, onderrichtingen en bezieling door de Heilige Geest. De Liefde bezielt dus als het ware de spijsvertering in de ziel, waardoor het zielenvoedsel verwerkt en benut wordt voor de groei van de ziel naar haar bestemming als beeld en gelijkenis van God.

De genaden vervullen de functie van het water dat laaft, zuivert, en de Liefde doorheen de ziel vervoert zodat alle niveaus van het zielenleven gevoed en gereinigd kunnen worden. Alle vormen van bezieling en onderrichting vanwege de Heilige Geest, met inbegrip van elk uitvloeisel van de werkingen van de Goddelijke Voorzienigheid, vervullen de functie van zuurstof dat alle voedingsstoffen in de ziel helpt verwerken en omzetten, en dienst doet als 'ontsteking' voor alle levensprocessen. Zie de diepgang van het beeld: Wanneer de ziel alle inspiraties van de Heilige Geest en elke invloed vanwege de Goddelijke Voorzienigheid negeert, begint zij langzaam te stikken bij gebrek aan Hemelse zuurstof. Wanneer de ziel de genadewerkingen negeert of niet benut, raakt zij verontreinigd en is zij niet langer in staat om het voedsel voor de ziel te verwerken en doorheen de ziel te vervoeren. Wanneer de ziel de Liefde, de Goddelijke Levenskracht, niet opneemt of haar niet in zich laat renderen, verhongert zij. Bedenk dat de Liefde op de ziel afkomt vanuit het Hart van God alsook doorheen de vele uitingen van de naastenliefde, dat de genaden in de eerste plaats op de ziel afkomen via alle beproevingen en kruisen op de levensweg, en dat de adem des Levens de ziel bereikt in elke Hemelse ingeving en in elke gebeurtenis die door de Goddelijke Voorzienigheid wordt bestuurd. Zie, de zielen kunnen al deze levensprocessen zelf beïnvloeden. Ik toon hen de wegen om dit te doen:

  1. door het verlangen naar een steeds grotere Aanwezigheid van God en van Mij in hun leven kan de stroming van de Liefde vergroten en kan de Liefde beter opgenomen en verwerkt worden;
  2. door de aanvaarding van alle beproevingen op de levensweg, zonder verzet, protest of ontevredenheid, kan de stroming der genaden toenemen, waardoor de ziel zich beter van alle wereldse ballast kan reinigen en het voedsel van de Liefde beter zijn weg vindt doorheen alle niveaus van de ziel om daar de Verlossing en de heiliging te voltooien;
  3. door de openheid voor elke inwerking van de Heilige Geest. Verstarring en gebrek aan soepelheid of aanpassing blokkeren de ademhaling van de ziel, waardoor deze verkrampt en langzaam stikt. Naarmate méér zielsprocessen van zuurstof beroofd worden, begint de ziel méér te ontsporen, zodat zij als het ware ten prooi valt aan kanker van de ziel. Zij begint vele dingen vast te houden, die op zielsniveau als het ware tumoren beginnen te vormen en alle Leven in de ziel doen ontsporen.

Zie toch hoe machtig de Liefde is: Zij bezielt de spijsvertering van de ziel. Begrijp dit beeld in de diepte: Wanneer de ziel bepaalde dingen niet verteert, wordt zij zwaar, log en ongesteld. Het groot geneesmiddel voor de ziel die zich bezwaard en verontreinigd voelt, is de smeekbede om meer Liefde. De ziel die veelvuldig smeekt 'vermeerder mijn Liefde', kan zodanig ontsloten worden voor de benutting van het Goddelijk voedsel, dat de ziel zich als bij wonder ontlast van alles wat haar bezwaart, zodat zij licht en werkzaam wordt. De Liefde bestuurt alles, beheerst alles, opent alles en geneest alles".


12 januari 2008

"Welke verrukkelijke aanblik is het voor Mij wanneer je de lemen kruik van je stoffelijkheid aan Mijn voeten aan stukken laat vallen. Dat is wat gebeurt bij elke (... i.v.m. een offer) die je verricht met het Vuur van Liefde en zelfverloochening, slechts gedreven door het verlangen om Mij te dienen. Het Rijk Gods is een Rijk van het niet-stoffelijke, van de ontastbare doch zo verrukkelijke kracht van het Goddelijk Leven. De grond vóór Mijn voeten is als een altaar waarop alles wat verontreinigd is, opgedragen wordt tot volkomen heiliging. Alles wat stoffelijk is, kan door Mij van zijn verontreiniging worden gezuiverd en doordrongen worden van datgene wat het nodig heeft om instrument van Goddelijk Leven te worden.

Zielen, geef Mij jullie lichamelijkheid door toewijding, boetedoening en offers van Liefde. Geef Mij jullie stoffelijk leven in alle beproevingen en kruisen van jullie levensweg. Daartoe bezit Ik de herscheppende macht: Ik haal de duisternis uit de nacht om hem te veranderen in de dageraad van het Goddelijk Leven. Ik doe dit uit Liefde tot de Schepper. Volg Mij na, uit Liefde. Jullie kunnen het Rijk Gods helpen grondvesten, door Mij de grondstoffen aan te reiken waaruit Ik zijn funderingen bouw. Geef Mij jullie hele wezen en jullie hele levensweg. Ik vraag slechts totale overgave en vertrouwen, al het overige ligt in Mijn macht. Wees de kogels van Vuur waarmee Ik de vijand uit zijn schuilplaatsen verjaag. Mijn macht over hem is volkomen en onbegrensd. Ook jullie hebben macht over hem: Jullie macht heet 'zelfofferande aan de voeten van de Meesteres van alle zielen'. Ik herinner aan het getuigenis die een duivel op Mijn bevel heeft afgelegd" (Maria bedoelt hier de Getuigenis van een duivel op Maria’s bevel, die beschreven staat in de Openbaringen op 15 maart 2007).

"Ik heb je vanochtend beelden getoond over de apostel Johannes en Mijzelf te Efese (Maria verwijst onder andere naar de beelden die beschreven staan in Wedergeboorte van het Aards Paradijs, 30e wandeling). Ik wil dat je het beeld dat Ik je nu nogmaals toon, hier weergeeft".

Ik zie hoe Johannes diep vóór Maria neerknielt en Zij hem zegent, hoe hij met nog steeds gebogen hoofd overeind komt, een buidel met een schouderriem over de schouder hangt en vertrekt via de zanderige weg die naast het huisje te Efese loopt.

Maria zegt nu tot mij:

"Zeg aan de zielen dat zij tot Johannes bidden voor alle priesters, opdat deze de gesteldheid van de apostel van de Liefde in zich mogen laten bloeien tot volmaaktheid: stralend van Liefde, innemend van zachtmoedigheid, aanstekelijk van blijmoedigheid, bruisend van geestdrift, en vertederend in de nederigheid.

Ik herhaal wat Ik je vanochtend privaat heb gezegd: Johannes sprak geen woord of stelde geen handeling zonder Mijn toestemming of Mijn zegen, of zonder de verzekering dat Ik met zijn woorden of handelingen instemde. Hij is het groot voorbeeld voor Mijn totale heerschappij in een ziel.

Indien de priesters de voor hen bestemde vruchtbaarheid willen bereiken, moeten zij worden zoals Johannes. Ik kan de volheid van Jezus in hun harten vernieuwen, in de mate waarin zij zich aan Mij geven, in diepe deemoed. Dit is noodzakelijk voor de grondvesting van Gods Rijk op aarde".


14 januari 2008

"(...) De verwarring is groot onder de lammeren van Mijn Zoon. Ik wil de zielen een duidelijke richtlijn geven over het modernisme in de Kerk. Wat is het, en hoe kunnen de zielen het herkennen? Modernisme in de Kerk van Mijn Zoon is elke verandering waardoor het dienstwerk van de Kerk zich van zijn oorspronkelijke spirituele doelstellingen laat verwijderen om zich aan te passen bij de belangen van de wereld. Bedenk dat de wereld, het werelds denken en bestreven, sedert eeuwen ten prooi is aan vele invloeden die door de satan zijn geïnspireerd en die geen andere bedoeling hebben dan deze: de zielen van God te verwijderen, het bestaan en de Werken van God in twijfel te trekken of weg te redeneren, en Zijn enige en eeuwig geldende Waarheid, de Leer van Jezus Christus en de door God bezielde onderrichtingen van de profeten van de Waarheid, te laten verketteren als dwaling en dwaasheid. Stap voor stap leidt het modernisme de zielen verder op de weg van het verderf. Zielen, ontwaak, en herken de tekenen die Ik jullie voor ogen breng. Ziehier de meest schrijnende en hemeltergende uitingen van deze kanker voor de zielen:

  • God wordt uit de Kerk verdreven, en de mens wordt centraal gesteld;
  • Alles wat sacraal is, wordt ontwijd door gebrek aan eerbied en door het in een werelds licht te plaatsen;
  • De priester stelt in de handelingen en woorden in uitoefening van zijn ambt niet Jezus centraal, doch zichzelf;
  • De priester predikt niet langer Gods Woord noch de schoonheden van Zijn Liefde en Zijn Mysteries, doch de wereldactualiteit en allerlei menselijke werken en gebeurtenissen en herkenbare toestanden die de geesten bezighouden. Hij onderricht dus niet de diepere spirituele waarheden achter de dingen, doch schildert de dingen zelf alsof deze op zich belangrijk zouden zijn. Zo houdt hij in de gelovigen de geest van de wereld in stand;
  • De liturgie wordt doorspekt met woorden die niet meer de verheerlijking van God doch de noden van mensen dienen;
  • De consecratie tijdens de H. Eucharistie wordt ingekort, niet voorbereid zoals het God toekomt, woorden worden veranderd zodat het Mysterie grotendeels ontkracht wordt, en het geloof in de Tegenwoordigheid van de Godheid in het Sacrament wordt ontmoedigd;
  • De bedeling van de H. Communie gebeurt op heiligschennende wijzen, alsof het niet om God doch om werelds brood en wereldse wijn gaat;
  • Alle besef van zonde en ondeugd wordt in de zielen gedood, opdat de zielen mogen komen tot een verheerlijking van de totale vrijheid van de mens in zijn gedrag. Deze vrijheid wordt tot het ware voorwerp van aanbidding, terwijl zij in werkelijkheid niets anders is dan de bouw van een kerker van eeuwigdurende dood;
  • Het Sacrament van de Biecht wordt ontwijd tot een ontmoeting en gesprek van mens tot mens, waarbij niet aan genezing van zielen wordt gedaan, doch aan psychologische begeleiding: God als enige kracht van ware genezing wordt vervangen door de mens die de totale vrijheid verkondigt en schijngenezingen voorspiegelt door het geweten, de richtingaanwijzer naar het Eeuwig Geluk die God in de ziel heeft ingebouwd, uit te schakelen;
  • De priester besteedt steeds méér tijd en inspanningen aan wereldse activiteiten en steeds minder aan de versteviging en instandhouding van zijn spiritueel fundament en dat van de gelovigen;
  • De priester verzuimt te getuigen van God en van Zijn Werken van Liefde, en wordt tot gewillig werktuig voor wereldse doelstellingen;
  • De geesten worden zoveel mogelijk geopend en de harten gesloten, zodat de zielen niet de kans krijgen om God in de H. Eucharistie noch in andere handelingen van de Kerk waarlijk te ontmoeten of te herontdekken. Dit blijkt uit de afwezigheid van tijd voor stille bezinning tijdens bepaalde fasen, bijvoorbeeld bij de H. Communie, uit het opvullen van elke onderbreking in de liturgie door luidruchtige muziek, uit predikingen die de geesten vullen met beelden uit het werelds leven in plaats van de harten te wekken voor de onmetelijke schatten van het bovennatuurlijk Leven van de ziel. Zo draagt het modernisme bij tot de uithongering van Gods zielen en de vernietiging van alle wortels van diepe geloofsbeleving. De harten worden gesloten voor elke mogelijke ervaring van het bovennatuurlijk Leven, het Goddelijk Leven, in de ziel;
  • De verdiensten van de heiligen en de betekenis van kerkelijke feesten worden verzwegen, om plaats te maken voor de vermelding van wereldse gebeurtenissen;
  • De priester vertegenwoordigt in zijn gedrag, in zijn gesteldheden en in zijn woorden niet langer Christus, doch de mentaliteit van de wereld, zodat hij naar de zielen toe niet langer getuigt van de noodzaak of het nut van het Goddelijke en de heiligheid als enige en centrale drijfveer voor de ziel;
  • Ik, Maria, word behandeld als een noodzakelijk kwaad, een storend element dat nog slechts verdragen wordt voor zover het aangepast kan worden bij louter wereldse voorstellingen van een moeder die weent om de wereldse wederwaardigheden van haar zoon;
  • Het bestaan van de satan en van alle strategieën, plannen en werken van de duisternis, evenals het bestaan van de zonde en haar gevolgen voor de zielen en voor de Schepping als geheel, wordt hetzij verzwegen, hetzij ondergeschikt gemaakt, hetzij zonder meer afgeschilderd als een achterhaalde voorstelling. Dit is één van de redenen waarom de modernistische Kerk het Sacrament van de Biecht stap voor stap wil afschaffen of het niet langer aanmoedigt;
  • De eeuwigdurende geldigheid en onveranderlijkheid van alle elementen en aspecten van Gods Waarheid, van de Leerstellingen van Jezus Christus en van de kerkelijke dogma’s – onder andere van het dogma van Mijn Onbevlekte Ontvangenis – worden niet meer verdedigd, en zelfs binnen de rangen van de geestelijkheid als betwijfelbaar voorgesteld. Deze gesteldheid heeft gevaarlijke gevolgen en vergiftigt de zielen;
  • Zielen worden voor al hun problemen geleid naar wereldse in plaats van naar spirituele oplossingen;
  • De onuitputtelijke waarde, diepgang en achtergronden van Goddelijke Mysteries en het ware zielenleven worden niet langer verkondigd, zodat de zielen niet langer worden gevoed met de kennis van de Eeuwige Waarheid, en verzinken in oppervlakkigheid en in de waan dat de Kerk een hol vat is, dat niets te bieden heeft;
  • Alle religieus onderricht aan de jeugd wordt ontdaan van de ware spiritualiteit, zodat in de jonge zielen de kiem die hongert naar het Goddelijke, wordt verstikt vóór deze kan opschieten tot tarwe die nieuw voedsel bevat voor de Kerk. Zo hongert het modernisme de Kerk van Christus van generatie tot generatie verder uit, tot zij, die door Jezus was bedoeld als de grote steunpilaar van de samenleving en als herinneringsteken aan God en Zijn Eeuwige Waarheid, zodanig door de geest van de wereld is overrompeld dat in alle zielen de herinnering aan de Belofte van het Eeuwig Rijk is uitgeblust.

Zo dwingt het modernisme de Stichter van de Kerk, Jezus Christus, tot een ononderbroken aderlating aan Bloed van Goddelijke Barmhartigheid, om alles wat verloren gaat, te vergoeden voor de nog resterende zielen van goede wil. De lammeren van Christus die oprecht verlangen naar het Goddelijk Leven, doch die door overmacht geen andere vruchten kunnen plukken dan deze van de modernistische eredienst, worden gevoed door de zuivere vruchten der genade. Bid voor hen die de oneindig rijke boomgaarden en akkers van Gods Woord en Gods Sacramenten onder hun beheer hebben gekregen, en deze bemesten met het gif der wereld zodat hun vruchten nog slechts schimmen zijn van de beloften van het zaad dat door de Christus is gezaaid. Om hun ongerechtigheden heeft de Zaaier Mij als Tuinierster naar Zijn landerijen gezonden".


15 januari 2008

"Geef al jullie stormen aan Mij. Ik ben als een vacuum, een oord van ledigheid aan de lucht van de wereld, die zo onstuimig kan zijn. Ik zuig elke stormwind in Mij, zodat hij ontkracht wordt in de haard van Hemelse Vrede die Gods Geest voor eeuwig in Mij heeft ontstoken. Vertrouw op Mij als de enige kracht in jullie leven, en vele stormen zullen niet eens beginnen, doordat zich onder de blauwe hemel van Mijn Tegenwoordigheid geen wolken kunnen vormen. Ja, Ik moet ook regen in jullie tuin toestaan, opdat jullie ziel zou groeien en bloeien, en Ik moet ook een zachte bries toestaan om de geuren van zwakheid en ondeugd te verdrijven. Stormen echter, kan het in Mij niet meer. Vraag Mij dat Ik jullie verwoestende stormen verander in een lentebries die Leven geeft. Het verlangen naar Mij en vertrouwen in Mijn Liefde kunnen elk hart tot rust brengen".


16 januari 2008

"Door een Goddelijk Mysterie blijven Mijn eeuwigdurende Smarten een nooit opdrogende bron van Genaden voor de zielen. De zielen kunnen zich dit voorstellen aan de hand van het volgend beeld. De oceaan van Mijn Tranen wordt constant beschenen door de zon van de Goddelijke Liefde, waardoor zich wolkjes vormen die op de levenswegen van zielen uitregenen om deze vruchtbaar te maken. Ja, deze regen kan de vorm aannemen van een beproeving, een kruis, een pijn, maar brengt niets dan zegen indien de ziel dit Hemels water op de juiste wijze over haar zaden en wortels weet te verspreiden. Door totale toewijding aan Mij kan de ziel Mij in staat stellen om haar grond te bewerken, zodat hij de regen ten volle kan benutten. Niets gebeurt zonder reden, niets blijft onvruchtbaar waar Ik heers". 

"God wil niets dan het beste voor Zijn Schepping. Sommige zielen begrijpen niet waarom dan gebeden moet worden voor goede dingen. Ik wil hen een beter begrip van Gods Wet van de genade geven door hen de drie voornaamste redenen voor ogen te brengen:

  1. Sedert de erfzonde is de staat van genade van de mensheid als geheel steeds slechter geworden. Daarom kan de Goddelijke Gerechtigheid geen eindeloze tussenkomsten van de Goddelijke Barmhartigheid toelaten zonder dat de zielen daar iets tegenover stellen. Elke tegemoetkoming vanwege Gods Barmhartigheid kan worden beschouwd als een beker, of een emmer, of een hele ton water die uit de oceaan van Gods Hart wordt geschept om in de tuin van zielen uit te storten. Hoewel deze oceaan onuitputtelijk is, vraagt God dat de zielen deze oceaan bij wijze van teken aanvullen met de druppels van hun lijden en hun inspanningen van Liefde. Begrijp dit wel: Gebed is een inspanning, maar moet ook drager zijn van Liefde, anders voegt het niets toe aan de oceaan der genaden.
  2. Je weet dat God er weinig behagen in schept, handelingen te stellen buiten de medewerking van mensenzielen: Hij verlangt tekenen van verlangen vanwege de zielen, verlangen naar Zijn tussenkomst, naar de voltrekking van Zijn Werken. De zielen moeten daarom hun vrije wil uitdrukkelijk in dienst van de door hen verlangde Goddelijke Werken stellen door in gebed het teken te geven dat zij naar Gods tussenkomst verlangen, dat zij instemmen met Zijn tussenkomst.
  3. Door liefdevol gebed opent een ziel als het ware een baan langs dewelke de verlangde genade op haar levensweg kan worden uitgestort. Het kanaal wordt voorbereid, gezuiverd, opdat de genade, wanneer deze verleend wordt, in een geschikte bedding ontvangen moge worden. Door gebed wordt het bed in gereedheid gebracht, waarin het Goddelijk zaad van de genade doeltreffend tot rijping kan worden gebracht. God werpt zijn geschenken niet als parels voor de zwijnen: Elke genade is een heilige voorziening, die met eerbied en Liefde ontvangen moet worden".


17 januari 2008

"Er is een verschil tussen een zwakheid en een ondeugd, dat Ik de zielen met een beeld duidelijk wil maken. Beschouw de ziel als een siertuin. Een ondeugd is hier elk onkruid dat opschiet, terwijl een zwakheid zou zijn als een ontsierend voorwerp dat in de tuin ligt. Zie het verschil: Het onkruid geeft uiting aan een niet-bedoelde vorm van vruchtbaarheid. De grond geeft namelijk voedsel aan een gewas dat niet in de siertuin thuishoort. De zielengrond wordt dus van voedsel beroofd door een vrucht die hierdoor de ware zielenvruchten belemmert in hun groei en die de waarde van de tuin vermindert. Een zwakheid vermindert eveneens de waarde van de zielentuin, doch is niet op zichzelf een verkeerde vrucht: Zij kan wel aanleiding geven tot de groei van verkeerde vruchten. Een ontsierend voorwerp dat in de tuin ligt, belemmert op die plaats de opname van zonnestralen en regen in de bodem, en verdrukt de begroeiing. Om deze reden kan ook een zwakheid de vruchtbaarheid van de zielentuin verstoren. Hoe vaker aan een zwakheid wordt toegegeven, des te meer onkruid schiet op de zwakke plek op. Van de ziel wordt een herhaalde inspanning verwacht om het ontsierend voorwerp telkens opnieuw uit de tuin te verwijderen, wat moeite en pijn kan kosten.

Zie, een zwakheid is een neiging tot afwijking van de volkomenheid. Zij hoeft niet noodzakelijk de zielentuin schade te berokkenen. Zij doet dit wél telkens aan haar wordt toegegeven, omdat dit ‘toegeven’ de vorm aanneemt van een ondeugd. Een zwakheid vormt een bedreiging voor de zielentuin, omdat onder het ontsierend voorwerp het ongedierte van de bekoring kan huizen.

Ik geef de zielen een tweede beeld om zich de aard van de zwakheid voor te stellen. Een zwakheid kan worden beschouwd als een gesloten donkere kamer in de ziel, een kamer waarin de lichtbron defect is. Begrijp wel dat in een donkere kamer – verstoken van licht en lucht – stof, vuil, spinnenwebben en schimmel worden gevormd. Deze kamer kan voor het hele huis een aanstoot worden. Mogen de zielen Mij bidden om de vastberadenheid in hun hart om de deur open te breken, opdat Ik deze kamer kan reinigen, want vuil trekt nieuw vuil aan, stof trekt nieuw stof aan, schimmel groeit, en de spin plant zich voort".


20 januari 2008

"Vraag veelvuldig aan Jezus 'Geef mij Uw Vrede'. Wanneer de ziel de ware Vrede van Christus bezit, bezit zij alles. De Goddelijke Vrede schept in de ziel, de geest en het hart een totale sereniteit, rust, gelatenheid, tevredenheid, blijheid, overeenstemming met Gods Wil, en totale vrijheid van alle mogelijke spanning, van alle twijfel, van elke onzekerheid. De ziel in de ware innerlijke Vrede, de Vrede van Christus, de ware Vrede van hart, is totaal opgenomen in de ervaringswereld van het Goddelijk Leven".


21 januari 2008

"Het Mysterie van de eenwording met Mijn Hart kan enigszins vergeleken worden met het volgend beeld: Beschouw een fles die een vloeistof bevat, en een afzonderlijke druppel buiten de fles. Voeg de druppel toe aan de inhoud van de fles, en kijk wat er gebeurt: De druppel wordt erin opgenomen, en lijkt niet langer te bestaan. Niemand vindt hem nog terug, één als hij is geworden met de vloeistof in de fles. De druppel neemt als het ware de identiteit en de eigenschappen van de hele vloeistof aan, en bestaat niet langer op zichzelf. De ziel die de eenheid met Mij betracht, kan in Mij overvloeien en Mijn eigenschappen aannemen. Deze overvloeiing vereist dat de ziel voldoende vurig naar Mij verlangt, Mij liefheeft ondanks alle tegenkanting, en dit verlangen naar Mij sterker laat blijven dan alles wat haar onophoudelijk naar de wereld toe trekt".


22 januari 2008

"Voor elke ziel is een specifieke levensweg voorzien. De Schepper verwacht van elke ziel een specifieke rol binnen Zijn Heilsplan, en rust de ziel daartoe uit met welbepaalde vermogens, talenten, gaven. De ziel is als een land dat gedurende de levensweg op aarde stap voor stap in kaart wordt gebracht. De levensweg moet de ziel naar de bestemming leiden die God voor haar heeft voorzien, via een traject dat haar in staat stelt om haar vermogens, talenten en gaven tot volle ontwikkeling te brengen. De Goddelijke Voorzienigheid is het systeem dat de ziel en haar levensweg in kaart tracht te brengen. Gods Voorzienigheid tekent het tracé langs hetwelk de levensweg daadwerkelijk getrokken zou moeten worden om de ziel in overeenstemming met Gods Wil te houden. Van de ziel wordt overgave en vertrouwen verwacht. Overgave werkt als een motor op de levensreis: Zij brandt de ziel vooruit. Vertrouwen is de deugd die de weg vrij houdt. Elk gebrek aan overgave werkt als een rem die de ontwikkeling van de ziel afremt. Elk gebrek aan vertrouwen is vergelijkbaar met een autobestuurder die op de weg die hij moet volgen, zelf bomen omhakt om de weg ermee te blokkeren.

De krachten der duisternis zijn als rovers en saboteurs die zich overal langsheen de levenswegen verschuilen. Bedenk dat hun machtigste wapens deze van de herinnering zijn. In de loop van haar leven verzamelt elke ziel talrijke negatieve herinneringen. Deze kunnen op elk ogenblik van de levensreis dienst doen als rem of als wegblokkade. Dit is de reden waarom Ik zoveel nadruk leg op de noodzaak dat de ziel onophoudelijk haar geest, haar verleden, haar herinneringen aan Mij zou toewijden en ze dan zou loslaten. Wanneer de ziel elke dag beleeft als de eerste dag van een nieuw leven, kan zij alles benaderen als nieuw, onbekend en onbelast door negatieve herinneringen. Hierdoor maakt zij remmen en wegblokkades op haar levensreis zo goed als onmogelijk. Vraag Mij voortdurend dat Ik de hele levensweg in Mij zou opnemen om het verleden in Mijn Hart te heiligen en al het onaangename te verteren. Dát is wedergeboorte, elke dag opnieuw. Slechts zo kan de ziel het beste uit elke dag halen, en elke dag waarlijk ervaren als een godsgeschenk dat haar klaarmaakt voor haar grote vlucht naar het Goddelijk Leven".


23 januari 2008

"De Ware Vrede, de Vrede van Christus, de ware Vrede van hart, is bij uitstek de kenmerkende gesteldheid van het Goddelijk Leven. De totale Vrede is wat het heilige onderscheidt van het zondige, het bovenaardse van het wereldse. De mensenzielen hebben de Ware Vrede verloren door de erfzonde. Zonde brengt onrust in geest en hart. Heiliging is daarom een proces waarbij de woelige golven in de zee van het hart tot bedaren worden gebracht, zodat de ziel steeds méér de gesteldheid aanneemt van een rimpelloos, paradijselijk meer met verrukkelijke wateren, bewoond door de prachtige tropische vissen van alle deugden. Ik heb reeds gezegd dat de vis symbool staat voor de vrijheid. Heiligheid is totale vrijheid van de ziel, waarbij alle gehechtheden en banden overgeleverd zijn aan God".


24 januari 2008

"De samenleving is als een net van levenswegen die door elkaar heen lopen. De zielen zoeken ieder hun eigen levensweg te voltooien. Veelvuldig kruisen levenswegen elkaar, en precies op die punten moet de ziel zich rijvaardig tonen om ongevallen te vermijden. Zie, Mijn onderrichtingen in de Wetenschap van het Goddelijk Leven zijn als het verkeersreglement, de wegcode. De ziel behaalt haar rijbewijs op grond van twee dingen: haar voortdurend verlangen om de wegcode te respecteren, en haar voortdurende inspanningen om haar eigen zwakheden in het rijgedrag te overwinnen. De ziel die oprecht verlangt naar een leven in deugdzaamheid, en die volhardend aan zichzelf blijft werken, zal door de Goddelijke Voorzienigheid behoed worden voor ongevallen op de weg. De zonde is een ongeval. Doodzonden, de dodelijke ongevallen op de levensweg, zijn doorgaans de vrucht van drie gesteldheden:

  1. een gebrek aan waakzaamheid ten aanzien van het eigen rijgedrag op de levensweg, dus een uitschakeling van het geweten;
  2. een gebrek aan verlangen om de wegcode te respecteren, dus een gebrek aan Liefde tot God en tot de medeschepselen;
  3. een gebrek aan inspanningen om de eigen zwakheden te overwinnen, dus een gehechtheid aan zichzelf en aan al het wereldse, en daardoor een onverschilligheid ten aanzien van de zonde.

Ik heb er reeds eerder op gewezen dat het verkeer op de levenswegen bemoeilijkt wordt door spookrijders: zielen die eerder de werken der duisternis dienen. Zij maken het rijden zonder ongevallen verdienstelijker. Zij zorgen er eveneens voor, dat de zielen van goede wil waakzamer blijven. De spookrijders zijn doorgaans zielen die in voldoende hoge mate door de belangen der duisternis ingepalmd zijn om de drie punten die Ik zo-even heb aangeduid, in steeds hogere mate te verloochenen. Zij worden dan ook gekenmerkt door wisselende graden van zelfzucht, onverschilligheid, gehechtheden, liefde voor al het wereldse, verloochening van God en van Mij, gewetenloosheid en gebrek aan consideratie voor hun medeschepselen. Het wegennet van Gods Schepping heeft ook een verkeersregelaar, een grote politieagent. Hij staat niet zichtbaar op de weg, doch is in de zielen werkzaam. Zijn naam is 'Heilige Geest'.

Vele zielen laten zich misleiden door de waanvoorstelling dat de duisternis veel werkzamer is dan het Licht. Deze voorstelling koesteren zij op grond van het feit dat de duisternis haar effecten ontplooit via het wereldse, het waarneembare, terwijl het Licht Zijn Werken doet via het niet-waarneembare, via de banen van het zielsleven en van de Goddelijke Voorzienigheid. De Werken van het Licht zijn als een ijsberg: Negentig procent ervan is onzichtbaar, slechts een klein onderdeel wordt waargenomen. Wanneer de gemiddelde ziel een effect van Gods Werken waarneemt, zijn deze Werken reeds lange tijd bezig, zich te voltrekken. Slechts de meer opengebloeide ziel wordt zich sneller bewust van Gods Werken in haar leven".


25 januari 2008

JEZUS: "De ziel die oprecht en volhardend niets anders zoekt dan het Licht, en de Waarheid in al haar aspecten bemint boven alles, krijgt in zich het zaad van de Goddelijke Liefde gestort. Zij zal de vruchtbaarheid van een Hemelse Boomgaard bezitten, en de Eeuwige Lente van Gods Rijk vertegenwoordigen in het oog van de hele Schepping. Deze ziel bezit het Goddelijk Leven, en zal het ervaren in alles wat zij doet, denkt en voelt".


26 januari 2008

"Ik heb een Ketting van Licht gemaakt, omdat Ik vurig verlangde naar een wedergeboorte van de gesteldheden van de jonge Kerk van Jezus na de Hemelvaart van Mijn Zoon. Wat Ik maak, kan niet door mensenhanden verwoest worden, want het is een Bouwwerk volgens Gods Plan. De ware kracht van de Ketting ben Ik. De Bezieler van de Ketting is de Heilige Geest. De schakels van de Ketting van Licht zijn de zielen die zich hebben voorgenomen om Mijn onderrichtingen na te leven, en die deze tot hun levenshouding en leefregel maken.

De Ketting van Licht is gegrondvest op alle leerstellingen die Ik onderricht, en die Ik de Wetenschap van het Goddelijk Leven heb genoemd. De Wetenschap van het Goddelijk Leven wordt door Mij onderricht in al Mijn Openbaringen die Ik rechtstreeks verkondig doorheen de mond en de pen van Mijn profeet, samen met alle onderrichtingen die Ik in het hart van Mijn profeet heb gezaaid, daar tot rijping laat komen en van daaruit in de wereld stuur.

De aanblik van de bloei van Mijn zaad in de Ketting van Licht verheugt Mij. In jullie herken Ik stap voor stap de gesteldheden van de jonge Kerk waarvan Ik de ongekroonde Koningin was. Doorheen de Ketting van Licht kan Ik als het ware Mijn leven op aarde verderzetten. De tijd van de jonge Kerk was voor Mij de tijd waarin Ik datgene waarmee God Mij had uitgerust, ten volle kon laten openbloeien. Het was de tijd van de volheid van de Smart – de uitrijping en voltooiing van de Smart in de kern van Mijn ziel – maar ook van de meest intense vereniging met God op mystieke wijze.

Ook de jonge Kerk van Christus was een Ketting van Licht. Zij groeide en bloeide op de bezieling van de Heilige Geest, de navolging van Mijn onderrichtingen, het verlangen naar het vasthouden van de inspirerende Tegenwoordigheid van Jezus, en het brandend verlangen in de betrokken harten om het Goddelijk Leven te ervaren in al hun handelingen en woorden. Ik herken dit alles in de Ketting van Licht die Ik met jullie heb gemaakt. Elke schakel wil er voor elke andere zijn, om samen de hoogten van het Goddelijk Leven te verkennen en samen de beproevingen der wereld te trotseren. Ik ben geraakt door de drang van de harten om Mij te gehoorzamen en boven hun beperkingen uit te stijgen. In jullie leven Johannes, Maria Magdalena, Paulus en zovele andere, ook veel minder bekende lichten verder. In jullie schittert Mijn macht, omdat in jullie het Ware Geloof, de Ware Liefde, de gehoorzaamheid en het verlangen naar vergeestelijking opnieuw zijn geboren.

Ik roep ieder van jullie op om te blijven leven voor het Kruis van Jezus en daardoor ook voor de verheerlijking van de heiliging. Ik heb Mijn stem en Mijn beeld in jullie harten gebrand. Laat geen enkele kracht deze merktekens in jullie uitwissen. Bid en offer voor het Heil van elke tegenwind en elke regenwolk die jullie vanuit andere zielen tegemoet komt. Ik kan elke wind van richting doen veranderen, en elke regenwolk oplossen onder de macht van Mijn Liefdesvuur. Blijf in Mij geloven, en jullie zullen in jullie eigen harten het wonder der wonderen ervaren: de wedergeboorte naar Gods beeld en gelijkenis. Verheug jullie, want in ieder van jullie is de lente van het Goddelijk Leven bezig, zich baan te breken. Geloof in Mij, zoals Ik in jullie geloof".

"Het Goddelijk Leven is een Rijk van gesteldheden die de ziel laten overvloeien in Gods Hart. Het kan zich slechts uitwerken in de stilte. Ik wil beklemtonen dat de deugd van de stilte en de zwijgzaamheid niet moet worden begrepen in de betekenis die de zielen er vaak aan geven. De ware stilte als deugd is niet in de eerste plaats een stilte in de mond doch een windstilte in het hart. Deze windstilte kan slechts worden bereikt door alles volkomen met God en met Mij te delen en in volkomen overeenstemming met Gods Wil en met de gesteldheden van Zijn Hart te leven. Spreken, is lang niet steeds een overtreding op de deugd van de stilte. De ziel die andere zielen bemoedigt, opheldert, onderricht in de Waarheid en laat delen in de Leven brengende Liefde van het hart, spreekt met de stem van God en brengt Gods Hart naar de medemensen toe. De ziel die deze dingen verzuimt, beleeft een zwijgzaamheid die geen vrucht brengt, want zij laat ontmoediging, verwarring en onzekerheid achter, en uiteindelijk twijfel aan Gods Liefde".


28 januari 2008

"De zelfzuchtige ziel pleegt roofbouw op de zielen van goede wil. Ja, de zelfzuchtige ziel kent de Ware Liefde niet. Zij slorpt zoveel tegemoetkomingen van de Goddelijke Barmhartigheid op, dat andere zielen genoodzaakt zijn om het hierdoor ontstane onevenwicht in de Schepping goed te maken. Ik wijs er daarom op, dat de zelfzuchtige en de egocentrische ziel onoverzienbaar veel lijden onder de zielen noodzakelijk kan maken. Zij zal hiervoor verantwoording moeten afleggen jegens Gods Gerechtigheid".

"(...) in een ziel die een andere ziel vervolgt, is de ware innerlijke Vrede dood. Een ziel die de ware innerlijke Vrede bezit, vervolgt niemand: Zij verkeert in harmonie met Gods Wil. Een akker die kwijnt, levert geen goede vruchten meer, zelfs niet wanneer boven haar de lentezon opgaat. Begrijp dit wel: De bezieling door de Heilige Geest blijft zonder gevolg in een ziel die de Vrede niet heeft noch er werkelijk naar verlangt. Verlangen naar de Ware Vrede, doet de ziel slechts wanneer zij het Licht, de lentezon, tot middelpunt van al haar doen en laten en van al haar gedachten en bestrevingen maakt".


29 januari 2008

"(...) Beschouw de vervolging als een heel zwaar boeket van rozen die je naar Mij toe draagt. Het weegt zwaar en kost veel inspanningen en pijn, maar het zijn wel rozen, dragers van Liefde en Leven. Zeg aan alle verdrukte zielen dat zij hun moeilijkheden beschouwen als een zware rozentuil of bloemenkorf voor Mij".


30 januari 2008

"(...) Je levenstaak bestaat uit het opgraven van vele ongekende schatten: opeenvolgende elementen van de volheid van de Waarheid over Maria. Deze schatten zijn voor deze Laatste Tijden voorbehouden, zoals Ik je doorheen De Dageraad van Gods Rijk op aarde heb laten openbaren. Mijn Hart leidt je naar al deze schatten. Je ziet hen met de ogen van je ziel. Je kunt ze in dit mystiek niemandsland slechts vinden tijdens de fasen van totale eenheid tussen jouw hart en het Mijne. Velen twijfelen, en zullen twijfelen, aan de echtheid van deze schatten, omdat het bestaan ervan totnogtoe voor de mensenzielen verborgen was gebleven. Wanneer je de schatten kist na kist opgraaft en naar de zielen brengt, zullen velen hun waarde niet herkennen en ze dan ook versmaden. Anderen zullen de kisten aan de buitenkant onderzoeken en de beloften van de inhoud van de kisten beoordelen volgens het weinige dat zij aan de buitenkant kunnen vaststellen. Dit zijn de zielen die alles benaderen met de geest. Hun belangstelling zal spoedig vervliegen, zoals de geur van parfum uit een leeg flesje. Nog anderen zullen de kisten openen, doch bij gebrek aan Ware liefde voor Mij en aan inzicht in Mijn eenheid met het Goddelijk Hart zullen zij de kisten naar de zee van de wereld dragen en ze daarin gooien.

Zo zullen velen de oneindige en unieke geschenken uit Gods Hart verloochenen. Ik ween over hen, zoals Jezus weende in de Hof van Olijven toen Judas Hem kuste tot afscheid, nadat hij drie jaar lang de inhoud van de schatkist der Waarheid had mogen schouwen, doch deze rijkdom verloochende bij gebrek aan Ware liefde tot God. Je ja-woord aan Mij heeft je in waarheid tot Mijn slavin gemaakt: Je graaft schatkist na schatkist op uit de uitzonderlijke bodem van je levensweg, tot verheerlijking van je Hemelse Meesteres, omdat je Haar hebt gezien zoals Zij werkelijk is. De waarde van deze schatten wordt echter door heel weinigen herkend en begrepen. Zalig, o zalig, de kleine lammeren die de dorre paden hebben getrotseerd om het jonge gras te vinden, want zij zullen waarlijk verzadigd worden. Ik ween over hen die, nadat zij van het jonge gras hebben geproefd, niettemin heimwee krijgen naar de steppe waaruit Gods Liefde hen had weggetrokken.

Ik smeek de lammetjes die Mij zijn gegeven, dat zij blijven bidden opdat zij de schatkisten niet zouden oordelen naar hun buitenkant, doch de inhoud ervan in de bodem van hun hart zouden begraven voor altijd. Het gaat om het Eeuwig Heil van velen. Laten zij nooit wankelen in het geloof dat Ik werkelijk de Dageraad van Gods Rijk op aarde ben, en zij de stralen van de jonge ochtendzon nodig hebben om de Eeuwige Lente in hun ziel te kunnen ervaren".

Na een vraag over deze laatste zin, antwoordt Maria:

"Ja, je hebt begrepen: De stralen van de jonge ochtendzon zijn Mijn onderrichtingen doorheen al je geschriften. Ik bemin jullie. Bid voor de lammeren die dwalen. Wie niet in de Dageraad gelooft, zal ook de lentedag niet herkennen".


31 januari 2008

"(...) Precies dát was het Lijden van Jezus in de Hof van Gethsemani: Jezus voelde Zich misselijk in ziel en lichaam, door de aanschouwing van de zonde en de niet-aanvaarding van de Waarheid doorheen alle eeuwen. Hij zweette bovendien bloed, als een symbool voor het feit dat talloze zielen het Goddelijk Leven zouden afstoten. (...) de satan verzet zich des te heftiger naarmate Mijn Werken gediend worden. Zeg aan de lammeren van Christus dat zij de volgende regel voor ogen houden: Elke kracht die zich verzet tegen de verkondiging van de volle Waarheid over Maria, wordt bestuurd door Mijn tegenstander, en is dus vijandig jegens Gods Geest. Blijf volharden, Gods Tijd zal jullie in het gelijk stellen. Wankel niet omdat de vijand brult, hij brult omdat hij de verpletterende macht van Mijn voet vreest. Houd jullie dit beeld voor ogen: Maria heeft de maan onder Haar voeten. De maan is de spiegel van Gods Licht in de duisternis. Ik ben Koningin en Meesteres over alle duisternis".

"Ik ben jullie Meesteres. Elke ziel die deze Waarheid in zich opneemt, zal door de satan zwaar aangevallen worden, want de aanvaarding, door de ziel, van Mijn onbegrensde macht over de zielen, maakt de satan woest. Hij zal niet rusten tot hij deze ziel ervan heeft overtuigd dat zij in dwaling verkeert en bezig is, zichzelf te verdoemen. Heb Ik er in De Dageraad van Gods Rijk op aarde niet laten voor waarschuwen dat Mijn vijand de onbeschaamde leugen zou verspreiden dat de volle Waarheid over Maria een dwaalleer is? Zo zal hij bepaalde zielen ervan overtuigen dat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen een tegenbeweging tegen de Kerk van Christus is. Laten de zielen deze redenering beschouwen als de ultieme valstrik der duisternis, die hierdoor poogt, zielen af te schrikken voor de aanvaarding van Gods ultiem geschenk van Liefde aan de mensheid sedert de Verlossingswerken van de Christus".


1 februari 2008

"(...) Ik ben de Vrouw, de Meesteres van al het geschapene, oneindig verheven boven alles wat onder God staat.

Ik heb de maan onder Mijn voeten: Ik heb je gezegd dat de maan de spiegel is van Gods Licht in de duisternis. Ik heb dus alle duisternis, elke anti-Goddelijke kracht, onder Mijn voeten: Zij is overgeleverd aan Mijn macht.

Ik ben bekleed met de zon omdat de volheid van het Licht volkomen één is geworden met Mij, en geen spoor van duisternis Mij kan raken noch ooit in Mij is doorgedrongen. Ik ben totaal versmolten met de Heilige Geest, de zon van de Waarheid en de Wijsheid, en met het Licht der wereld.

Ik draag een kroon van twaalf sterren. Twaalf is voor God het getal dat wijst op de volheid, het voltooid geheel. Daarom had het uitverkoren volk van Israël twaalf stammen, en koos Jezus twaalf apostelen. Ik ben gekroond met twaalf sterren als teken voor het feit dat het voltooid getal van alle schepselen tot voorwerp van Mijn macht is gesteld. Welke ziel durft dan te betwijfelen dat de Allerhoogste Mij heeft bekleed met de macht als Koningin en Meesteres over al het geschapene, in Licht en in duisternis? Hij heeft dit tot uitdrukking gebracht in symbolen die door de ene ware Kerk zijn erkend. Moge ook dit gelden als bewijs voor de Waarheid dat Maria door God Zelf voor alle tijden was voorzien als Meesteres van alle zielen".

"Doordat de erfzonde de zielen van een groot gedeelte van de ware levenskracht, de kracht van het Goddelijk Leven, heeft beroofd, beminnen zeer velen de oppervlakkigheid. Vele zielen zijn bang voor verdieping in het Goddelijk Leven, omdat deze verdieping hen in strijd brengt: de strijd die wordt veroorzaakt door het verzet van de satan, die zijn 'rechten' over de ziel tracht te laten gelden. De strijdende ziel die Mij in felle tegenwind trouw blijft, is vergelijkbaar met een dienaar die over een oneffen pad op de knieën naar de voeten van zijn Meesteres toe kruipt: Hij getroost zich inspanningen, pijnen en zelfvernedering, maar indien de Liefde, de onderdanigheid, de nederigheid, het geloof in Mijn uitverkiezing, en de wil om het ware Hemelse te vinden, voldoende groot zijn, bereikt de dienaar de voeten van zijn Meesteres, en vindt hij daar reeds de eerste voelbare effecten van de eeuwige beloning: de opname van het Goddelijk Leven, want Zij stort zijn hele wezen uit in het Hart van God Zelf".


2 februari 2008

Maria kondigt deze woorden aan als strafrede tegen alle krachten die de totale toewijding aan Maria bestrijden:

"Er zijn krachten en bewegingen aan het werk die de totale toewijding aan Maria, de roeping door Maria, het leven voor Maria en de strijd voor de erkenning van de grootheid van Maria benaderen alsof het bij dit alles om dwaling en ketterij zou gaan. Deze krachten en bewegingen bedienen zich van de listigheid van de satan zelf om te 'bewijzen' dat een leven met Maria als middelpunt een gevaarlijke dwaling is die de ziel doet afwijken van de leerstellingen van de ware Kerk van Jezus Christus. Ik wil er de zielen op wijzen dat deze krachten en bewegingen zich in hun zogenaamde bewijsvoering steunen op de grove dwaling dat de totale navolging van Maria de zielen zou wegleiden van Christus. Hoe zou dit mogelijk zijn, wanneer God Zelf Mij één van Hart heeft gemaakt met Jezus en Mij in de volheid heeft bekleed met de Heilige Geest?

De Allerhoogste heeft Mij voorzien als de gouden Brug naar het Hart van God, naar het ware Goddelijk Leven. Hoe kan iemand de overkant van de rivier bereiken wanneer hij de brug afbreekt? Zie, het water dat de zielen scheidt van God, kolkt en zwiept, want het is het water van de zonde en de bekoring, van de dwaling en de misleiding, van de leugens en listen van de satan. Dit water is voortdurend in storm, zodat geen ziel er langdurig kan in overleven. De overkant van de rivier, het Rijk van het Goddelijk Leven, kan dus niet zonder risico zwemmend worden bereikt; de ziel kan God slechts bereiken via een brug. Vele bruggen worden de zielen voorgespiegeld, doch het zijn wankele bruggen des doods. Er is slechts één brug die onwankelbaar stand houdt boven het onstuimig water: de Brug van Mijn Hart.

Totale toewijding aan Maria is een reis over de Brug van Mijn Hart. De leer van de totale navolging van Maria, zoals Ik deze onderricht door Mijn Myriam, is niet onverenigbaar met de leer van de totale navolging van Jezus Christus, wel integendeel: De leer van de ware navolging van Maria is de leer van de Hoop, de leer van het vast geloof in de mogelijkheid voor de mensenziel om totaal in God en in het Goddelijk Leven te worden opgenomen en ondergedompeld. God heeft Mij, Maria, tot groot Teken gesteld voor de opgang van de geschapen ziel naar Gods Hart, voor de totale heiliging.

Ik daag Mijn helse tegenstander uit om Mij aan te tonen hoe deze weg kan afwijken van de Weg, de Waarheid en het Leven? Hoe kan de ziel die Maria tot middelpunt van haar leven maakt en Haar totaal zoekt na te volgen, ergens anders uitkomen dan in het centrum van Gods Hart? Is dat niet de meest absolute en totale vereniging met Jezus Christus?

Lammeren van Christus, wees waakzaam voor elke kracht die vijandig is jegens Mij, Maria, want zij leidt jullie in de eerste plaats weg van God Zelf. Elke kracht of beweging die zielen verkettert omdat zij Maria tot middelpunt van al hun doen en laten hebben gesteld terwijl zij niets anders beogen dan hun leven te geven voor de Werken van Gods Rijk en de verwezenlijking van Gods Plannen, is een kracht die opwelt uit de ravijnen der duisternis. Luister niet naar de slang die de nachtegaal nabootst, want haar gezang verloochent en verwondt Christus nog terwijl zij Zijn heilige naam uitspreekt".


3 februari 2008

JEZUS: "Vele zielen lijden aan spirituele hoogtevrees: Hoe hoger zij boven het werelds denken en boven hun menselijkheid uitgetild worden, des te méér komen zij in de ban van de vrees dat zij in dwaling zijn gebracht. Vele zielen zullen onrustig worden wanneer het onmetelijk godsgeschenk van de volle Waarheid over Mijn Moeder hen in de schoot wordt gestort, omdat op deze grote hoogten de roofvogels rondcirkelen: de vele krachten die vijandig zijn jegens Maria, jegens God en jegens de zielen. Mijn Moeder heeft al deze krachten onder Haar gezalfde voeten, doch om dit te zien, moet de ziel bereid zijn om voor deze voeten neer te knielen.

Bij deze laatste zin geeft MARIA onmiddellijk de volgende toelichting:

"Slechts de zielen die zich voor Mij vernederen door Mij ten volle te aanvaarden als hun Meesteres, zullen de ware strategie van de satan herkennen, en inzien dat hij het is die de zielen in ongeloof en verzet stort jegens Mijn door God voorbestemde unieke verhevenheid".

"De nederigheid opent de ziel voor Gods Waarheid. Elk spoor van hoogmoed of van trots in een ziel betrekt deze ziel op zichzelf. De ziel waarin een aanwezigheid van hoogmoed is, zoekt de Waarheid in zichzelf, beredeneert haar volgens haar eigen denkbeelden en voorstellingen, en houdt weinig of geen rekening met de mogelijkheid dat haar denkwereld mogelijk niet helemaal overeenstemt met Gods Waarheid. De nederige ziel daarentegen, zoekt de Waarheid in Gods Hart. Zij maakt zich klein en voelt zich klein, en streeft boven alles naar een voortdurende bezieling door Gods Geest. Hierdoor wordt zij ontvankelijk voor de inspiraties van de Heilige Geest. Gods Geest kan zich in de nederige ziel ten volle uitwerken, en vindt in haar een gezonde voedingsbodem en geen verzet tegen elementen en aspecten van de Goddelijke Waarheid die boven alle menselijk denken staan. Hierdoor wordt de nederige ziel ook grondig beschermd tegen de invloeden der duisternis in haar denken, voelen en ervaren. Dit alles is de reden waarom God de nederige ziel zozeer bemint en begunstigt".


4 februari 2008

"(...) De gehoorzaamheid is een motor, de oprechte Liefde is de brandstof. De vrije wil is de klep op de brandstofleiding: Je kunt deze voor Mijn verlangens openen of sluiten. In het eerste geval zul je in staat zijn om jezelf te overtreffen, in het tweede geval zal de ziel onwerkzaam worden. Laten de zielen dit beeld zorgvuldig overwegen".

"Beschouw opnieuw het beeld van de motor en de brandstof. Wanneer de ziel zich tegen haar situatie, tegen de loop van een bepaalde ontwikkeling of tegen een gebeurtenis verzet, er ontevreden over is, verkeert zij in ongehoorzaamheid jegens Gods Plan en Voorzienigheid. De ziel wordt onwerkzaam, haar leven lijkt tot stilstand te komen, zij wordt mat en lusteloos. Matheid en lusteloosheid kunnen ook door andere gesteldheden veroorzaakt worden, zoals door overbelasting aan indrukken of door vermoeidheid in lichaam of gevoelens. De ziel voelt zich dan als een kale, levenloze akker in volle winter.

Het geneesmiddel hiertegen, is het verlangen naar de lente, het verlangen naar Mijn gesteldheden in de eigen ziel. Mijn Hart is als een lentelandschap vol bloesems en bloemen, vol Leven en vruchtbaarheid. De ziel kan voor de overgang van winter naar lente geopend worden door zich op Mij te richten en daarbij terug te denken aan een dag waarop zij zich jong, blij, geestdriftig en levenslustig heeft gevoeld. Het hart zal zich openen en een instroming van Liefde ervaren. Slechts in een dergelijke gesteldheid kan Ik werkelijk alle plaats in de ziel innemen. Ik breng de zielen het Leven, het ware Goddelijk Leven, de Eeuwige Lente".

"Ik heb de zielen in het verleden geregeld gesproken over de driehoek van het Heil LIEFDE-LIJDEN-GEHOORZAAMHEID/ONDERWERPING. Ik wil de zielen er vandaag op wijzen dat deze drie-eenheid zich op volkomen wijze uitwerkt in het oord van loutering: De zielen in het vagevuur lijden vanwege het volle besef van hun overtredingen jegens Gods Wet. Zij volbrengen dat lijden in vurige Liefde, doordat zij in het uur van hun levensoordeel de volle Waarheid hebben geschouwd en hebben gedronken aan de overweldigende Bron van de Goddelijke Liefde en Barmhartigheid, en zij volbrengen hun loutering in volkomen gehoorzaamheid. Zij aanvaarden hun uitboetingslijden vrijwillig en dragen het zonder verzet. In de ogenblikken waarin Ik aan zielen in het vagevuur verschijn, werpen deze zich aan Mijn voeten neer, danken en verheerlijken God en Mij, en ook wanneer het ogenblik van hun bevrijding nog niet is aangebroken, aanvaarden zij dit: in diepe pijn weliswaar, doch in volkomen onderwerping. Ik wijs er de zielen op, wanneer zij bidden voor de zielen in het vagevuur, dat zij deze zielen kunnen vragen om bijstand in de totale aanvaarding van het levenslot op aarde. Voor de zielen in het vagevuur is deze gebedsintentie een grote vreugde".


5 februari 2008

"Je hebt je de vraag gesteld, welke feesten tot Mijn eer in de Hemel als de grootste worden beschouwd. Ik wil je openbaren dat de Allerhoogste heeft verordend:

1) dat Ik doorheen de eeuwigheid dag en nacht onophoudelijk zal worden gediend en geprezen. Concreet betekent dit, dat op elk ogenblik engelen diep geknield aan Mijn voeten liggen, wachtend om elk van Mijn bevelen, wenken of verzuchtingen te bevredigen;

2) dat bij verscheidene bijzondere gelegenheden Mijn macht en Glorie op de meest uitgebreide wijze zullen worden verheerlijkt. Concreet betekent dit, dat op elk van die dagen, waarop bronnen van Mijn Heerlijkheid worden herdacht, in de Hemelse regionen buitengewone akten van lofprijzing en dank worden gericht tot God en tot Mij. Omdat de Allerhoogste het zo heeft voorzien, schittert op die dagen Mijn macht op een wijze die elke menselijke voorstelling ver overtreft. Alle hemelbewoners werpen zich op die dagen aan Mijn voeten neer, belijden Mijn unieke verheffing tot Koningin en Meesteres van al het geschapene, en prijzen in de diepste onderwerping Mijn unieke rol in de vervulling van Gods Heilsplan. Deze overweldigende akten van lofprijzing, verheerlijking en eerbetoon jegens Mij laten de Glorie van Mijn macht over de Schepping golven, en brengen ook de regionen der hel in hevige beroering. Dit alles heeft een weerslag op aarde, die echter voor de meeste zielen op aarde verborgen blijft. Je hebt reeds opgemerkt hoe hevig allerlei uitingen van duisternis op deze dagen onder de zielen op aarde opwellen. Deze zijn mede toe te schrijven aan de wanhopige, uitzinnige uitbarstingen onder de krachten der duisternis, die hevig worden gekweld door de aanschouwing van de overweldigende tekenen van diepe en totale onderwerping van talloze schepselen jegens Mij en hun verheerlijking van Mijn grenzeloze macht over alle schepselen. (...)

Telkens een ziel Mijn macht verheerlijkt, aan Mij voeten neerknielt, Mijn voeten kust, Mij belijdt als 'Meesteres' of enige andere akt van onderwerping jegens Mij stelt, verhoog Ik de uitwerkingen van Mijn macht over de duivelen en laat Ik Mijn voet harder op hen drukken. Welnu, wanneer naast de akten van onderwerping van Mijn trouwste dienaren op aarde ook in de Hemel onafzienbare zeeën van engelen en gelukzaligen zich vóór Mijn voeten neerwerpen om Mijn macht over alle schepselen te prijzen, kronkelen de duivelen onder de wurgende druk van Mijn voet, en zoeken zij hun vernedering en machteloosheid jegens Mij te wreken op de mensenzielen op aarde. Daarom roep Ik al Mijn getrouwen ertoe op, dat zij in al hun moeilijkheden aan Mijn voeten neerknielen en Mijn macht over hen én over de duivelen prijzen, tot zij de Vrede terugvinden. Ik zal er behagen in scheppen, alle duistere krachten die Mijn getrouwen kwellen, onder Mijn voet te vernederen en onwerkzaam te maken. Ik verlang daarom van Mijn getrouwen dat zij in dergelijke ogenblikken ook gebed nr. 998 tot Mij richten, indien mogelijk vóór Mij geknield. Ziehier enkele dagen waarop Ik in de Hemelse regionen bijzondere lofprijzingen ontvang:

1 januari: Op deze dag word Ik in de Hemel geprezen als Moeder van God in de vorm van de God-Mens Jezus Christus. Onafzienbare zeeën van gelukzaligen prijzen en verheerlijken de onbegrensde macht die God Mij voor eeuwig heeft geschonken in Mijn hoedanigheid als Moeder Gods, want Jezus heeft hierbij het hoogheilig Verbond gesloten, zelfs in de Hemel al Mijn verlangens te gehoorzamen, zoals Hij dit gedurende Zijn verborgen Leven op aarde deed als Zoon jegens Zijn Moeder. Daarom heeft reeds Mijn hoedanigheid als Moeder van Christus Mij oneindig machtig gemaakt.

2 februari: Op deze dag word Ik in de Hemel geprezen als Moeder van het Licht, omdat de kleine Jezus bij Zijn Opdracht in de Tempel door Simeon voor de eerste maal werd herkend als de Messias, het Licht der wereld. Op Lichtmis wordt daarom in de Hemel de overwinning van het Licht op de duisternis herdacht. (...) God heeft Mij voorzien als de Leidster, de Aanvoerster van de strijd van het Licht tegen de duisternis, en heeft Mij daartoe een onbegrensde macht geschonken over alle zielen. Deze dag is voor de krachten der duisternis een uitgesproken kwelling, voor de hemelbewoners een aanleiding tot een buitengewone verheerlijking van Mijn macht en Glorie. (...)

25 maart: Op deze dag wordt in de Hemel herdacht hoe de Aartsengel Gabriël in opdracht van de Allerhoogste naar Mij werd gezonden, Mij in diepe deemoed Gods uitnodiging kenbaar maakte om de Moeder van Zijn Zoon te worden, en zich bij Mijn ja-woord vóór Mijn voeten neerwierp in aanbidding van de Allerheiligste Drievuldigheid Die Mij toen met Zich bekleedde en als een akt van diepe onderwerping jegens Mij, Die hij vanaf dat ogenblik ten volle erkende als de Vrouw Die de voor Haar voorziene verhevenheid had bezegeld door aan Zich de totale Hemelse Bruiloft met de Godheid te laten voltrekken. Dit is de feestdag van Mijn totale overgave aan de dienst jegens Gods Heilsplan. In de Hemel wordt op deze dag feestelijk herdacht hoe de Vrouw, door God voor alle tijden voorzien als de Meesteres van alle zielen, door Haar ja-woord mogelijk maakte dat aan Haar ALLES kon worden voltrokken wat God had voorzien. Dit is de enige gelegenheid waarbij Gods verlangens jegens een ziel totaal en onverdeeld verwezenlijkt zijn. Deze volkomen overvloeiing van Mijn hele Wezen in de Godheid laat Mij delen in de macht van God Zelf.

Goede Vrijdag: Op deze dag herdenkt de Hemel het onbeschrijflijk Mysterie van de Verlossing der mensenzielen. Ik word geprezen als Medeverlosseres naast de Christus, maar ook als Moeder van alle mensen, want vanop het Kruis heeft Jezus alle mensenzielen onder Mijn hoede gesteld. Jezus benaderde Mij als Zijn Moeder met diepe eerbied, en gedurende Zijn hele verborgen Leven zelfs vanuit een vlekkeloze onderdanigheid, en verlangt van alle erfgenamen van het Nieuw Verbond, dus van alle zielen, dezelfde houding jegens hun Hemelse Moeder. Mijn aandeel in de heiliging van alle smarten en lijden van de mens, en het feit dat Ik doorheen alle eeuwen blijf delen in het lijden dat aan Mij wordt toegewijd, verschaft Mij een onbegrensde macht op Gods Hart.

2 augustus: Op deze dag word Ik geprezen als de Koningin der engelen. Mijn onbegrensd meesterschap over de talrijke legioenen van dienaren en strijders van God vormt een groot attribuut van Mijn macht. Meermaals reeds heb Ik je in beelden getoond hoe deze mooisten der schepselen Mij benaderen: Hun onderworpenheid jegens Mij is adembenemend in de ogen van elke nieuwkomer in het Paradijs. De blinde gehoorzaamheid waarmee zij de geringste van Mijn wenken als in een flits bevredigen, laat Mijn macht waarlijk schitteren. Op deze dag liggen zij bij vele miljoenen tezelfdertijd aan Mijn voeten geknield, prijzend en verheerlijkend, als het ware wedijverend om Mijn gunst. Mijn macht over hen is zo totaal, dat ieder van hen het als een straf ervaart wanneer Ik hem één dag niet tot Mij heb geroepen om Mijn bevelen in ontvangst te nemen. Hoe langer Ik een engel laat wachten op een nieuw bevel, des te vuriger worden de uitingen van zijn slaafse onderwerping jegens Mij. De engelen vormen één van de grootste fundamenten voor Mijn functie als Brug tussen Hemel en aarde. De diepste vervoeringen ervaart een engel terwijl hij aan Mijn voeten geknield ligt voor lofprijzing, wanneer Ik hem uitnodig om getuige te zijn van een explosie van Mijn macht over duivelen, en wanneer Ik hem toelaat om getuige te zijn van de diepe zelfvernedering van een mensenziel jegens Mij.

Zeg aan de zielen dat, telkens een ziel op aarde Mij in oprechte Liefde en onderwerping aanspreekt als 'Meesteres', in de Hemel engelen zich vóór Mijn voeten neerwerpen in de vurigste lofprijzingen. Op deze wijze verhoogt elke akt van zelfvernedering jegens Mij op aarde, ook in de Hemel de zichtbare uitstraling van Mijn macht, en daardoor de kwellingen van de duivelen in de hel. Hoe groter de concrete uitstraling van Mijn macht, des te méér wordt de macht van de satan en zijn gevolg verlamd. Ik herhaal: Ik bezit alle macht, doch het is de mogelijkheid om Mijn macht te laten stralen, die bepaalt in welke mate de krachten der duisternis ontkracht worden. Het gedrag der engelen houdt ook hierdoor vele lessen voor de mensenzielen in.

15 tot 22 augustus: (tijdens de woorden die mijn Meesteres over deze dagen spreekt, vergunt Zij mij doorlopende, verrukkelijke visioenbeelden). Ziehier een periode van acht dagen gedurende dewelke alle hemelbewoners Mij op de meest intense wijze loven, prijzen en verheerlijken om de buitengewone hoedanigheden en gesteldheden die bij Mijn Opneming ten Hemel en Mijn Kroning door de Allerheiligste Drievuldigheid bezegeld werden. Zie, bij Mijn Opneming ten Hemel met ziel en Lichaam werden in Mij verheerlijkt: de volmaakte heiligheid van een geschapen ziel, Mijn absolute zondeloosheid gedurende een aards leven vol bekoringen en aanvallen vanwege de legioenen der hel en vol wereldse invloeden. Vandaar ook Mijn volmaakte Liefde die elke zonde onmogelijk maakte, Mijn volmaakte eenheid met Gods Wil en Mijn absolute macht over de duisternis. Daarna werd Ik gekroond tot Koningin van Hemel en aarde en bekrachtigd in Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen.

Gedurende deze acht dagen wordt Mij daarom het allergrootste eerbetoon gebracht. (...)

31 augustus: Op deze dag word Ik in de Hemel geprezen als Middelares van alle Genaden. In deze hoedanigheid heb Ik door de eeuwen heen de levensweg van talloze zielen hertekend. Ik heb onbeperkte beschikking over alle Genaden van God, wat betekent dat Ik het leven van alle zielen in hoge mate kan beïnvloeden, met als enige beperking de Wet der Goddelijke Gerechtigheid, die lijden en uitboeting noodzakelijk maakt voor de algehele bevrijding van zielen. Het is grotendeels in Mijn functie als Middelares van alle Genaden dat Ik Mijn herscheppende macht uitoefen in alle zielen die Mij daartoe de vrijheid vergunnen. In de Hemel word Ik op deze dag uitvoerig geprezen en gedankt door de ontelbare gelukzaligen die hun bekering, de bedeling van Sacramenten en andere gunsten van Heil te danken hebben aan Mijn tussenkomst.

8 september: Op deze dag wordt in de Hemel Mijn Geboorte in het vlees herdacht, en word Ik geprezen om het oneindig verschil dat Ik heb gemaakt in de ontwikkeling van Gods Heilsplan. Alle engelen en gelukzaligen geven uiting aan hun diepe vreugde en dankbaarheid jegens God omdat Hij Mij heeft voorzien als Koningin en Meesteres van al het geschapene.

1 november: Op de dag van Allerheiligen word Ik in de Hemel geprezen en verheerlijkt als de Koningin der heiligen, als de absolute bekroning van alle heiligheid. De hemelbewoners prijzen in Mij de volkomen uitrijping van de kiem van de heiligheid in de geschapen ziel, en de absolute volmaaktheid in alle deugden. Deze dag is voor de gelukzaligen die ooit in mensengedaante hebben geleefd, eveneens als een gedachtenis aan Mijn Kroning tot Koningin en Meesteres van alle zielen: Zij erkennen Mijn verhevenheid boven ieder van hen. (...)

2 november: Op deze dag prijzen vooral de geheiligde mensenzielen Mij als hun Voorspreekster in het uur van hun levensoordeel. Deze werpen zich in langdurige dankzegging voor Mij neer en erkennen hun eeuwigdurende schuld jegens Mij. Zij belijden daarbij Mijn oneindige macht over hun eeuwig lot, want talrijke miljoenen herinneren zich hoe Mijn woorden in het uur van hun levensoordeel kracht van Wet hebben gekregen, zodat zij Mijn klaarblijkelijk onbegrensde macht op Gods Hart hebben ervaren. Miljoenen zielen zouden zonder Mijn Voorspraak nooit het Hemels Paradijs hebben aanschouwd, doch hebben door Mijn tussenkomst in het uur van hun oordeel bij Gods Troon de Barmhartigheid ervaren, na een langdurige uitboeting in het oord van loutering de Hemel te betreden.

8 december: Op deze dag wordt het uniek voorrecht van Mijn Onbevlekte Ontvangenis herdacht. De hemelbewoners prijzen in Mij de 'vergoddelijking' van de geschapen ziel, de volkomen verwezenlijking van het beeld en de gelijkenis van God in de menselijke natuur. Zij prijzen de uitdrukking van de unieke uitverkiezing en verheffing van een ziel, en vereren in Mij de Ark van het Nieuw Verbond, de Belichaming van het Goddelijk denkbeeld van 'de Vrouw', Mijn volmaakte onaantastbaarheid door elke bron van bederf, zonde en bekoring, de Spiegel van Gods Glorie, de vleesgeworden volkomenheid, het wedergeboren Aards Paradijs. De engelen en gelukzaligen – die het dieptezicht in het wezen van de ziel hebben ontvangen – zien Mij als de volmaakt ongeschonden Tuin, de Bron waaruit eeuwigdurend niets dan Goddelijk water opwelt, en die de macht bezit om deze uitstromingen in alle zielen te storten als Goddelijk Leven. Ziehier een unieke bron van Mijn onbegrensde macht op Gods Hart, en dus van Mijn onbegrensde macht over al het geschapene. Ik ben Mèr-jam, de Oceaan van vergoddelijkte eigenschappen, zichzelf eeuwigdurend vermenigvuldigende macht en Glorie. Ik ben de zielentuin zonder schaduwen, volkomen en totaal ondergedompeld in de zon van de Heilige Geest". 


7 februari 2008

"Het hart is de poort van de ziel. Zoals de Ware Liefde, de essentie van het Goddelijk Leven, door het hart de ziel betreedt en vanuit het hart over de Schepping uitgestort kan worden, zo is het ook met de tegenhanger van de Liefde: de zonde. De essentie van elke zonde voltrekt zich in het hart. Daarom moeten de zielen zich ervan bewust zijn dat een handeling of woord waarmee zij in alle oprechtheid een uitstorting van Liefde hebben beoogd doch die een ongunstig resultaat blijkt te krijgen, voor hen geen bron van schuld wordt. God beoordeelt de gesteldheid van het hart die aan de bron van de handeling of het woord ligt. Omgekeerd geldt ook, dat de ziel die schijnbaar niets verkeerds doet of zegt, niettemin in het hart zwaar kan zondigen indien zij negatieve gesteldheden koestert: haat, wrok, wrevel, bitterheid, nijd, jaloersheid, afgunst, de wil om schade toe te brengen.

Wanneer de ziel in alles gedreven wordt door een gesteldheid van Ware Liefde en van de wil om het goede te doen, doch toegeeft aan bepaalde verlangens die op zich gelden als ondeugd, kan God haar deze overtreding eerder aanrekenen als zwakheid dan als ondeugd of zonde. Dit is één van de uitingen van Gods Barmhartigheid. De ziel is in dergelijke gevallen namelijk gedreven geweest door de goede geest, doch is ten prooi gevallen aan haar menselijke beperktheid. God alleen kan een daad of woord beoordelen, want Hij doorgrondt hart en nieren".


8 februari 2008

"De Allerhoogste heeft de engelen geschapen zoals sterren: elementen van Vuur en Licht, van Liefde en zuiverheid, die de Hemelse regionen sieren als een wonderbaar tapijt van glinsterend Licht. Toen Lucifer en al zijn volgelingen uit de Hemel verstoten werden, werden talrijke lichtpunten uit dit tapijt weggerukt. Je moet dit tapijt echter beschouwen als een eeuwigdurend getuigenis van Gods Glorie. Ik, de Vrouw, de Meesteres van alle zielen bij Goddelijke Beschikking, verenig in Mijn Wezen een Licht dat de som van de gevallen lichten ver overtreft. Zo is in Mij de verheerlijking van Gods Glorie in eer hersteld. Niettemin is het sedert de val van de opstandige engelen de wens van de Allerhoogste dat het getal der gevallen engelen opnieuw aangevuld zou worden door heilige mensenzielen. Waarom heeft God geen vrede genomen met Mij als vergoeding? Omdat Ik voor alle tijden voorbestemd was om Koningin en Meesteres van alle zielen te zijn, en aldus door God niet werd beschouwd als onderdeel van het 'tapijt van Gods Glorie'. God heeft gewild dat het tapijt opnieuw wordt aangevuld door Mijn volgelingen, Mijn getrouwe toegewijden.

Ik heb vroeger reeds gezegd dat het getal der gevallen engelen aangevuld moet worden door zielen die totaal aan Mij zijn toegewijd. Ik roep alle schakels van de ketting van Licht ertoe op, hun leven erop te richten om aan dit Goddelijk verlangen te voldoen. Verlang er vurig naar, spiegels te worden van jullie Meesteres. Ik ben jullie gegeven om dit waar te maken. (...) Weet, dat de engelen vurig verlangen naar de opname van mensenzielen in hun eigen rangen voor een gezamenlijke strijd tegen de duisternis. Het is voor hen een bron van verrukking, te weten dat het in de eerste plaats de liefdesslaven en dienaren van hun Meesteres zijn, die hiertoe geroepen worden, want hun weg loopt over de gouden Brug tussen Hemel en aarde".

"De zuiverste en meest vruchtbare weg om Jezus in de Heilige Communie te ontvangen, loopt over een smeekbede tot Mij. Ik ben de Poort van de Hemel. Wie Mij opent, betreedt het Rijk van Gods heerlijkheid. Door Mij gaat de ziel het huis van God binnen. Door Mij komt ook God tot de ziel. Hoe kan de ziel Mij 'openen'? Door vurige akten van Liefde tot Mij. Het Vuur van de Liefde opent Mijn Hart zo wijd, dat alles wat de ziel kan openen voor instroming van het Goddelijk Leven, over haar uitgestort wordt. Ben Ik niet de Schatbewaarster van de Schatkamers der Goddelijke Genaden? Is Mij niet de sleutel gegeven tot deze Schatkamers en de sleutel tot alle zielen? Laten de zielen Mijn Hart openen, en zij zullen Mij ervaren als de gouden Poort van het Paradijs en van de Schatkamers van alle Goddelijke Gaven, ook deze welke God in de Heilige Communie heeft verborgen".


9 februari 2008

"(...) de essentie van alle communicatie met God en met Mij verloopt vanuit het hart, de kern van de gevoelswereld en zetel van alle Liefde. Daarom schuilt de echte waarde van elk gebed niet in de gesproken woorden doch in de gesteldheid van hart waarin de woorden uitgesproken worden. Daarom ook, kan één krachtige flits van Liefde naar Mij toe waardevoller en doeltreffender zijn dat een lang mondgebed. (...)"


11 februari 2008

"Elke ziel kan macht verwerven over elke duistere kracht, en wel op grond van de toepassing van de driehoek van Heil in haar dagelijks leven: Liefde-Lijden-Gehoorzaamheid:

De Liefde is de absolute tegenhanger van alle zonde, van alle bekoring. Wanneer de ziel in alles een volkomen Liefde tot God, tot Mij en tot al haar medeschepselen nastreeft, stelt zij zich open voor machtige watervallen van Licht die de kern van haar hele wezen reinigen.

De gehoorzaamheid aan al Mijn onderrichtingen, de totale en onvoorwaardelijke onderwerping jegens Mij, laat de ziel delen in de onbegrensde effecten van Mijn macht op haar levensweg.

Door oprechte aanvaarding van haar lijden onttrekt zij zich aan de greep der duisternis, die haar poogt te manipuleren door haar zwakheden, die vooral in het lijden bloot komen te liggen, voor de noden en werken der duisternis te gebruiken. In het lijden loopt de ziel een groot risico om door duistere gesteldheden beheerst te worden. Daarom moet de beproefde ziel Mij met aandrang smeken om Liefde en Licht, en Mij in ruil hiervoor totale gehoorzaamheid beloven.

De ziel die zich waarlijk wil ontwikkelen in de Ware Liefde, de ware blijmoedigheid en de ware offerbereidheid, heeft de duivelen reeds gelegd waar Ik hen hebben wil: aan Mijn voeten. Door haar betrachting van een vlekkeloze gehoorzaamheid jegens Mij, zal Ik elke invloed die haar kan schaden, onder Mijn voet gevangen zetten. Ziedaar de sleutels tot jullie bevrijding uit elke negatieve gesteldheid, en de bronnen tot Mijn verheerlijking in jullie".


13 februari 2008

"Ook jullie, mensenzielen, zijn bloemen. God heeft elke ziel voorzien van zaad dat uniek is: Geen twee zielen bezitten precies hetzelfde zaad, en aldus zijn alle zielen ertoe voorbestemd om verschillende bloemen te vormen. Laat jullie bloem zich toch ontvouwen, zij draagt zoveel schoonheid, zoveel parfum in zich. Een bloem spreekt niet, zij is. Zo ook moet de ziel God en Mij verheerlijken door wat zij is, veel meer dan door woorden".


15 februari 2008

"De Meesteres van alle zielen heeft jullie de weg van de gouden rozen uitgetekend. Er is geen weg die doeltreffender zou zijn om de volmaaktheid in de ziel te verwezenlijken. Precies daarom is deze weg het ultiem wapen van het Licht in de strijd tegen de duisternis, die in zijn beslissende fase is gekomen. De Allerheiligste Drie-Eenheid heeft Mij voor alle eeuwen bestemd om Meesteres over al het geschapene te zijn en als een Spiegel van Gods Licht de zielen naar hun eeuwige bestemming te leiden. Elke levensweg loopt op bepaalde ogenblikken doorheen donkere kloven. Vooral daar heeft de ziel het sterkst mogelijke licht nodig om de stenen en de dodelijke beten van het ongedierte te vermijden. God heeft geen sterker Licht gemaakt dan dat van Mijn ziel. De ziel die naar Mijn leiding en heerschappij over zich verlangt, wordt bekleed met het schild van Mijn macht, draagt het Licht van Mijn Wijsheid, en wordt voortgedreven door de brandstof van Mijn Liefde. Wat zou de ziel vrezen wanneer zij het Goddelijk Leven in zich draagt doordat zij zich heeft ontledigd om plaats te maken voor Mijn troon?

De Heilige Geest heeft Mij gekozen tot Zijn volmaakte Bruid. Hij stort Zich dan ook slechts totaal uit in de ziel die vastberaden de weg van Zijn Bruid heeft gekozen en Haar als Meesteres heeft aanvaard. Zielen, jullie kunnen de bestemming in het Eeuwig Rijk niet bereiken langs twee of méér wegen tezelfdertijd. Wie kiest voor de weg van de Meesteres van alle zielen, kan het Heil niet bereiken door een gedeelte van zichzelf op andere wegen te laten sturen. Wie de blik op Mijn voeten gericht houdt, en Mijn stappen volgt, zal steeds over geheiligde grond lopen. Wie andere voeten volgt, zal steeds méér duisternis op zijn wegen vinden. Wie zal hem waarschuwen voor de donkere kloven en het drijfzand? Ik vraag van ieder van jullie een vastberaden keuze: Volgen jullie de onzekere paden die van Mij verlaten zijn, of de weg van de gouden rozen die door de Meesteres van alle zielen wordt aangeduid? Ik kan jullie geen weg zonder doornen beloven, maar wel de zekerheid dat elke doorn een doorn van goud voor de ziel zal zijn, die jullie zal voeren naar het Paradijs van de Eeuwige Lente, op voorwaarde dat jullie de doornen verbranden in het Vuur van de Liefde".


17 februari 2008

"Reeds lange tijd smeek je Mij om een duidelijke richtlijn over het eten van vlees. Vandaag wil Ik je verhoring schenken, opdat de zielen licht mogen ontvangen. De Schepper heeft de mens en de dieren in het Aards Paradijs geschapen met een lichaam dat berekend was op voeding met planten. Het eten van vlees is in de wereld gekomen met de erfzonde. Ik heb je vroeger reeds herinnerd, en doe dit ook nu, aan het schriftwoord van Mijn geliefde profeet Jesaja over het Messiaans Tijdperk: Alle dieren, ook de wilde soorten, zullen vreedzaam naast elkaar leven. Dit betekent dat wilde dieren niet langer de tammere soorten naar het leven staan omdat in hen geen behoefte meer leeft om dieren, of mensen, te verscheuren in het vlees. In het Aards Paradijs voedden alle dieren zich met de begroeiing der aarde. Ook de eerste mensen deden dit.

Toen de satan in de slang voer, werd de roofzucht van de duivelse ziel doorheen de erfzonde in de mensenziel gebracht. De mensenziel was behoedster van Gods Paradijs op aarde. De erfzonde brak het verbond van Liefde met God, en schiep een zodanig onevenwicht binnen de Schepping dat het Aards Paradijs zijn schoonheid verloor, de mensenziel haar heiligheid verloor en vele diersoorten roofzuchtig werden jegens andere diersoorten en jegens de mens. De harmonie binnen de Schepping was gebroken, en de onderbreking in de stroming van de Ware Liefde begon tot uiting te komen in de neiging om medeschepselen te verlagen tot gebruiksvoorwerpen, voorwerpen van nut om de zelfzuchtige behoeften te bevredigen. Zo kwam het eten van vlees in de wereld.

Wanneer het Rijk Gods op aarde gevestigd zal zijn, zal deze neiging in de harten van mens en dier opnieuw sterven, omdat de ware Goddelijke Liefde opnieuw in haar volheid zal stromen. De mens zal het dier te zeer liefhebben om het voor eigen behoeftenbevrediging te gebruiken. Het roofdier zal vrede sluiten met zijn medeschepselen en zich voeden met de rijkdommen van veld en bos".

Myriam: "Mijn Meesteres, hoe kan de mens nu reeds omgaan met het eten van vlees, dat in onze samenleving eerder regel dan uitzondering is?"

Maria: "De Allerhoogste betreurt het eten van vlees in de gevallen waarin de keuze waarlijk vrij is. Hij gedoogt het eten van vlees in sommige gevallen die werkelijk geen vrije keuze mogelijk maken. Ik herinner je ook aan het woord van Jezus waar Hij zegt: 'Eet wat u wordt voorgezet'. Het eten van vlees kan jegens God verantwoord worden wanneer het weigeren ervan onvrede schept, of de gastheer of gastvrouw werkelijk zou beledigen of in verlegenheid zou brengen. Om deze redenen aten ook Jezus en Ikzelf heel uitzonderlijk heel kleine hoeveelheden vlees. Het vormt echter een grote daad van eerherstel indien de ziel elke kans om het eten van vlees te vermijden, ten volle benut. De beslissing om geen vlees te eten, bezegelt de wil om terug te keren naar de oorspronkelijke staat van de ziel zoals God haar heeft bedoeld".

Myriam: "Mijn Meesteres, hoe moet de mens omgaan met het feit dat huisdieren vlees eten?"

Maria: "De mens moet dit aanvaarden. Dieren kunnen niet van deze gesteldheid verlost worden vóór de volheid van de Tijd waarin de Schepping opnieuw in harmonie is gebracht. Deze harmonie moet voorbereid worden door de mensenzielen. De dieren hebben geen rechtstreekse inbreng en verantwoordelijkheid in de vervulling van Gods Heilsplan".

Myriam: "Mijn Meesteres, mag de mens vis eten"

Maria (antwoordt pas na ongeveer een halve minuut): “De mens mag in beperkte mate vis eten. Ik zal je op Mijn Tijd openbaren hoe het verschil tussen het eten van vlees en van vis spiritueel moet worden begrepen".


18 februari 2008

"Vier elementen bepalen de vruchtbaarheid van een ziel voor het Rijk Gods en voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan: Liefde, zuiverheid, innerlijke Vrede, en gehoorzaamheid. Beschouw een beek.

De Liefde is het water. Het moet stromen om zijn bestemming te bereiken en zoveel mogelijk grond vruchtbaar te maken en te houden.

De zuiverheid is de kwaliteit en gezondheid van het water.

De innerlijke Vrede is de bedding van de beek.

De gehoorzaamheid is de door God voorziene neiging van het water om zijn loop te volgen zoals door Gods Wijsheid is voorzien.

Zie toch hoe dit alles op elkaar inwerkt. De Liefde (het water) kan nooit vruchtbaarheid geven indien zij niet zuiver is. Zij kan ook geen enkel doel bereiken zonder innerlijke Vrede in de ziel (een gave bedding van de beek). Zodra de ziel meent, Liefde te geven, terwijl zij in haar gesteldheden en betrachtingen afwijkt van Gods Wil, verkeert zij in dwaling: Liefde zonder gehoorzaamheid aan Gods Wet is slechts een illusie, het is een holle Liefde. De ziel in gesteldheden van zonde of ondeugd, dus die niet in harmonie leeft met Gods voorschriften, kan geen oprechte Liefde geven. De ziel die geen innerlijke Vrede bezit, die in onrust verkeert, die gejaagd en prikkelbaar doorheen het leven gaat, is als water dat niet doeltreffend stroomt omdat de bedding van de beek vol hindernissen zit die de stroming van het water hinderen of het water doen kolken of bruisen.

De ziel die Gods Wet niet naleeft, die zelfzuchtig is, die niet Gods Plannen dient, is als water dat buiten zijn oevers treedt en dus niet zijn bestemming bereikt. De mensheid gaat ten onder aan een gebrekkige stroming van de Liefde tussen de harten. Dit gebrek in de stroming van de Liefde houdt in hoge mate verband met een grote algemene onvrede in de harten".


21 februari 2008

"Ik herinner de zielen eraan, hoe groot in Gods ogen het offer van Abraham was. Abraham was bereid om zelfs zijn zoon, zijn eigen vlees en bloed, aan God te offeren. Welnu, elke ziel kan dagelijks het offer van Abraham brengen, door in alle oprechtheid jegens Mij afstand te doen van gewoonten, verlangens, gehechtheden en genietingen die haar zo dierbaar zijn dat zij deze niet gemakkelijk laat varen omdat zij werkelijk tot delen van haar vast levenspatroon zijn geworden. Dat is de ware gesteldheid van het vasten: het breken van alle ketenen die de ziel aan het wereldse blijven binden, zodat de ziel haar ware vlucht kan beginnen, de vlucht naar de top van de berg van al haar gewoonten, verlangens, gehechtheden en genietingen. De strijd tot verwezenlijking van dit alles is als een kruisweg waarbij het kruis van de eigen gewoonten, verlangens, gehechtheden en genietingen wordt gedragen, want dit alles zijn de ware lasten waaronder de ziel wordt verdrukt. De tocht eindigt op de top van het Calvarie van de zelfoverwinning, die tevens de top is van de berg Moria van de offerande der gehechtheden. Op de top van deze berg komt de verheerlijking, de opstijging van de ziel naar de oneindigheid van het Goddelijk Leven. Op de Moria wordt deze verheerlijking vertegenwoordigd door de stem uit de Hemel die Abraham kwam bevrijden uit zijn grote beklemming, en in zijn hart de blijheid achterliet van de ziel die haar God heeft ontmoet en Zijn Liefde heeft ervaren omdat zij bereid was tot het offer der offers. Op Calvarie verkondigde Jezus met daden de verheerlijking van de ziel nadat zij al haar stoffelijkheid heeft prijsgegeven aan Gods Heilsplan tot grondvesting van het Rijk Gods op aarde". 


23 februari 2008

JEZUS: "God verlangt van de zielen slechts één ding: de betrachting van de vervolmaking in de Liefde. Volmaaktheid in de Liefde is de bestreving van de ziel om de gesteldheden van hart en ziel van Mijn Moeder en van Mijzelf zo getrouw mogelijk na te volgen. Zeg aan de zielen dat zij Mijn Moeder en Mij duizend maal méér beminnen door de juiste gesteldheid van hart dan door woorden van Liefde. Bedenk, dat ook de Farizeeën hun werken van verwoesting volbrachten onder het uitspreken van mooie, zelfs Bijbelse woorden".


26 februari 2008

"De behoefte aan lofprijzing ontspringt uit de bron in de kern van de ziel, waaruit het water van het Goddelijk Leven de ziel bevloeit. Deze bron ligt in de kern van de kiem van de heiligheid, het zaadje van God Zelf dat de Schepper in elke ziel heeft gelegd. Lofprijzing is een groot reinigingsmiddel voor de ziel. Zij laat de bron van het Goddelijk Leven voluit stromen, en opent in de ziel de poort naar Gods Hart. Lofprijzing geeft uiting aan het verlangen van de ziel naar Gods Tegenwoordigheid en de bloei van Gods Werken in haar eigen akker. Lofprijzing opent de ziel voor de ware, diepe schoonheden van Gods Wezen en Werken. Zij ontsluit de ziel voor de onbelemmerde stromingen van de Goddelijke Liefde, het wezen van alles wat is en wat nog zal worden. Lofprijzing breekt elke muur van innerlijk verzet, opstandigheid, protest en onvrede in het hart af, zodat de ziel zich totaal opent voor de verheffende uitwerkingen van de Goddelijke Voorzienigheid. Lofprijzing wekt ook de Goddelijke Barmhartigheid, die de effecten van begane zonden en levende ondeugden in de ziel wegwast in de mate waarin de Liefde in de ziel groeit, want het is de Ware Liefde die de ziel in staat stelt om te verlangen naar goedmaking van alles waardoor zij ooit Gods Wil in haar leven heeft beschaamd. De ziel kan pas het Ware Geluk proeven zodra zij in staat is om zich totaal aan Mij over te leveren en elke ontwikkeling in haar dagelijks leven met vast vertrouwen te beschouwen als een onderdeel van Gods Plannen en Werken, en daarbij haar eigen verlangens en voorstellingen totaal en onvoorwaardelijk ondergeschikt te maken aan de wil om zichzelf en al haar werken op te offeren aan dit veel hoger doel, dat voorlopig voor haar onzichtbaar is: Gods groot Plan van Heil dat alle zielen en alle ontwikkelingen omvat".


27 februari 2008

"Bij vele zielen stuit de aanvaarding van Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen op weerstand. Bij sommigen blijkt deze innerlijke weerstand onoverwinnelijk. Nochtans toon Ik sedert ruim twee jaar de juistheid van deze titel aan. Zie, in het onzichtbare, op buitengewone wijze vermomd, heeft de satan zich meester gemaakt van ontelbare zielen, zelfs van talloze zielen die zichzelf als goede christenen beschouwen. Hij doet dit op onrechtmatige wijze, want Gods Wet heeft hem weliswaar de mogelijkheid verleend om de zielen te beproeven, doch heeft hem nooit het recht gegeven om zielen te beheersen. Dit laatste is trouwens niet mogelijk in een ziel die haar vrije wil goed gebruikt door vrijwillig te kiezen voor God, voor het Licht, en al haar doen en laten richt op de verwezenlijking van de Werken van God.

Mij echter, is door Goddelijke Verordening het recht gegeven om de zielen te beheersen om hen nog tijdens hun leven op aarde binnen te leiden in het Goddelijk Licht. Binnen Gods Plan van Heil voor alle zielen ben Ik, Maria, voorzien als de Voltooiing van de Werken van bevrijding en heiliging die Jezus Christus op aarde is begonnen met Zijn Leven en Lijden als God-Mens. Ik druk daarom de zielen de volgende Waarheid in het hart: Moge elke ziel er rekening mee houden, dat zij op diverse vlakken en vaak in wisselende mate dienares en uitvoerster is van de werken der duisternis en aldus in bepaalde omstandigheden de satan tot meester heeft. Zodra de ziel Mij erkent en belijdt als haar Meesteres, begin Ik met de uitvoering van de Werken van Mijn macht, die oneindig groter is dan deze van de satan, om deze valse meester uit de ziel te verwijderen en de sporen van zijn werken ongedaan te maken.

De erkenning, door de ziel, van Mij, Maria, als haar ware Meesteres, betekent het breken van de tirannie van hem die vaak jarenlang ongemerkt haar meester was. God biedt elke ziel de keuze aan: Indien zij haar gedragingen en gesteldheden niet tracht te zuiveren van elk spoor van duisternis, zal de satan in vele opzichten haar meester blijven en verbant zij uit vrije keuze het Licht der Genade van haar levensweg. Indien de ziel daarentegen Mij erkent en belijdt als haar ware Meesteres, zal zij in steeds toenemende mate de uitwerkingen van Mijn macht ervaren en zal haar weg een weg van ware Verlossing en heiliging zijn.

De keuze voor Maria als de Meesteres van de eigen ziel en van alle zielen, is de keuze voor het Goddelijk Licht dat door Mij vertegenwoordigd wordt. De totale dienst aan Maria is de weg van de totale bevrijding uit de slavernij jegens de eigen zwakheden, die de marteltuigen zijn waarmee de valse meester zijn gevangenen kwelt en hen laat leegbloeden van het ware Goddelijk Leven. Zielen, Ik ben jullie gegeven als het grootste geschenk van Gods Liefde. Als jullie Meesteres kan Ik in jullie de beloften van Christus waar maken. De weg van de bevrijdende overgave aan Mij, Maria, wordt jullie getoond in alle woorden die Mijn profeet in Mijn opdracht op schrift stelt".

"Ik heb je vroeger reeds geopenbaard waarom de zaterdag aan Mij is gewijd (Maria verwijst hier naar één van de Openbaringen van 14 juli 2007). Ik wil benadrukken dat de Allerhoogste hiermee duidelijk wil maken hoezeer Ik de Brug tussen Hemel en aarde en Hoedster van het Verbond tussen God en de zielen ben. Als joodse vrouw ervoer Ik de traditie dat de sabbat, die overeenkomt met de zaterdag, de dag was waarop het Verbond tussen God en de zielen herdacht en geëerd moest worden.

God heeft Mij voorbestemd om de Ark, de Draagster, het Tabernakel, van het Nieuw Verbond te zijn. Terwijl Jezus, Die de Belichaming van het Nieuw Verbond was, aan het Kruis van Golgotha hing te sterven om het Nieuw Verbond te maken tot een eeuwig stromende Bron van Verlossing, scheurde het voorhangsel van de tempel van Jeruzalem middendoor. God toonde hiermee zelfs zichtbaar dat het Oud Verbond nu plaats moest ruimen voor het Nieuw Verbond.

Zoals in Jezus de vervanging van het Oud Verbond door het Nieuw Verbond werd belichaamd, zo is het ook in Mij gebeurd: De joodse vrouw, geboren en opgevoed in de traditie van het Oud Verbond, werd tot Draagster van Hem Die het Nieuw Verbond zou grondvesten. Mijn rol als Draagster van het Nieuw Verbond is een eeuwigdurend voorrecht, dat Mij terecht tot Moeder van de Kerk maakt.

Zoals de joden de ark van het Oud Verbond met zich meedroegen, verlangt de Allerhoogste van Mijn toegewijden dat zij Mij, als Ark van het Nieuw Verbond dat eeuwigdurend is, in zich meedragen als het nieuwe allerheiligste, dat altijd en overal Draagster is van het ware Goddelijk Leven. Verheug jullie over deze grote dingen waarin Ik jullie laat delen".


29 februari 2008

"De aantrekkingskracht van de duisternis op zielen is zo groot omdat de duisternis de zielen steeds een gemakkelijk leven, een leven van genot, voorspiegelt. Zie toch hoe de krachten der duisternis tewerk gaan: Zij lokken de zielen met de verleidingen van geld, bezit, macht, aanzien en ongeremde lichamelijke genietingen. De ziel die aan deze verleidingen toegeeft, belandt op de dwaalwegen van ondeugd en zonde: criminaliteit, verkwistingsdrang, materialisme in zijn talloze vormen, hebzucht, ongenadige concurrentie, gevoelloosheid jegens de medeschepselen, zelfzucht, zedeloosheid, onmatigheid, hoogmoed, haat, vernietigingsdrang, zucht naar verdeeldheid, oneerlijkheid en zovele andere. Zielen, drie schilden kunnen jullie beschermen tegen al deze verleidingen:

  1. Liefde
  2. offerbereidheid en boetvaardigheid
  3. nederigheid en eenvoud

De ziel die deze drie gesteldheden intens zoekt te beleven en in zich naar volkomenheid zoekt te voeren, wapent zichzelf tegen alle bekoringen en verleidingen, en ontvangt het Licht van onderscheiding tussen de wegen van Gods Voorzienigheid en alle dwaalwegen. De ziel in wie deze drie gesteldheden werkelijk leven, kan geen slavin van de duisternis worden. Zij zal naar het Licht worden getrokken en alle duisternis schuwen.

Waarom zijn deze drie schilden zo machtig? Omdat zij de ziel onderdompelen in de ervaringswereld van het Goddelijk Leven, dat de ziel vervult met tevredenheid, blijmoedigheid, aanvaarding, overgave, en zuiverheid in hart, geest en mond. De ziel in deze sfeer van beleving verwerft een grote macht op de poorten der Genade. In haar kan Ik volkomen heersen. Welnu, voor Mij vlucht alle duisternis, want Ik draag in Mij het Licht der wereld, de Geest van Wijsheid en heiligheid, en de scepter van de macht. Wie in Mij gelooft, is onaantastbaar voor elke kracht die niet verenigbaar is met God".


1 maart 2008

"Hoe vergankelijk is toch al het wereldse. Beschouw de paardebloem: Op zeker ogenblik tooit haar stengel zich met een bol van dons. Zodra een rukwind opsteekt, verdwijnt het bedje van wol en er blijft nog slechts een kale stengel over. Zo is het in de ziel die werelds genot nastreeft. De ziel die de zon der wereld najaagt, wordt verrast door wolken en regen. De zon van het Eeuwig Leven echter, gaat nooit onder. Zielen, trotseer de wolken en regen op de dagelijkse levensweg, en bedenk dat in de Tuin der Hemelen de zomer vlekkeloos en onvergankelijk is. De ziel die de zon der wereld najaagt, stelt niet Gods Plannen en Werken in het middelpunt, doch haar eigen genotzucht. Zij zal bedrogen worden. In vergelijking met de eeuwigdurende zomer in het Paradijs heeft de aardse levensweg niets méér te bieden dan een winterzonnetje tussen stormen en ontij door. Geen ziel op aarde zal al haar inspanningen afstemmen op de mogelijkheid om haar jaarlijkse vakantie midden in de winter te genieten: Zij zal haar vertrouwen en hoop stellen op de zomer. Waarom dan, richten zovele zielen hun inspanningen op vergankelijke genietingen in plaats van op de Eeuwige Gelukzaligheid?"

"Zielen, geen woorden kunnen beschrijven hoe belangrijk en groot in Gods ogen de blijmoedigheid is. Verlies nooit de zon in jullie hart, ook niet wanneer het op jullie levensweg waait en regent, want elke windstoot, elke regenbui, brengt jullie dichter bij de eeuwige zomer, op voorwaarde dat de zon in jullie hart blijft schijnen. Blijmoedigheid is de spiegel van Gods Licht in het hart. Zij is de volle maan die in de nacht de duisternis verjaagt, en zo verjaagt zij ook alle duisternis in het hart. Om deze redenen prijst en bezingt de blijmoedige ziel Gods Glorie door haar hele wijze van zijn: Blijmoedigheid biedt de grootst mogelijke verheerlijking aan God, omdat zij uiting geeft aan het feit dat de blijmoedige ziel de wendingen van haar levensweg van harte aanvaardt. Oprechte blijmoedigheid is daadwerkelijke overgave en gehoorzaamheid aan Gods Wil.

Wanneer het hart de blijmoedigheid verliest, ondergaat de ziel de verpletterende druk van loodzware wolken, in tegenstelling tot de vrijheid, Vrede en lichtheid die het hart ervaart onder de blauwe en wolkenloze hemel van de blijmoedigheid en de innerlijke Vrede. De blauwe hemel is een open poort op het eeuwig Paradijs. De loodzware wolken daarentegen, drukken de ziel als het ware tegen de aarde en al haar duisternis. Door de blijmoedigheid uit zich te laten wegvloeien, maakt de ziel zichzelf ongelukkig en zwaar doordat zij zich afsnijdt van het Goddelijk Licht dat ontspringt in het Hart van God, deze Bron van Vrede en Liefde. Blijmoedigheid tilt de ziel boven de belevingsfase van het wereldse uit. Om deze reden zal de ziel die zich door de ontwikkelingen van het aardse leven laat beïnvloeden, geen innerlijke Vrede en geen echte blijmoedigheid meer vinden.

Zielen, gedenk dat deze woorden de sleutel dragen voor jullie Geluk, reeds tijdens het leven op aarde. Het is de blijmoedigheid ondanks alle stormen die Mij in staat heeft gesteld om de grootste smarten op Mijn levensweg te heiligen door in Mij de ware innerlijke Vrede, overgave en vertrouwen te laten bloeien als onvergankelijke bloesems die in het Paradijs onvergelijkbare vruchten hebben opgeleverd. Houd niet op, Mij te vragen om Mijn blijmoedigheid en de ware Vrede van Christus in jullie hart".


4 maart 2008

(in verband met de noodzaak van retraites voor de ziel zegt Maria): "Elke profeet is door God op bepaalde ogenblikken naar de woestijn gestuurd. In de woestijn zingt de Heilige Geest Zijn woorden van Wijsheid, en fluistert Hij de Mysteries van het Goddelijk Leven. Wie kan de roep van Zijn stem weerstaan?"


5 maart 2008

"(...) Drink dan uit de kelk. Gedenk dat Jezus heeft gezegd dat wie Hem waarlijk volgt, ook door dodelijk gif niet zal sterven, en begrijp de diepgang van deze woorden. Drinken uit de kelk van het Heil, betekent drinken van het gif dat door de zonden der wereld is bereid (...). Vrees niet, Ik leef en heers in jou, en waar Ik ben, is het Leven".

"Een bloem doet niets uit zichzelf: Zij volgt in alles het plan dat haar Schepper in haar heeft gelegd. Waarom toch, zoeken zielen zo vaak zichzelf, terwijl ook zij een Goddelijk Plan in zich dragen ? Bedenk dat slechts de ziel die zich totaal overgeeft aan de beschikkingen van haar Schepper en de onderrichtingen van haar Meesteres, bloeit in de volle schoonheid van het onaangetaste schepsel van God".


24 maart 2008

"Elke handeling die een ziel stelt, heeft in Gods ogen een bepaalde waarde. Deze waarde kan positief of negatief zijn, in oneindig verschillende mate. Hetzelfde geldt voor alles wat een ziel niet doet: haar nalatigheden, haar verzuimen. Zo is het ook met elk woord dat de ziel spreekt of niet spreekt. Niettemin baseert God Zijn oordeel over de ziel niet in de eerste plaats op haar daden, nalatigheden, woorden of zwijgzaamheid, doch op de gesteldheid van het hart op elk ogenblik van het leven. Eenzelfde handeling kan worden gesteld vanuit oneindig verschillende gesteldheden van hart. Elk verzuim om iets welbepaalds te doen of te zeggen, kan eveneens ontspringen aan oneindig verschillende gesteldheden van hart. Zo kan de ziel nalaten, iets goeds te zeggen tot een bepaalde andere ziel, en toch Gods Werken hierdoor bevorderen doordat haar verzuim wordt ingegeven door oprechte Liefde of door het verlangen om de andere ziel te weerhouden van ondeugd door negatieve gedachten of gevoelens die bij haar zouden ontstaan indien zij de verzwegen informatie toch zou ontvangen.

Dit alles ligt mede aan de basis van de reden waarom geen ziel een andere ziel in de volle diepte kan beoordelen: Wat men waarneemt van het gedrag van een ziel, verklaart niet steeds de gesteldheid van hart van die ziel. Het is niet rechtstreeks in de handelingen, nalatigheden, woorden en zwijgzaamheid dat de Liefde stroomt of niet stroomt, doch in het hart van waaruit deze gedragingen vertrekken. Ook daarom kan de ziel die in de ogen van anderen, of in haar eigen ogen, Gods ongenoegen verdient, soms grote Barmhartigheid oogsten, en omgekeerd. De ware vrucht van de Passie moet deze zijn: dat de ziel in zichzelf de stroming van de Liefde leert waarnemen, alsook elke onderbreking ervan. De kennis en waarneming hiervan, maakt de ziel veel minder verleidbaar voor allerlei uitingen van duisternis. De waarneming van de stroming van de Liefde, of van elke onderbreking ervan, in zichzelf, vormt het machtigste schild tegen alle godvijandige krachten die de ziel onbruikbaar of minder nuttig of minder vruchtbaar willen maken voor Gods Werken".


25 maart 2008

"Hoe kortzichtig wordt de ziel toch onder invloed van het denken en voelen zoals de wereld denkt en voelt. Zovelen betwijfelen de diepgang van Mijn rol binnen Gods Heilsplan. Er zijn zielen die de idee verketteren dat Ik Meesteres van alle zielen kan zijn, vele anderen durven er niet in geloven. Tot al deze arme verblinde zielen zeg Ik het volgende: Toen Jezus vanop het Kruis sprak 'Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar uw Moeder', bekrachtigde Hij in werkelijkheid deze toen reeds eeuwenlang vaststaande Waarheid: Ik was door God voorbestemd om Meesteres over alles buiten God te zijn. Vanop het Kruis bezegelde Jezus deze voorbestemming: Hij gaf de hele mensheid aan Mij als Moeder. De moeder is bekleed met het gezag over haar kinderen, net zoals de vader, met als enig verschil dat de vader de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt voor zijn onmondige kinderen.

Welnu, evenzo heeft God Mij bekleed met het volwaardig gezag over Zijn kinderen, terwijl Hijzelf de verantwoordelijkheid blijft opnemen om hen op de wegen van het Licht te houden. Hij doet dit via de Werken van Zijn Voorzienigheid, via het geweten dat Hij in elke ziel heeft ingebouwd, en via Mij als Kanaal van Zijn onderrichtingen. Mij echter, heeft Hij bovendien uitvoerende macht gegeven over de wegen van Zijn kinderen, zoals een moeder gewoonlijk het grootste aandeel draagt in de dagelijkse begeleiding van haar kinderen.

Zie toch welke draagwijdte dit alles heeft: Jezus heeft het Nieuw Verbond gegrondvest, doch heeft Mij de grootste rol gegeven in de uitvoering ervan. Ja, Meesteres ben Ik, en elke ziel die Mij deze titel en hoedanigheid betwist, verkeert in dwaling en in ongehoorzaamheid jegens Gods Beschikkingen. Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen is op geen enkele wijze in strijd met Gods hoedanigheid als Heer van de Schepping".


27 maart 2008

"Tenzij zij ongehoorzaam worden, kunnen engelen niet zondigen. Dat komt doordat zij geen stoffelijk lichaam bezitten en geen gehechtheid ten aanzien van de wereld en ten aanzien van de tijd hebben. De mensenziel is vatbaar voor de zonde doordat zij:

  1. in een stoffelijk lichaam leeft dat ten prooi is aan behoeften die door god-vijandige invloeden tot in het oneindige uitgebreid kunnen worden;
  2. gehechtheden heeft ten aanzien van de wereld met al zijn invloeden op denken, voelen en verlangen, en al zijn invloeden op relaties tussen mensen en op de wijzen waarop de ziel de wereld en het leven benadert ;
  3. gehechtheden heeft ten aanzien van de tijd, waardoor zij gemakkelijk in overtreding of in protest komt tegen Gods Wil en Gods Plan, door ongeduld, voortvarendheid, verzet, opstandigheid, menselijk ingrijpen op gebeurtenissen en situaties, maar ook door méér in het verleden of in de toekomst te leven dan het maximum te halen uit elk ogenblik van het heden. God schept elke seconde, en zodra deze seconde voorbij is, behoort hij tot het verleden en kan de ziel er niets meer mee aanvangen. De vruchtbaarheid van de ziel voor Gods Werken wordt bepaald door haar omgang met elke seconde. Elk gepieker over de toekomst en elke mijmering over het verleden of herbeleving ervan in de herinnering, kost tijd die onbenut blijft voor Gods Werken. De enige uitzonderingen hierop zijn het overwegen van een voorbije situatie om er de noodzakelijke lessen of motivatie uit te halen ten bate van de groei van de ziel, en het overwegen van de toekomst om de verdere levensweg concreet richting te helpen geven voor Gods Werken. Al het overige ligt uitsluitend in Gods hand, en behoort Hem alleen toe".

"Wanneer een huisvrouw aardappelen wil bereiden, plaatst zij deze op een vuur, zodat het water aan de kook komt. Zij blijft niet naar de aardappelen kijken, doch gaat verder met andere werkzaamheden tot de aardappelen een bepaalde kooktijd hebben gehad. De huisvrouw weet dat de aardappelen zacht zullen worden. Zij vertrouwt daar vast op. Zij stelt er zich geen vragen bij. Haar gedachten gaan reeds uit naar de maaltijd. Welnu, zo hoort het ook te zijn met een situatie die aan Mij wordt toegewijd: De ziel zou de toewijding moeten verrichten, en weten dat Ik aan de situatie begin te werken. Het levert niets op dat zij blijft toezien wat Ik doe, of zich voortdurend de vraag stelt wanneer iets zichtbaars zal gebeuren.

Zoals de huisvrouw behoort de ziel intussen verder te gaan met haar andere werkzaamheden. Afhankelijk van de plannen van Gods Voorzienigheid zal Ik op een welbepaald ogenblik de maaltijd bereiden op basis van de voedingsmiddelen die de ziel Mij in de toewijding heeft aangereikt. Ik zal hem bereiden op het Vuur van Mijn Liefde. Dit Vuur zal des te heter worden naarmate het geloof van de ziel groter is. Begrijp dit wel: De bereiding van de maaltijd kan flink gehinderd worden wanneer het de ziel ontbreekt aan echt vertrouwen in Mij.

Zielen, besteed niet zo veel tijd aan de details van jullie dagelijkse omstandigheden. Zij zijn niets anders dan een leerschool, en betaalmiddelen voor het afkopen van Genaden en verdiensten. Laat hen geen leven op zich beginnen te leiden, want zij zullen jullie hart tiranniseren en alle vruchtbaarheid uit jullie zielenleven wegroven".


28 maart 2008

"Je weet dat de hele Schepping aangedreven wordt door de motor van Gods Hart, en dat deze motor zijn kracht op de Schepping overbrengt doorheen de Liefde, die de brandstof voor alle schepselen is. De Liefde geeft de levenskracht aan al het levende: mensenzielen, dieren en planten. Dieren, en vooral planten, leven grotendeels vanuit de onbewuste aandrijving door Gods Intelligentie en Wijsheid. Vooral in de dieren kan deze kracht beïnvloed worden door de krachten der duisternis, en door alle verstoringen in het evenwicht binnen de Schepping als geheel. Deze verstoringen worden veroorzaakt door elke toegeving, vanwege de mensenzielen, aan bekoringen, van welke aard ook.

Ik wijs er de zielen op, dat hun levenskracht wordt bepaald door de mate waarin Gods Liefde door hen heen kan stromen. Deze stroming wordt niet bepaald door God, want Hij laat Zijn Liefde onbeperkt stromen naar al Zijn schepselen. De stroming wordt bepaald door de mate waarin de ziel zich verzet tegen elke godvijandige kracht, en de mate waarin zij zichzelf openstelt voor de Goddelijke Liefde. Hoe méér de ziel zich bewust wil worden van elke mogelijke overtreding tegen Gods Wet en Zijn Plannen en Werken, des te zuiverder wordt zij als kanaal van Liefde. In de mate waarin zij bovendien haar hart op het Goddelijke, het Hemelse, het bovenwereldse, gericht houdt, zal haar levenskracht toenemen. Dit betekent concreet, dat de ziel al haar levensproblemen, alle moeilijkheden in het dagelijks leven, kan overwinnen in de mate waarin zij in gedachten, gevoelens en belangstelling boven het wereldse uitstijgt.

Wanneer een ziel bezig blijft met alles wat haar op haar dagelijkse levensweg overkomt, met elk detail van haar leven, elke gebeurtenis, verspilt zij de levenskracht die zij nodig heeft om de hogere niveaus van haar zielenleven volkomen te laten openbloeien en hierdoor de weg naar de Eeuwige Gelukzaligheid vruchtbaar te maken. Zie, het is op de hogere niveaus van het zielenleven dat de Eeuwige Lente tot bloei moet komen. De kracht om deze bloei tot stand te brengen, stroomt in de ziel via de Goddelijke Liefde, doch deze stroom wordt gehinderd door elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen, elke bestreving die niet op Gods Werken gericht zijn. Telkens de ziel in gedachten of woorden bezig blijft met wereldse dingen, belemmert zij de stroming van de Liefde in zich en door zich heen, en maakt zij dus minder sap voor de voeding van de hogere niveaus van haar zielenleven.

Ik heb vanochtend door jou gesproken toen je het beeld van de ontdekkingsreiziger gebruikte. Het leven is inderdaad een ontdekkingsreis. De ziel wordt op tocht gestuurd voor een reis die haar een groot aantal ervaringen moet geven, en een groot aantal situaties als middelen om verdiensten te verwerven voor de verwezenlijking van Gods Plan van Heil voor de zielen. Deze reis moet door de ziel voltooid worden binnen de tijd die God haar heeft toegemeten, namelijk vóór het uur waarin haar overgang naar het Eeuwig Leven is beschikt. De ziel zal haar levensreis met volle vruchtbaarheid verwezenlijken in de mate waarin zij haar leven leidt in volle overeenstemming met Gods Intelligentie. Dit betekent een leven waarin de ziel totaal is afgestemd op de belangen van God, niet op de details van het dagelijks leven.

Een ziel die totaal met het hart op Gods belangen leeft, schenkt aan de details van haar dagelijks leven slechts het absoluut noodzakelijk minimum aan belangstelling. Zij is in het hart voortdurend bezig met de dienst aan God en aan Mij als Gods Vertegenwoordigster en Uitvoerster van Zijn macht. De ziel die niets anders verlangt dan een leven aan Mijn voeten, in alles erop gericht om Mij te dienen en daardoor Gods Werken te dienen, wordt zodanig bezield door de kracht van het ware Goddelijk Leven dat uit Mijn voeten stroomt, dat zij als het ware naar haar levensdoel toe gezogen wordt. Dit betekent dat zij ook de details van het dagelijks leven met al zijn moeilijkheden steeds vlotter overwint, want haar hart ligt aan Mijn voeten, zodat al haar moeilijkheden onderworpen zijn aan de uitwerkingen van Mijn macht. Deze ziel leeft in innerlijke Vrede, zelfs wanneer zij vele moeilijkheden ervaart. Zij is vervuld van Goddelijke levenskracht.

Zalig daarom de ziel die Mij in staat stelt om totaal en onverdeeld haar Meesteres te zijn. Zij leeft in totale overeenstemming met Gods Wijsheid, en gehoorzaamt totaal en blind aan alle wenken van het Goddelijk Licht op haar levensweg. Zo leeft ook een plant: Zij gehoorzaamt blind aan de Goddelijke Intelligentie die haar groei en bloei beheerst, tenzij de duisternis van menselijk ingrijpen deze Intelligentie verstoort. De levenskracht van de ziel wordt volmaakt geregeld door Gods Wet. Ik ben de Uitvoerster van die Wet bij Goddelijke Volmacht, zoals Ik reeds overvloedig heb aangetoond. Gehoorzaamt de ziel aan al Mijn onderrichtingen, dan zal de Ware Vrede haar deel zijn, zal zij een vruchtbaar leven leiden, en zal zij de poort van het Paradijs bereiken in het uur waarin haar Schepper haar aan die poort verwacht".

"Toen de Aartsengel Gabriël Mij Mijn Goddelijk Moederschap aankondigde, zei hij dat de kracht van de Allerhoogste Mij zou overschaduwen. Deze woorden moeten bij uitbreiding worden begrepen tegen de achtergrond van de openbaring die Ik je zonet heb gegeven: In antwoord op Mijn akt van totale overgave aan Gods Plan, werd Ik totaal vervuld van Goddelijke levenskracht. Weliswaar bezat Ik deze reeds in een buitengewone mate op grond van Mijn Onbevlekte Ontvangenis, doch zij werd toen absoluut en volkomen gemaakt opdat Mijn leven de hoogst mogelijke vruchtbaarheid zou krijgen: het Moederschap over de God-Mens. Dit is precies wat Ik heb onderricht: Volkomen overeenstemming met Gods Wil levert de ziel een overmaat aan Goddelijke levenskracht op, waardoor zij een leven kan leiden dat buitengewoon verdienstelijk en vruchtbaar is voor Gods Plannen en Werken. De eerste vereiste hiertoe is de totale afstand van alle belangstelling voor de wereldse aspecten van het leven. Het hart moet op het Hemelse gericht blijven. Over de details van het dagelijks leven mag de ziel in dienst van God nog slechts bij absolute noodzaak nadenken of spreken, en dan nog zo beperkt mogelijk: Elke seconde die hieraan wordt besteed, is tijdverlies voor de grondvesting van Gods Rijk in de ziel en op aarde".


31 maart 2008

"De grondvesting van Gods Rijk op aarde is niet een gebeurtenis die door de zielen passief mag worden afgewacht. Van elke ziel wordt een bijdrage verlangd. Je zou de komst van Gods Rijk op aarde kunnen vergelijken met de aankomst van een heel lange trein met ontelbare wagons. Elke wagon is volgeladen met Goddelijke Genaden. Maar... het zijn de zielen zelf die verantwoordelijk zijn voor de vulling van de wagons. Elke daad, gedachte of verlangen van onthechting van wereldse behoeften, gewoonten en verlangens, elke overwinning op de eigen menselijke zwakheden en bekoringen, is een pakje dat de ziel in een wagon legt. Wanneer dit alles aan Mij wordt toegewijd en afgestaan, de ziel zich aan Mij geeft als Mijn dienares en verlangt om werkelijk Mijn bezit en eigendom te zijn, is elke zelfoverwinning en elke onthechting van wereldse gehechtheden, van slechte gewoonten, van eigen zwakheden en ondeugden, en elk offer dat wordt gebracht met een zuiver hart, een pakje dat aan Mij wordt gegeven. Ik geef de engelen opdracht om deze pakjes in een wagon van de trein van het Rijk Gods te leggen. De trein vertrekt pas wanneer hij volkomen gevuld is, want Gods Werken zijn efficiënt.

Bedenk dat telkens een ziel vervalt in een slechte gewoonte, een onzuiverheid, een vasthouden aan wereldse belangstelling, zij hierdoor één of meer van haar pakjes opnieuw uit de trein wegneemt. Hierdoor heeft de trein reeds vele jaren vertraging opgelopen. Zeg aan de zielen dat zij de trein van Gods Rijk op aarde slechts kunnen laten vertrekken zodra zij zich daadwerkelijk aan Mijn voeten neerwerpen om Mij te dienen met totale afstand van zichzelf. God heeft Mij macht gegeven om de knop voor het vertreksein in te drukken. Omdat Mijn Wil volmaakt één is met de noden van Gods Gerechtigheid, kan ik de knop pas indrukken zodra Mijn Hart weet dat de eeuwige en onfeilbare Gerechtigheid hierdoor volkomen wordt gediend".

"Ik wil dat je de woorden optekent die je na de ochtendtoewijding hebt uitgesproken: 'Na de Heilige Communie stroomt uit de mond de heilige adem van Christus. Deze adem verdraagt geen ondeugd'. Ik heb deze woorden in jou gelegd om de zielen eraan te herinneren dat het Jezus een aanstoot is wanneer zielen na een Heilige Eucharistie onzuiver van hart of mond zijn. Deze belediging wordt Jezus dagelijks ontelbare malen aangedaan. Zielen, leer jullie bewuster te worden van jullie daden. De christen behoort Christus te volgen, niet Hem te verontreinigen: dat doen de heidenen reeds in overvloed". (Maria spreekt deze woorden heel zacht en in een bedroefde toon).


1 april 2008

"Wanneer een ziel niet de betrachting van het Goddelijke tot middelpunt van haar leven maakt, verzinkt zij vroeg of laat in het gevoel dat het leven zinledig is: Niets heeft voor haar echt zin, omdat het wereldse de ziel niet kan vervullen. Het wereldse is niet in staat om het ware Goddelijk Leven te dragen noch om het te laten verder stromen. Om die reden verliest de ziel spoedig haar levenskracht en leidt zij een leven op een sterk verlaagd niveau van ervaren en aanvoelen ten aanzien van de levenssfeer waartoe elke ziel geroepen is: het contact met het bovenwereldse en de Schepper. De ziel wordt minder en minder gevoelig voor wat echt van belang is voor haar Heil. Zij verliest voeling met God en met de Ware Liefde. Het gevolg is een vage ontevredenheid die zij niet kan plaatsen. Doorgaans beseft de ziel zelfs niet dat zij ontevreden is, noch waarom zij zich zo leeg voelt.

Vaak zoekt de ziel op dit verlaagd niveau van ervaren naar compensatie voor de zinledigheid van haar leven door toe te geven aan allerlei ondeugden, zwakheden en bekoringen die haar de indruk geven dat haar leven meer kleur en meer opwinding krijgt. De diepe kern van de ziel, waar de kiem van de heiligheid en het geweten huizen, voelt onbewust de leegte aan, en voelt eveneens onbewust dat de dingen die zij doet en nastreeft, niet in overeenstemming zijn met Gods bedoelingen. De ziel wordt steeds méér ontevreden en krijgt niet zelden een afkeer van zichzelf. Zij begint alles wat drager is van Licht en Liefde te haten, omdat zij meent dat de ervaring van de Ware Liefde voor haar toch onbereikbaar is. Daarom verloochent zij alle Liefde, en wordt zij ongenietbaar voor haar omgeving. Zij begint handelingen te stellen waar zij zichzelf om haat. Zij zondigt, en begrijpt niet waarom, maar zij lijkt niet in staat om ermee op te houden.

De enige macht die de ziel uit deze toestand kan bevrijden, is de Liefde. De ziel moet ervaren dat haar leven opnieuw zin krijgt wanneer zij de Ware Liefde in zich toelaat. Elke ziel kan een andere ziel die in deze toestand verkeert, helpen bevrijden, niet in de eerste plaats met woorden, doch met een voorbeeld van begripvolle zachtmoedigheid en vertrouwen in het Goddelijke. De gekwelde ziel moet zachtjes ontsloten worden voor de zin van alle lijden en voor de listen der duisternis, en zij moet stap voor stap Gods Liefde leren kennen, ook doorheen het gedrag en de voelbare innerlijke Vrede van haar directe omgeving. De gekwelde ziel mag niet tot mikpunt van verwijten worden gemaakt. Zij is reeds het slachtoffer van Gods tegenstander. Deze macht kan slechts gebroken worden door de Liefde, die in afgemeten hoeveelheden naar het gekwelde hart moet vloeien, om het geleidelijk in staat te stellen om de Ware Liefde, het Ware Licht, waar te nemen als een werkelijkheid in plaats van een bedrieglijke schijn.

Laat de zielen veelvuldig bidden om Mijn tussenkomst als de Koningin van de Liefde en de Meesteres van alle zielen, opdat Ik alle duisternis uit de gekwelde harten kan verdrijven en de zielen die geen zin in hun leven vinden, kan ontsluiten voor de instroming van het Licht en de Vrede".


2 april 2008

Deze nacht zag ik in een visioen een wondermooie vrouwelijke gedaante. De aanblik verheugde mij aanvankelijk zeer, omdat ik er Maria in herkende. Er was echter iets wat mij spoedig een vreemd onrustig gevoel gaf, dat ik nog nooit heb ervaren bij de aanblik van Maria (wel integendeel – Maria drukt onmiddellijk een immense Vrede in het hart). De vrouw glimlachte mij toe, en beval mij om vóór haar voeten neer te knielen. Haar glimlach kwam op mij niet over als uiting van Liefde doch eerder als uiting van wellust. Omdat de eerste aanblik mij aan Maria had herinnerd, wilde ik onmiddellijk gehoorzamen, doch kon het niet. Ik voelde mij hierover schuldig en beschaamd. Nogmaals sprak de verschijning, terwijl zij met de vinger naar de grond vóór haar voeten wees: 'Kniel!'. Na opnieuw een aarzeling van mijnentwege, vervolgde zij: 'Kniel voor je Meesteres!' Ik kon niet. Toen ik keek naar de plaats waar haar voeten moesten zijn, zag ik niets dan een zwart gat, een vreemde leegte. Ik werd steeds méér verontrust, en sprak inwendig: 'Hemelse Meesteres, help mij!' De gedaante vóór mij verdween onmiddellijk. Ik begreep toen dat mijn vermoeden juist was geweest: Deze vrouw was niet Maria. Vanochtend gaf Maria mij een inspiratie die mij duidelijk maakte waarom ik deze verschijning met zoveel aarzeling in mijn hart had benaderd:

  • de vrouw in het visioen had, ondanks haar buitengewone schoonheid, geen enkele 'uitstraling': Er ging niets van haar uit;
  • deze vrouw wekte in mijn hart geen Liefde, doch onrust en zelfs angst;
  • haar bevel boezemde mij nog méér angst in, wat bij een 'bevel' van Maria nooit het geval is: Wanneer Maria iets van mij vraagt, voel ik een onweerstaanbaar verlangen om onmiddellijk te gehoorzamen, want Haar 'bevelen' zijn steeds ingekleed in een wolk van immense Liefde en zachtheid;
  • de leegte, het 'zwart gat' waar de voeten moesten zijn: Maria heeft volmaakt mooie voeten die gehuld lijken in een zachte gloed van bovenwerelds Licht.

Maria spreekt nu over het visioen als volgt:

"Je hebt deze nacht Mijn tegenstander gezien. Soms vertoont hij zich aan zielen in de gedaante van een wondermooie vrouw. Omdat Ik in je hart leef, heb je spoedig gemerkt dat niet Ik het was. Je hebt gezien dat de schoonheid van deze vrouw niet een Hemelse schoonheid maar een erotische schoonheid was: een schoonheid die niet de ziel verliefd maakt, doch de lichamelijkheid van de toeschouwer zoekt te prikkelen of te fascineren. Bij zijn verschijning als een wondermooie vrouw kan de satan in zodanige mate de ziel naar het niveau van de lichamelijke beleving neerhalen, dat hij zowel bij de vrouw als bij de man erotische gevoelens voor deze verschijning kan wekken. Het is precies door zijn inspanning om de hogere niveaus van het zielenleven totaal onwerkzaam te maken, dat hij gevoelens van onrust in het hart opwekt. Deze onrust is een waarschuwing vanwege de Heilige Geest voor het feit dat het Goddelijk Leven in de ziel bedreigd wordt.

Schoonheid die slechts macht uitoefent over het lichaam van de toeschouwer, is een schoonheid die onbezield is. De satan kan zich niet vertonen als een bezielde schoonheid, omdat zijn ziel geen enkele Goddelijke levenskracht bezit. Ik daarentegen, ben totaal vervuld van Goddelijke levenskracht – vol van Genade – zodat Mijn schoonheid de schoonheid van God Zelf weerspiegelt, een schoonheid die macht uitoefent over de kern van de ziel. Om deze reden wekt Mijn verschijning niets dan verslavende Liefde, en – ondanks Mijn volmaakte schoonheid – nooit een erotische prikkel.

De verschijning van de satan als wondermooie vrouw wordt waargenomen met de zintuigen, omdat zij niet bezield is. Mijn verschijning daarentegen, wordt waargenomen met de ogen van de ziel. Wanneer je Mij ziet, spreekt Mijn verschijning tot de kern van je ziel, en zie je in Mij de Spiegel van God. In de satan zag je geen vergoddelijkte verschijning doch een vrouw die je geen liefde doch angst inboezemde, omdat haar schoonheid overweldigend was. Zij was overweldigend omdat zij niet het hart opende, doch het verpletterde. Dat komt doordat deze 'vrouw' in je ziel de indruk wekte dat zij je niet beminde doch je met haar schoonheid wilde verslaven en je tot speelbal van haar wellust wilde maken. De satan kan inderdaad schoonheid voorwenden, doch hij kan deze schoonheid niet boven het stoffelijke laten uitstijgen. Daartoe ontbreekt hem de macht en de Glorie.

Je hebt bij herhaling Mijn voeten gezien. Je weet dat zij een volmaakte schoonheid en elegantie bezitten, en zij wekken in jou een onweerstaanbaar verlangen om je vóór hen neer te werpen om er de volmaakte Glorie van God in te aanbidden. Bij de satan zag je geen voeten, en je hebt begrepen dat deze 'vrouw' niet je Meesteres was. Mijn voeten zijn volmaakt mooi en omhuld door een Hemelse gloed. God heeft Mijn voeten gezalfd tot instrumenten van Goddelijke macht over de duisternis. Zij zijn de symbolen van Mijn macht over alles wat werelds is of niet met God verenigbaar is. De satan kan in zijn verschijningen geen voeten vertonen, omdat hij zichzelf hierdoor zou verraden: Hij heeft zich gemaakt tot de meester van het stoffelijke, en zou dus niets anders kunnen vertonen dan volkomen duisternis. Daarom heb je op de plaats van de voeten niets gezien dan een zwart gat.

Ziehier de reden waarom zielen aan Mijn voeten moeten neerknielen: Zij zijn symbolen van Gods Glorie en macht. De voeten van de satan daarentegen, zijn symbolen van het totaal verderf en van de dood van de ziel, de absolute leegte en het verworteld-zijn in de stoffelijkheid, die geen ziel bezit en geen Goddelijk Leven draagt".

Myriam: "Mijn Meesteres, wat moet de ziel doen wanneer zij door een dergelijke verschijning wordt bezocht?"

Maria: "De ziel heeft de vrijheid van wil om toe te geven aan de macht die deze verschijning over haar poogt te verwerven. Ik dring er bij de zielen echter op aan, dat zij dagelijks veelvuldig tot Mij zeggen: Maria, mijn Hemelse Meesteres, ik behoor U en U alleen toe, als Uw bezit en eigendom', alsook 'Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik lever alle duisternis over aan Uw macht', want waar Ik heers, kan een verschijning van de satan, hoe misleidend zij ook moge zijn, geen macht over de ziel verwerven, zoals je zelf hebt ervaren".


4 april 2008

"God heeft alles gemaakt. Weliswaar heeft Hij de krachten der duisternis toegestaan om de zielen te beproeven, doch Hij streeft onophoudelijk naar de instandhouding van het evenwicht binnen Zijn Schepping. Alles wat ontwricht wordt, zoekt Hij opnieuw te herstellen. Het grootste voorbeeld hiervoor is het volgende. God heeft de vrouw geschapen opdat zij de man zou aanvullen in de vruchtbaarheid, niet alleen voor het menselijk geslacht doch ook voor het Rijk Gods. De eerste mens was een man, doch de man kon niets zonder de vrouw. Samen zijn man en vrouw dragers van alles wat God in de menselijke natuur heeft gelegd aan heilige eigenschappen. De eerste vrouw, Eva, werd door de satan ontheiligd en tot bron van verval voor het hele menselijk geslacht gemaakt. Gods antwoord was de verheffing van Mij, de nieuwe Eva, boven alles wat ooit geschapen was en nog geschapen zou worden. In Eva werd de vrouw tot bron van verval, in Maria werd de vrouw door God Zelf in eer hersteld. Gods antwoord was overweldigend: Ik, een vrouw, werd bekleed met een Glorie en macht die oneindig groter zijn dan deze van de som van alle mannen die God ooit heeft geschapen en nog zal scheppen.

God zond Zijn Zoon als mannelijke God-Mens in de wereld, en zelfs deze werd in Zijn Werken aangevuld door de Vrouw. Hoewel de Werken van de Christus volmaakt zijn in hun natuur, heeft God het zo beschikt dat zij in hun uitwerkingen aangevuld moesten worden door een mensenziel van het vrouwelijk geslacht. Dit heeft Hij zo beschikt omdat Hij hierin de door Hem voorziene bruiloft tussen Zichzelf en de mens tegenwoordig wilde stellen: Zoals tussen de man en de vrouw de eenheid van vlees leidt tot de door God voorziene vrucht van de eenheid van alle eigenschappen van de menselijke natuur, zo zou de eenheid van werken tussen God en de ziel leiden tot de volmaakte vrucht van het Goddelijk Leven. Dit Goddelijk Decreet is op volkomen wijze tegenwoordig gesteld in de bruiloft tussen de Verlosser – Goddelijk van nature en menselijk om de genadewerking te vervolmaken – en een Medeverlosseres Die menselijk was van nature en 'vergoddelijkt' in de orde der genade.

Ziehier waarom Ik, de Vrouw, de nieuwe Eva, de ware Medeverlosseres van de mensheid ben. De eerste vrouw misbruikte haar macht van aanvulling van de man door haar man te verleiden tot ongehoorzaamheid jegens God en zo het hele menselijk geslacht in het verderf te storten, doch een andere Vrouw, Ik, Maria, kreeg de macht om de Werken van de Zoon van God hun volle uitwerking te geven. De Zoon van God stak de sleutel in de Hemelpoort, de hand van de Vrouw kreeg de macht om de sleutel om te draaien en de Poort te openen voor elke ziel die Haar macht en Glorie als Meesterwerken van God niet zouden verloochenen. Ik moest deze macht krijgen, omdat de satan nooit zou erkennen dat de macht die hij over de mens had verworven, gebroken was indien de uitwerkingen van zijn daden louter door de Zoon van God teniet zouden zijn gedaan: De Werken van de Zoon van God moesten bekrachtigd worden in de werken en de vrije wil van een mensenziel die volkomen in deze Goddelijke Werken en Gods Wil zou delen.

God heeft de Vrouw, Maria, gekozen om Zijn Werken en Wil te bekrachtigen in een volkomen bruiloft tussen Zijn Werken en de de Hare, tussen Zijn Wil en de Hare. Hierdoor voelt de satan zich niet alleen overwonnen door God, doch nog méér door de Vrouw. Het is dus de Vrouw, Maria, Die door de satan wordt ervaren als de Meesteres, diegene Die is bekleed met de ware macht over zijn hele wezen en over de uitwerkingen van al zijn werken. Ziedaar de diepe betekenis van het beeld dat voorstelt dat de Vrouw de satan onder Haar voeten heeft. Zielen, beschouw dit als het groot teken van hoop: Niets is ontwricht, of het zal door God ten overvloede hersteld worden, in de volheid van de Tijd. Gedenk, dat dit herstel zijn uitwerking krijgt in alle eeuwigheid, zodat de herstelde toestand oneindig langer zal duren dan de ontwrichting.

"Mogen de zielen aan de hand van dit alles begrijpen hoe belangrijk het voor de satan is, zielen te laten geloven dat alle openbaringen over Mijn verhevenheid, Mijn Glorie en macht, ketterij zouden zijn. In elke ziel die de kennis van deze openbaringen in haar leven toepast, laat Ik de druk van Mijn voet op de satan verzwaren. Geen groter vernedering kan een ziel de satan toebrengen dan deze: dat zij zich aan Mijn voeten vernedert en Mij belijdt als de Meesteres van alle zielen door Goddelijke volmacht. Aangezien ook de satan en alle duivelen geschapen zielen zijn, erkent de ziel door deze belijdenis ook Mijn macht over de satan en zijn gevolg. Voor de duivelen vormt deze vaststelling een kwelling die duizend maal groter is dan de wetenschap dat zij ondergeschikt zijn aan God".

"De ware innerlijke Vrede is zoals een golfbreker: De woelige golven van wereldse invloeden worden erop gebroken, zodat het hart er niet langer door verontrust wordt".


6 april 2008

"Wanneer ben Ik waarlijk Meesteres van een ziel? Wanneer de ziel die zich aan Mij heeft gegeven, haar grootste zwakheden weet te overwinnen uit Liefde tot Mij. Wanneer de ziel elke bekoring tot toegeving aan een zwakheid overwint uit Liefde tot Mij, toont zij hierdoor dat zij zich waarlijk heeft overgegeven aan Mijn macht over haar. De bekoring tot toegeving aan een persoonlijke zwakheid is vergelijkbaar met een foltering. Wanneer de ziel deze foltering doorstaat terwijl zij deze uitdrukkelijk toewijdt aan Mij als een bloem van Liefde, verheerlijkt zij Mijn heerschappij over haar. Mijn ware meesterschap over een ziel blijkt uit de mate waarin de ziel zichzelf overwint met het wapen van de volgende aanroeping: 'Maria, wees de ware Meesteres over mijn hele wezen. Herinner mij aan Uw Liefde en de schoonheid van Uw ziel, opdat ik boven alles moge verlangen om te zijn zoals U'. De overwinning van de ziel op haar eigen zwakheden ontsluit voor haar de poorten naar de ware heiligheid en maakt haar waarlijk vruchtbaar voor de grondvesting van Gods Rijk in zichzelf en in de hele Schepping. Ziehier de duidelijkste tekenen van Mijn ware heerschappij in een ziel:

  1. de ware blijmoedigheid, waardoor zij aantoont dat haar innerlijke Vrede niet meer echt verstoord wordt door wereldse indrukken, gedachten en gevoelens;
  2. de ware zachtmoedigheid, waardoor zij aantoont dat Mijn Hart waarlijk in haar klopt;
  3. de ware zuiverheid in gevoelens, gedachten, handelingen, woorden en bestrevingen, waardoor zij aantoont dat in haar het allesoverheersend verlangen leeft om een spiegel van Mij te zijn.

Deze drie eigenschappen maken de ziel voor haar omgeving tot een afstraling van haar Hemelse Meesteres, en vormen voor de ziel zelf de toetsstenen voor de mate waarin zij Mijn heerschappij in zich werkelijk tot bloei heeft laten komen. Deze drie eigenschappen vormen om diezelfde reden de grote toetsstenen voor de mate waarin de ziel zich ervan heeft onthecht, wereldse invloeden en indrukken over haar gesteldheden te laten heersen. Laat de zielen veelvuldig tot Mij zeggen: 'Maria, Meesteres van mijn ziel, bekom mij het Licht van Uw blijmoedigheid, de warmte van Uw zachtmoedigheid en de genadevolle wassing van Uw zuiverheid, opdat mijn zielentuin Uw vruchtbaarheid moge erven'."


11 april 2008

"Vele zielen gaan gebukt onder de herinnering aan één of meer zonden of fouten die zij ooit hebben begaan en waarvoor zij zichzelf moeilijk of niet kunnen vergeven. De klok kan niet teruggedraaid worden, en wat gebeurd is, is gebeurd. Sommige zielen zouden er alles voor over hebben om hun zonden of fouten ongedaan te maken, en zoeken naar wegen tot goedmaking. Hoewel de daad niet ongedaan gemaakt kan worden, is er een weg waardoor de ziel zich in Gods ogen van alle blaam kan reinigen. Deze weg is de wedergeboorte. Ik leer de zielen hoe zij tot wedergeboorte kunnen komen: Laten zij de volgende drie stappen ondernemen:

  1. De ziel gaat bij zichzelf te rade om te ontdekken welke haar grootste zwakheid is, de ondeugd waartoe zij zich het gemakkelijkst laat verleiden;

  2. Zodra zij haar grootste zwakheid heeft vastgesteld, wijdt zij deze aan Mij toe;

  3. Zij legt jegens Mij, de Meesteres van alle zielen en Meesteres van alle deugden, de gelofte af dat zij zich tot het uiterste zal inspannen om deze zwakheid te overwinnen door deze samen met Mij te bestrijden. Dit betekent dat zij in elke bekoring tot Mij roept en smeekt om de uitstorting van Mijn eigen vermogen tot liefhebben in haar hart, opdat zij God leert beminnen zoals Ik Hem bemin. Hoe méér de Liefde tot God de volmaaktheid benadert, des te meer zal de ziel zich tegen elke bekoring kunnen verzetten.

Wanneer de ziel haar grootste zwakheid overwint, gelijkt zij op een reiziger die zijn oude rugzak afwerpt en een nieuwe op zijn rug bindt, met een totaal vernieuwde inhoud. Bij zijn aankomst op de plaats van bestemming heeft de reiziger niets meer over van zijn oorspronkelijke bagage. Welnu, evenzo vindt God bij de aankomst van de ziel vóór Zijn Rechterstroon niets meer van de bagage van de oude zonden terug, indien de ziel, na een sacramentele Biecht, onderweg haar oude gewoonten totaal heeft afgelegd. Het breken met een ondeugd is een grote akt van Liefde. Voor God komt dit neer op een wedergeboorte. God beoordeelt elke ziel volgens de aard van haar bagage in het uur van haar aankomst bij Hem op het einde van haar leven. Laten de zielen daarom de kruik van elke oude zonde, fout, ondeugd, gewoonte en zwakheid vóór Mijn voeten stukgooien opdat Ik de scherven kan vertrappen en het verlangen en de goede wil van de rouwmoedige ziel kan omzetten in de Genade van een wedergeboorte, tot goedmaking van haar vroegere tekortkoming in de Liefde tot God". 


12 april 2008

"(...) Misselijkheid is een gesteldheid waarbij in een lichaam stoffen vrijgegeven worden die giftig en dus schadelijk zijn voor alle weefsels. Het lichaam verwerkt deze giften, zodat zij ontkracht en uitgedreven kunnen worden. (...) Blijf diep geknield vóór Mij liggen en herhaal: 'Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik laat het gif der duisternis dat zielen bedreigt, onder Uw voeten wegvloeien, opdat het Licht in deze zielen moge opgaan'. Ik wil dat je deze aanroeping optekent, opdat zielen zich ervan kunnen bedienen wanneer zij een gelijkaardige lichamelijke gesteldheid doormaken (...)".

"(...) Elke ziel kan al haar lijden en beproevingen zin laten geven, door Mij in staat te stellen om volmaakt over haar te heersen. Dit is het onvolprezen geheim van de totale toewijding aan Mij. Ik geef zin aan het schijnbaar zinloze. Mijn Rijk is het Rijk van de zingeving op levenswegen. Deze totale zingeving is een vrucht van het ware Goddelijk Leven".

"De ultieme vrucht van de diep doorleefde, totale toewijding aan Mij, is het Goddelijk Leven, dat reeds op aarde ervaren kan worden. In deze gesteldheid gaat de ziel doorheen alle beproevingen van haar levensweg terwijl deze op twee niveaus tezelfdertijd worden ervaren: Het lichaam lijdt, en eventueel eveneens het hart (Maria bedoelt het gemoedsleven), doch de kern van de ziel en al haar hogere functies weten zich zozeer boven het wereldse te verheffen dat de beproevingen het zielenleven niet meer ontwrichten. Terwijl het lichaam lijdt, liggen de gevoels- en denkwereld boven deze wereldse indrukken. Zo was het met Mij, en zo was het met de lijdende Jezus. Zo verlang Ik dat het kan zijn voor alle zielen die Mij volgen. Hiervoor zijn nodig: totale overgave aan Mij, blind vertrouwen in Mij, en een openheid om te groeien naar een steeds méér volmaakte beleving van de Ware Liefde".

(Maria geeft mij een instructie in verband met een handeling die ik voor Haar moet stellen, en toont mij aan de hand van een omstandigheid aan, hoezeer Zij dit alles beheerst. Zij zegt):

"Ik zal hierdoor het teken stellen dat Ik in een ziel wegen kan openen door een enkele akt van Mijn wil, indien de ziel zich totaal onder Mijn heerschappij stelt. Mogen de zielen hierdoor begrijpen dat de sleutel van het Goddelijk Leven in Mijn handen ligt. In Mij liggen de graanschuren van de Eeuwige Gelukzaligheid, waaruit de zielen reeds op aarde kunnen eten volgens de noodzaak van Gods Plan van Heil". (Maria spreekt al deze woorden uit met zoveel zachte Liefde dat mijn hart waarlijk brandt).


14 april 2008

"Je kunt een ziel vergelijken met een boom. De boom kan slechts groeien en vruchten voortbrengen indien hij in goede grond geworteld staat. Welnu, de boom die 'mensenziel' heet, kan slechts in passende grond gedijen: de grond die 'God' heet. Van de wortel hangt de voeding van de boom af. Indien de zielenboom zich van een weelderige groei wil verzekeren, moet hij één worden met Mij. Ik ben de door God voorziene wortel. Ik ben de enige wortel die in staat is om heel diep in de grond van Gods Hart voedsel te putten voor de zielenboom. Groeien, moet de boom zelf. Ik kan hem het allerbeste voedsel uit Gods Hart aanreiken, het voedsel dat het Goddelijk Leven schenkt, doch hij moet zelf eten en drinken van het sap dat Ik door hem heen stuur.

Zie toch hoe Ik werk: Ik zoek in de grond van Gods Hart alle vloeistoffen die de zielenboom op een welbepaald ogenblik nodig heeft, en verwerk deze tot een vorm die door de zielenboom opgenomen kan worden. Hoe gretiger de zielenboom eet en drinkt, des te dieper graaf Ik voor hem in Gods Hart. Ik word groter en groter in de zielenboom, zodat hij steeds steviger in Gods Hart geworteld raakt en aldus bestand is tegen de steeds hardere stormen der wereld. Hoe evenwichtiger de voeding van de zielenboom, des te gezonder wordt hij en des te minder valt hij ten prooi aan parasieten: de invloeden van bekoringen die het Heil van de ziel bedreigen. Laten de zielen dit beeld zorgvuldig overwegen en begrijpen hoe belangrijk Mijn rol in hun leven moet zijn opdat zij veel vruchten zouden dragen tot verheerlijking van de grond waarin zij groeien".


15 april 2008

"Er zijn zielen die de openbaring van de volle Waarheid over Mij, Mijn Glorie, Mijn macht, Mijn oneindig veelzijdige hoedanigheden, niet kunnen verteren. Je kunt dit trachten te begrijpen aan de hand van de volgende vergelijking. Totnogtoe kwam datgene wat over Mij bekend was, bij de meeste zielen over als de voorstelling van een bloem: Zij verheugden zich over de schoonheid, doch begonnen zich spoedig aan het beeld te wennen, zodat zij er weldra nog nauwelijks oog voor hadden. Jij bent echter geroepen om Mij te openbaren zoals Ik werkelijk ben, in Mijn totnogtoe grotendeels verborgen veelzijdigheid. Jij openbaart Mij in deze tijd niet langer als een bloem, doch als een onmetelijke, paradijselijke tuin. Het effect bij vele zielen is niet meer dat van een stille vreugde, doch van overweldiging, van allergie: De veelzijdigheid aan schoonheid brengt de zielen in kortsluiting, de veelzijdigheid aan geuren maakt hen dronken.

Om het beeld volledig te maken: Het paradijs van Mijn hele Wezen verspreidt een zodanige hoeveelheid stuifmeel – dit betekent: vertoont zich in zijn overweldigende Hemelse vruchtbaarheid – dat vele zielen op deze openbaringen reageren als met een zware allergie: Hun hele wezen verzet zich ertegen, en komt zodanig in kortsluiting dat zij niet anders lijken te kunnen dan dit alles met kracht van zich afschudden. Bid opdat deze zielen op zeker ogenblik Mijn schoonheid, de bloemenpracht van het paradijs van Mijn ziel, met Ware Liefde en vreugde in zich kunnen opnemen, want zij versmaden één van de grootste geschenken die God de zielen ooit heeft bereid".


20 april 2008

Myriam: "Mijn Hemelse Meesteres, er zijn zielen die een grote weerstand voelen om voor U te knielen. Sommigen zeggen dat knielen voor U een heiligschennis is, omdat de Kerk zegt dat alleen God aanbeden mag worden, en diep knielen toch kan worden gezien als een akt van aanbidding?"

Maria: "Slavin van Mijn Liefde, zou Ik je een levensroeping openbaren die is gebaseerd op heiligschennend gedrag, daar Ik je toch heb geroepen tot een leven van diepste onderwerping aan Mij (...)? Schrijf op wat Ik de zielen wil leren over de houding die God Zelf van hen jegens Mij verlangt:

God alleen mag aanbeden worden. (...) Laat Ik de zielen Mijn positie binnen Gods Werkelijkheid duidelijk maken in een beeld.

(Ik zie twee identieke rozen, buitengewoon prachtig, zo verrukkelijk als ik op aarde nooit een roos heb gezien, en na enige tijd spreekt Maria opnieuw):

Maria: "Welk verschil zie je tussen deze beide rozen?"

Myriam: "Mijn Meesteres, wil mijn onvolkomenheid vergeven, en mij verlichten over datgene wat mij ontgaat, want ik zie geen enkel verschil".

Maria: "Er is geen verschil tussen deze beide rozen. Nochtans stelt de ene roos God voor, en de andere Mij. Kijk nu dieper, Ik laat je een bijkomend element schouwen op een ander niveau van de werkelijkheid".

(Ik zie nu een merkwaardig beeld van dezelfde twee rozen, doch waarbij de ene roos op zich zichtbaar blijft, en de andere verbonden is met grond, die echter doorzichtig lijkt, alsof deze grond niet stoffelijk zou zijn; Maria spreekt verder):

Maria: "Zie, God heeft Mij gemaakt tot een identieke kopij van Zichzelf. Er is geen verschil in de uitwerkingen van Onze eigenschappen, kenmerken en hoedanigheden, het enige verschil is de diepe aard van Ons Wezen: God bestaat in al Zijn Glorie en volmaaktheid op Zichzelf, terwijl Ik verbonden ben met de grond van Gods Hart. Begrijp dit wel: Mijn hele Wezen is drager van de eigenschappen en hoedanigheden van God doordat het uit God voortkomt en de volheid van het Goddelijk Leven in zich heeft opgenomen door de genadewerking, en wel onvoorwaardelijk en eeuwigdurend. Dat is de ware, diepe betekenis van de woorden 'Maria, vol van Genade': Ik ben TOTAAL VERVULD van alles wat van God uitgaat, niet van nature, doch door Mijn volmaakte verbondenheid met het diepste Wezen van God Zelf. Daarom zijn de twee rozen identiek: De roos van Mijn Wezen is gevormd uit het voedsel uit Gods Hart, in de alleruiterste mate die voor een geschapen ziel mogelijk is. Mijn roos is vergoddelijkt, haar wezen en bestanddelen zijn drager van Gods kenmerken met uitzondering van de Goddelijke oorsprong: Mijn roos heeft de volmaakte verbondenheid met Gods Hart nodig om deze vergoddelijkte eigenschappen tot uitwerking te blijven brengen.

Mijn voorrecht is het, dat dit zo zal blijven voor alle eeuwigheid, want de Allerhoogste heeft jegens Mij het verbond gesloten dat Ik voor alle eeuwen Mijn hoedanigheden bewaar, ja dat deze zich zelfs zullen blijven vermenigvuldigen zoals alles wat volmaakt drager is van Goddelijke eigenschappen. Deze volmaaktheid heeft God buiten Mij aan niets of niemand verleend, zodat onder alle schepselen Ik alleen Meesteres ben, en Ik alleen de macht bezit. Mijn roos is identiek aan deze die God Zelf is, omdat de voeding van Mijn Wezen volmaakt is. Dit komt doordat Ik de volmaakte zuiverheid bezit. De voeding van Mijn Wezen uit Gods grond ervaart geen enkele hindernis of belemmering. Om deze redenen is het niet alleen normaal dat je de engelen vóór Mij in aanbidding ziet, dat je de duivelen aan Mijn voeten ziet kronkelen omdat Ik de macht heb om met hen alles te doen wat Mij behaagt en Ik hun lot onder Mijn voeten kan leggen zoals slechts God dat kan, dat jij een leven leidt van zelfvernedering aan Mijn voeten, en dat mensenzielen voor Mij knielen: Dit alles wordt door God zo verlangd. Het is een Goddelijk Decreet dat al het geschapene in Mij God aanbidt, omdat Ik het Meesterwerk van Zijn handen ben en de absoluut mogelijke volheid aan Goddelijke eigenschappen in Mij draag. Niet Ik word aanbeden, doch Gods Meesterwerk in Mij.

Om deze reden ook, hebben al Mijn woorden, al Mijn wenken, al Mijn verzuchtingen, ja zelfs al Mijn gedachten en alle akten van Mijn wil de kracht van Goddelijke Wetten, en bezit Ik de macht om al het geschapene te doen buigen naar Mijn Wil. Zeg dit alles aan de zielen. Zeg aan de zielen die bereid zijn om Mij te volgen, dat Ik van hen verlang dat zij nooit nalaten om vóór Mijn voeten te knielen, indien niet daadwerkelijk mogelijk dan tenminste in de geest, met heel hun hart. Zo verlangt het Gods Gerechtigheid. (...)"


22 april 2008

"Dit is de tijd van de openbaring van de ongeëvenaarde glorie en macht waarmee de Allerhoogste Mij heeft bekleed. Opdat de zielen mogen zien dat God Mij alle macht heeft gegeven over zielen, dus ook over deze in de regionen der duisternis, geef Ik je de volgende gebedswoorden voor alle zielen die gekweld worden door duistere krachten van welke aard dan ook, opdat deze zielen getuige mogen worden van Gods Beschikking dat Maria de Vrouw is Wier voet de satan zal vernederen voor alle eeuwigheid. Aan elke ziel die dit gebed tot Mij richt in blind vertrouwen op Mij, beloof Ik dat Mijn macht op een bijzondere wijze zal schitteren" (Maria inspireert hier gebed nr. 1047).

"God openbaart de volheid van de Waarheid slechts aan zielen die klaar zijn om deze in zich op te nemen, want kennis van de Waarheid schept verplichtingen. Mede om deze reden is zoveel kennis over Mij nooit geopenbaard geweest: Slechts weinige zielen zijn klaar om de volle Waarheid over Mijn Wezen en hoedanigheden in zich op te nemen. De satan zelf poogt vele dingen die tóch op zeker ogenblik over Mijn grootheid geopenbaard worden, de kop in te drukken, omdat de verspreiding van deze kennis voor hem gevaarlijk is.

De menselijke natuur is ten prooi aan de effecten van de erfzonde, en is daardoor steeds gekenmerkt door zwakheden. Elke ziel heeft er, sommige weinig, andere méér.

Een zwakheid zou je kunnen omschrijven als een lek in de levenskracht die een bepaalde deugd tot bloei moet brengen en vruchtbaar moet maken. Indien je een deugd zou vergelijken met een bloem, zou een zwakheid de verwelkbaarheid van die bloem zijn. Indien elke afzonderlijke deugd een welbepaalde soort bloem zou zijn, zou dit betekenen dat in een ziel die één bepaalde zwakheid heeft, een bepaalde soort bloem vlug verwelkt of niet tot bloei komt. De vruchtbaarheid van een ziel blijkt uit de bloeikracht van haar bloemen en de gevarieerdheid van deze bloemen: Een waarlijk vruchtbare ziel is een tuin met vele soorten bloemen die bovendien niet spoedig verwelken.

In een ziel met een uitgesproken neiging tot een bepaalde ondeugd, verwelkt in de zielentuin één bloemsoort spoedig, zodat het deze ziel als het ware geregeld ontbreekt aan deze ene bloemsoort. Heeft de ziel vele ondeugden, dan verwelken vele soorten bloemen spoedig in haar tuin, zodat de zielentuin een eerder eentonige aanblik zal verschaffen. Wanneer nu een ziel hard werkt aan de overwinning van een zwakheid, zal in haar zielentuin bij elke gelegenheid waarbij een bekoring wordt bedwongen, een zaadje uitgestrooid worden van de bloemsoort die regelmatig verwelkt, zodat de tuin zijn schoonheid kan beginnen te herstellen.

Aan de hand van deze gelijkenis kunnen de zielen zichzelf leren motiveren tot het onverdroten werken aan zichzelf: Zij kunnen zich voorstellen dat zij werken aan de schoonheid en vruchtbaarheid van hun tuin. De schoonheid schenkt Glorie aan God en aan Mij, de Tuinierster in Gods tuinen, en de vruchtbaarheid draagt bij tot de voltooiing van Gods Werken. Daarom is een mooie en vruchtbare ziel een ziel die eraan werkt om te groeien in alle deugden – de veelsoortigheid aan bloemen in de zielentuin – en om zoveel mogelijk bekoringen te overwinnen – de bloeikracht van haar bloemen verhogen zodat deze niet meer spoedig verwelken. De ziel die aan de overwinning van haar zwakheden werkt, is een ziel die zaait. Zaai nooit zonder te vragen om het toezicht van de Hemelse Tuinierster, want zonder Mij blijft alle zaad onbeschermd op de grond liggen, klaar om door roofvogels en ongedierte weggeroofd te worden".


23 april 2008

"(...) De grootste macht die de ziel over de bekoorder kan uitoefenen, is deze: dat zij in al haar verwezenlijkingen, werken en woorden verwijst naar Gods Plan als de ware drijfveer en de ware bestemming van al haar doen, laten, spreken en verlangen. Door deze gesteldheid van hart wordt het de satan heel moeilijk gemaakt om de ziel van haar vruchtbaarheid te beroven, want hoe méér de ziel zichzelf wegcijfert als bron van haar eigen vruchtbaarheid en hoe méér zij hierbij naar God verwijst, des te méér zal Gods Hart ook daadwerkelijk in haar heersen en werken. Volkomen nederigheid is de moeder van een volkomen vruchtbaarheid, en een machtig schild tegen vele bekoringen".

"Ik heb je de indrukwekkende visioenbeelden en bijhorende openbaringen (Maria heeft het over niet vrijgegeven visioenen en openbaringen voor private onderrichting aan Myriam) gisteren vergund om de zielen aan te tonen dat ook Mijn leven niet vrij was van bekoringen, doch dat Ik deze allemaal heb overwonnen door vast in God geworteld te blijven . De drie voornaamste bekoringen waaraan Ikzelf door de duivelen werd onderworpen, waren de volgende:

  1. Talloze malen heeft de bekoorder gepoogd om Mij te vangen in de strikken van de ijdelheid, door te trachten, via allerlei reacties van mensen, Mijn aandacht te vestigen op Mijn lichamelijke schoonheid. Hij beproefde dit wapen reeds tijdens Mijn kinderjaren. Ik zocht hem de wind uit de zeilen te nemen door in alle contacten met Mijn medemens Mijn lichamelijkheid zoveel mogelijk te verbergen, door voortdurende toewijding van Mijn verlangen om onopvallend te blijven, en door gebed om zuiverheid van hart in Mijn medemens.
  2. Vele malen heeft hij gepoogd, Mij te verleiden tot hoogmoed. Ik wist dat Ik eigenschappen en vermogens bezat die blijkbaar uniek waren onder de mensenzielen. Ik bezat kennelijk een onbegrensde macht over engelen en duivelen, Ik beschikte over de macht om wonderen te verrichten, Ik bezat de volkomen Wijsheid en een omvattende kennis in verband met de Mysteries van het Goddelijk Leven, een buitengewoon doorzicht in Gods Plannen en Werken, een absoluut doorzicht in alle zielen die met Mij in contact kwamen, enzovoort. Bij Mijn eerste ontmoeting met de Heilige Jozef knielde deze voor Mij neer. Bij Mijn eerste ontmoeting met Jezus’ apostelen wierp Johannes zich vóór Mij ter aarde, kuste Mij de voeten, en sprak Mij aan als 'Moeder en Meesteres'. Vele zielen die Ik met raad en daad bijstond en zich verlicht voelden of zichtbare vruchten van Mijn tussenkomst ervoeren, knielden voor Mij neer en kusten Mij de voeten. In de jaren van de jonge Kerk werd Ik door velen vereerd als een Koningin. De satan heeft op elk van deze gelegenheden ingespeeld, doch Ik heb al zijn bekoringen tot hoogmoed en gevoelens van macht gebroken door Mij totaal op God te beroepen en alle eer aan Hem af te staan, en door van Mijn unieke macht zo weinig mogelijk gebruik te maken. Precies om deze reden antwoordde Ik op bekoringen in veruit de meeste gevallen met gebed, offers en boete in plaats van met de ontplooiing van Mijn macht over de bekoorders. Ik had hen telkens opnieuw met één woord aan Mijn voeten kunnen vernederen, doch heb dit slechts gedaan in gevallen waarin Ik een bijzonder teken van Gods macht en glorie wilde stellen. Voor het overige bewandelde Ik in elke bekoring de weg die de grootste verdiensten voor Gods Heilsplan oplevert: deze van het vredevol dragen van de beproeving, in toewijding, gebed, offers en boete.
  3. Meermaals heeft de bekoorder gepoogd, Mij te vangen door gevoelens van ontmoediging, in het bijzonder gedurende de tijden van vervolging van Jezus en van Mijzelf, en in de uren van de Passie. Deze bekoring overwon Ik telkens door een rotsvast vertrouwen in de uiteindelijke overwinning van het Licht en door het bewustzijn van het feit dat elke zware klap die een hart op de levensweg te verduren krijgt, een verwoestende kracht kan ontwikkelen tegen de duisternis, indien de beproeving in Vrede en vertrouwen wordt gedragen. In de beproeving kan een hart gebroken worden, of kan het worden tot een vlijmscherp mes tegen het hart van de satan".


24 april 2008

"Voor de ziel is vruchtbaarheid: de mate waarin zij in al haar doen, laten, spreken, denken, voelen en verlangen het Plan verwezenlijkt dat God met haar heeft, dus de mate waarin zij haar ware levensroeping vervult. (...) De zwakste schakel in elk schepsel is steeds het lichaam. (...) Slechts in de totale eenheid van hart kan Mijn Wil in een ziel bloeien als een lentebloesem die vruchten belooft die Mijn naam dragen en daarom zowel zielen voeden als God bevredigen in Zijn behoefte aan onvoorwaardelijke Liefde".


27 april 2008

H. AARTSENGEL MICHAEL: "Loof en prijs de glorie, de macht en de heiligheid van de Allerheiligste Maagd als de Koningin en Meesteres van al het geschapene, want Zij belichaamt de totale verwezenlijking en de absolute voleinding van de volmaakte Werken van onze God. Zoveel Glorie die in onze God Zelf verborgen blijft, heeft Hij in Haar zichtbaar gemaakt en wordt in deze tijd geopenbaard. Maria is de Meesteres van alle zielen, want Zij heeft onbegrensde macht ontvangen over alles wat geschapen is. Zodra de mensenzielen deze Waarheid van God willen aanvaarden, zijn zij klaar om met ons, engelen, Gods volmaakt Plan van Heil voor de Schepping te verwezenlijken. Mensenzielen, wijd jullie nu totaal toe aan Maria als Meesteres van alle zielen".


30 april 2008

"De verheerlijking van Mijn ongeëvenaarde macht en Glorie ontwikkelt voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan en de bevrediging van de Goddelijke Gerechtigheid een kracht die de zielen zich nauwelijks kunnen voorstellen. (...)".


13 mei 2008

"Aan alle zielen die te lijden hebben onder de opflakkering van oude wonden in de ziel, doch zich hierbij totaal aan Mij overleveren, houd Ik het volgende beeld voor ogen, opdat zij eens en voor altijd mogen weten dat hun lijden vruchtbaar is: Wanneer een ziel lijdt onder een verwonding die ooit aan haar hart is toegebracht, en zij Mij uitdrukkelijk en met vertrouwen aanroept, vangt zij een oude slang die zich schuil hield in een duistere hoek van haar wezen, en legt zij deze onder Mijn voet. Omdat dit oude monster zich plots de gevangene voelt van Mijn macht, begint het in wanhoop te kronkelen en bijt het nog één maal diegene die het aan Mij heeft overgeleverd. Wanneer de ziel zichzelf aan Mijn voeten heeft gehouden, wordt zij dus door deze beet nog een laatste maal het slachtoffer van het oude gif. Ik sta dit toe, omdat de oude slang door deze beet haar eigen ondergang bewerkt: Zij wordt aangetast door Mijn Liefde, die in de ziel werkzaam is en die voor de helse slang werkt als vergif dat verlamt. Mogen de zielen bovendien beseffen dat Ik geen enkele slang die tot gevangene van Mijn voet is geworden, nog ooit de vrijheid teruggeef. Van de ziel verlang Ik slechts één ding: dat zij Mij vurig belijdt als haar machtige Meesteres, en blind op Mij vertrouwt. Hoe méér de ziel zich aan Mij overgeeft, des te harder drukt Mijn voet op alles wat deze ziel aan Mij heeft overgeleverd". 


22 mei 2008

"Welke vernedering is het voor de satan wanneer een mensenziel haar lichamelijk lijden en de beproevingen van haar dagelijkse levensweg aan Mij opdraagt en daarbij uitdrukking geeft aan haar verlangen dat alle duisternis jegens Mij vernederd moge worden, want Mij is de leiding toevertrouwd over de strijd van Gods Liefde tegen alles wat Gods Rijk vijandig is. Waar Ik heers, sterft alle ellende, want de duisternis laaft zich aan de bronnen van alle menselijk leed dat niet aan Mij wordt overgedragen".


10 juni 2008

"Over alle zielen die Mij aanvaarden als Gods geschenk van Liefde, als de Stem van de Heilige Geest en als de Sleutel tot de poort van het Eeuwig Heil, spreid Ik Mijn mantel van bescherming, van innerlijke Vrede en van heiliging uit. Ik ben de Dageraad na de nacht, de Bode van de Middagzon Die Jezus Christus heet en Die Mij aan de zielen heeft gegeven in het uur der Verlossing. De Werken die Ik in de zielen voltrek in Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen, zijn de grootste verheerlijking van Zijn Bloed, dat zal stromen tot ook de laatste ziel Mij heeft aanvaard als het sluitstuk van Gods Heilsplan".

"Begrijp dit wel. Ik ben de Medeverlosseres van de mensheid. Het Verlossingswerk van Christus is volmaakt, doch de Verlossing is in elke individuele ziel pas voltooid wanneer de ziel erkent dat Ik van God de macht heb ontvangen om haar van al haar duisternis te bevrijden. Zij moet zich daartoe totaal aan Mij overleveren, in totale en onvoorwaardelijke toewijding, voor een leven in Mijn dienst. Daarom ben Ik de Meesteres van alle zielen. Jezus is de Zon, Ik draag de stralen naar de kern van de ziel. Dit is de bezegeling van het Nieuw Verbond tussen God en de zielen: Zonder Mij kan de ziel de echte warmte van Christus niet efficiënt benutten om het zaad van haar heiliging tot rijping te brengen".


17 juni 2008

"Elke ziel is een akker. De Eeuwige Vader heeft de akker geschapen en heeft hem voorzien van uiteenlopende soorten zaden, ieder met een verschillend aspect van de Goddelijke kiemkracht. Gods Zoon Jezus Christus is de zon boven de akker. De Heilige Geest besproeit de akker met de malse regens der Goddelijke Genaden, en vervult de lucht boven de akker met de adem van het Goddelijk Leven. Ik ben de Hemelse Tuinierster, Die de macht en het vermogen bezit om de akker tot zijn hoogste vruchtbaarheid te brengen. Van de ziel verlang Ik slechts één ding: dat zij Mij toestaat, met haar alles te doen wat Ik wil. Ik zal haar omploegen in de beproevingen. Ik zal het onkruid van haar ondeugden en zwakheden verdelgen, Ik zal haar veldgewassen omhullen met Mijn Liefde en Mijn zorgen. Maar om vruchtbaar te worden, moet zij Mij toestaan, dag en nacht over haar bodem te lopen. Onder Mijn voeten zal zij bloeien als een lusttuin van God. Hoe méér Ik haar Meesteres kan zijn, des te méér zal zij worden tot een bron van verrukking in de ogen der engelen, en God zal haar beschouwen als Zijn Rijk".


25 juni 2008

"De ziel die hoopt, is onsterfelijk, want zij houdt de uitwerkingen van Gods Licht in zich in leven, en drinkt hierdoor voortdurend uit de bron van het Eeuwig Leven. In de ziel die niet meer hoopt, dooft het Goddelijk Licht, want zij gelooft niet meer in de macht van God, Die Leven schept uit het niets, en de zon laat opgaan na de nacht opdat de zielen mogen weten dat de duisternis nooit het laatste woord heeft".


6 juli 2008

"Tot elke ziel zeg Ik: Leer de vijand kennen, en leer zijn strategie herkennen, anders kun je de oorlog niet winnen en wordt het land van de ziel bezet".


12 juli 2008

"Vele zielen die teleurgesteld of geschokt zijn door bepaalde gebeurtenissen of ervaringen uit hun dagelijks leven, blijven hierover praten. Ik wil deze zielen erop wijzen dat zij hierdoor in wezen de werken der duisternis verheerlijken. Inderdaad, elk gesprek met een negatieve inhoud geeft uitdrukking aan toestanden die ten minste ten dele door de satan in de hand zijn gewerkt. De ziel die over negatieve dingen blijft praten, staat toe dat niet slechts de besproken toestand duisternis in zich draagt, doch dat bovendien deze duisternis het eigen hart steeds opnieuw verduistert. Hoe anders is het wanneer negatieve gevoelens aan Mij toegewijd en daarna losgelaten worden, alsof de betreffende ervaring nooit had plaatsgevonden. Ik ben de Volle Maan in de nacht. Ik kan elk hart bevrijden van de duisternis die wereldse ervaringen erin hebben uitgestort. De volle maan weerspiegelt Gods zonnestralen boven een landschap dat in duisternis is gehuld. Dit is precies wat Ik doe boven het landschap van verduisterde zielen: Ik zuiver hen met de waarneembare Tegenwoordigheid van God.

Zielen, kijk niet zo vaak naar het verduisterd landschap van de wereld om jullie heen, houd jullie ogen gevestigd op Mij, jullie Hemelse Meesteres, Mijn schoonheid, Mijn zuiverheid, het Licht van God dat Ik op volmaakte wijze over jullie wil uitspreiden als een deken van heiliging. Hoe meer jullie naar Mij kijken, des te kleiner zal jullie behoefte worden om de satan te eren door uit jullie gesprekken te laten blijken hoe belangrijk jullie zijn werken van duisternis vinden".


31 juli 2008

"De mens leeft niet uit zichzelf. Alle leven is afkomstig van God. Om deze reden kan worden gezegd dat de ziel uit zichzelf niets doet, niets zegt, niets denkt, niets voelt en niets verlangt. De ziel is als een tak aan een boom: Zij krijgt slechts bloesems en draagt slechts bladeren en vruchten omdat zij gevoed wordt vanuit de boomstam van de Goddelijke Liefde, die voortdurend doorstroomd wordt met het Goddelijk voedsel uit de bodem, die Gods Hart is. Heeft de ziel dan geen enkele inbreng in alles wat zij doet, zegt, denkt, voelt en verlangt? Die heeft zij wel degelijk: De wijze waarop zij haar vrije wil gebruikt. Indien dit niet zo was, zou de ziel geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor haar eigen daden, zou zij in het uur van haar oordeel geen enkele verdienste noch schuld kunnen hebben, zou zij niet kunnen zondigen en zou zij ook niet heilig kunnen worden: Al haar doen en laten, en de hele heilstoestand van de ziel, zou afhankelijk zijn van Gods willekeur. Zo is het niet.

Wanneer Jezus zegt: 'Zonder Mij kunt gij niets', bedoelt Hij daarmee, dat alle kracht van God komt. De wijze waarop deze kracht wordt aangewend, wordt echter bepaald door het gebruik van de vrije wil. Om deze reden is niet God verantwoordelijk voor de zonde, de ellende en het verval van de wereld, doch de zielen, in de mate waarin zij hun vrije wil gebruiken om handelingen te stellen die niet in overeenstemming zijn met de Wil van God. Gods Wil is de Bron van alle Geluk. Zodra de ziel haar vrije wil in alles gelijk maakt aan de Wil van God, erft zij de volheid van het Goddelijk Leven en van het Ware Geluk. Ik ben de zielen hierin voorgegaan. Daarom heeft God Mij aan de zielen gegeven tot Meesteres en Voorbeeld. Ik roep elke ziel op tot totale toewijding aan Mij, opdat Ik in haar het wonder der wonderen kan voltrekken: de omvorming van haar vrije wil tot exacte kopie van de Wil van God, Bron van alle heiligheid, opdat zij haar levensdoel moge bereiken door Gods Werken te doen zoals Jezus en Ik deze hebben gedaan".


1 augustus 2008

"Zoals Ik je vroeger reeds heb gezegd, is augustus de maand van Mijn verheerlijking. Onmetelijk grote dingen heeft God in deze maand aan Mij gedaan. Er zijn zielen die nog steeds niet hebben begrepen, of niet aanvaarden, dat Maria het grootste Wonderwerk van God is. (...)

Zielen van Mijn Hart, de Meesteres van alle zielen is het grootste geschenk dat God de mensheid geeft sedert de verlossende Kruisdood van Jezus en Zijn Verrijzenis. Waarom toch, blijven harten zozeer gesloten dat zij niet begrijpen noch voelen wat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen werkelijk voor de zielen en voor de wereld betekent? Deze verkondiging is zo groot, zo overweldigend, zo vervuld van Gods macht en Heerlijkheid, dat sommige zielen zwaar door Gods tegenstander aangevallen worden zodra zij haar vernemen. Moge dit de zielen bevestigen tot welk wapen tegen de duisternis de Allerhoogste Mij als Meesteres van alle zielen heeft gemaakt. Ik ben geen vervanging voor Christus, Ik verwijs juist naar Zijn Godheid door de mensheid te tonen wat God bereidt voor een ziel die zich totaal aan Christus geeft, zoals Ik heb gedaan. Geen enkele ziel is ooit méér één geweest met de Verlosser dan Ik. God heeft in Mij alles uitgestort wat een geschapen ziel kan bevatten en dragen.

Ik herhaal, dat Ik niet om Mijzelf vereerd wil worden, doch dat in Mij de oneindige grootheid en Heerlijkheid van God en van al Zijn grote daden, met inbegrip van het Verlossingsmysterie, geprezen moet worden. Zij die weigeren, de Meesteres van alle zielen te aanvaarden omdat zij menen dat Zij Jezus Christus terzijde zou schuiven, verkeren in grote dwaling. Ik beklemtoon eens en voor altijd:

Maria, de Meesteres van alle zielen, is er door God toe geroepen, Zijn Heilsplan in de zielen te voltooien. Dit is de enige zin van Haar roeping, van Haar unieke grootheid en van Haar unieke macht. De Meesteres van alle zielen maakt Zichzelf niet tot een einddoel op zich, Zij belichaamt door Goddelijke Genade de absolute bekroning van Gods Heilsplan. Zij is de gouden Poort naar het Rijk Gods op aarde. Haar roeping is het, in de zielen de Werken van Christus te voltooien, in de mate van de actieve inzet van elke ziel zelf.

Zalig de zielen die dit geschenk der geschenken uit Gods hand aanvaarden, want in hen zal Ik deze maand de Ware Liefde tot bloei brengen. Zielen, het wonder dat God in Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen aan Mij heeft voltrokken, gaat alle begrip van het menselijk verstand te boven. Hoe wonderbaar echter, is dit wonder wanneer het zich in een volkomen geopend hart kan ontvouwen. Het vermogen om Mij te aanvaarden zoals Ik werkelijk ben, als Meesteres van alle zielen, is een onomstotelijk teken voor het feit dat de ziel op het punt staat om iets van de diepgang van Gods Liefde te begrijpen. Elke ziel die Mij benadert met het hart, voelt wie en wat Ik werkelijk ben. De ziel die Mij niet aanvaardt als de Meesteres van alle zielen, verloochent de bekroning van Gods Werken. Er bestaat geen grotere verheerlijking van God en geen grotere Liefde tot God, dan deze, dat de ziel Mij aanvaardt als de Meesteres van alle zielen door Goddelijke Genade, want in Mij wil God de satan tonen wat de volheid van de Goddelijke macht in een geschapen ziel vermag.

God heeft Mij tot Meesteres van alle zielen gemaakt, en Mij daartoe bekleed met unieke eigenschappen, opdat Ik in deze Laatste Tijden de zielen naar hun eindbestemming zou kunnen leiden: de wedergeboorte van het aards paradijs binnen in zichzelf. Zij moeten daartoe uit Mij opnieuw geboren worden. God heeft in Zijn onfeilbare Wijsheid deze buitengewone dingen voor deze Laatste Tijden bewaard, omdat de dageraad van Zijn eindoverwinning via de Vrouw pas nu is gekomen. Wie Mij in de volheid van Mijn Wezen en eigenschappen in zijn hart sluit, sluit God en Gods Werken in zijn hart. De ziel kan haar God niet werkelijk liefhebben indien zij Mij niet aanvaardt zoals God Mij heeft gemaakt, in al Mijn grootheid zoals Hij die in deze tijd aan de zielen heeft willen verkondigen".


Belangrijke onderrichting geïnspireerd door de Meesteres van alle zielen op 1 augustus 2008, in verband met enkele kerngedachten uit het geheel der Openbaringen

Jezus is voor de zielen gestorven en verrezen om hen te verlossen uit het verdoemend effect van de erfzonde. De Verlossing is door het Lijden van Jezus slechts voltooid in de mate waarin de individuele ziel dit verschrikkelijk Lijden in zich tot volle vrucht brengt door een heilig leven te leiden. De erfzonde heeft de zielen een kerker bereid; de Kruisdood van Jezus heeft de zielen de sleutel geschonken; elke ziel moet nu in haar eigen leven deze heilige sleutel (geschenk van God) aannemen, hem in het sleutelgat stoppen, hem omdraaien, en zichzelf volkomen bevrijden. De ziel kan de individuele bevrijding NIET op eigen kracht bewerken. Zij heeft daartoe Gods Genade nodig. In deze Laatste Tijden werkt de Almachtige Zijn Genaden in de eerste plaats DOOR MARIA uit. Zij is de Brug over dewelke de Goddelijke Genaden in aangepaste vorm in de zielen binnengeleid worden.

God heeft doorheen de eeuwen de zielen op Maria, de 'Hemelse Brug', voorbereid. In de eerste eeuwen na Christus mocht over de werkelijke grootheid van Maria nauwelijks iets bekend worden. Pas in de loop van de jongste eeuwen is hierin geleidelijk verandering gekomen. Vanuit de Kerk is bevestigd dat Maria de Middelares van Goddelijke Genaden is. Tot zover was Zij nog steeds slechts de 'Brug'. In deze Laatste Tijden wil de Almachtige de zielen Maria voorstellen als diegene Die meer kan dan slechts de Genaden via de Brug van Haar oneindig liefhebbend Hart in de zielen binnenleiden: Hij stelt Haar nu voor in Haar ware 'volheid van Genaden', de Meesteres van alle zielen, Die ook de macht bezit om binnen in de individuele ziel de noodzakelijke veranderingen te voltrekken (met actieve medewerking van de ziel zelf, want anders zou Maria ingaan tegen de vrije wil). Wanneer nu een individuele ziel de Genade bekomt om over dit uniek geschenk geïnformeerd te worden, en, op voorwaarde dat zij Maria in Haar volheid aanvaardt (d.w.z. als Meesteres van alle zielen) zich volkomen aan Maria geeft in deze unieke hoedanigheid, daardoor zichzelf TOTAAL kan veranderen, dan is dit wel de grootst mogelijke zingeving die de ziel aan het Lijden en de Kruisdood van Christus kan verlenen.

God bereidt de zielen de unieke Genade om zich 'vertrouwd te maken' met de hoogste graad van verhevenheid en macht van de Moeder Gods, om Haar in die verhevenheid met vertrouwen om hulp te smeken, opdat de ziel samen met Maria de Verlossing in zichzelf zou kunnen verwezenlijken. Wanneer de ziel deze unieke verhevenheid van deze Hemelse Hulp (grootste bewijs van Gods almacht) niet aanvaardt, heeft het Lijden van Jezus in haar absoluut niet meer het effect dat Hij ermee beoogd heeft.

De ziel kan de Eeuwige Gelukzaligheid via twee wegen bereiken:

  1. zij kan haar bereiken door eerst gedurende onbepaalde tijd in het vagevuur te lijden, of
  2. zij kan haar wat meer rechtstreeks bereiken.

De eerste weg is deze van de ziel die de ontelbare uitingen van Gods Liefde onvoldoende heeft aangenomen en niet ten volle in zich heeft benut; de tweede weg is deze van de ziel die met het hart heeft begrepen wat God haar werkelijk heeft willen geven, en die deze geschenken in dankbaarheid heeft aanvaard en ten volle heeft benut.

Laten wij steeds voor ogen houden dat de gekruisigde Jezus diegenen die Hij met Zijn onmetelijk Lijden heeft willen verlossen, liever eerder bij zich in het Paradijs zou begroeten, doordat zij hebben aanvaard wat hen in Jezus’ onmetelijk verheven Moeder is gegeven, toen Jezus vanop het Kruis Maria en de zielen bij elkaar bracht opdat zij elkaar volkomen in zich zouden opnemen.

Zij die Maria niet aanvaarden als het grootste geschenk van de Barmhartige God, verwaardigen zich niet om deze Goddelijke Werken ook tot het uiterste in zich te benutten: Zij bewandelen niet het pad der paden, dat God voor hen heeft geplaveid opdat zij niet hun ziel zouden openrijten aan de doornen der onwetendheid...

Met de Meesteres van alle zielen nodigt Jezus zielen méér dan ooit voorheen uit, om dieper binnen te dringen in de schoonheden en zaligheden van de effecten van Gods Liefde. Zegt de Meesteres van alle zielen bovendien niet met grote klemtoon dat Zij Jezus niet in de weg staat, doch ten diepste met Hem EEN IS, en ertoe gezonden is, de Verlossingswerken van Jezus binnen in de zielen te voltooien? De ziel mag zich vanzelfsprekend toespitsen op JEZUS, want Jezus en Maria zijn op mystieke wijze één, en Jezus zal elk individu, wanneer Gods Tijd voor dit individu gekomen is, de Meesteres van alle zielen aanwijzen als Weg naar God. Zo heeft Maria Gods Belofte vertolkt. De ene ziel is daar vandaag voor klaar, de andere morgen, nog een andere pas volgende maand. Het is precies de Heilige Geest Die dit alles in de geopende ziel fluistert, op Gods Tijd EN op de tijd waarop de individuele ziel daar volkomen voor openstaat.

De Meesteres van alle zielen heeft nooit gezegd dat Zij als enige Verlossing brengt, wel integendeel. Dat zou een ketterse uitspraak zijn. De ziel die het geheel van de geschriften leest, welke Maria door Myriam laat bekendmaken, weet precies dat Maria uitsluitend en alleen verkondigt dat Zij er door God toe geroepen is om in de Laatste Tijden de Verlossingswerken van Jezus in de individuele zielen te voltooien, door de zielen die Maria VOLKOMEN – IN HAAR VOLLE VERHEVENHEID – in zich opnemen, te helpen ontplooien in de wegen naar de heiligheid, en wel volgens de individuele gesteldheid van het hart en volgens de individuele levensweg. De zielen mogen nooit uit het oog verliezen dat Jezus en Maria EEN ZIJN VAN HART. Niemand komt tot de Vader tenzij door Jezus, maar het is de Godheid Zelf die de zielen nu Maria in Haar volle verhevenheid en volmaaktheid laat openbaren en Haar aan de zielen voorhoudt als de Gouden Weg naar Christus. De Hemelse Koningin laat in dit verband verwijzen naar Haar Openbaring van 30 september 2006.

Maria heeft NOOIT beweerd dat Zij een Plaatsvervangster voor Christus zou zijn. Herhaaldelijk beklemtoonde Zij net het tegenovergestelde: Zij is diegene Die het inbouwen van de hoogste Genaden in de ziel vergemakkelijkt, Die zielen volkomen ontsluit voor de Verlossings- en Heiligingswerken van God, en Die voor dit alles door Jezus Zelf aan de zielen is gegeven: 'Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder'. Zalig zij die leren, doorheen de woorden van Jezus te zien en te begrijpen, doordat de Geest van God hen daartoe opent, want zij zullen Gods bedoelingen op prijs leren stellen. De echte Liefde tot God is de gesteldheid van de volkomen openheid voor de stromen der Genaden en voor het juist begrip van Zijn geschenken.

Maria, en het begrijpen van Haar ware verhevenheid en van Haar ware plaats binnen het Heilsmysterie, is het grootste Geschenk van God sedert de Kruisdood van Jezus. Maria Zelf definieert Haar plaats binnen het Heilsmysterie als deze van de door God voorziene Meesteres van alle zielen, Die de zielen bewerkt zoals de tuinierster haar tuin bewerkt, opdat zij klaargemaakt worden om de Verlossing en de heiliging in zich te voltooien, en wel in innige samenwerking tussen de ziel en Maria. Dat maakt Haar tot de gouden Brug naar de Verlossing. Maria Zelf beweert dus allerminst dat Zij de enige Verlosseres zou zijn. Zegt Maria soms niet in deze geschriften:

"Christus = de Zon; Maria = de zonnestralen; de zielen = de aarde. God stuurt Zijn Licht en Zijn warmte (Zijn Levenskracht) naar de zielen door Maria. Via Maria bereikt de kracht van het Goddelijk Leven de zielen"

Verdringen de zonnestralen soms de zon? Doet men de zon onrecht aan door haar stralen te aanvaarden en ten volle te benutten?


5 augustus 2008

"Zalig zij die alles wat God over Mij laat mededelen, in Liefde en vanuit een eenvoudig hart aannemen, in plaats van op elk woord kritiek te uiten. Het echt christelijk geloof is het kinderlijk Vuur in een zuiver hart, dat niet dooft telkens de duivel van de menselijke overwegingen zijn stormen ontketent, die de geest verontrusten. Waar het verstand in de schoonheden van Gods Werken tracht binnen te dringen, brandt spoedig nog slechts het vuur der bekoring".


20 augustus 2008

"Lichamelijk lijden wordt tot een heel draaglijke last wanneer het gedragen wordt door de Ware Liefde. Zie, je kunt de ziel in een lijdend lichaam vergelijken met een luchtballon: De zware last verheft zich pas van de bodem zodra de vlam hoog oplaait, en de ballon stijgt hoger naarmate hij verder door het vuur wordt opgetild en ballast wordt afgeworpen. Opdat de ziel in een lijdend lichaam in Hemelse sferen zou kunnen leven, moet zij zich totaal door het Vuur van de Liefde laten bewegen, en moet zij regelmatig de ballast van de wereldse invloeden afwerpen".

"Hoe waardevol is toch alle lijden. Elk lijden is een Genade, een Hemels gerecht dat God voor de ziel opdient tot voedsel van Heil tot Eeuwig Leven voor de ziel zelf en voor andere zielen. Hoeveel zielen echter, bederven dit Hemels voedsel door het te kruiden met de wereldse saus van ontevredenheid, protest of zelfbeklag. Zielen van Mijn Hart, het enige kruid dat het Hemels gerecht van het lijden volmaakt verteerbaar kan maken, is de Liefde. De ziel die lijdt met Liefde tot God en tot Zijn Werken, vindt spoedig de weg naar de volmaaktheid, naar de ware heiligheid. Zij voltooit in zich de Verlossing die Jezus aan het Kruis voor elke ziel mogelijk heeft gemaakt.

Ik ben de Meesteres van alle zielen. Mij is de macht gegeven om zielentuinen zodanig te bewerken dat het kruid van de Liefde in hen tot bloei kan komen, opdat de geschenken der Goddelijke Voorzienigheid de ziel waarlijk zouden voeden. Eén ding heb Ik daartoe nodig: de totale en onvoorwaardelijke toewijding van de ziel aan Mij, opdat haar tuin Mijn bezit en eigendom zou zijn en Ik in hem het wonder kan herhalen dat de Allerhoogste in Mijn zielentuin heeft voltrokken: het wonder van de bloei van de volmaakte Liefde, die draagster is van de voltooide heiligheid".


22 augustus 2008 (Feest Maria, Koningin van Hemel en aarde, Meesteres van alle zielen)

"Zielen uit Gods hand, ontvang de Vlammenzee van Mijn Liefde. Ik ben de Meesteres en Koningin van al het geschapene. Ik heb de macht om jullie leven te veranderen naar het Ware Geluk toe, om al jullie ellende bruikbaar te maken voor Gods Werken, die Licht over de zielen brengen: het Licht van de hoop, van de Liefde, van inzicht in de Goddelijke Waarheid, het Licht van de eindoverwinning over alle duisternis op deze wereld.

Stel jullie totaal in Mijn dienst, en Ik zal ieder van jullie de diepe betekenis van het kruis in jullie leven tonen. Ik zal in ieder van jullie het vertrouwen in de totale bevrijding versterken, want Ik ben de Hemelse Brug over de kolkende rivier der beproevingen, de Brug die leidt naar de Eeuwige Gelukzaligheid.

Geloof in Mij, zoals Ik in jullie geloof, en Ik zal op al jullie levenswegen Mijn macht tonen. Nog kent de wereld niet de volheid van Mijn macht. Keer jullie af van de gehechtheden aan alle misleidingen van het werelds leven, en jullie zullen zien dat Ik Gods Waarheid verkondig: dat God Mij aan jullie heeft gegeven om via jullie totale overgave aan Mij als Meesteres van alle zielen, alle weldaden van Christus overvloedig in jullie zielentuinen tot bloei te brengen. Dan zal de wereld zien dat het kruis niets anders is dan Liefde, en zullen jullie begrijpen dat de kruisweg van jullie eigen leven in werkelijkheid een triomftocht van de Ware Liefde is, die naar het Eeuwig Geluk leidt".


29 augustus 2008

"Zielen van Mijn Hart, op 31 augustus word Ik gevierd als de Middelares van alle Genaden. De Schatkamers van Gods Genaden zou men zich kunnen voorstellen als een oneindig grote graanschuur. Alle lijden, tegenslagen, ziekten, vermoeidheid, pijnen en teleurstellingen die aan Mij toegewijd worden, help Ik met Liefde dragen. Door deze toewijding aan Mij neem Ik actief deel aan alle lijden, waardoor de verlossende waarde ervan eindeloos wordt vermenigvuldigd. Ik voeg het toe aan de eeuwig doorwerkende verlossingskracht van de lijdende Jezus. Elk element van lijden dat door Mijn tussenkomst deze vermenging met het Lijden van Christus ondergaat, vormt een nieuwe graankorrel, die aan de graanschuur der Goddelijke Genaden wordt toegevoegd. Mijn functie als Middelares van alle Genaden bestaat hieruit, dat Ik vrij uit deze voorraden kan putten om deze grondstoffen te veranderen in brood dat zielen te eten geeft.

Ik heb van God de macht ontvangen om alle Mij toegewijd lijden in vereniging met de eeuwigdurende verlossingskracht van het Bloed van Christus en van Mijn altijddurende Smarten, zodanig te bewerken dat het verandert in brood dat voor zielen opneembaar is als voedsel voor hun groei tot beeld en gelijkenis van God. Zielen van Mijn Hart, doorheen de omvangrijke onderrichtingen en richtlijnen die Ik sedert jaren door Mijn profeet aan de zielen geef, heb Ik de wegen ontsloten langs dewelke de zielen toegang kunnen krijgen tot de Schatkamers der Goddelijke Genaden en hun eigen leven kunnen laten veranderen tot heilige grondstof voor het brood dat zielen voedt met Eeuwig Heil. Verhonger niet langer naast het brood dat voor jullie wordt bereid. Ik onderricht de Wetenschap van het Goddelijk Leven. De ziel die leeft volgens Mijn onderrichtingen, voedt zich aan de gesteldheden van Jezus Zelf, met Wie Ik door een Goddelijke Wet één van Hart ben gemaakt.

Wend jullie af van wereldse overwegingen en misleidingen, want zij zijn zoals een deken waartoe de zielen zich aangetrokken voelen vanwege de schijnbare warmte die het hen geeft, doch dat zich om hen heen wikkelt en hen verstikt. Als Middelares van alle Genaden laat Ik de grondstoffen uit de zelfofferande van zielen overvloeien in de Kelk van Mijn Hart, om hen van daar uit in eenheid met het Lichaam en Bloed van Jezus op te dragen aan God. Hij heeft Mij beschikkingsmacht gegeven over de verdeling van de vruchten van deze heilige offeranden onder de zielen, in precies de vorm die ieder van hen nodig heeft om haar levensroeping zodanig te vervullen, dat zij het Goddelijk Verlossingswerk in zich kan voltooien".


31 augustus 2008

"Het Geluk is een geschenk van God. Hij zaait het in elke ziel, doch het bloeit slechts op in de mate waarin de ziel het zaad voedt door zich voor God open te stellen. Het Geluk hoeft niet door uiterlijke omstandigheden bepaald te worden, want de ervaring van het Geluk is een innerlijke gesteldheid, die zich diep in het hart ontwikkelt.

Geluk is een vrucht van de stroming van de Ware Liefde in het hart. Daarom geef Ik de zielen deze gouden sleutel tot het Ware Geluk: Sta niet stil bij het verleden. Alles wat in het leven van de ziel is gebeurd vóór het huidige ogenblik, behoort tot het verleden. Het leven op aarde is vervuld van pijnen, tranen en lasten. Daarom wordt het verleden gemakkelijk tot het terrein van wrok, wrevel, hartenpijn, teleurstelling en ontevredenheid. Het verleden is ook het zaaibed van de gewoonten, die de ziel vasthouden in bepaalde patronen van denken, voelen en handelen.

Zielen, sta niet stil bij wat is geweest, doch kijk steeds naar de volgende stap, en tracht van die stap het beste te maken. Leef zodanig dat elke volgende stap, elk volgend woord, elke volgende gedachte jullie dichter bij de vervulling van jullie levensopdracht moge brengen.

De toekomst is het terrein van de hoop. De herinneringen aan het verleden kunnen de stroming van de Ware Liefde in de ziel vertragen en soms zelfs tot stilstand brengen. Zodra de Ware Liefde niet meer stroomt volgens het ritme dat door Gods Hart wordt bepaald, vervliegt in de ziel de ervaring van het Ware Geluk. De hoop voor de toekomst, daarentegen, is in staat om de stroming van de Ware Liefde en daardoor de ervaring van het Geluk in de ziel te herstellen. De hoop is het vertrouwen, de stille zekerheid dat God bezig is met het zaaien van nieuw Leven in de akker van de ziel. Dit vertrouwen opent het hart voor de leiding door de Heilige Geest.

Ik ben de Middelares van alle Genaden. Ik bezit de macht om dit hele proces te begeleiden. Geef Mij jullie verleden, tot en met de allerkleinste herinnering, opdat Ik het in de hoogheilige grond van Mijn Hart kan begraven. In deze grond wordt alles, wat niet van God komt, onwerkzaam gemaakt, en overleeft slechts de geur van Mijn heiligheid, die de ziel kan ontsluiten voor de Ware Hoop en het Ware Geluk.

Daarom is de totale toewijding van de ziel aan Mij, Meesteres van alle zielen, de koninklijke weg naar de ervaring van het Goddelijke in jullie leven, want het Goddelijke komt tot uiting in het Licht van de hoop, en de warmte van de Liefde, die samen de ziel openen in het Geluk van de overvloeiing in Gods Hart". 


6 september 2008

"Ik heb Mij aan jou vertoond als Tempelmaagd. Twaalf jaar lang heb Ik in de Tempel te Jeruzalem geleefd. God heeft daardoor een teken gesteld voor de levenswijze die Hij in wezen van elke ziel verwacht. Het leven in de Tempel is symbool voor een leven van gebed en zelfofferande ten bate van Gods Heilsplan, waarbij elk detail van het leven, alle innerlijke gesteldheden, op God en Zijn behoeften gericht worden. De ware maagdelijkheid is een gesteldheid van onthechting ten aanzien van alles wat tot de wereld behoort, in het bijzonder van de eigen herinneringen en het werelds denken, opdat de geest en het hart zich totaal van Gods Plannen en Werken kunnen laten vervullen. Ware maagdelijkheid betekent: de stoffelijke behoeften die boven het absoluut noodzakelijke uitstijgen, steeds verder inperken, zodat de diepere behoeften van de ziel, alles wat niet door de wereld maar door God is geïnspireerd, alle aandacht kunnen krijgen.

Zo leidt de ware maagdelijkheid de ziel binnen in Gods Hart, waar zij volkomen gezuiverd en omgevormd wordt volgens het beeld dat God voor de ziel heeft bestemd. Ik beleefde reeds vóór Mijn intrede in de Tempel de diepste eenheid met Gods Hart, doch werd door God tot een voorbeeld gesteld voor de totale offerande van het eigen wezen en alle persoonlijke behoeften ten dienste van Gods Plannen en Werken. Twaalf jaar lang heb Ik in de Tempel geleefd, omdat twaalf een getal is, dat de volmaaktheid aanduidt. In deze fase van Mijn leven werd Ik door God voorbereid op de instorting van de Messias als God-Mens in Mijn schoot. Zie het symbool: De ziel moet een leven leiden van gebed, zelfofferande, onthechting en totale zuivering van alle wereldse gesteldheden, om één te worden met Christus, en Zijn Werken van Heil onder de zielen mogelijk te maken.

Zielen, treed nu binnen in de Tempel van Mijn Hart, om daar een leven te leiden als tempelmaagden, opdat de Messias in jullie Zijn Werken tot vestiging van Gods Rijk op aarde moge voltooien. Ik ben jullie door God gegeven als hoogheilig Tabernakel en als Meesteres, om jullie binnen te leiden in Gods Hart, en door Mijn heerschappij in de diepste kamers van jullie ziel jullie heiliging te helpen voltooien".


8 september 2008

"Ik ben de Dageraad van het Nieuw Verbond, de Dageraad van Gods Rijk op aarde. Ik ben slechts om één reden geboren: Uit Mij moest het Licht van de eeuwige hoop geboren worden.

Zielen, geef jullie totaal aan Mij, zodat Ik jullie met lichaam en ziel, met hart en geest, met alle pijnen uit jullie verleden en met al jullie hoop en vrees voor de toekomst, in Mijn Onbevlekt Hart kan begraven, want uit de hoogheilige bodem van Mijn Hart worden slechts vruchten geboren die de kracht van het Goddelijk Leven in zich dragen. Stel Mij door jullie totale en onverdeelde toewijding aan Mij als de Meesteres van alle zielen in staat om jullie in Mij te dragen en uit Mij te baren voor een nieuw Leven, het Eeuwig Leven, het Goddelijk Leven.

Zie, Ik ben geboren opdat Ik de Christus in Mij zou kunnen ontvangen om Hem te dragen en als God-Mens ter wereld te brengen. God heeft Mij volkomen één gemaakt met Zijn Godheid om Haar te baren voor een leven als God-Mens. In Mij kan elke ziel eveneens één worden met Christus. Uit Mij kan elke ziel geboren worden voor een leven in volkomen eenheid met Christus.

Ik ben de Dageraad van het Goddelijk Leven. Uit Mij is de Middagzon geboren. Ik kan over elke ziel die zich met Mij één laat worden, de Middagzon afroepen, zodat zij het Goddelijk Licht in zich draagt en haar duisternis voorgoed kan overwinnen. Het Licht brengt het Ware Geluk in de ziel.

Begrijp dit wel:

De gouden weg uit de duisternis naar het Licht is deze van de totale toewijding aan Mij als Meesteres van alle zielen. Bij Mijn geboorte heb Ik van God als levensopdracht gekregen: de voorbereiding van het Rijk van de Middagzon op aarde. Daartoe heeft de Allerhoogste Mij tot Meesteres van alle zielen gemaakt. Ik heb de macht om elke ziel die daarnaar verlangt en daar ten volle aan meewerkt, te herscheppen tot beeld en gelijkenis van God. Dat is de ware zin, de ware opdracht, van elke ziel op aarde. Er is geen betere, geen meer gezegende weg om deze levensopdracht te voltooien dan deze van de totale toewijding aan Mij als Meesteres van alle zielen. Dit betekent dat God elke ziel ertoe uitnodigt om zich aan Mij weg te geven, opdat Ik door Goddelijke volmacht dit wonder in haar moge kunnen voltrekken.

Mij totaal en onvoorwaardelijk dienen, is Gods Plannen en Werken dienen, want de Meesteres van alle zielen is voor alle tijden volmaakt één met Gods Wil, met Zijn Plannen en met Zijn Werken. In Mij is Gods Rijk voltooid. Ik kan het voltooien in elke ziel die Mij daarom smeekt door de volmaakte overgave van zichzelf en haar leven aan Mij, in al haar doen en laten. Laat jullie één maken met Mij, opdat Ik jullie kan baren voor het Goddelijk Leven in Christus".


1 oktober 2008

"Ik herinner je aan het beeld van de tempelstroom bij de profeet Ezechiël. Op vergelijkbare wijze wil Ik in de zielen het beeld prenten dat, zodra Ik werkelijk in en door hen kan leven en in hen kan heersen, zij worden tot een tempel waarin het water van het Goddelijk Leven zal stromen. Al hun aan Mij toegewijde beproevingen en lasten zullen samen het altaar zijn, waarop Ik hun hele leven en hun hele wezen aan de Drie-Ene God opdraag, in vereniging met het Vuur van Mijn volmaakte Liefde. Het water van het Goddelijk Leven zal hun tempel reinigen en versterken, en de overvloed ervan zal hem verlaten doorheen de oostpoort, hun uitzicht op de horizont van de dageraad van het Licht der volmaakte hoop. Vanuit de oostpoort van de Mij toegewijde zielentempels straal Ik het Licht van de hoop op de Middagzon, de Christus, Die deze tempels zal laten baden in de volheid van het Rijk Gods.

Het water van het Goddelijk Leven zal in deze tempels worden bekrachtigd door de onvergelijkbare macht van Mijn Tranen, en een rivier van Goddelijk Leven zal uit hen stromen terwijl zij het Licht van de Dageraad verkondigen tot ver buiten hun muren. De Mijnen zullen tekenen van de ware hoop zijn, aanzwellende rivieren die vruchtbaarheid, voeding en genezing zullen brengen tot grondvesting van Gods Rijk op aarde. Zielen, Ik ben de Meesteres van alle zielen door Goddelijke volmacht. Geef jullie totaal aan Mij over, en Ik zal jullie maken tot bouwstenen in de fundering van dit Rijk van de volmaakte Liefde en Vrede. Voor God betekent dit de voltooiing van Zijn Plan, voor de zielen zal het de vervulling van hun roeping zijn, en de open poort naar de Eeuwige Gelukzaligheid".


3 oktober 2008

"Ik ben de Meesteres van alle zielen. God Zelf heeft Mij deze hoedanigheid geschonken, en maakt haar in deze tijd aan de zielen bekend, opdat zij de weg naar de voltooiing van hun Verlossing spoediger mogen vinden. Zie, Mijn Zoon Jezus Christus heeft de poort naar de Eeuwige Gelukzaligheid voor de zielen getoond en ontgrendeld. Hij is de Weg van de ware Verlossing. Hij is ook de Zon van Gods Licht. Door de effecten van de erfzonde en het zware wolkendek van zondigheid dat over de zielen is gespannen, zijn zeer veel zielen niet meer in staat om Gods Licht te volgen, omdat zij de aanblik ervan op hun levensweg niet meer verdragen. De ogen der zielen hebben zich zozeer aan de duisternis gewend, dat het Goddelijk Licht hen moet worden aangereikt in een vorm die hen in staat stelt om er op een zachte wijze aan te wennen. Daarom word Ik door God naar de zielen gezonden als een Filter, die het Goddelijk Licht geleidelijk aan tot de zielen laat doordringen en het voor hen opdeelt in de vele uiteenlopende kleuren van alle deugden, die Ik hen leer in alle onderrichtingen en openbaringen die Ik door Mijn profeet verkondig.

Zo maakt de Meesteres van alle zielen de onschatbare rijkdommen van de Nalatenschap van Christus toegankelijk voor alle zielen, waarvan zovelen gewond zijn doch het geneesmiddel van Jezus’ Tegenwoordigheid niet meer verteren, of verblind zijn door de vele dwaallichten der wereldse invloeden, en daardoor het Ware Licht van Christus niet meer verdragen. Daarom ben Ik de Brug tussen God en de zielen, en daarom heb Ik de macht gekregen om zielen tot in hun wortels te veranderen en te genezen.

Zielen, geef jullie totaal aan Mij, jullie Meesteres bij Goddelijke Beschikking, opdat Ik jullie totaal bevrijd en jullie kan maken tot lichtjes die de duisternis beschamen. Ik ben de Poort van de grote Tempel die Christus heet. Treed binnen in Mij door totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen, en jullie zullen de volheid van Christus ervaren".


4 oktober 2008

"God openbaart Mij aan de mensheid als de Meesteres van alle zielen. Nog kennen de zielen de diepgang van Mijn macht niet. Talloze zielen zijn ontevreden en vinden niet de ware weg die God voor hen heeft uitgetekend, omdat zij de rijkdommen van Zijn Wet niet meer herkennen, en dus ook zichzelf niet meer kennen, want de ziel is van nature draagster van Gods Wet.

De enige weg naar het Ware Geluk, reeds op aarde, is deze van de herontdekking van Gods Wet in de kern van de ziel, de herontdekking van de ware levensweg en van de ingeboren kiem van heiligheid in de ziel. De zielen laten zich bekleden met de gewaden der wereld. Zij denken, voelen en verlangen zoals de wereld hen leert en van hen verwacht.

Heeft Jezus niet gezegd dat de ziel opnieuw geboren zou moeten worden uit de Geest? Zielen, Ik ben jullie door Jezus gegeven als Moeder. Ik ben de Moeder uit Wie elke ziel opnieuw geboren zou moeten worden uit de Geest.  Ik draag de Christus in Mij, Ik ben de Bruid van Gods Geest. In vereniging met de Heilige Geest breng Ik nog steeds vruchten voort voor het Goddelijk Leven. Elke ziel die zich met oprecht verlangen aan Mij weggeeft in totale en onvoorwaardelijke toewijding, kan door Mij opnieuw gebaard worden voor het Goddelijk Leven.

De ziel die tot Mij komt met het verlangen, totaal omgevormd te worden, wordt door Mij volledig ontkleed. Zij moet de moed hebben om naakt vóór Mij te verschijnen. Dat kan slechts indien zij jegens Mij belijdt dat zij Mijn eigendom wil zijn. Slechts wanneer de ziel bereid is om afstand te doen van haar oude 'ik' en al haar gewoonten, gehechtheden, beklemmende en afremmende herinneringen, werelds denken, voelen en verlangen, kan Ik haar totaal ontkleden en haar opnieuw aankleden met de gewaden van Mijn eigen gesteldheden. Vanaf dat ogenblik herkent Gods Geest de ziel als een vrucht uit Mijn boomgaard.

De ziel moet zich dus laten ontdoen van al haar gewaden, tot en met het onderkleed. Het onderkleed is de kern van het oude 'ik', het laatste en hardnekkigste restant van de oude persoonlijkheid met al haar wereldse neigingen. Zolang de ziel niet bereid is, ook haar onderkleed af te leggen, heeft het geen zin dat Ik haar met Mijn gewaden bekleed, want dan blijft zij haar eigen geur om zich heen verspreiden, de geur die uit haar oude wezen blijft opwellen. Ook haar onderkleed moet het Mijne worden, opdat zij de geur van het ware Goddelijk Leven kan verspreiden, en niet meer aan haar oude 'ik' herinnerd wordt. Dat is totale toewijding aan Maria. De ziel die zich uit Mij opnieuw geboren laat worden, is in de diepste zin van het woord broeder of zuster van Jezus Christus.

Ik ben door Jezus tot jullie Moeder gemaakt. Zo was het door God bestemd. Doch Ik kan dit pas werkelijk zijn zodra Ik jullie opnieuw mag baren voor het Ware Leven, het Goddelijk Leven. Geef jullie daarom totaal aan Mij, opdat jullie gevoed worden met het bloed dat ook de kleine Jezus heeft gevoed, het bloed dat volmaakt geheiligd is door Gods Geest. Geef Mij de kans, in de ware zin van het woord jullie Moeder te zijn, en vanaf jullie wedergeboorte uit Mij de Meesteres te zijn Die jullie langs de weg van het ware Goddelijk Leven binnenleidt in het Hart van God tot voltooiing van jullie Verlossing en Heiliging. Deze weg is de weg van het Ware Geluk, reeds hier op aarde".


11 oktober 2008

"Zielen van Mijn Hart. Ik word door God naar jullie gezonden om jullie de Wetenschap van het Goddelijk Leven te onderrichten. Het Goddelijk Leven is het leven in volmaakte overeenstemming met Gods Wet, het leven in ware heiligheid. 'Heiligheid' is de toestand van de ziel die in staat is om 'Heil' te brengen over de Schepping door alles wat zij doet en zegt, en zelfs door haar meest verborgen gedachten, gevoelens en verlangens.

Zie, elke ziel is een onderdeel van Gods Schepping. De hele Schepping wordt bestuurd door dezelfde Goddelijke Wetten. De zielsprocessen gehoorzamen aan dezelfde Wetten als de processen in de natuur. Zij worden bestuurd door dezelfde Goddelijke Intelligentie. Daarom onderricht Ik de Wetenschap van het Goddelijk Leven zo vaak in gelijkenissen met beelden uit de natuur. Beschouw het beeld van de herfst. Zoals bomen in de door Gods Intelligentie vastgestelde tijd de ballast van hun bladeren afschudden omdat deze hun dienst hebben gedaan, zo moet ook de ziel te gelegener tijd de ballast van alles wat overbodig is geworden, afschudden. Wanneer de ziel de afgeschudde ballast aan Mij toewijdt, wordt hij tot basis voor nieuwe vruchtbaarheid, in een nieuwe lente. Zo gebeurt het in de natuur: De boom schudt in de herfst zijn bladeren af, en de grond neemt deze bladeren in zich op om tot humus verwerkt te worden, opdat de bodem tijdens de relatieve rust van de winter nieuwe vruchtbaarheid zou verwerven voor de komende lente, de wedergeboorte.

Wanneer de ziel de ballast van allerlei invloeden vanuit het dagelijks leven aan Mij toewijdt, help Ik haar, dit alles te verwerken tot grondstoffen voor nieuwe vruchtbaarheid, voor wederopbouw, voor inwendige verandering, voor een diepere innerlijke Vrede, een wedergeboorte, een nieuwe lente. Zie, wanneer de bladeren niet in de bodem worden opgenomen om daar verteerd te worden, doch verwaaid worden, scheppen zij geen nieuwe vruchtbaarheid voor de boom en zijn omgeving. Zo ook, wanneer de ziel de ballast van wereldse invloeden en lasten niet aan Mij toewijdt, doch deze van zich wegblaast op de winden van het gesproken woord door over alles te blijven spreken met haar medemensen, verhoogt zij niet haar vruchtbaarheid en dus ook niet deze van haar omgeving, doch belast zij andere zielentuinen met haar ballast. De afgeschudde bladeren komen in andere tuinen terecht, waardoor ook deze zich verontreinigd en bezwaard kunnen voelen.

Zielen, geef Mij de bladeren van jullie eigen wereldse lasten, en geef Mij ook deze welke uit andere zielentuinen in jullie worden geworpen, opdat jullie bodem niet zou verstikken onder de eigen lasten en de lasten van andere zielen. Geen ziel kan de invloeden der wereld uit eigen kracht volmaakt verwerken. Ik ben de Meesteres van alle zielentuinen. Ik heb de macht om de verwerking van alle wereldse invloeden te bespoedigen en vruchtbaar te maken. Ik ben de Tuinierster uit de Tuinen der Hemelen. Geef jullie totaal aan Mij, opdat Ik jullie leer, de toestand van jullie eigen tuin te zien zoals hij werkelijk is, door een nieuwe zelfkennis, en deze tot volle nut van Gods Werken in jullie te veranderen, door een heilig leven in Mijn navolging. Een zielentuin die Mij toebehoort, wordt een tuin waaruit het leven nooit meer verdwijnt, want Ik bewerk hem tot de vruchtbaarheid waartoe God hem heeft geschapen. De eerste vrucht voor deze tuin zal de ervaring van het Ware Geluk zijn, want hij zal zich in een nieuwe en blijvende vruchtbaarheid en schoonheid verheugen.

Ik kan elke zielentuin deze vreugde bekomen, in de mate waarin de ziel haar dagelijks leven dag aan dag aan Mij toewijdt, zichzelf onder Mijn heerschappij stelt, en alle lasten en invloeden vanuit de wereld met Mij alleen deelt. Begraaf jullie hele wezen, al jullie ervaringen en lasten in Mijn Hart. Laat deze lasten niet overwaaien naar andere zielentuinen, waar zij tot verontreiniging en ontwrichting kunnen leiden en Gods Werken kunnen verlammen. De bladeren van wereldse ballast die in andere tuinen worden gestort, kan Ik niet tot vruchtbaarheid voor jullie eigen tuin verwerken. Alle lasten die niet aan Mij doch aan andere zielen worden toevertrouwd, putten jullie eigen grond en deze van de andere zielen uit. In Mij is jullie ware bevrijding, want Ik verander elk hart dat zich waarlijk aan Mij weggeeft, in een lenteparadijs naar Mijn eigen beeld, tot verrukking van God. Uit Mij is het Leven, de Christus, geboren, Ik kan het voor altijd wortel doen schieten in de tuin van elke ziel".


16 oktober 2008

"Ik ben de Koningin van de zuiverheid. Zuiverheid is de gesteldheid waarin de ziel in al haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens niets voortbrengt dan Licht. Zuiverheid is de gesteldheid waarin de ziel komt tot de ware vruchtbaarheid voor het Rijk Gods op aarde, omdat zij in deze gesteldheid waarlijk op God gelijkt, en alles wat van haar uitgaat, in volkomen overeenstemming is met Gods Wil en met Zijn Plannen.

Ware zuiverheid brengt de ziel tot de staat van heiligheid, omdat in een bodem van ware zuiverheid geen enkel zaadje van duisternis nog voedsel krijgt. In een ziel die tot in haar wortels gezuiverd wordt, sterft elke bekoring, elke dwaling, en elk onvermogen om eigen zwakheden te overwinnen. Deze ziel verlangt nergens anders naar, dan naar de ware eenheid met God.

Ik ben de Meesteres van alle zielen. Ik ben ertoe geroepen om elke ziel die bereid is om zich aan Mij weg te geven, naar de ware heiligheid te leiden. Ik doe dit in de eerste plaats door de zielentuin uit te zuiveren, zodat hij vrij wordt van alles wat daar niet thuishoort en wat Gods Werken in deze tuin verstoort en onvruchtbaar kan maken.

Ik doe dit tevens door de ware innerlijke Vrede in de ziel te grondvesten. Een ziel in ware innerlijke Vrede is een ziel waarin elke storm gaat liggen en waar de winden van buitenaf, vanuit de wereld, geen schade meer aanrichten. Ik bewerk dit door de omheining van de zielentuin te verstevigen, zodat de ziel sterker wordt tegen alles wat op haar afkomt. Een ziel die sterk wordt tegen de stormen der wereld, raakt minder gemakkelijk verontreinigd.

De ziel kan ook onreine vruchten voortbrengen doordat zij binnenin verontreinigd is. Daarom is het noodzakelijk dat elke ziel al haar innerlijke gesteldheden, gewoonten, en herinneringen en verwondingen uit haar verleden aan Mij toewijdt en Mij waarlijk over elk detail van haar dagelijks leven laat heersen, zodat Ik de Ware Vrede in haar tot stand kan brengen.

De ziel die Mij waarlijk wil toebehoren, wordt vrij van elke neiging tot haat, wrok, roddel, jaloersheid, oordelen en veroordelen, bedrog, onverdraagzaamheid, kritiekzucht en alle andere negatieve en zelfvernietigende uitingen van denken en voelen. In deze ziel sterft al het ongedierte van duistere invloeden door een overmaat aan zuurstof van de Heilige Geest. De ziel die positief ingesteld is in gedachten, gevoelens, verlangens, verwachtingen, en in haar woorden, trekt zo veel Goddelijk Licht naar zich toe, dat in haar alle duisternis verzwakt en uiteindelijk sterft.

De ziel die zich totaal aan Mij geeft, wordt gevoed met Mijn volmaakte zuiverheid. Zij geneest tot in haar wortels, wordt sterk tegen alle beproevingen van het dagelijks leven, wordt vruchtbaar voor Gods Rijk, en erft het Ware Geluk van het Goddelijk Leven waarvoor Jezus zo vreselijk geleden heeft.

In Mij is de zuiverheid volmaakt. Daarom ben Ik één met Gods Wil en deel Ik onbegrensd in Zijn herscheppende macht. Herschepping is niets anders dan het uitzuiveren van alles wat niet bij Gods Werken past, zodat de ziel haar unieke roeping kan vervullen.

Mijn roeping bestaat hierin, elke ziel tot de volkomen vervulling van haar eigen roeping binnen Gods Heilsplan te brengen. Daartoe heb Ik haar volmaakte overgave nodig. De ziel die hier oprecht naar verlangt, zal opnieuw geboren worden en zal zichzelf niet meer herkennen. Haar duisternis zal worden tot Licht, haar onkruid tot lelies, haar lauwheid tot geestdrift, haar winter tot Eeuwige Lente".


24 oktober 2008

"Het aardse leven van de ziel heeft veel gemeen met een oorlog. Elke ziel is voortdurend terrein van de strijd tussen Licht en duisternis, tussen de krachten van heiliging en de krachten der zonde. De ziel gelijkt hierdoor op een land in oorlog. Oorlog brengt puin, ruïnes en chaos, onzekerheid, angst en smart. Dit alles heerst eveneens in de ziel, zolang zij haar leven op eigen kracht zoekt te leven. Ik ben door God aan de zielen gegeven als Aanvoerster in de strijd van het Licht tegen de duisternis, en als Architecte van de wederopbouw. Ik versterk de ziel van binnenuit en bewaak haar grenzen. Zodra het Licht in de ziel sterker wordt dan de duisternis, wordt elke kracht van verwoesting teruggedrongen, en neemt de Vrede in de ziel toe. De ware innerlijke Vrede is de voorwaarde voor de wederopbouw, de wedergeboorte van het land van de ziel. De Ware Vrede brengt nieuwe zekerheid, hoop, geloof, vertrouwen, Liefde, ontspanning, en maakt uiteindelijk de ziel tot een land waarin alles opnieuw bloeit, en waarin innerlijke rijkdom heerst.

Ik kom elke ziel die door wereldse invloeden, zorgen, beproevingen en strijd in puin begint te vallen, opnieuw opbouwen en herscheppen in een bloeiend rijk, een burcht van Ware Vrede en stille, vertrouwvolle vreugde. Een land in oorlog is een land in duisternis en tranen. Zie toch wat Ik doe in een land dat mij uitroept tot zijn Koningin: Ik ontwapen de vijand, verban hem uit het land dat Mijn rijk is geworden, en begin de wederopbouw. De ziel moet mij daarbij helpen, door Mij de vrije en totale beschikking te geven over al haar akkers en bossen, en al haar verborgen talenten. Alles moet zij Mij in handen geven, en Ik maak haar volledig nieuw. Het Kruis zal haar standaard zijn, de Lelie het symbool op haar vlag, want haar eigen lijden en smarten zal Ik benutten als grondstoffen voor haar vernieuwing, en Ik zal haar zodanig uitzuiveren dat geen zaad van vijandige ingesteldheden nog wortel kan schieten op haar bodem.

Zie, alle invloeden der wereld en alle negatieve herinneringen zijn aanvallen van de vijand. Elke gehechtheid aan wereldse gewoonten en wereldse schijnbehoeften is als een feestmaal waarop de vijand uitgenodigd wordt om zich te voeden en te laven aan de grondstoffen van heiliging uit de zielenbodem. Lieve zielen, Ik kan de vijand in jullie niet uithongeren zolang jullie hem blijven voeden. Ik kom jullie de weg uit de bezetting naar de bevrijding tonen. De regenwolken van alle verdriet zal Ik beschijnen met de zonnestralen van Mijn Liefde, die Gods Liefde is en dus het Ware Leven schenkt. Hierdoor zal de hemel boven het land van de ziel niet langer dreigende wolken doch de regenboog van de hoop vertonen.

Gekwelde zielen, geef jullie nu aan Mij, Maria, de Meesteres van alle zielen, want Ik heb van God de macht ontvangen om jullie chaos en innerlijke verscheurdheid te veranderen in bloeiend Geluk. Jullie kruisen zullen geen last meer zijn, doch zegen. Elke traan zal in een regenboog veranderen onder de zon van de Ware Liefde, en Ik zal voor het land van de ziel worden tot de Dageraad van de stralende zomerdag".


30 oktober 2008

"Zielen van mijn hart, de erfzonde en de bedrieglijkheid van het werelds leven hebben jullie waarneming, evenals jullie belangstelling en de punten waarop jullie aandacht het eerst wordt gericht, vertekend. Daarom wordt de duisternis en alles wat eruit voortvloeit, eerder waargenomen en gevolgd dan het Licht en de werkingen van God in het leven. Kijk toch naar Mij. God heeft Mij gemaakt tot de Volle Maan in de nacht die jullie omhult. De ogen der ziel kunnen zo vaak het Licht van de Middagzon, de Christus, niet meer verdragen. Ik ben de volmaakte Spiegel van de zon. Ik laat het Goddelijk Licht op jullie duisternis afstralen op een wijze die aangepast is aan de verzwakte ogen der ziel. Wanneer jullie in een maanbeschenen nacht naar de hemel kijken, zien jullie toch eerst de maan. Jullie kijken toch eerst naar haar en naar de sterren, en niet eerst naar de zwarte vlekken er tussenin? Zo moeten ook de ogen der ziel eerst naar Mij – de Volle Maan – en naar de heiligen – de sterren – kijken. Ik ben de volmaakte afstraling van de voltooide deugd. De heiligen zijn de lichtpunten in de duisternis, de punten die de zielen eraan herinneren dat elke mensenziel haar duisternis kan overwinnen. De overheersende aanwezigheid van de invloeden der wereld in jullie leven heeft jullie zo vervormd dat jullie doen alsof het Licht slechts een bijzaak zonder veel betekenis is.

Zeer velen geloven niet meer in de almacht van het Licht, omdat zij niet op hun tijd de overwinning van het Licht op de duisternis zien. Ik herinner deze zielen aan Gods Belofte, dat het Licht het laatste woord heeft. De strijd tegen de vele vormen van duisternis die jullie bedreigen van buitenaf maar ook van binnenin jullie – door gewoonten, gehechtheden, zwakheden en allerlei onzuivere neigingen in woord en daad, in denken, voelen en verlangen, is zaad dat de grote oogst van het Licht voorbereidt. Daartoe moet dit zaad echter aan Mij worden toegewijd, opdat het met de kracht van Mijn bemiddeling, Mijn Voorspraak en Mijn volmaakte heiligheid bezegeld moge worden.

Ik roep de zielen er met nadruk toe op, dat zij hun levensweg totaal aan Mij zouden toevertrouwen, volmaakt zouden vertrouwen op Mijn macht, en onwankelbaar zouden geloven in de Waarheid dat alle duisternis op Gods Tijd onwerkzaam wordt gemaakt en wordt vergoed. Deze vergoeding is slechts mogelijk door beproevingen, door loutering van de ziel in het Vuur van de Ware Liefde. Naarmate méér zielen sneller groeien in de Ware Liefde, zal de duisternis onwerkzamer worden. De totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen, is de gouden weg om dit te bereiken. Ik vraag alle zielen, dat zij alle duisternis die op hen afkomt, aan Mij zou toewijden, opdat deze door Mij bedwongen en onschadelijk gemaakt kan worden. Elke uiting van duisternis die de ziel bedreigt en die door de ziel niet aan Mij wordt toegewijd, kan in de ziel wortel schieten en zich in haar uitzaaien, net zoals onkruid dat niet onmiddellijk wordt herkend zodra het tussen de goede vruchten opschiet. Alle duisternis die aan Mij wordt toegewijd, wordt in de mantel der volmaakte heiligheid gehuld. Onder deze mantel kan zij niet vruchtbaar worden.

Lieve zielen, Ik ben de gouden Beek van het Ware Geluk: Ik bevloei de zielentuin met het water van Goddelijk Leven dat in het Hart van de Allerheiligste Drievuldigheid ontspringt, in de mate waarin de zielentuin naar Mijn heersende Tegenwoordigheid in zijn leven verlangt, en waarin hij zich openstelt voor de Ware Liefde door alle onzuiverheden uit zijn woorden en handelingen, gevoelens, gedachten en verlangens te weren. De ziel die zich totaal aan Mij toewijdt, wordt doordrongen van het water uit de Goddelijke Bron, en zal reeds op aarde de eerste tekenen van de Hemelse Vrede ervaren, die innerlijke rust en het Ware Geluk brengt. Het water van het Goddelijk Leven bedaart elke innerlijke storm en laat alle beklemmingen van wereldse oorsprong verdrinken. In de ziel die Mij toebehoort, baar Ik de Middagzon, Jezus Christus. In deze ziel zal Hij opgroeien en Zijn Wonderwerken verrichten, omdat Mijn mantel om deze ziel Hem aan Mijn Tegenwoordigheid zal herinneren, dag en nacht".


20 november 2008

"Sedert de erfzonde beschouwt de mens de wereld en zijn leven hoofdzakelijk vanuit zijn lichamelijkheid. De bevrediging van de behoeften aan lichamelijk welbevinden is centraal gesteld. Nochtans heeft God de mens geschapen met de opdracht, dat hij een volkomen heilig leven zou leiden, dat wordt opgebouwd rond het leven van de ziel en haar noden. De ziel draagt de kiem van de heiligheid, die God haar heeft geschonken als het stuurmechanisme voor al haar gedragingen en innerlijke gesteldheden. De kiem van de heiligheid wordt gedurende het aardse leven onder het stof der wereld bedolven. Daarom is voortdurende reiniging van alle innerlijke gesteldheden noodzakelijk. Zolang de kiem van de heiligheid met stof bedekt is, kan zij haar vlucht naar het Goddelijk Leven niet verderzetten, en kan zij dus niet de heilige roeping voltooien, die God in haar heeft gelegd en waaraan Hij haar dag na dag herinnert via de werkingen der Voorzienigheid.

Lieve zielen, opdat jullie de heiligheid van de mensenziel zouden kunnen herstellen, moeten jullie de lichamelijkheid opnieuw tot dienares van de ziel maken. Dat is slechts mogelijk door een gesteldheid van zelfverloochening en opoffering van het nastreven van lichamelijk welbevinden, ten dienste van Gods Werken en van de voltooiing van Zijn groot Heilsplan. Jezus heeft jullie het voorbeeld gesteld, door Zijn vlekkeloos lichaam volkomen en onvoorwaardelijk prijs te geven voor de Verlossing van de mensenzielen. Zielen, ook Ikzelf heb Mijn hele aardse leven lang geleden, en was nauwelijks een dag vrij van ongemakken, lasten en smarten, daar ook Mijn lichaam een levenslang instrument van uitboeting was.

Opdat zij een rijkdom aan verdiensten zou verwerven, moet de mensenziel haar lichamelijkheid leren bedwingen, door haar zoveel mogelijk prijs te geven aan de heiliging van de ziel. Daarom roep Ik jullie op tot totale en onvoorwaardelijke toewijding aan Mij. Ik kom jullie helpen, de tirannie van jullie lichamelijkheid te bedwingen. Schenk Mij de heerschappij over jullie leven, en Ik zal jullie innerlijke gesteldheden zodanig veranderen dat jullie stap voor stap vreugde vinden in alle lijden en beproevingen. Ik zal in jullie harten de zon van het ware inzicht in Gods Waarheid laten opgaan, opdat jullie de oneindige macht en schoonheid van het verlossend lijden leren zien. Zalig de ziel die het lijden van haar lichaam volledig aanvaardt en het aan Mij toewijdt als een offergave aan het Kruis van Christus, want Ik zal haar de genade bekomen, in die nieuwe gesteldheid de volheid van Gods Liefde te ontdekken. Zij zal de Ware Vrede ervaren, want Gods Geest haar zal openbaren dat geen enkel kruis zinloos is".


21 november 2008

"Ik heb Mijzelf in de Tempel totaal aan God en Zijn Werken toegewijd. Daarna heb Ik twaalf jaar lang een verborgen leven geleid als Tempelmaagd. Deze periode van eenheid van Hart met God was de volmaakte voorbereiding op het ontvangen van Gods Zoon in Mijn volmaakt zuivere schoot.

Vandaag roep Ik de zielen ertoe op, zich totaal aan Mij toe te wijden, opdat Ik hen kan vormen in een leven dat volledig ten dienste staat van Gods Werken. Zo zal Ik hen de volmaakte voorbereiding kunnen schenken op de ware eenheid met God in hun hart.

Zielen, geef jullie totaal aan Mij, en word tempelmaagden: zielen die de wereld niet meer toelaten om binnen hun muren het Goddelijk Leven te verstoren. Zo zal Ik, jullie door God geschonken als Hemelse Meesteres, in jullie kunnen voltooien waartoe jullie door God geroepen zijn: de geboorte van Christus in jullie, tot volkomen eenheid met God. Daartoe heb Ik nodig: jullie oprecht verlangen naar het Goddelijk Leven, jullie wil om onder Mijn handen te worden gevormd tot beeld en gelijkenis van God, en jullie dagelijkse volharding in de strijd tegen alle wereldse invloeden".

Even later zegt Maria:

"Zielen van Mijn Hart, als Meesteres van alle zielen en Middelares van alle Genaden kom Ik vandaag een oproep doen aan jullie solidariteit. Ik nodig jullie uit om gedurende de komende Advent met Mij een groot offensief tegen de duisternis te ontketenen. De Advent moet een periode zijn van innig verlangen naar de komst van het Licht. De zielen kunnen Mij helpen om Jezus Christus daadwerkelijk opnieuw in de wereld geboren te laten worden. Jullie behoren tot de strijdende Kerk, en bepalen dus de verdere ontwikkeling van de heilsgeschiedenis.

Ik ben de Brug tussen de zielen en God. Ik heb Mijn apostel een gebed ingegeven (Maria verwijst hier naar gebed nr. 1083), dat Ik jullie graag gedurende de Advent dagelijks zou horen verrichten. Door dit dagelijks gebed kunnen jullie veel van de uitwerkingen van overwinningen, die de satan doorheen de eeuwen heeft geboekt, nu nog teniet doen.

Ik herinner aan een vroegere openbaring die Ik de zielen via de apostel van de Meesteres van alle zielen heb geschonken (Maria verwijst hier naar twee openbaringen die Zij heeft gegeven op 28 mei 2006 – zie verder*). Ik wil hierbij beklemtonen dat de duisternis nooit het laatste woord heeft, en dat de zielen op aarde er kunnen voor zorgen dat de definitieve overwinning van het Licht bespoedigd wordt. De gouden weg om dit te bereiken, is deze: samen met Mij en onder Mijn leiding.

Ik leg al jullie aan Mij toegewijde beproevingen in volle heiligheid aan de voet van het Kruis. De eindoverwinning van het Licht moet voltooid worden met jullie overwinning over jullie eigen zwakheden, en met de uitzuivering van het verleden van de hele mensheid. Dat alles kunnen jullie nu nog verwezenlijken. Ik vraag jullie met klem: volg Mij. Vergeet niet, het gaat hierbij om jullie bevrijding uit alle ellende van het aardse leven, dat door talloze elementen van duisternis wordt beheerst".

*Ter herinnering: Op 28 mei 2006 zei de Meesteres van alle zielen onder andere het volgende over de enorme waarde van eerherstel. De voorbeelden van eerherstellende handelingen die Zij hierbij gaf, waren te begrijpen in het kader van speciale opdrachten die Zij Haar apostel had gegeven. Eenzelfde waarde hebben uiteraard ook andere handelingen en gebeden van eerherstel, gericht tot Jezus, de Allerheiligste Drievuldigheid, het Heilig Kruis, of de Allerheiligste Maagd Maria: 'Beschouw datgene wat de Schepper vanwege de mensenzielen verwacht, als een grote vijver. Elke knieling of knieval voor Mij, elke kus op Mijn voeten, elke zelfvernedering van een ziel voor Mij, laat een druppel in die vijver vallen. Indien geen enkele ziel deze dingen zou doen, zou de vijver op zeker ogenblik droog staan, omdat mede uit deze vijver genaden voor de zielen worden bereid. Dat zou het einde van de wereld betekenen, tenzij de overmaat van Liefde van de Goddelijke Barmhartigheid de Wet der Gerechtigheid zozeer zou veranderen dat het verantwoord zou worden om deze overmaat van schuld vanwege de mensheid jegens God totaal kwijt te schelden (...)'

God is Heer van de tijd. Dit alles is Mysterie. Weet echter dat, omdat Gods Heilsplan niet gebonden is aan de menselijke opvatting over tijd, de satan vandaag nog door Mij gestraft kan worden doordat een overwinning die hij eeuwen geleden heeft behaald door een ziel te verleiden tot ongehoorzaamheid of verzuim van eerbetoon, nu nog van haar effecten ten aanzien van de Goddelijke Gerechtigheid beroofd kan worden door een daad van totale zelfvernedering vanwege een ziel voor Mij, de machtige Meesteres van alle zielen. Wanneer een ziel met Vuur Mijn voeten kust [de Meesteres bedoelt: op een beeltenis van Haar], verliest de satan zelfs nu nog een element van de uitwerkingen van de macht die hij eeuwen geleden over een ziel heeft uitgeoefend door haar te verleiden tot een zonde, ondeugd, of verzuim van eerbied.

Beschouw een andere vijver: Elke geslaagde bekoring voegt een druppel toe aan de vijver van de macht en de overwinningen van de duivelen over de mensenzielen. Deze vijver is opgebouwd uit alle overwinningen van de duivelen op alle zielen doorheen alle eeuwen. Wanneer jij je vandaag met Vuur aan Mijn voeten neerwerpt, laat het Vuur van je Liefde en van je onderwerping jegens Mij een druppel uit de vijver der duivelen verdampen, terwijl deze akt van Liefde en onderwerping de vijver van Mijn macht in datzelfde Vuur laat glinsteren. De macht van de Meesteres van alle zielen kan niet aangevuld worden, want zij is oneindig, doch de schittering ervan, haar uitstraling in de uitwerkingen van Gods Heilsplan, kan wel benadrukt worden tot Heil van de zielen (...)".


25 november 2008

"De ziel is voor zichzelf grotendeels een blinde kaart, gevuld met punten en verbindingswegen die haar onbekend zijn. Opdat de ziel een vruchtbaar leven kan leiden, een leven dat een concrete bijdrage levert tot de grondvesting van Gods Rijk van Liefde op aarde, moet zij in de eerste plaats zichzelf ontginnen. De landbouwer weet dat hij zijn akkers, hun ligging, de staat van hun ondergrond, moet leren kennen alvorens een optimaal rendement aan gewassen te kunnen bekomen. Zo is het ook met de ziel. De ziel moet haar eigen talenten en zwakheden leren kennen. Zij moet weten op welke bestemming haar leven gericht hoort te zijn, en via welke wegen zij deze bestemming het best kan bereiken. Welnu, de bestemming van de ziel is bekend: Door een positieve bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken moet de ziel het Eeuwig Rijk der Hemelen verwerven. De weg is eveneens bekend: Het is de weg van Jezus Christus. De ziel kan de reis echter pas met vrucht voltooien in de mate waarin zij haar eigen bagage, haar innerlijke gesteldheden, en de eigen staat van gezondheid van ziel kent, en de wijzen waarop zij dit alles gunstig kan beïnvloeden.

Precies daartoe ben Ik door God naar ieder van jullie toe gezonden als Meesteres van alle zielen: Ik ben de volmaakte Gids op de reis doorheen het onbekend land van het eigen inwendig leven. Wie Mijn richtlijnen volgt, wordt door Mij veilig en doeltreffend naar de vervolmaking gevoerd. Daartoe onderricht Ik de zielen de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Ik roep de zielen er toe op, zich al Mijn onderrichtingen en openbaringen eigen te maken, want deze dragen in zich de sleutels tot een grote schatkamer: de zelfkennis als wegenkaart voor de reis van de eeuwige vervulling, de reis die eindigt in Gods Hart, in een landschap dat zijn schoonheden voor alle eeuwigheid blijft vermenigvuldigen. Geef jullie daarom totaal aan Mij over. Vraag Mij elke dag, jullie inwendige Gids te zijn, en Ik zal het Ware Leven in jullie baren".


26 november 2008

"Ik heb de zielen vroeger reeds gezegd dat de waarde van een gebed niet alleen wordt bepaald door de woorden, doch nog méér door de inwendige gesteldheid van het hart tijdens het uitspreken van de woorden. Ik wil de zielen een beeld voor ogen stellen, opdat zij dit volkomen zouden begrijpen. Beschouw gebed als water dat naar het Hart van God vloeit. Gebed dat zonder veel gevoel wordt verricht, is als een traag vloeiende beek. Hier en daar kan het water zelfs lijken stil te staan. De bedding van de beek ligt vol bezinksel door wereldse bijmengingen. Het water bereikt nauwelijks Gods Hart, en voor zover het dit toch doet, gebeurt het vrijwel onopgemerkt, en vaak in verontreinigde toestand. Wanneer het gebed echter wordt verricht vanuit een hart dat zich voor het wereldse poogt te sluiten en dat met Liefde en met verlangen naar God is bezield, wordt het gebed als een bergbeek. Het water stort zich letterlijk naar Gods Hart toe. Het bruist van kracht, is door en door zuiver, en kan voor God niet onopgemerkt blijven. Dit gebed ontspringt op een berg: in de hogere regionen van het innerlijk leven.

Zie toch hoe zuiverend dit gebed voor de ziel zelf is: Het snel stromend water spoelt alle stof van wereldse invloeden uit de ziel weg, en de bedding van de beek bevat vrijwel geen bezinksel. Bidden met het hart, is een Genade die elke ziel kan verkrijgen. Het is belangrijk dat de ziel zich onophoudelijk inspant om zich niet door de wereldse invloeden in haar dagelijks leven te laten overheersen. Zij kan dit, door zich voor ogen te houden dat de beloften van het Eeuwig Rijk haar gedachten en gevoelens moeten beheersen. Zodra de zon van de Ware Hoop, en het Ware Geloof in de onpeilbare waarde van alle beproevingen, de ziel totaal doorstralen, zal zij het Licht ontvangen dat haar zal tonen hoe vergankelijk en onbelangrijk haar lasten zijn. Dit besef alleen reeds, zal de stroming van haar gebed versnellen en de bodem van de ziel zuiveren. Ik kan de ziel erbij helpen, alle rotsblokken die de stroming van het Ware Leven hinderen, te vergruizen. Het stof ervan zal Gods Hart bereiken als een getuigenis voor het feit dat de ziel haar innerlijke strijd samen met Mij heeft gestreden, en dat zij de wereld in zich heeft overwonnen. De overwinning van de ziel op de wereld begint met elke oprechte poging om boven de afleidingen der wereld uit te stijgen. Voor God geldt dit reeds als een oprecht verlangen naar Zijn Hart en naar het Goddelijk Leven".


10 december 2008

"Met welk doel leeft de mens? Elke ziel wordt in de wereld gezonden met als enig doel: het ontginnen van haar eigen zielenakker om deze klaar te maken voor datgene wat God ervan verwacht, en het bewerken van andere zielenakkers opdat ook zij vruchtbaarder mogen worden voor Gods doelstelling met de hele Schepping: de voltooiing van Zijn Plan van Heil voor alle zielen met de grondvesting van Zijn Rijk op aarde. Heeft Jezus niet gezegd dat de ziel die Hem wilde volgen, de hand aan de ploeg moet slaan, en daarbij vóór zich uit moet kijken?

Zie toch wat dit alles betekent. De ziel kan haar ware levensdoel – de roeping die God haar heeft gegeven – slechts verwezenlijken indien zij het mes van de ploeg volkomen laat reinigen en aanscherpen, en de juiste wegen bewandelt om de akkers te helpen ontginnen waar God haar inzet verwacht. Het mes van de ploeg kan aan scherpte verliezen door vervuiling en door verkeerd gebruik. De vervuiling treedt op wanneer zich korsten aarde op het mes afzetten. Dat is het geval wanneer de ziel de invloeden der wereld op zich laat inwerken. Dit gebeurt veelvuldig wanneer de ziel zich blootstelt aan vele zintuiglijke indrukken via televisie, opjuttende muziek, nieuwsberichten, verblijf in druk verkeer of stadsdrukte, door veelvuldige gesprekken te voeren. Het gebeurt echter ook wanneer de ziel vaak met haar eigen verleden bezig is.

Zie, vóór zich uit kijken om Gods Werken te doen, betekent de blik op het ware levensdoel gericht houden.

Achterom kijken, is het verleden telkens opnieuw tot leven wekken. De ziel behoort haar verleden te begraven in de hoogheilige grond van Mijn Hart, opdat Ik het tot nut kan maken en de ziel erbij kan helpen, er voor het overige niet meer naar terug te kijken.

Opzij kijken, is veelvuldig met de wereld om zich heen bezig zijn. De ziel kan slechts rechte voren trekken wanneer zij vóór zich uit blijft kijken.

Vervuilend voor de ploeg zijn alle indrukken die aan de ziel blijven kleven zonder haar te voeden. Voedend is slechts de informatie die de ziel helpt groeien, die haar dichter bij God brengt, die haar tot nut is om datgene te verwezenlijken waartoe God haar in de wereld heeft geroepen. Al het overige is ballast, aardkorsten die de ploeg verontreinigen en haar nodeloos zwaarder maken.

De scherpte van de ploeg vermindert spoedig wanneer de ziel voortdurend met de geest bezig is: nadenken, piekeren, analyseren, zelf alles regelen in plaats van groen licht te geven aan Gods Voorzienigheid die niet via de geest doch via het hart werkt. Veelvuldig met de geest bezig zijn, is als het vermalen van stenen die de ploeg van de ziel bot maken.

Hoe, waar en wanneer moet de ziel ploegen?

Elke ziel moet bij alles wat zij beoogt te doen of te zeggen, in haar hart te rade gaan of de voorgenomen handeling of het voorgenomen woord haar zelf en/of andere zielen dichter bij God brengt, en of het in staat is om de verwezenlijking van het eigen levensdoel en dat van andere zielen te helpen bevorderen. Zo zal de ziel geleidelijk het onderscheid leren tussen datgene wat nuttig is – omdat het Gods Plan dient – en datgene wat overbodig of zelfs schadelijk is – omdat het slechts menselijke schijnbehoeften bevredigt. Dit onderscheid, en de ontwikkeling en doorstroming van de Ware Liefde in de ziel, bepaalt de ware levenskunst, de overeenstemming met het Goddelijk Leven.

Om te weten waar de ziel moet ploegen, en hoe zij haar eigen ploegkracht optimaal kan maken, moet zij zich aan Mij overleveren. Ik ben door God aan de zielen gegeven als de Gids op hun levensweg. Ik leid de ziel die Mij toebehoort, naar alle akkers die zij wordt geacht, te helpen bewerken. Ik leer haar hoe zij dit moet doen, en wanneer. Ik leid haar langs de geschikte paden naar de akkers waar haar levenswerk op haar wacht. Ik leer haar ook de techniek van het ploegen volgens Gods verwachtingen en de richtlijnen om zichzelf scherp en rein te maken: de Wetenschap van het Goddelijk Leven.

Wanneer de ziel Mij over haar hele wezen en over haar volledige levensweg laat heersen – wanneer zij Mij waarlijk haar Meesteres laat zijn – vorm Ik haar zodanig om, dat zij Mijn handelingen begint te stellen, Mijn woorden begint te spreken, Mijn voorkeuren in zich begint te voelen, en – zoals Ikzelf – een afkeer ontwikkelt voor alle zonde, duisternis en ondeugd, en elke bekoring leert ontmaskeren, ook al is deze nog zo listig vermomd. Al het wereldse zal zij beginnen te verafschuwen als tijdsverlies en nutteloze krachtenverspilling. Zij zal het mes van haar ploeg leren aanscherpen door de Ware Liefde en de geestdrift voor de Werken van het Licht, en zij zal haar ploeg grondig reinigen met de tranen van haar oprecht berouw. Het werk op de akkers der zielen zal haar enige vreugde worden. Zij zal zichzelf en andere zielenakkers ontvankelijk helpen maken voor de zonnestralen van de Eeuwige Waarheid en voor de regen der genaden. Haar hart zal Mij leren kennen zoals Ik werkelijk ben, en het zal de Tegenwoordigheid van Christus leren voelen op al haar wegen. Uiteindelijk zal elke voor die zij trekt, uitmonden aan de hemelpoort.

Ik ben de Meesteres van alle zielen. Wanneer een ziel zich totaal aan Mij geeft, leid Ik al haar werken naar volle vruchtbaarheid voor Gods Rijk. Ik leid haar naar steeds hogere trappen van heiligheid in de mate waarin zij Mijn richtlijnen voorrang geeft op haar eigen behoeften. God zal haar werken herkennen als de Mijne, en zal ze bekleden met Zijn Zegel, opdat zij Zijn Plannen naar hun voltooiing voeren en de ziel de Eeuwige Lente binnenleiden".


16 december 2008

"Zielen van Mijn Hart, opnieuw nadert de geboortedag van Mijn Zoon Jezus Christus, de Vorst van de Vrede. God heeft Mij in de wereld geroepen om voor eeuwig de Brug tussen Zijn Hart en de zielen te zijn. Ik heb Diegene in de wereld mogen dragen, Die de Goddelijke Vrede in de harten wilde brengen. Ik was de eerste ziel die de ware innerlijke Vrede, de Hemelse Vrede, een leven lang in de volmaaktheid heeft bezeten. Ik ben de Meesteres van alle zielen omdat Ik de macht heb ontvangen om de zielen naar het ware Goddelijk Leven te leiden. Het Goddelijk Leven is het Leven in overeenstemming met het Hart van God, het Leven van de ware heiligheid. De talloze indrukken van het werelds leven beuken ongenadig op de buitenmuren van elke zielentempel. Zodra deze indrukken duurzaam tot de geest en het hart toegelaten worden – dit wil zeggen: zodra zij het innerlijk leven en het gedrag beginnen te beïnvloeden – beginnen zij een eigen leven te leiden: Zij ontketenen binnen in de ziel winden, die vaak vroeg of laat uitgroeien tot ontembare wervelstormen en het onbewuste leven van de ziel in een ware chaos kunnen veranderen.

Ik kom de zielen ertoe oproepen om al hun ervaringen, al hun zintuiglijke indrukken, al hun herinneringen, al hun zorgen, en alles wat hen dag aan dag onrustig maakt, geregeld aan Mij toe te wijden, in het rotsvast geloof dat dit alles vanaf dat ogenblik waarlijk God toebehoort. Dat is zo, doordat de ziel door de vrijwillige toewijding van haar innerlijk leven aan Mij een verbond met God sluit, waarbij zij Hem door Mij vraagt dat Hij dit alles zou gebruiken tot verwezenlijking van Zijn Heilsplan. Begraaf alle ervaringen, alle zintuiglijke indrukken, alle herinneringen, alle zorgen en alles wat dag aan dag onrustig maakt, in de heilige grond van Mijn Hart, die grond die niets minder is dan het wedergeboren Paradijs, dat de zielen door de erfzonde verloren hadden. In Mij klopt het Hart van Christus, in Mij stroomt Zijn Bloed, in Mij ademt de Heilige Geest. Hoe zou Ik ooit andere Werken kunnen doen dan deze van God?

Zielen, alle onrust in de geest en alle onvrede in het hart zijn als onkruid dat groeit uit het slechte zaad van de wereldse indrukken. De ziel kan zich tegen de bloei van dit zaad wapenen door haar zielengrond aan Mij uit te leveren. Laat Mij Mijn allerheiligste roeping vervullen: Ik ben jullie gegeven als Meesteres van jullie hele wezen en van jullie leven, in Gods Naam en in vertegenwoordiging van Zijn Plan met elke ziel. Ik wil elke ziel naar de Ware Vrede en innerlijke rust leiden, door haar te voeden met de stille zekerheid dat Gods Wijsheid alles in evenwicht brengt zodra de tijd daartoe rijp is. De tijd behoort God toe. Elke innerlijke onrust van een ziel vloeit voort uit een onvolkomenheid in haar geloof, want het volmaakt Geloof is de fundering van de zekerheid dat God alles op Zijn Tijd in orde brengt.

Talloze dingen voltrekt God in het onzichtbare, omdat Hij de zielen de verdiensten van het Ware Geloof zonder zien wil vergunnen, en omdat talloze dingen niet elke ziel persoonlijk aangaan. Indien elke ziel alles zou zien, zou zij ten prooi worden aan talloze bekoringen: Zij zou ongebreideld kunnen oordelen, veroordelen en bekritiseren, en slechts uiterst weinigen zouden nog de door God verlangde zuiverheid van hart bewaren.

Zielen, laat jullie niet langer in onrust brengen over allerlei dingen die jullie horen en zien. Alles zal de orde bereiken die past binnen Gods Heilsplan, in het uur waarin dit het nuttigst is om dit Plan te voltooien. Moge elke ziel het ware vertrouwen in Gods Werken vinden, opdat zij al haar innerlijke onrust kan loslaten. De mate waarin de ziel de innerlijke rust en Vrede vindt, zal de graadmeter van haar Ware Geloof zijn. Geef Mij jullie hele wezen, jullie gekweld hart, jullie onrustige geest, totaal en onverdeeld, en Ik zal de Ware Vrede in jullie baren, zodat de wereld zal zien dat jullie broeders en zusters van de Christus zijn".


20 december 2008

"Zie de diepe zin van de jaarlijkse viering van Kerstmis: Elke ziel wordt eraan herinnerd dat zij eerst Mij moet opnemen in het Bethlehem van haar diepste wezen, opdat Ik daar Jezus, het Licht der wereld, kan baren. Zo kunnen de Weg, de Waarheid en het Goddelijk Leven in haar groeien, Zichzelf van haar uit aan de wereld verkondigen en de wereld tot getuige maken van Gods Wonderwerken, en in haar verheerlijkt worden".