TOTUS TUUS, MARIA !

HET MAANBESCHENEN PAD

Bloemlezing van antwoorden vanwege de
Koningin des Hemels op diepe vragen

aan Myriam van Nazareth

Dit geschrift is een bloemlezing van antwoorden die de Heilige Maagd Maria, de Meesteres van alle zielen, in de loop der jaren na 1997 via Myriam aan zielen heeft gegeven op cruciale vragen in verband met de weg naar de Eeuwige Bestemming van de mensenziel.

Het betreft vragen waarop talloze zielen geen antwoord vinden, en waarop de antwoorden door de Meesteres van alle zielen zijn gegeven om zielen te motiveren in hun keuze voor het Licht en tegen de duisternis in hun hele doen en laten en in al hun woorden, gedachten, gevoelens en bestrevingen, op grond van een immense verdieping van hun inzichten in de wijze waarop God alles ziet en in de diepe zin van Zijn verlangens en verwachtingen ten aanzien van elk mensenleven.

De Koningin van Hemel en aarde heeft voor deze bloemlezing als titel gekozen: Het maanbeschenen pad. Achter deze keuze schuilt een diepe symboliek. De reis doorheen het leven naar de Eeuwige Bestemming is in vele opzichten zoals een tocht langsheen een weg die grotendeels voor de ziel verborgen blijft, ongeveer zoals een reis doorheen de nacht. De maan is hier het Licht van God dat in de vele levenssituaties waarvan de zin, de betekenis en de afloop voor de ziel verborgen blijven, door Maria op de levensweg van de ziel kan worden weerspiegeld als een gids doorheen de duisternis en als een machtige getuige voor de tegenwoordigheid en de werking van het Licht als almachtige tegenhanger van de duisternis in het eigen leven en in de wereld. De Meesteres van alle zielen verwees niet zonder reden reeds in 2008 naar Zichzelf als de Volle Maan die het Licht van de zon (symbool voor God Zelf) volkomen vlekkeloos weerspiegelt. Zij liet dit beeld onder meer uitwerken in de onderrichting De Maan in de nacht.

Waarom worden deze Hemelse antwoorden op zo belangrijke vragen nu pas (soms jaren nadat de vragen aan de Hemelse Meesteres zijn voorgelegd) vrijgegeven voor publicatie? Omdat op de betreffende tijdstippen waarop de Moeder Gods bepaalde diepe vragen van zielen beantwoordde, op Haar verordening de antwoorden nog niet publiek mochten worden vrijgegeven. Eén van de redenen hiervoor lag in het feit dat toen nog niet dezelfde omvattende context aanwezig was voor een correct begrip van de antwoorden. Intussen zijn veel bijkomende onderrichtingen gegeven, die een juist begrip van de eerder gegeven antwoorden in de hand kunnen werken. De Meesteres van alle zielen benadrukte van meet af aan het belang van verkondigingen op Gods Tijd, en herhaalde reeds meermaals dat lang niet elke ziel klaar is om diepere visies op Gods werkelijkheid te begrijpen of zelfs maar te aanvaarden.

Tussen diverse vragen, en derhalve ook tussen de antwoorden erop vanwege de Hemelse Meesteres, komen bepaalde overlappingen voor, omdat sommige vragen heel dicht aanleunen bij sommige andere. Niettemin mogen dergelijke vragen en hun beantwoording niet worden beschouwd als overbodig: De Meesteres heeft hen aangegrepen als gelegenheden om bepaalde fenomenen vanuit uiteenlopende hoeken te belichten, net zoals Zij geregeld gebeden inspireert die dicht bij andere, eerder gegeven gebeden aanleunen. De bedoeling is steeds, zielen te helpen om tot een dieper begrip te komen.

De uiteindelijke zin en bedoeling van deze bloemlezing ligt in verdieping van de inzichten van zielen in de zin van hun bestaan op aarde, en in de vergroting van hun bewustwording in verband met de bedoelingen die God met elk schepsel en met Zijn Schepping als geheel koestert, opdat zij actiever en met zo groot mogelijke vruchtbaarheid zouden kunnen meewerken aan de verwezenlijking van deze onfeilbare bedoelingen. Uiteindelijk bepaalt de mate waarin Gods bedoelingen worden verwezenlijkt de mate waarin, en het tijdstip waarop, het Rijk Gods op aarde kan worden gegrondvest en de Schepping hierdoor daadwerkelijk voelbaar volkomen kan worden bestuurd door de Wet van de Ware Liefde. God verlangt hiervoor de spontane inzet en actieve medewerking vanwege zoveel mogelijk mensenzielen, en duidelijke tekenen voor het feit dat zoveel mogelijk mensenzielen oprecht verlangen naar de grondvesting van Zijn Rijk op aarde en daardoor naar de volledige ontsluiting van de onschatbare vruchten van de Verlossingswerken die Jezus Christus gedurende Zijn leven als de God-Mens op aarde heeft volbracht.

De vragen die in deze bloemlezing aan bod komen en de antwoorden die Gods Genade erop heeft laten geven, worden in dit geschrift niet weergegeven in de volgorde in dewelke deze vragen ooit aan de Hemelse Meesteres zijn voorgelegd: Het volgnummer bij elke vraag dient slechts een gemakkelijke identificatie, en is louter bepaald door de instructies hiertoe vanwege de Meesteres Zelf. Zoals met elk geschrift in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven (het geheel van de onderrichtingen en inspiraties gegeven door de Heilige Maagd als de Meesteres van alle zielen) steeds het geval is geweest, wordt de uitwerking van deze bloemlezing uitsluitend bepaald door Haar, Die de enige Bron en Meesteres van deze Hemelse onderrichtingen en van het Maria Domina Animarum Werk is.

Precies het doel dat de Hemelse Meesteres met deze bloemlezing nastreeft, maakt deze verzameling tot een machtig instrument in de spirituele vorming van de ziel die haar met een oprecht hart en met oprechte Liefde voor Gods Wet in zich opneemt.

De diverse vragen en antwoorden die samen deze bloemlezing vormen, worden strikt op verordening van de Meesteres van alle zielen gepubliceerd, zodat deze publicatie een werk zal zijn dat niet ineens volledig oproepbaar is, doch geleidelijk zal worden vrijgegeven.

In dienst van de Meesteres van alle zielen,
Myriam, september 2025


Inhoud

  1. Waarom is de wereld zo slecht? Ik geloof niet in een God die mogelijk
maakt dat de wereld vervuld is van oorlog, ellende, ongerechtigheid
en de meest uiteenlopende uitingen van haat en onverschilligheid.
  2. De wereld lijkt een poel van duisternis. Zal de wereld in die
duisternis vergaan?
  3. In verband met de strijd tussen het Licht en de duisternis is vaak
sprake van 'macht'. Wat is daarvan de diepe betekenis?
  4. In verband met de Vrouw, de Meesteres, is vaak sprake van Haar
'almacht'. Is dit geen ketterij?
  5. Wat is de zin van het leven op aarde? Zoveel in het leven lijkt weinig
of geen zin te hebben. Hoe kan men alles vruchtbaar maken?
  6. Wat zijn de grootste graadmeters voor de Ware Liefde in een ziel?
  7. Wat beschouwt God als de hoogtepunten in het leven van een ziel,
en wat verheugt God het meest?
  8. Wat zijn de grootste genaden die God een mensenziel kan geven?
  9. Welke zijn de grootste listen door dewelke de satan de wereld tracht
om te vormen tot het rijk van de duisternis?
10. Over de zondigheid en 'verdoembaarheid' van mishandeling van
medeschepselen
11. Ik heb moeite met een God die mij zoveel kruisen oplegt.
12. Hoe kan een ziel de duivel het meest doeltreffend bestrijden in de
concrete situaties van het dagelijks leven? Wat wordt door de satan
het meest gevreesd?
13. Wat is ware bezetenheid?

(deze bloemlezing wordt geregeld verder uitgebreid)


Antwoorden van de Meesteres van alle zielen op cruciale vragen

1. Waarom is de wereld zo slecht? Ik geloof niet in een God die mogelijk maakt dat de wereld vervuld is van oorlog, ellende, ongerechtigheid en de meest uiteenlopende uitingen van haat en onverschilligheid.

De Hemelse Meesteres laat verwijzen naar Haar onderrichting De gevonniste Goddelijke Rechter, waarin Zij heeft aangetoond dat mensenzielen gemakkelijk de schuld geven aan God voor alles wat hen onaangenaam is. God verlangt echter een oprechte, onvoorwaardelijke Liefde tussen alle mensenzielen en vanwege alle mensenzielen jegens al hun medeschepselen. Dit verlangen is doorheen alle tijden echter reeds ontelbare malen genegeerd door talloze mensenzielen die dag na dag hun vrije wil gebruiken om gebeurtenissen, situaties en ontwikkelingen in de hand te werken, die de Goddelijke Wet van de Ware Liefde schenden en daardoor de wereld steeds verder van het door zijn Schepper ingestelde evenwicht doen afdrijven. Dit betekent niets minder dan dat door mensenzielen doorheen alle eeuwen reeds miljarden malen is gehandeld en gesproken op wijzen die niet in overeenstemming waren/zijn met Gods verlangens en Zijn intenties met betrekking tot de Schepping en tot de ontwikkelingen binnen de Schepping en de wijzen waarop de kroon op Zijn Schepping – de mensenziel – met alle schepselen behoren om te gaan.

De wereld had door het Lijden en de Kruisdood van Jezus Christus totaal bevrijd kunnen zijn van alle uitingen van duisternis, doch de uitwerkingen van deze Verlossingswerken zijn tot op heden nooit ten volle ontsloten doordat de mensenzielen hebben verzuimd om de lessen in de Ware Liefde, die de Christus aan de wereld had nagelaten, voluit in de praktijk van hun eigen leven toe te passen.

Dientengevolge is de wereld steeds dieper in duisternis verzonken, wat dus in geen geval aan God kan worden verweten, doch ten volle aan de zonden der mensheid is toe te schrijven. De mensenziel zelf is verantwoordelijk voor het feit dat de wereld zo slecht is, met andere woorden: zo zwaar wordt beklemd door de donkere, loodzware wolken van zonde die het voor de warmte en het Licht van de zon uit Gods Hart moeilijk maken om nog voluit tot de Schepping door te dringen.

De satan heeft zich op aarde een uiterst geraffineerd netwerk van duisternis uitgebouwd met de bedoeling, mensenzielen op grote schaal zodanig te manipuleren dat zij voluit zouden meewerken aan de verwezenlijking van zijn plannen tot verwoesting van Gods Schepping. Hij doet dit reeds vanaf de erfzonde door in te spelen op de grootste zwakheden en verleidbaarheden van talloze mensenzielen, zodat de mensheid zelf doorheen alle eeuwen bezig is geweest, en bezig blijft, de hele Schepping duisterder en duisterder te maken door innerlijke gesteldheden te koesteren en gedragingen te stellen, die de effecten van Gods Werken in de wereld steeds minder voelbaar en de macht van de duisternis steeds drukkender lijken te maken. Ziehier enkele van de machtigste kanalen die rechtstreeks door de duisternis in mensenharten worden gevoed om God uit Zijn eigen Schepping te verdringen:

● materialisme: de alles beheersende behoefte van zeer veel mensenzielen om hun leven hoofdzakelijk (in bepaalde gevallen zelfs uitsluitend) in dienst te stellen van het verwerven van bezit en eigendom van materiële dingen en geld, en daarbij de spirituele zijde van het leven te verwaarlozen als iets onbelangrijks of onaantrekkelijks omdat deze zijde schijnbaar niets oplevert dat de betrokken mens voelbaar verrijkt.

● de jacht van zeer veel mensenzielen naar status en aanzien. Talloze mensenzielen hechten een immens groot belang aan het aanzien dat zij in de ogen van hun medemensen genieten, en beschouwen de mate waarin medemensen naar hen opkijken als een graadmeter voor het succes van hun leven. Rijkdom en opmerkelijke wereldse verworvenheden van een mens sporen de medemens er gemakkelijk toe aan om deze mens als 'speciaal' te beschouwen, wat deze mens in de verleiding kan brengen om ook zichzelf te beschouwen als 'speciaal' en als succesrijk, en zijn leven te beschouwen als buitengewoon geslaagd. Deze beoordeling is echter heel vaak niet in overeenstemming met Gods beoordeling van deze mensenziel en haar leven op aarde. Rijkdom aan bezittingen die opvallen, maakt een ziel niet mooier noch vruchtbaarder in haar bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Werken op aarde, vaak integendeel.

● de sterke behoefte van veel mensenzielen om belangrijk en bijzonder te lijken in de ogen van hun medemens. Om deze reden streven velen er actief naar, om door hun medemens te worden verheven. Dit punt sluit dus zeer nauw aan bij het vorige: De beide punten versterken elkaar. Veel zielen streven ernaar, boven hun medemens uit te steken opdat zij door deze laatste zouden worden beschouwd als 'ongewoon, bijzonder, ver boven het gemiddelde…'.

● de groeiende behoefte van veel mensenzielen aan verheffing van zichzelf boven de medemens teneinde deze te kunnen 'gebruiken', beïnvloeden, manipuleren en hem in dienst te kunnen stellen van de bevrediging van de eigen behoeften. Vanuit diezelfde behoefte groeit bij bepaalde mensenzielen tevens de neiging tot het tiranniseren van medeschepselen (mensen én dieren) om zichzelf 'machtiger' en 'hoger' te voelen dan deze medeschepselen. Deze gesteldheden staan lijnrecht tegenover de spontane beleving van Gods Wet van de Ware Liefde, die slechts voluit kan worden beleefd vanuit een gesteldheid van zelfverloochening en nederigheid.

Laten wij bedenken dat de behoefte aan zelfverheffing rechtstreeks draagster is van de handtekening van de satan, die zichzelf hoger waande dan God Zelf, en deze waanvoorstelling verwoed in talloze mensenzielen zoekt uit te zaaien.

● zelfzucht: de neiging om zichzelf voor te trekken op alle medeschepselen, en ervoor te zorgen dat in de eerste plaats de eigen vermeende behoeften en belangen worden bevredigd en gediend, zelfs indien deze neiging medeschepselen benadeelt of schaadt. Deze gesteldheid behoort tot de machtigste vernietigingswapens in de klauwen der duivels: Via de zelfzucht van talloze mensenzielen is Gods Schepping zwaar verziekt geraakt. Een ziel die haar hele gedrag laat leiden door zelfzucht, trekt zich daardoor terug uit de rol die God voor haar heeft voorzien binnen het netwerk van de Schepping: Deze ziel werkt niet mee aan de concrete verwezenlijking van Gods Heilsplan voor de hele Schepping.

● de neiging van zeer velen om elke ontevredenheid over de loop van hun leven af te reageren op medeschepselen via een duister gemoed, een negatieve houding ten opzichte van het leven en van medeschepselen, een grote drang tot verwoesting, tot mishandeling, tot het veroorzaken van allerlei vormen van leed en tot beschadiging of diefstal van wat anderen toebehoort.

De Hemelse Meesteres wees reeds bij herhaling op het feit dat mishandeling van medemensen en dieren (een zonde die volgens Haar dagelijks op deze wereld miljoenen malen wordt bedreven) als grootste oorzaak heeft dat mishandelende mensenzielen tot hun duister gedrag worden gedreven door onverwerkte onvrede en ontevredenheid over hun leven, over hun eigen hartsgesteldheid en persoonlijkheid en over de meest uiteenlopende situaties en ontwikkelingen, onder meer heel vaak over het feit dat zij teleurgesteld zijn over bepaalde voorstellingen of wensen die zij hebben gekoesterd en die niet zijn vervuld. Dit alles kan onbewust zijn, doch ook dit neemt de schuld niet weg: De Hemelse Meesteres wijst erop dat in een ziel in wie een oprechte zelfverloochenende Liefde haar hele innerlijke Liefde beheerst, geen neiging tot mishandelen of kwellen van medeschepselen kan bloeien.

De wereld lijkt te zijn verzonken in een moeras van ellende en leed. Ellende en leed worden echter over de wereld getrokken door elke mishandeling, elke handeling en elk woord via dewelke een mensenziel uiting geeft aan duisternis en door dewelke de Ware Liefde wordt verloochend. Haat, onverschilligheid en ongerechtigheid van mensenzielen geven uitdrukking aan gebrek aan inleving in de situatie en de gevoelens van medeschepselen, en zorgen daardoor voor blokkades in de stroming van Gods Liefde doorheen het netwerk van de hele Schepping. Een ziel die zich op welke wijze dan ook afreageert op medeschepselen, werkt niet mee aan de opbouw en versterking van het netwerk van de Schepping, doch helpt dit netwerk ontwrichten en de werkzaamheid ervan bemoeilijken. Deze ziel volgt daardoor het hele opzet van de duisternis, die afbreekt, in tegenstelling tot God, die onophoudelijk zoekt op te bouwen.

Op de diepe spirituele betekenis van mishandeling van medeschepselen is de Koningin des Hemels nader ingegaan op een ander punt, dat verder in deze bloemlezing afzonderlijk aan bod zal komen.


2. De wereld lijkt een poel van duisternis. Zal de wereld in die duisternis vergaan?

Het is zeer verleidelijk om te vervallen in de opvatting dat de wereld zodanig duister is geworden dat geen ommekeer meer mogelijk is en dat de satan bezig is, zijn strijd tegen de machten van Gods Licht te winnen. Bij zijn verstoting uit de Hemel had de satan (tot dan toe 'Lucifer' geheten) de eed gezworen, alle mensenzielen van God weg te trekken en hen zodanig te bewerken dat zij hun innerlijke gesteldheden (hun wijze van denken, hun gevoelens, hun verlangens, hun voorkeuren en punten van afkeer en hun bestrevingen) en hun hele doen en laten volkomen in dienst van de verwezenlijking van zijn werken en plannen zouden stellen en daardoor Gods Schepping in chaos en duisternis zouden helpen storten door onbeteugelde schending van de Goddelijke Basiswet van de Ware Liefde.

De satan en zijn volgelingen hebben doorheen de eeuwen daadwerkelijk ontelbare mensenzielen weten te verleiden tot een leven in volle dienst aan de werken en plannen der duisternis. De gevolgen zijn in onze tijd heel sterk voelbaar. Bepaalde politieke regimes in de wereld worden door de Meesteres van alle zielen onomwonden omschreven als "uitingen van het rijk van de satan op aarde", omdat zij worden gedreven door ideologieën en doelstellingen die slechts de werken der duisternis helpen verwezenlijken en daardoor een constante bedreiging voor de wereldvrede en voor de ontsluiting van Gods Werken van Liefde vormen. De uitingen van duisternis in het doen en laten en in het denken, voelen en bestreven van mensenzielen zijn talloos, zij zijn absoluut niet beperkt tot duistere werken in de politieke sfeer.

Elke mensenziel zonder uitzondering is door God in de wereld gezonden om, geheel volgens de ontwikkelingen op haar eigen levensweg en op grond van de talenten die zij van God voor deze weg heeft meegekregen, haar eigen persoonlijke bijdrage te leveren tot de ontsluiting van Gods Plannen en Werken. Dit is de ware levensopdracht en de ware levensroeping van elke ziel, en zij moet deze opdracht en roeping volbrengen door haar hele doen en laten alsook alles wat zich in haar innerlijke leven (denken, voelen, verlangen en bestreven) voltrekt, totaal, spontaan en onvoorwaardelijk te richten op de vervulling van de Wet van de Ware Liefde door oprechte en alles beheersende dienst en hulp aan al haar medeschepselen. Een levenshouding die volkomen op deze vervulling is gericht, bevat de gouden sleutel tot de definitieve overwinning van de krachten van het Licht (God en elke macht die met Hem meewerkt), en derhalve tot de definitieve ontkrachting van de werken van de duisternis op aarde. Hier ligt meteen de aanzet van het antwoord van de Hemelse Koningin op de vraag "of de wereld in de duisternis zal vergaan".

In geen geval zal God Zijn Schepping ooit definitief aan de satan uitleveren. Indien Hij dit wél zou doen, zou dit hierop neerkomen, dat God Zich zou onderwerpen aan de macht van de satan en dat Hij zou toestaan dat de satan – een schepsel van Zijn handen! – de macht in de Schepping van Hem zou overnemen. Een schepsel kan nooit machtiger zijn dan God Zelf; dit zou het ware Wezen van de Godheid verloochenen. De ware macht in de Schepping zal en kan God nooit uit handen worden genomen.

De duisternis die in de wereld waarneembaar is als gevoelens van beklemming, onzekerheid, onvrede en zelfs uitzichtloosheid, is geen uitdrukking van een begin van ondergang, zij is een fase die tijdelijk, niet definitief doch van voorbijgaande aard is. God, de Eeuwige Waarheid, heeft de definitieve overwinning voorspeld en beloofd van alle krachten die Hem en Zijn Werken oprecht trouw zijn en blijven, alsook de definitieve ontsluiting van de vruchten van al Zijn Werken en Plannen.
Dit ligt helemaal in de lijn van het Goddelijk Decreet dat heeft vastgesteld dat de Vrouw (de Heilige Maagd en Koningin van Hemel en aarde) in Zijn Uur de satan en zijn werken onder Haar voeten zal verpletteren op grond van de vrijwillige medewerking van aan Haar toegewijde mensenzielen, en daardoor de Verlossingswerken van de Messias Jezus Christus definitief naar hun ontsluiting zal voeren, wat de poort zou openstellen voor de grondvesting van het Rijk van Jezus Christus op aarde.

Dit beantwoordt meteen de vraag die het thema vormt voor dit punt in de bloemlezing: Neen, de wereld zal niet in de duisternis vergaan. De beklemmende levensatmosfeer die door de machten der duisternis in de wereld tot stand is gebracht, is geen eindpunt, doch integendeel een uitnodiging vanwege de ware machthebber in de Schepping (de Drie-Ene God als Schepper, Verlosser en Heiligmaker), aan de mensenzielen om zich spontaan, totaal en onvoorwaardelijk in te zetten voor de vervulling van de Goddelijke Basiswet van de Ware Liefde om hierdoor in hun hele hartsgesteldheid bruiloft te sluiten met de allerheiligste Plannen en Werken van hun God.

Inderdaad, ondanks hun almacht worden Gods Werken slechts waarlijk ontsloten (dit wil zeggen: komen deze Werken slechts voelbaar tot volle uitwerking) in de mate waarin mensenzielen hun vrije wil spontaan en onvoorwaardelijk in dienst stellen van deze ontsluiting door hun wil één te maken met de Wil en de bedoelingen van hun God. God dringt de mensenzielen niets op, Hij vraagt om hun spontane medewerking, opdat zij Hem door hun hele levensinstelling zouden aantonen dat zij Zijn eindoverwinning echt willen. In de mate waarin méér mensenzielen zich intensiever inzetten voor de eindoverwinning van de Werken van de ene ware God door de volkomen vervulling van Zijn Basiswet van de Ware Liefde, zullen de uitwerkingen van de werken van de duisternis in de wereld, en derhalve de tekenen van de schijnbare almacht van de satan en zijn gevolg, volledig en definitief worden ontkracht. De grondvesting van Gods Rijk op aarde, en daardoor de redding van de wereld uit de greep van de duisternis, staat vast, doch het tijdstip waarop dit zal en kan worden voltrokken, ligt volkomen in de handen der mensenzielen.

Hier ligt precies de grote opdracht én de grote verantwoordelijkheid van alle mensenzielen die momenteel op aarde leven. Het feit dat wij precies nu, in deze tijd, ons enige leven op aarde moeten volbrengen, is geen toeval. God vertrouwt op onze volhardende inzet.


3. In verband met de strijd tussen het Licht en de duisternis is vaak sprake van 'macht'. Wat is daarvan de diepe betekenis?

In de brede zin van het woord is 'macht' het vermogen om het aantal mogelijkheden van levende wezens bij de keuze van hun gedragingen te beperken, met andere woorden het vermogen om levende wezens te beknotten in hun vrijheid om gedragingen te stellen volgens hun eigen keuze. Iemand heeft macht in de mate waarin hij of zij anderen kan opleggen om zijn of haar wil te doen, zelfs wanneer deze wil, respectievelijk het opgelegde gedrag, niet verenigbaar is met de wijze waarop deze anderen zich zouden gedragen indien zij zelf volledig vrij zouden kunnen kiezen wat zij willen doen of juist niet willen doen.

God is van nature almachtig. Dit betekent dat in wezen niets of niemand in staat is om zich tegen Zijn Wil te verzetten. Niettemin is de hele geschiedenis van deze wereld vervuld van talloze tekenen voor het feit dat zeer vaak niet de Wil van God wordt gedaan, doch voluit de wil van Zijn tegenstander, de satan, de vorst der duisternis. Is de almacht van God dan een illusie? Allerminst. God is van nature almachtig, doch de uitwerkingen van deze almacht komen zeer vaak niet tot uiting omdat Gods Liefde heeft voorzien dat de mensenziel een vrije wil bezit die door God niet ongevraagd wordt geschonden. Dit betekent dat de vrije menselijke wil in deze wereld elke dag opnieuw miljoenen malen tot uitdrukking wordt gebracht in handelingen die veel meer duisternis dan Licht in zich dragen. Er ontbreekt helemaal niets aan de macht van God, doch de vrije menselijke wil belemmert de Wil van God in zeer hoge mate om zich zo uit te werken, dat Gods almacht ten volle voelbaar zou zijn.

Op gelijkaardige wijze bezit ook 'de Vrouw', de Meesteres van alle zielen, de Moeder van de Christus, de Heilige Maagd Maria, een macht die in wezen geen grenzen heeft. Bij Haar is deze macht geen 'almacht van nature', doch een 'almacht in de orde der Genade', omdat Zij Haar Wil volmaakt één heeft gemaakt met de Wil van God Zelf en daardoor deel heeft aan Zijn grenzeloze macht. Deze macht is een 'almacht in de orde der Genade' omdat Zij deze macht bezit omdat Zij deze van God heeft gekregen en er volkomen vrij over kan beschikken, precies omdat Haar Wil op geen enkel punt afwijkt van de Wil van God, en Zij aldus exact dezelfde intenties en doelstellingen heeft als God Zelf, zonder ook maar in het geringste iets na te streven dat op de vervulling van een persoonlijke intentie zou zijn gericht.

De onbegrensde macht van 'de Vrouw' is de uitwerking van Haar Goddelijke volmacht om onbeperkt te beschikken over de macht van God Zelf over de satan en zijn werken. Ook Haar macht wordt slechts in haar uitwerkingen beknot door de vrije wil van de mensenzielen die lang niet steeds op de vervulling van de Goddelijke Wet is gericht. Indien alle mensenzielen hun eigen vrije wil onbegrensd met de Wil van God (en dus ook met de Wil van 'de Vrouw') zouden laten versmelten, zou de praktijk van het dagelijkse leven in de wereld onmiddellijk het bewijs leveren voor het feit dat ook 'de Vrouw' almachtig is in de orde der Genade, met andere woorden dat Zij ten volle de Gevolmachtigde van God is.

Hierin ligt precies de diepe bedoeling die God koestert met de totale toewijding van mensenzielen aan de Heilige Maagd Maria: dat deze zielen de daadwerkelijke uitwerkingen van de onbegrensde macht van 'de Vrouw' zouden helpen ontsluiten door zich totaal aan Haar over te geven, dit wil zeggen: Haar de kans te geven om waarlijk de Meesteres over hun hele wezen en hun hele levensweg te zijn, zodat Zij (en via Haar, God Zelf) de ware macht in hun leven zou kunnen uitoefenen.

Aangezien in de Schepping de macht van God boven alles staat, kan ook 'de Vrouw' wanneer Zij de gelegenheid krijgt om Haar macht vrij en onbegrensd uit te oefenen, het de duisternis in wezen onmogelijk maken om de volle heerschappij uit te oefenen in een ziel die zich volledig aan Haar heeft overgegeven en deze overgave ook waarlijk in alle situaties van haar dagelijks leven in de praktijk toepast.

God stelt trouwens duidelijke tekenen voor het feit dat Zijn macht ver boven deze van de duisternis is verheven: In visioenen zoals de Meesteres van alle zielen in maart 2007 schonk en liet optekenen onder de titel Belijdenis van een duivel op Maria’s bevel wordt aangetoond dat 'de Vrouw', de Meesteres van alle zielen en dus ook over dezen, die zichzelf hebben verdoemd (de duivels), Haar macht over zielen zodanig kan uitoefenen dat deze geen enkele mogelijkheid vinden om zich tegen Haar bevelen te verzetten. Ook de duivels zijn als schepselen van God door Hem uitgerust met een vrije wil die hen niet wordt ontnomen, doch wanneer de Gevolmachtigde van God dit echt wil, kan Zij Haar onbegrensde macht zo totaal over hen uitoefenen, dat zij totaal en onvoorwaardelijk aan Haar onderworpen en aan Haar overgeleverd zijn. Dergelijke tekenen kan God stellen wanneer Hij daartoe een speciale genade vrijmaakt. Deze genaden moeten worden afgekocht door lijden, kruisen, beproevingen die door mensenzielen aan de Hemelse Meesteres en Koningin worden toegewijd en daardoor ten volle kunnen worden opgenomen in het verzamelbekken van Gods Genaden.

Ook de satan kan macht over mensenzielen uitoefenen. Aanvankelijk was hij (die aanvankelijk Lucifer heette) de hoogste aartsengel en daardoor de tweede in rang na God. Hij heeft deze macht behouden, met als enige verschil dat God op zeker ogenblik Maria, de latere Onbevlekte Ontvangenis, Moeder van de God-Mens Jezus Christus, naar deze tweede plaats in de hiërarchie van al het levende heeft verheven en Zij daardoor boven alle geschapen zielen is geplaatst, dus ook boven de satan. Daarom wordt Zij ook de Brug tussen God en de zielen genoemd.

De macht van de satan is zijn vermogen om mensenzielen zodanig te beïnvloeden dat deze zijn inspiraties volgen en daardoor alles doen wat hij hen wil zien doen, alles zeggen wat hij hen wil horen zeggen, alles denken en voelen wat hij hen wil doen denken of voelen, enzovoort. Almachtig van nature is slechts God alleen. De 'Vrouw' is 'almachtig in de orde der Genade', dus in Haar hoedanigheid als Gevolmachtigde van God en dus als het ware als de Uitvoerster van de Goddelijke macht.

Dat de werken der duisternis in deze wereld de indruk kunnen wekken dat de satan almachtig zou zijn, is louter toe te schrijven aan het feit dat ontelbare mensenzielen spontaan en veelvuldig gehoor geven aan zijn duistere inspiraties, die lijnrecht tegen de Wil van de van nature almachtige God indruisen. Hierdoor wordt op deze wereld de wil van de vorst der duisternis op een zodanig grote schaal vervuld dat zijn macht schijnbaar onbegrensd is, maar hij ontleent deze macht slechts aan de neiging van talloze mensenzielen om hem over hun leven te laten heersen en in alle situaties van hun leven zijn inspiraties te volgen. De satan zou helemaal geen macht over de mensenzielen noch over de wereld in zijn geheel hebben, indien alle mensenzielen zich voluit aan God zouden geven, zowel rechtstreeks aan Hem zelf als via Zijn Gevolmachtigde, de 'Vrouw' (op kracht van een vlekkeloos toegepaste totale en onvoorwaardelijke toewijding aan Maria). Om deze reden zei de Meesteres van alle zielen reeds bij herhaling dat de macht van de satan slechts zo groot is als de mate waarin mensenzielen zijn ingevingen volgen.

Op 22 juli 2006 sprak de Meesteres van alle zielen deze opmerkelijke woorden tot Myriam: "Op dit ogenblik lijkt de macht van de satan duidelijker dan Mijn macht. Dit komt doordat hij inspeelt op het waarneembare, omdat dit voor hem de snelste resultaten oplevert: Het effect van zijn invloed op waarneembare dingen en gebeurtenissen is het meest indrukwekkend. Mijn macht daarentegen, werkt bij voorkeur in op het niet waarneembare, dat echter schatten voor de eeuwigheid verzamelt omdat het de ziel steen voor steen heropbouwt". Deze woorden tonen aan dat de satan zijn macht gebruikt om mensenzielen tot zijn slaven te maken en aldus Gods Werken af te breken. God en Zijn Gevolmachtigde daarentegen, gebruiken Hun macht om op te bouwen door de zielen actief bij Hun intenties te betrekken. De macht van de satan dient de bevrediging van zijn zelfzucht en hoogmoed, de macht van God en van 'de Vrouw' dient de vervulling van de Goddelijke Wet, die uiteindelijk slechts het Eeuwig Heil van de hele Schepping beoogt.


4. In verband met de Vrouw, de Meesteres, is vaak sprake van Haar 'almacht'. Is dit geen ketterij?

Deze vraag staat in nauw verband met vraag nummer 3, doch is door de Hemelse Meesteres afzonderlijk beantwoord omdat Zij het thema van Haar macht in de Schepping vanuit een bijkomende hoek heeft willen benaderen.

Almacht is het vermogen om gehoorzaamheid aan de eigen wil in een zo totale mate af te dwingen dat het wezen dat aan deze wil wordt onderworpen, tegen deze wil geen enkele weerstand kan opbrengen. In Haar onderrichting Het miskende Licht definieerde de Hemelse Meesteres 'almacht' nog méér uitgebreid als volgt:

"Almacht is de unieke hoedanigheid die kenmerkend is voor het ene ware 'Opperwezen', de Godheid, door dewelke God het vermogen bezit om elk element van Zijn Schepping, hetzij levend hetzij niet levend, en elke ontwikkeling en elke verandering binnen elk element van de Schepping en binnen de Schepping als geheel in een volkomen onbegrensde mate te beïnvloeden, te vernietigen, te herscheppen, te herstellen, volkomen nieuwe elementen uit het niets tot stand te brengen op grond van een eenvoudige akt van Zijn Wil, niet levende elementen met Leven te bezielen, en elk individueel element alsook de onderlinge bewegingen tussen de diverse elementen van Zijn Schepping onfeilbaar te besturen, te beheersen, richting te geven en de tijdstippen van begin en einde van hun bestaan te bepalen. Dit vermogen bezit de ene ware God uitsluitend uit Zichzelf, op grond van de absolute volmaaktheid en onbegrensdheid van Zijn Wil. Hij ontleent dit vermogen aan geen enkele andere kracht, daar uitsluitend Hijzelf de Bron en Bestemming is van alles, wat is, en uitsluitend Hijzelf de kracht is die alles schept en bestuurt".

Op zich is almacht dus inderdaad uitsluitend een eigenschap van God Zelf. Zoals in thema nummer 3 aangeduid, bezit God Zijn almacht van nature, zij is de essentie van Zijn Wezen omdat Hij in de diepste zin van het woord alomvattend is: In de hele Schepping bestaat absoluut niets waarop de Godheid geen volmaakte greep heeft. De Heilige Maagd Maria echter, is een door God geschapen ziel. Geen enkel schepsel kan van nature bekleed zijn met de almacht. Het verschil ligt hier in de visie van God Zelf: Hij heeft Haar de genade verleend om Hem jegens het geschapene op een volkomen wijze tegenwoordig te stellen. Om deze reden zegt Maria terecht dat Zij in de orde der Genade door God Zelf, de Bron van alle Genaden, is bekleed met de hoogst mogelijke mate aan macht die een geschapen wezen ooit zou kunnen bezitten, en dat Zij hierdoor 'de Gevolmachtigde' van God is.

Te spreken over 'de almacht' van de Heilige Maagd Maria is allerminst een ketterij noch een godslastering, integendeel: De Hemelse Koningin wijst er met klem op, dat elke ziel die de onbegrensde natuur van Haar macht in twijfel trekt, zich schuldig maakt aan gebrek aan geloof in Gods almacht, daar 'de Vrouw', respectievelijk de Meesteres, Haar 'almacht' put uit het feit dat Haar Wil absoluut totaal identiek is met de Wil van God, met andere woorden voor honderd procent met de Wil van God is samengevloeid. Daarom zou elk gebrek aan feitelijke, uitvoerende macht in Maria gelijkstaan met een gebrek in de almacht van God Zelf. Een dergelijk gebrek aan geloof zou ware ketterij, respectievelijk godslastering zijn. De Koningin van Hemel en aarde is niet almachtig van nature, doch wel in de orde der Genade, daar Zij door God is bekleed met de volmacht tot uitvoering van Zijn Wil jegens de Schepping, wat Zij onder meer heeft aangetoond in de visioenbeelden over Haar omgang met duivels.

De Moeder Gods wijst erop dat Haar macht geen enkele grens heeft omdat Zij levenslang volkomen vrij van zonden is gebleven, vrij-zijn van zonden een absolute volmaaktheid in de Liefde betekent, volmaaktheid in de Liefde gelijk staat met een volmaakte vervulling van de Goddelijke Basiswet van de Ware Liefde, en een volmaakte vervulling van de Goddelijke Wet betekent dat God Zichzelf en al Zijn Genaden onbelemmerd kan uitstorten in de ziel die de Goddelijke Wet op geen enkel punt, in geen enkele situatie en in geen enkel detail schendt. Om deze reden wordt de Heilige Maagd Maria 'vol van Genade' genoemd, wat betekent dat Zij als het ware een verzamelbekken van Goddelijke Genade is en dat Zij derhalve als het ware 'met de Godheid is bekleed'. Om deze reden draagt Zij het vermogen om Gods Wil en Zijn macht jegens de Schepping ten uitvoer te leggen. Bij deze uitvoering handelt Zij niet uit Zichzelf, doch in Gods Naam en 'vanuit Zijn Hart'. Op grond van deze eenheid van Hart weigert God Haar niets. Indien Hij Haar om het even wat zou weigeren, zou dit betekenen dat Hij Zijn eigen Wil zou afwijzen.

Om deze redenen is precies niet-aanvaarding van het feit dat de Heilige Maagd Maria 'almachtig is in de orde der Genade', ketterij, want deze niet-aanvaarding is een verzet tegen de natuur, het Wezen, van God Zelf alsook tegen Zijn macht om een wezen dat een leven heeft geleid in absoluut volmaakte vervulling van de Goddelijke Wet, te bekleden met de volheid der Genaden. Maria wijst erop dat de Liefde van God in Haar tot volmaaktheid is gekomen, en dat precies de Liefde de ware essentie van het Wezen van God en de Bron van Zijn almacht is. Aan deze 'almacht in de orde der Genade' is echter in de praktijk van het leven op aarde dezelfde beperking gesteld als aan Gods almacht van nature: de vrijheid van de menselijke wil, waardoor de mensenziel de uitwerkingen van de macht van het Goddelijk Opperwezen en van Zijn Gevolmachtigde kan tegenwerken of kan verhinderen of uitstellen dat deze macht ongeremd voelbaar of vaststelbaar zou zijn.

De almacht die God van nature bezit, alsook de 'almacht' die de Koningin van Hemel en aarde in de orde der Genade kan laten gelden in de uitvoering van de macht van God Zelf, is een zeer concrete realiteit, die echter slechts voelbaar en zichtbaar tot ontplooiing kan komen in de mate waarin de mensenzielen hun onschendbare vrije wil volkomen laten versmelten met de Wil van hun Schepper. God brengt Zijn Plannen en Werken bij voorkeur slechts ten uitvoer in de mate waarin Hij de spontane en oprechte medewerking van Zijn mensenzielen ervaart. De Hemelse Koningin drukte het ooit uit als volgt: "Een huwelijk kan (in de biologische zin) slechts vrucht voortbrengen wanneer de beide partijen (eveneens in de biologische zin) daadwerkelijk met elkaar versmelten. De vruchtbaarheid van God is absoluut volmaakt, doch Hij wil de mensenziel nodig hebben als 'aanvullende partij' om zijn scheppend zaad te dragen en geboren te laten worden".


5. Wat is de zin van het leven op aarde? Zoveel in het leven lijkt weinig of geen zin te hebben. Hoe kan men alles vruchtbaar maken?

Vroeg of laat stelt elke mensenziel zich de vraag, welke zin het leven op aarde werkelijk heeft, en of het leven eigenlijk wel een concrete zin heeft. Op deze vragen hebben reeds velen getracht, een zinvol antwoord te geven, doch de antwoorden in dit verband hebben gewoonlijk een eerder menselijk-werelds karakter. De Hemelse Meesteres heeft echter de ware zin van het leven op aarde gedefinieerd vanuit een louter spiritueel gezichtspunt, en licht Haar woorden toe op de volgende wijze:

God beoordeelt de vruchtbaarheid van een leven volgens de maat waarin de ziel in alles Liefde heeft gebracht en verspreid. Beschouw elk element (handeling, woord, zelfs gedachte of gevoel) als een vrucht die geplukt moet worden, en die men slechts mag plukken wanneer men waarlijk oprecht Liefde heeft gebracht. Het leven kan worden voorgesteld als een tocht tussen eindeloze rijen fruitbomen. De opdracht van de ziel bestaat hierin, dat de korf die zij op haar levensreis heeft meegekregen, zo vol mogelijk moet zijn wanneer haar levensweg ten einde loopt.

In een private Openbaring aan Myriam in oktober 2017 bracht de Hemelse Meesteres nogmaals in het kort voor ogen wat de enige zin van het leven op aarde is, alsook waardoor dit leven zijn enige vruchtbaarheid bereikt:

Elke ziel leeft op deze wereld met twee doelstellingen. De ware zin van haar enige leven op aarde bestaat hierin, dat zij via haar hele doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden deze beide doelstellingen in de hoogst mogelijke mate moet zien te vervullen:

1. De ziel moet haar eigen heiliging nastreven. Deze heiliging kan zich slechts voltrekken door aanhoudende toepassing van de ware, zelfverloochenende Liefde jegens God, jegens Zijn volmaakte Werken en Plannen en jegens al haar medeschepselen. Heiliging is het proces door hetwelk een ziel via haar hele doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden (gevoelens, denkwijzen, verlangens, bestrevingen, voorkeuren en punten van afkeer) Heil over de Schepping kan helpen brengen, met andere woorden: positief kan bijdragen tot de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen met betrekking tot de hele Schepping, de ontwikkeling ervan en alle relaties tussen alle schepselen. Dit brengt ons meteen bij de tweede doelstelling:

2. De ziel moet bijdragen tot de voltooiing van Gods Heilsplan, door haar eigen vermogens, talenten en zelfs zwakheden maximaal te benutten ten bate van de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Werken en Plannen. Ook dit gebeurt slechts door de Ware Liefde in al haar vormen te laten stromen naar elk medeschepsel toe, dat door Gods Voorzienigheid op de levensweg van de ziel wordt gebracht, alsook door het koesteren van aanhoudende innerlijke gesteldheden die spiegels zijn van GODS HART, met andere woorden: die haar op God laten lijken. Dit is de ware betekenis van het gezegde dat God de mensenziel heeft gemaakt naar Zijn eigen beeld en gelijkenis.

Het hele zielenleven draait rond de toepassing van de Ware Liefde. Ware Liefde is de absolute tegenpool van alle duisternis. De duisternis is het verzamelbegrip voor alle werken door dewelke de satan Gods Werken tracht te verwoesten en de Liefde en de volheid van de Waarheid tracht te ondermijnen, respectievelijk onwerkzaam tracht te maken, respectievelijk deze via misleiding van mensenzielen zo tracht te manipuleren, dat de zielen zijn doelstellingen dienen in plaats van de doelstellingen van God. De duisternis bloeit in hoofdzaak op een ondergrond van zelfzucht, egocentrisme, jaloersheid en alle negatieve gedachten, gevoelens en verlangens.

Om waarlijk vruchtbaar te zijn, moet de toepassing van de Ware Liefde spontaan, vrijwillig en oprecht gebeuren:

spontaan = van nature, onberedeneerd, als een geheel van reacties die als van nature vanuit de kern van het hart van de mensenziel opwellen.

vrijwillig = de eigen vrije wil van de ziel moet totaal en ongeremd gericht zijn op het laten doorstromen van ware, zelfverloochenende Liefde. Dit betekent dat alle bestrevingen van de ziel volledig gericht moeten zijn op de verwezenlijking van de beide bovenvermelde doelstellingen van het leven.

oprecht = zonder verblinding en misleiding van zichzelf en van de medemens, en zonder menselijk opzicht. Menselijk opzicht is de gesteldheid door dewelke een ziel haar doen en laten, haar woorden, kortom alles wat van haar uitgaat of zich in haar afspeelt en door anderen kan worden waargenomen, in hoge mate (indien al niet uitsluitend) laat bepalen door de opinies en oordelen die zij hierover van bepaalde (of van alle) medemensen verwacht. Een ziel die zich in hoge mate laat leiden door menselijk opzicht, kan gemakkelijk worden verleid tot schijngedrag dat niet haar ware innerlijke gesteldheid tot uitdrukking brengt, doch eerder een gedrag dat een positieve beoordeling vanwege haar medemens beoogt en waardoor zij een beter beeld van zichzelf wil ophangen dan het beeld dat haar ware aard zou vertonen.

Het oordeel dat God op grond van Zijn eeuwige Wetten over de ziel vormt na afloop van haar leven op aarde, is volledig gebaseerd op de mate waarin de mens de Ware Liefde heeft beleefd, waarbij de handelingen op zich slechts een klein aandeel vormen, het grootste aandeel echter wordt bepaald door de innerlijke gesteldheden vanuit dewelke de ziel de Liefde beleeft. Die innerlijke gesteldheden bepalen namelijk of de Liefde die wordt toegepast, al dan niet spontaan, vrijwillig en oprecht was.

De mate waarin Liefde spontaan, vrijwillig en oprecht wordt beleefd, kan gemakkelijk worden achterhaald door te kijken hoe snel men reageert zodra men verneemt wat God van elke ziel verwacht: Blijft de ziel uitstellen om het goede te beginnen doen of blijft zij vasthouden aan duistere innerlijke gesteldheden, of keert zij integendeel al haar minder vruchtbare gesteldheden en gedragingen radicaal en zonder aarzeling om? De Meesteres gebruikt dit beeld:

Wanneer een mens verneemt hoe hij zijn eigen zielenleven vruchtbaarder kan maken en daardoor meer in harmonie kan komen met Gods Wet, wordt hij geacht, een koffer te pakken, de pas ontvangen bagage erin te leggen, en meteen 'de reis naar het Licht' te beginnen. Verandert daarna echter niets, dan heeft hij zijn koffer gepakt doch is blijven staan. Niet alleen is hij daardoor geen meter dichter bij het Licht gekomen, bovendien heeft hij hierdoor zijn eigen duisternis nog doen toenemen, want er komt nog bij, dat hij dan bovendien een advies van de Heilige Geest onbenut heeft gelaten.

Het leven ontvangt dus zijn ware zin door de mate waarin de ziel invulling geeft aan de doelstellingen die God met de hele Schepping boogt, in het bewustzijn dat zijzelf slechts in de wereld is gezonden als een werktuig via hetwelk God deze doelstellingen wil verwezenlijken en concreet wil ontsluiten. In deze lijn zei de Meesteres van alle zielen in maart 2018 privaat tot Myriam:

"Elke mensenziel is uiteindelijk slechts om één reden en voor de verwezenlijking van één doelstelling op aarde: om als werktuig in Gods handen Gods Werken en Plannen te helpen verwezenlijken, opdat Zijn Heilsplan voor de hele Schepping werkelijkheid moge worden. Daartoe is elk mens met spirituele, geestelijke en emotionele vermogens uitgerust. De mens die zijn verstand en/of zijn emotionele vermogens niet gebruikt voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan, dus als werktuig voor de voltooiing van Gods Werken, dient niet het Licht en de Liefde, doch de duisternis en de verwoesting. Dit geldt bijvoorbeeld voor zielen die hun verstand slechts inzetten voor de instandhouding van een eigen wereld met eigen wetten. Een dergelijke ingesteldheid is in de ware zin van het woord navolging van het non serviam ("ik zal/wil niet dienen") van Lucifer.

De mens kan de enige reden van zijn bestaan, de enige zin van zijn leven, de vervulling van zijn enige ware levensroeping, uitsluitend verwezenlijken door de beleving van de Ware Liefde in elk detail van zijn dagelijks leven en van zijn innerlijke gesteldheden. Elke afwijking hiervan betekent reeds een vermindering van de spirituele vruchtbaarheid van een mensenleven, met andere woorden: zorgt er reeds voor, dat de betreffende mens zijn ware levensroeping niet volkomen vervult.

De Hemel is de zijnstoestand die wordt geschonken aan de ziel die haar ware levensroeping als werktuig voor de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen ten volle heeft ingevuld in volkomen overeenstemming met Gods Wetten en verwachtingen. Deze Wetten en verwachtingen zijn uitsluitend gebaseerd op de Ware Liefde, en beogen niets anders dan de voltooiing van Gods Heilsplan, dat de verwezenlijking is van de Ware Liefde in alle details van de Schepping. Elk mensenleven dat niet beantwoordt aan deze Goddelijke doelstelling, is voor God een nutteloos leven en kan daarom niet worden bekroond met de Eeuwige Gelukzaligheid. De Eeuwige Gelukzaligheid is de zijnstoestand van de zielen die hun leven bewust en gewild hebben geleid als werktuig van Gods Werken en Plannen: Zij zijn gedurende hun leven in de ware zin van het woord Gods handen op aarde".

De hoogste vorm van zingeving aan het leven bestaat derhalve in de mate waarin de ziel haar leven vruchtbaar weet te maken voor de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen, en de mate waarin zij dit spontaan, oprecht en van harte doet. Slechts in de mate waarin dit laatste het geval is, toont de ziel zich aan God én aan haar medeschepselen zoals zij werkelijk is.


6. Wat zijn de grootste graadmeters voor de Ware Liefde in een ziel?

Het diepe wezen van de Ware Liefde is door de Meesteres van alle zielen uiteengezet in Haar onderrichting De Ware Liefde. De Meesteres van alle zielen toont reeds jarenlang aan hoezeer de Ware Liefde de essentie van het Goddelijk Leven en van Gods Werken en Plannen is, de Grondwet van God, de brandstof van alle Werken van God.

Zij toont aan hoe de Ware Liefde de gesteldheid is, in dewelke alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen van de ziel er van harte, vrijwillig en spontaan op zijn gericht:

1. op volkomen onzelfzuchtige, onbaatzuchtige en onvoorwaardelijke wijze in elk medeschepsel de levenskracht in ziel, geest, hart en lichaam te vergroten, de levenslust van elk medeschepsel te bevorderen, het gevoel van welzijn in ziel, geest, hart en lichaam van elk medeschepsel te versterken, en de waardigheid van het medeschepsel als Werk van God onbeperkt en ongeschonden in stand te houden en te verdedigen; en

2. een maximale bijdrage te leveren tot de verwezenlijking en voltooiing van Gods Plannen en Werken op aarde, met andere woorden: tot de vervulling van Zijn Wet, waarbij het leveren van deze bijdrage wordt nagestreefd met absolute voorrang boven de bevrediging van eigen behoeften en verlangens.

De Hemelse Koningin duidde jegens Myriam later de volgende elementen aan als de grootste graadmeters om vast te stellen in welke mate een mensenziel de Ware Liefde werkelijk in toepassing brengt:

● oprecht berouw. In deze gesteldheid ervaart de ziel een oprechte hartenpijn over de vaststelling dat zij medeschepselen heeft geschaad, gekweld, angst of onbehagen heeft berokkend of op om het even welke wijze uitwerkingen van duisternis heeft doen ervaren, en dat zij via dit alles ook God Zelf heeft geschaad en gekweld. Dit laatste is steeds het geval omdat God alles wat een ziel een medeschepsel aan pijn, verdriet, schade of onbehagen aandoet, tot in het geringste detail in Zijn eigen Wezen aanvoelt. Dit komt doordat God op elk ogenblik en zonder enige onderbreking absoluut volmaakt met elk van Zijn schepselen is verbonden en het hele gevoelsleven, elke gedachte en elke gewaarwording van elk schepsel totaal en absoluut volmaakt in Hem overvloeit. Precies op grond van deze absoluut totale en volmaakte overvloeiing is God alwetend en is Zijn oordeel over alles en over elke ziel absoluut onfeilbaar.

Een ziel kan slechts een oprecht en volkomen berouw ervaren in de mate waarin zij haar medeschepselen én God Zelf waarlijk intens liefheeft, en zij de eerlijkheid en nederigheid bezit die noodzakelijk zijn om zichzelf te beschouwen als bron of kanaal van schade, verdriet, pijn of onbehagen jegens medeschepselen en jegens God Zelf. Oprecht berouw in een ziel is dus een grote vrucht van een combinatie van oprechte schuldgevoelens en een oprecht verlangen om alle duisternis die zij over medeschepselen – en daardoor eveneens over God Zelf – heeft uitgestort, goed te maken en ervoor te zorgen dat zij haar schade brengende gedrag nooit meer herhaalt. Zodra de Liefde van een ziel niet ten volle oprecht, onvoorwaardelijk en onzelfzuchtig is, kan zij geen oprecht berouw opbrengen.

● oprechte vergevingsgezindheid. Een ziel kan schade, pijn of onbehagen waarvan zijzelf het slachtoffer is geworden, slechts waarlijk vergeven in de mate waarin zij in staat is om zichzelf klein te maken en om te verlangen dat het medeschepsel dat haar op welke wijze dan ook heeft doen lijden, tot ommekeer moge komen om voortaan de Ware Liefde te omhelzen. De ziel die zo ingesteld is, beleeft het absolute tegendeel van wraakzucht.

Een ziel die leed heeft ondergaan, kan op inspiratie van de duisternis heel gemakkelijk in de verleiding komen om weerwraak te nemen. Door weerwraak versterkt zij echter de uitwerkingen van de duisternis die haar is aangedaan, want zij levert daardoor ook zichzelf helemaal over aan de werken en plannen der duisternis. Wanneer het slachtoffer van leed daarentegen oprecht weet te vergeven, breekt zij hierdoor de effecten van de haar aangedane duisternis af en verlamt zij de macht die de satan door die duisternis over de schuldige én over het slachtoffer zelf heeft kunnen uitoefenen. Om deze reden is oprechte vergevingsgezindheid een buitengewoon machtig wapen tegen de krachten der duisternis. Vergevingsgezindheid is een gesteldheid die rechtstreeks in het Hart van de Eeuwige Liefde zelf wortelt. Ware Liefde, voor zover zij spontaan, onvoorwaardelijk en oprecht in toepassing wordt gebracht, is volkomen onoverwinnelijk. Geen enkele kracht op of onder de aarde vermag iets tegen een kracht die rechtstreeks van God afkomstig is.

● onvoorwaardelijke zelfverloochening ten bate van de leniging van de behoeften en noden van medeschepselen. De mens vervalt heel gemakkelijk in de neiging om eerst en vooral te zorgen dat zijn eigen noden en (in vele gevallen slechts vermeende) behoeften en belangen worden bevredigd. De ziel die zo is ingesteld, vertoont daardoor jegens God een gebrek aan geloof in Zijn liefdevolle leiding, alsook een alles beheersende eigenliefde. Het tegendeel hiervan is zelfverloochening.

Zelfverloochening die wordt beleefd zonder enige aarzeling en zonder enige beperkende voorwaarde, is in Gods ogen heldhaftig, omdat de ziel die haar beleeft, in al haar doen en laten, in haar hele denkwereld en al haar bestrevingen niet in de eerste plaats wordt gedreven door de behoefte om zichzelf en de bevrediging van eigen noden veilig te stellen, doch in de eerste plaats begaan is met het welzijn van haar medeschepselen. Zalig de ziel in wie God een oprecht verlangen aantreft om medeschepselen (medemensen én dieren) gevoelens van welzijn, geborgenheid en Geluk te helpen ervaren.

Als voorbeeld geeft de Hemelse Koningin het beeld van een mens die over slechts weinig voedsel beschikt doch in de eerste plaats zorgt dat een kind, een zieke of arme medemens of een dier te eten krijgt en daarbij vertrouwt dat God hemzelf en zijn eigen noden onder Zijn hoede zal nemen. Het hoeft daarbij niet te gaan om een welbepaalde situatie, het kan evenzeer een aanhoudende toestand betreffen, bijvoorbeeld een oprecht verlangen om constant te zorgen voor de leniging van de noden van medemensen of van dieren die honger kunnen lijden, die onder weersomstandigheden kunnen lijden of die enige vorm van lichamelijk leed ondergaan. Het kan zelfs gaan om situaties waarin een ziel haar eigen belangen en haar eigen tijd opoffert om een medemens (bijvoorbeeld een kind) of een dier een goed gevoel te geven door met dit medeschepsel op een zodanige wijze bezig te zijn dat dit medeschepsel kan aanvoelen dat de omgang van deze ziel met hem of haar wortelt in een oprechte belangstelling en een oprechte inleving.

● oprechte aanvaarding van de beproevingen van het leven in het besef dat deze de hoofdrol spelen voor uitboeting en goedmaking van alle uitingen van duisternis in alle mensenzielen met inbegrip van de eigen duisternis.

De Hemelse Meesteres duidt dit aan als één van de krachtigste uitingen van Ware Liefde. Heel vaak protesteert een mensenziel in het beslotene van haar hart tegen beproevingen of als eerder onaangenaam ervaren situaties met dewelke zij op haar levensweg wordt geconfronteerd. Zalig echter – zo zegt de Heilige Maagd – de ziel die in dergelijke situaties en ervaringen ten volle beseft én aanvaardt dat de wereld zeer veel oprecht aanvaarde en toegewijde offers nodig heeft om van zijn immense duisternis te worden bevrijd, én dat ook zijzelf in de loop van haar leven zonder de geringste twijfel dingen heeft gedaan (of juist heeft nagelaten, te doen), gezegd, gedacht, gevoeld, verlangd of nagestreefd, door dewelke zij de duisternis heeft gediend, Gods Wet van de Ware Liefde heeft overtreden, en medeschepselen leed, pijn, verdriet, onbehagen of schade heeft berokkend, en dat God haar door minder aangename situaties in haar leven en door allerlei beproevingen kansen geeft om haar eigen duisternis uit te boeten en goedmaking te brengen voor de kwellingen die zij hierdoor ook Gods Hart heeft aangedaan. God Zelf voelt immers alles aan wat mensenzielen hun medeschepselen aandoen.

Deze gesteldheid vraagt van de mensenziel een hoge mate aan aanvaarding van Gods werkingen in haar leven, en een hoge mate aan nederigheid. Een ziel die zichzelf belangrijk of groot acht, verwacht van God dat Hij van haar levensweg alles zou wegnemen wat haar onaangenaam kan zijn, en zal er niet toe komen om in haar eigen beproevingen met een oprecht hart in zichzelf te zeggen: 'Mijn God, wil deze ervaring, en alles wat nu in mij omgaat, aanvaarden tot goedmaking voor de fouten en liefdeloosheden die ik in de loop van mijn leven heb begaan, en voor het leed dat ik medeschepselen daardoor heb aangedaan. Moge mijn eigen leed hierover ertoe bijdragen dat de duisternis nu nog zou worden beroofd van de vruchten van de overwinningen die zij in de loop van de tijd over mij heeft kunnen behalen'. Een dergelijke ingesteldheid én een dergelijke aanroeping kunnen een immense macht ontwikkelen in de strijd tegen de krachten der duisternis.

● oprecht verlangen naar boetedoening ten bate van medeschepselen. Van boetedoening is sprake wanneer een mensenziel handelingen stelt die (vooral van de lichamelijke component van haar wezen) een speciale inspanning vergen of die zij normaal gesproken als minder aangenaam beschouwt, met de bedoeling dat deze kunnen worden ingezet om Gods Werken te helpen verwezenlijken en de negatieve uitwerkingen van om het even welke uiting van duisternis in de wereld kunnen helpen breken. Boetedoening kan eveneens bestaan uit het afzien van ervaringen die als aangenaam worden beschouwd. De ziel kan boete doen tot bevordering van het Heil van de hele Schepping, opdat medeschepselen waar ook ter wereld het beter mogen hebben, en om bekoringen en neigingen van mensenzielen tot zondigen waar ook ter wereld te helpen breken.

Een ziel in deze hartsgesteldheid kan spontaan boetedoening verrichten door zich vrijwillig allerlei dingen te ontzeggen met de actieve intentie, dat daardoor medeschepselen levensnoodzakelijke dingen op hun levensweg mogen vinden, die zij gewoonlijk tekort komen. De Hemelse Koningin geeft als eenvoudigste voorbeeld: Een mens die zich allerlei dingen kan veroorloven, doch afstand doet van bepaalde dingen (bijvoorbeeld bepaalde voedingsmiddelen) met het verlangen dat door Gods tussenkomst ergens ter wereld een medemens of een dier voedsel moge vinden of krijgen, dat dit wezen nodig heeft om te overleven. Een ziel zal slechts tot deze vorm van boetedoening komen in de mate waarin zij haar medeschepselen waarlijk liefheeft en zij het belangrijk vindt dat het deze medeschepselen goed moge gaan.

Het oprecht verlangen naar boetedoening geldt als één van de duidelijkste vormen van zelfverloochening. De Hemelse Meesteres wijst erop, dat één van de grootste hindernissen om dit verlangen werkelijk in het hart wortel te laten schieten, hierin ligt, dat het veel zielen ontbreekt aan echte inleving in haar medeschepselen. Echte inleving stelt de ziel in staat om zichzelf opzij te zetten in het besef dat haar medeschepselen eveneens aan beproevingen en leed onderhevig zijn, zich in haar hart in de plaats van haar medeschepselen te stellen, en zich oprecht de vraag te stellen 'Hoe zou ik het aanvoelen indien ikzelf het leed van dit schepsel zou ondergaan, en hoezeer zou ik verlangen dat anderen oprecht met mij zouden meeleven en klaar zouden staan om mijn leed te helpen dragen?'

Een oprecht verlangen naar boetedoening kan tevens groeien naarmate de ziel doordrongen raakt van de noodzaak om duisternis in de wereld actief te helpen bestrijden, en van het feit dat in de Schepping geen enkel schepsel een eilandje is, doch dat God integendeel de Schepping zo heeft ontworpen dat alle schepselen als een netwerk met elkaar verbonden zijn. Uit dit besef worden de gevoelens van verbondenheid geboren.

● oprechte bestreving dat medeschepselen de nabijheid van de ziel mogen ervaren als kanaal van welzijn, geborgenheid en veiligheid. Een element van oprechte Liefde dat vaak over het hoofd wordt gezien, is de drang van een mensenziel om met al haar medeschepselen (medemensen én dieren) op een zodanige wijze om te gaan, dat deze zich in haar tegenwoordigheid spontaan goed, geborgen en veilig kunnen voelen. Een ziel die oprecht liefheeft, straalt naar haar medeschepselen Licht en warmte uit, waardoor deze medeschepselen haar nabijheid niet als bedreigend kunnen ervaren. Deze ervaring kan niet ontstaan wanneer de ziel jegens haar medeschepselen Liefde veinst, dit wil zeggen: wanneer zij op enige onoprechte wijze doet alsof zij haar medeschepselen liefheeft terwijl zij in werkelijkheid onverschillig of zelfs eerder negatief tegenover hen staat. De wezenskern van een medeschepsel kan deze onoprechtheid aanvoelen en zal dan voorzichtig en geremd op de nabijheid van de ziel reageren. Om haar oprechtheid te bewijzen, moet de ziel kunnen aantonen dat elk vriendelijk woord niet uit haar mond komt, doch uit haar hart, en elke glimlach daadwerkelijk een spiegel is van haar ware hartsgesteldheid.

Of een ziel in haar medeschepselen gevoelens van welzijn, geborgenheid en veiligheid kan oproepen, wordt in hoge mate bepaald door de maat van zachtheid in het handelen en spreken van deze ziel. De Meesteres van alle zielen noemde reeds vele jaren geleden de zachtmoedigheid "de warmte van de ziel, respectievelijk van haar hart". Ook in de natuur veroorzaakt warmte ontspanning, terwijl koude gespannenheid veroorzaakt. Opmerkelijkerwijs wees de Hemelse Meesteres er toen tevens op, dat zachtmoedigheid eigenlijk het vermogen is, door hetwelk een ziel de Liefde die in haar hart leeft, daadwerkelijk zodanig naar haar omgeving kan uitstralen dat deze Liefde voor haar medeschepselen voelbaar wordt. Zachtmoedigheid kan aldus worden beschouwd als een essentiële drager van de oprechte Liefde.

In diverse opzichten geeft zachtmoedigheid in een ziel tevens uitdrukking aan respect voor de waardigheid van haar medeschepselen. De Hemelse Meesteres gaf in dit verband reeds jaren geleden het voorbeeld van de verschillende wijzen van optreden van een mens in de nabijheid van een dier (om het even of het een dier in de wijde natuur betreft, of een dier in een kooi of een andere vorm van besloten afspanning): Zachtmoedigheid en respect, en daarom ook elementaire Liefde, betoont een mens die in de nabijheid van een dier zacht spreekt, zich rustig beweegt, geen opdringerige geluiden maakt, en aldus het dier niet onrustig of angstig maakt. God heeft elk schepsel een maat aan gevoelens gegeven. Er kan geen sprake zijn van echte Liefde wanneer een mensenziel hiermee geen rekening houdt en hierdoor in medeschepselen (medemensen zowel als dieren) gevoelens van bedreiging of onrust opwekt.


7. Wat beschouwt God als de hoogtepunten in het leven van een mensenziel, en wat verheugt God het meest?

Er zijn zielen die hun hele leven lang op zoek zijn naar heldendaden, handelingen waarvan zij menen dat deze God zodanig moeten imponeren dat Hij hun hele leven als heilig zal beschouwen en/of dat deze handelingen hun medemensen zodanig moeten imponeren dat deze hen als heilig zullen beschouwen. De Hemelse Meesteres echter, stelt dat in Gods ogen de ware hoogtepunten in het leven van een mensenziel liggen in elk ogenblik waarin de ziel tedere, oprechte, zelfverloochenende, belangeloze Liefde en dienst aan een medeschepsel (hetzij een medemens hetzij een dier) biedt en zij deze Liefde diep innerlijk beleeft. Zij stelt dat een ziel in dergelijke ogenblikken Gods Hart waarlijk laat ontvlammen.

Het betreft hier de ogenblikken waarop een ziel een medeschepsel doorstraalt met gevoelens van welzijn, geborgenheid, stille innerlijke Vrede, ogenblikken waarop een medeschepsel zich in de nabijheid van de ziel waarlijk goed en gelukkig voelt omdat de ziel in dit schepsel dergelijke gevoelens opwekt. De Hemelse Meesteres wijst erop, dat dergelijke gevoelens niet mogen worden verward met gevoelens van 'verliefd zijn', doch dat deze gevoelens waarlijk hun wortels hebben in de kern van het zielenleven, en dus dieper gaan dan het stoffelijk wezen van het medeschepsel.

Wat verheugt dan God het meeste wanneer Hij het doen en laten en het innerljke leven van een mensenziel bekijkt? De ware hoogtepunten zijn voor Hem deze:

● Wanneer een mensenziel in contact met een medemens of een dier diepe Liefde laat stromen via een tedere handeling, een zacht woord of een oprecht gevoel vervuld van het verlangen dat dit medeschepsel zich waarlijk opgenomen moge voelen in een warme omhulling, een gevoel van totale geborgenheid en innerlijke Vrede. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn tijdens het spelen met een kind of met een dier, tijdens een zachte streling of omhelzing met een medeschepsel, bij het zien hoezeer een medeschepsel zich verheugt over het innige samenzijn. Belangrijk is, dat de ziel zich in dergelijke ogenblikken innig één van hart voelt met haar medeschepsel, in een diep besef dat zijzelf en dit medeschepsel samen deel uitmaken van het netwerk van de hele Schepping, dat God Zelf het centrum is rond hetwelk dit hele netwerk is opgebouwd, en dat Gods Hart de centrale is, in dewelke de gevoelens van eenheid van de ziel met haar medeschepsel worden opgewekt.

● Wanneer een mensenziel tot inzicht komt over een door haar begane fout tegen de zelfverloochenende Liefde (zelfs al heeft zij deze fout lange tijd geleden begaan), daarover oprecht berouw voelt, en oprecht verlangt om deze fout te compenseren door spontane handelingen van Ware Liefde jegens medeschepselen, en om voortaan alle situaties van haar leven uitsluitend te oriënteren op toepassing en beleving van de Ware Liefde.

● Wanneer een mensenziel ertoe komt, alle beproevingen van haar leven te aanvaarden, dit wil zeggen: er niet tegen te protesteren en/of er niet negatief gezind over te worden. Dit is van het grootste belang om het leven tot een vruchtbare bijdrage tot de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Werken te maken, omdat een hart dat niet protesteert of niet negatief wordt, het Licht van God Zelf in zich niet laat doven, en bovendien eerbetoon brengt aan het Lijden van de Verlosser Jezus Christus Zelf. Aanvaarding en blijmoedigheid (in de zin van: de innerlijke Vrede in stand houden) vormen machtige getuigenissen voor de werking van God Zelf in het hart van een mensenziel, en machtige wapens tegen elke invloed van duisternis in de wereld en tussen schepselen.

De beleving van de echte, onvoorwaardelijke Liefde is voor God essentieel. De Liefde is de ware essentie van alle Leven. Dit blijkt uit veel details in het leven om ons heen. Een voorbeeld: Waarom heeft een kind nood aan een speelgoedbeer, een pluche diertje, een pop enzovoort, om te knuffelen, naast zich in bed te hebben, samen te spelen en gesprekken te voeren, enzovoort? Omdat het kind dit 'wezen' aanvoelt en beschouwt als een levend wezen, het zijn Liefde met dit 'wezen' wil delen, en in zijn verbeelding ook waarlijk Liefde uit dit wezen naar zich toe voelt stromen. Zelfs dieren hebben vaak nood aan speelgoed in de vorm van een levend wezen, en gedragen zich tegenover dit speelgoed alsof het hun kind zou zijn. Wanneer het kind of het dier dit 'wezen' verliest, verliest het vaak tevens een gedeelte van zijn levenslust, omdat het diep in zich dit verlies ervaart als een onderbreking van de stroming van de Liefde in zijn leven. Liefde = levenskracht, Liefde = de essentie van alle Leven. Aangezien God de allerzuiverste Liefde (de Bron van alle Liefde en van de stroom van Liefde en leven doorheen de hele Schepping) is, bestaat Zijn grootste vreugde in elke vaststelling van beleving en uitwisseling van Liefde in en tussen mensenzielen, en vanuit mensenzielen jegens hun medeschepselen (medemensen én dieren).


8. Wat zijn de grootste genaden die God een mensenziel kan geven?

De mens leeft niet voor het leven in de stoffelijke wereld, dit laatste is niets méér dan een weg naar de eindbestemming, die in het Eeuwige Leven na de aardse dood ligt. Om deze reden liggen de grootste genaden die God een ziel kan geven NIET in geschenken van materiële aard (meer geld, rijkdom, aanzien, enzovoort), doch in de ogenblikken waarin God de ziel een sleutel aanreikt om de diepe kern van haar eigen wezen te helpen ontsluiten, namelijk:

● de genade door dewelke de ziel een zich steeds verder verdiepend inzicht in de Ware Liefde verwerft: Wat is Ware Liefde (namelijk een Liefde die wordt toegepast in oprechte en onvoorwaardelijke zelfverloochening, zonder enig eigenbelang na te streven, zonder grenzen te trekken en zonder discriminatie op grond van soort (mens, dier…), ras, huidskleur, geslacht, sociale status, enzovoort.

De beleving en toepassing van de Ware Liefde is de Goddelijke Grondwet. De mate waarin een ziel het diepe wezen ervan doorgrondt en haar waarlijk in toepassing brengt in alle situaties, contacten en omstandigheden van haar leven bepaalt haar groei en bloei als mensenziel en daardoor de waarde die zij ontwikkelt binnen de verwezenlijking van Gods Werken;

● de genade door dewelke de ziel tot een zich steeds verder verdiepend inzicht in haar eigen zonden, tekortkomingen en zwakheden komt.

In de mate waarin een ziel haar eigen wezen weet te doorgronden én al haar zwakheden en eventuele negatieve punten in oprechtheid erkent, kan zij haar ware levensroeping als ziel – namelijk actief en positief bijdragen tot de ontsluiting van Gods Heilsplan tot grondvesting van Gods rijk op aarde – vervullen alsook haar eigen heiliging verwezenlijken. Haar eigen heiliging verwezenlijken, betekent niets anders dan een leven leiden dat haar steeds méér tot beeld en gelijkenis van haar Schepper maakt.

Volgens de mate waarin een ziel haar eigen fouten, nalatigheden, zonden, ondeugden en tekortkomingen weet te doorgronden, kan zij tot een oprecht berouw en tot echte goedmaking komen. Oprecht berouw over de eigen overtredingen tegen de Goddelijke Wet is een hartsgesteldheid die tot bron van een intens Liefdesvuur kan worden. Dit Liefdesvuur kan de duisternis, zowel in de eigen levensgeschiedenis als in de hele wereld, zeer veel kosten, en daardoor machtige bijdragen leveren tot de vervulling van de levensopdracht van de ziel in dienst van de Werken die God via de mensenzielen in de wereld zoekt te volbrengen.

Om deze redenen zei de Meesteres van alle zielen ooit: "Zalig de ziel wier hart wordt getroffen door de bliksem van een diep aanvoelen van het wezen van de Ware Liefde, en die plots tot een diep besef komt van de ware aard van de overtredingen die zij ooit – zelfs jaren eerder – tegen Gods Wet van Liefde heeft begaan, en van de diepgang van de gevolgen ervan voor de slachtoffers (medemensen en/of dieren) van haar overtredingen, en via deze slachtoffers voor Gods Hart, want God is intens en totaal met elk schepsel verbonden en voelt alles wat elk schepsel ooit wordt aangedaan, zowel in de negatieve als in de positieve zin".


9. Welke zijn de grootste listen door dewelke de satan de wereld tracht om te vormen tot het rijk van de duisternis?

In het ogenblik waarin Lucifer (later Satan geheten) op grond van zijn niet-aanvaarding van Gods Beschikkingen in verband met de voltrekking van Zijn Heilsplan voor de hele Schepping en de rol die de mensenzielen daarin zouden vervullen, uit de Hemel werd verstoten, zwoer hij de eed dat hij alles in het werk zou stellen om de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Plannen en Werken te verhinderen, Gods unieke grootheid, macht en Liefde ongeloofwaardig te maken, en het spiegelbeeld dat God van Zichzelf in elke mensenziel wilde afdrukken, onherkenbaar te schenden. Hij nam zich voor, dit alles te zullen voltrekken via de mensenzielen, die God had voorzien als kroon op Zijn Werken. Om deze reden zou hij de wereld overspoelen met 'bewijzen' dat hij de mensenzielen willekeurig tot zijn slaven kon maken en de zielen zodanig kon beïnvloeden, manipuleren en omvormen, dat deze hun leven zouden leiden in zijn dienst en zij daardoor hun God in alles zouden tegenwerken in plaats van, zoals door God voorzien, hun ene leven op aarde volkomen in dienst van de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Heilsplan te stellen.

Teneinde zoveel mogelijk zielen in zijn dienst te kunnen stellen, moest de satan alles in het werk stellen om mensenzielen te misleiden en te verblinden voor de echte Waarheid teneinde hun hele doen en laten volkomen op doelstellingen te richten die hen van God verwijderen en de plannen der duisternis helpen verwezenlijken, in de eerste plaats de totale ontwrichting van de Schepping. Christenen zijn gewoonlijk vertrouwd met de meest bekende zonden, doch de Hemelse Meesteres laat tevens wijzen op enkele voorbeelden die vaak over het hoofd worden gezien en die samen de duisternis in de wereld in een immense mate vergroten:

● De satan inspireert vele zielen de waanidee dat zij waarlijk christenen zijn, en bepaalde overheden dat zij hun hele gedrag en beleid moeten en kunnen 'rechtvaardigen' door te verkondigen dat zij de christelijke waarden verdedigen en dat in feite God Zelf via hen het land bestuurt. In deze gevallen – die in de wereld talrijk zijn – heerst de satan terwijl de schijn wordt gewekt dat God Zelf op de troon zit. God en de christelijke Leer worden hier schaamteloos misbruikt als façade, als uithangbord, terwijl de ware macht onbegrensd aan de satan wordt gegeven.

● De satan inspireert bepaalde overheden ertoe, aan toppolitiek te gaan doen om zichzelf te verrijken en zichzelf te verheffen in plaats van met de bedoeling, het welzijn van een volk of staat te verbeteren en te verdedigen. Daarom worden veel ontwikkelingen in de wereld in hoge mate beheerst door corruptie en chantage. De macht van de verleiding tot zelfverrijking is zo groot dat vele zielen gewillig hun geweten uitschakelen om schijnbaar ongestoord hun zielenleven volkomen te offeren aan deze afgod en daarbij elke roep van God om de Ware Liefde in toepassing te brengen, zwaar te verloochenen.

● De satan vangt talloze zielen in materialisme en daardoor in een oriëntatie van al hun doen en laten op het louter stoffelijke aspect van het leven. Materialisme is één van de machtigste vernietigingswapens in de klauwen van de satan, omdat talloze mensenzielen gemakkelijk omkoopbaar zijn wanneer hen geldgewin in het vooruitzicht wordt gesteld. Materiële rijkdom wordt voor velen het grootste (niet zelden het enige) levensdoel, zodat de ontwikkeling en benutting van de zielsvermogens bij velen in hoge mate in het gedrang komt.

● De satan inspireert vele zielen tot de neiging, ervan uit te gaan dat zij 'door de duisternis worden aangevallen en dus eigenlijk zelf geen schuld hebben aan hun overtredingen'. Elke ziel wordt door de vijand van het Licht aangevallen, doch wanneer de ziel zich hiervan bedient in de mening dat zij daardoor van alle schuld of verantwoordelijkheid vrij wordt, is zij ten prooi aan verblinding. De ziel die hiervan uitgaat, kijkt niet meer naar haar eigen gesteldheden en is dus ook niet geneigd om aan zichzelf te werken, dit wil zeggen: om de zwakke, duistere punten in haar hartsgesteldheden en haar gedrag te vervangen door elementen van Licht en Liefde. Elke verandering ten goede begint met een waar besef van het feit dat de oorzaak van alle onheil en chaos in de ziel in haar eigen gesteldheden ligt, want het zijn haar eigen gesteldheden die de aanvallen van de tegenstander vruchtbaar laten worden. Niet de aanvallen vanwege de satan op zich brengen de ziel tot ondeugd en zonde, doch haar eigen reacties erop. De ziel mag er nooit van uitgaan dat God haar overtredingen tegen de Goddelijke Basiswet van de Ware Liefde niet zal veroordelen 'omdat de satan haar tot die overtredingen heeft aangespoord'.

● De satan inspireert vele zielen tot de gevaarlijke idee dat de Goddelijke Barmhartigheid haar automatisch vrijstelt van elke verantwoordelijkheid. Hierdoor houden velen zonder enige terughoudendheid vast aan ondeugden in de waan dat zij slechts hoeven te biechten om van alle mogelijke schuld bevrijd te worden. Een dergelijke ingesteldheid dient de werken der duisternis, want de ziel in deze gesteldheid blijft ongeremd zondigen, blijft daardoor een kanaal van duisternis voor de wereld, en zal in het uur van haar levensoordeel vaststellen dat God in haar geen echte bereidheid heeft gevonden om zichzelf te verloochenen ten bate van de Ware Liefde, van het welzijn van haar medeschepselen en de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Heilsplan. Ware Liefde beleven, betekent elke overtreding tegen de zelfverloochenende Liefde vermijden op grond van een oprecht verlangen om God en alle medeschepselen te dienen en te verheugen.

● De satan inspireert zeer veel zielen tot grote oppervlakkigheid in hun waarneming. Zo worden veel medeschepselen (medemensen én dieren) gediscrimineerd op grond van het feit dat zij worden beoordeeld als 'ongewoon, gebrekkig, anders, enzovoort', en de waarnemende ziel hen daarom niet waardig keurt om evenveel Liefde en respect te krijgen als medeschepselen die gunstiger worden beoordeeld. Een groot voorbeeld ligt in racisme. Een ander voorbeeld, dat veel minder in het oog springt doch volgens de Heilige Maagd geldt als een grote blaam voor de waardigheid van de mensenziel, ligt in het feit dat vele dieren niet worden opgenomen als huisdier omdat zij uiterlijk minder aantrekkelijk lijken dan andere, bijvoorbeeld katten of honden die op grond van een lichamelijke afwijking, gebrek of 'schoonheidsfouten' niet in aanmerking worden genomen om uit een dierenasiel in een liefhebbend gezin te worden opgenomen. Dit is een veel voorkomend voorbeeld voor toegeving vanwege mensenzielen aan de pogingen van de duisternis om de stroming van de Liefde tussen schepselen te blokkeren.

● De duisternis schept in de wereld op grote schaal een atmosfeer die velen ertoe brengt om hun hart te laten verduisteren, alle innerlijke Vrede te verliezen en de wereld en hun eigen leven spontaan op negatieve, duistere wijzen te benaderen: In hun gevoelens, gedachten, verlangens en verwachtingen lijkt het Licht te zijn gedoofd en lijkt veel warmte verloren te zijn gegaan. Op deze wijze verzinken talloze zielen in gesteldheden die de algemene duisternis in de wereld blijven versterken en de ontsluiting van Gods Werken in de wereld krachtig afremmen. Een ziel die alle blijmoedigheid verliest en haar hart laat verduisteren, wordt een gemakkelijke prooi voor de meest uiteenlopende overtredingen tegen de Liefde, en is zich hiervan vaak niet eens bewust. Op deze wijze bedient de satan zich van vele zielen om veel Licht en warmte uit de omgang van mensenzielen met hun medeschepselen te verbannen.

De meeste mensenzielen geven zich nauwelijks rekenschap van het feit dat de ononderbroken strijd tussen het Licht (God) en de duisternis (de satan) zich in de eerste plaats voltrekt via de zielen, hun doen en laten en hun innerlijke gesteldheden. Een blijmoedige ziel in een gesteldheid van Vrede van hart vergroot de uitwerkingen van de macht van het Licht in de wereld. Een ziel met neiging tot verduistering van haar innerlijk leven, met een relatief gebrek aan Ware Liefde in haar hele doen en laten en met een frequente neiging tot negatief denken en voelen, vergroot de uitwerkingen van de macht van de duisternis in de wereld.

De satan speelt in op de zwakheden in de menselijke natuur, in de eerste plaats de verleidbaarheid van vele mensenzielen tot zelfverrijking en/of zelfverheffing en tot materialisme als levenshouding. Dit alles is uiteindelijk gericht op de vermeerdering van het gevoel van eigen welzijn. De Hemelse Koningin wees er reeds bij herhaling op, dat elke ziel in de wereld wordt gezonden om Gods Werken te helpen verwezenlijken en ontsluiten, en dat een ziel die zichzelf belangrijker acht dan Gods Werken, in werkelijkheid een werktuig van de duisternis wordt, want een ziel die helemaal is gericht op de bevordering van haar eigen (vaak vermeende) welzijn, vervult niet de Goddelijke Basiswet van de Ware Liefde, en deze laatste is de ware graadmeter voor de vruchtbaarheid van het leven van elke mensenziel op aarde. De zielen mogen nooit vergeten dat elk verzuim in de spontane en oprechte toepassing van de Ware Liefde het rijk van de duisternis helpt versterken en uitbreiden.


10. Over de zondigheid en 'verdoembaarheid' van mishandeling van medeschepselen.

In Gods ogen is mishandeling en ontwaardiging van medemensen én van dieren de meest onmiskenbare handtekening van de satan in een mensenziel.

Mishandeling is elke vorm van omgang met een medeschepsel waardoor dit medeschepsel pijn, leed of schade in lichaam, geest en/of gevoelsleven kan ervaren. Het wezen van dit medeschepsel wordt hierbij 'gebruikt' op een wijze en voor een doel die God niet voor een schepsel heeft bedoeld. Ontwaardiging is het effect van handelingen en/of woorden door dewelke een mensenziel een medeschepsel berooft of zoekt te beroven van de waardigheid die dit schepsel van nature bezit doordat het in het Hart van de almachtige en onfeilbare God is ontworpen en door Hem is bekleed met een welbepaalde rol tot verwezenlijking van Zijn Heilsplan binnen de hele Schepping. Elk schepsel vervult daardoor welbepaalde elementen van Gods Werken, zodat elk leven onvoorwaardelijk zinvol is.

Van het grootste belang is de vaststelling dat de Meesteres van alle zielen sedert vele jaren in Haar onderrichtingen in verband met de werken der duisternis, de bronnen van alle ellende in de wereld en de voorwaarden voor een effectieve zuivering van de wereld een onvergelijkbaar grote klemtoon legt op de omgang van de mensenzielen met dieren. Zij wijst de omgang van mensenzielen met dieren aan als één van de grootste doch meest genegeerde bronnen van leed, ellende en duisternis in de wereld.

Zij motiveert Haar leerstellingen in dit verband door de stelling dat God de dieren een immense secundaire rol binnen Gods Heilsplan heeft toebedeeld, in de eerste plaats als hulpmiddelen voor de vervolmaking van de mensenzielen via hun omgang met al hun medeschepselen, met inbegrip van deze welke 'op andere wijzen' met hen communiceren dan mensen dit onderling doen, en welke de betekenis van hun tegenwoordigheid in het leven van mensenzielen niet laten uitdrukken in materiële winst noch in handelingen of woorden van lof aan de mensenziel.

God heeft dieren bedoeld als hulp in de spirituele ontwikkeling van mensenzielen, zelfs als hulp in hun aardse leven (bijvoorbeeld in het kader van reddingsacties in noodsituaties). Ook al gelden de mensenzielen als de hoofdrolspelers bij de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Heilswerken, de rol van de dieren hierbij is onschatbaar. God heeft met de schepping van elk dier een bepaalde bedoeling, die alle menselijk begrip ver te boven gaat.

Precies om deze reden kan geen mens de ware draagwijdte inschatten van mishandeling van dieren, met andere woorden: kan geen mens ten volle beseffen welke effecten in het netwerk van de Schepping worden veroorzaakt wanneer een mensenziel een dier niet behandelt met oprechte Liefde en respect voor de waardigheid met dewelke elk dier door God is bekleed. Net zoals een mensenziel is ook een dier drager van het leven, dat de handtekening van God Zelf is: Geen enkel wezen kan leven dragen zonder dat het dit van God Zelf heeft ontvangen. Dit is wat de Hemelse Koningin bedoelt wanneer Zij zegt dat ook elk dier de handtekening van God in zich draagt. Dit is tevens de reden waarom Zij zegt dat ook geen enkel dier na zijn aardse dood in de ware zin van het leven verloren gaat, want God laat niets verloren gaan, wat drager is van Zijn handtekening door dewelke het wezen 'het leven' heeft ontvangen. Het leven kan slechts door God alleen worden geschonken. Daarom geldt het feit dat een schepsel leeft, als het meest onmiskenbare teken dat het door God Zelf is aangeraakt.

De Meesteres van alle zielen definieerde ooit jegens Myriam 'het leven' als volgt: "Leven is de toestand van bestaan die het geschapene aanneemt indien en zodra het door God wordt bezield met een kracht die het in staat stelt om te groeien, zich te ontwikkelen, en op een actieve wijze bij te dragen tot het volbrengen van het specifieke Plan dat God heeft met dit geschapene, dat dan een 'wezen' wordt genoemd. Het bezielde schepsel volbrengt het Plan dat God specifiek voor zijn leven heeft voorzien, door aan de kracht waardoor God het heeft bezield en die levenslang in dit wezen werkzaam blijft, op actieve wijze gestalte te geven in zijn eigen gedragingen".

Alle leven kan uit geen enkele andere kracht voortkomen dan uit God Zelf. Daarom geldt het leven als heilig, en geldt elke schending van de kwaliteit van het leven (wat bij uitstek het geval is bij mishandeling) als een zonde. Zonde is elke overtreding tegen Gods Wet van de Liefde, en de Liefde is de essentie en de brandstof van alle leven. Daarom moet de stelling van de Meesteres van alle zielen als onomstotelijke Waarheid worden beschouwd wanneer Zij met klem zegt dat ook mishandeling van dieren in de ware zin van het woord een zonde is, wat echter slechts door weinig mensenzielen wordt beseft en daardoor één van de gevaarlijkste en meest vernietigende wapens vormt via dewelke de satan de wereld zo zwaar heeft kunnen verzieken. Sterk aanbevolen is in verband met dit alles een grondige lectuur van het boek De Beekjes van het Heil.

De Koningin van Hemel en aarde geeft de volgende punten ter overweging en ter verduidelijking waarom mishandeling van medeschepselen, ook van dieren, door God wordt beschouwd als zonde, en wel in een des te hogere mate naargelang zij intenser, frequenter en vanuit een dieper verduisterd hart gebeurt:

Via de mishandelende mensenziel werkt de satan zelf zijn hele gesteldheid van de diepste duisternis uit (sadisme, zelfverheffing, vals machtsgevoel, een gedreven verlangen om schade, leed en ellende te veroorzaken…). De mishandelende mensenziel laat zich in de diepste zin van het woord gebruiken als een werktuig via hetwelk de satan zijn werken en plannen uitvoert.

● Mishandeling is vaststelbaar gericht tegen een medeschepsel, maar evenzeer (niet met de zintuigen waarneembaar) tegen God Zelf, doordat Hij totaal met elk schepsel verbonden is en alles voelt, wat in elk schepsel omgaat, alles wat elk schepsel wordt aangedaan, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk of moreel, zowel positief als negatief. Wie een dier mishandelt, mishandelt in de diepe zin van het woord ook God Zelf, temeer doordat Gods Hart immens lijdt onder de verloochening van Zijn Ware Liefde en onder de vaststelling dat een mensenziel – door Hem bedoeld als kroon op Zijn Werken en als vertegenwoordigster van Zijn Liefde op aarde – hierdoor jegens één of meer dieren niet Hem tegenwoordig stelt, doch de satan.

Wie een dier slaat, slaat ook God; wie een dier kwelt, kwelt ook God; wie een dier in alle weer en wind buiten gooit, gooit ook God in alle weer en wind buiten; wie een dier niet te eten of te drinken geeft, laat ook God verhongeren en verdorsten; wie een dier van zijn waardigheid berooft (onder andere door opzettelijke mishandeling), berooft in zijn hart ook God van Zijn waardigheid, enzovoort. God kan niet in de letterlijke zin tekorten hebben of pijn lijden, doch door elke vorm van mishandeling of verwaarlozing richt een mensenziel zich op het bovennatuurlijke niveau tegen God en Zijn Wet van de Ware Liefde, waardoor deze ziel Hem een signaal zendt dat zegt: 'Ik ben onverschillig ten aanzien van de Liefde en ten aanzien van alle ellende die door mijn gedrag of mijn nalatigheden aan medeschepselen wordt aangedaan, en mij is er evenmin iets aan gelegen of U Zelf – Bron van alle Liefde en Leven – vreugde of smart ervaart'. Voor God komt dit neer op een bewuste keuze voor een leven (ook na het aardse leven!) tegen God en in dienst van de duisternis, de grote vijand van alle Liefde.

● Elke akt van mishandeling is een rechtstreekse aanval op de Ware Liefde, die (onder meer via de tegenwoordigheid van de dieren in de wereld) het grootste geschenk van God aan de zielen is en die door God is voorzien als Zijn absolute Basiswet, de Wet die alle Goddelijke voorschriften in zich bergt en die is voorzien als het grote regelmechanisme tot instandhouding en heiliging van het netwerk van de Schepping, van alle schepselen en van alle onderlinge betrekkingen tussen de schepselen. Een ziel die zich op deze wijze afzet tegen Gods Basiswet, verloochent letterlijk alle Leven en Liefde, en toont zich onverschillig voor het welzijn van de Schepping en voor het Ware Geluk van schepselen.

● Mishandeling snijdt als het ware het slachtoffer los uit het netwerk van de Schepping als alomvattend systeem van kanalen door dewelke Gods Liefde (de levenskracht!) tussen alle schepselen moet stromen. Dit 'lossnijden' gebeurt door het mishandelde schepsel het gevoel te geven dat het nergens bij hoort en geen Liefde en respect waard is, en dat het zelfs door God verlaten is: Een mishandeld schepsel wordt bewust of onbewust tot het uiterste beklemd door het gevoel dat het geen Liefde doch slechts verachting ontvangt. Dit is de reden waarom een mishandeld schepsel zwaar kan worden aangetast in zijn levenskracht, zijn levenslust en zijn levensvreugde. Nochtans hoort het tot de levensopdracht van elke mensenziel, het netwerk van de Schepping in stand en goed functionerend te helpen houden. Deze opdracht wordt verloochend wanneer de mensenziel één of meer medeschepselen leed, ellende of schade berokkent. Op deze wijze bevordert een mishandelende ziel in haar slachtoffers rechtstreeks het gevoel dat de wereld wordt geregeerd door het kwaad en de liefdeloosheid, en dat derhalve niet God doch de satan de ware meester van de Schepping is, die slechts tot doel heeft, schepselen te kwellen.

In gevallen van mishandeling blokkeert de mishandelende ziel in haar slachtoffer de stroming van de Liefde, en daardoor het Leven zelf, en gaat zij daardoor rechtstreeks in tegen het geschenk der geschenken: het Leven dat dit schepsel van God heeft gekregen om zijn rol binnen Gods Werken te vervullen en oprechte Liefde vanwege zijn medeschepselen te ontvangen, in de eerste plaats vanwege de mensenzielen.

● Door mishandeling schendt de mishandelende mensenziel haar eigen waardigheid als ziel (door zich in dienst te stellen van de satan, de grote vijand van haar Schepper), en werpt zij de Gever van deze waardigheid (God) Zijn geschenken schaamteloos in het Gelaat terug, alsof zij met daden tot Hem zegt: 'Ik wil/hoef Uw geschenken niet'. Elke mensenziel is er door God toe geroepen om Liefde, Licht, warmte en gevoelens van geborgenheid om zich heen te verspreiden. Het absolute tegendeel blijkt uit een mensenziel die behagen schept in de vaststelling dat een levend wezen door haar toedoen leed ervaart. Zo wordt een mensenziel van beeld en gelijkenis van God tot spiegelbeeld van de satan.

● Geen enkel schepsel van God, noch mensenziel noch dier, wordt door God in de wereld gezonden om er te worden gekweld via handelingen en woorden vanwege mensenzielen. Elk schepsel krijgt zijn leven om een welbepaalde reden en met een welbepaald doel, en kan de ware zin van zijn leven slechts gestalte geven in de mate waarin het de kans krijgt om zijn wezen en zijn leven te voeden met Ware Liefde als brandstof voor zijn hele doen en laten en zijn hele innerlijke leven. Deze Ware Liefde krijgt het rechtstreeks van God Zelf, doch moet voor een groot gedeelte in zijn wezen worden binnengeleid via medeschepselen, in de eerste plaats via mensenzielen. Een mishandelende mensenziel snijdt toevoerkanalen voor deze Liefde, en dus voor de levenskracht, naar zijn slachtoffer(s) af of vervangt de inhoud van deze kanalen (stromen van Ware Liefde en Licht) door giftige wolken van duisternis.

Doordat God de vrije wil van mensenzielen op aarde onvoorwaardelijk respecteert, wordt vaak de indruk gewekt alsof Hij het wangedrag van mishandelende zielen zou goedkeuren. Niets is minder waar. Het feit dat de mishandelende ziel tijdens haar leven op aarde schijnbaar ongestraft medeschepselen (medemensen en/of dieren) leed berokkent, betekent niet dat God deze wandaden ook na het leven van de mishandelende ziel onvergolden laat. De Meesteres van alle zielen waarschuwt sedert jaren (en dit is veel mensenzielen onbekend) dat talloze zielen zichzelf voor eeuwig verdoemen door het leed dat zij – vaak langdurig en/of zonder remmingen – medemensen én dieren aandoen.

Met de grootste klemtoon stelt de Hemelse Koningin dat ook mishandeling van dieren door God wordt beoordeeld als een ware zonde, die niet zelden de proporties van een doodzonde aanneemt. Dit komt doordat de mensenziel ook in de mishandeling jegens dieren blijk geeft van een gebrek aan respect voor de heiligheid van het Leven, van een gebrek aan gevoel voor de Ware Liefde, van onverschilligheid voor het welzijn van dieren als bouwwerken van God en werktuigen binnen Gods Plannen en Werken, en van onwil om haar leven te leiden als werktuig in Gods handen. Een ziel die behagen schept in de vaststelling dat zij 'de macht bezit' om dieren leed te bezorgen, is ten prooi aan zware aftakeling en draagt door haar eigen hartsgesteldheid het onmiskenbare teken van de duisternis. De Hemelse Koningin noemt dergelijke zielen "duivels in mensengedaante".

Mishandeling kan nooit voor God verantwoord worden. Er bestaat geen enkele rechtvaardiging voor rechtstreekse aanvallen op de Liefde en tegen Gods grote geschenken. Bovendien gebeurt mishandeling zeer vaak jegens totaal onschuldige wezens, die door de mishandelende ziel worden beschouwd als 'zwak' en/of 'minderwaardig' (kinderen, dieren, vrouwelijke echtgenotes, medemensen met een andere huidskleur, van een ander ras of een andere politieke overtuiging).

Mishandelende zielen beoefenen hun mishandelingswerken vaak als een doel op zich, om eigen onvrede in het hart af te reageren op medeschepselen, wier leed hen dan het gevoel geeft dat zij belangrijk en machtig zijn. In vele gevallen bestaat zelfs geen rechtstreekse relatie tussen de mishandelende ziel en haar slachtoffer (bijvoorbeeld in concentratiekampen). Gewoonlijk dient de mishandeling geen enkel concreet doel of kan zij geen enkel gunstig effect teweegbrengen, zoals bijvoorbeeld het geval is bij mishandeling tegen levensgezellen, tegen kinderen of tegen huisdieren. Zij is niets anders en niets minder dan een werk van diepe duisternis en daardoor een uiting van vijandigheid jegens Gods Liefde. De Hemelse Meesteres sprak ooit privaat tot Myriam deze woorden: "Een mensenziel die medemensen en/of dieren mishandelt, is in de ware zin van het woord bezeten. Via haar slaat en kwelt de duivel zelf één of meer schepselen van God. Deze ziel leeft in een koorts van duisternis aan dewelke zij in de diepste zin van het woord verslaafd is".

Ook in de gevallen in dewelke de mishandelende ziel zich als het ware niet bewust is van de zondigheid van haar handelingen en/of woorden, kan zij voor haar wangedrag geen enkele verontschuldiging inroepen, omdat God elke mensenziel voorziet van een geweten alsook van de rechtstreekse inspiraties vanwege de Heilige Geest en daarom wordt geacht, heel goed te beseffen zodra zij bezig is, de stroming van de Liefde te schenden, én omdat elke mensenziel tevens door God is voorzien van het vermogen om zich volkomen in haar medeschepselen in te leven. Een mensenziel die zich onbelemmerd in haar medeschepselen (zelfs in dieren) inleeft, kan zich onmogelijk overgeven aan mishandeling van enig medeschepsel.

Voor God geldt de wijze waarop een mensenziel zich jegens haar medeschepselen gedraagt (in handelingen, in woorden en in haar verborgen hartsgesteldheden) als de grootste graadmeter voor de staat van haar Heil en Genade, met andere woorden voor de graad van heiligheid die zij heeft bereikt, respectievelijk voor de mate waarin de ziel bezig is, zichzelf te verdoemen. God leest het hart van elke mensenziel als het ware als een score tussen 0 en 100, en alles er tussenin: 0 zou hierbij de hoogste graad van duisternis en kwaad zijn, 100 de hoogste graad van Licht en Liefde.

De Meesteres van alle zielen herinnert tot slot nog aan de stelling die Zij reeds meermaals openbaarde: dat een mishandeld wezen (ook een mishandeld dier!) bij zijn overlijden voor God getuigenis aflegt tegen het wezen dat voor de mishandeling verantwoordelijk is geweest. Dit getuigenis gebeurt niet door jegens God een woordelijke aanklacht te uiten ten nadele van de mishandelende ziel, doch doordat God onfeilbaar en tot in het kleinste detail elk element van het leven van elk schepsel in het levensprincipe van dit wezen afleest, daar elk detail van elk leven in het betreffende wezen wordt geregistreerd op een wijze die zou kunnen worden vergeleken met een doorlopende film met beelden en ondertiteling. De kern van elke mensenziel en het levensprincipe van elk dier zijn dragers van alle gegevens met betrekking tot het hele leven van het wezen, met inbegrip van de gevoelsindrukken (lichamelijk en moreel) die dit wezen op elk ogenblik van zijn leven heeft ervaren én met inbegrip van de mensenzielen die aan de basis van al deze indrukken hebben gelegen. Zo ziet God op feilloze wijze alles wat dit wezen heeft meegemaakt, tot in het kleinste detail, en welk wezen aan de basis lag van elk element van vreugde of van leed. De Koningin des Hemels laat in dit verband tevens verwijzen naar Haar onderrichting Het leven voorbij de avondzon.


11. Ik heb moeite met een God die mij zoveel kruisen oplegt.

Sedert de erfzonde heeft de mensenziel het vermogen verloren om God, Zijn Liefde, Zijn Werken en de effecten van deze Werken spontaan waar te nemen. Zij kan dit wel nog slechts tot op zekere hoogte op grond van een speciale uitverkiezing indien God daar een welbepaalde bedoeling mee heeft. De ziel in wie dit vermogen zich nog in een zekere mate ontsluit, krijgt deze gunst omdat zij deze nodig heeft om een specifieke levensopdracht in dienst van Gods Werken te kunnen vervullen, en draagt daarom een grote verantwoordelijkheid voor de wijze waarop zij met deze gunst omgaat. Overigens kan dit vermogen ook buiten de context van een speciale levensopdracht spontaan tot ontsluiting komen op grond van inspiraties van de Heilige Geest, volgens de mate waarin een mensenziel zich voor deze inspiraties ontvankelijk maakt door haar hart en haar verlangens helemaal te oriënteren op de eenheid met het Goddelijk Licht.

Het relatieve verlies van het vermogen tot spontane waarneming en begrip van God, Zijn Liefde, Zijn Werken en de effecten van deze Werken leidt in veel zielen tot de overtuiging dat het bestaan en de werking van een God van volmaakte Liefde een illusie is, want dat, indien God waarlijk zou bestaan en waarlijk Bron van de absoluut volmaakte Liefde zou zijn, Hij niet zou toelaten dat een mensenleven vervuld zou zijn van beproevingen, die nu en dan zeer zwaar kunnen wegen.

De Goddelijke realiteit echter, is dat God wel degelijk bestaat en dat al Zijn Werken en Plannen zonder uitzondering het eeuwig welzijn van al Zijn schepselen beoogt. De mensenziel, die door God is bedoeld als kroon op Zijn Schepping en als hoofdrolspeler bij de vervulling en ontsluiting van het Grote Heilsplan, kan deze speciale roeping slechts vervullen in de mate waarin zij bereid is om haar leven te leiden in volkomen navolging van de gesteldheden met dewelke Jezus Christus Zijn Leven van Verlossingswerken heeft geleid: een volkomen bereidheid om alle beproevingen te aanvaarden, die God op de levensweg van elke mensenziel toestaat omdat beproevingen (kruisen) die in onvoorwaardelijke Liefde worden aanvaard en gedragen, door God zijn bekleed met een immense macht van Heil en Verlossing. De beproevingen en kruisen van een mensenleven zijn in de diepste zin van het woord vruchten van de volmaakte Liefde van God.

De kruisen des levens zijn een immense zegen, want zij zijn de ware sleutels op de poort naar de Eeuwige Gelukzaligheid. Zij vertegenwoordigen de kansen die de ziel krijgt om haar ware levensopdracht te verwezenlijken: zich één van hart te maken met de Christus, Die door Zijn beproevingen en kruisen, tot en met de Grote Passie, in totale zelfverloochening, volmaakte Liefde en een alles beheersend verlangen naar de volmaakte Gelukzaligheid van alle zielen, het grootste Geschenk van God beschikbaar heeft gemaakt: een mogelijke intrede in de Hemel voor elke ziel die Hem in eenheid met de volmaakte gesteldheden van Zijn Hart zou navolgen. Een zeer belangrijke maatstaf voor het meten van het Geloof van een mensenziel ligt in de mate waarin deze ziel in staat en bereid is om beproevingen te dragen in oprechte Liefde voor God, zelfs in dankbaarheid voor de blijken van Zijn volmaakte Liefde die Hij in elke beproeving verbergt. De ziel in een dergelijke gesteldheid beschouwt de beproevingen niet langer als bronnen van innerlijke onvrede, doch als kansen om haar ware levensroeping in dienst van de ontsluiting van de vruchten van het Licht waarlijk te vervullen.

De Hemelse Koningin wees Myriam ooit op een weg om een oprechte aanvaarding van de beproevingen en kruisen van het leven minder moeilijk te maken. Zij stelt dat elke mensenziel, zonder uitzondering, op bepaalde ogenblikken in haar leven medeschepselen (medemensen en/of dieren) ongemak, pijn, verdriet, lichamelijk en/of moreel leed heeft aangedaan, en dat zij daarom elk ogenblik van ongemak, pijn, verdriet, lichamelijk en/of moreel leed dat zij zelf ervaart, vruchtbaar kan maken door het oprecht en met Liefde te aanvaarden als een gelegenheid tot uitboeting van haar eigen overtredingen tegen de Liefde en van alle leed dat medeschepselen door haar toedoen hebben moeten doorstaan. Zij noemt de mate waarin een mensenziel deze gesteldheid van harte aanneemt en beleeft "een goede maatstaf voor de graad van oprechte, zelfverloochenende Liefde die in deze ziel werkzaam is". Deze uitspraak geldt daarom tevens als een oproep aan de vele zielen die beproevingen laten worden tot aanleidingen om duistere hartsgesteldheden te koesteren.

In de mate waarin beproevingen en kruisen door een mensenziel worden gedragen in een gesteldheid van oprechte aanvaarding, Liefde en zelfs dankbaarheid, vormen zij een zware aanstoot voor de duisternis, omdat de satan hierin een soort herhaling en voortzetting ziet van het Lijden van de Christus, dat de eeuwigdurend definitieve macht van de duisternis over elke mensenziel heeft gebroken voor elke ziel die haar eigen kruisen zou dragen in vereniging van hart met de Christus. De ziel die dit heeft begrepen en die er van harte naar leeft, heeft het niet moeilijk met God wanneer zij beproevingen te dragen krijgt.


12. Hoe kan een ziel de duivel het meest doeltreffend bestrijden in de concrete situaties van het dagelijks leven? Wat wordt door de satan het meest gevreesd?

De Hemelse Meesteres heeft steeds een grote klemtoon gelegd op de macht van de effecten die ten nadele van de duisternis tot stand worden gebracht wanneer een mensenziel:

● Heilige Missen bijwoont in een gesteldheid van oprecht Geloof, diepe Liefde en onbegrensd respect voor God en Zijn Werken. Onder 'Gods Werken' moet tevens elk schepsel worden verstaan, daar elk schepsel slechts het leven krijgt doordat het in God, de Bron van alle leven, wordt ontworpen en door Hem in de wereld wordt gezonden op een welbepaald ogenblik en op een welbepaalde plaats die door Zijn Wijsheid en Voorzienigheid worden vastgesteld ten bate van de hele Schepping;

● geregeld een sacramentele Biecht spreekt, niet in de eerste plaats vanuit een verlangen om van schuld bevrijd te worden, doch vanuit een oprecht verlangen om goed te maken dat zij God en bepaalde medeschepselen door haar overtredingen leed heeft berokkend doordat elke zonde uiteindelijk neerkomt op een overtreding tegen Gods Wet van de Ware Liefde;

● een oprecht en blijvend berouw koestert over alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens en verlangens die zij ooit heeft gekoesterd, gesproken of verricht ten nadele van medeschepselen en van God Zelf. Door oprecht berouw draagt de schuldige ziel ertoe bij, dat de negatieve uitwerkingen van haar overtredingen tegen de Goddelijke Wet kunnen worden verlamd;

● in alle oprechtheid en onvoorwaardelijk vergeving schenkt aan alle medeschepselen die haar, volgens haar oordeel, ooit leed of schade hebben toegebracht. Door oprechte vergeving helpt de ziel de negatieve uitwerkingen van de overtredingen van medeschepselen verlammen, en verhindert zij dat de duisternis ook haar zelf zou beheersen door (soms langdurige, zelfs levenslange) wrok en wraakzucht.

Op zeker ogenblik openbaarde de Hemelse Koningin bovendien aan Myriam de volgende gesteldheden, die Zij aanduidde als "buitengewoon machtige wapens tot bestrijding van werken en plannen van de duisternis in je eigen leven alsook in de wereld als geheel":

● blijmoedigheid. De Heilige Maagd verstaat hieronder de gesteldheid van hart in dewelke een mensenziel een diepe Vrede en rust in haar hart in stand weet te houden doordat zij in alles en in elk medeschepsel het beste zoekt en verwacht, daardoor alle situaties in haar leven vanuit een zonnige hoek zoekt te benaderen, en op grond hiervan vrede vindt in alle aspecten van haar leven, ook de moeilijke en minder aangename. Een blijmoedige ziel zoekt alles in haar leven zo te relativeren dat zij zich niet meer gemakkelijk door tegenslagen laat ontmoedigen, zich negatief gestemd laat worden of dat zij de tegenslagen niet langer de kans geeft om haar moreel aan de grond te krijgen of haar gemoed te verduisteren.

De Hemelse Meesteres noemde reeds jaren geleden de blijmoedigheid "het Licht van de ziel", zodat elk verlies van blijmoedigheid rechtstreeks de deur opent voor verduistering van het gemoed, en de ziel ertoe brengt om slechts duistere ontwikkelingen te verwachten. In ogenblikken in dewelke een ziel de blijmoedigheid verliest, stelt zij zich dus letterlijk in dienst van de duisternis, verliest zij haar eigen levenskracht en levenslust, en berooft zij haar hele omgeving van Licht: Zij vervult dan de rol van een donkere wolk die vóór de zon schuift;

● volhardende moed. Deze gesteldheid leunt aan bij de blijmoedigheid, doordat de ziel die zich niet gemakkelijk laat ontmoedigen, kracht put uit het feit dat zij ernaar streeft om in alle situaties van het leven het goede te verwachten. In wezen is volhardende moed een grote uiting van de stille zekerheid dat God in het leven van de ziel ononderbroken werkt ten bate van haar eeuwig Heil, ook al betekent dit dat zij nu en dan beproevingen en kruisen zal moeten dragen. Een gesteldheid van volhardende moed geeft tevens blijk van een oprecht Geloof in Gods Liefde en in Zijn Werken, en opent daardoor voor zichzelf de deur naar een spiritueel vruchtbaar leven;

● positieve houding ten aanzien van alle situaties en gebeurtenissen in het leven en ten overstaan van medeschepselen. Positiviteit is de gesteldheid waarin een ziel het goede zo diep in zich wortel laat schieten dat het zich helemaal meester kan maken van haar hele denken, handelen, spreken en voelen. Door deze gesteldheid laat de ziel God waarlijk in zich werken en via haar Zijn Werken verderzetten en de effecten ervan ontsluiten, dit wil zeggen: helpt zij deze Werken voelbaar en zichtbaar worden.

Het tegenovergestelde (een negatieve houding) is de gesteldheid door dewelke een ziel de duisternis dient door haar eigen hart te verduisteren en daardoor in alle of vele situaties in haar leven geen licht en geen zonneschijn meer te kunnen zien, wat haar berooft van moed, levenslust en levenskracht en haar daardoor belet om nog voluit Gods Werken te helpen verwezenlijken. De Hemelse Meesteres noemde een negatief ingestelde ziel ooit een ziel die zich vertoont als een werktuig van de duisternis.

● rotsvast vertrouwen in God, Zijn Werken en het feit dat de overwinning van het Licht vaststaat. Deze gesteldheid vindt haar wortels in de eerste plaats in een algemeen positieve houding, door dewelke de ziel in alle oprechtheid aanneemt en verwacht dat God alles in haar leven benut om haar eigen Eeuwig Heil én het Heil van de hele wereld te bereiden. De ziel in deze gesteldheid is overtuigd van de uiteindelijke eindoverwinning van het goede in de wereld, en daardoor van de definitieve nederlaag van alle duisternis. Zij geeft hierdoor blijk van haar overtuiging dat Jezus Christus niet vergeefs Zijn Verlossingswerken heeft voltrokken en dat God Zijn Belofte van de uiteindelijke Triomf van het Onbevlekt Hart van Maria met zekerheid zal vervullen.

● zelfverloochening. Dit is de gesteldheid door dewelke een ziel datgene wat zij ervaart of beschouwt als haar eigen behoeften, spontaan van harte en onvoorwaardelijk ondergeschikt maakt aan de bevrediging van behoeften van medeschepselen, zodat zij eerst haar medeschepselen zal ondersteunen en hun behoeften zal helpen lenigen en pas daarna haar eigen behoeften zal zoeken te bevredigen.

Jezus Zelf gaf de zielen hiervoor het ultieme voorbeeld: Hij offerde vrijwillig, spontaan en onvoorwaardelijk Zijn hele Wezen op om de effecten van de immense zondelast van de hele mensheid van alle tijden onwerkzaam te maken voor elke ziel die bereid zou zijn om Hem in Zijn gesteldheid van Hart na te volgen, terwijl Hijzelf geen enkele zonde had begaan en dus voor Zichzelf geen uitboeting hoefde te brengen. Hij ging tot het alleruiterste, louter opdat zoveel mogelijk mensenzielen uitzicht zouden krijgen op een Eeuwig Leven in Gelukzaligheid. Precies vanwege de eenvormigheid met de gesteldheid van de Goddelijke Verlosser is zelfverloochening zo buitengewoon machtig tegen de duisternis.

● oprechte aanvaarding van de beproevingen van het leven. Ook hier wortelt de immense macht van de gesteldheid in de navolging van de Christus Zelf, Die Zijn leven van immense beproevingen van harte aanvaardde opdat de Goddelijke Beschikking dat beproevingen het grootste tegengewicht tegen de macht van de duisternis konden worden, haar volle uitwerking zou krijgen.

De duisternis stelt alles in het werk opdat mensenzielen zich tegen elk kruis in hun leven zouden verzetten en door hun beproevingen hun hart zouden laten verduisteren. Talloze zielen verliezen inderdaad alle blijmoedigheid tijdens de ervaring van tegenslagen, lichamelijk ongemak en om het even wat zij als onaangenaam aanvoelen. Daardoor gaan immense schatten aan tegengewicht tegen de macht der duisternis verloren, en verhoogt het grote leed van de mensheid als geheel in hoge mate de macht van de duisternis over de wereld. Deze trend kan slechts worden omgekeerd in de mate waarin beproevingen en kruisen van harte worden aanvaard, toegewijd en in Liefde worden gedragen in een uitdrukkelijk verlangen dat zij mogen worden benut om de macht van het Licht in de wereld daadwerkelijk méér voelbaar te helpen maken.

● strikt toegepaste totale toewijding aan Maria. Ware toewijding aan de Heilige Maagd Maria is de gouden weg voorzien door God om beproevingen en alle aspecten van het innerlijke leven van de mensenziel tot hun volle uitwerking te brengen voor het vrijmaken van genaden voor de hele Schepping. De Koningin van Hemel en aarde vergeleek Zichzelf ooit met een "Jordaan gevuld met water van Goddelijk Leven". Dit beeld drukt Haar hoedanigheid als de "Vrouw vol van Genade" uit. Ware toewijding zou in dit beeld kunnen worden gezien als onderdompeling van de ziel in deze Jordaan voor een doopsel in het water van Goddelijk Leven, waardoor de ziel zich volledig in de Moeder Gods uitstort en in ruil daarvoor kan worden vervuld met de genaden van een spirituele wedergeboorte om een zo groot mogelijke vruchtbaarheid voor Gods Werken te bereiken. Om dit alles volkomen te ontsluiten, moet de ziel in alle aspecten van haar leven daadwerkelijk haar toewijding aan de Heilige Maagd toepassen en innerlijk beleven.

Waarlijk beleefde totale toewijding aan Maria geldt daarom terecht als een buitengewoon machtig wapen tegen de duisternis. Precies hierin ligt de reden voor de immense tegenwerking vanwege de duisternis tegen zielen die zich onbegrensd aan de dienst aan de Heilige Maagd weggeven en Haar voluit de kans geven om in de diepste en breedste zin van het woord de Meesteres van hun hele wezen en hun levensweg te zijn. In de mate waarin Zij waarlijk in elke concrete situatie van het leven van de ziel en in al haar ontmoetingen met medeschepselen de Meesteres van het hele wezen en leven van de ziel kan zijn, levert deze ziel vruchtbare grondstoffen voor de bereiding van genaden voor de definitieve overwinning van Gods Licht over de duisternis. Deze overwinning is de zogenaamde Triomf van het Onbevlekt Hart van de Vrouw met de totale ontsluiting van de effecten van de Verlossingswerken van de Christus.


13. Wat is ware bezetenheid?

In mei 2018 sprak de Meesteres van alle zielen privaat tot Myriam de volgende woorden:

"Bezetenheid is de toestand waarin een ziel de controle over haar innerlijke processen en gesteldheden evenals over al haar doen en laten, restloos en zonder verdere weerstand in de handen van de satan heeft gegeven en hem daardoor de soevereine macht schenkt om haar volgens zijn willekeur en zonder enige voorwaarde of beperking in al haar doen en laten en in al haar innerlijke gesteldheden te beheersen en in te zetten voor de verwezenlijking van zijn plannen en werken van duisternis, die zonder enige uitzondering steeds lijnrecht tegen de Werken en Plannen van God, en daardoor tegen Zijn Wet van de Ware Liefde, zijn gericht. Dit is wat de bezeten ziel maakt tot een werktuig van duisternis, want deze ziel wordt in de diepste betekenis van het woord tot de hand van de duivel op aarde en tot uitvoerster van zijn bedoelingen".

Bezetenheid kan zich in vele uiteenlopende graden vertonen, wat betekent dat in wezen niet kan worden gezegd dat een ziel ofwel bezeten is, ofwel niet. De bovenstaande toelichting van de Hemelse Meesteres toont aan, dat de voorstelling van een bezeten ziel als een wezen dat schreeuwt, schuimbekt en zich gedraagt als een brullend monster, lang niet de hele realiteit dekt. De Heilige Maagd laat erop wijzen dat zeer veel bezetenen uiterlijk niet de kenmerken vertonen die men gewoonlijk van 'een bezetene' verwacht. De ware bezetenen zijn dezen, die de werken van de satan doen en leed, chaos en schade veroorzaken. Zoals de Koningin des Hemels met nadruk stelt, zou in de brede zin van het woord elke mensenziel kunnen worden beschouwd als 'bezeten', daar elke mensenziel zonder uitzondering op bepaalde ogenblikken de duisternis dient. Zij benadrukt dat elke ziel dit ten volle behoort te beseffen.

Bezetenheid heeft veel gezichten. De volgende worden door de Hemelse Meesteres aangeduid als deze welke het meest zichtbaar zijn of het meest verspreid voorkomen:

● mishandeling tussen levenspartners (in de eerste plaats vanwege mannen jegens vrouwen, doch ook omgekeerd). Deze mishandeling voltrekt zich doorgaans op het lichamelijke vlak, doch ook geestelijk en moreel;

● misbruik vanwege volwassen mensenzielen ten nadele van kinderen, hetzij in de vorm van pedofilie hetzij in de vorm van ware mishandeling en/of verwaarlozing;

● mishandeling vanwege mensenzielen ten nadele van dieren, waarbij een dier bewust en gewild wordt gepijnigd, gefolterd of op enige wijze wordt gekweld, en de mishandelende ziel er bovendien genoegen in schept dat het dier zichtbaar lijdt door haar toedoen;

● op grote schaal komt bezetenheid in elke fase van de geschiedenis tot uiting in de gesteldheden, gedragingen en doelstellingen van dictators, in het kader van totalitaire politieke regimes en van hun bewust misleidende propaganda, waarbij door mensenzielen rechtstreeks plannen en werken van de duisternis worden uitgevoerd op inspiratie van de satan en om zijn doelstellingen van verwoesting, ellende en leed te verwezenlijken. Deze zielen worden doorgaans gedreven door een ongebreideld materialisme, een grote neiging tot corruptie en een neiging tot niets ontziend optreden tegen zielen die worden beschouwd als 'vijandig ten aanzien van het regime', waarbij vaak zonder enige remming wordt opgetreden met vervolging, repressie, vrijheidsberoving en gewetenloze foltering tot en met een ongebreidelde neiging tot terechtstelling.

Eveneens in mei 2018 zei de Meesteres van alle zielen dat bezetenheid getuigt van het feit dat een ziel haar innerlijke weerstand tegen de duisternis zelf heeft verzwakt of uitgeschakeld, en haar innerlijke processen niet langer oriënteert op GOD en haar eigen ware levensroeping die, zoals geldt voor ELKE mensenziel, bestaat uit een ononderbroken bijdrage tot de vervulling van Gods Werken, doch op de duisternis en een meewerken aan de voltooiing van de werken der duisternis. Zij voegde hieraan de volgende veelzeggende woorden toe:

"In waarheid zeg Ik je, dat:

bezetenheid geen zaak is van willoze overrompeling van de ziel door de duivel, want dat een ziel slechts door de duivel in bezit kan worden genomen in de mate waarin zij haar vrije wil begint te richten op werken en plannen die niet passen binnen haar roeping als werktuig voor de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken, die steeds zijn gericht op de vervolmaking van de stroming van Zijn Ware Liefde doorheen de Schepping.

Elke ziel krijgt bij haar schepping van God het vermogen ingestort om haar levensopdracht in Zijn dienst vlekkeloos te vervullen, alsook het verlangen om dit te doen. Door de dagelijkse genadewerking en de onophoudelijke stroming van Gods Liefde worden dit vermogen en dit verlangen vanuit Gods Hart ononderbroken rechtstreeks gevoed. De mate waarin de ziel haar vrije wil op God en op de voltooiing van haar levensopdracht in Gods dienst blijft oriënteren, bepaalt de mate waarin haar innerlijke gesteldheden zuiver blijven en waarin zij vruchtbaar blijft in het kader van de vervulling van haar levensopdracht in dienst van God, want door deze oriëntatie op God blijft zij vrijwillig leven vanuit een spontane Liefde voor God en voor Zijn Werken".

De duivel kan een ziel slechts beginnen omvormen tot een werktuig in dienst van zijn plannen van duisternis in de mate waarin deze ziel vrijwillig haar vermogen om God te dienen alsook het verlangen om dit te doen, begint te laten verzwakken door haar Liefde voor God en Zijn Werken en Plannen te laten verzwakken. Daarom zegt de Koningin van Hemel en aarde:

"In waarheid zeg Ik je, dat:

bezetenheid uiteindelijk steeds haar oorsprong vindt in een besmetting die de ziel zelf heeft toegelaten doordat zij haar aangeboren Liefde voor God en Zijn Werken heeft laten verontreinigen en deze naar de achtergrond heeft verschoven ten voordele van Liefde voor zichzelf, haar eigen voorstellingen, en daardoor de dienst aan de werken der duisternis. De duivel kan geen macht krijgen over een ziel die zich volledig op God en op de vervulling van Gods Werken en Plannen blijft richten. De ziel bepaalt zelf door haar eigen keuze en haar eigen oriëntatie op hetzij het Licht hetzij de duisternis, wie haar meester is: God (en bovendien bij Goddelijke volmacht en in Zijn vertegenwoordiging: de Koningin van Hemel en aarde en Meesteres van alle zielen) of de satan.

Om deze reden ook, kan een bezeten ziel slechts waarlijk, duurzaam en in de diepste zin van het woord worden geëxorceerd in de mate waarin zij zelf spontaan en bewust begint te verlangen naar een terugkeer naar de vervulling van haar oorspronkelijke levensopdracht in dienst van Gods Werken. Aangezien Gods Werken volledig en uitsluitend bestaan uit Ware Liefde, betekent dit automatisch voor de ziel een onmiddellijke, totale en onvoorwaardelijke keuze voor het beleven van de Ware Liefde in al haar innerlijke gesteldheden en de toepassing ervan in al haar doen en laten en al haar woorden. Om volkomen te worden, moet de Ware Liefde worden beleefd jegens God Zelf, jegens al Zijn Werken en Plannen, jegens alle medeschepselen, zelfs jegens de natuur, het leefmilieu als Werk van God en als element in de vervulling van Zijn Heilsplan.

Voor de bevrijding van een bezeten ziel uit de macht van de duisternis heeft God hulpmiddelen voorzien, doch geen van deze middelen kan een duurzame werking krijgen indien de ziel bovendien niet zelf bewust, spontaan en volhardend kiest voor een onvoorwaardelijke dienst aan het Licht, dit wil zeggen: indien zij niet bewust, spontaan en volhardend haar hele verdere leven wijdt aan een onvoorwaardelijke beleving en verspreiding van een zelfverloochenende, belangeloze en vlekkeloze Liefde".

Reeds in juni 2016 zei de Meesteres van alle zielen privaat tot Myriam dat de satan bij voorkeur bezit neemt van zielen die:

● het uiterst belangrijk vinden dat hun medemensen naar hen opkijken, en veel belang hechten aan menselijk opzicht en aan de opvattingen van de wereld;

● ontevreden zijn over de gang van hun leven;

● een grote neiging bezitten om negatief te denken en van alles eerst het slechte te verwachten;

● zeer weinig geloof en vertrouwen hebben in de realiteit en de werking van Gods Voorzienigheid;

● neigen tot jaloersheid, en zich (soms onbewust) verzetten tegen de Beschikkingen van God ten aanzien van hun leven, met andere woorden ontevredenheid over de beproevingen, voor dewelke zij God de schuld geven en voor dewelke zij hun medeschepselen bij elke mogelijke gelegenheid willen laten boeten;

● niet in staat blijken om hun eigen plaats en rol binnen Gods Plan te beseffen, en hierdoor ook neigen tot overschatting van de belangrijkheid van hun eigen persoon. Zelfverheffing is daarom een grote open deur naar bezetenheid;

● neigen tot zelfzucht, zich nauwelijks kunnen inleven in hun medeschepselen en hun noden, behoeften en gevoelens, en zelfs gemakkelijk volkomen onverschillig blijven voor deze noden, behoeften en gevoelens. Dit alles vormt een zeer rijke en vruchtbare bodem voor de neiging tot mishandeling, kwelling en listige manipulatie van medeschepselen.

De satan inspireert de door hem bezeten ziel tot een innerlijk leven dat wordt opgebouwd als een zelfgemaakte wereld met eigen regels en wetten, een wereld waarin de ziel zelf de godin is, die meestal op ongemerkte wijze haar heerschappij over haar medeschepselen begint uit te oefenen en op de meest uiteenlopende wijzen alles aan zich begint te onderwerpen en alle aandacht voor zich begint op te eisen.

In een extreme mate kan deze gesteldheid worden gevonden in narcistische zielen. Narcisme is de gesteldheid van de ziel die zichzelf grenzeloos verheft en zichzelf zo volmaakt begint te achten dat zij als het ware verliefd wordt op zichzelf en zich zelfs als middelpunt van alles kan beginnen beschouwen, alsof zij persoonlijk de hele wereld bezit, en zichzelf veel mooier, groter of specialer vindt dan anderen, en zelfs zichzelf 'verafgoodt'. De Hemelse Meesteres noemde de narcistische ziel tevens "een ziel die zichzelf zo diep misleidt dat zij blind wordt voor alle duisternis die in haar leeft en/of zodanig aan haar zelfgemaakt zelfbeeld vasthoudt dat zij zelfs ondanks bewijzen voor haar grote dwaling niet tot ommekeer komt. Het is alsof een narcistische ziel zichzelf bekijkt en luistert naar de innerlijke stem van de duivel die zegt: 'Wat ben je mooi (dit wil zeggen: 'je past volmaakt binnen mijn plannen die ik via jou wil uitwerken'!), je hoeft helemaal niets te veranderen. Ongeacht wat anderen ook mogen zeggen, indien het niet past bij het beeld dat je van jezelf hebt, geef er geen aandacht aan'." De narcistische ziel verliest alle gevoel voor Licht en duisternis, waardoor zij er gewoonlijk van uitgaat dat zijzelf zonder zonde is, ja zelfs niet eens kan zondigen. In haar eigen voorstelling is zij volmaakt en onfeilbaar.

Waarom zegt de Hemelse Meesteres dat exorcisme slechts duurzame effecten kan krijgen wanneer de bezeten ziel vrijwillig voor God en Zijn Werken van Licht kiest? Omdat de ware, zelfverloochenende Liefde jegens God en jegens alle medeschepselen het enige echte schild van de ziel tegen alle duisternis is. Het oprecht verlangen om concreet, onvoorwaardelijk en onzelfzuchtig lief te hebben en Gods Werken te dienen in volkomen zelfverloochening, is de enige sleutel tot opening van de deur van de kerker waarin de bezeten ziel zich gewillig heeft laten opsluiten. Daarom zegt de Koningin van Hemel en aarde:

"In waarheid zeg Ik je: De bezeten ziel is geen willoos slachtoffer, zij heeft door opeenvolgende momenten van verzuim van weerstand tegen bekoringen de duisternis in haar zo machtig gemaakt dat zij uiteindelijk machteloos jegens de duisternis is geworden. Zij kan dit echter op elk ogenblik zelf opnieuw omkeren. De bezeten ziel kan de duivel in zich onttronen, hem van zijn macht beroven, door de almacht van de Ware Liefde en van het oprechte verlangen om Gods Werken te dienen".

Bedoelt de Heilige Maagd hiermee dat exorcisme zinloos is? In geen geval, maar wat Zij wél bedoelt, is dat de vruchten van een exorcisme pas blijvend vruchtbare grond zullen vinden in de mate waarin de geëxorceerde ziel vrijwillig haar hart op een totale dienst aan God richt, zodat de duisternis haar niet meer zo gemakkelijk kan inzetten tot verwezenlijking van de plannen en werken van de satan. Laten wij in geen geval uit het oog verliezen dat in wezen elke mensenziel in een bepaalde graad bezeten is, daar elke mensenziel in een hogere of in minder hoge mate, hetzij frequent hetzij nu en dan, de duisternis dient en derhalve door de satan in bezit wordt genomen om op zijn 'leiding' zijn werken te doen.

(deze bloemlezing wordt geregeld verder uitgebreid)