TOTUS TUUS, MARIA !

ZONSONDERGANG IN DE ZIEL

Onderrichting vanwege Maria, de Meesteres van alle zielen

via Myriam van Nazareth

Toen de Meesteres van alle zielen gebedsbloem 1784 (Smeekgebed tot Maria voor een gekwelde ziel) dicteerde, beloofde Zij een "korte toelichting bij de diepe inhoud ervan". De volgende tekst is drager van de beloofde Hemelse vrucht.

De Hemelse Koningin hecht een groot belang aan gebed om ondersteuning voor gekwelde zielen, en aan offers met dezelfde doelstelling. De reden hiervoor ligt in het feit dat de Schepping als geheel een netwerk is, in hetwelk alle elementen (elke mensenziel, elk dier, zelfs elk element van het natuurlijk leefmilieu) onderling met elkaar verbonden zijn, en dat derhalve, met het oog op een zo goed mogelijk functioneren en bloeien van het geheel, elk element de kans moet krijgen om zijn optimale ontplooiing te verwezenlijken. Dit alles met de bedoeling, dat elk element van het netwerk zijn maximale bijdrage moge kunnen leveren tot de verwezenlijking van de Plannen van Liefde die God voor de hele Schepping koestert. Het ene element kan het andere hierbij helpen.

De Heilige Maagd wijst er de zielen op, dat zielen niet alleen worden gekweld en tegengewerkt door invloeden van buitenaf, doch in veel gevallen ook zichzelf ondergraven door hun eigen innerlijke gesteldheid. Er zijn hartsgesteldheden door dewelke een mensenziel als het ware 'duisternis aantrekt', veel duisternis in zichzelf vasthoudt en daardoor ook met duisternis reageert op vele situaties in haar leven, in het bijzonder op situaties die zij als onaangenaam ervaart of die haar onzeker maken.

Drie van de belangrijkste wegen via dewelke mensenharten van binnenuit worden verduisterd en daardoor worden tot grote hindernissen voor de bloei van de betreffende zielen als werktuigen via dewelke God Zijn Heilsplan wil verwezenlijken en de vruchten van de Verlossingswerken van Jezus Christus in de mensenzielen wil ontsluiten, worden in gebedsbloem 1784 als volgt vermeld:

"Ik smeek U voor ..... (naam van een medemens) om Uw allermachtigste tussenkomst voor een ware Vrede van hart, een oprechte zelfkennis en een totale en definitieve bevrijding uit elke neiging tot negatief spreken, negatief denken en negatief voelen".

Talrijk zijn de mensenzielen die weinig of geen Vrede in hun hart ervaren. In een private Openbaring die de Meesteres van alle zielen in september 2017 aan Myriam gaf, noemde Zij de Vrede van hart "het effect van een ongeremde en zuivere overvloeiing uit Gods Hart naar de ziel toe, doordat deze ziel zich vrijwillig en spontaan in zodanige mate van duistere neigingen heeft vrijgemaakt dat de stroming van het Goddelijk Leven onbelemmerd in haar kan binnentreden".

In juni 2006 had de Meesteres de Vrede van hart reeds gedefinieerd als een toestand van "totale berusting in Gods beschikkingen", een toestand van "vrij-zijn van alle onrust, wrok, wrevel, bitterheid, afgunst, jaloersheid, nijd, haat, achterdocht en alle bewegingen in het gevoelsleven waardoor een hart de stroming van de Ware Liefde belemmert". Daarom is de ware Vrede van hart de innerlijke gesteldheid die intreedt wanneer de ziel zich spontaan in harmonie voelt met Gods Wet en zij voelt dat zij in een zodanige mate op Gods Hart is gericht, dat al haar gesteldheden en haar hele doen en laten volledig in dienst staan van de verwezenlijking van Gods Werken en te allen tijde op de meest doeltreffende wijze door God kunnen worden ingezet in het kader van Zijn Werken.

Ware Vrede van hart heeft dus alles te maken met de mate waarin een ziel (gewoonlijk onbewust) voelt dat zij bezig is, in al haar doen en laten en in alles wat van haar uitgaat, volkomen met God mee te werken en haar roeping als werktuig via dewelke God Zijn Werken tracht te voltrekken – dit is immers de enige ware levensopdracht van elke mensenziel op aarde – te vervullen op een wijze die door God kan worden goedgekeurd en die daadwerkelijk positieve vruchten in de Schepping oplevert. Wanneer de Heilige Maagd zegt dat de ware Vrede van hart gewoonlijk onbewust (en derhalve spontaan) in een ziel wortel schiet, bedoelt Zij hiermee dat een ziel zich ook bewust kan voorstellen dat zij in innerlijke Vrede verkeert, zonder dat dit waarlijk het geval is. Dit komt voor in zielen die zichzelf niet echt kennen. Deze toestand is voor de ziel niet zonder risico, want een ziel die zichzelf anders ziet dan zij werkelijk is, wordt gemakkelijk door de duisternis gemanipuleerd.

Wanneer een ziel de ware Vrede van hart verliest, vervalt zij in een gesteldheid die haar negatief doet reageren op de meest uiteenlopende situaties, bijvoorbeeld op niet-bevredigde behoeften en verlangens. Onvrede vestigt zich in een hart in de mate waarin de ziel niet in harmonie verkeert met Gods Wet, en haar innerlijke gesteldheden en doen en laten niet Gods Werken dienen. Onvrede van hart is daarom een onmiskenbaar teken voor het feit dat de Heilige Geest onophoudelijk bezig is, het geweten te activeren opdat het de afwijking van de ziel ten aanzien van Gods Wet spontaan en actief moge herkennen en beseffen, in een poging om de ziel zelf terug te voeren naar een grotere staat van genade, en de Schepping in haar geheel te helpen zuiveren van duisternis die haar wegleidt van het door God voorziene evenwicht.

Een ziel in innerlijke onvrede is daarom een ziel in dewelke zich een strijd voltrekt, die soms ononderbroken woekert, in andere gevallen in een golfpatroon nu en dan slechts sluimert om dan plots weer acuut voelbaar te worden. Deze acute opstoten worden dan gekenmerkt door een algemeen duistere uitstraling van de ziel, een norse of onvriendelijke houding jegens medeschepselen, een wijze van spreken en reageren die verraadt dat de ziel zich beklemd of ontevreden voelt (al kan zij soms niet eens tot uitdrukking brengen waarom), en een uitgesproken neiging om in alles eerst het 'slechte' te zien (dit wil zeggen: datgene wat deze ziel zelf als 'slecht' of 'negatief' beschouwt) en het 'slechte' te verwachten. Een ziel in de gesteldheid van onvrede van hart ervaart vele dingen en situaties, en zelfs medeschepselen, als een last, soms zelfs als bronnen van ergernis. Het ontbreekt hen aan Licht in het hart, zodat vele dingen en situaties, alsook de toekomst, door hen worden waargenomen als duister, kleurloos, en verstoken van alle vreugde.

Wat een ziel met gebrek aan ware Vrede in het hart gemakkelijk in deze gesteldheid vasthoudt, is het feit dat zij zich er vaak nauwelijks van bewust is, hoe het in haar hart waarlijk met haar is gesteld en hoe zij op haar omgeving overkomt. Daarom laat de Hemelse Meesteres de biddende ziel tot Haar smeken om een oprechte zelfkennis voor de gekwelde ziel voor wie zij bidt.

Zielen wier hart vaak is ondergedompeld in duistere gesteldheden die haar ten prooi geven aan gevoelens van algemene onvrede, ontdekken niet gemakkelijk het aandeel dat zijzelf aan hun gesteldheid hebben, en zien vrijwel automatisch medeschepselen als schuldigen voor situaties en gebeurtenissen met dewelke zij moeilijk kunnen omgaan, en als bronnen van hun 'niet-gelukkig-voelen'. Zij kennen zichzelf nauwelijks of niet. Nochtans houdt de Heilige Geest bij geen enkele ziel ooit één ogenblik op, te trachten, de ziel zodanig te ontsluiten dat zij zichzelf moge leren zien zoals zij werkelijk is, dit wil tevens zeggen: zichzelf te leren zien zoals God Zelf haar ziet. Dit vermogen is van het grootste belang, want het onvermogen van een ziel om zichzelf te zien zoals zij werkelijk is, geldt voor de onfeilbare Goddelijke Rechter niet als verontschuldiging of rechtvaardiging voor haar vasthouden aan onvrede in het hart. Bovendien maakt een ziel in de gesteldheid van gebrek aan Vrede van hart én met een gebrek aan oprechte kennis van zichzelf, vaak haar eigen leven én dat van medeschepselen met dewelke zij in aanraking komt, tot een kruis dat zwaar is om dragen en dat lange schaduwen over diverse levenswegen kan werpen. De Hemelse Koningin zegt hierover, dat deze zielen in bepaalde omstandigheden (hetzij nu en dan, hetzij veelvuldig) "het effect hebben van een donkere wolk die zich tussen hun medeschepselen en het Licht van de Zon uit Gods Hart schuift".

Waarom spreekt de Hemelse Meesteres uitdrukkelijk over "oprechte zelfkennis"? Omdat zielen ten prooi kunnen vallen aan de neiging om zichzelf, hun gedrag en hun gesteldheden goed te praten en/of zodanig waar te nemen, dat zijzelf geen enkele schuld hebben en slechts slachtoffer zijn van omstandigheden buiten hun wil, die worden veroorzaakt door situaties en medeschepselen die hen 'automatisch' tot hun verduisterde gesteldheid en gedrag brengen. Een gebrek aan oprechte zelfkennis heeft voor de ziel gevolgen die haar verduisterd gemoed steeds verder kunnen bekrachtigen:

Een ziel die zichzelf niet precies kent en doorgrondt zoals zij werkelijk is, met al haar zwakheden, verleidbaarheden, tekortkomingen én vermogens tot volkomen ontplooiing als ziel, kan in de strijd tegen de duisternis niet bruikbaar en niet vruchtbaar zijn. De strijd tegen de duisternis buiten zichzelf is zinloos en nutteloos indien de ziel niet in de eerste plaats haar eigen duisternis heeft herkend en deze onder controle heeft gekregen.

Reeds jaren geleden spoorde de Meesteres van alle zielen de zielen ertoe aan om minstens één maal in hun leven een grondige zelfanalyse te volbrengen. Deze analyse heeft tot doel: dat de ziel inzicht zou krijgen in de wegen via dewelke de duisternis haar reeds heeft kunnen manipuleren, en in de redenen waarom dit mogelijk is geweest. Met andere woorden, de ziel volgt een redenering in deze zin: "Ik heb dit en dat verkeerd gedaan, en dit was mogelijk omdat ik die en die zwakheid heb, die mij voor deze vorm van manipulaties vanwege de duisternis vatbaar maakt". Een dergelijke zelfanalyse is niets anders dan een gouden weg naar een oprechte zelfkennis. De ziel die deze analyse in alle eerlijkheid jegens zichzelf volbrengt, kan op grond van haar bevindingen een oprechte, diepe levensbiecht spreken, die haar in hoge mate kan zuiveren en negatieve gesteldheden in haar hart onwerkzaam kan helpen maken. Een dergelijke levensbiecht heeft echter slechts waarlijk nut in de mate waarin de ziel zich oprecht voorneemt om zich met kracht tegen haar zwakheden en verleidbaarheden te verzetten en zij oprecht beseft dat zij door deze zwakheden en verleidbaarheden haar medeschepselen leed en/of schade kan hebben berokkend en daardoor Gods Grondwet van de Ware Liefde (niet zelden veelvuldig en gedurende lange tijd) heeft overtreden.

De Meesteres van alle zielen benadrukt dat een dergelijke reis naar zelfontdekking niet louter mag berusten op verstandelijk redeneren en nadenken over zichzelf, doch moet leiden tot een wedergeboorte in het hart, met andere woorden tot een grondige omvorming van de hartsgesteldheid van negatief naar positief, van duister of schemerig naar lichtvol, van verkilling naar warmte. Zij zegt in dit verband: "Zodra de ziel erin slaagt, de kennis die zij over haar eigen natuur, haar eigen neigingen en gewoonten verwerft, te benutten voor de ontwikkeling van een nieuw gevoelsleven en een levensdoel dat louter op de vervulling van Gods Plannen wordt gericht, kunnen de ketenen van haar slavernij jegens haar eigen zelfbeeld gebroken worden". De ziel in de staat van onvrede in het hart en gebrek aan oprechte zelfkennis beschouwt zichzelf gemakkelijk als slachtoffer van omstandigheden buiten haarzelf. Zij gelooft daarbij in een duistere inspiratie die haar wil belemmeren om open te bloeien, en wordt als het ware tot slaaf van een voorstelling, die vaak volkomen onterecht is of ten minste ten dele niet de volle waarheid weerspiegelt. Zo worden vele zielen gehinderd om voluit de Werken van God te dienen, en om ondanks de beproevingen van het leven een mate van Geluk te bereiken die hen in staat stelt om elke poging van de duisternis om hun onvrede vast te houden, met Licht en warmte te bestrijden.

Zeer veelzeggend is daarom de volgende uitspraak die de Heilige Maagd Maria ooit deed: "Slechts in de mate waarin een ziel vaststelt dat zij welbepaalde tekortkomingen en duistere kanten heeft, deze vaststelling eerlijk en oprecht aan zichzelf toegeeft, en zij in haar hartsgesteldheden radicaal van richting verandert, zal zij de sleutel vinden om waarlijk opnieuw geboren te worden voor een leven in het ene Ware Licht". Dit leven in het ene Ware Licht laat zich reeds hier op aarde voelen als de gesteldheid van spontane blijmoedigheid, onwankelbare Hoop, en gelukkig-zijn zelfs in moeilijke omstandigheden, want gevoelens van gelukkig-zijn geven uitdrukking aan het feit dat de ziel minder zwaar aan haar beproevingen tilt omdat zij diep in haar hart 'weet' dat alles in orde komt omdat God (het Ware Licht) in haar leven mag heersen – inderdaad, 'mag' heersen, want de ziel moet vrijwillig God de mogelijkheid bieden om haar leven te besturen. God respecteert voluit de menselijke vrije wil, dringt niets op, en laat daarom elke mensenziel de vrije keuze in haar handelen en in alles wat zij wil nastreven of juist wil vermijden.

In gebedsbloem 1784 laat de Hemelse Meesteres de biddende ziel tot Haar smeken om bemiddeling van de genade van een totale en definitieve bevrijding uit elke neiging tot negatief spreken, negatief denken en negatief voelen. Een ziel die weinig Vrede in het hart heeft en die zichzelf niet echt kent zoals zij werkelijk is en zoals zij werkelijk bij haar medeschepselen overkomt, is in wezen negatief ingesteld en wordt derhalve doorgaans gekenmerkt door een grote neiging om negatief te spreken, te denken, te voelen en te bestreven. Dit betekent dat alles wat in haar omgaat en van haar uitgaat, doordrongen zal zijn van duisternis, waardoor zij haar medeschepselen kan ontmoedigen, van levenslust en levenskracht kan beroven, haar hele leefwereld negatief zal benaderen en beschouwen, steeds eerder slechte dan goede ontwikkelingen en gebeurtenissen zal verwachten, gemakkelijk slecht zal denken en voelen in verband met medeschepselen, in vele omstandigheden gemakkelijk in de verleiding kan komen om te lasteren, te roddelen of medemensen verdacht te maken, enzovoort.

Een ziel die alle omstandigheden, situaties en contacten in haar leven negatief benadert, draagt niet bij tot de verwezenlijking en ontsluiting van Gods Werken in de wereld. God streeft ononderbroken naar een steeds krachtiger doorstroming van Licht en Liefde tussen alle schepselen. De mensenziel kan hieraan slechts met vrucht meewerken in de mate waarin haar hart, haar gedachten, haar verwachtingen en haar houding ten overstaan van alles wat in haar leven gebeurt, vervuld zijn van Licht en Liefde. Concreet betekent dit, dat zij moet betrachten, de Wet van de Ware Liefde oprecht en spontaan na te leven op elke meter van haar levensweg. Om ten volle te begrijpen wat dit betekent, verwijst de Meesteres van alle zielen naar Haar uitgebreide definitie van 'Ware Liefde', die Zij reeds in september 2013 inspireerde in Haar onderrichting De Ware Liefde.

Het is inderdaad opmerkelijk dat de Koningin van Hemel en aarde verwijst naar een verband tussen onvrede in het hart enerzijds en een gebrekkige beleving van Gods Basiswet van de Ware Liefde anderzijds. Een ziel die alle componenten van de Ware Liefde, zoals deze in Haar definitie van 2013 zijn uiteengezet, spontaan in de diepte beleeft, zal doorgaans een hoge graad van Vrede in haar hart ervaren, zichzelf oprecht zien zoals zij werkelijk jegens haar medeschepselen is, en in alles slechts het positieve willen zien. Dit betekent dat zij zelfs in schijnbaar verduisterde situaties zal blijven zoeken naar lichtpunten, dat zij in elk medeschepsel zal zoeken naar goede punten die zij kan benadrukken opdat het Licht in elk schepsel de kans moge krijgen om open te bloeien, en dat zij zich zelfs slecht of bedroefd voelt wanneer zij zichzelf betrapt op een plotse neiging om over een medeschepsel iets negatiefs te zeggen, te voelen of te denken. Naarmate een ziel de ware Vrede van hart ervaart, is zij immers spontaan doordrongen van het besef dat alles uiteindelijk van God uitgaat en dat slechts menselijke inmenging die door de duisternis is geïnspireerd, situaties, gebeurtenissen en schepselen kan doen afwijken van Gods bedoelingen. Op grond van dit besef kan zij niet haar innerlijk evenwicht bewaren wanneer zijzelf ten prooi is gevallen aan bekoringen tot negativiteit in handelen, spreken, voelen of denken.

De Moeder Gods onderricht daarom het onschatbaar groot belang van een spontane beleving van Ware Vrede in het hart, omdat deze ervaring een essentiële voorwaarde vormt om een mensenziel te maken tot een waardevol knooppunt in de doorstroming van Gods Liefde doorheen de Schepping. Elk gebrek aan ware Vrede van hart werpt in deze doorstroming een hindernis op, die vergelijkbaar is met het effect van een wolk die vóór de stralende zon schuift.

Elke mensenziel is geroepen om jegens de hele Schepping een spiegelbeeld van haar God te zijn, beeld en gelijkenis van de Schepper. God is voor de hele Schepping als de zon. Op grond van voormelde roeping mag geen mensenziel zijn als een wolk die Gods Licht en de warmte van Zijn Liefde blokkeert of deze verhindert om haar werkingen in de Schepping ten volle te ontplooien. Om deze reden toont de Meesteres van alle zielen aan, hoe belangrijk het is dat mensenzielen elkaar zouden ondersteunen in de beleving van de ware Vrede van hart. Beeld en gelijkenis van God kan een ziel nooit worden zolang zij onvrede in haar hart toelaat.

Om te herkennen of, en wanneer, enige vorm van onvrede het innerlijke leven begint te verontreinigen, moet de ziel oprecht verlangen om zichzelf op elk ogenblik te kunnen zien zoals zij werkelijk is, dit wil zeggen: zoals haar medeschepselen haar tegenwoordigheid ervaren én zoals God Zelf haar ziet en ervaart. De Heilige Maagd wijst erop, dat elk gebrek aan Vrede van hart en elke uiting van dit gebrek in de vorm van negativiteit in handelen, spreken, voelen, denken en verwachten, de vervulling van de levensopdracht van de ziel gedurende haar ene leven op aarde in de weg staat, en daarom voor haarzelf kan bepalen of zij een Eeuwig Leven in de Gelukzaligheid van de Hemel zal ervaren, of niet (of slechts na een zeer lange louteringstijd, omdat zij de Wet van de Ware Liefde veelvuldig heeft geschonden).

De Meesteres van alle zielen heeft nooit opgehouden, te benadrukken hoe vruchtbaar het voor de zielen kan zijn wanneer zij Haar – de onbevlekte en eeuwig zondeloze Moeder Gods – in alles trachten na te volgen in al Haar gesteldheden van hart. Zij doet dit niet bij wijze van zelfverheffing noch om Zichzelf tot uiteindelijk eindpunt van de bestrevingen van de mensenziel te maken. Haar betrachting is steeds geweest, zielen op de vruchtbaarst mogelijke wijze binnen te leiden in het Hart van Jezus Christus als Belichaming van het Goddelijk Leven en van de praktische toepassing van de Goddelijke Basiswet van de Ware Liefde in elk menselijk leven. Zij heeft doorheen Haar Wetenschap van het Goddelijk Leven – het geheel van alle door Haar geïnspireerde onderrichtingen, antwoordbrieven en gebeden – ten overvloede aangetoond hoezeer Haar eigen innerlijke gesteldheden identiek zijn met deze van de Christus, doordat God Haar volkomen heeft opgenomen in het Mysterie van de Verenigde Harten van Jezus en Maria. Deze eenheid van Hart met de Christus maakt Haar tot een volmaakte spiegel van het Hart van Christus en tot een volmaakte verwezenlijking van de roeping van elke mensenziel: beeld en gelijkenis te zijn van haar God.

Precies deze volmaakte verwezenlijking maakt Maria 'vol van Genade'. Om deze reden wordt in gebedsbloem 1784 gevraagd dat de ziel voor wie wordt gebeden, voortaan volkomen onder de hoede en bescherming van de Hemelse Koningin moge staan, opdat zij niet moge terugvallen in enige neiging tot verduistering van haar hart. Een ziel die haar hart volkomen op de Heilige Maagd oriënteert, opent zich daardoor ten volle voor een instroming van de lichtvolle hartsgesteldheden van de meest volmaakte van alle geschapen mensenzielen die ooit op aarde hebben geleefd. Gebed voor een zuivering van het hart van een medemens kan slechts een duurzaam resultaat krijgen in de mate waarin men deze medemens tevens aan een intense begeleiding door de Koningin van Hemel en aarde overdraagt. In de mate waarin de betreffende medemens deze overdracht ook zelf spontaan en vrijwillig aanvaardt, wordt deze overdracht tot een echte toewijding. Precies de in alle situaties van het dagelijks leven toegepaste totale toewijding aan Maria vormt de gouden weg naar een complete vervulling van de opdracht en roeping met dewelke God elke ziel in de wereld zendt: een leven te leiden als betrouwbaar en vruchtbaar werktuig voor de ontsluiting van de effecten van de Werken die God in Zijn Schepping wil volbrengen.

In dienst van de Meesteres van alle zielen,
Myriam, april 2026