TOTUS TUUS, MARIA!

DE BELOFTE VAN DE EEUWIGE ZOMER

Gods Offensief van Licht en Liefde tegen het kwaad

Myriam van Nazareth

dixitque Deus: "Fiat Lux", et facta est Lux

(en God zei: "Er moet Licht zijn", en er was Licht)

God heeft Zijn Schepping gemaakt uit Liefde en Licht.

De vlekkeloze, belangeloze Liefde is de essentie en de brandstof van het Leven, want het is het alomvattend wezensprincipe van God Zelf.

Het Licht is de zijnstoestand van God, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid en het vermogen om het leven in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden.

De zijnstoestand die volmaakt doordrongen is van de volheid van het Licht en de Ware Liefde is het Goddelijk Leven, het Leven naar Gods beeld en gelijkenis, dat God van in den beginne heeft voorzien voor elke mensenziel.

De absolute tegenpolen van de Liefde en het Licht zijn de zonde en de duisternis. De vanaf de erfzonde zeer snel toenemende zonde en duisternis hebben een zeer groot gedeelte van Gods voelbare Tegenwoordigheid in de Schepping vervangen door chaos, ellende, onvrede, leed, onrecht en liefdeloosheid in haar talloze gedaanten.

De zonde is de handtekening van de satan die zich uitwerkt via de innerlijke gesteldheden van een mensenziel, opdat deze laatste hem (de satan) zou volgen in de opstandigheid tegen Gods Wet van de Liefde en hierdoor bij elke zonde haar hartsgesteldheid méér aan deze van de satan zelf gelijk zou maken, teneinde de werken en plannen van de duisternis te helpen verwezenlijken.

De werken en plannen van de duisternis hebben slechts één doel: de Werken en Plannen van God in de Schepping te schaden, tegen te werken, af te remmen, te verontreinigen, en door dit alles de tekenen van Gods Tegenwoordigheid uit de Schepping te verdrijven en deze te vervangen door de tekenen van de vijand van het Goddelijk Leven. Wat de satan uiteindelijk beoogt, doch nooit zal kunnen doen, is de Werken en Plannen van God in de Schepping vernietigen. Wat uit het Hart van God voortkomt, kan niet worden vernietigd, want het draagt de kiem van het Goddelijk Leven in zich, en het Goddelijk Leven is onsterfelijk. Vernietigen, is in wezen ontdoen van alle Leven. Iets dat drager is van een kiem van Goddelijk Leven, kan niet van het Leven worden beroofd zolang ook maar een vonk van Ware Liefde werkzaam blijft.

De satan heeft van God de toelating gekregen om de mensenziel te bekoren, dit wil zeggen: om de mensenziel zijn eigen verlangens in te fluisteren opdat de ziel zich met haar hele doen en laten en haar innerlijke gesteldheden moge inzetten voor de verwezenlijking van werken van duisternis. God heeft dit toegestaan opdat de mensenziel uit eigen vrije wil moge kunnen kiezen voor God of voor de satan, voor het Licht en de Liefde of voor de zonde en de duisternis. Slechts indien de mensenziel haar gedrag en haar innerlijke gesteldheden vrij kan bepalen, hebben deze voor God waarde als tekenen voor de spontane oriëntatie van de ziel: Kiest zij voor het Licht of voor de duisternis, voor een leven in dienst van God of voor een leven in dienst van de werken van duisternis, voor een wereld geregeerd door de Ware Liefde of voor een wereld geregeerd door chaos, ellende, onvrede, leed, onrecht en liefdeloosheid?

Daarom ligt het volkomen in de handen der mensenzielen wat met de wereld gebeurt, hoe deze zich ontwikkelt, en in welke mate Gods Werken in de Schepping daadwerkelijk hun oorspronkelijke zuiverheid bewaren en in leven blijven. Om deze reden mag in de Schepping het Vuur van de Ware Liefde nooit doven. Hier ligt de kern van de opdracht die de Koningin des Hemels van God heeft ontvangen om deze via Haar leiding, onderricht en innerlijke begeleiding in en doorheen mensenzielen in deze Laatste Tijden te volbrengen tot absolute bekroning van de Werken van de Goddelijke Verlosser Jezus Christus, de Messias. Om deze reden zullen deze Laatste Tijden worden gevolgd door wat wordt genoemd 'het Messiaans Tijdperk'.

De dageraad van het Messiaans Tijdperk zal het uur zijn, waarin De Vrouw, Maria, de Leidster van de Legers van het Licht, de Moeder van de Messias, Koningin van Hemel en aarde en Meesteres van alle zielen, voor de ogen van de hele Schepping de kop van de helse slang onder haar voet zal verpletteren, wat heel concreet betekent dat Zij Die de Belichaming is van de absoluut heilige mensenziel, het volmaakte Spiegelbeeld van het Goddelijk Leven en van het Hart van God Zelf, de satan definitief van al zijn macht zal beroven door al zijn werken en plannen onder de macht van de volmaakte Liefde van al hun effecten te ontdoen. Met de voltooide Triomf van De Vrouw over de satan wil God jegens deze laatste het Groot Teken stellen voor de macht van de volmaakte heiligheid – dit wil zeggen: van de volmaakt beleefde zelfverloochenende Liefde en de volmaakt beleefde volheid der Genade – van de geschapen mensenziel over alle duisternis.

In dat uur zal de mensenziel door God definitief in eer worden hersteld: Door de erfzonde heeft de mensenziel de waardigheid van de volmaakte heiligheid verworpen, en zij heeft deze verwerping steeds intenser bekrachtigd door de vele biljoenen zonden die sedertdien door de hele mensheid zijn begaan. Door de Onbevlekte Ontvangenis van Maria liet God Zijn eerste krachtig weerwoord op deze duisternis over de Schepping stralen. Door Maria's volmaakt vlekkeloos, zondeloos leven werd dit Goddelijk weerwoord bekrachtigd door de vrije wil van een geschapen ziel. Dit was van het grootste belang met het oog op de eindoverwinning van de Liefde en het Licht, die God de mensheid in het vooruitzicht stelde door deze vlekkeloos heilige Ziel op kracht van de bruiloft tussen een Goddelijke Beschikking en een menselijke vrije wil (Maria's ja-woord) te vormen tot levend Tabernakel van de God-Mens, de Christus die als Messias het Verlossingsmysterie zou voltrekken.

Jezus Christus besloot Zijn Leven op aarde met een absoluut volmaakt Lijden en Kruisdood tot bekroning van alle beproevingen die Hij gedurende drieëndertig jaar had gedragen in een gesteldheid van de meest absolute zelfverloochenende Liefde, volmaakte aanvaarding van de Goddelijke Beschikkingen, en totale toewijding aan het Heilsplan van God voor de zielen van alle tijden.

Op het Kruis gaf de stervende Jezus het Leven aan een heilige ketting, die tot bedoeling had, het Vuur en het Licht van Zijn absolute Liefde en Zijn absoluut Offer te bestendigen tot Hij op kracht van het Goddelijk Decreet zal terugkomen om de troon te bestijgen in alle harten van goede wil. Deze ketting werd gesmeed in het Vuur van de gouden woorden "Vrouw ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder", door dewelke Hij Maria aan de zielen gaf, en de zielen aan Maria. Hierdoor werd Maria weinige ogenblikken vóór de verlossende Kruisdood van de Messias tot Moeder en innerlijk Leidster van alle zielen van goede wil, dit wil zeggen van alle zielen die bereid zouden zijn om, in navolging van de Christus, hun vrije wil volkomen te laten versmelten met de Wil van God als het ultieme teken van waardering voor het Offer dat hen het Eeuwig Leven mogelijk heeft gemaakt, en voor Hem Die dit Offer in volmaakte zelfverloochening voor hen heeft voltrokken.

God heeft hier een volmaakte Bruiloft voorzien tussen de Godheid en de geschapen mensenziel: In de gedaante van de Mens geworden Godheid heeft Jezus Christus een alomvattend Offer volbracht dat is bekleed met de macht om de duisternis te beroven van haar uitwerkingen in elke ziel die er ten volle, spontaan, vrijwillig en vanuit een zo zuiver mogelijke zelfverloochenende Liefde naar verlangt om dit Offer 'aan te vullen' met alle beproevingen en kruisen van haar eigen leven. In Maria is de eerste geschapen mensenziel opgestaan, die op volmaakte wijze in zich de gesteldheden heeft beleefd die volkomen met de gesteldheden van de Goddelijke Christus zijn versmolten. Zij bekrachtigde daardoor als het ware de volmaakte oriëntatie van de geschapen ziel op God, op de Ware Liefde, op de volheid van het Licht. De Goddelijke natuur (Jezus Christus) die Mens is geworden, sluit eeuwigdurend Bruiloft met de menselijke natuur (Maria) die een leven leidt die haar ziel verheft tot de meest volkomen uitdrukking van het beeld en de gelijkenis van God, en in deze Bruiloft wordt jegens de satan het teken gesteld dat Godheid en mensenziel hem samen in volmaakte eenheid van hart overwinnen en zijn werken totaal verlammen en hun effecten uitroeien, ondanks het feit dat deze werken gedurende de hele geschiedenis van de mensheid vanaf de erfzonde, schijnbaar totaal door de duisternis zijn beheerst.

Zo zou Maria, de Belichaming van de volmaakt heilige geschapen ziel, Wier Hart sedert Haar ja-woord, het woord van Haar volmaakte overgave aan de voltooiing van Gods Heilsplan, volmaakt één was met dat van de God-Mens en Die op kracht van Haar volheid van Genade in al Haar innerlijke gesteldheden volmaakt was doordrongen van het Licht en het Vuur van de Heilige Geest, in de ware zin van het woord Meesteres van alle zielen worden: innerlijke Gids, innerlijke Leidster, innerlijke Omvormster, Wegwijzer naar de voltooiing van de eenheid van de ziel met de verlossende gesteldheden van de Christus, en door dit alles de ware Meesteres voor elke ziel die zich van harte, bewust, spontaan, vrijwillig, onvoorwaardelijk, levenslang en totaal met inzet van haar hele leven zou inschakelen in de verwezenlijking van de Werken waarover Maria van God de leiding had ontvangen, en die in wezen niets minder zijn dan de Werken door dewelke God Zijn Licht en Liefde in alle zielen wortel tracht te doen schieten, opdat het woekerend onkruid van de duisternis in de hele Schepping uitgeroeid moge worden.

Maria is de Leidster en Wegwijzer gedurende de ultieme voorbereiding van de eindoverwinning van het Licht en de Liefde op de duisternis en de zonde, en daardoor van de uitroeiing van alle chaos, ellende, onvrede, leed, onrecht en liefdeloosheid in alle harten en tussen alle schepselen.

Door de erfzonde is de zon van de Ware Liefde in de hele Schepping versluierd. Deze wolkensluier is dikker en dikker geworden door talloze zonden en een ongebreidelde toename van duisternis in de innerlijke gesteldheden van steeds méér mensenzielen. Door deze duisternis bereikt steeds minder Licht en warmte van de zon van de Goddelijke Liefde het oppervlak van de Schepping, zodat in talrijke zielen een spirituele winter heerst. De Meesteres van alle zielen houdt de zielen nu intenser dan ooit Gods Belofte van de Eeuwige Zomer voor: Zij is de Dageraad van een tijdperk waarin de zon van de Ware Liefde zo zeer aan kracht zal winnen dat zij alle duisternis kan verdrijven. God kijkt nu met verlangen en verwachting naar de mensenzielen, in de hoop dat deze de immense uitstortingen van genaden die hen onder meer via de onderrichtingen in de Wetenschap van het Goddelijk Leven worden vergund, zoveel zielen zo diep mogen raken dat deze zich van harte, spontaan, vrijwillig, onvoorwaardelijk en levenslang met inzet van al hun doen en laten, al hun beproevingen en kruisen en al hun innerlijke gesteldheden mogen weggeven aan de Meesteres van alle zielen in een onophoudelijke en oprechte beleving van het hoogheilig verbond van totale toewijding.

De Koningin van Hemel en aarde, Meesteres van alle zielen door Goddelijke uitverkiezing en door een vlekkeloze levenslange beleving van de volheid der Genade, is sedert Haar Onbevlekte Ontvangenis de Dageraad van de zomerdag die getuige zal zijn van de grondvesting van Gods Rijk op aarde. De Zon Die uit deze Dageraad is voortgekomen op grond van de volmaakte Bruiloft tussen de Godheid en de vlekkeloos heilige mensenziel (Maria), is de Christus, Die op het Kruis van Golgotha de Belofte van de Eeuwige Zomer in haar volheid liet stralen. De Dageraad is de geboorte van de tijd die de nacht overwint en alle sporen die wijzen op het feit dat er een nacht is geweest, uitwist. Uit de dageraad rijst de zon op: De Christus staat op uit Maria, en straalt in de volheid van het Licht. De eeuwigdurende werking van de Bruiloft tussen de Godheid en de geschapen mensenziel komt tot uiting in het feit dat de Zon (Christus) de Schepping bestraalt en haar verlicht en opwarmt in samenwerking met haar stralen (Maria, de Draagster van de Genaden tussen God en de mensenzielen van goede wil).

Maria tracht zoveel mogelijk zielen diep innerlijk zodanig te bewerken dat deze worden voorbereid en gevormd voor een maximale openheid om de volheid van de Christus in zich op te nemen: Naarmate de ziel de zonnestralen (Maria) in zich opneemt, drinkt zij de Zon Zelf (Christus) in zich op, zodat de versmelting van de ziel met Maria haar automatisch opent voor versmelting met Jezus Christus – God ) en bijgevolg uitmondt in een toenemende staat van beeld en gelijkenis van God. Zo moet in elke individuele ziel de Eeuwige Zomer geboren worden. De beloofde Wederkomst van Jezus Christus is precies dit: Zijn volle Geboorte in de mensenharten, zodat deze overvloeien in een staat van innerlijk leven die ononderbroken Licht en Liefde doorheen de hele Schepping begint te verspreiden.

Zo ziet Gods Belofte eruit, en dit te verwezenlijken, is de levensopdracht van elke mensenziel. De zielen die in deze tijd leven, staan hierdoor aan de drempel van de wedergeboorte van het Aards Paradijs, een wedergeboorte die God reeds in de Onbevlekte Ontvangenis van Maria heeft voorafgespiegeld. Op ons rust nu de grote verantwoordelijkheid om Gods 'droom' te helpen verwezenlijken door een strikte navolging van het beeld van de heiligheid dat Hij ons in Maria heeft voorgehouden en in strikte navolging van onze roeping tot aanvulling van het Verlossingsoffer van de Christus door een onvoorwaardelijke onbegrensde versmelting van onze vrije wil met Gods Wil, die niets anders behelst dan de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede onder alle schepselen. Drie dingen zijn daartoe voor elke mensenziel onontbeerlijk:

  1. dat zij voor niets anders meer zou leven dan voor een intense verspreiding en beleving van de onvoorwaardelijke, zelfverloochenende Liefde;
  2. dat zij zich daarbij ononderbroken voor ogen houdt dat elk detail van haar innerlijke gesteldheden en van haar hele doen en laten uitwerkingen heeft op de hele Schepping en op alle schepselen met inbegrip van zichzelf;
  3. dat zij zich ten volle bewust blijft van het feit dat zij slechts op aarde leeft om een levensopdracht in dienst van Gods Heilsplan en derhalve van de grondvesting van Gods Rijk op aarde te vervullen, en dat zij in de vervulling van deze opdracht niets anders is dan één radertje in een reusachtig groot systeem, een radertje waarvan de werking immense gevolgen heeft voor de werking van het geheel doch dat tezelfdertijd op zich onbelangrijk is. De waarde van een ziel en haar leven wordt louter bepaald door de mate waarin, en de wijze waarop, zij haar levensopdracht vervult, elk ogenblik van elke dag.

De Eeuwige Zomer van Gods Rijk op aarde moet worden voorbereid door een lente van de Ware Liefde in de mensenzielen. Uit de lentebloesems van heilige levens – dit wil zeggen: levens die Heil over de Schepping helpen brengen – bereidt de Goddelijke Genade de zomervruchten. De gouden weg uit de winter via de lente naar de zomer loopt doorheen de mensenharten: De duisternis en koude van de winter kunnen slechts definitief worden verdreven door het Licht en de warmte van de zelfverloochenende Liefde van mensenzielen jegens al hun medeschepselen (mens, dier en zelfs het leefmilieu) en jegens Gods Plannen en Werken, in het bijzonder jegens de Goddelijke Belofte van de Eeuwige Zomer.

Myriam, juni 2019


De Koningin des Hemels inspireert het volgende schema betreffende

Gods verwachtingen ten aanzien van elke mensenziel

in haar hoedanigheid als werktuig
voor de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen

De Meesteres van alle zielen onderricht reeds sedert jaren dat elke mensenziel niet ter wille van zichzelf op aarde leeft, doch dat de levensopdracht van elke mensenziel uitsluitend hierin bestaat, dat zij levenslang een rol te vervullen heeft als werktuig in Gods hand. Alle mensenzielen samen dragen de verantwoordelijkheid, Gods Rijk op aarde te helpen grondvesten. De grondvesting van Gods Rijk op aarde wordt niet door God opgedrongen, doch moet tot stand komen op grond van een intense samenwerking tussen de vrije wil van mensenzielen (het oprecht verlangen dat Gods Rijk op aarde gegrondvest moge worden) en de Wil van God (Die de grondvesting van Zijn Rijk op aarde tot enige doelstelling van Zijn Heilsplan heeft gemaakt).

Gods verwachtingen ten aanzien van elke mensenziel kunnen worden samengevat in dit schema:

  1. De mensenziel is niet door God gemaakt om een leven te leiden als geïsoleerd element, doch als een element dat ononderbroken deel uitmaakt van, en werkzaam is in, het netwerk van de hele Schepping. Om deze reden heeft alle doen en laten, elk woord, elke gedachte, elk gevoel en elk verlangen van elke mensenziel automatisch uitwerkingen op het hele netwerk, ook in ogenblikken waarin de ziel de indruk heeft dat zij niet werkzaam is of geen enkele waarneembare handeling stelt. God verwacht van elke ziel dat zij dit nooit uit het oog zou verliezen en al haar gesteldheden beleeft en draagt in eenheid van hart met Hem en met het oog op de voltooiing van Zijn Heilsplan, en dat zij zich bewust blijft van het feit dat in de Schepping elk schepsel met elk ander schepsel verbonden is. Vanwege deze ononderbroken verbondenheid tussen alle schepselen heeft elke gesteldheid van Licht en Liefde een positieve uitwerking op de hele Schepping, heeft elke gesteldheid van duisternis een negatieve uitwerking op de hele Schepping, en slaat elke gesteldheid van duisternis en elke zonde automatisch ook op de ziel zelf terug, van dewelke deze uitgaan;
  2. De mensenziel is door God gemaakt als de kroon op de Schepping, en wordt daarom door God geacht, Zijn Tegenwoordigheid voelbaar te maken jegens al haar medeschepselen – medemensen en dieren, zelfs de plantenwereld. Concreet betekent dit een oprechte, volhardende en onvoorwaardelijke betrachting van ware zelfverloochenende Liefde in alle doen en laten en in alle innerlijke gesteldheden (gevoelens, gedachten, verlangens);

  3. Elke mensenziel is op aarde om een dubbele opdracht te volbrengen:

    • om de Liefde die zij van God in de meest uiteenlopende genaden en Werken van Goddelijke Voorzienigheid ontvangt, in zich in te bouwen voor haar eigen spirituele groei, bloei en vervolmaking, en
    • om deze Goddelijke Liefde tevens ononderbroken te laten verder stromen over haar hele leefwereld, dus over alle medeschepselen met wie zij door Gods Voorzienigheid in aanraking wordt gebracht, zelfs indien deze aanraking eenmalig en van heel korte duur is.

    Zo vormt de Schepping in wezen een netwerk van Liefde, dat bestaat uit:

    • de knooppunten van het net, namelijk alle individuele schepselen;
    • de ontelbare kanaaltjes die alle schepselen onderling met elkaar verbinden, namelijk alle onderlinge relaties en contacten, niet slechts in de fysieke zin van het woord doch zelfs in de onderlinge gedachten en gevoelens.
  4. De mensenzielen zijn door God gemaakt als de grootste knooppunten in het netwerk van Zijn Schepping. Zij zijn de enige schepselen die zich kunnen heiligen, en God verwacht van hen dat zij dit daadwerkelijk doen binnen de hen toegemeten levenstijd, waarvan de duur wordt bepaald door Gods Wijsheid en Voorzienigheid volgens de noden van Zijn Heilsplan voor de hele Schepping. De mensenzielen zijn ook de enige schepselen die kunnen zondigen. Om deze reden berust uitsluitend bij de mensenzielen de verantwoordelijkheid voor de staat van de Schepping en voor de ontwikkelingen in de wereld;

  5. De mensenziel wordt door God geacht, nooit enig medeschepsel – noch mens noch dier – te behandelen op enige wijze die op welke wijze dan ook afwijkt van, of tekortschiet in, volkomen zelfverloochenende Liefde, zachtheid, dienstbaarheid, hulpvaardigheid, en oprechte inleving in de gevoelens en levensomstandigheden van dit medeschepsel.

De volgende teksten hebben eveneens rechtstreeks betrekking op de strijd tegen het kwaad. De teksten kunnen worden opgeroepen door de gewenste titel aan te klikken:

Tot besluit van dit thema volgt de uiterst belangrijke oproep vanwege de Meesteres van alle zielen uit januari 2019:

TOTUS TUUS, MARIA!

Permanente oproep van de Meesteres van alle zielen tot

INSTANDHOUDING, BEVORDERING EN HERSTEL VAN DE WAARDIGHEID
van alle schepselen als noodzakelijke voorwaarde voor de
VOLTOOIING VAN DE GRONDVESTING VAN GODS RIJK OP AARDE

Myriam van Nazareth

"(...) Daarom roep Ik elke mensenziel ertoe op, de ware, onvoorwaardelijke, zelfverloochenende Liefde in toepassing te brengen jegens elk medeschepsel, ongeacht of dit op één of andere wijze 'anders' is of niet, en elke neiging tot racisme en discriminatie radicaal uit zich te verbannen. (...)" (Maria, Koningin van Hemel en aarde, begin januari 2019)

Maria, de Koningin des Hemels en Moeder van de Christus, heeft het Maria Domina Animarum Werk gegrondvest als Haar 'Apostolaat van de Ware Liefde, de ware hoop, de bemoediging en de volheid van de Waarheid'. Alles in de Schepping draait rond de Ware Liefde. God heeft alles geschapen door de Ware Liefde, Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus in de wereld gezonden om de mensenzielen door de volheid van de zelfverloochenende Liefde te verlossen uit de effecten van de zonde, en Hij heiligt zielen die Zijn Wet van de Ware Liefde waarlijk beleven (dit wil zeggen: die deze onvoorwaardelijk toepassen jegens hun medeschepselen), opdat zij de Eeuwige Gelukzaligheid in de Hemel zouden kunnen erven.

De Ware Liefde is de essentie van alle Leven. Elk schepsel blijft slechts in leven door de stroming van Gods Liefde doorheen de Schepping. De Ware Liefde schept, verlost, heiligt en geneest. God wil door voltooiing van Zijn Plan van Heil Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede tussen alle schepselen op aarde grondvesten. Elke mensenziel is slechts op aarde om ertoe bij te dragen dat Gods Heilsplan kan worden voltooid, want God verricht Zijn Werken op aarde hoofdzakelijk via de mensenzielen.

Elk schepsel heeft binnen het netwerk van de Schepping een eigen roeping en rol te vervullen. Een mens heeft deze of gene kenmerken (huidskleur, enzovoort) omdat God daarmee een bedoeling heeft, zowel voor deze mens zelf als voor elk medemens met wie hij ooit in contact zal komen. Door deze verschillen tracht God elke ziel naar volmaaktheid te leiden.

De vruchtbaarheid en rijping van een ziel hangt uitsluitend af van de mate waarin zij van harte, spontaan, vrijwillig, bewust, actief, onvoorwaardelijk, volhardend en zelfverloochenend Liefde beleeft en om zich heen verspreidt jegens al haar medeschepselen, zonder onderscheid en zonder vooroordelen.

Eén van de elementen van de Ware Liefde is het respect voor de eigenheid van alle medeschepselen, aanvaarding van deze eigenheid, afstand van elk oordeel over verschillen tussen medeschepselen en zichzelf, en het oprecht verlangen om de waardigheid van alle medeschepselen te aanvaarden, te verdedigen, in stand te helpen houden en waar nodig te helpen herstellen, zowel in de eigen rechtstreekse houding jegens deze medeschepselen als door het imago van deze medeschepselen te verdedigen en openlijk te helpen reinigen jegens derden.

De Koningin des Hemels roept er daarom alle mensenzielen met de grootste nadruk toe op, dat zij in hun diepste innerlijke gesteldheden en in al hun gedachten en gevoelens, radicaal zouden ontwortelen:

  • elke neiging tot racisme jegens elke medemens met een andere huidskleur;
  • elke neiging tot discriminatie jegens elke medemens die op welke wijze dan ook 'anders' is dan zijzelf, hetzij in de meest uiteenlopende lichamelijke kenmerken, hetzij qua geslacht, qua religieuze overtuiging, qua taalgebruik, qua culturele achtergrond, qua scholingsgraad, enz.;
  • elke neiging tot mishandeling, vernedering, gebrek aan respect of beroving van de waardigheid jegens elke medemens die op welke wijze dan ook 'anders' is dan zijzelf, alsook jegens alle dieren.

De Moeder Gods wijst erop, dat de hele Schepping slechts het ideaal van Ware Liefde en Ware Vrede kan verwezenlijken dat God voor Zijn Schepping heeft bedoeld, in de mate waarin elke mensenziel de bovenstaande neigingen van harte, spontaan, bewust, onvoorwaardelijk en totaal uit haar diepste innerlijke gesteldheden verwijdert. In Haar opdracht citeer ik de woorden die Zij tot mij sprak omstreeks Nieuwjaarsdag 2019:

"God wil via alle doen en laten, alle woorden, alle gedachten, gevoelens, verlangens, bestrevingen en alle innerlijke gesteldheden van alle mensenzielen Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede op aarde grondvesten. Deze grondvesting kan niet worden voltooid zolang mensen blijven vasthouden aan racisme, discriminatie, en gebrek aan liefdevol respect voor de waardigheid van elk medeschepsel, mens én dier, dat anders is dan zij zelf zijn, anders dan zij zouden verwachten, of dat op één of andere wijze 'niet lijkt te passen' bij de eigen voorstellingen of voorkeuren.

Geen enkel schepsel is minderwaardig ten opzichte van een ander. God heeft blanke en gekleurde mensen even lief, en verlangt dat mensen van verschillende huidskleur deze niet-discriminerende Liefde zonder enig vooroordeel en onvoorwaardelijk jegens elkaar laten doorstromen. Hij verlangt eveneens dat geen enkel dier slachtoffer zou zijn van enig gebrek aan oprechte Liefde. Er is geen andere weg om de Goddelijke Liefde volkomen onbelemmerd doorheen het hele netwerk van de Schepping te laten doorstromen. Deze onbelemmerde doorstroming vanwege elke mensenziel jegens al haar medeschepselen van welke aard, van welke soort of ras, of met welke kenmerken ook, is de absolute voorwaarde voor de voltooiing van de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

Daarom roep Ik elke mensenziel ertoe op, de ware, onvoorwaardelijke, zelfverloochenende Liefde in toepassing te brengen jegens elk medeschepsel, ongeacht of dit op één of andere wijze 'anders' is of niet, en elke neiging tot racisme en discriminatie radicaal uit zich te verbannen.

Discriminerend denken, voelen en denken jegens een medeschepsel op grond van het feit dat dit medeschepsel 'anders' is qua huidskleur of enig ander kenmerk, is in strijd met de waardigheid die God aan de mensenziel heeft gegeven. Geen enkele mensenziel is in Gods ogen minderwaardig noch superieur ten opzichte van enige andere mensenziel. Voor God wordt de waarde van een mens binnen het netwerk van de Schepping uitsluitend bepaald door zijn hartsgesteldheden, de mate waarin deze mens in al zijn doen en laten en al zijn innerlijke gesteldheden, zijn gevoelens en gedachten, een kanaal is van Liefde en Licht. Zijn waarde in Gods ogen wordt in geen enkel opzicht bepaald door kenmerken die verband houden met zijn vergankelijke stoffelijke natuur, zoals huidskleur.

Elk verschil in uiterlijke kenmerken, onder andere qua huidskleur, is door God Zelf zo voorzien omdat Hij daarmee een Plan koestert tot voltooiing van Zijn Heilsplan voor de hele Schepping. Om deze reden zijn elke vorm van discriminatie en van rassenhaat in overtreding met Gods Wet van de Ware Liefde, en daarom te beschouwen als zonden.

Maak deze oproep bekend, verspreid hem, en houd hem ononderbroken onder de aandacht, want hij stamt rechtstreeks uit het Hart van de Eeuwige Liefde". (aldus Maria, de onbevlekte Moeder Gods).

De Koningin des Hemels herinnert eraan dat Ware Liefde de gesteldheid is, waarin alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen van de ziel er van harte, vrijwillig en spontaan op zijn gericht, onder andere de waardigheid van elk medeschepsel als Werk van God onbeperkt en ongeschonden in stand te houden en te verdedigen.

Elk schepsel heeft een waardigheid. De waardigheid is de eigenheid van het schepsel, dat een bepaalde waarde heeft zoals het is, ongeacht zijn specifieke kenmerken, precies omdat het in Gods Intelligentie en Wijsheid is ontstaan om precies zoals het is Zijn Plan met de Schepping te dienen. Het is van essentieel belang dat elk mens ten volle zou beseffen dat de satan zich tot doel heeft gesteld om Gods Schepping en al Zijn Werken te vernietigen. Te dien einde gaat hij tot het uiterste om de Ware Liefde te ontwaardigen, omdat de Ware Liefde de drijvende kracht van alle Goddelijke Werken is. Daarom zet hij mensen tegen elkaar op, opdat zij in elkaar de Liefde zouden ontkrachten, elkaar zouden ontmoedigen in de beleving van de Liefde, en elkaar van hun waardigheid zouden beroven door allerlei uitingen van gebrek aan respect, belediging, kwelling, foltering, onderwerping, slavernij, enz...

De Hemelse Koningin sprak bij diverse gelegenheden in dit verband tot Myriam. Laten wij drie van dergelijke Openbaringen citeren:

19 januari 2007

"Elke ziel maakt het voorwerp uit van een hevige strijd tussen God, haar ware Eigenaar, en de krachten der duisternis. De zielen zouden dit beter begrijpen indien zij enigszins konden vatten welke waarde een ziel heeft. Elke ziel bevat een Goddelijk element, de kiem van de heiligheid. Zoals een zaadje alle levensprincipes en ontwikkelingsmogelijkheden van een welbepaalde plantensoort in zich draagt, zo draagt deze kiem een onoverzienbare waaier van mogelijkheden om de ziel te laten uitgroeien tot Gods beeld en gelijkenis. Om deze reden zijn in Gods ogen de twee meest afschuwwekkende dingen deze:

  1. Een ziel die zichzelf volkomen laat afdrijven van het Goddelijk beeld, de gesteldheid van God Zelf, met andere woorden een ziel die zichzelf van haar waardigheid berooft.
  2. Een ziel die andere zielen van hun waardigheid berooft, bijvoorbeeld door hen te verwaarlozen, te folteren, te kwellen, diepgaand te vernederen, geestelijk of emotioneel te verwoesten, of van God weg te trekken.

Door de eeuwen heen hebben ontelbare zielen zichzelf in één van deze beide categorieën geplaatst. Wanneer de ziel zichzelf of een andere ziel van haar waardigheid berooft, ontstaat een totale blokkade in de stroming van de Liefde, de hoop en het geloof. Een ziel die in een dergelijke gesteldheid verzinkt, leeft niet langer volgens Gods Wet doch volgt de wet van de driften, en wordt nog slechts gedreven door de zucht naar genot, macht en erkenning, hoogmoed, totale liefdeloosheid, zucht naar vernietiging, zedeloosheid, en een behoefte om onenigheid en verdeeldheid in Gods Schepping te brengen. Zij wordt aangedreven door krachten die haar geen rust gunnen in de bestrevingen om Gods Werken en Plannen te ondermijnen. In deze ziel sterft alle Wijsheid, en alles wat haar aan het Goddelijke herinnert, wordt radicaal uitgebannen".

18 februari 2009

"Ik roep elke ziel met klem op tot de ware navolging van Christus door bron te worden van Ware Liefde, Geluk en geborgenheid voor al haar medeschepselen – mensen en dieren. Vergeet nooit dat God, de Eeuwige Liefde, alles wat de ziel jegens haar medeschepselen doet, aanvoelt alsof het rechtstreeks jegens Hem werd gedaan. Ook Ikzelf voel alles wat in alle schepselen omgaat, en alle pijnen die zij lijden in lichaam, hart en geest. Volgens de gevoelens die de ziel God gedurende haar aardse leven heeft geschonken – Geluk, Liefde, pijn of kwelling – oordeelt Hij haar. Licht schept méér Licht, duisternis schept méér duisternis. Wie de duisternis dient, zal duisternis oogsten, tijdens het aardse leven en erna. Wie Licht en Liefde zaait, zal Licht en Liefde oogsten, tijdens het aardse leven en erna. Het Licht dat een ziel verspreidt, wordt haar honderdvoudig als Wijsheid teruggegeven. De Liefde die een ziel verspreidt, wordt haar honderdvoudig als Geluk teruggegeven.

Mogen de zielen deze woorden beschouwen en naleven als een vurige oproep tot het herstel van de waardigheid van alle schepselen – mensen en dieren – want elk schepsel draagt Gods handtekening in zich. Zoals de ziel een medeschepsel behandelt, zo behandelt zij in feite God. Elke omgang met een mens of dier, die niet vervuld is van ware, belangeloze, onzelfzuchtige Liefde, werpt een hindernis op in de stroming van de Goddelijke Liefde. Help Mij, de duisternis uit alle betrekkingen tussen mensen onderling en tussen mensen en dieren te verwijderen, opdat Gods Rijk spoediger op aarde gevestigd kan worden. Help mij, hierdoor de satan te beroven van één van zijn machtigste wapens van verwoesting: dit van het gebrek aan Liefde van vele zielen jegens hun medeschepselen. Naarmate de liefdesstroom vrijer en krachtiger circuleert, wordt de hele Schepping meer van Gods kracht doordrongen, en zal het Ware Geluk bloeien in méér zielentuinen. Ware Liefde schept Leven en Geluk; haat, minachting en slechte behandeling schept duisternis en ongeluk, voor het slachtoffer, maar in nog veel hogere mate voor de schuldige ziel. Open jullie hart, en ervaar hoe elke daad en uiting van Liefde zich vermenigvuldigt en op jullie terugkomt als de ware Vrede van Christus".

19 februari 2009

"Ik heb jullie er gisteren toe opgeroepen, de waardigheid van elk medeschepsel – mens en dier – in stand te helpen houden of te helpen herstellen, door Gods Liefde door jullie heen te laten stromen over al jullie medeschepselen. Zo vaak berooft een ziel haar medeschepsel van zijn waardigheid omdat het 'anders' is dan zijzelf of omdat zij het als 'minderwaardig' beschouwt. Ik beklemtoon, dat geen enkel schepsel minderwaardig is. Elk schepsel is gemaakt met specifieke eigenschappen omdat Gods Wijsheid dit zo heeft beschikt, omdat God daarmee een bedoeling heeft. De ziel die een medeschepsel van zijn waardigheid berooft door het te behandelen op een wijze die niet strookt met de Wet van de Liefde, is in werkelijkheid bezig, Gods Werken te bekritiseren en hun werkzaamheid ongunstig te beïnvloeden, en Zijn Wijsheid af te wijzen. Daarom is elke handeling of elk woord waardoor een medeschepsel – mens of dier – schade kan worden toegebracht in lichaam, hart of geest, een werk van duisternis, en dus een zonde of de uiting van een ondeugd.

Bedenk steeds dat een schepsel is zoals het is, omdat God deze specifieke geaardheid nodig heeft binnen Zijn groot Heilsplan. Bedenk steeds dat een mens op een bepaalde plaats geboren wordt, tot een bepaald ras behoort, enzovoort, omdat hij volgens Gods Plan op die plaats geboren moest worden, en binnen die samenleving en binnen dat ras een welbepaalde taak heeft. Respecteer dat alles, want het is Gods Werk, dat wordt bestuurd door een onfeilbare Intelligentie die deze van de mens ver overtreft. Ook de vaststelling van het 'anders-zijn' van een medemens dat berust op afwijkingen in de deugd, mag niet beantwoord worden door slechte behandeling of veroordeling, doch door gebed om bevrijding en welzijn van deze ziel.

Minacht ook niet een dier op grond van zijn eigenaardigheden, uitzicht, gesteldheden of zogenaamde minderwaardigheid. God heeft al deze kenmerken in dit dier verzameld opdat de mensenziel zich zou verheugen over deze veelzijdigheid, over alle tekenen van Gods volmaakte Intelligentie die uit dit alles blijkt. De dieren zijn jullie gegeven als hulp voor jullie harten om zich te openen en de aansluiting te vinden met Gods Liefde. Breek dit groot geschenk niet door een slechte behandeling of door minachting. Jullie medemensen zijn jullie gegeven als hulp bij jullie eigen heiliging. Breek dit groot geschenk niet door een slechte behandeling of door minachting".

Op grond van de leerstellingen van de Meesteres van alle zielen en op Haar nadrukkelijk en dringend verzoek, tot Myriam gericht begin januari 2019, roept het Maria Domina Animarum Werk daarom met klem op tot:
  • vlekkeloze, onvoorwaardelijke aanvaarding, respect en oprecht liefdevolle omgang tussen blanken en kleurlingen.
  • vlekkeloze, onvoorwaardelijke aanvaarding, respect en oprecht liefdevolle omgang tussen de etnische groepen binnen een land en wereldwijd.
  • vlekkeloze, onvoorwaardelijke aanvaarding, respect en oprecht liefdevolle omgang tussen de belijders van verschillende godsdiensten.
  • vlekkeloze, onvoorwaardelijke aanvaarding, respect en oprecht liefdevolle omgang tussen de leden van verschillende sociale en culturele lagen, klassen en groepen.
  • oprecht besef van de volkomen gelijkheid van de geslachten in Gods ogen, en dienovereenkomstig handelen.
  • oprecht liefdevolle en respectvolle behandeling jegens alle dieren, met inbegrip van onvoorwaardelijk respect voor hun natuurlijk leefmilieu.
  • onvoorwaardelijke en onverwijlde terugkeer naar een totale oriëntatie van alle harten op Gods Plannen en Werken van Liefde, tot wedergeboorte van een vlekkeloos begrip van de bedoelingen die God heeft met de grote verscheidenheid tussen al Zijn schepselen.

Dit alles met de doelstelling, het menselijk ras terug te brengen naar het ware beeld en gelijkenis van God, naar het aanvankelijk vermogen om zuivere spiegel te zijn van Gods Hart, van Zijn onvoorwaardelijke, niet-discriminerende, zelfverloochenende Liefde, en naar het aanvankelijk vermogen om God te vertegenwoordigen jegens alle medeschepselen.

Tot besluit een kleine overweging uit de onderrichting Het verlangen van de Eeuwige Liefde:

"Op elke mensenziel afzonderlijk rust de verantwoordelijkheid voor het herstel van het immense onevenwicht in de Schepping door een radicale ommekeer in het hart naar een volkomen beleving van de Liefde in al haar doen en laten en in haar diepste innerlijke gesteldheden: Liefde tot God en al Zijn Werken (o.a. de natuur) en Plannen (in de eerste plaats Zijn doelstelling tot grondvesting van Zijn Rijk op aarde), Liefde tot alle medemensen zonder onderscheid van ras, taal of cultuur, en Liefde tot alle andere medeschepselen, dit alles in het volle bewustzijn van het feit dat al het levende Gods handtekening draagt en daardoor Zijn zegen van Liefde heeft gekregen, en van het feit dat deze zegen zijn werking niet verliest door enige onvolmaaktheid of onverschilligheid van God, doch uitsluitend door de uitwerkingen van de duisternis in de mensenharten".

Myriam, januari 2019