TOTUS TUUS, MARIA !

DE ROL VAN JEZUS BINNEN TOTALE TOEWIJDING AAN MARIA

OVER DE RELATIE TUSSEN JEZUS EN MARIA
IN HET MARIA DOMINA ANIMARUM WERK

HET JUISTE PERSPECTIEF

Myriam van Nazareth

Eén van de meest geliefkoosde bruggen via dewelke de duisternis zielen opzet tegen de door het Maria Domina Animarum Werk verkondigde Hemelse Waarheid over Maria, de Moeder Gods, in de hoedanigheid als Meesteres van alle zielen, is deze van de volkomen uit de lucht gegrepen voorstelling als zou dit Werk, door zijn volledige oriëntering op Maria, Jezus naar de achtergrond verwijzen en zelfs in waarde naar beneden halen.

De Koningin des Hemels laat deze rubriek samenstellen om de waarheid over de relatie tussen Haarzelf en Jezus in het kader van dit Werk duidelijk te belichten, en wel op basis van Haar eigen woorden, niet via enige argumentatie vanuit een denkende en analyserende menselijke geest.

Moge uit dit overzicht duidelijk blijken dat elke kritiek op het centraal karakter van Maria en de zogenaamde 'verwaarlozing' van Jezus in dit Werk slechts kan uitgaan van zielen die de teksten van de Wetenschap van het Goddelijk Leven hetzij niet hebben gelezen, hetzij niet hebben begrepen. Wie een voldoende brede greep uit de door ons Werk gepubliceerde teksten met het hart bestudeert, zal onvermijdelijk vaststellen welk sluitend geheel deze vormen, en hoe vlekkeloos en naadloos deze onderling bij elkaar aansluiten, alsook dat de Meesteres van alle zielen Zichzelf in geen enkel geval centraal stelt, doch Haar hele Missie, en derhalve ook al Haar verkondigingen via het Maria Domina Animarum Werk, volledig in dienst stelt van Gods Werken. Daartoe leefde Zij reeds als mensenziel op aarde, daartoe werd Haar de mystieke eenheid van Hart met Jezus geschonken (de Verenigde Harten van Jezus en Maria), en daartoe is Zij ook door God aangesteld tot Leidster van de Hemelse legers in de strijd tegen de duisternis, die volgens Gods Belofte zal worden beslecht met de vernedering van de slang (de werken der duisternis) onder de voet van de Vrouw (de Moeder van de Christus, en Koningin en Meesteres van alle zielen) tot ontsluiting van Gods Rijk op aarde.

Jezus en Maria willen tevens aantonen dat de totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding aan Maria alles behalve Jezus uitsluit, wel integendeel: De totale toewijding aan Maria is de gouden weg van de totale navolging van Christus, en daardoor de zekerste weg naar Zijn Hart en derhalve naar een volkomen eenheid met Hem. Wegens de volkomen eenheid van Hart en van doelstellingen tussen Jezus en Maria is het absoluut onmogelijk, Jezus te verwaarlozen door zich totaal aan Maria toe te wijden. De ziel wijdt zich niet aan Maria toe om Haar Persoon, doch om via de overvloeiing tussen Haar volmaakt heilig Wezen en de eigen ziel waarlijk beeld en gelijkenis van God te worden.

Eerst en vooral een algemene verduidelijking met betrekking tot de diepe zin en achtergrond van de klemtoon op MARIA en de totale toewijding aan Maria in ons Werk

Myriam is door Maria geroepen voor de verkondiging van, en over, Maria. Het Maria Domina Animarum Werk is derhalve een instrument van de verkondiging van de waarheid over Maria, zoals God deze in onze tijd bekend laat maken. De ware grootheid van Jezus is reeds in de Werken van de God-Mens Zelf verkondigd. De ware hoedanigheden van Maria zijn, om uiteenlopende redenen, zeer lange tijd grotendeels onbekend gebleven. Doorheen de eeuwen is de kennis over de ware hoedanigheden en eigenschappen van Maria, een kennis die het voorwerp is van één van de grootste Goddelijke Mysteries, stap voor stap aangevuld, tot zij nu via ons Werk in een nooit eerder geziene mate mag worden ontsloten.

Door in deze verkondigingswerken de volle klemtoon en aandacht op Maria te vestigen, vervul ik dus slechts mijn roeping en handel ik in gehoorzaamheid aan God en aan Maria, die mij specifiek deze levensopdracht hebben gegeven: een leven voor de verkondiging van datgene wat door de Hemelse Koningin rechtstreeks in mij wordt geopenbaard, niets méér en niets minder. Deze inspiraties uit het Hart van Maria hebben voor het overgroot gedeelte betrekking op Maria en Haar hoogste, totnogtoe weinig of niet bekende eigenschappen en hoedanigheden. Ik schrijf uitsluitend, woord voor woord, datgene op wat de Heilige Maagd rechtstreeks in mij spreekt. Ik ben niets méér dan de boodschapster, de enige ware Auteur van deze hele verkondiging is Maria, de Moeder van Jezus, de Koningin van Hemel en aarde die Zich in deze verkondiging bekend maakt als Meesteres van alle zielen door Goddelijke volmacht, en die Haar onderrichtingen samen de overkoepelende benaming Wetenschap van het Goddelijk Leven heeft gegeven. Niet ik, de boodschapster die slechts handelt in gehoorzaamheid aan de Koningin des Hemels, leg dus deze klemtoon, dat doet de Koningin Zelf, respectievelijk God, van Wie Zij Haar opdracht heeft gekregen.

Ik beweer door deze verkondigingen overigens helemaal niet dat Christus niet centraal zou staan in het Rooms-Katholiek geloof. God, respectievelijk Maria, zouden mij een dergelijke insinuatie niet toestaan, want deze zou niet in overeenstemming zijn met Gods Waarheid. Mijn levensopdracht is echter niet de bekendmaking van de Waarheid over Jezus Christus, doch deze over Maria. Niet de Waarheid over Jezus moet in deze tijd worden uitgebreid en verdiept, dat hebben vele andere zielen vóór mij mogen doen. Mij is door de Heilige Maagd Zelf verklaard dat God heeft geoordeeld dat de tijd nu (Zij zei dit nog niet met zoveel woorden bij het begin van mijn roeping door Haar in het jaar 1997, wel voluit vanaf 2005) is gekomen om de kennis over Jezus aan te vullen door verdieping van de kennis over Haar, omdat Zij door God was voorzien om de Verlossingswerken van de Christus in elke ziel van goede wil te helpen ontsluiten en dus de almachtige effecten te helpen voltooien in elke individuele ziel die zich daarvoor onbelemmerd zou openstellen.

Dit 'onbelemmerd openstellen' gebeurt via de weg van de totale, onvoorwaardelijke, levenslange en in de concrete dagelijkse praktijk van het leven met Ware Liefde toegepaste toewijding aan Maria, een hoogheilig verbond door hetwelk de ziel zichzelf, haar hele wezen, al haar gesteldheden en alle details van haar leven op aarde met Vuur en Liefde aan Maria overdraagt in het vast geloof en vertrouwen dat de Heilige Maagd van God de macht en bevoegdheid heeft ontvangen om al het aan Haar toevertrouwde, bekleed met de vlekkeloze en volmaakte heiligheid van Haar eigen Wezen en van Haar volmaakte Liefde, oneindig aan macht te vergroten en in deze veredelde vorm aan God over te dragen als bijdragen tot de concrete verwezenlijking van Zijn Heilsplan. 'In ruil voor' deze overdracht aan Maria ontvangt de ziel, in de mate waarin zij zich hiervoor op elk ogenblik van haar leven openstelt, de concrete innerlijke begeleiding door de Heilige Maagd, die de ziel via deze weg op speciale wijze tracht te leiden naar vervolmaking in de heiliging. Deze wisselwerking is krachtens een Goddelijk Mysterie bron van een onvoorstelbare kracht aan Licht in de strijd die God via de zielen voert tegen de duisternis, die zich de macht over Gods Schepping op onrechtmatige wijze tracht toe te eigenen. Om deze reden noemt de Heilige Maagd Zelf de totale, onvoorwaardelijke en levenslange, en concreet toegepaste (oprecht en liefdevol beleefde) toewijding aan Haar "de Gouden Weg naar de heiliging, naar de voltooiing van de Verlossing in de individuele ziel, en naar het Hart van God".

Totale toewijding aan Maria die tot in alle details van het dagelijks leven wordt toegepast, komt neer op 'sterven' voor het leven in deze wereld en opnieuw geboren worden voor een leven dat geen andere doelstellingen meer heeft dan deze van God Zelf. Deze levenshouding stuit op harde kritiek vanwege werelds gezinde zielen. Om deze reden is Maria Zelf, evenals de intense navolging van Maria (waarvan de waarlijk beleefde totale toewijding de hoogste vorm is), een teken van tegenspraak in deze wereld die zozeer in de greep is van de satan (de absolute tegenpool van 'de Vrouw'). Vooral zij die niet bereid zijn om een leven van wereldse genietingen en van vasthouden aan eigen gewoonten op te geven voor de navolging van Maria, verachten Haar en ontkennen Haar macht, die nochtans door niets wordt overtroffen dan door de macht van God Zelf. Jezus was het groot Teken van tegenspraak. Maria is dit eveneens (omdat Haar doelstellingen honderd procent identiek zijn aan deze van Jezus), en elke ziel die Jezus en Maria tot het uiterste wil volgen in de praktijk van het dagelijks leven, groeit uit tot Hun beeld en gelijkenis, en dus eveneens tot een teken van tegenspraak.

Met Maria het heilig verbond van totale toewijding aangaan, is allerminst een strijd voor een verkeerd ideaal, wel integendeel: Hoe talrijker de zielen worden die Maria’s unieke verhevenheid belijden, des te méér zal het groot ogenblik van de grondvesting van Gods Rijk op aarde worden bespoedigd. Maria is de Poort van de Hemel, Zij is ook de Poort van de uitbreiding van Gods Rijk naar de aarde toe. De ziel die zich 'in Maria laat opnemen' (door totale toewijding aan Haar), betreedt hierdoor Gods Rijk. In Maria is Gods Rijk voltooid, want in Haar is al datgene wat God nodig heeft om Zijn Rijk op aarde waarlijk wortel te laten schieten, absoluut volmaakt geworden. De ziel die zich restloos aan Haar overgeeft, opent zich hierdoor ook voor de voltooiing van Gods Rijk in zichzelf. Laten wij bedenken dat het Rijk Gods begint binnenin de ziel, niet ergens in de buitenwereld.

De ene Waarheid van God is opgebouwd rond Jezus Christus. Dat spreekt vanzelf, daar Jezus de Zoon van God is, in de wereld gestuurd om de zielen te verlossen. Zonder Jezus zou geen enkele ziel zijn verlost uit de boeien waarmee de erfzonde de zielen vasthoudt als gevangenen van de duisternis der zonde. Wat is dan de zin, de logica en de waarheid achter de verkondiging van Maria als de Meesteres van alle zielen, en derhalve van de buitengewone waarde van de totale toewijding aan Maria?

Als de Meesteres van alle zielen openbaart God Maria als:

  • de volmaakte Lerares, die de zielen de Leer van Christus, de Waarheid van God, in zijn volle diepgang leert kennen, deze Leer in al zijn elementen uitdiept, en zo de zielen de kennis kan en wil verschaffen, die zij nodig hebben om op actieve wijze doeltreffend aan hun eigen heiliging mee te werken. Zij onderwijst de zielen thans de Wetenschap van het Goddelijk Leven als nooit eerder geziene uitdieping van de kennis over de regels die het leven van elke ziel naar de volmaaktheid kunnen voeren. Het leven van elke ziel op aarde heeft immers slechts tot doel: De ziel naar een zo volkomen mogelijke spirituele vruchtbaarheid te leiden, teneinde zich volkomen te kunnen heiligen en haar maximale bijdrage te kunnen leveren tot de voltooiing van Gods Heilsplan met de grondvesting van Gods Rijk op aarde. God laat nu Maria openbaren als de Dageraad van Gods Rijk op aarde. De fundering voor Gods Rijk op aarde is gelegd door Jezus Christus, het moet nu door de zielen onder de leiding van de Meesteres van alle zielen worden voltooid. De reden hiervan is een op zich reeds een meesterstuk van Goddelijke Liefde: God wil de duisternis de genadeslag toebrengen door hem op onmiskenbare wijze te overwinnen, niet slechts via de God-Mens, de Christus die van nature Goddelijk was, doch ook via de geschapen mensenziel Maria, wat voor de satan een nog oneindig grotere vernedering vormt, want het toont hem aan dat er een geschapen ziel bestaat die machtiger is dan hijzelf. Hoewel Jezus de satan heeft overwonnen vanuit de menselijke natuur die Hij had aangenomen, zal de overwinning door Maria voor de satan nog zwaarder overkomen, omdat Zij van nature geschapen is. Net zoals voor God alles wordt voltooid wanneer God en mensenziel een Goddelijk Werk samen volbrengen, geldt ook voor de satan dat zijn nederlaag pas definitief is voltooid zodra hij door God en de menselijke natuur samen is verslagen. De rol van Maria vult daarbij deze van de Verlosser aan.
  • de Gouden Brug naar het Hart van Jezus Christus, en derhalve naar het Ware Heil. God heeft een volmaakte mystieke eenheid geschapen tussen de Harten van Jezus en Maria, een mystieke eenwording die mogelijk heeft gemaakt dat Maria de Medeverlosseres is (Zij leed de pijnen en smarten van Jezus secundair, op mystieke wijze, in Haar eigen Wezen mee, omdat Zij als eerste geroepen was om 'in Zichzelf aan te vullen wat ontbreekt aan het Lijden van Christus'), evenals een volkomen mystieke bruiloft tussen Maria en de Heilige Geest. Reeds in vroegere eeuwen werd Maria door heiligen en in pauselijke geschriften verkondigd als unieke Brug naar het Heil, een gouden weg door God Zelf in Zijn Wijsheid en Liefde voorzien, die de ziel beter in dankbaarheid zou aanvaarden dan deze af te wijzen. Jezus heeft voor de zielen als geheel de Verlossing voltrokken. Deze Verlossing moet echter in elke ziel individueel worden ontsloten. Maria is door God uitgekozen om dit te doen. Zij heeft daartoe een onbegrensde macht over elke ziel ontvangen, die echter slechts ten volle kan worden ontplooid met actieve, vrijwillige medewerking van de ziel, dit wil zeggen: indien de ziel haar vrije wil volkomen ten dienste stelt van Gods Werken. God heeft Maria echter de leiding geschonken over de voltrekking van deze Werken, door Haar te verkondigen als:
  • de Leidster en Meesteres van de strijders van Gods Licht tegen de duisternis, dit wil zeggen: de Meesteres over de engelen en over alle zielen die bereid zijn, zich Haar leiding tot nut te maken door hun leven en hun hele wezen aan Maria weg te geven in de meest totale toewijding. God heeft Maria tot Meesteres van alle zielen gemaakt, doch slechts zij die zich waarlijk en in de praktijk van het dagelijks leven aan Haar weggeven, zullen daarvan de ware vruchten plukken, want slechts dezen bieden Haar het maximum aan bijdrage dat zij tot Gods Heilsplan kunnen leveren;
  • de Draagster van een onbegrensde macht tot verlamming van de werken der duisternis, tot ontsluiting van de heiligheid in elke ziel en tot de begenadiging van elke ziel opdat deze haar optimaal rendement voor de voltooiing van Gods Heilsplan zou kunnen ontwikkelen.

De ziel kan vanzelfsprekend worden geheiligd door naar Jezus Christus te gaan. God geeft er echter de voorkeur aan, dat de ziel via Maria naar Zijn Zoon gaat, omdat de verdiensten van de ziel hierdoor veel groter worden: Door het geloof in de volheid van de Waarheid over Maria schenkt de ziel de grootst mogelijke verheerlijking en aanbidding aan God, omdat God in Maria de volheid van Zijn Scheppings-, Verlossings- en Heiligingswerken heeft verzameld. Maria is daardoor de levende Spiegel van Gods almacht en het levend Teken voor het feit dat een geschapen ziel daadwerkelijk volmaakt beeld en gelijkenis van God kan worden. De totale toewijding en opperste verheerlijking aan Maria overtreft vele malen elke andere aanbidding van God, met inbegrip van elke rechtstreekse weg naar Jezus (dit wil zeggen: elke weg van eerbetoon en contact die Maria omzeilt).

In al Haar functies staat Maria niet op Zichzelf. Zij verwijst steeds naar God. Jezus Zelf sprak vanop het Kruis de woorden: "Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar uw Moeder". Hierdoor gaf Hij Maria aan de zielen als de Brug naar hun Eeuwig Heil, en de zielen aan Maria. Door deze woorden van Jezus aan het Kruis werd de totale toewijding van de ziel aan Maria geheiligd. De God-Mens sprak deze woorden als één van de elementen van Zijn grote nalatenschap aan de zielen, opdat deze op hun weg naar God Maria nooit zouden omzeilen. Jezus schakelde hierdoor Zichzelf niet uit, Hij bevestigde slechts de volkomen overvloeiing van Maria in Gods Hart, in Zijn Mysteries, in Zijn macht, dus Maria als volmaakte Wegwijzer naar God en de absolute bekroning van Zijn Werken.

De meeste christenen gaan uitsluitend tot Maria om wonderen af te smeken voor één of andere intentie die verband houdt met hun stoffelijk leven: een lichamelijke genezing, verandering van hun financiële toestand, enzovoort. De Allerheiligste Maagd heeft een oneindig méér verheven opdracht dan dat. Zij is door God aangesteld als de Brug tussen Hem en de zielen. De zielen kunnen hun levensroeping slechts verwezenlijken door al hun inspanningen te richten op de belangen van de ziel. Wat de stoffelijke belangen (gezondheid, financiën enzovoort) betreft, geldt als gouden regel dat de behoeften moeten worden bevredigd tot aan de grens van het levensnoodzakelijke. Voor alles wat daar bovenuit stijgt, is de ziel zelf spiritueel verantwoordelijk voor haar beslissing. Zalig de ziel die zich inspant om elke behoefte die boven het levensnoodzakelijke uitstijgt, op te offeren voor het Heil van de hele Schepping. Maria kan in de ziel wonderen doen die elke voorstelling tarten, maar de grootste dingen die Zij in de ziel zoekt te verwezenlijken, zijn uitgerekend de dingen die de meeste zielen niet of weinig interesseren. Het Eeuwig Heil is het enige wat telt. Om het Eeuwig Heil te bereiken, is Maria de volmaakte Gids, door God Zelf gezonden voor de ultieme verdieping van de zielen in de Laatste Tijden. Zij heeft alle Wijsheid, alle Liefde en alle macht om ALLES in de ziel te veranderen.

Het resultaat van het verbond tussen een ziel en Maria is afhankelijk van de mate van overgave van de ziel aan Haar. Zodra de ziel bereid is om Maria als Meesteres te beschouwen, staat op Maria’s Werken in haar geen enkele rem meer. Slechts zeer weinigen hebben de moed, de nederigheid, de Liefde en het geloof om zich werkelijk aan Maria weg te geven om hun hele leven tot in alle bijzonderheden te leiden in Haar dienst. Zij kunnen niet aannemen dat een verbond met een Wezen dat niet met de zintuigen waarneembaar is, werkelijk hun hele leven totaal kan veranderen, aangezien dit verbond zeer reëel is. Niettemin laten deze zielen (velen van hen beschouwen zichzelf als christenen en diep gelovige, biddende zielen!) wél hun hele leven bepalen door de (evenmin zintuiglijk waarneembare) influisteringen van de satan en zijn aanhang. Totale toewijding aan Maria tot in de kleinste details van het leven, is de ware kunst van het Goddelijk Leven. Wie deze kunst bezit, leeft in volmaakte overeenstemming met Gods verwachtingen.

Ik kan het niet sterk genoeg beklemtonen: De openbaring van de diepst mogelijke kennis over de ware grootheid, verhevenheid en macht van Maria als de Meesteres van alle zielen verdringt op geen enkele wijze de rol en positie van Jezus Christus binnen Gods Heilsplan. Bovendien komt het neer op een dwaalleer wanneer men de unieke heerlijkheid, grootheid en macht van Maria als een onwaarheid verkettert en de totale toewijding aan Maria en de hoogste graad van de verering van Maria als dwalingen afschildert. Het gaat daarbij om een dwaalleer omdat hierdoor zelfs vele reeds eeuwenoude stellingen, die binnen de Kerk zijn aanvaard, van hun geloofwaardigheid worden beroofd.

Ooit inspireerde de Heilige Maagd mij de volgende woorden: "Is God ermee gediend wanneer het door Hem gekozen scharnier van de deur naar de Verlossing niet wordt erkend? Hoe kan men de Zoon vereren wanneer men doet alsof Zijn Moeder niet eens bestaat of slechts een onbelangrijke bijrol vervult? Of hoe kan men er van uitgaan dat God Jezus als God-Mens, Messias, Verlosser, in een Schoot zou hebben laten dragen, en ter wereld hebben laten brengen, die Hij niet vooraf restloos had geheiligd? Maria werd hierdoor onbereikbaar hoog boven al het menselijke verheven. Dit alles te verloochenen, vormt de zwaarste belediging die een 'christelijke' ziel ooit aan Gods adres zou kunnen richten".

Tot zover deze algemene verduidelijking.


Hieronder de onderrichting Jezus en Maria in het MDA Werk, gevolgd door een aantal bijzondere Openbaringen die alle samen de ware relatie tussen Maria en Jezus in de Wetenschap van het Goddelijk Leven zullen aantonen.

JEZUS EN MARIA IN HET MARIA DOMINA ANIMARUM WERK

Deze tekst werd omstreeks het jaar 2009 door de Heilige Maagd Maria geïnspireerd in antwoord op een kritiek op 'de klemtoon die binnen dit Werk wordt gelegd op Maria ten nadele van Jezus'.

Het is de hoogste tijd om te antwoorden op een geregeld opduikend misverstand, namelijk: dat de grote klemtoon op Maria in de door dit Apostolaat verspreide teksten hierop zou neerkomen, dat 'Jezus achteruit wordt gesteld'.

Wij moeten er met nadruk op wijzen, dat dit Apostolaat door de Heilige Maagd Maria Zelf in het leven is geroepen als kanaal voor de verkondiging van de laatste fase van Gods Heilsplan: de fase van de bekendmaking van ten dele onvermoede elementen van de volle Waarheid, onder andere met betrekking tot de aard, de hoedanigheid, de roeping en de rol van Maria als:

  • Aanvoerster in de laatste strijd tussen het Licht en de duisternis: De maat van de toewijding van een ziel aan Maria bepaalt de mate waarin deze ziel binnen deze strijd 'nuttig' is;
  • Gouden Brug tussen de zielen en Gods Hart;
  • Lerares in de Wetenschap van het Goddelijk Leven tot vorming van de ware heiligen voor de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

Niet slechts het Wezen en de hoedanigheden van de Moeder Gods worden in deze verkondiging beklemtoond, doch ook de Mysteries van het Goddelijk Leven. Deze beide accenten zijn heel nauw met elkaar vervlochten, zoals op grond van het geheel van deze geschriften heel gemakkelijk kan worden begrepen.

De via dit kanaal tot stand komende en verspreide geschriften ontspringen geheel en al uit een mystieke Bron: Zij worden alle door de Koningin des Hemels geïnspireerd. Maria is en blijft de Meesteres van de door Haar geschonken ingevingen, en beslist op soevereine wijze over de vraag, wat publiek zal worden gemaakt, en wanneer. De grote klemtoon op Maria in de via dit kanaal verspreide teksten is derhalve niet op een menselijke keuze gebaseerd, doch op een dringende Hemelse verordening. God wil niet de dood van de zondaar, doch zijn bekering. Bekering betekent: ons hele wezen en al onze bestrevingen (opnieuw) naar het middelpunt van Gods Waarheid richten, die het Heil van alle zielen volkomen wil maken.

De Liefde en Wijsheid van God Zelf heeft deze laatste fase in de verkondiging verordend met de bedoeling, alle zielen de gelegenheid te bieden, de volheid van de Waarheid over de rol van Maria in deze Laatste Tijden te leren kennen, en op basis van deze kennis deze Waarheid te aanvaarden en haar in het eigen leven tot nut te maken. Deze verkondiging is uniek in de geschiedenis, omdat pas nu de volheid van de Tijd daartoe binnen Gods Heilsplan is gekomen. Laten wij dit buitengewoon geschenk van God niet versmaden, want het is louter en alleen op de vervolmaking van ons Heil en de verheerlijking van Gods Werken gericht.

Deze verkondiging doet vanzelfsprekend geenszins afbreuk aan het feit dat Jezus Christus het middelpunt van Gods enige Waarheid is, noch zou zij betekenen dat Myriam de unieke centrale rol van Jezus in ons geloof – de enige hoeder van Gods Waarheid – zou verloochenen, wel integendeel:

  • Ten eerste is niet Myriam, doch de Moeder Gods, de ware Auteur van deze verkondiging, die uit de Bron van God Zelf stamt;
  • Ten tweede beoogt deze verkondiging geenszins een opheffing van de geloofsstellingen, doch een 'aanvulling van de kijk op de dingen'.

Inderdaad, de hele verkondiging van de hoedanigheid van Maria als Meesteres van alle zielen en van Haar Wetenschap van het Goddelijk Leven is volkomen geworteld in de mystieke bodem van Haar eenheid met het Hart van Jezus (de bodem van de Verenigde Harten van Jezus en Maria). De Meesteres van alle zielen wordt niet verkondigd als vervanging voor Jezus Christus, wel integendeel, Zij wordt bekend gemaakt als Diegene, Die ertoe geroepen is, de Verlossingswerken van Christus in de individuele zielen te bekronen naarmate Zij daartoe de gelegenheid krijgt – een gelegenheid de Haar in een optimale vorm kan worden geboden door de totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding aan Maria. Voor deze werkzaamheid is Zij volkomen door God uitgerust, en deze werkzaamheid werd de zielen ook door Jezus Zelf aangekondigd, toen Hij vanop het Kruis Zijn Moeder aan de zielen, en de zielen aan Zijn Moeder gaf.

Niemand die de onderrichtingen, Openbaringen, brieven enz. van de Meesteres van alle zielen met een oprecht en open hart in zich opneemt, met een oog voor het volkomen sluitend systeem dat uit het geheel van alle elementen van deze verkondiging samen duidelijk wordt, kan in alle ernst tot het besluit komen dat het hier om een ketterij gaat, wel integendeel: Zelden in de heilsgeschiedenis werd de zielen een dergelijke verdieping van de kennis van, en inzichten in, Gods Heilswerken ten gunste van de zielen vergund. Wij beleven in elk opzicht een waarlijk genaderijke tijd. Helaas wordt ook deze genade door sommige zielen niet als dusdanig geapprecieerd en herkend, en wordt Jezus nog dagelijks gekruisigd doordat de Gouden Schat, die Hij de zielen van alle tijden in de vorm van Zijn Moeder in de harten heeft willen leggen, telkens weer wordt afgewezen.

Deze verkondigingen mogen derhalve niet vanuit een analyserend verstand worden bestudeerd: Het analyserend verstand laat zich op basis van de mystieke en derhalve nog ten dele niet algemeen bekende, respectievelijk niet algemeen onderwezen, elementen in deze verkondiging gemakkelijk verleiden tot de verkeerde veronderstelling dat het hier op bepaalde plaatsen om 'gewaagde stellingen' gaat. Wanneer bovendien nog de klemtoon van deze verkondigingen onmiskenbaar op Maria ligt, lijkt voor sommige zielen de verleiding onweerstaanbaar te worden om ervan uit te gaan – en deze volkomen verkeerde visie ook als 'waarheid' tegen het Maria Domina Animarum Werk in omloop te brengen – dat het hier een leer betreft, die tegen de gevestigde orde indruist (lees: die ketters is).

Gods Geest spreekt Zijn Wijsheid slechts in de harten, en wel in harten die voor Zijn Wijsheid en Zijn Gaven ontvankelijk zijn door zich in alle eenvoud en dankbaarheid en met de eerlijke bedoeling, zich te heiligen, voor Gods geschenken open te stellen.

Wanneer de plantkundige zich uit roeping met hart en ziel aan de studie van rozen en de verspreiding van zijn bevindingen in dit verband wijdt, betekent dit toch niet, dat hij niet van lelies of orchideeën houdt, hun bestaan loochent, hun waarde binnen de Schepping miskent of zelfs de Schepper van alle bloemen loochent. Op gelijkaardige wijze kunnen wij zeggen dat ons Werk relatief minder over Jezus en overwegend over Maria schrijft, omdat Myriam er nu eenmaal door de Moeder Gods toe is geroepen, precies de gevestigde kennis over Maria in een zeer hoge mate te vergroten. Dit betekent niet dat de Schepper van deze Bloem der bloemen – de Allerheiligste Drievuldigheid, respectievelijk de Tweede Persoon ervan – wordt miskend. Kan men de Roos (Maria) prijzen en de kennis met betrekking tot deze Roos verdiepen en verspreiden, zonder daarbij tezelfdertijd en automatisch de Schepper van de Roos (God – Vader, Zoon en Heilige Geest) de hoogste verheerlijking te laten toekomen?

De ziel die zich in de geschriften De Oogst van de Eeuwige Liefde en Testament van het Verbond verdiept, zal meteen merken hoe Myriam werkelijk naar Jezus toe staat, en hoe onzinnig de verdenking is, dat de rol van Jezus in Gods Heilswerk in dit Werk geminimaliseerd zou worden. Wanneer God oordeelt dat de inzichten en de kennis in verband met het Wezen en de rol van de Moeder van Christus bij de voltooiing van Zijn Heilswerken leemten bevatten, die in de huidige fase van de heilsgeschiedenis moeten worden opgevuld opdat de zielen de Verlossingswerken van Christus doelmatiger in zich zouden kunnen voltooien, wie is dan de mens, dat hij dit in twijfel zou trekken, laat staan, het zou betwisten? In deze atmosfeer en tegen de achtergrond van deze noodzaak werd Myriam door de Koningin des Hemels voor dit Werk gevormd, en precies in deze atmosfeer geeft Myriam zich thans restloos voor de vervulling van deze levensopdracht, waarin alle werkzaamheden automatisch op de Koningin des Hemels zijn gericht. Precies teneinde deze opdracht op een zo vruchtbaar mogelijke wijze te kunnen volbrengen tegen de achtergrond van de huidige fase in de strijd tussen Licht en duisternis en tegen de achtergrond van een soms verrassend nadrukkelijk Maria-vijandige ingesteldheid bij bepaalde zielen, werd Myriam helemaal in de Mariale mystiek ondergedompeld. Deze hele verkondiging had anders nooit het licht gezien, althans niet via Myriam.

Doorheen alle eeuwen is Jezus Christus in de oneindige verdienste van Zijn Woord en van het voorbeeld van Zijn Leven als Messias en Verlosser naar de zielen toe gebracht. Myriams levensopdracht bestaat nu hierin, de Moeder van de Christus in de oneindig vele onvermoede elementen van Haar schoonheid, Haar heiligheid en Haar eeuwige roeping in de zielen tot nieuw en waar leven te wekken. De verering van Maria mag niet slechts gebaseerd zijn op de oppervlakkige kennis die gewoonlijk over de Moeder Gods in de geesten leeft. Opdat de ziel waarlijk in de diepte samen met de Moeder Gods en onder volle gebruikmaking van de Haar door God geschonken hoedanigheden aan zichzelf zou kunnen werken en haar ontplooiing, respectievelijk heiliging, moge kunnen voltooien, is het zeer wenselijk dat haar kennis over deze hoedanigheden evenals over de Mysteries van het Goddelijk Leven in de ziel stap voor stap dieper en dieper kan worden. Precies dit is de hele bedoeling en de hele zin van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, het geheel van deze verkondiging, tot in haar kleinste details.

Jezus Christus is en blijft het middelpunt van ons geloof. Dat kan niet anders, Hij is immers de Zon van de Eeuwige Liefde en derhalve de Bron van het Ware Leven. Zolang echter de kennis over, en het inzicht in, Haar Die door Hem was voorbestemd als Diegene die de zielenbodems zou bewerken voor de opname van Zijn zaad, niet wordt verdiept zoals het hoort, en de zielen niet tot in de details kunnen leren hoe zij hun bodem, hun tuin, aan deze Bewerkster kunnen, respectievelijk moeten, overdragen, kan het zaad van Verlossing nauwelijks de hoogste trappen van zijn rijpheid noch zijn hoogst mogelijke opbrengst bereiken. Ik wil derhalve eens en voor altijd het volgende duidelijk stellen:

Het geheel van de verkondigingen via het Maria Domina Animarum Werk beoogt niet, Jezus achter Maria te stellen, doch een verbreding en verdieping van de kennis over Maria en over de wijzen waarop de zielen zich deze kennis tot nut kunnen maken met het oog op de voltooiing van het Heil in de ziel. Zo wordt Jezus noch uitgesloten noch miskend, noch verloochend, doch worden Zijn Werken juist naar hun hoogste verheerlijking en hun hoogste nut gevoerd. Deze verdieping van de inzichten in het ware Wezen en de ware rol van de Moeder Gods in Haar volheid ontsluit in de ziel ten volle de bodem van haar christen-zijn. Hier is dus geen ketterij in het spel, doch precies een verbreding van het perspectief vanuit hetwelk de ziel Gods Liefde kan beschouwen en zich volkomen van deze Liefde kan laten doordringen. Jezus wordt door dit Werk niet opzij geschoven, Hij wordt door dit Werk pas goed in het Licht geplaatst doordat door de verkondiging van de Domina Animarum Zijn Werken ook in hun weinig bekende aspecten op een schitterende wijze worden belicht. Zo mogen wij de verheerlijking van Jezus Christus met een bijkomende dimensie verrijken. Myriam was hierover van meet af aan zeer verheugd.

De door sommigen gekoesterde en verspreide stelling dat Myriam Jezus in de schaduw zou plaatsen, een te grote klemtoon op Maria zou leggen, derhalve een onterechte accentverschuiving in ons geloof zou bepleiten en zielen van Gods Waarheid zou wegleiden, respectievelijk zielen naar een randgebied van de kerkelijke Heilsleer toe zou manoeuvreren, is gebaseerd op een zeer betreurenswaardig misverstand, dat niet door Gods Geest is geïnspireerd. De Waarheid ligt net in het tegendeel. Diegenen die vanuit het hart leven, hebben dit begrepen en zullen de rijke nalatenschap van Christus in zich nog oneindig veel vruchtbaarder maken. Helaas moeten telkens weer zielen leren beseffen dat hun tegenovergestelde visie over deze verkondiging de vrucht is van een ophitsing vanwege de satan tegen een uniek geschenk van God, en moeten deze zielen ertoe bereid zijn, hun allergie tegen het besef van de ware grootte van de Hemelse Koningin, door deze liefdevolle verkondiging te laten uitzuiveren en genezen. Met betrekking tot dit misverstand verwijzen wij overigens met klem naar Brief Nr. 37.

Tot zover deze onderrichting uit 2009.


Op zaterdag 2 februari 2008 (Lichtmis) sprak de Koningin des Hemels tot Myriam de volgende woorden, die Zij naderhand betitelde als
Strafrede tegen alle krachten die de totale toewijding aan Maria bestrijden:

MEESTERES VAN ALLE ZIELEN: "Er zijn krachten en bewegingen aan het werk die de totale toewijding aan Maria, de roeping door Maria, het leven voor Maria en de strijd voor de erkenning van de grootheid van Maria benaderen alsof het bij dit alles om dwaling en ketterij zou gaan. Deze krachten en bewegingen bedienen zich van de listigheid van de satan zelf om te 'bewijzen' dat een leven met Maria als middelpunt een gevaarlijke dwaling is die de ziel doet afwijken van de leerstellingen van de ware Kerk van Jezus Christus. Ik wil er de zielen op wijzen dat deze krachten en bewegingen zich in hun zogenaamde bewijsvoering steunen op de grove dwaling dat de totale navolging van Maria de zielen zou wegleiden van Christus. Hoe zou dit mogelijk zijn, wanneer God Zelf Mij één van Hart heeft gemaakt met Jezus en Mij in de volheid heeft bekleed met de Heilige Geest?

De Allerhoogste heeft Mij voorzien als de gouden Brug naar het Hart van God, naar het ware Goddelijk Leven. Hoe kan iemand de overkant van de rivier bereiken wanneer hij de brug afbreekt? Zie, het water dat de zielen scheidt van God, kolkt en zwiept, want het is het water van de zonde en de bekoring, van de dwaling en de misleiding, van de leugens en listen van de satan. Dit water is voortdurend in storm, zodat geen ziel er langdurig kan in overleven. De overkant van de rivier, het Rijk van het Goddelijk Leven, kan dus niet zonder risico zwemmend worden bereikt; de ziel kan God slechts bereiken via een brug. Vele bruggen worden de zielen voorgespiegeld, doch het zijn wankele bruggen des doods. Er is slechts één brug die onwankelbaar stand houdt boven het onstuimig water: de Brug van Mijn Hart.

Totale toewijding aan Maria is een reis over de Brug van Mijn Hart. De leer van de totale navolging van Maria, zoals Ik deze onderricht door Mijn Myriam, is niet onverenigbaar met de leer van de totale navolging van Jezus Christus, wel integendeel: De leer van de ware navolging van Maria is de leer van de hoop, de leer van het vast geloof in de mogelijkheid voor de mensenziel om totaal in God en in het Goddelijk Leven te worden opgenomen en ondergedompeld. God heeft Mij, Maria, tot groot Teken gesteld voor de opgang van de geschapen ziel naar Gods Hart, voor de totale heiliging.

Ik daag Mijn helse tegenstander uit om Mij aan te tonen hoe deze weg kan afwijken van de Weg, de Waarheid en het Leven? Hoe kan de ziel die Maria tot middelpunt van haar leven maakt en Haar totaal zoekt na te volgen, ergens anders uitkomen dan in het centrum van Gods Hart? Is dat niet de meest absolute en totale vereniging met Jezus Christus?

Lammeren van Christus, wees waakzaam voor elke kracht die vijandig is jegens Mij, Maria, want zij leidt jullie in de eerste plaats weg van God Zelf. Elke kracht of beweging die zielen verkettert omdat zij Maria tot middelpunt van al hun doen en laten hebben gesteld terwijl zij niets anders beogen dan hun leven te geven voor de Werken van Gods Rijk en de verwezenlijking van Gods Plannen, is een kracht die opwelt uit de ravijnen der duisternis. Luister niet naar de slang die de nachtegaal nabootst, want haar gezang verloochent en verwondt Christus nog terwijl zij Zijn heilige naam uitspreekt".

Op 1 augustus 2008 inspireerde de Meesteres van alle zielen de volgende onderrichting in verband met Haar relatie tot Jezus:

Jezus is voor de zielen gestorven en verrezen om hen te verlossen uit het verdoemend effect van de erfzonde. De Verlossing is door het Lijden van Jezus slechts voltooid in de mate waarin de individuele ziel dit verschrikkelijk Lijden in zich tot volle vrucht brengt door een heilig leven te leiden. De erfzonde heeft de zielen een kerker bereid; de Kruisdood van Jezus heeft de zielen de sleutel geschonken; elke ziel moet nu in haar eigen leven deze heilige sleutel (geschenk van God) aannemen, hem in het sleutelgat stoppen, hem omdraaien, en zichzelf volkomen bevrijden. De ziel kan de individuele bevrijding NIET op eigen kracht bewerken. Zij heeft daartoe Gods Genade nodig. In deze Laatste Tijden werkt de Almachtige Zijn Genaden in de eerste plaats DOOR MARIA uit. Zij is de Brug over dewelke de Goddelijke Genaden in aangepaste vorm in de zielen binnengeleid worden.

God heeft doorheen de eeuwen de zielen op Maria, de 'Hemelse Brug', voorbereid. In de eerste eeuwen na Christus mocht over de werkelijke grootheid van Maria nauwelijks iets bekend worden. Pas in de loop van de jongste eeuwen is hierin geleidelijk verandering gekomen. Vanuit de Kerk is bevestigd dat Maria de Middelares van Goddelijke Genaden is. Tot zover was Zij nog steeds slechts de 'Brug'. In deze Laatste Tijden wil de Almachtige de zielen Maria voorstellen als diegene die meer kan dan slechts de Genaden via de Brug van Haar oneindig liefhebbend Hart in de zielen binnenleiden: Hij stelt Haar nu voor in Haar ware 'volheid van Genaden', de Meesteres van alle zielen, die ook de macht bezit om binnen in de individuele ziel de noodzakelijke veranderingen te voltrekken (met actieve medewerking van de ziel zelf, want anders zou Maria ingaan tegen de vrije wil). Wanneer nu een individuele ziel de Genade bekomt om over dit uniek geschenk geïnformeerd te worden, en, op voorwaarde dat zij Maria in Haar volheid aanvaardt (d.w.z. als Meesteres van alle zielen) zich volkomen aan Maria geeft in deze unieke hoedanigheid, daardoor zichzelf TOTAAL kan veranderen, dan is dit wel de grootst mogelijke zingeving die de ziel aan het Lijden en de Kruisdood van Christus kan verlenen.

God bereidt de zielen de unieke Genade om zich 'vertrouwd te maken' met de hoogste graad van verhevenheid en macht van de Moeder Gods, om Haar in die verhevenheid met vertrouwen om hulp te smeken, opdat de ziel samen met Maria de Verlossing in zichzelf zou kunnen verwezenlijken (d.w.z. deze daadwerkelijk ten volle zou kunnen ontsluiten). Wanneer de ziel deze unieke verhevenheid van deze Hemelse Hulp (grootste bewijs van Gods almacht) niet aanvaardt, heeft het Lijden van Jezus in haar absoluut niet meer het effect dat Hij ermee beoogd heeft.

De ziel kan de Eeuwige Gelukzaligheid via twee wegen bereiken:

  1. zij kan haar bereiken door eerst gedurende onbepaalde tijd in het vagevuur te lijden, of
  2. zij kan haar wat meer rechtstreeks bereiken.

De eerste weg is deze van de ziel die de ontelbare uitingen van Gods Liefde onvoldoende heeft aangenomen en niet ten volle in zich heeft benut; de tweede weg is deze van de ziel die met het hart heeft begrepen wat God haar werkelijk heeft willen geven, en die deze geschenken in dankbaarheid heeft aanvaard en ten volle heeft benut, en wel tijdens haar leven op aarde.

Laten wij steeds voor ogen houden dat de gekruisigde Jezus diegenen die Hij met Zijn onmetelijk Lijden heeft willen verlossen, liever eerder bij Zich in het Paradijs zou begroeten, doordat zij hebben aanvaard wat hen in Jezus’ onmetelijk verheven Moeder is gegeven, toen Jezus vanop het Kruis Maria en de zielen bij elkaar bracht opdat zij elkaar volkomen in zich zouden opnemen.

Zij die Maria niet aanvaarden als het grootste geschenk van de Barmhartige God, verwaardigen zich niet om deze Goddelijke Werken ook tot het uiterste in zich te benutten: Zij bewandelen niet het pad der paden, dat God voor hen heeft geplaveid opdat zij niet hun ziel zouden openrijten aan de doornen der onwetendheid...

Met de Meesteres van alle zielen nodigt Jezus zielen méér dan ooit voorheen uit, om dieper binnen te dringen in de schoonheden en zaligheden van de effecten van Gods Liefde. Zegt de Meesteres van alle zielen bovendien niet met grote klemtoon dat Zij Jezus niet in de weg staat, doch ten diepste met Hem EEN IS, en ertoe gezonden is, de Verlossingswerken van Jezus binnen in de zielen te voltooien? De ziel mag zich vanzelfsprekend toespitsen op JEZUS, want Jezus en Maria zijn op mystieke wijze één, en Jezus zal elk individu, wanneer Gods Tijd voor dit individu gekomen is, de Meesteres van alle zielen aanwijzen als Weg naar God. Zo heeft Maria Gods Belofte vertolkt. De ene ziel is daar vandaag voor klaar, de andere morgen, nog een andere pas volgende maand. Het is precies de Heilige Geest die dit alles in de geopende ziel fluistert, op Gods Tijd EN op de tijd waarop de individuele ziel daar volkomen voor openstaat.

De Meesteres van alle zielen heeft nooit gezegd dat Zij als enige Verlossing brengt, wel integendeel. Dat zou een ketterse uitspraak zijn. De ziel die het geheel van de geschriften leest, welke Maria door Myriam laat bekendmaken, weet precies dat Maria uitsluitend en alleen verkondigt dat Zij er door God toe geroepen is om in de Laatste Tijden de Verlossingswerken van Jezus in de individuele zielen te voltooien respectievelijk te ontsluiten, door de zielen die Maria VOLKOMEN – IN HAAR VOLLE VERHEVENHEID – in zich opnemen, te helpen ontplooien in de wegen naar de heiligheid, en wel volgens de individuele gesteldheid van het hart en volgens de individuele levensweg. De zielen mogen nooit uit het oog verliezen dat Jezus en Maria EEN ZIJN VAN HART. Niemand komt tot de Vader tenzij door Jezus, maar het is de Godheid Zelf die de zielen nu Maria in Haar volle verhevenheid en volmaaktheid laat openbaren en Haar aan de zielen voorhoudt als de Gouden Weg naar Christus. De Hemelse Koningin laat in dit verband verwijzen naar Haar Openbaring van 30 september 2006. (zie meteen na deze tekstpassage).

Maria heeft NOOIT beweerd dat Zij een Plaatsvervangster voor Christus zou zijn. Herhaaldelijk beklemtoonde Zij net het tegenovergestelde: Zij is diegene die het inbouwen van de hoogste Genaden in de ziel vergemakkelijkt, die zielen volkomen ontsluit voor de Verlossings- en Heiligingswerken van God, en die voor dit alles door Jezus Zelf aan de zielen is gegeven: 'Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder'. Zalig zij die leren, doorheen de woorden van Jezus te zien en te begrijpen, doordat de Geest van God hen daartoe opent, want zij zullen Gods bedoelingen op prijs leren stellen. De echte Liefde tot God is de gesteldheid van de volkomen openheid voor de stromen der Genaden en voor het juist begrip van Zijn geschenken.

Maria, en het begrijpen van Haar ware verhevenheid en van Haar ware plaats binnen het Heilsmysterie, is het grootste Geschenk van God sedert de Kruisdood van Jezus. Maria Zelf definieert Haar plaats binnen het Heilsmysterie als deze van de door God voorziene Meesteres van alle zielen, die de zielen bewerkt zoals de tuinierster haar tuin bewerkt, opdat zij klaargemaakt worden om de Verlossing en de heiliging in zich te voltooien, en wel in innige samenwerking tussen de ziel en Maria. Dat maakt Haar tot de gouden Brug naar de Verlossing. Maria Zelf beweert dus allerminst dat Zij de enige Verlosseres zou zijn. Zegt Maria soms niet in deze geschriften:

"Christus = de Zon; Maria = de zonnestralen; de zielen = de aarde. God stuurt Zijn Licht en Zijn warmte (Zijn Levenskracht) naar de zielen door Maria. Via Maria bereikt de kracht van het Goddelijk Leven de zielen"

Verdringen de zonnestralen soms de zon? Doet men de zon onrecht aan door haar stralen te aanvaarden en ten volle te benutten?

Tot zover deze inspiratie van 1 augustus 2008.

Hier volgen de hierboven bedoelde woorden van de Meesteres van alle zielen van 30 september 2006:

"(...) De Mensendochter is niet God, maar Zij draagt in Zich de kenmerken van de hoogst mogelijke 'vergoddelijking'. Wanneer je een verlichte ruimte bekijkt, zie je de effecten van het licht, terwijl het licht zelf in zijn wezen onvatbaar blijft. Wanneer je de prachtige regenboog ziet die op een muur of op een vloer wordt getoverd door een prisma waar het zonlicht doorheen schijnt, zie je de verschillende elementen waaruit het zonlicht bestaat, terwijl het licht zelf onvatbaar blijft. Niet alleen blijft het diepe wezen van het licht verborgen, bovendien kan zonder de tussenvoeging van het prisma niet achterhaald worden dat dit licht uit een aantal verschillende kleuren is opgebouwd. Zo voel je ook de warmte van het zonlicht, zonder dat de bron van dit alles en het wezen van die warmte helemaal tot in de kern doorgrond kunnen worden. Nooit kunnen alle vragen over het diepe wezen ervan opgelost worden, want uiteindelijk strandt het verstand op het ongrijpbare, onstoffelijke, het mysterie dat een onzichtbare toevoeging is van Gods hand. Zo is het ook met Mijn Wezen: Ik maak het Goddelijke tastbaarder voor de zielen zonder dat de diepste geheimen van Mijn Wezen op menselijke wijze verklaard kunnen worden. (...)".

In de volgende passages uit de Openbaringen lichten Maria en Jezus Zelf Hun onderlinge relatie in het kader van de verkondigingen via Maria Domina Animarum toe. Deze tekstuittreksels worden eenvoudig chronologisch aangeboden voor diepe overweging:


23 april 2006

"(...) Christus, de Middagzon, zal door Gods Barmhartigheid worden bekrachtigd in de Dageraad van de Meesteres van alle zielen, opdat zij die het ware Licht niet hebben herkend, er opnieuw aan herinnerd zouden worden dat God hen het ware Licht heeft geschonken om hun aandeel te worden voor de Eeuwigheid. Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, is de eerste en grootste erfenis van het Licht van Christus, en zal als de Dageraad schitteren in de prachtigste kleuren die de zielen ooit hebben gezien. Zij zullen zien dat deze Dageraad de macht en de eigenschappen van de Middagzon in zich draagt. Zo zullen ook zij die het volle Licht van de Middagzon niet verdragen, getuigen worden van Gods macht en Glorie, in een Licht dat de ogen van hun ziel zal klaarmaken voor de volle Waarheid".


21 juni 2006

"(...) Het is Mijn taak als de Meesteres van alle zielen, alle zielen bij elkaar te brengen en te houden in banden van Liefde en Vrede, en hen in verbinding te houden met de Boom des Levens, Jezus Christus.(...)"


13 juli 2006

"Weinige zielen hebben ooit begrepen dat Jezus met Zijn kruiswoord 'Zoon, ziedaar uw Moeder' in wezen de sleutel gaf tot de voltooiing van Zijn Verlossingswerk. God heeft de mensheid via drie wegen willen verlossen uit de heerschappij van de satan, die door het ingeven van de erfzonde de mensheid voor alle tijden onder zijn slavernij heeft weten te brengen. De eerste weg was deze van het Lijden en de Kruisdood van Jezus, de tweede zou de voortdurende inwerking van de Heilige Geest zijn, en de derde de totale toewijding van de zielen aan Mij, Maria. In de Meesteres van alle zielen heeft Hij Zijn macht en Zijn Wijsheid gelegd. Door Haar worden de vruchten van de Boom des Levens, de gekruisigde Christus, in de zielen tot rijping gebracht en onophoudelijk gevoed met de vruchten van Haar eenheid met de Heilige Geest. Zij bekroont in de zielen de Verlossing en de heiliging, door hen te herscheppen volgens de inzichten die Zij bezit en die volkomen passen binnen Gods Plan van Heil met de zielen, het Goddelijk Plan waarvan Zij tot Uitvoerster met Goddelijke macht is gemaakt. Daarom is Zij verheven tot de absolute Meesteres van alle zielen en heeft Zij alle macht over hen gekregen, opdat Zij hen zou kunnen regeren, besturen en begeleiden in de tijden van de laatste strijd tegen de duisternis. Door Mij zal de mensheid gezuiverd en geopend worden voor het ware Licht van Christus, en naar haar definitieve bevrijding worden gevoerd, in de mate waarin zij Mij vrijwillig daartoe de deur opent".


21 december 2006

JEZUS: "(...) Zeg aan Mijn lammeren dat Mijn Moeder voor deze Laatste Tijden de onbeperkte macht heeft ontvangen om met onbetwistbare Goddelijke volmacht te heersen over alle zielen, de mensenzielen volkomen met de Godheid te verzoenen, en over de grote vijand van de zielen te heersen tot zijn definitieve verplettering onder Haar gezalfde voeten. Maria is de soevereine Meesteres van de mensheid. Het ontbreekt Haar aan niets om de mensheid te zuiveren van alle kwaad. Dien Haar met heel je leven en sterven. Zij werkt in jou een Plan uit dat de mensenzielen niet kunnen vatten. De grootheid van dit alles zal pas later aan het licht worden gebracht, doch wordt reeds door een bovennatuurlijk Licht in jouw ziel onthuld. (...) Verloochen Haar nooit, want Maria is de Troon van God Zelf".


7 februari 2007

Bij de H. Communie zegt JEZUS:

"Mijn Moeder regeert de zielen met Onze macht en Wijsheid. Alles wat Zij doet en zegt, heeft een zin die voor menselijke ogen verborgen moet blijven. De Genade van elke openbaring hierover is door Mij afgekocht aan het Kruis, en door Haar aangevuld door Haar volhardende volmaaktheid. De uitwerkingen van dit alles zijn voorbehouden voor deze Allerlaatste Tijden. Zielen, ontwaak!"


26 april 2007

JEZUS: "Mijn Moeder was een geest van Goddelijk Licht, die slechts is bekleed met een lichaam omdat Zij de Verlosser moest baren in het vlees. Deze Schat van heiligheid is aan de zielen gegeven tot een Teken van Gods Glorie en tot een levende herinnering jegens de krachten der duisternis dat hun heerschappij over de zielen beperkt zou zijn in de tijd. In Maria heeft de menselijke ziel de duisternis totaal overwonnen. In Haar is de volrijpe vrucht van Mijn Verlossingswerk zichtbaar tegenwoordig gesteld aan de zielen van alle eeuwen. Wie Maria, Haar Glorie, Haar verdiensten en Haar macht miskent, miskent de eeuwigdurende absolute waarde van Mijn Verlossingswerk".


21 juli 2007

"Jezus Christus is de lamp die Goddelijk Licht verspreidt. Ik ben de kristallen stolp die door God over deze lamp is geplaatst. Ik zorg ervoor dat het Goddelijk Licht gelijkmatig verspreid wordt, op een zodanige wijze dat het niet verblindt maar betovert door een schoonheid die wordt geaccentueerd door glinsteringen in de meest uiteenlopende kleuren. Ik ben als het ware de filter die het Licht ontleedt in de verschillende elementen van zijn kracht: alle deugden, die samen het Goddelijk Leven vormen.(...)"


25 november 2007

"(...) Zie Mijn rol binnen Gods Heilsplan: Christus Koning zal tot velen in het uur van hun oordeel zeggen: 'Ik had honger, en gij hebt Mij niet te eten gegeven'. Welnu, Ik geef de zielen de bouwstoffen die zij nodig hebben om het voedsel te maken dat zij Jezus te eten kunnen geven, want een liefhebbende ziel, dit wil zeggen een ziel die zich beijvert om de wegen van het Licht te gaan, is voedsel voor Jezus. Dát kom Ik doen, als Meesteres van alle zielen, ook daartoe ben Ik gezonden. Zalig zij die verlangen om Mijn dienaren te zijn, elk uur van hun leven, want in hen kan Ik dit Wonderwerk volbrengen: voedsel te zijn voor een God die nochtans alles in Zich draagt en dus niets tekort komt. Eén behoefte heeft zelfs God: deze aan de Liefde van Zijn schepselen".


28 november 2007

JEZUS (over Maria): "(...) Zij wil elke ziel omvormen tot voedsel voor Mijn Goddelijk Hart. Dàt is het diepe wezen van de herscheppende macht die voor eeuwig aan Mijn Moeder is gegeven. Zielen, gehoorzaam Haar in elk woord dat Zij jullie geeft. Bestudeer Haar woorden tot zij jullie vlees en bloed worden, want in deze woorden zit de sleutel verborgen die ieder van jullie kan ontsluiten voor de Eeuwige Gelukzaligheid, de sleutel tot de ware zelfkennis, zodat in geen enkele ziel die Maria waarlijk volgt, nog een spoor van bedrog kan overblijven".


12 december 2007

JEZUS: "Ziehier wat Ik in elke Heilige Communie verlang te doen: Ik zie de communicerende ziel als de vissersboot op het meer van Genesareth tijdens de storm. Ik wandel over de woelige baren, stap in de boot en spreek tot de zwiepende golven, opdat de ziel niet langer afgeleid zou worden door de storm om zich heen, doch zich opnieuw zou kunnen toeleggen op het vangen van vissen voor het Rijk Gods. Zeg aan de zielen dat zij zich totaal aan Mijn Moeder geven en Haar volmaakt en blindelings gehoorzamen, opdat zij niet langer ten prooi mogen vallen aan de stormen der wereld, en zij zich erop kunnen toeleggen, meestervissers te worden. Mijn Moeder kan elke storm in hart en geest laten luwen, want uit Haar stroomt de vredebrengende adem van de Heilige Geest".


13 december 2007

"Sommige zielen zijn in de war over Mijn rol in de Laatste Tijden, en over de waarheid van de openbaringen in dit verband. Deze zielen worden door duistere invloeden geïnspireerd tot de dwaling dat de Meesteres van alle zielen de eeuwigdurende Missie van Jezus Christus als Verlosser en Bron van Heil in de weg zou staan. Deze opvatting wordt door de satan in deze zielen gelegd om Mijn rol als de Meesteres van alle zielen ongeloofwaardig te maken. Hij doet dit omdat hij terecht vreest dat Mijn macht nooit eerder zo sterk heeft geschitterd als in het tijdperk dat nu is ingetreden. Dit tijdperk is begonnen in het uur waarin God Mij heeft laten openbaren als de Meesteres van alle zielen. Ja, Ik herhaal met klem dat Mijn profeet door Mijzelf is gekozen om Mij te openbaren als de Meesteres van alle zielen omdat God het uur daartoe had beschikt. Laat Ik de wankelende zielen deze onderrichting voor ogen stellen:

Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, is niet een ketterse vervanging van Jezus Christus, het Licht der wereld: Zij is de door God Zelf voorbestemde Voltooiing van het Plan van Heil en Verlossing dat door Jezus Christus als God-Mens is ingeluid en waarvoor Hij aan het Kruis het Nieuw Verbond met de mensheid heeft bezegeld. Toen Jezus aan het Kruis de woorden sprak: ‘Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder’, ontsloot Hij in werkelijkheid de verborgen kern van het Goddelijk Plan van Heil en Verlossing dat Mij sedert alle eeuwen had bestemd tot Meesteres, Leidster en Gids van alle zielen. Mijn rol als Meesteres van alle zielen bestaat uit de begeleiding en verdieping van de zielen op de weg van de heiliging, die de voltooiïng is van de door Jezus afgekochte Verlossing en de weg naar de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

Ziehier het beeld dat de zielen zich voor ogen moeten houden: Jezus Christus is de Bron van het Licht, Ik ben de Meesteres van het Licht. Dit betekent dat het Licht uit God stroomt, doch dat Ik de volkomen en onbegrensde beschikking over de ontplooiïng van het Licht in de zielen heb gekregen. Hoe zou Ik dan een Concurrente, een hindernis, voor Jezus kunnen zijn? Zielen, begrijp dit wel: door een Goddelijk Mysterie zijn de Harten van Jezus en Mijzelf één gemaakt opdat Bron en Stroom, Oorsprong en Voltooiïng, het Goddelijk Licht langs volmaakt Goddelijke wegen naar de bedoelde bestemming zouden kunnen voeren: de vestiging van Gods Rijk in de zielen, die bestemd zijn om beeld en gelijkenis van God te worden. Als de Meesteres van alle zielen draag Ik de sleutel tot de ontsluiting van de volmaakte Gelukzaligheid van de zielen.

Zalig zij die het Licht in zich opnemen om deze Waarheid te kunnen geloven, want zij zullen hun menselijkheid overwinnen".


22 december 2007

"Ik ben de Dageraad van het Rijk Gods op aarde. Ik kondig de eeuwigdurende zonovergoten zomerdag aan, de eeuwigheid waarin het Licht van Christus zal schitteren tot in de verste uithoeken van de Schepping. In voorbereiding op de dageraad baant de zon zich reeds een weg in het verborgene, onder de horizont. Dit verborgen werk van de zon vóór zij zichtbaar opgaat, is het werk dat Ik nu, mede op grond van de toegewijde offers en beproevingen van Mijn dienaren, verricht. Laten de zielen niet verontrust worden en niet wankelen omdat de duisternis van de nacht om hen heen nog niet lijkt te wijken. Dat zij niet vrezen: Meter na meter klimmen de lichtstralen van de strijdende zon naar de horizont. God is de zon, Ik ben de lichtbaan, Zijn stralen. Weldra bereiken Mijn voeten de einder van het nachtelijk fundament, en zal de zon zichtbaar worden doordat de duisternis onder Mijn voeten ligt. Ik heb alle toegewijde beproevingen nodig als voetbank. Zo luidt de rechtvaardige Verordening van de Middagzon, de God van Licht, Liefde en Vrede".


26 december 2007

"Het Rijk Gods op aarde is vergelijkbaar met een boom. Ikzelf ben de grond waarin de boom is geplant. Ik ben doordrongen van alle Goddelijke eigenschappen, voedingsstoffen, bestanddelen en gesteldheden die nodig zijn om de boom in staat te stellen om in Mij wortel te schieten. De boom zelf is Jezus Christus. Aan de boom ontspringen bloesems en vruchten, die zonder de boom niet zouden kunnen bestaan. Begrijp dit beeld wel: De 'Boom Jezus' wordt niet gevoed vanuit de 'grond Maria', doch heeft op basis van een Goddelijke Verordening gekozen om in Mijn grond wortel te schieten als een teken naar de zielen toe: Zij vinden in Mij het voedsel dat zij nodig hebben om de kiem van hun heiligheid (de bloesems en vruchten) tot rijping te brengen, en de eigenschappen en gesteldheden die hen ertoe kunnen brengen om beeld en gelijkenis van God te worden.

De Boom Jezus groeit en bloeit uit Zijn eigen kracht, want Zijn stam bevat de volheid van het Goddelijk Leven en draagt dus de volwaardige kiem van de vruchtbaarheid. Zijn relatie tot Mijn grond is geen relatie van AFHANKELIJKHEID, doch een relatie van EENHEID VAN DOEL: De 'Boom Jezus' bloeit slechts vanuit Mijn grond omdat Hij Zich met Mij één heeft willen maken omdat dit Gods Plan dient, want het grote doel – de grondvesting van Gods Rijk op aarde – moet verwezenlijkt worden in de vlekkeloze eenheid tussen God en de zielen. Welnu, Ik vertegenwoordig de zielen naar God toe, zoals Ik God vertegenwoordig naar hen toe. Zie, Ik ben de Brug tussen de Schepper en Zijn Schepping. De Schepper heeft de grond van Mijn ziel geschapen en heeft deze zo diepgaand met Zichzelf bekleed dat hij de passende gesteldheid zou bezitten om de Boom van het Goddelijk Leven te dragen tot voeding voor alle zielen".


7 januari 2008

"Wie de zomerdag wil prijzen, looft ook reeds zijn dageraad. Zo zal ook de ziel die de Middagzon Jezus Christus in haar leven wil zien stralen, de Dageraad Maria met verrukking begroeten".


31 januari 2008

"(...) de satan verzet zich des te heftiger naarmate Mijn Werken gediend worden. Zeg aan de lammeren van Christus dat zij de volgende regel voor ogen houden: Elke kracht die zich verzet tegen de verkondiging van de volle Waarheid over Maria, wordt bestuurd door Mijn tegenstander, en is dus vijandig jegens Gods Geest. Blijf volharden, Gods Tijd zal jullie in het gelijk stellen. Wankel niet omdat de vijand brult, hij brult omdat hij de verpletterende macht van Mijn voet vreest. Houd jullie dit beeld voor ogen: Maria heeft de maan onder Haar voeten. De maan is de spiegel van Gods Licht in de duisternis. Ik ben Koningin en Meesteres over alle duisternis".

"Ik ben jullie Meesteres. Elke ziel die deze Waarheid in zich opneemt, zal door de satan zwaar aangevallen worden, want de aanvaarding, door de ziel, van Mijn onbegrensde macht over de zielen, maakt de satan woest. Hij zal niet rusten tot hij deze ziel ervan heeft overtuigd dat zij in dwaling verkeert en bezig is, zichzelf te verdoemen. Heb Ik er in De Dageraad van Gods Rijk op aarde niet laten voor waarschuwen dat Mijn vijand de onbeschaamde leugen zou verspreiden dat de volle Waarheid over Maria een dwaalleer is? Zo zal hij bepaalde zielen ervan overtuigen dat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen een tegenbeweging tegen de Kerk van Christus is. Laten de zielen deze redenering beschouwen als de ultieme valstrik der duisternis, die hierdoor poogt, zielen af te schrikken voor de aanvaarding van Gods ultiem geschenk van Liefde aan de mensheid sedert de Verlossingswerken van de Christus".


27 februari 2008

"(...) Binnen Gods Plan van Heil voor alle zielen ben Ik, Maria, voorzien als de Voltooiing van de Werken van bevrijding en heiliging die Jezus Christus op aarde is begonnen met Zijn Leven en Lijden als God-Mens. Ik druk daarom de zielen de volgende Waarheid in het hart: Moge elke ziel er rekening mee houden, dat zij op diverse vlakken en vaak in wisselende mate dienares en uitvoerster is van de werken der duisternis en aldus in bepaalde omstandigheden de satan tot meester heeft. Zodra de ziel Mij erkent en belijdt als haar Meesteres, begin Ik met de uitvoering van de Werken van Mijn macht, die oneindig groter is dan deze van de satan, om deze valse meester uit de ziel te verwijderen en de sporen van zijn werken ongedaan te maken.

De erkenning, door de ziel, van Mij, Maria, als haar ware Meesteres, betekent het breken van de tirannie van hem die vaak jarenlang ongemerkt haar meester was. God biedt elke ziel de keuze aan: Indien zij haar gedragingen en gesteldheden niet tracht te zuiveren van elk spoor van duisternis, zal de satan in vele opzichten haar meester blijven en verbant zij uit vrije keuze het Licht der Genade van haar levensweg. Indien de ziel daarentegen Mij erkent en belijdt als haar ware Meesteres, zal zij in steeds toenemende mate de uitwerkingen van Mijn macht ervaren en zal haar weg een weg van ware Verlossing en heiliging zijn.

De keuze voor Maria als de Meesteres van de eigen ziel en van alle zielen, is de keuze voor het Goddelijk Licht dat door Mij vertegenwoordigd wordt. De totale dienst aan Maria is de weg van de totale bevrijding uit de slavernij jegens de eigen zwakheden, die de marteltuigen zijn waarmee de valse meester zijn gevangenen kwelt en hen laat leegbloeden van het ware Goddelijk Leven. Zielen, Ik ben jullie gegeven als het grootste geschenk van Gods Liefde. Als jullie Meesteres kan Ik in jullie de beloften van Christus waar maken. De weg van de bevrijdende overgave aan Mij, Maria, wordt jullie getoond in alle woorden die Mijn profeet in Mijn opdracht op schrift stelt".


17 juni 2008

"Elke ziel is een akker. De Eeuwige Vader heeft de akker geschapen en heeft hem voorzien van uiteenlopende soorten zaden, ieder met een verschillend aspect van de Goddelijke kiemkracht. Gods Zoon Jezus Christus is de zon boven de akker. De Heilige Geest besproeit de akker met de malse regens der Goddelijke Genaden, en vervult de lucht boven de akker met de adem van het Goddelijk Leven. Ik ben de Hemelse Tuinierster, die de macht en het vermogen bezit om de akker tot zijn hoogste vruchtbaarheid te brengen.(...)"


1 augustus 2008

"(...) Zielen van Mijn Hart, de Meesteres van alle zielen is het grootste geschenk dat God de mensheid geeft sedert de verlossende Kruisdood van Jezus en Zijn Verrijzenis. Waarom toch, blijven harten zozeer gesloten dat zij niet begrijpen noch voelen wat Mijn hoedanigheid als Meesteres van alle zielen werkelijk voor de zielen en voor de wereld betekent? Deze verkondiging is zo groot, zo overweldigend, zo vervuld van Gods macht en Heerlijkheid, dat sommige zielen zwaar door Gods tegenstander aangevallen worden zodra zij haar vernemen. Moge dit de zielen bevestigen tot welk wapen tegen de duisternis de Allerhoogste Mij als Meesteres van alle zielen heeft gemaakt. Ik ben geen vervanging voor Christus, Ik verwijs juist naar Zijn Godheid door de mensheid te tonen wat God bereidt voor een ziel die zich totaal aan Christus geeft, zoals Ik heb gedaan. Geen enkele ziel is ooit méér één geweest met de Verlosser dan Ik. God heeft in Mij alles uitgestort wat een geschapen ziel kan bevatten en dragen.

Ik herhaal, dat Ik niet om Mijzelf vereerd wil worden, doch dat in Mij de oneindige grootheid en Heerlijkheid van God en van al Zijn grote daden, met inbegrip van het Verlossingsmysterie, geprezen moet worden. Zij die weigeren, de Meesteres van alle zielen te aanvaarden omdat zij menen dat Zij Jezus Christus terzijde zou schuiven, verkeren in grote dwaling. Ik beklemtoon eens en voor altijd:

Maria, de Meesteres van alle zielen, is er door God toe geroepen, Zijn Heilsplan in de zielen te voltooien. Dit is de enige zin van Haar roeping, van Haar unieke grootheid en van Haar unieke macht. De Meesteres van alle zielen maakt Zichzelf niet tot een einddoel op zich, Zij belichaamt door Goddelijke Genade de absolute bekroning van Gods Heilsplan. Zij is de gouden Poort naar het Rijk Gods op aarde. Haar roeping is het, in de zielen de Werken van Christus te voltooien, in de mate van de actieve inzet van elke ziel zelf".


22 augustus 2008

"(...) Nog kent de wereld niet de volheid van Mijn macht. Keer jullie af van de gehechtheden aan alle misleidingen van het werelds leven, en jullie zullen zien dat Ik Gods Waarheid verkondig: dat God Mij aan jullie heeft gegeven om via jullie totale overgave aan Mij als Meesteres van alle zielen, alle weldaden van Christus overvloedig in jullie zielentuinen tot bloei te brengen.(...)"


8 september 2008

"(...) Zie, Ik ben geboren opdat Ik de Christus in Mij zou kunnen ontvangen om Hem te dragen en als God-Mens ter wereld te brengen. God heeft Mij volkomen één gemaakt met Zijn Godheid om Haar te baren voor een leven als God-Mens. In Mij kan elke ziel eveneens één worden met Christus. Uit Mij kan elke ziel geboren worden voor een leven in volkomen eenheid met Christus.

Ik ben de Dageraad van het Goddelijk Leven. Uit Mij is de Middagzon geboren. Ik kan over elke ziel die zich met Mij één laat worden, de Middagzon afroepen, zodat zij het Goddelijk Licht in zich draagt en haar duisternis voorgoed kan overwinnen. Het Licht brengt het Ware Geluk in de ziel.(...)"


3 oktober 2008

"Ik ben de Meesteres van alle zielen. God Zelf heeft Mij deze hoedanigheid geschonken, en maakt haar in deze tijd aan de zielen bekend, opdat zij de weg naar de voltooiing van hun Verlossing spoediger mogen vinden. Zie, Mijn Zoon Jezus Christus heeft de poort naar de Eeuwige Gelukzaligheid voor de zielen getoond en ontgrendeld. Hij is de Weg van de ware Verlossing. Hij is ook de Zon van Gods Licht. Door de effecten van de erfzonde en het zware wolkendek van zondigheid dat over de zielen is gespannen, zijn zeer veel zielen niet meer in staat om Gods Licht te volgen, omdat zij de aanblik ervan op hun levensweg niet meer verdragen. De ogen der zielen hebben zich zozeer aan de duisternis gewend, dat het Goddelijk Licht hen moet worden aangereikt in een vorm die hen in staat stelt om er op een zachte wijze aan te wennen. Daarom word Ik door God naar de zielen gezonden als een Filter, die het Goddelijk Licht geleidelijk aan tot de zielen laat doordringen en het voor hen opdeelt in de vele uiteenlopende kleuren van alle deugden, die Ik hen leer in alle onderrichtingen en openbaringen die Ik door Mijn profeet verkondig.

Zo maakt de Meesteres van alle zielen de onschatbare rijkdommen van de nalatenschap van Christus toegankelijk voor alle zielen, waarvan zovelen gewond zijn doch het geneesmiddel van Jezus’ Tegenwoordigheid niet meer verteren, of verblind zijn door de vele dwaallichten der wereldse invloeden, en daardoor het Ware Licht van Christus niet meer verdragen. Daarom ben Ik de Brug tussen God en de zielen, en daarom heb Ik de macht gekregen om zielen tot in hun wortels te veranderen en te genezen.

Zielen, geef jullie totaal aan Mij, jullie Meesteres bij Goddelijke Beschikking, opdat Ik jullie totaal bevrijd en jullie kan maken tot lichtjes die de duisternis beschamen. Ik ben de Poort van de grote Tempel die Christus heet. Treed binnen in Mij door totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen, en jullie zullen de volheid van Christus ervaren".


30 oktober 2008

"(...) Kijk toch naar Mij. God heeft Mij gemaakt tot de Volle Maan in de nacht die jullie omhult. De ogen der ziel kunnen zo vaak het Licht van de Middagzon, de Christus, niet meer verdragen. Ik ben de volmaakte Spiegel van de zon. Ik laat het Goddelijk Licht op jullie duisternis afstralen op een wijze die aangepast is aan de verzwakte ogen der ziel. Wanneer jullie in een maanbeschenen nacht naar de hemel kijken, zien jullie toch eerst de maan. Jullie kijken toch eerst naar haar en naar de sterren, en niet eerst naar de zwarte vlekken er tussenin? Zo moeten ook de ogen der ziel eerst naar Mij – de Volle Maan – en naar de heiligen – de sterren – kijken. Ik ben de volmaakte afstraling van de voltooide deugd. De heiligen zijn de lichtpunten in de duisternis, de punten die de zielen eraan herinneren dat elke mensenziel haar duisternis kan overwinnen. De overheersende aanwezigheid van de invloeden der wereld in jullie leven heeft jullie zo vervormd dat jullie doen alsof het Licht slechts een bijzaak zonder veel betekenis is.

Zeer velen geloven niet meer in de almacht van het Licht, omdat zij niet op hun tijd de overwinning van het Licht op de duisternis zien. Ik herinner deze zielen aan Gods belofte, dat het Licht het laatste woord heeft. De strijd tegen de vele vormen van duisternis die jullie bedreigen van buitenaf maar ook van binnenin jullie – door gewoonten, gehechtheden, zwakheden en allerlei onzuivere neigingen in woord en daad, in denken, voelen en verlangen, is zaad dat de grote oogst van het Licht voorbereidt. Daartoe moet dit zaad echter aan Mij worden toegewijd, opdat het met de kracht van Mijn bemiddeling, Mijn Voorspraak en Mijn volmaakte heiligheid bezegeld moge worden.

Ik roep de zielen er met nadruk toe op, dat zij hun levensweg totaal aan Mij zouden toevertrouwen, volmaakt zouden vertrouwen op Mijn macht, en onwankelbaar zouden geloven in de Waarheid dat alle duisternis op Gods Tijd onwerkzaam wordt gemaakt en wordt vergoed. Deze vergoeding is slechts mogelijk door beproevingen, door loutering van de ziel in het Vuur van de Ware Liefde. Naarmate méér zielen sneller groeien in de Ware Liefde, zal de duisternis onwerkzamer worden. De totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen, is de gouden weg om dit te bereiken. Ik vraag alle zielen, dat zij alle duisternis die op hen afkomt, aan Mij zou toewijden, opdat deze door Mij bedwongen en onschadelijk gemaakt kan worden. Elke uiting van duisternis die de ziel bedreigt en die door de ziel niet aan Mij wordt toegewijd, kan in de ziel wortel schieten en zich in haar uitzaaien, net zoals onkruid dat niet onmiddellijk wordt herkend zodra het tussen de goede vruchten opschiet. Alle duisternis die aan Mij wordt toegewijd, wordt in de mantel der volmaakte heiligheid gehuld. Onder deze mantel kan zij niet vruchtbaar worden.

Lieve zielen, Ik ben de gouden Beek van het Ware Geluk: Ik bevloei de zielentuin met het water van Goddelijk Leven dat in het Hart van de Allerheiligste Drievuldigheid ontspringt, in de mate waarin de zielentuin naar Mijn heersende Tegenwoordigheid in zijn leven verlangt, en waarin hij zich openstelt voor de Ware Liefde door alle onzuiverheden uit zijn woorden en handelingen, gevoelens, gedachten en verlangens te weren. De ziel die zich totaal aan Mij toewijdt, wordt doordrongen van het water uit de Goddelijke Bron, en zal reeds op aarde de eerste tekenen van de Hemelse Vrede ervaren, die innerlijke rust en het Ware Geluk brengt. Het water van het Goddelijk Leven bedaart elke innerlijke storm en laat alle beklemmingen van wereldse oorsprong verdrinken. In de ziel die Mij toebehoort, baar Ik de Middagzon, Jezus Christus. In deze ziel zal Hij opgroeien en Zijn Wonderwerken verrichten, omdat Mijn mantel om deze ziel Hem aan Mijn Tegenwoordigheid zal herinneren, dag en nacht".


21 november 2008

"(...) Zielen, geef jullie totaal aan Mij, en word tempelmaagden: zielen die de wereld niet meer toelaten om binnen hun muren het Goddelijk Leven te verstoren. Zo zal Ik, jullie door God geschonken als Hemelse Meesteres, in jullie kunnen voltooien waartoe jullie door God geroepen zijn: de geboorte van Christus in jullie, tot volkomen eenheid met God. Daartoe heb Ik nodig: jullie oprecht verlangen naar het Goddelijk Leven, jullie wil om onder Mijn handen te worden gevormd tot beeld en gelijkenis van God, en jullie dagelijkse volharding in de strijd tegen alle wereldse invloeden".


16 december 2008

"Zielen van Mijn Hart, opnieuw nadert de geboortedag van Mijn Zoon Jezus Christus, de Vorst van de Vrede. God heeft Mij in de wereld geroepen om voor eeuwig de Brug tussen Zijn Hart en de zielen te zijn. Ik heb Diegene in de wereld mogen dragen, die de Goddelijke Vrede in de harten wilde brengen. Ik was de eerste Ziel die de ware innerlijke Vrede, de Hemelse Vrede, een leven lang in de volmaaktheid heeft bezeten. Ik ben de Meesteres van alle zielen omdat Ik de macht heb ontvangen om de zielen naar het ware Goddelijk Leven te leiden. Het Goddelijk Leven is het Leven in overeenstemming met het Hart van God, het Leven van de ware heiligheid. (...) In Mij klopt het Hart van Christus, in Mij stroomt Zijn Bloed, in Mij ademt de Heilige Geest. Hoe zou Ik ooit andere Werken kunnen doen dan deze van God?"


17 januari 2009

"(...) Het is Mijn roeping, het Licht van Christus in alle zielen sterker te maken. Daartoe heb Ik de totale overgave van elke ziel aan Mij nodig.(...)"


19 januari 2009

"(...) Gods Zoon Jezus Christus is naar jullie toe gezonden om jullie de Weg naar het Goddelijk Hart te wijzen. Vanop het Kruis heeft Hij Mij aan jullie gegeven om deze Weg met jullie te gaan, doch daartoe heb Ik jullie totale overgave aan Mij nodig. Lammeren van Christus, bid toch met volharding tot Mij, opdat Ik voor jullie de Genade kan vrijmaken om afstand te willen doen van de overmaat aan zintuiglijke indrukken en stoffelijke behoeften, die jullie dagelijks vanuit jullie leefwereld bedreigen.(...)"


18 februari 2009

"(...) Zielen, jullie zijn dragers van jullie eigen Geluk. God geeft, Ik bewerk, en elke ziel kan de oogst ofwel gebruiken, ofwel hem op haar levensweg laten verkommeren zodat zijzelf en haar leefomgeving verhongeren. Ik roep elke ziel met klem op tot de ware navolging van Christus door bron te worden van Ware Liefde, Geluk en geborgenheid voor al haar medeschepselen – mensen en dieren.(...)"


2 maart 2009

"(...) In de beleving van de totale toewijding aan Mij sluit de ziel de volkomen bruiloft met de volmaaktheid van Gods Werken, en betoont zij aan haar Schepper haar geloof in het feit dat ook zij, door de volheid van haar medewerking, volkomen kan openbloeien. In Jezus Christus voltooit de mensgeworden Godheid de Verlossing van de ziel. In Mij begeleidt de absoluut geheiligde menselijke natuur van Maria de Verlossing van de individuele ziel naar haar hoogste voltooiing: de ontplooiing van de ziel tot het beeld en de gelijkenis van haar God. Zo heeft de Allerhoogste het gewild, en daartoe heeft Jezus vanop het Kruis der Verlossing de zielen aan Mij gegeven, en Mij aan de zielen. God heeft het zo beschikt dat de Verlossing in de zielen is gelegd zoals een schatkist, die echter gesloten is. Zo draagt de ziel in zich een oneindig waardevolle schat, die zij zich echter pas tot nut kan maken door een eigen actieve inbreng. Zolang de ziel de schatkist niet door eigen inbreng opent, draagt zij in zich een rijkdom waarmee zij niets kan aanvangen.

De ziel wordt aan de schatkist herinnerd door alle tekenen van het christelijk erfgoed, doch zij moet de kist zelf ontsluiten, door haar vrije wil om het te doen, en door haar inspanningen om de inhoud van de kist te gelde te maken. Bij Goddelijke beschikking kan de ziel dit het beste doen door een heilig verbond van eenheid te sluiten met Mij, omdat in Mijn ziel de eerste schatkist was geborgen die volledig ontsloten was, en Ik in mij alles draag waarmee de ziel de schatkist der Verlossing kan openen en de inhoud met optimaal rendement kan benutten. Ik heb de macht ontvangen om in elke ziel de Verlossing te voltooien via de werken die zij in eenheid met Mij ten dienste van Gods Plannen volbrengt. Ik ben de volmaakt verloste en volmaakt geheiligde menselijke natuur. Daarom herhaal Ik steeds dat Ik een sleutel tot de voltooiing van de Verlossing van elke afzonderlijke ziel in Mij draag".


3 maart 2009

"(...) Zielen, begrijp dat totale toewijding aan Mij geen hindernis is voor de totale navolging van Christus, doch integendeel de absolute bekroning van deze navolging brengt. Zoals Gods Werken uit zichzelf volmaakt zijn doch God veel méér vreugde schenken wanneer zij door de zielen erkend, verheerlijkt en waarlijk benut worden, zo is het Verlossingswerk uit zichzelf volmaakt doch schenkt het God veel méér vreugde wanneer de zielen in hun proces van groei en bloei, van Verlossing en heiliging, ook de bijkomende groeifactor die God hen in Mij heeft geschonken, erkennen en waarlijk benutten, en zo Zijn Werken de grootst mogelijke verheerlijking schenken. Vergeet nooit, dat de Allerhoogste in Mij, Maria, alle volmaaktheden heeft verzameld die ooit uit Zijn hand zijn gekomen, en dat Ik aldus de volheid van Zijn scheppende, verlossende en heiligende Werken vertegenwoordig. Daarom word Ik in deze Allerlaatste Tijden verkondigd als de Meesteres van alle zielen, want de tijd van de totale verheerlijking van Gods Werken is thans aangebroken".


7 april 2009

"Erfgenamen van het Nieuw Verbond, Ik word naar jullie toe gezonden om in deze Laatste Tijden het verlossend Licht van Christus tot vrucht te brengen in elke ziel die zichzelf daartoe te Mijner beschikking stelt.(...)"


Witte Donderdag 9 april 2009

"Apostel van de Meesteres van alle zielen, alle lijden der zielen is geheiligd door het Lijden van Christus. De vruchten van deze heiliging worden tot rijping gebracht in elke ziel die verlangt naar totale eenheid met, en navolging van, Jezus Christus. Mij is de macht gegeven om elk detail van het dagelijks leven van de ziel die zich totaal aan Mij heeft weggegeven, in het Kruis van Christus in te bouwen, tot bespoediging van het Heil en de Verlossing van velen, en van de grondvesting van Gods Rijk op aarde.(...)"


Goede Vrijdag 10 april 2009

"(...) Zielen, een bruiloft wordt pas tot bron van vruchten wanneer de beide partijen zich totaal en onverdeeld aan elkaar geven. Anders is er nooit sprake van een totale vereniging van alle aspecten van het wezen van de beide partijen. Voor de bruiloft tussen God en de zielen ben Ik gekozen tot Vertegenwoordigster van de menselijke natuur. God koos Mij uit alle mensenzielen. Mijn Onbevlekte Ontvangenis was als het ware de gouden bekleding van het Bruidsbed. De Menswording van Jezus in Mijn Schoot was de voltrekking van de Bruiloft. Op het Kruis voltrok Jezus, Gods Zoon en Mijn Zoon, de bruiloft bij uitbreiding aan alle zielen.

Om deze reden gaf Hij weinige minuten vóór Zijn Dood de mensenzielen aan Mij, en Mij aan de mensenzielen. Maria, de eerste der mensenzielen aan wie God de bruiloft had voltrokken, werd hier bevestigd als Meesteres van alle zielen, en de effecten van de Menswording werden nu uitgebreid over alle zielen. Ik, de eerstgekozen Bruid van God, zou het Teken zijn van de Goddelijke vruchtbaarheid. Ik zou voortaan de ware kinderen van God voortbrengen in een wedergeboorte naar de geest: De ziel die zich totaal aan Mij zou toewijden, zou in Mij worden gedragen, door Mij worden gevoed met het Goddelijk Leven, door Mij volkomen worden omgevormd naar het beeld van Christus, en bevrucht worden met Mijn erffactoren, die reeds bij Mijn Onbevlekte Ontvangenis door God waren voorzien met de volmaakte heiligheid.(...)"


10 mei 2009

"(...) De Eeuwige Vader legt in elke mensenziel de kiem der heiligheid. Deze Goddelijke kiem bevat als het ware het erfpakket van de Vader van de ziel. Het is Gods verlangen dat deze kiem der heiligheid wordt ontsloten via de vereniging van de ziel met Mij, de geestelijke Moeder der zielen. In de Menswording van Jezus heeft de Godheid onder meer dit verlangen tot uitdrukking gebracht: dat de Goddelijke kiem zich met Mij als Moeder zou verenigen voor een totale bruiloft tussen het Goddelijke en het mens-zijn. Totale navolging van Christus krijgt daarom haar bekroning in de totale, onvoorwaardelijke toewijding aan Mij.(...)"


5 juni 2009

"(...) de gouden Weg naar de ervaring van Gods nabijheid is deze van de totale toewijding aan Mij. De Goddelijke sleutel tot het Ware Geluk is de totale navolging van Christus. Deze sleutel moet dagelijks bijgeslepen worden, want de invloeden uit de wereld maken hem bot. Het Hemels mes daartoe is de totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen.(...)"


3 november 2009

"Zielen van Mijn Hart, Ik ben tot jullie gezonden om de Werken van Christus in elke ziel te verzegelen, en hen tot de vruchtbaarheid te brengen die God voor hen heeft voorzien. Zie, Ik roep ieder van jullie ertoe op, waarlijk dienaar van het Licht te worden en te blijven, want dat is de roeping die jullie de volle vruchtbaarheid van het leven op aarde schenkt.(...)"


12 september 2011

"Lieve zielen, voor alle tijden ben Ik geroepen om de Christus te brengen naar alle zielen. Ik heb Hem gebracht in de God-Mens, de Messias, die de zielen kwam leren dat de ellende, die met de erfzonde over de Schepping is gekomen, door het Kruis, en alleen door het Kruis, wordt overwonnen, want waar het Kruis bruiloft sluit met het hart, wordt de ware vrijheid van Gods Liefde geboren.

Ik breng de Christus in deze tijd nog steeds naar de zielen, in het zaad van de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Zalig de zielen die dit zaad beschijnen met een oprechte Liefde, en het begieten met een onophoudelijke toewijding van al hun beproevingen aan Mij, want in de ware volgzaamheid jegens Mij, de Koningin en Meesteres van alle zielen bij Goddelijke volmacht, ligt de kracht om het zaad van het Goddelijk Leven te laten bloeien als bloemen van heiliging.

Ik ben Maria, de Schatkamer van een Nieuwe Lente, Zij die het zegel van het Kruis der Verlossing komt drukken op elke ziel die Gods Plan voor de Laatste Tijden van harte omhelst.

Dit is het Plan van de Eeuwige Liefde: dat in elke ziel het Kruis van Verlossing opnieuw geboren wordt doordat de ziel Mij bij zich in huis neemt, Mij, de Meesteres van alle zielen, de Voltooister van alle vruchtbaarheid.(...)"


25 december 2011

"(...) In al haar ellende, duisternis, armoede en kilte verlangt de zielengrot onbewust naar het ware Geluk van het Goddelijk Leven, het Licht, de rijkdom van de heiligheid en de warmte van de Ware Liefde. Indien zij Mij in zich toelaat, baar Ik in haar de Christus, opdat Hij in haar moge groeien en haar moge vervullen met de Goddelijke Genaden van het Ware Leven.

In de ziel tracht Hij Zijn Wonderwerken te voltrekken:

  • Hij tracht haar te genezen van haar blindheid jegens alle misleiding vanwege de satan;

  • Hij tracht haar te genezen van haar doofheid ten aanzien van Gods noden;

  • Hij tracht haar te genezen van haar melaatsheid door de zonde;

  • Hij tracht haar te genezen van haar verlamming door de vele verleidingen van de wereld, die haar niets anders zijn dan een blok aan het been op haar weg naar de voltooiing van haar Verlossing, die Jezus voor haar heeft afgekocht en die zij door de eenmaking van haar wil met de Wil van God moet voltooien;

  • Hij schuwt zelfs geen moeite om de ziel op te wekken uit de dreigende dood door de zonde.

Op elk ogenblik dat Gods Wijsheid en Voorzienigheid als gunstig en vruchtbaar oordeelt, zal de Christus in de ziel Zijn Kruis opnemen, en kijkt Hij uit naar haar vrijwillige, spontane rol als Simon van Cyrene om Hem te ondersteunen op Zijn Kruisweg in haar, die Hij immers voor haar Eeuwig Heil heeft aangevat. Op deze ogenblikken gaat de ziel doorheen haar beproevingen en draagt zij de kruisen van haar levensweg, die zij aldus steeds samen met Jezus gaat.

Hij kijkt eveneens uit naar haar rol als Veronica, om Hem het Aanschijn schoon te wissen wanneer Hij door de goddeloze wereld wordt gehoond en bevuild.

Bovendien kijkt Hij verlangend uit naar de ontmoeting met Zijn Moeder in de ziel. Hij zal Haar des te sneller vinden naarmate de ziel zich aan Mij heeft weggegeven in een leven van totale toewijding.

(...) Lieve zielen, de Heilige Geest heeft de Christus aan Mij toevertrouwd opdat Ik Hem aan jullie zou kunnen toevertrouwen. Ik heb Hem gedragen in heiligheid en ben met Hem één van Hart geworden. Volg Mij na, vraag om de Genade, eveneens tabernakels te worden die de Christus in zich kunnen dragen en één van hart met Hem kunnen worden. Ik kan de Genade en het Ware Leven in jullie eindeloos vermenigvuldigen. Daartoe ben Ik de Brug tussen God en de zielen. Dit voorrecht heb Ik ontvangen omdat Ik de eenheid met de Christus in Mijn Leven op aarde tot volle vruchtbaarheid heb willen brengen. Volg Mij na, in alle woorden van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, en in het voorbeeld van Mijn leven, dat Ik jullie eveneens blijf verkondigen.(...)"


2 februari 2012

"(...) Toen de Christus op het punt stond, deze wereld te verlaten, schonk Hij Mij aan jullie, en jullie aan Mij. Het is Mijn roeping, jullie daarheen te begeleiden, waar Hij sedertdien is: naar de Hemel. Volg Mij, want waar Ik ben, is Jezus. Waar Jezus is, is de voltooiing van alles".