TOTUS TUUS, MARIA !

HET AANSCHIJN DER SCHEPPING

Over zin en verantwoordelijkheid binnen elk mensenleven

De Heilige Maagd Maria verklaart het aanschijn van de Schepping
vanaf de eerste mensenzielen tot vandaag

via Myriam van Nazareth

Algemene context van deze onderrichting

"Zielen, wees ononderbroken bewust van deze basisstelling: God is niets anders dan onvoorwaardelijke, allerzuiverste Liefde. Door deze Liefde houdt Hij alles in leven. Indien God één ogenblik zou nalaten om deze Liefde te laten stromen, zou geen enkel schepsel overleven. Geef daarom God nooit de schuld voor om het even wat jullie overkomt, want elke ervaring die geen volmaakte Liefde in zich draagt, wordt niet volkomen bestuurd door Zijn Wil, doch is besmet door invloeden van duisternis. Blijf daarom ondanks alle beproevingen en kruisen God dankbaar, want in de mate waarin jullie Zijn Liefde zuiver en onvoorwaardelijk laten stromen, geeft Hij alles een diepe zin tot voltooiing van Zijn Heilsplan voor de hele Schepping, een voltooiing die bestaat uit de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid in en tussen alle schepselen. Daarin ligt de ware zin van elk mensenleven, want elk leven dat wordt geleid in liefdevolle dienst als werktuig in Gods handen, is zinvol binnen Zijn Groot Heilsplan". (Openbaring van de Meesteres van alle zielen aan Myriam, 14 augustus 2020)

Wie de ware zin van het leven wil ontdekken, moet zich losmaken uit de verblinding van de wereldse behoeften, opdat Gods Geest hem van zijn roeping bewust kan maken. Deze roeping is niets anders dan de vervulling van Gods Heilsplan. Het leven van de mensenziel op aarde heeft voor God slechts twee doelstellingen:

  1. de heiliging van elke individuele ziel. De Hemelse Koningin spreekt in dit verband over de voltooiing of ontsluiting van de Verlossingswerken van Christus in de individuele ziel, en over Haar opdracht om elke ziel terug te voeren naar de staat van heiligheid die de ziel bezat vóór de erfzonde;
  2. de voltooiing van Gods Heilsplan via de bijdragen vanwege alle individuele zielen, met als uiteindelijk doel de grondvesting van Gods Rijk van Liefde en Vrede op aarde, de absolute voltooiing van de Vrede van Christus in elke individuele ziel. Deze bijdragen moet men zich voorstellen als het geheel van alles wat de ziel ervaart, haar reacties op deze ervaringen, en het bewust opdragen van dit alles (de ervaringen zelf + de innerlijke gesteldheden die de ziel tijdens deze ervaringen in zich waarneemt) aan God (bij voorkeur via de Heilige Maagd Maria in een doorlopend proces dat 'totale toewijding' wordt genoemd) met de bedoeling en het verlangen dat het daadwerkelijk de voltooiing of ontsluiting van Gods Werken op aarde moge helpen bespoedigen.

De zin van elk mensenleven bestaat slechts uit een volhardende, levenslange inspanning om deze beide doelstellingen te verwezenlijken, want hierin bestaat Gods grootste Plan van Liefde: De mensenziel zou door een heilige omgang met al haar aardse lijden, beproevingen en lasten haar oorspronkelijke heiligheid terugwinnen en Gods Rijk op aarde helpen grondvesten, tot vervulling van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde. Ziedaar meteen de ware zin van het leven op aarde.

Ter inleiding

Uit de Openbaring van de Meesteres van alle zielen van 19 januari 2007:

"Elke ziel maakt het voorwerp uit van een hevige strijd tussen God, haar ware Eigenaar, en de krachten der duisternis. De zielen zouden dit beter begrijpen indien zij enigszins konden vatten welke waarde een ziel heeft. Elke ziel bevat een Goddelijk element, de kiem van de heiligheid. Zoals een zaadje alle levensprincipes en ontwikkelingsmogelijkheden van een welbepaalde plantensoort in zich draagt, zo draagt deze kiem een onoverzienbare waaier van mogelijkheden om de ziel te laten uitgroeien tot Gods beeld en gelijkenis. Om deze reden zijn in Gods ogen de twee meest afschuwwekkende dingen deze:

  1. Een ziel die zichzelf volkomen laat afdrijven van het Goddelijk beeld, de gesteldheid van God Zelf, met andere woorden een ziel die zichzelf van haar waardigheid berooft.
  2. Een ziel die medeschepselen van hun waardigheid berooft, bijvoorbeeld door hen te verwaarlozen, te folteren, te kwellen, diepgaand te vernederen, geestelijk of emotioneel te verwoesten, of van God weg te trekken.

Door de eeuwen heen hebben ontelbare zielen zichzelf in één van deze beide categorieën geplaatst. Wanneer de ziel zichzelf of een medeschepsel van haar waardigheid berooft, ontstaat een totale blokkade in de stroming van de Liefde, de Hoop en het Geloof. Een ziel die in een dergelijke gesteldheid verzinkt, leeft niet langer volgens Gods Wet doch volgt de wet van de driften, en wordt nog slechts gedreven door de zucht naar genot, macht en erkenning, hoogmoed, totale liefdeloosheid, zucht naar vernietiging, zedeloosheid, en een behoefte om onenigheid en verdeeldheid in Gods Schepping te brengen. Zij wordt aangedreven door krachten die haar geen rust gunnen in de bestrevingen om Gods Werken en Plannen te ondermijnen. In deze ziel sterft alle Wijsheid, en alles wat haar aan het Goddelijke herinnert, wordt radicaal uitgebannen.

Een ziel in deze gesteldheid kan slechts genezen door een wedergeboorte in de Liefde, zodat zij opnieuw de ware zin van het leven leert zien. Geen andere kracht bezit het vermogen om een ziel te bevrijden nadat zij zo diep is verzonken in het drijfzand van het zinledig werelds leven. Het ontbreekt deze ziel volkomen aan innerlijke Vrede. Zij wordt slechts gedreven door frustraties, bitterheid en gevoelens van absolute zinloosheid. Alleen de ontdekking van de Ware Liefde kan dit alles doorbreken. Daarom moet deze ziel God Zelf herontdekken en toelaten, want God is Liefde. Slechts in de ware beleving van het Goddelijke kan de ziel de waardigheid van de ziel leren kennen zoals zij werkelijk is. Een ziel die geen eerbied opbrengt voor de waardigheid van elke ziel, is ten prooi aan antichristelijke krachten, en is dus ziek in de kern van haar wezen: Het ontbreekt haar aan de Liefde, die de essentie van het Ware Leven is. Dit is een ziel in doodsstrijd".

De zin van het leven vinden – de Koningin des Hemels schetst

1. Elke ziel is slechts op aarde om één reden en met één doel: om met haar hele leven en wezen te dienen als werktuig voor de voltooiing van Gods Heilsplan, dat is gericht op de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

2. Dit kan slechts door beleving van onvoorwaardelijke zelfverloochenende Liefde jegens alle medeschepselen en jegens God en al Zijn Werken, in het bewustzijn dat de Schepping een netwerk is, binnen hetwelk elk schepsel een knooppunt vormt en alle relaties, contacten en communicatie tussen de schepselen onderling (zelfs niet waarneembare 'aanrakingen' via gedachten, gevoelens en verlangens) de verbindingen tussen de knooppunten vormen.

3. De eerste mensenzielen, Adam en Eva, werden volmaakt heilig geschapen, dit wil zeggen: De gesteldheden van deze beide zielen waren zo totaal in overeenstemming met de Goddelijke Basislevenswet van de Ware Liefde dat zij in al hun doen en laten en al hun gedachten, gevoelens, bestrevingen en verlangens in staat waren om exact Gods verlangens te vervullen.

4. Om deze reden leefden de beide eerste mensenzielen in de Schepping, die toen nog het Aards Paradijs heette, in een volmaakte harmonie met al hun medeschepselen. Alle verbindingen tussen alle schepselen werden uitsluitend beheerst door de Wet van de Ware Liefde, doordat de mensenzielen, die door God waren bedoeld als de eerste bruggen tussen Hem en de overige schepselen, de Goddelijke Liefde onvervormd lieten doorstromen.

5. De duisternis wist deze zielen te verleiden tot overtreding tegen de Goddelijke Wet, waardoor zij hun heiligheid (dit wil zeggen: Hun volmaakte eenheid met Gods Wil) verloren. Deze eerste overtreding was de erfzonde, de eerste schending van de Wet der gehoorzaamheid aan Gods Beschikkingen die slechts tot doel hadden, de hele Schepping in een duurzaam evenwicht te houden. Daarom vormde de erfzonde het begin van alle chaos en ellende in de wereld, die onophoudelijk zouden blijven toenemen, versterkt door elke verdere zonde. Vanaf de erfzonde was de harmonie binnen de Schepping gebroken, wat spoedig tot uiting kwam door strijd en agressie tussen de schepselen en het einde van het spontaan Geluk in alle schepselen.

6. De Goddelijke Wet beschikt dat de effecten van de werken der duisternis kunnen worden gecompenseerd door lijden en ongemakken die in Liefde, in zelfverloochening en zonder enig protest worden gedragen met het uitdrukkelijk verlangen dat deze door God mogen worden omgezet in Licht voor Zijn hele Schepping. Daarom werd Gods Zoon Jezus Christus op aarde gestuurd als de God-Mens om in een mensenlichaam de meest uiteenlopende beproevingen en lichamelijk lijden te doorstaan.

7. Elke ziel wordt onophoudelijk door de duisternis aangespoord om zich in doen en laten, spreken, denken, voelen, verlangen en bestreven te verwijderen van God, en niet langer op vruchtbare wijze bij te dragen tot de verwezenlijking van de Werken en Plannen die God met de actieve, vrijwillige medewerking van alle mensenzielen in de wereld wil verwezenlijken. Via haar talloze misleidingen en bekoringen zoekt de duisternis elke mensenziel in te zetten voor de verwezenlijking van het grote plan der duisternis in de wereld. Dit plan beoogt het absolute tegendeel van Gods Heilsplan en bestaat erin, de Tegenwoordigheid van God en Zijn Werken in de wereld onzichtbaar te maken en stelselmatig te ondermijnen en te verwoesten, en alle uitingen van Liefde tussen alle schepselen te verwoesten, opdat de hele Schepping moge verzinken in een moeras van verderf, ellende, chaos, liefdeloosheid, onderlinge kwelling en vernietiging, ongeluk, angst, wanhoop, ongerechtigheid, uitzichtloosheid en een algemene cultuur van de dood en van ongeloof in het bestaan van een God van Liefde, opdat alle mensenzielen hun hele leven zouden richten op datgene wat zij om zich heen kunnen waarnemen: het stoffelijke en alles waardoor zij het stoffelijke in hun bezit kunnen krijgen.
Zo is in de wereld op grote schaal het materialisme, de geldzucht en het winstbejag gegroeid als alles beheersende drijfveer van alle doen en laten van talloze mensenzielen, ten koste van de zelfverloochenende Liefde.

8. Het stoffelijke is echter vergankelijk, terwijl de mensenziel is bedoeld om te leven voor de verwezenlijking van de niet-stoffelijke, onvergankelijke doelstellingen van Gods Heilsplan: voor de hele Schepping een Liefde, Vrede en Geluk die nooit meer vergaan, en voor de individuele mensenziel een Eeuwig Leven in altijddurende Gelukzaligheid, in een levenstoestand die wij kennen als ’de Hemel’, en die wordt gekenmerkt door de onsterfelijkheid, de voortdurende tastbare Tegenwoordigheid van God, de absolute afwezigheid van elke vorm van lijden en van ervaring van gebrek, en de absoluut totale voltooiing van de bloei van de ziel naar de toestand zoals God deze had bedoeld, namelijk tot spiegel van Zijn eigen beeld, met de erbij horende ervaring van een eeuwigdurende, onvoorwaardelijke vervulling van de Goddelijke Wet van de Liefde in de eigen ziel, een toestand die door de Meesteres van alle zielen wordt genoemd 'het voltooide Goddelijk Leven'.

9. Elke mensenziel is individueel (persoonlijk) verantwoordelijk voor de omkeer uit de duisternis naar het Licht (zowel in zichzelf als in de hele wereld), en het breken van de macht der duisternis ten gunste van de opstanding van Gods Rijk van Liefde, Vrede, Gerechtigheid en Geluk. Zij heeft deze verantwoordelijkheid van God, de Schepper Zelf, gekregen toen Hij haar bij de schepping de hoede over alle schepselen toevertrouwde, jegens dewelke de mensenziel Hem Zelf zou vertegenwoordigen – dit wil zeggen: Zijn Tegenwoordigheid en Zijn eigen gesteldheden jegens al het levende voelbaar zou maken. Het betreft hier een opdracht, door God aan elke individuele mensenziel gegeven als een heilig verbond, krachtens hetwelk elke mensenziel wordt geacht, elk medeschepsel te behandelen met een onvoorwaardelijke zelfverloochenende Liefde en een heilig respect, in het besef dat elk schepsel de handtekening van de Goddelijke Schepper in zich draagt en een Werk is, dat in Zijn Goddelijk Hart is ontworpen.

10. De absolute tegenpool van de Ware Liefde is de zonde. De Ware Liefde is de gesteldheid van God, de zonde is alles wat van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde afwijkt. Elke overtreding tegen de Wet van Ware Liefde jegens God rechtstreeks of jegens om het even welk medeschepsel brengt nieuwe duisternis over de Schepping, stelt daardoor de verwezenlijking van Gods Heilsplan uit en laadt een individuele schuld op de ziel die de overtreding heeft begaan, omdat elke ziel door elke overtreding tegen de Wet van de Ware Liefde niet bijdraagt tot de vervulling van Gods Heilsplan, doch integendeel de voltooiing van dit Plan helpt vertragen en het tegenwerkt, en dus de plannen van de duisternis in de hand werkt. In elke overtreding vanwege een mensenziel tegen de Goddelijke Wet van de Ware Liefde herhaalt zich de opstanding van Lucifer tegen God, omdat elke menselijke overtreding van de Liefde rechtstreeks door Lucifer (de satan) wordt geïnspireerd en op zijn aansporing door de mensenziel ten uitvoer wordt gebracht, zodat wij kunnen zeggen dat elke zonde, elke overtreding tegen de Ware Liefde, neerkomt op een beslissing waardoor de mensenziel actief kiest voor de duisternis en tegen het Licht.

11. Als overtreding tegen de Wet van de Ware Liefde, dus als zonde geldt elke handeling, elk verzuim, elk woord, elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen of elke bestreving vanwege een mensenziel ten aanzien van God of van een medeschepsel waarin duisternis is vervat en waardoor aan God en/of één of meer medeschepselen op welke wijze dan ook leed wordt berokkend en/of waardoor de mensenziel zichzelf schaadt, dit wil zeggen: de heiligheid van haar wezen in Gods ogen schendt. De zonde wordt tevens hierdoor gekenmerkt, dat zij op één of andere wijze Gods Plannen en Werken schade toebrengt, afremt of tegenwerkt. Zelfs nadeel of schade toegebracht aan één enkel medeschepsel ontplooit onrechtstreeks een negatieve invloed op de hele Schepping doordat alle schepselen onderling met elkaar verbonden zijn doordat ieder van hen een element vormt binnen een netwerk. De Hemelse Meesteres heeft dit effect ooit vergeleken met datgene wat men ziet wanneer in een systeem van met elkaar verbonden vaten met water aan één vat een druppel zwarte inkt wordt toegevoegd: Geleidelijk verkleurt het water in alle vaten van het systeem.

12. Elke mensenziel die zich overgeeft aan kwelling, foltering, mishandeling en ontwaardiging van een medeschepsel – hetzij medemens hetzij dier – draagt ertoe bij dat de mensheid voor God niet Zijn grote trots is, doch een immense kwelling, en dat vele mensenzielen voor hun medeschepselen geen wezens zijn die onze God en Zijn Liefde tegenwoordig stellen, doch gezanten van de duisternis die hen vervullen van angst, onbehagen en gevoelens van onveiligheid en bedreiging. De mishandelende mensenziel vermindert de stroming van de Liefde en het Geluk doorheen de hele Schepping en schaadt tevens de eigen innerlijke Vrede steeds verder (onder andere doordat zij door haar eigen geweten wordt gekweld onder inwerking van Gods oproepen in haar hart om haar ertoe aan te sporen om afstand te doen van elke neiging tot medewerking met de plannen der duisternis).

13. In de hele geschiedenis van de mensheid heeft slechts één enkele ziel op geen enkel ogenblik ook slechts in de geringste mate Gods Wet van de Ware Liefde overtreden: Maria, de Heilige Maagd en Onbevlekte Ontvangenis die Haar hele leven heeft doorgebracht zonder één enkele maal toe te geven aan enige bekoring vanwege de duisternis. Zij was hierdoor de enige mensenziel die op geen enkele wijze de vervulling van Gods Heilsplan heeft tegengewerkt of vertraagd, en derhalve de enige Ziel die Gods Wet van de Ware Liefde in zijn absolute volmaaktheid heeft vervuld.
Hierdoor kon de Heilige Maagd de Moeder worden van de Zoon van God toen Deze op aarde werd gezonden (zie puntje 6), en zou Zij terecht worden gekroond tot Koningin van de Schepping en Meesteres van alle zielen: Zij was diegene Die de rol die was voorbehouden aan de eerste vrouw, Eva, doch die door Eva niet werd vervuld, namelijk deze van waardige koningin van de Schepping en ongeschonden heilige spiegel van Gods Tegenwoordigheid, volkomen in eer zou herstellen. In de Heilige Maagd heeft God een absoluut voltooid antwoord gegeven op de schande van de erfzonde. Precies om deze reden schenkt God de zielen de uniek grote genade van het sluiten van een heilig verbond van totale toewijding van de ziel aan Maria: Via een vlekkeloos beleefde totale toewijding van de hele levensweg en van het hele wezen aan Maria kan de Heilige Maagd als daadwerkelijke Meesteres van de aan Haar toegewijde ziel deze laatste helpen kneden naar Haar eigen model. Daarom zei de Meesteres van alle zielen ooit, dat Zij het als een wezenlijk element van Haar Missie voor de Laatste Tijden beschouwt, de zielen te helpen terugvoeren naar de staat van de mensenziel vóór de erfzonde, een staat van de ziel als zuivere spiegel van Gods Hart. Essentieel is hierbij echter de bewuste, actieve, spontane, vrijwillige en ononderbroken inzet van de ziel zelf: De ziel moet in elk opzicht oprecht willen uitgroeien naar het beeld van haar Hemelse Meesteres om daardoor de maximale vruchtbaarheid na te streven, die een mensenziel als werktuig voor de vervulling van de Goddelijke Wet kan bereiken.

14. Alle gebrek aan Liefde vanwege een mensenziel jegens medeschepselen komt voort uit reacties op ontevredenheid, frustratie, verzet tegen beproevingen, woede die is gericht tegen God en het levenslot (zich verongelijkt voelen), de neiging om zich boven het medeschepsel te verheffen en dit te laten boeten voor de eigen beproevingen, de neiging om het medeschepsel te doen lijden als 'compensatie' voor de dwaalgedachte dat het medeschepsel méér van God en van het levenslot krijgt en dus gelukkiger zou zijn dan de zondigende ziel zelf. Deze ziel tracht haar houding (vaak ten dele onbewust) voor zichzelf te rechtvaardigen door de redenering "God kwelt mij, dus kwel ik mijn medeschepselen", een dwaalredenering die rechtstreeks door de duisternis wordt geïnspireerd om zielen van God weg te trekken en via hun gedrag en gesteldheden alle Licht in medeschepselen te doven en alle Vuur in hen te blussen.
Deze dwaalredenering zette de Meesteres van alle zielen ertoe aan om, onder andere in het uiterst waardevol geschrift De Beekjes van het Heil, elke neiging tot mishandeling van medeschepselen te verklaren als een neiging om zichzelf tot een soort god te verheffen, die eigen wetten van vergelding voor eigen frustraties maakt en deze meedogenloos toepast op haar hele leefwereld of gedeelten ervan, in een poging om door de ervaring van een zeker machtsgevoel de eigen innerlijke onvrede enigszins te compenseren. Daar een dergelijke gesteldheid lijnrecht indruist tegen de Goddelijke Wet, verschaft zij de ziel echter geen ware bevrediging, doch stort zij deze ziel steeds dieper in de afgrond van innerlijke onvrede, onrust en wraakzucht. Deze ziel wordt in de breedste zin van het woord slavin van haar eigen duisternis, en kan slechts zichzelf uit deze slavernij bevrijden door een actieve, vrijwillige en oprechte toepassing van de zelfverloochenende Liefde jegens al haar medeschepselen, waarbij zij zichzelf helemaal leert wegcijferen in dienstbaarheid jegens Gods verwachtingen en zij in elk medeschepsel Gods handtekening leert ontdekken en daardoor een oprechte eerbied ontwikkelt voor de unieke waardigheid van elk schepsel.

15. Dagelijks worden op deze wereld talloze mensen en dieren geslagen, gekweld, gefolterd, mishandeld, misbruikt, geterroriseerd, ontwaardigd, gedood... De mensheid toont hierdoor, zich in hoge mate over te geven aan de duisternis. Dit is toe te schrijven aan het feit dat zeer veel mensenzielen ten prooi zijn aan innerlijke onvrede, gevoelens van algemene ontevredenheid, de neiging om te negeren dat alle schepselen werken van God en eigendom van God zijn, en bovendien in alle of ten minste in de meeste levenssituaties prompt kiezen voor de bevrediging van hun eigen (vermeende) stoffelijke behoeften ten nadele van hun medeschepselen en van alle Liefde jegens hun medeschepselen.
In de waan dat zij zelf gelukkiger kunnen worden naarmate zij hun medeschepselen ontwaardigen, terneerdrukken, op welke wijze dan ook benadelen, doen lijden en zelfs uitschakelen, deinzen deze zielen er niet voor terug om zonder meer de Liefde jegens hun medeschepselen (medemensen alsook dieren) terzijde te schuiven voor vergankelijk gewin, voor een bepaald gevoel van gelding, belangrijk-lijken, macht, aanzien, financiële verrijking of – zo laag kan een mensenziel zinken zodra zij haar hart overlevert aan de heerschappij van de satan – zelfs 'eenvoudig' wegens een ziekelijk gevoel van voldoening, medeschepselen door hun tussenkomst te zien lijden en zelfs sterven. De geschiedenis van de mensheid staat bol van voorbeelden van een dergelijk sadisme dat de mens maakt tot een duivel in mensengedaante, zonder enig gevoel, zonder enig moreel besef, zonder zondebesef, zonder Liefde, volslagen onverschillig, in alle aspecten van het leven blijkbaar slechts gedreven door een onophoudelijke drang om te kwellen en leed aan te richten, en aldus letterlijk een leven te leiden als werktuig van de satan.

Hier zien wij de geboorte van de volkomen afgetakelde mensenziel als marionet van de duisternis, volkomen losgerukt van het Goddelijk Leven en derhalve van alle gesteldheden van haar Schepper, zoals deze in hun volmaaktheid zijn voorgeleefd door Jezus Christus en eveneens door de Heilige Maagd. Naarmate de ziel deze aftakeling toestaat om dieper in haar hart wortel te schieten, zal zij meer en spontaner geneigd zijn om in alle omstandigheden, situaties en contacten van het leven de Wet van de Liefde te schenden. Hierdoor verliest zij automatisch elk gevoel van zinvolheid in haar leven. Zo wordt de leegte geboren, die talloze mensenzielen op deze wereld dagelijks ervaren en die de hele wereld heeft bedekt met een onzichtbaar wolkendek van duisternis die terneerdrukt, een atmosfeer van algemeen gebrek aan vervulling die het moderne leven lijkt te kenmerken, en waaraan de ziel slechts kan ontsnappen in de mate waarin zij haar leven onvoorwaardelijk en totaal op God en Zijn belangen richt. Slechts de oriëntatie op God en op de vervulling van de ware levensroeping die God elke ziel geeft – deze van werktuig voor de vervulling of ontsluiting van Gods Plannen en Werken – kan het leven zelfs in zijn bedroevende aspecten een nieuwe zin geven.

Leerstelling van de Koningin des Hemels – Wat geeft zin aan het leven?

Wat maakt het leven voor vele zielen schijnbaar zinloos?

1. Hun gebrek aan alles overheersende gerichtheid op de vervulling van de ware levensroeping van elke mensenziel: Elke mensenziel is uitsluitend op aarde om ononderbroken haar persoonlijke bijdrage te leveren tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan. Deze bijdrage moet worden geleverd door een bewuste en actieve toewijding van alle levenservaringen aan God, bij voorkeur via de weg van Gods eigen keuze: de Heilige Maagd Maria, en van ononderbroken hartsgesteldheden die vervuld moeten zijn van ware, zelfverloochenende Liefde jegens God, jegens al Zijn Werken en Zijn Heilsplan, en jegens alle medeschepselen.

2. Het feit dat deze zielen hun leven overwegend, vaak zelfs uitsluitend, benaderen vanuit gesteldheden van zelfzucht, van belangrijk of interessant willen lijken in de ogen van hun medemensen, van het najagen van vergankelijke rijkdom, bezit, vergankelijke roem en aanzien, schijnsucces dat louter is gebaseerd op materiële belangen, stoffelijke bezittingen en schijnbare lof vanwege medemensen.

De enige ware zin van het leven op aarde ligt in een spontane, onvoorwaardelijke beleving en toepassing van de zelfverloochenende Liefde jegens alle medeschepselen – medemensen, dieren, zelfs het leefmilieu – alsook protestloze aanvaarding en toewijding van alle beproevingen, teneinde de ware roeping als mensenziel te kunnen vervullen, die bestaat uit een strikte navolging van de Werken van de Christus, in Zijn gesteldheden van vlekkeloze aanvaarding van alle beschikkingen van Gods Voorzienigheid op de levensweg, opdat de Goddelijke Wet van de Ware Liefde vervuld en Gods Rijk op aarde gegrondvest moge worden.

De mensenziel zal nooit de ware zin van haar leven op aarde herkennen indien zij dit leven beschouwt als een aaneenschakeling van gebeurtenissen waarvan zij het beste moet zien te maken voor zichzelf. Een ziel zal slechts een juist begrip van de ware zin van het leven ontwikkelen in de mate waarin zij ervan doordrongen is dat zij haar leven slechts heeft gekregen om op aarde werktuig in Gods hand te zijn en dat aldus alles wat zij ontmoet en beleeft, slechts middelen zijn die haar worden aangereikt om Gods . Een ziel zal slechts een juist begrip van de ware zin van het leven ontwikkelen in de mate waarin zij ervan doordrongen is dat zij haar leven slechts heeft gekregen om op aarde werktuig in Gods hand te zijn en dat aldus alles wat zij ontmoet en beleeft, slechts middelen zijn die haar worden aangereikt om de ziel in een vicieuze cirkel terechtkomt:

1. Duisternis in het hart (dit wil zeggen: negatieve gevoelens ten aanzien van God en/of van medeschepselen) wekt het geweten. Het geweten is de alarminstallatie van dewelke God elke mensenziel voorziet om haar te waarschuwen zodra zij bezig is, in doen en laten, in woorden, in gevoelens, in gedachten, in verlangens of bestrevingen af te wijken van de verwachtingen en verlangens van God. God verwacht en verlangt van elke ziel dat zij elk detail van haar leven leidt in volkomen overeenstemming met de Wet van de Ware Liefde, omdat deze Wet is gericht op de instandhouding van een vlekkeloze harmonie tussen alle elementen van de Schepping teneinde het hele systeem in een gezond evenwicht te houden.

2. Het geweten brengt de ziel in een nog grotere innerlijke strijd.

3. De ziel gaat in op de bekoring dat deze innerlijke strijd haar door God en door allerlei beproevingen op haar levensweg wordt aangedaan.

4. De ziel reageert op deze bekoring door gevoelens van tekort-gedaan-zijn, en haar innerlijke onvrede wordt oncontroleerbaar tenzij zij op dit punt luistert naar de stem van de Heilige Geest die haar via haar geweten onophoudelijk tot inkeer tracht te brengen, teneinde haar te doen beseffen dat zijzelf haar eigen ongelukkig-zijn bewerkt.

5. De ziel begint, onder invloed van de duisternis die zij in haar hart heeft toegelaten, schijnbare compensaties te zoeken door één of meer medeschepselen nadeel of leed te berokkenen, van zijn waardigheid te beroven of te onderdrukken. De ziel begint zich boven haar medeschepselen te verheffen – zelfs zich tot meesteres over één of meer medeschepselen te maken en in bepaalde gevallen zelfs over leven en dood van deze schepselen te beschikken, vaak zonder enige morele remming. Zo ontstaat de criminele geest, alsook de gesteldheid van de gevoelloze massamoordenaar en beul zoals de geschiedenis deze toont onder politieke regimes die dergelijke gesteldheden schijnbaar wettigen teneinde werktuigen te kunnen vormen, die zich niet meer door morele remmingen laten beïnvloeden. Wij hoeven slechts te denken aan regimes zoals deze welke werden (en worden) gedirigeerd door ideologieën zoals fascisme, communisme en gelijkaardige principes van organisatie van staat en economie. De Hemelse Meesteres verwijst in dit verband onder meer naar Haar onderrichting Wolken boven Gods Paradijs.

6. De innerlijke strijd in de ziel wordt zo intens dat de ziel steeds dieper wegzinkt in een moeras van vermeende totale zinloosheid: Zij ervaart haar leven, en zelfs het leven op aarde in het algemeen, als zinloos.

7. Deze ervaring van zinloosheid kan de ziel verder bekoren tot de overtuiging dat het dus geen verschil maakt hoe zij zich gedraagt en hoe zij denkt en voelt. In dit geval vallen alle remmen weg en kan de ziel vervallen in een gesteldheid van volkomen gevoelloosheid en onverschilligheid ten aanzien van God en van haar medeschepselen. Vanaf dit punt is het nog slechts een kleine stap naar mishandeling en schending van de waardigheid van medeschepselen en naar een totaal verlies van alle Geloof in God.

Zo schildert de Meesteres van alle zielen in wezen de ware zin van het leven:

Een leven dat niet wordt geleid in een spontane, vrijwillige, actieve, bewuste, oprechte en aanhoudende betrachting van onvoorwaardelijke inzet voor de vervulling van Gods Wet van de Ware Liefde en voor een radicale uitbanning van elke duistere neiging, is een zinloos leven, want het kan niet eindigen in de Eeuwige Gelukzaligheid, doordat het geen vruchten oplevert voor de voltooiing van Gods Werken. Een ziel die niet leeft om in alles een werktuig te zijn dat vrij en onbelemmerd door Gods hand wordt bestuurd, doch in een hoge mate de vervulling van eigen verlangens nastreeft, is geen kanaal van Licht en warmte, doch van duisternis en kilte: De kanaaltjes en beekjes die haar met andere knooppunten in het netwerk van de Schepping (medeschepselen die door Gods Voorzienigheid op haar levensweg worden gebracht) verbinden, worden van haar uit niet gevoed met ware, zelfverloochenende Liefde, zodat zij weinig of geen bijdrage levert tot de stroming van het Goddelijk Leven doorheen het netwerk van de Schepping.

Het enige dat een mensenleven op aarde zijn ware zin geeft, is de bewuste, actieve, levenslange onvoorwaardelijke vervulling van de Wet van de Ware Liefde in alle omstandigheden, situaties, gebeurtenissen en contacten op de levensweg. Zolang de ziel de Goddelijke Wet onvoorwaardelijk en van harte vervult, vervult zij tevens de enige roeping met dewelke zij op aarde leeft. Haar geweten signaleert haar deze toestand van overeenstemming met Gods verlangens en voorstellingen in de vorm van een stille innerlijke Vrede en het gevoel dat alles een zin heeft, want dat alles God kan dienen in de mate waarin de ziel zelf verlangt dat het tot de vervulling van Zijn Werken moge bijdragen. Deze bijdrage wordt tot werkelijkheid volgens de maat waarin alle doen en laten en alle innerlijke gesteldheden van de ziel vervuld zijn met Ware Liefde, zelfverloochening en het oprecht verlangen om te dienen.

De ziel zal slechts een juist begrip van de ware zin van het leven ontwikkelen in de mate waarin zij ervan doordrongen is dat zij haar leven slechts heeft gekregen om op aarde werktuig in Gods hand te zijn en dat aldus alles wat zij ontmoet en beleeft, slechts middelen zijn die haar worden aangereikt om Gods Werken te helpen voltooien.

Zalig de ziel die begrijpt dat elke toegeving aan de duisternis het Geluk van de hele Schepping schaadt en ook het eigen Geluk (te beginnen met de Vrede van het eigen hart) in de weg staat, en dat elke dienst aan de duisternis daarom haar leven op aarde onzinnig maakt en bijgevolg de bekroning van haar leven met een Eeuwige Gelukzaligheid onmogelijk maakt.

Slotbeschouwing

Op 20 september 2009 sprak de Meesteres van alle zielen tot Myriam de volgende woorden, die in de context van deze onderrichting zeer toepasselijk zijn:

"(...) Elk ogenblik van elke dag worden overal ter wereld zonden begaan. Telkens wanneer een mens of een dier wordt mishandeld, een mens wordt geschaad naar lichaam, ziel of bezit, of de Wet van de Liefde op om het even welke wijze wordt overtreden, komt nieuwe duisternis over de Schepping. Jullie moeten zich elk gebrek aan Liefde, elke daad of woord van haat, agressie of onverschilligheid jegens een medemens of jegens een dier, en elke nalatigheid in de hulp aan een medemens of dier, voorstellen als een rookwolk die zich over de wereld uitspreidt. Deze miljarden nieuwe rookwolken per dag smelten samen tot een dikke donkere mist, die het de zon van Gods Licht moeilijk maakt om nog tot de zielen door te dringen. Zo krijgen meer en meer zielen het gevoel dat zij niet meer vrij kunnen ademen: Zij stikken geleidelijk bij gebrek aan zuurstof van de Heilige Geest.

Zielen, Ik kom jullie een boodschap van Hoop brengen. Ik vraag jullie met klem dat ieder van jullie vanaf vandaag met Mij een verbond zou sluiten dat hieruit bestaat:

  • Getroost jullie zoveel mogelijk offers;
  • Stel zoveel mogelijk daden van oprechte Liefde jegens medemensen en dieren.

Telkens een ziel zich iets ontzegt wat zij nochtans graag zou hebben of doen, telkens zij de noden van een medeschepsel voorrang geeft op haar eigen noden, of telkens zij vanuit de diepte van haar hart – en geknield indien zij dat kan – smeekt: Maria, machtige Koningin van de Schepping, bekom de zielen een straal van oprechte Liefde, wordt op het niet zichtbaar niveau van Gods Werkelijkheid een nieuwe bloem geboren. Hoe meer bloemen jullie samen verzamelen, des te meer zuurstof van de Heilige Geest en des te meer stuifmeel van Goddelijk Leven wordt over de Schepping verspreid, des te meer wordt de dikke vacht van duisternis afgebroken, en des te meer komen de door God voorziene tuinen van Zijn Rijk op aarde in bloei.(...)"

Ooit gaf de Meesteres van alle zielen een definitie voor ’verveling’, die zeer toepasselijk is als doordenker in het kader van deze onderrichting:

Verveling is elk gebrek aan zingeving aan Uw leven. Verveling is in wezen een uiting van onvermogen om het nut te begrijpen van een bepaalde gebeurtenis of situatie. Zij is een vorm van onvrede in de ziel die niet in staat is om deze gebeurtenis of situatie in verband te brengen met Gods Werken, Plannen en Voorzienigheid op haar levensweg.

Precies om deze reden verklaart Zij elk gevoel van zinloosheid ten aanzien van het leven op aarde als een ontwikkeling in een ziel die zich van God heeft losgescheurd en niet meer beseft dat de mens slechts op aarde is om Gods Heilsplan, al Zijn Werken, Zijn verwachtingen en verlangens te helpen verwezenlijken. Zodra de ziel zich laat grijpen door zelfzucht, zal zij zichzelf tot middelpunt van al haar denken, voelen en streven maken, zal zij ook in al haar doen en laten zichzelf en de vervulling van haar eigen voorstellingen en verwachtingen maken, en verliest zij elke voeling met God in haar hart. Zodra deze toestand in de ziel tot de overheersende gesteldheid kan worden, verliest het hele aardse leven geleidelijk zijn zin. Deze gesteldheid heeft zich geleidelijk intenser meester van de wereld gemaakt, en dit laat zich merken in talloze aspecten van het leven.

Zeer veel zielen ervaren dit als een grote leegte, doch slechts zeer weinigen zijn zich ervan bewust dat deze atmosfeer volkomen verband houdt met het feit dat God op grote schaal uit de samenlevingen is verdrongen. De mensenziel, geroepen om spiegel van Gods Hart te zijn, verwijst haar God naar de wereld van fabels en fantasieën, en handelt naar deze voorstelling door ongebreidelde schendingen van de Goddelijke Wet van de Liefde en door een volkomen uitbanning van alle zondebesef. Een grotere blaam kan de 'kroon op de Schepping' haar Schepper niet aandoen, maar de tol is onbetaalbaar: De mensheid heeft uit het zelf uitgestrooide zaad van duisternis en goddeloosheid een leegheid geoogst, die zich tegen haar heeft gekeerd. Er is één weg terug: deze van een radicale oriëntering van de vrije wil op de Wil van God, want slechts deze schept Heil, Geluk en blijvende Vrede voor de hele Schepping.

Myriam, september 2020