TOTUS TUUS, MARIA !

HET HEILIG CONTRACT TUSSEN DE ZIEL EN MARIA
ALS BRUG NAAR GOD

RECHTVAARDIGING VAN DE TOTALE TOEWIJDING AAN MARIA

Myriam van Nazareth


INHOUD

Inleiding
1. Waarom toewijding aan Maria?
2. Waaraan ontleent totale toewijding aan Maria haar rechtvaardiging? –
Van de opstandige engelen naar de Vrouw met de voet op de slang:
Rechtvaardiging van het heilig contract van toewijding aan Maria
in vijftien punten
3. Overzicht van het heilig contract van toewijding aan MARIA
4. Strafrede tegen alle krachten die de totale toewijding aan Maria
bestrijden
5. Over het Wezen van Maria
6. Diepgang van het heilig contract van toewijding aan MARIA
    6.1. De drie vragen alvorens zich aan Maria toe te wijden
    6.2. 'Zoon, ziedaar Uw Moeder' als sleutel tot voltooiing van het
Verlossingswerk
    6.3. Totale toewijding als huwelijk met Maria
    6.4. Totale toewijding als de actiefste deelname aan de voltooiing van
Gods Werken
    6.5. Totale toewijding als vervolmaking van het christen-zijn
    6.6. Totale toewijding als bron van innerlijke herschepping
    6.7. Totale toewijding als bron van diepe zingeving
    6.8. Totale toewijding als levensdoel
    6.9. Totale toewijding bloeit op de kruisen van het leven
    6.10. Totale toewijding als één van de grootste Goddelijke Mysteries
    6.11. De macht van Maria als element in de totale toewijding
    6.12. Het Rijk van Maria
7. Basisgesteldheden voor concrete beleving van totale toewijding
    7.1. Zelfverloochenende Liefde en zin voor spontane dienstbaarheid
    7.2. Verlangen naar de vervulling van Gods Wet
    7.3. Oprecht besef van kleinheid
    7.4. Bereidheid tot volledige overgave aan Maria
    7.5. Uiterste flexibiliteit
    7.6. Betrachting van verdieping
    7.7. Betrachting van vergeestelijking
    7.8. Vertrouwen in Gods werking en in Zijn Voorzienigheid
8. Het Rijk der eeuwige bloesems
Tot besluit

In 2006 inspireerde de Heilige Maagd Maria Haar Myriam een basismanifest voor totale toewijding van de ziel en haar leven aan Haar, onder de titel De Tempel van Maria. Dit manifest was bedoeld als een fundamentele leidraad voor elke ziel die met Maria het levenslang verbond van totale toewijding wil sluiten. De Heilige Maagd noemt dit verbond het heilig contract van toewijding.

Vanaf de Pinkstertijd van 2020 werd stapsgewijs de huidige tekst geïnspireerd met de bedoeling, zielen naar verdieping te brengen van hun begrip van de ware betekenis en de immense waarde van het heilig contract van totale, onvoorwaardelijke, levenslange toewijding aan de Koningin van Hemel en aarde, en van het diepe wezen en de unieke betekenis van het leven als aan Haar toegewijde ziel, zowel voor deze ziel zelf als voor het Plan van Heil dat God ten bate van de hele Schepping via mensenzielen zoekt te voltooien.

Elke ziel is slechts op aarde om één enkele missie te vervullen: Zij wordt door God ontworpen als een element binnen het grote netwerk van de hele Schepping, om Gods Heilsplan te helpen voltooien. God werkt inderdaad al Zijn Werken en Plannen bij voorkeur uit via mensenzielen: Hij bedient zich van menselijk doen en laten, van woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen van mensen. De enige factor die bepaalt in welke mate Gods Werken en Plannen daadwerkelijk worden vervuld, in welke mate, en wanneer, is de vrije wil van de mensenzielen.

Om deze reden is de wereld zoals wij deze om ons heen zien, niet een spiegel van Gods Hart of van Gods bedoelingen, doch louter de vrucht van de wijze waarop mensenzielen hun vrije wil gebruiken. Alles wat van mensenzielen uitgaat en duisternis in zich draagt, roept duisternis over de wereld af. Alles daarentegen, wat Licht en Liefde in zich draagt, helpt de Liefde die God ononderbroken in Zijn Schepping tracht te injecteren, ontsluiten en deze daardoor meer voelbaar, waarlijk werkzaam en vruchtbaar maken. Precies om deze vruchtbaarheid naar haar hoogste top te kunnen voeren, ontstond in Gods Hart het concept van het contract van de totale toewijding aan Maria, Zijn uitverkoren en boven al het geschapene verheven Dochter, de Onbevlekte Ontvangenis, Heilige Maagd, Moeder van de Goddelijke Verlosser en Messias, en Meesteres van alle zielen, Zij Die na een vlekkeloos heilig en zondeloos leven op aarde met Ziel en Lichaam ten Hemel werd opgenomen en er werd gekroond tot Koningin van Hemel en aarde.

Maria is bij Goddelijke Beschikking de Koningin van alle zielen, doch deze hoedanigheid krijgt haar ware effect slechts in de mate waarin de ziel zich daadwerkelijk aan Maria toewijdt en zij deze toewijding diep beleeft in alle details van haar leven. Een diep beleefde toewijding van de ziel aan Maria als Koningin en Meesteres van alle zielen schakelt de ziel in de hoogste mogelijke mate in de ketting van Gods Heilswerken in, in die zin, dat dan elk detail van haar leven een bijzondere kracht in deze ketting kan ontwikkelen.

Ware, diep beleefde toewijding aan Maria zorgt ervoor dat alles wat zich in de ziel voltrekt en alles wat van haar uitgaat, door Maria’s volmaakte Liefde wordt bekrachtigd en daardoor oneindig wordt versterkt. In de mate waarin de ziel Maria waarlijk Meesteres over haar hele leven en haar hele wezen laat zijn, wordt zij daadwerkelijk door Haar geleid en geïnspireerd tot handelingen en gesteldheden, gedachten en gevoelens die waarlijk dragers zijn van Liefde en Licht, en dus van Goddelijk Leven. De wereld lijkt te zijn verzonken in een poel van eindeloze ellende en duisternis met duizenden gezichten. Dit komt doordat onmetelijk veel Goddelijk Leven uit het netwerk van de Schepping verloren loopt via de lekken die erin worden geslagen door de ettelijke miljoenen elementen van duisternis die op deze wereld dagelijks vanuit mensenharten over de hele Schepping worden uitgestuurd. Alles is met alles verbonden. Geen handeling, geen verzuim, geen gedachte, geen gevoel en geen verlangen van een mensenziel blijft zonder effect op het hele netwerk van de Schepping, hetzij positief hetzij negatief.

Zo kan de mensenziel Gods volmaakte Liefde in Gods ogen als het ware nog verder 'verrijken' door deze bovendien te bekleden met haar verlangen dat deze Liefde haar medeschepselen – van om het even welke soort – voelbaar met Gods Tegenwoordigheid in aanraking moge brengen en dat deze medeschepselen daardoor in de heilzame uitwerkingen van deze Tegenwoordigheid mogen worden opgenomen. Hier zien wij opnieuw datgene waar de Meesteres van alle zielen telkens weer op wijst: De vrije wil van de mensenziel is voor God onaantastbaar en heilig, en het is door deze vrije wil te gebruiken in overeenstemming met Gods verwachtingen, dat de mensenziel waarlijk vruchtbaar wordt in het volbrengen van haar levensopdracht binnen Gods Heilsplan.

De mensenzielen moeten terugkeren naar een diepe beleving van de Ware Liefde. Niet God moet in de ellende en duisternis der wereld ingrijpen, doch de mensenzielen, en wel ieder individueel in het eigen hart. Er is geen doeltreffender weg om dit met de hoogste vruchtbaarheid te voltrekken dan deze van de totale toewijding aan Maria.

Totale toewijding van een mensenziel aan Maria is een verbond van restloze overgave van deze ziel aan de Heilige Maagd met als enige bedoeling, de definitieve overwinning van het Licht over de duisternis te helpen vervroegen, opdat God Zijn Plan tot grondvesting van Zijn Rijk van eeuwigdurende volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid in en tussen alle schepselen op aarde moge kunnen voltooien.

Dit alles is dus geen zaak van Goddelijk ingrijpen, doch van actieve beleving van de Ware Liefde door alle mensenzielen, waardoor het Heilsplan van God zich kan verwezenlijken op grond van de Goddelijke Beschikking die voorziet dat alles zich moet voltrekken via een vlekkeloze versmelting van het oprecht verlangen en de volhardende inzet van mensenzielen met Gods Wil.

1. Waarom dan toewijding aan Maria?

De definitieve overwinning van het Licht over de duisternis wordt volmaakt gesymboliseerd in het beeld van Maria als de Vrouw met de voet op de slang: De Koningin van Hemel en aarde heeft de satan steeds volmaakt beheerst, vanaf Haar Onbevlekte Ontvangenis via Haar volmaakt zondeloos leven naar het uur toe, waarin de satan zichtbaar onder Haar voet voor de hele Schepping zal belijden dat Zij hem voor altijd heeft overwonnen en dat God en Zijn Werken machtiger zijn dan alle werken der duisternis (waarbij wij moeten beseffen dat Maria Zelf het grootste, meest verheven Wonderwerk van God is, het Goddelijk Werk waarvan de uitwerkingen volmaakter zijn dan deze van om het even welk ander Werk van God, omdat de meeste van Gods Werken in hun uitwerkingen zijn geremd door de tussenkomst van een menselijke wil die niet zo volmaakt één was met Gods Wil als Maria’s Wil volmaakt één was, en is, met Gods Wil).

De Vrouw is de Moeder van de Christus, Die de Eeuwige Liefde is. Zij is door God geroepen om het bevel te voeren over de Hemelse legerscharen in de strijd tegen de duisternis, en om als Meesteres van alle zielen alle zielen die zich vrijwillig aan Haar (= aan Diegene die het Licht heeft gebaard voor de wereld!) overleveren in totale, onvoorwaardelijke toewijding, innerlijk te helpen omvormen opdat zij volgens de mate van hun eigen actieve medewerking de Verlossingswerken van de Christus in zich mogen helpen voltooien.

Deze overwinning staat nu reeds vast, zij is een Goddelijke Beschikking en zal daarom met absolute zekerheid ook zichtbaar voltooid worden, in het uur waarin de mensenzielen voldoende Ware Liefde zullen hebben opgebracht om de duisternis vrijwillig te kunnen overleveren aan het Licht. Van elke ziel verwacht God dat zij zich met de Christus en de Vrouw – Die de volmacht draagt om in de individuele zielen op te treden als de Uitvoerster van Zijn Nalatenschap – verenigt in een volhardende en definitieve keuze voor het Licht, dat niets anders is als de Ware Liefde.

De Ware Liefde is de enige weg naar een totale ontkrachting van de uitwerkingen van de duisternis in deze wereld. Daarom is totale toewijding aan Maria niets minder dan de hoogst verheven, door God boven alles geliefde weg van vervolmaking van de ziel in de ontwikkeling en beleving van de Ware Liefde tot vervulling van Gods Heilsplan. Laten wij steeds voor ogen houden dat Maria onder de geschapen mensenzielen de enige Belichaming is van de absoluut volmaakte en nooit falende zelfverloochenende Liefde tot God en tot al Zijn Werken, en dat Zij daarom het volmaakte voorbeeld is voor de totale overwinning van een mensenziel op alle duisternis.

Totale toewijding van een ziel aan Maria is slechts ten volle vruchtbaar wanneer zij op het fundament van een onbeperkte zelfgave van de ziel aan de Heilige Maagd, en via Haar aan God, is gebaseerd.

De totale toewijding aan Maria, wanneer deze in het dagelijks leven intensief wordt beleefd, behoort tot de allerhoogste vormen van de Ware Liefde, omdat zij steeds gepaard gaat met onzelfzuchtige overgave van zichzelf, en zij in verregaande mate niet naar zichzelf noch naar de bevrediging van eigen behoeften kijkt, doch in elk aspect van het leven in de eerste plaats streeft naar een maximale bevrediging van de behoeften van Diegene, Die de Meesteres van het heilig verbond van toewijding is, en Die in elk opzicht de Brug naar God is en derhalve alles wat Zij vanwege mensenzielen in handen krijgt, op volmaakte wijze actief maakt tot vervulling van Gods Heilsplan.

Dit 'actief maken' kunnen wij ons voorstellen als de toestand waarbij de Hemelse Koningin datgene waarover zij vanwege de aan Haar toegewijde mensenzielen de volle beschikking krijgt, laat versmelten met Haar oneindig volmaakte Liefde, waardoor de waarde ervan zich in ongekende mate vermenigvuldigt. De macht van Haar Liefde is onbegrensd doordat Haar hele Wezen totaal op God is georiënteerd en Haar Hart volkomen in Gods Hart is overgevloeid, doch de mate waarin Haar Liefde zich concreet kan uitwerken, wordt bepaald door de mate waarin de ziel die haar eigen Liefde met de Liefde van de Hemelse Meesteres verbindt, op haar beurt eveneens zuiver op God is gericht: Een ziel die in haar gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen volkomen is georiënteerd op de verwezenlijking van Gods Wet van de Ware Liefde, ontwikkelt in haar Liefde een hoge graad aan zuiverheid (= een hoge graad van weerspiegeling van de gesteldheden van God Zelf, dus in de eerste plaats van de volmaakt onzelfzuchtige Liefde), waardoor de uitwisselingen tussen haar hart en het Hart van haar Hemelse Meesteres zich met heel weinig verlies of hinder kunnen voltrekken.

Een dergelijke ziel levert daardoor 'grondstoffen' die sneller en beter kunnen worden ingezet voor de verwezenlijking van Gods Werken op aarde, en op grond van de vlotte overvloeiing tussen haar hart en het Hart van haar Meesteres ontwikkelt zij in al haar doen en laten, in al haar gebeden en offers enzovoort, een steeds intenser Vuur. Wegens de lagere graad aan 'verontreiniging' kunnen de door deze ziel ter beschikking gestelde 'grondstoffen' in een veel hogere mate door de Koningin des Hemels worden veredeld. De mate van onbelemmerde overvloeiing tussen een ziel en Maria bepaalt in zeer hoge mate de waarde van het leven van deze ziel als bijdrage tot de vervulling van Gods Heilsplan omdat God weet dat de bijdrage van Maria Zelf tot de waarde van het verbond van toewijding automatisch volmaakt is, doch de inzet van de vrije wil van de toegewijde ziel voor de verwezenlijking van Zijn Werken zeer verschillend (in bepaalde gevallen zelfs zo goed als nul) kan zijn. De macht van Maria voor de voltooiing van Gods Heilsplan zou op zich onbeperkt zijn, doch de echte wil (het oprechte verlangen) van de aan Haar toegewijde mensenzielen om Gods Werken daadwerkelijk te helpen voltooien, is vaak uiterst zwak.

Voor God heeft de beleving van de Ware Liefde door een mensenziel een onovertroffen waarde. Een van harte en waarlijk consequent beleefde totale toewijding aan Maria is in Gods ogen precies zo groot omdat de ziel zich hierbij volledig, met haar hele leven en haar hele wezen, weggeeft aan een Wezen dat zij niet ziet en niet hoort. Zij ervaart tijdens haar leven op aarde nauwelijks tastbare voordelen uit deze overgave, doch laat deze desondanks haar hele levensloop en het al dan niet bevredigen van bepaalde behoeften bepalen.

2. Waaraan ontleent de totale toewijding aan Maria haar rechtvaardiging?
Van de opstandige engelen naar de Vrouw met de voet op de slang:

Rechtvaardiging van het heilig contract van toewijding aan Maria
in vijftien punten

1. De geschiedenis van de mensenzielen is een geschiedenis van aanhoudende strijd tussen Licht en duisternis. Deze strijd vond zijn eerste wortels in de opstand van Lucifer, toen nog de hoogst geplaatste van de engelen: Lucifer scheurde zich uit de dienst aan God weg, kreeg daarin navolging vanwege een aantal andere engelen, en samen werden deze afvallige engelen uit de Hemel verstoten. Lucifer (letterlijk 'drager van Licht') heette vanaf dat ogenblik Satan (letterlijk 'de opstandige, de tegenstander') of de satan (belichaming van de duisternis, waarbij duisternis moet worden begrepen als alles wat niet de volheid van de Goddelijke Liefde in zich draagt en daardoor de Goddelijke Wet tegenwerkt).

2. Het eerste mensenpaar werd volmaakt heilig geschapen. De heiligheid van de beide eerste mensenzielen berustte op hun volkomen eenheid van hart met God. Zij zouden de fundering vormen voor het bouwwerk dat God met Zijn Schepping beoogde, die Hij had voorzien als het aardse spiegelbeeld van Zijn Rijk.

3. De satan kreeg van God de toestemming om de mensenzielen te beproeven. God vergunde deze toestemming omdat Hij de mensenzielen een onschendbare vrije wil had gegeven, opdat zij volkomen vrij en ongedwongen zelf zouden kunnen kiezen voor God of voor de duisternis.

4. De eerste mensenzielen gaven toe aan de eerste bekoring vanwege de satan om Gods Wet te schenden, daar de satan alle mensenzielen van God wilde wegtrekken opdat Gods Werken en Plannen op aarde nooit verwezenlijkt zouden worden. Het was hem immers bekend, dat God al Zijn Werken en Plannen wil uitwerken via de vrije inzet van de mensenzielen op aarde. Deze eerste toegeving van de beide eerste mensenzielen aan de duisternis werd de erfzonde genoemd.

5. De erfzonde sloeg een diepe wonde in de mensenzielen, die als het ware een litteken zou nalaten in alle mensenzielen die vanaf dat ogenblik op aarde zouden leven. Deze wonde zou voor altijd een zwakke plek blijven, die de zielen vatbaar maakt voor de ontwikkeling van de meest uiteenlopende duistere gesteldheden. Daarom vormt elk mensenleven op aarde tevens een opdracht voor de betreffende ziel om haar innerlijke gesteldheden volledig in overeenstemming te brengen met Gods Wet en aldus de effecten van de erfzonde in zichzelf onwerkzaam te maken.

6. De erfzonde vormde een belemmering voor de automatische terugkeer van de ziel naar God in de Eeuwige Gelukzaligheid van de Hemel, omdat een geschonden ziel niet langer een spiegelbeeld vormt van de vlekkeloze heiligheid die God voor alle mensenzielen had voorzien.

7. God bewees de absolute volmaaktheid van Zijn Liefde door voor de (nochtans niet geheel trouwe) mensenzielen het Verlossingsmysterie te ontwerpen. Dit Mysterie zou hieruit bestaan, dat God Zijn Zoon Jezus Christus in de wereld zou zenden om de effecten van de erfzonde weg te werken in elke ziel die bereid zou zijn om opnieuw volkomen in overeenstemming te komen met de Goddelijke Wet van de volmaakte Liefde. Jezus Christus zou dit volbrengen via drie wegen: de onderrichting van de Goddelijke Wet, de volbrenging van wonderen als bewijs voor Gods Liefde, en een allesomvattend Lijden in Zijn hele Wezen (lichaam, gevoelsleven en spiritueel leven) gevolgd door de Kruisdood (als symbool voor de dood van het stoffelijke, dus het wereldse) en de Verrijzenis (als symbool voor de opstanding van de ziel die volmaakt trouw is aan God, voor een wedergeboorte in het Licht, en tevens als symbool voor de definitieve en totale overwinning van God op alle duisternis). De Missie van de Verlosser had als uiteindelijk doel de grondvesting van Gods Rijk op aarde, waardoor de Schepping zou worden teruggebracht naar haar oorspronkelijke staat als spiegelbeeld van het Eeuwig Rijk in de Hemelen.

8. Tijdens Zijn laatste ogenblikken aan het Kruis vertrouwde Jezus Christus Zijn volmaakt en vlekkeloos heilige Moeder Maria toe aan de mensenzielen, en de mensenzielen aan Haar, op kracht van de heilige woorden Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder – en van dat ogenblik af nam de leerling Haar bij zich in huis.

9. Maria, de Moeder van de Christus en Verlosser, ontleende dit uniek voorrecht en deze unieke Missie aan Haar Onbevlekte Ontvangenis waardoor Zij als enige mensenziel vrij was van de erfzonde, van Haar volmaakt heilig en zondeloos leven, waardoor Zij levenslang in alle details van Haar leven in volmaakte overeenstemming met de Goddelijke Wet was gebleven, en op grond van Haar uniek voorrecht, de Moeder van de Christus te zijn Die door God als enige geschapen mensenziel deel had gekregen aan een volmaakte mystieke eenheid van Hart met Christus, Hij Die zou gelden als de enige Leraar voor de zielen via de christelijke Leer.

10. Maria was reeds bij Haar Onbevlekte Ontvangenis door God voorzien als de Leidster van alle zielen die zouden strijden voor het Licht en tegen de duisternis, tot voorbereiding van de grondvesting van Gods Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid op aarde. Deze hoedanigheid als Leidster van de zogenaamde Legers van het Licht werd Maria geschonken op grond van Haar vlekkeloze en nooit geschonden heiligheid, wat haar tevens maakt tot volmaakt Voorbeeld voor de vlekkeloze overeenstemming van een geschapen mensenziel met de gesteldheden van God Zelf, Die in wezen de Bron, Belichaming en Bestemming van de absoluut volmaakte en eindeloze Liefde is. Als Moeder van de Christus met het voorrecht van een mystieke eenheid van Hart met Hem, wordt Maria beschouwd als Diegene Die méér één is met Christus en Zijn Leer dan enige andere geschapen mensenziel.

11. Op grond van Haar eigenschappen als enige geschapen mensenziel die de belichaming is van het volmaakt spiegelbeeld van de gesteldheden van God Zelf en van de absoluut volkomen vervulling van de Goddelijke Wet, alsook van het in punt 8 vermelde Kruiswoord van de Goddelijke Messias, is Maria met recht de Meesteres van alle zielen, dit wil zeggen de volmaakte innerlijke Gids, Lerares en Brug naar het Hart van God Zelf, met hetwelk Zijzelf op mystieke wijze één is geworden (een uniek verschijnsel dat als de Verenigde Harten van Jezus en Maria bekend is). Haar titel als 'Meesteres' ontleent Zij aan de unieke, onbegrensde macht die Zij heeft gekregen op grond van de volmaakte eenheid van Haar Wil met de Wil van God Zelf.

12. Als Meesteres van alle zielen verenigt de Moeder van de Christus in Zich alle eigenschappen, de volheid van de macht en van de Wijsheid, die Zij nodig heeft om elke ziel innerlijk te helpen omvormen voor een terugkeer naar de staat van de mensenziel zonder de effecten van de erfzonde, en om daardoor de uitwerkingen van het door de Christus voltrokken Verlossingsmysterie voor de hele Schepping te helpen ontsluiten tot wedergeboorte van Gods Rijk op aarde, de staat waarin de Schepping verkeerde vóór de erfzonde. Deze Missie kan Zij slechts ten volle volbrengen in de mate waarin mensenzielen zich met hun hele wezen en hun hele leven aan Haar weggeven in een hoogheilig verbond van totale, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende toewijding.

13. In de mate waarin de mensenziel dit verbond daadwerkelijk invult door alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, bestrevingen en verlangens van haar leven volmaakt te richten op een onvoorwaardelijke en alles omvattende dienst aan Maria, kan Maria dit alles op grond van de Haar geschonken macht volmaakt ontsluiten en inbouwen in alle offers die God nodig heeft om Zijn Werken en Plannen (de voltooiing van de Wet van de Liefde en de grondvesting van Zijn Rijk op aarde) te voltooien.

Hierdoor krijgt de aan Maria toegewijde ziel de hoogst verheven en waardevolste kans om de levensopdracht van elke ziel op de vruchtbaarst mogelijke wijze te vervullen, een levensopdracht die niets minder is dan deze, een leven te leiden als werktuig in dienst van Gods Werken en Plannen (en dus van de grondvesting van Gods Rijk op aarde) en als aanvulling van de Verlossingswerken van de Christus, want precies dit is wat de heilige apostel Paulus bedoelde met zijn woorden, dat de ziel wordt geacht, 'aan te vullen' wat nog ontbreekt aan het Lijden van Christus (want wat Paulus over zichzelf zegt, wordt geacht, te gelden voor elke mensenziel): Op grond van de Goddelijke Wet van noodzakelijke medewerking van de mensenziel met alles wat God voor de Schepping doet, 'ontbreekt' aan Zijn volmaakte Werken steeds de inbreng van de vrije wil van de mensenziel zolang deze laatste zich niet honderd procent in Zijn dienst heeft gesteld.

14. God Zelf heeft Maria voorzien als Gouden Sleutel om dit hele systeem te helpen ontsluiten door in de mensenziel de bruiloft te helpen voltrekken tussen de Wil van God en de vrije wil van de mensenziel in het kader van het verbond of contract van totale toewijding van de ziel aan Maria. Maria Zelf is daarbij niet het eindpunt (slechts God alleen is het eindpunt van alles), doch de door God Zelf gekozen Gouden Sleutel tot ontsluiting van al Zijn Werken en Plannen, met inbegrip van de Verlossingwerken van Zijn Messias en uiteindelijk de grondvesting van Zijn Rijk op aarde.

15. Op kracht van een Goddelijke Belofte zal Maria door de almachtige Drie-Ene God aan de hele Schepping worden getoond als de Vrouw met Haar voet op de kop van de slang, als Groot Teken voor de overwinning van de vlekkeloos heilige geschapen mensenziel die een totale macht uitoefent op de satan en al zijn werken en plannen van duisternis, en daardoor voor de overwinning van God en de door Hem gewilde bruiloft van de vrije wil van de mensenzielen met Zijn Wil, over alle duisternis (alle werken en plannen die van in den beginne hebben getracht om Zijn Werken en Plannen te dwarsbomen en de hele Schepping te maken tot een rijk van chaos, leed, ellende, uitzichtloosheid, ongerechtigheid, leugen, bedrog, kwelling, haat en dood).

Aldus motiveert de Koningin des Hemels de totale toewijding aan Haar als fundament van Haar Maria Domina Animarum Werk en als Gods favoriete Brug naar Zijn Hart en naar de grondvesting van Zijn Rijk op aarde.

3. Overzicht van het heilig contract van toewijding aan MARIA

★ Toewijding aan Maria = de meest volledige offerande van de ziel aan de Allerheiligste Maagd Maria, Die de leiding heeft over de ultieme voorbereiding van de grondvesting van het Rijk Gods op aarde via alle offeranden die door mensenzielen in het kader van totale toewijding in Haar handen worden gelegd.

Onder leiding van Maria, de enige absoluut levenslang zondeloze onder alle geschapen zielen en daarom door God uitverkoren tot Meesteres over de Legers van het Licht, wil God de satan uit de wereld verdrijven en er het Rijk vestigen waarvoor Jezus Christus met Zijn Leven, Zijn Lijden, Zijn Kruisdood en Zijn Verrijzenis het eerste zaad heeft uitgestrooid. Maria geldt daarbij aldus op grond van Haar volmaakte vervulling van de Goddelijke Wet als Gods Teken voor de overwinning van het Licht over de duisternis. Maria tracht dit te verwezenlijken door de gezamenlijke vrucht van Haar onoverwinnelijke macht samen met de actieve, vrijwillige inbreng van mensenzielen. Daarom verlangt Zij, in deze Laatste Tijden méér dan ooit, de totale toewijding van zielen die bereid zijn tot een leven als Haar onvoorwaardelijke dienaressen/dienaren. Om aan te duiden dat Zij een waarlijk totale overgave van zielen aan Haar nodig heeft, spreekt Zij over dergelijke zielen als Haar liefdesslaven.Zij laat in dit verband verwijzen naar de tekst De ziel als 'liefdesslavin van de Koningin des Hemels'.

★ Door een bewust leven als toegewijde van Maria geeft de ziel aan de Koningin van Hemel en aarde:

  • haar hele leven, verleden, heden en toekomst, alle ervaringen uit haar dagelijks leven (zelfs de meest banale);
  • al haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, bestrevingen, verlangens, leed, ongemakken, pijnen, verdriet, lasten, angsten, beproevingen, ziekten, vermoeidheden, kwetsuren, onzekerheden, twijfels, en haar vrije wil: De waarlijk aan Maria toegewijde ziel maakt haar wil één met de Wil van Maria, wat concreet betekent dat zij bestreeft om alle onderrichtingen, instructies, adviezen, uitnodigingen en oproepen vanwege de Meesteres van het heilig verbond strikt na te leven;
  • haar hele wezen: ziel, geest, hart en lichaam, alles wat in haar omgaat en al haar zwakheden, talenten, vermogens, neigingen, en haar hele persoonlijkheid;
  • al haar relaties en haar hele omgang met medeschepselen, en haar hele leefwereld, ook al haar gebruiksvoorwerpen en bezittingen. Concreet betekent dit dat zij alles aanvaardt wat Gods Voorzienigheid laat gebeuren met alle aspecten van haar leven, en dat zij zichzelf niet beschouwt als eigenares van om het even wat (met inbegrip van eigen kinderen, huisdieren en voorwerpen) doch louter als een door God toegelaten behoedster van dit alles, want in het leven van de totaal aan Maria toegewijde ziel is de ziel zelf louter dienares, terwijl de Drie-Ene God de ware Meester is en Maria de ware Meesteres in vertegenwoordiging van God. Elke relatie van een mensenziel met een medeschepsel geldt jegens God als een soort verbond, dat verantwoordelijkheden met zich meebrengt omdat van de mensenziel wordt verwacht dat zij elke relatie met om het even welk medeschepsel invult met niets dan zelfverloochenende Liefde, respect en dienstbaarheid;
  • al haar gebeden, offers, boetedoeningen, verstervingen.

★ Maria kan al het bovenstaande gebruiken voor de voltooiing van Haar opdracht voor het Heil van de zielen, die uiteindelijk uitsluitend de voltooide verwezenlijking van Gods Heilsplan beoogt. Zij helpt in de zielen die zich ongeremd in Haar dienst stellen, heiliging, zuivering en bekering bewerken, en werkt zo samen met deze zielen aan het fundament voor een nieuwe wereld: het Rijk Gods van volmaakte en onvoorwaardelijke Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid op aarde in en tussen alle schepselen, door verandering van alle duisternis in Licht, van alle haat in Liefde, van alle ziekte en dood van de zielen in wedergeboorte voor het Ware Leven, het Goddelijk Leven als benadering van de staat van beeld en gelijkenis van de hartsgesteldheden van God Zelf.

Om een beeld te gebruiken: Bij de eerste akte van toewijding ontvangt Maria de ziel in Haar schoot, Zij draagt en voedt deze, en baart deze dan als vrucht van Haar Werk voor een leven in Haar dienst. De ziel is dan in spiritueel opzicht met haar hele wezen Maria’s bezit en eigendom, en moet bereid zijn om Haar haar leven te laten gebruiken volgens Haar welbehagen.

★ Absolute voorwaarde voor de voltooiing van Maria’s Werken is de onophoudelijke toewijding van de ziel, van al haar ervaringen en al haar gesteldheden in lichaam, gedachten en gevoelens aan Maria, elk ogenblik van elke dag. In de mate waarin deze ziel dit verzuimt, benut zij niet ten volle de uitgelezen kansen die haar worden geboden voor een volkomen vruchtbaar leven.

★ Maria openbaart zich in deze Laatste Tijden via Myriam van Nazareth als de Meesteres van alle zielen, Die Gods Plan van Heil voor de zielen wil voltooien, en daartoe van de aan Haar toegewijde ziel drie dingen verlangt:

  • vurige Liefde tot God, tot Haar, en tot alle medeschepselen
  • aanvaarding en toewijding van alle kruisen op de levensweg
  • volkomen gehoorzaamheid en onderwerping aan Haar

Hoe meer zielen zich totaal aan Maria toewijden, deze toewijding echt beleven, en aan de drie zopas vermelde verlangens beantwoorden, des te spoediger en grondiger kan Maria de volheid van Haar macht ontplooien voor de definitieve vernietiging van alle kwaad en de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

★ Toewijding aan Maria is een heilig verbond tussen Maria en de ziel.

Als toegewijde van Maria neemt de ziel grote verantwoordelijkheden op zich:

  1. De toewijding moet totaal, onvoorwaardelijk en eeuwigdurend zijn. Zolang de ziel iets in haar leven voor Maria achterhoudt (doordat zijzelf dit element wil blijven beheersen of regelen), is er geen sprake van toewijding. Een ziel is ofwel totaal en onvoorwaardelijk in alle aspecten van haar leven aan Maria toegewijd, ofwel helemaal niet, er bestaat niet zoiets als een gedeeltelijke toewijding noch als een 'toewijding' volgens regels die de ziel zelf bepaalt.
  2. Toewijding betekent erkenning dat Maria de enige en absolute Meesteres over het hele wezen en het hele leven van de ziel is en blijft. In het leven van de ziel vertegenwoordigt Maria als Meesteres van het heilig verbond in alles God Zelf.
  3. Toewijding veronderstelt een oprechte gelofte om de toewijding in woord en daad te beleven, elk ogenblik van het leven, en om alle verplichtingen als toegewijde strikt na te komen. Beledig Maria en God nooit door lichtzinnigheid in het nakomen van dit heilig verbond.
  4. Als toegewijde van Maria legt de ziel de gelofte af om strikt te leven volgens de voorschriften van de Leer van Christus en in geloof in de dogma’s van de Rooms-katholieke Kerk.
  5. Als toegewijde van Maria legt de ziel de gelofte af om elk ogenblik te leven in het bewustzijn dat Maria Meesteres is over het hele wezen van de toegewijde ziel, dus ook over haar lichaam, gevoelens en gedachten, en dat zij nauwgezet zal waken over het bewaren van de zuiverheid en reinheid ervan. De ziel mag nooit vergeten dat zij als aan Maria toegewijde een soldaat van Maria is en dus rechtstreeks betrokken is bij de bestrijding van het kwaad. Een ziel wijdt zich aan Maria toe met de bedoeling en het verlangen, levenslang rechtstreeks, totaal en onvoorwaardelijk van dienst te zijn als soldaat in de oorlog tussen het Licht en de duisternis, en in het besef dat zij met inzet van zichzelf en haar hele leven niets anders is dan een werktuig in dienst van de voltooiing van Gods Werken van Liefde onder de leiding van de Meesteres van de Hemelse Legers. Een aan Maria toegewijde ziel kan echter geen duisternis bestrijden die nog in hoge mate in haarzelf woekert, wat betekent dat de aan Maria toegewijde ziel slechts waarde krijgt als 'soldaat voor het Licht' in de mate waarin zijzelf een model van Licht, Liefde en zuiverheid wordt.

★ De aan Maria toegewijde ziel leeft uitsluitend en alleen door, voor, met en in Maria:

  • DOOR Maria: De ziel wordt bij haar toewijding opnieuw geboren uit Maria, en behoort zich vanaf dat ogenblik ook daadwerkelijk zo te gedragen, opdat zij de heilige eigenschappen van haar 'spirituele Moeder' waarlijk doorheen haar hele wezen zou uitstralen;
  • VOOR Maria: Het hele leven en het hele wezen van de ziel staat volledig in dienst van de Koningin van Hemel en aarde. In dit verband mogen wij nooit uit het oog verliezen dat Maria onder alle geschapen zielen de absolute tegenpool van de duisternis is, en dat daarom alles wat niet aan Maria wordt gegeven, gemakkelijk en zonder remming de werken der duisternis kan helpen bevorderen;
  • MET Maria: De aan Maria toegewijde ziel wordt verondersteld, Maria bij alles in haar dagelijks leven te betrekken, alsof zij onlosmakelijk met Maria verbonden ware in elk aspect van haar leven, tot en met haar diepste gedachten, gevoelens en verlangens. In feite zou tussen het Wezen van Maria en het wezen van de aan Haar toegewijde ziel geen verschil mogen bestaan, in die zin dat de toegewijde ziel zich zeer diep bewust moet worden van het feit dat haar Hemelse Meesteres onophoudelijk alles in het werk stelt om onbelemmerd door haar heen te werken, te spreken, denken, voelen en verlangen. Naarmate de eenheid tussen Maria en Haar dienares zich in de praktijk van het dagelijks leven onbelemmerd kan uitwerken, wordt het heilig contract van totale toewijding vruchtbaarder, want dan is het Maria Zelf Die in en door de ziel werkt, spreekt, denkt, voelt en verlangt;
  • IN Maria: Door betrachting van vervolmaking in alle deugden stelt de ziel Maria in staat om haar zodanig te kneden, vormen, bewerken en veranderen dat zij steeds méér 'in Maria overvloeit'.

★ God heeft Maria bestemd tot Meesteres van alle zielen, en heeft Haar alle macht gegeven over de mensheid, met de bedoeling dat Zij deze macht ten volle zou kunnen aanwenden om via innerlijke vorming van de aan Haar toegewijde zielen de werken der duisternis en alle uitwerkingen ervan in de Schepping te verlammen. Reeds daarom verlangt God vurig de totale toewijding van zoveel mogelijk zielen aan Maria, want Zij kan Haar onbegrensde macht slechts ten volle ontplooien volgens de maat van de hoeveelheid zielen die zich waarlijk totaal en onvoorwaardelijk aan Haar weggeven.

Totale toewijding als volkomen gave van zichzelf aan Maria, is het grootste eerbetoon dat een ziel aan de Meesteres van alle zielen, en daardoor tevens aan God Zelf, kan brengen. Om deze reden laat de Hemelse Koningin oproepen tot totale toewijding van elke ziel aan Haar, en tot onderrichting aan de medemens opdat ook deze de noodzaak en het Heil van zijn eigen totale toewijding aan Maria moge leren kennen, en in Geloof en vertrouwen moge verlangen naar de eindoverwinning van God in de Schepping via Zijn Gouden Brug: de Moeder van de Christus.

★ De uiteindelijke doelstelling van de totale toewijding aan Maria is deze: Heil en zegen van bevrijding voor de hele mensheid, de definitieve verlamming van alle duisternis in de hele Schepping met de grondvesting van Gods Rijk op aarde, en de hoogste graad van heiliging voor elke ziel die haar hele leven en haar hele wezen totaal, onvoorwaardelijk en levenslang in dienst stelt van de Koningin des Hemels. De heiliging van een ziel die haar hele leven onvoorwaardelijk en totaal in dienst stelt van de Heilige Maagd, is een rechtstreeks resultaat van de levenshouding die noodzakelijk is om Maria onberispelijk te volgen: Een ziel die in alles oprecht en verlangend nastreeft om te leven als spiegelbeeld van haar Hemelse Meesteres, zal in zo hoge mate op Haar beginnen lijken dat ook zijzelf spontaan de gesteldheden zal ontwikkelen die haar steeds heiliger maken. Maria vlekkeloos in alles navolgen, is geen gemakkelijk leven, maar het is met zekerheid een leven in de onmiddellijke Tegenwoordigheid van God en met de voelbare bescherming en innerlijke leiding van de Hemelse Meesteres.

★ De enige begrenzing in Maria’s concrete machtsuitoefening buiten de Hemel ligt in de Wet der Goddelijke Gerechtigheid:

God verlangt in deze Laatste Tijden dat zoveel mogelijk mensenzielen op aarde daadwerkelijk en vrijwillig de gelofte afleggen dat zij Maria willen toebehoren met heel hun wezen, heel hun leven en de offerande van al hun lasten en beproevingen, om zonder enig protest en met oprechte Liefde totaal in dienst te staan van de strijd van God en Zijn Licht tegen het kwaad, de duisternis, en dat deze zielen rotsvast geloven dat Maria door God is verheven tot Meesteres van alle zielen, tot onbetwistbare Aanvoerster van deze strijd tegen de duisternis en Gids voor persoonlijke vervolmaking, ontsluiting van Verlossing en heiliging in individuele zielen, en tot Vertegenwoordigster van de Goddelijk macht jegens de zielen, om hen op grond van dit alles te leiden naar de volmaakte Bruiloft met Christus.

Deze stelling zou men kunnen beschouwen als het basisprogramma van de Waarheid, voor de bekendmaking en verdediging van dewelke ikzelf, Myriam, mijn hele leven opoffer omdat de Koningin des Hemels Zelf mij deze stelling heeft gedicteerd en verklaard als Goddelijke Waarheid.

Het is nuttig, op deze plaats onder de aandacht te brengen dat de Koningin des Hemels er ooit op wees, dat vele zielen de vergissing begaan, Haar te beschouwen als weinig méér dan een soort folklore-figuur, een wezen aan wie slechts wordt gedacht wanneer men uit de Hemelse sferen hulp nodig heeft voor de vervulling van bepaalde wereldse behoeften. Zij onderstreepte in dit verband dat de zielen zich veel bewuster moeten worden van het feit dat Zij in werkelijkheid ten volle de Tegenwoordigheid en werking van God Zelf vertegenwoordigt, daar God in de orde der Genade ten volle en zonder beperkingen in Haar leeft en Zij daardoor de volmaakte Brug tussen God en de zielen is.

Op Lichtmis 2008 sprak de Meesteres van alle zielen krachtige woorden, die Zij liet optekenen onder de titel:

4. Strafrede tegen alle krachten die de totale toewijding aan Maria bestrijden

"Er zijn krachten en bewegingen aan het werk die de totale toewijding aan Maria, de roeping door Maria, het leven voor Maria en de strijd voor de erkenning van de grootheid van Maria benaderen alsof het bij dit alles om dwaling en ketterij zou gaan. Deze krachten en bewegingen bedienen zich van de listigheid van de satan zelf om te 'bewijzen' dat een leven met Maria als middelpunt een gevaarlijke dwaling is die de ziel doet afwijken van de leerstellingen van de ware Kerk van Jezus Christus. Ik wil er de zielen op wijzen dat deze krachten en bewegingen zich in hun zogenaamde bewijsvoering steunen op de grove dwaling dat de totale navolging van Maria de zielen zou wegleiden van Christus. Hoe zou dit mogelijk zijn, wanneer God Zelf Mij één van Hart heeft gemaakt met Jezus en Mij in de volheid heeft bekleed met de Heilige Geest?

De Allerhoogste heeft Mij voorzien als de gouden Brug naar het Hart van God, naar het ware Goddelijk Leven. Hoe kan iemand de overkant van de rivier bereiken wanneer hij de brug afbreekt? Zie, het water dat de zielen scheidt van God, kolkt en zwiept, want het is het water van de zonde en de bekoring, van de dwaling en de misleiding, van de leugens en listen van de satan. Dit water is voortdurend in storm, zodat geen ziel er langdurig kan in overleven. De overkant van de rivier, het Rijk van het Goddelijk Leven, kan dus niet zonder risico zwemmend worden bereikt; de ziel kan God slechts bereiken via een brug. Vele bruggen worden de zielen voorgespiegeld, doch het zijn wankele bruggen des doods. Er is slechts één brug die onwankelbaar stand houdt boven het onstuimige water: de Brug van Mijn Hart.

Totale toewijding aan Maria is een reis over de Brug van Mijn Hart. De leer van de totale navolging van Maria, zoals Ik deze onderricht door Mijn Myriam, is niet onverenigbaar met de leer van de totale navolging van Jezus Christus, wel integendeel: De leer van de ware navolging van Maria is de leer van de Hoop, de leer van het vast geloof in de mogelijkheid voor de mensenziel om totaal in God en in het Goddelijk Leven te worden opgenomen en ondergedompeld. God heeft Mij, Maria, tot groot Teken gesteld voor de opgang van de geschapen ziel naar Gods Hart, voor de totale heiliging.

Ik daag Mijn helse tegenstander uit om Mij aan te tonen hoe deze weg kan afwijken van de Weg, de Waarheid en het Leven? Hoe kan de ziel die Maria tot middelpunt van haar leven maakt en Haar totaal zoekt na te volgen, ergens anders uitkomen dan in het centrum van Gods Hart? Is dat niet de meest absolute en totale vereniging met Jezus Christus?

Lammeren van Christus, wees waakzaam voor elke kracht die vijandig is jegens Mij, Maria, want zij leidt jullie in de eerste plaats weg van God Zelf. Elke kracht of beweging die zielen verkettert omdat zij Maria tot middelpunt van al hun doen en laten hebben gesteld terwijl zij niets anders beogen dan hun leven te geven voor de Werken van Gods Rijk en de verwezenlijking van Gods Plannen, is een kracht die opwelt uit de ravijnen der duisternis. Luister niet naar de slang die de nachtegaal nabootst, want haar gezang verloochent en verwondt Christus nog terwijl zij Zijn heilige naam uitspreekt".

Verscheidene jaren later gaf de Meesteres van alle zielen in verband met miskenning van de totale toewijding aan Haar als een goudschat deze overweging:

Aan zoveel dingen wordt aanstoot genomen omdat zielen deze niet herkennen als de goudmijn die zij in werkelijkheid zijn. De totale toewijding aan Maria is zo’n goudmijn, evenals de hele leer van de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Omdat deze beide echter vergen dat de ziel met Liefde en zonder verzet alle beproevingen en kruisen van het leven aanvaardt, staken vele zielen spoedig deze zo buitengewoon genaderijke reis. Men kan zielen hun Geluk niet opdringen... Zalig diegenen die het Licht gretig in zich opdrinken in plaats van een zonnebril op te zetten en zich er dan over te beklagen dat op hun levensweg alles zo duister en kleurloos blijft. De satan laat geen middel onbeproefd om zielen blind te maken voor datgene wat hen de grootste genaden kan opleveren, en hen vrees in te boezemen voor alles wat van hen een bijzondere inspanning vergt.

Ziehier de duidelijke halen van de handtekening van de duisternis: Het waarlijk Hemelse voor zielen verbergen zodat zij slechts het wereldse herkennen als de 'enige en volle werkelijkheid', in hen een voldoende grote zelfzucht zaaien opdat zij zeker niet tot lijden voor anderen komen, laat staan voor een God die zij niet eens kunnen zien of horen, en op ontelbare wijzen de Liefde in hen doden opdat zij zo ver mogelijk van Gods Wet zouden afdrijven. De ziel die niet boven dit alles weet uit te stijgen, zal nooit de waarde en de Hemelse oorsprong herkennen van leerstellingen die totale toewijding aan Maria prediken, en de klemtoon leggen op de absolute noodzaak om de beproevingen van het leven te dragen met Liefde, zonder protest en in volle zelfverloochening.

5. Over het Wezen van Maria

De grootste motivatie om zich totaal aan de Heilige Maagd Maria weg te geven in een leven van totale, onvoorwaardelijke toewijding via dewelke alle doen en laten en alle innerlijke gesteldheden van de ziel onbegrensd in Haar dienst worden gesteld, kan een ziel zonder twijfel vinden in een diepere kennis van het Wezen van Maria. Wat kan een ziel méér motiveren om zich aan de Moeder Gods te geven, dan kennis die haar kan overtuigen van de grootheid van Diegene, Die op kracht van het verbond van totale toewijding de onbetwiste Meesteres van haar hele wezen en haar hele leven zal worden, zijn en blijven?

De Meesteres van alle zielen sprak in september 2006 de volgende woorden ter overweging:

"De enige Waarheid van God is een zon die de hele Schepping doorstraalt. Haar Licht maakt het Leven mogelijk. Elke straal is een element van die Waarheid. Al deze stralen ontspringen aan dezelfde bron: de Bron van het Leven, de Eeuwige Waarheid, het Goddelijk Licht. De ene straal bestaat niet zonder de andere. Elke straal bevat op zich de volheid van de Waarheid, zoals ook elk stofje van de Heilige Hostie de volheid van de Godheid bevat. Bedenk (...) dat één van die stralen de kennis van Mijn ware natuur is, de Waarheid over Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, de Uitverkorene van God, de Volmachtdraagster van de Allerheiligste Drievuldigheid. De zonnestralen van Gods Waarheid bereiken in steeds minder zuivere toestand de zielen, want de satan, de bron van alle onwaarheid, chaos, verwarring en misleiding, spuit wolken van stof over de aarde".

De Heilige Maagd Maria is geboren, en heeft Haar leven op aarde geleefd, als geschapen mensenziel in een lichaam dat Haar ook ten volle als mens herkenbaar maakte. De diepe kern van Haar Wezen week echter op één punt grondig af van het 'gewone' menselijk wezen: Zij bezat de Onbevlekte Ontvangenis, de volkomen ongeschonden natuur van de ziel die Haar maakte tot een spiegelbeeld van heiligheid dat het Wezen van God zo dicht benaderde als voor een geschapen ziel mogelijk is. Om deze reden zei de Meesteres van alle zielen ooit tot Myriam dat Zij 'menselijk van natuur' doch als het ware 'vergoddelijkt in de orde der Genade' was.

De Heilige Maagd verstaat onder 'vergoddelijking' de volkomen verwezenlijking van het beeld en de gelijkenis van God in de menselijke natuur, de versmelting met de Bron van alle leven, God Zelf. Hoe méér de ziel de Goddelijke Wil in haar hart opneemt en met alle krachten van haar hele wezen tracht om hem tot enige drijfveer van haar leven te maken, des te méér versmelt zij met God Zelf. Bij 'vergoddelijking' gaat het dus niet om het feit dat 'een mens tot God, of aan God gelijk, wordt', doch om een toestand in dewelke in de mensenziel de van God ontvangen kiem van de heiligheid de hoogste bloei heeft verwezenlijkt, die voor het geschapene mogelijk is.

Wanneer de Heilige Maagd zegt dat Haar ziel 'in de orde der Genade vergoddelijkt' is, bedoelt Zij daarmee dat God de natuur van Haar ziel zo volmaakt heeft geschapen, en op kracht van het unieke voorrecht van de Onbevlekte Ontvangenis zo volkomen en zo onbegrensd werkzaam en vruchtbaar voor Gods Werken heeft gemaakt, dat Haar natuur binnen Gods Heilsplan en in Haar relatie tot de elementen der Schepping, overkomt en zich uitwerkt als een (zij het weliswaar geschapen) spiegelbeeld van de wezenstrekken van God.

In december 2005 zei Zij in verband met Haar 'vergoddelijkt' Wezen woordelijk:

"(...) Mijn Onbevlekte Ontvangenis en Mijn eeuwige zondeloosheid. Deze beide eigenschappen hebben Mijn Wezen doen beantwoorden aan het ideaalbeeld van het 'zijn en leven naar Gods gelijkenis': Ik ben een schepsel, en dus niet Goddelijk van nature. God heeft Mij echter 'vergoddelijkt' in de orde van de Genade. Dit betekent dat Hij Mij het uniek voorrecht heeft geschonken om Zijn Wezen zodanig dicht te benaderen dat, ofschoon Ik geen aandeel heb in Zijn Goddelijk Wezen, Ik niettemin ben bekleed met macht die met deze trekken verbonden is".

In juli 2006 formuleerde Zij het als volgt:

"Tegenover de geschonden vrucht van de boom uit het Aards Paradijs stelde God de vergoddelijkte, onschendbare vrucht van de Onbevlekte Ontvangenis"

In september 2006 sprak de Heilige Aartsengel Michaël tot Myriam, en verwees in zijn woorden naar de Heilige Maagd als 'de Mensendochter', wat meteen doet denken aan een parallel met Jezus als 'de Mensenzoon'. Maria Zelf sprak daarna als volgt:

"Wanneer Michaël Mij 'de Mensendochter' noemt, verwijst hij hiermee naar de vergoddelijkte kiem waaruit Mijn Wezen is ontstaan. Mijn ziel is anders geschapen dan de andere mensenzielen. Mijn ziel is gevormd uit de Bron van het Leven doch met bijmengingen van de Goddelijke aard, die niet meer van de menselijke aard van de ziel gescheiden konden worden, evenmin als je melk en water na hun vermenging nog uit elkaar kunt halen: Je blijft de aard van melk zien, smaken en ruiken, en het mengsel gedraagt zich in alle opzichten zoals melk. Zo is Mijn ziel ingestort in de kiem van een menselijk lichaam. Elke mensenziel die wordt geschapen, wordt omkleed met de menselijke natuur. Dit wil zeggen dat zij alle wezenskenmerken van 'de mens' als dragers krijgt. Deze wezenstrekken bestaan uit de eigenschappen die God heeft voorzien als kenmerkend voor het wezen 'mens', doch krijgen hun definitieve vorm onder invloed van alle mogelijke veranderingen die deze eigenschappen ondergaan door inwerking van de staat van genade waarin de mensheid als geheel verkeert. Daarbij komen dan nog de erfelijke eigenschappen die de toestand van het stoffelijk lichaam bepalen, en op hun beurt in wisselwerking treden met de kenmerken van de ziel om samen het wezen van het individu te bepalen. De grootste van de veranderingen is deze welke uitgaan van de erfzonde. Door Mijn ziel bij haar schepping los te maken van deze invloeden van de staat van genade van de hele mensheid, kon de Schepper Mijn ziel vrijwaren van heel wat vervormende menselijke trekken, en was Mijn ziel van meet af aan draagster van een buitengewoon groot aandeel aan loutere, onbevlekt heilige, zelfs ongerept Goddelijke kenmerken.

De Aartsengel verwijst hiernaar door zijn Meesteres 'de Mensendochter' te noemen: Zij die in unieke 'vergoddelijkte' toestand in het vlees van een mens werd gestort en zo 'Dochter van de mens' werd terwijl Zij een uniek aandeel aan Goddelijke eigenschappen in zich bleef dragen, onaantastbaar voor elke verzwakkende en verontreinigende invloed, omdat Zij voorbestemd was tot het allerdiepste contact, de volmaakte versmelting, met de volheid van de Godheid van Jezus en van de Heilige Geest. Jezus was de Mensenzoon omdat Hij als God uit een mens werd geboren voor het leven in een stoffelijk lichaam. Ik ben de Mensendochter omdat Ik op allerzuiverste wijze ontsproten ben aan de Bron van de Goddelijke macht, en met een minimaal aandeel aan menselijke kenmerken, net voldoende opdat Ik nog als mens herkenbaar zou blijven, in het vlees geboren ben. Mijn natuur is menselijk, doch in zo buitengewone mate bekleed met de Godheid dat Ik op het vlak van de hogere vermogens van ziel, hart en geest beschouwd kon worden als 'Dochter van God, in het vlees geboren uit een mens'.

De benaming 'Mensendochter' duidt op een unieke vereniging van, enerzijds, Goddelijke invloeden in ongerepte vorm, en anderzijds het noodzakelijk minimum aan wezenstrekken van een vrouwelijke mens, volmaakt of 'vergoddelijkt' tot en met bepaalde lichamelijke kenmerken. Daarom ben Ik volmaakt heilig. 'Heilig' moet je begrijpen als 'in volkomen overeenstemming met de uiteindelijke doelstellingen die God beoogt met het Heil'. Een volmaakt heilige ziel is een ziel waarin de doelstellingen van Gods Heilsplan volmaakt zijn verwezenlijkt. Deze ziel is in zo hoge mate ontdaan van de belemmeringen van de menselijkheid dat zij steeds dichter de wezenskenmerken van God Zelf benadert. In de ware heiligen wordt deze toestand verwezenlijkt in de loop van hun leven op aarde. In Mij was deze toestand reeds verwezenlijkt vóór Mijn geboorte in het vlees, en alle trekken van de Godheid bleven zich in Mij verder en verder ontvouwen naarmate alle Mysteries van Gods volmaaktheid in Mij wijder en wijder ontloken en tot vervulling kwamen.

Deze ontwikkeling kon zich in Mijn ziel razendsnel voltrekken omdat Ik niet de remmende invloed van de erfzonde in Mij meedroeg. Door dit alles is te verklaren waarom het Wezen van de Godheid, dat ondoorgrondelijk is, slechts door kennis over Mijn Wezen enigszins gevat kan worden. Wat in God niet te achterhalen is omdat het als het ware wegvloeit in de oneindigheid, kan in Mijn Wezen nog net in de kiem gevat worden op grond van Mijn raakpunten met de menselijke natuur. Niettemin is deze kennis niet eerder geopenbaard, en zal zij slechts begrepen worden door de zielen van wie Ik wil dat zij Mij waarlijk benaderen. Alle kennis van grote Mysteries brengt voor de kennende ziel verantwoordelijkheden met zich mee. Deze verantwoordelijkheden kunnen alleen niet schadelijk worden wanneer de ziel die kennis gebruikt om te groeien in Liefde, onderwerping en totale toewijding, ook in het lijden, dus in heiligheid of overeenstemming met de doelstellingen van het Heil. (...)"

De volgende dag kwam de Koningin des Hemels op Haar hierboven aangehaalde woorden terug met de volgende veelzeggende toelichting:

"Omdat zelfs voor vele van Mijn dienaren de betekenis van Mijn woorden van vorige nacht omsluierd zal blijven, zal Ik ze toelichten met een beeld. De Mensendochter is niet God, maar Zij draagt in zich de kenmerken van de hoogst mogelijke vergoddelijking. Wanneer je een verlichte ruimte bekijkt, zie je de effecten van het licht, terwijl het licht zelf in zijn wezen onvatbaar blijft. Wanneer je de prachtige regenboog ziet die op een muur of op een vloer wordt getoverd door een prisma waar het zonlicht doorheen schijnt, zie je de verschillende elementen waaruit het zonlicht bestaat, terwijl het licht zelf onvatbaar blijft. Niet alleen blijft het diepe wezen van het licht verborgen, bovendien kan zonder de tussenvoeging van het prisma niet achterhaald worden dat dit licht uit een aantal verschillende kleuren is opgebouwd. Zo voel je ook de warmte van het zonlicht, zonder dat de bron van dit alles en het wezen van die warmte helemaal tot in de kern doorgrond kunnen worden. Nooit kunnen alle vragen over het diepe wezen ervan opgelost worden, want uiteindelijk strandt het verstand op het ongrijpbare, onstoffelijke, het mysterie dat een onzichtbare toevoeging is van Gods hand. Zo is het ook met Mijn Wezen: Ik maak het Goddelijke tastbaarder voor de zielen zonder dat de diepste geheimen van Mijn Wezen op menselijke wijze verklaard kunnen worden. (...)".

De woorden die de Heilige Maagd sprak in december van datzelfde jaar, werpen een extra Licht op dit verschijnsel:

"Mijn Onbevlekte Ontvangenis was het eerste overweldigend getuigenis van het Licht tegen de duisternis. Zij was reeds aan de engelen aangekondigd vóór de schepping van de mens, al werd hen toen nog niet de diepgang van het Mysterie geopenbaard. Zij is het ware begin geweest van het Heilsmysterie, het grote Verlossingsplan. Eerst moest een mensenziel totaal vervuld worden van het Goddelijk Licht en hierdoor volmaakt en voor tijd en eeuwigheid worden gevrijwaard van alle duisternis, opdat vanuit deze Oceaan van Goddelijk Licht [Maria], reeds tegelijk mens en als het ware vergoddelijkt, het Licht der wereld Jezus Christus de Verlossing kon voltrekken. In Mijn Onbevlekte Ontvangenis was Ik de 'vergoddelijkte' mens, uit Mij is de Mens geworden God geboren. De volmaakte bruiloft tussen God en de mens werd dus in Mij begonnen, in de Mens geworden Jezus voltooid, en zal in Mij als Meesteres van alle zielen voor eeuwig worden bekrachtigd.

Elke ziel ontmoet drie mijlpalen op de weg naar de voltooiing van het Goddelijk Leven: de Schepping, de Verlossing, en de Heiliging. In Mij zijn deze drie reeds totaal in elkaar versmolten bij Mijn Onbevlekte Ontvangenis. Mijn Onbevlekte Ontvangenis behelsde de absolute voltooiing van de ziel. Men zou dus kunnen stellen dat het Goddelijk Leven in Mij reeds was voltooid vóór Mijn geboorte in een lichaam. Daarom heb Ik niet een leven moeten leiden tot verwezenlijking van het doel waartoe elke ziel wordt geschapen: haar deelname aan de voltooiing van Gods Plan met haar.

Mijn leven op aarde had slechts één doel: het baren van de Verlosser, opdat alle zielen via het aanvaarden van en het meewerken aan de tweede stap, de Verlossing, konden groeien naar de derde, de Heiliging. In Mijn Onbevlekte Ontvangenis had Ik van de Allerhoogste alles meegekregen wat voor Mijn unieke levenstaak noodzakelijk was. Ik moest dit echter zelf bezegelen door Mijn ja-woord aan de Aartsengel Gabriël. 'Mij geschiede naar Uw woord' waren de woorden waarmee Ik het heilig contract ondertekende dat de Goddelijke Schatkamer van Mijn Onbevlekte Ontvangenis tot haar volle rendement moest voeren. Mijn ja-woord was de akt waarmee Ik Mijn in zo hoge mate vergoddelijkte ziel totaal liet versmelten met het vermogen van Mijn menselijk lichaam om te lijden voor het Heil der zielen. Ik had het leven van een Koningin kunnen leiden. Ik was onbevlekt ontvangen, volmaakt heilig, en dus zelfs buiten de noodzaak van Verlossing geplaatst. Miljoenen en miljoenen engelen waren Mij als slaven aan de voeten gelegd. Ik had macht gekregen over alles, over zielen en over het onbezielde. Door Mijn ja-woord heb Ik echter, net zoals Jezus dit later ook zou doen, een leven van dienstbaarheid aanvaard".

In januari 2007 werd mij een kort maar wondermooi en indrukwekkend visioen geschonken, in hetwelk ik engelen zag, die aan Maria’s voeten geknield lagen terwijl zij duidelijk hoorbaar bleven herhalen: "Sancta, sancta, sancta es Maria, Dei Genitrix et Domina Animarum" ("drie maal heilig bent U, Maria, Moeder Gods en Meesteres van alle zielen"). Maria sprak daarna als volgt:

"De engelen noemen Mij ‘drie maal heilig’, en verwijzen hierdoor naar de vergoddelijkte natuur van Mijn Wezen: Ik ben één gemaakt met de gesteldheden van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en ieder van de Goddelijke Personen heeft Zich in Mij uitgestort tot en met de grenzen van wat mogelijk is in de Bruiloft tussen God en een geschapen ziel. De Vader heeft Mij gemaakt in de glorie van de Onbevlekte Ontvangenis, de Zoon is één geworden met Mij in de Moederschoot, en de Heilige Geest heeft de Menswording van Jezus in Mij voltrokken door een volkomen Bruiloft met Mij in ziel, Hart, geest en Lichaam. Ik ben het Tabernakel van de Heilige Drievuldigheid, en dus 'drie maal heilig'.

Waarin ligt het verschil tussen Mijn natuur en deze van God Zelf? Het verschil ligt hierin, dat God geen begin heeft doch uit Zichzelf bestaat, terwijl Ik wél een begin heb, en dat dit begin Mij is gegeven door de scheppende God. God is uit niets buiten Hemzelf ontstaan, Ik ben uit God ontstaan. Gods Glorie bestaat uit Zichzelf en is uit Zichzelf ontstaan, Mijn Glorie is 'vergoddelijkt' en dus eveneens oneindig, doch Mijn Glorie heeft een beginpunt: Zij is ontstaan in Gods gedachten en heeft haar zaad gekregen in Mijn Onbevlekte Ontvangenis".

In mei 2007 schonk de Moeder Gods nogmaals een treffende toelichting:

"Ik wijs er nogmaals met klem op, dat Ik er door God toe geroepen ben om de Missie van Jezus in de strijdende Kerk te voltooien, dit wil zeggen: de Verlossing en heiliging in de zielen in de Laatste Tijden af te ronden. Jezus heeft vanaf het Kruis de zielen aan Mij toevertrouwd met het oog op de voltooiing van Zijn Werken. De Mens geworden Goddelijke natuur is het Heilswerk begonnen, de 'vergoddelijkte' menselijke natuur moet het in de individuele ziel beëindigen, d.w.z. ontsluiten, want de grote Triomf van God zal hieruit bestaan, dat de menselijke natuur de duisternis restloos overwint, vernedert en aan zich onderwerpt. Daarom ben Ik door God tot de Meesteres van alle zielen verheven".

In een visioen in april 2008 toonde de Meesteres van alle zielen mij twee rozen, waarvan Zij zei dat de ene roos God voorstelde, en de andere Haarzelf. Nochtans leken de beide rozen identiek, tot Zij mij liet schouwen op wat Zij noemde 'een dieper niveau van de werkelijkheid', en ik nu zag dat de ene roos op zich zichtbaar bleef, en de andere verbonden was met grond, die echter doorzichtig leek, alsof deze grond niet stoffelijk zou zijn; Maria sprak daarop als volgt:

"Zie, God heeft Mij gemaakt tot een identieke kopij van Zichzelf. Er is geen verschil in de uitwerkingen van Onze eigenschappen, kenmerken en hoedanigheden, het enige verschil is de diepe aard van Ons Wezen: God bestaat in al Zijn Glorie en volmaaktheid op Zichzelf, terwijl Ik verbonden ben met de grond van Gods Hart. Begrijp dit wel: Mijn hele Wezen is drager van de eigenschappen en hoedanigheden van God doordat het uit God voortkomt en de volheid van het Goddelijk Leven in zich heeft opgenomen door de genadewerking, en wel onvoorwaardelijk en eeuwigdurend. Dat is de ware, diepe betekenis van de woorden 'Maria, vol van Genade': Ik ben TOTAAL VERVULD van alles wat van God uitgaat, niet van nature, doch door Mijn volmaakte verbondenheid met het diepste Wezen van God Zelf. Daarom zijn de twee rozen identiek: De roos van Mijn Wezen is gevormd uit het voedsel uit Gods Hart, in de alleruiterste mate die voor een geschapen ziel mogelijk is. Mijn roos is vergoddelijkt, haar wezen en bestanddelen zijn drager van Gods kenmerken met uitzondering van de Goddelijke oorsprong: Mijn roos heeft de volmaakte verbondenheid met Gods Hart nodig om deze vergoddelijkte eigenschappen tot uitwerking te blijven brengen".

Zeer treffend sprak Maria in augustus 2006:

"In Mijn Wezen is de opgang van de mensenziel naar haar Schepper vertegenwoordigd: de menselijke natuur die steeds méér eigenschappen van het Goddelijke kan verwerven in een opgang naar de hoogste toppen van de heiligheid. In Mij is de heiligheid absoluut volmaakt aanwezig vanaf Mijn Ontvangenis, en toch is Mijn natuur deze van de geschapen ziel. Dat maakt Mij tot de ideale, door God voorziene trap naar Gods Troon".

Reeds in februari van datzelfde jaar had de Koningin des Hemels geopperd:

"Ik ben de enige mensenziel die vanaf haar ontvangenis tot in de eeuwigheid nooit anders dan absoluut volmaakt is geweest. Om deze reden ligt het volkomen in de lijn van Gods Wet dat Ik in de Laatste Tijden Meesteres over alle zielen zou zijn".

Ooit toonde de Meesteres van alle zielen de ware aard van Haar Wezen in relatie tot God in dit beeld: Wanneer wij het Rijk Gods beschouwen als een staat, zou God het staatshoofd zijn, en Maria de ambassadrice die God en Zijn Rijk zou vertegenwoordigen jegens de mensenzielen.

Tot afronding van de beschouwing in dit punt over het Wezen van Maria laat de Meesteres van alle zielen op het volgende wijzen:

De Koningin des Hemels benadrukte reeds in diverse van Haar inspiraties dat God iets van Zichzelf in elk schepsel prent. Dit 'iets' is als het ware de handtekening van de Ontwerper van dit schepsel, dat niets minder is dan een Werk van God. Op grond van deze realiteit zou men de Wetenschap van het Goddelijk Leven kunnen beschouwen als het geheel van de onderrichtingen via dewelke een ziel God beter kan leren kennen via een verdieping van de kennis van het zielenleven als Werk van God. De ziel kan God beter leren kennen via verdieping van haar kennis over Gods Werken. Om deze zelfde reden vormt een diepere kennis over de diepere natuur van Maria als het grootste Wonderwerk van God een gouden brug naar het ware Wezen van God Zelf en naar een dieper begrip en een diepere kennis van dat Wezen.

Wanneer men zich dit steeds voor ogen houdt, zal men zich ook gemakkelijker kunnen motiveren tot een aanhoudende betrachting om Maria strikt na te volgen in elk detail van het leven, in het bewustzijn dat men op deze wijze ook steeds dichter nadert tot een navolging van het diepe Wezen van God Zelf.

In die zin ook, wijst de Meesteres van alle zielen erop, dat een diepe beleving en toepassing van de totale toewijding aan Haar, indien en voor zover deze waarlijk oprecht in de ziel leeft, niets anders is dan een concrete dagelijkse toepassing van de Goddelijke Wet. Precies om deze reden vormt een oprecht en in alle details van het leven toegepaste totale toewijding aan Maria de gouden weg van een levenslange alles beheersende dienst aan Gods Werken.

6. Diepgang van het heilig contract van toewijding aan MARIA

De Meesteres van alle zielen laat de volgende twaalf punten aanvoeren ter overweging en tot motivatie voor de noodzaak en de waarde van het heilig contract van toewijding tussen de ziel en Haar. Uit praktische overwegingen zijn de punten genummerd. Deze nummers geven echter geen volgorde van belang ervan aan.

6.1. De drie vragen alvorens zich aan Maria toe te wijden

Vele zielen wijden zich zeer lichtvaardig aan Maria toe, om redenen die weinig of niets te maken hebben met enig oprecht verlangen om hun leven te wijden aan de bevordering van de verwezenlijking van Gods Werken tot grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid op aarde. Vaak wordt toewijding aangegaan via een eerste toewijdingsgebed, waarvan de ziel verwacht dat dit hen op één of andere wijze speciale gunsten zal opleveren, bij voorkeur tijdens hun leven op aarde en zo mogelijk eveneens in de vorm van een automatische toelating tot de Eeuwige Gelukzaligheid na dit leven, en/of vanuit de verwachting dat het 'aan Maria toegewijd zijn' hen op één of andere wijze speciaal zal maken in de ogen van hun medemens.

Dit eerste toewijdingsgebed wordt dan beschouwd als de bezegeling van het 'aan-Maria-toegewijd-zijn', zodat de ziel haar toewijding door dit ene gebed voor een voltooid feit houdt en niet eens begint met de ware beleving ervan door in haar hele innerlijke gesteldheid en haar volledige doen en laten totaal en levenslang in alle details van haar leven op de Heilige Maagd en op de verwezenlijking van Gods Werken van Liefde georiënteerd te blijven. Dit alles betekent dat ontelbare zielen in de waan leven dat zij aan Maria toegewijd zijn, terwijl zij deze toewijding nooit gestalte geven. Voor God geldt dit als een 'dood' verbond, zoals een dorre tak die geen vruchten draagt.

Vele zielen zouden zich zelfs nooit aan Maria toewijden indien zij ten volle zouden beseffen dat ware toewijding hen niet noodzakelijk wereldse gunsten zal brengen doch daarentegen een zeer ernstige verantwoordelijkheid jegens God met zich brengt. Daarom geldt in Gods ogen de ernst waarmee een ziel een toewijding aan Maria daadwerkelijk dag na dag in de praktijk brengt, als een grote aanwijzing voor de mate waarin deze ziel haar levensopdracht als werktuig in dienst van Gods Werken ernstig neemt en zij waarlijk leeft voor de verwezenlijking van Gods belangen. Voor de Heilige Maagd is elke zogenaamde toewijding aan Haar die zonder concrete toepassing blijft, een bron van diepe droefheid.

In november 2006 nodigde de Meesteres van alle zielen uit tot de volgende ernstige overweging:

"Totale toewijding is een levensdoel en een levensinvulling die niet lichtzinnig benaderd mogen worden, want het betreft een verbond dat rechtstreeks verband houdt met het grote Verbond dat God met Zijn volk heeft gesloten door het verlossend Lijden van Jezus. Totale toewijding is een verbond waardoor de ziel zich bereid verklaart om totaal, onvoorwaardelijk en eeuwigdurend ingepast te worden in de voltooiing van het Nieuw Verbond. De ziel die zich aan Mij wil toewijden, moet zich eerst drie vragen stellen:

  1. Ben ik bereid, mijn leven tot in de details op te offeren aan de noden van God en van Maria, en dus een leven te leiden van aanvaarding van alle kruisen en beproevingen, zonder protest of verzet?
  2. Ben ik bereid om Maria te erkennen als mijn absolute Meesteres, en Haar met overgave te dienen in zelfverloochening en blinde onderwerping in al mijn doen en laten?
  3. Heb ik wensen en gewoonten ten aanzien van dewelke ik niet bereid ben, er afstand van te doen? Zolang het antwoord hierop niet onverdeeld 'neen' is, moet de ziel mij bidden om de genade van het vermogen om haar leven en haar levensvisie totaal door Mij te laten veranderen volgens Mijn wil en welbehagen. Zolang zij hiertoe niet in staat is, kan zij Mijn toegewijde niet zijn, want de Meesteres van alle zielen kan slechts werken met dienaren die Haar op al Haar wenken dienen, op welk ogenblik dan ook en op welke wijze dan ook.

Het leven als totaal toegewijde van Maria is vergelijkbaar met het leven zoals God het oorspronkelijk van de mensenzielen had verwacht: een leven dat totaal is afgestemd op de verwezenlijking van Gods Plannen en de voltooiing van Zijn Werken.

Sedert de instelling van het Nieuw Verbond is dit méér dan ooit een leven in uitsluitende dienst van Gods Heilsplan voor de voltooiing der Verlossing in alle zielen. De ziel die bereid is, eigen wensen en gewoonten onder Mijn voeten te leggen, zal spoedig ervaren dat zij niets verliest, doch integendeel oceanen van Geluk en blijmoedigheid oogst, en daarna een eeuwigheid van onbeschrijflijke Gelukzaligheid in de Hemel".

6.2. 'Zoon, ziedaar Uw Moeder' als sleutel tot voltooiing van het Verlossingswerk

De Meesteres van alle zielen wees er reeds in diverse geschriften op, dat het Mysterie van de totale toewijding aan Haar in feite is ontstaan toen Jezus op het Kruis de woorden sprak Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder. Met deze woorden onderstreepte Hij Zijn verlangen dat de mensenzielen van alle tijden na Zijn heengaan Zijn Moeder ook als hun Moeder en Toevlucht zouden beschouwen, en stelde Hij hen onder Haar hoede. Aangezien de Moeder van de Christus inniger met Hem één was dan om het even welke mensenziel, was Zij als geen ander geschikt om zielen naar de eenheid van hart met de Christus te leiden.

Om deze reden ook, is Zij terecht de Meesteres van alle zielen, waarbij wij 'Meesteres' moeten beschouwen als de overkoepeling van Haar unieke hoedanigheden als innerlijke Gids, innerlijke Lerares, beschermende en spiritueel voedende Moeder en innerlijke Leidster en Meesteres van het hele wezen en de hele levensweg van de ziel die zich onvoorwaardelijk, totaal en levenslang aan Haar weggeeft in een verbond van totale toewijding dat daadwerkelijk in elk detail van het leven en zelfs in de diepste, meest verborgen innerlijke gesteldheden wordt beleefd.

In juli 2006 zei de Hemelse Meesteres bijvoorbeeld in dit verband:

"Weinig zielen hebben ooit begrepen dat Jezus met Zijn kruiswoord 'Zoon, ziedaar uw Moeder' in wezen de sleutel gaf tot de voltooiing van Zijn Verlossingswerk. God heeft de mensheid via drie wegen willen verlossen uit de heerschappij van de satan, die door het ingeven van de erfzonde de mensheid voor alle tijden onder zijn slavernij heeft weten te brengen. De eerste weg was deze van het Lijden en de Kruisdood van Jezus, de tweede zou de voortdurende inwerking van de Heilige Geest zijn, en de derde de totale toewijding van de zielen aan Mij, Maria".

6.3. Totale toewijding als huwelijk met Maria

De macht van de Meesteres van alle zielen werkt zich vooral uit in de zielen die zich ongeremd aan Haar weggeven. Een toewijding die waarlijk wordt voltrokken in een Geloof dat is vervuld van Licht, leidt de ziel binnen in de sfeer van het Hemelse. Slechts heel weinig zielen vatten waarlijk de waarde van deze ontmoeting. In zekere zin is een totale toewijding aan Maria zoals een huwelijk van de ziel met de Koningin des Hemels, op voorwaarde dat de ziel de akte van toewijding vervolgens met volharding in toepassing brengt in de dagelijkse praktijk: De ziel belooft de Bruid van de Heilige Geest eeuwige trouw, Liefde, overgave, een leven voor Haar en met Haar. De waarde, de betekenis en het belang van dit gebeuren kan onmogelijk worden overschat. Een bruiloft met Maria moet hier waarlijk worden begrepen in de diepst mogelijke betekenis van het woord, namelijk als een eenwording.

Om het beeld van het huwelijk verder te ontwikkelen: De totale toewijding aan Maria is een huwelijk waarvan God hoopt dat er vele kinderen uit geboren zullen worden. Deze kinderen zijn de stralen van Licht en Liefde die doorheen de Schepping worden gestuurd bij elke handeling, elk woord, elke gedachte, elk gevoel en elke bestreving die worden geboren in de context van totale en onvoorwaardelijke overgave aan Maria. Daarom kan worden gezegd dat een diep beleefde totale toewijding aan Maria een zeer diepe zin geeft aan elk detail van het leven van de aan Haar toegewijde ziel. Niets van alles wat de ziel in een dergelijke context aan Maria geeft, gaat verloren. Het wordt allemaal op de meest actieve wijze ingebouwd in de vervulling van Gods Heilsplan.

Daarom is de Koningin van Hemel en aarde Middelares van Heil en is het onmogelijk om Haar rol binnen de concrete vervulling van de heilsgeschiedenis te overschatten.

Echte toewijding is zichzelf helemaal weggeven aan Maria, zo totaal dat de ziel nog slechts eet van de vruchten uit Haar Hart, die vruchten van vlekkeloze Liefde en dus van Goddelijk Leven zijn. Zolang een ziel zichzelf onvoldoende heeft verloochend, eet zij nog steeds minstens ten dele van de vruchten uit haar eigen hart, die automatisch verontreinigd zijn. Ware heiliging kan zich slechts voltrekken in de mate waarin de ziel eet van Maria. In figuurlijke zin doet men dit om te beginnen door Haar woorden (onderrichtingen, die als de Wetenschap van het Goddelijk Leven bekend staan) in zichzelf op te nemen en deze restloos in de eigen ziel in te bouwen, zodat men op de duur zelf nog slechts zaad uit die vruchten voortbrengt omdat de eigen ziel bezig is, in een spiegelbeeld van het wedergeboren Aards Paradijs te veranderen.

Inderdaad, Maria is door God bedoeld als de belichaamde Wedergeboorte van het Aards Paradijs: Het Aards Paradijs was de levenstoestand van de eerste mensenzielen, die verloren ging toen deze zielen hun eenheid van hart met God verbraken door een handeling te stellen die hen door God was verboden (de erfzonde). Maria werd niet alleen onbevlekt ontvangen, dit wil zeggen zonder de effecten van de erfzonde, Zij leefde bovendien als enige mensenziel Haar hele leven op aarde in vlekkeloze eenheid van Hart met God en zou daardoor voor eeuwig een levende Spiegel van Gods Hart zijn, een levend Paradijs.

Elke ziel die alles in het werk stelt om van haar hart een spiegel van het Hart van Maria te maken, treedt als het ware met Haar in gemeenschap, op een wijze die op neerkomt op een leven in Hemelse Bruiloft met de Bruid van de Heilige Geest, wat deze ziel tevens op een bijzondere wijze aandeel zal geven in de 'verwekking van spirituele kinderen van Licht'.

6.4. Totale toewijding als de actiefste deelname aan de voltooiing van Gods Werken

In april 2006 liet de Meesteres van alle zielen het volgende optekenen:

"Omdat toewijding in de eerste plaats een zaak is van totale overgave aan Gods Heilsplan voor de zielen, bestaat het wezen van totale toewijding aan Mij uit een totale offerande van de ziel in al haar lijden en beproevingen aan Mij als Diegene die dit lijden en deze beproevingen kan heiligen en ze in Gods Heilsplan kan inpassen opdat zij daarin hun juiste plaats zouden innemen om zo veel mogelijk vrucht te dragen".

In juni 2006 onderstreepte Maria:

"Elke ziel die zichzelf aan Mij offert in totale toewijding, geeft zichzelf aan het Licht als een teken tegen de duisternis".

In november 2007 volgden deze woorden:

"Zielen, Ik heb jullie meermaals onderricht dat Gods Werken naar de zielen toe slechts hun uitwerking krijgen indien, en in zoverre, de zielen hiertoe jegens God hun verlangen betuigen. De gouden weg van betuiging van dit verlangen, is de totale toewijding van de ziel, van heel haar wezen met al zijn gesteldheden en van heel haar levensweg, aan Mij. Door haar toewijding aan Mij, en de dagelijkse beleving daarvan, stelt de ziel zich onder Mijn leiding, heerschappij en bescherming, zodat de genaden uit de Bronnen van Gods Liefde in hun meest veredelde vorm naar de zielen kunnen stromen om hen werkelijk naar hun Verlossing en heiliging te begeleiden".

Een waarlijk beleefde toewijding aan Maria opent voor God nieuwe deuren, door dewelke Hij Zijn genaden over de ziel en over de hele Schepping kan laten stromen. De totale toewijding aan Maria is zoals een solide steen in de fundering van de uitvoering van Zijn Heilsplan, dat niets anders wil doen dan de ware permanente Vrede in de harten uit te storten en de zielen als het ware binnen te leiden in de voorhof van het Paradijs. Precies daarom mag een ziel zich niet aan Maria toewijden in een opwelling van het moment, doch weloverwogen vanuit een standvastige Liefde voor Maria, voor de hele Schepping en voor Gods Werken en Plannen. Zonder een standvastige Liefde en een vaste zin voor zelfverloochening wordt toewijding nooit waarlijk beleefd, en is zij vergelijkbaar met het sluiten van een contract dat na ondertekening wordt verscheurd of gewoon niet wordt nageleefd.

Niet-naleving van een werelds contract is strafbaar voor de wet. Niet-naleving van het heilig verbond van toewijding is breuk van een Hemels contract, en laadt een schuld op de ziel. Door de toewijding heeft de ziel zich totaal, levenslang en onvoorwaardelijk verbonden tot actieve inzet voor de vervulling van Gods Werken. Wanneer zij dit in haar dagelijks leven niet toepast, is zij voor God geen betrouwbaar werktuig. Zij is dan als een beroeste spijker die breekt zodra men hem tracht te gebruiken: onbetrouwbaar en nutteloos.

Ooit zei de Koningin des Hemels privaat tot Myriam:

"Ware toewijding voltrekt zich niet in woorden, doch in de diepe gesteldheden van de ziel die in alle aspecten van het leven spontaan, bewust en gewild met Mijn Hart verbonden leeft en wordt gedreven door een oprecht verlangen om Gods Werken te dienen via AL haar gedragingen, woorden en innerlijke gesteldheden".

De Meesteres van alle zielen zei ooit letterlijk dat het Evangeliewoord van Jezus: Geen grotere Liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden, nergens met méér kracht wordt vervuld dan in een diep en oprecht beleefde totale toewijding van een ziel aan Haar. Wanneer een ziel haar hele leven aan Maria weggeeft, geeft zij hierdoor, voor zover zij dit waarlijk oprecht en onvoorwaardelijk verlangt te doen, Maria de macht om de soevereine Meesteres van elk detail van haar leven en elk element van haar wezen te zijn, wat meteen betekent dat deze ziel zich onomwonden bereid verklaart om haar hele leven uit handen te geven en met haar te laten gebeuren wat de Koningin des Hemels het nuttigst en meest waardevol acht met het oog op de inschakeling van het wezen en het leven van deze ziel in de voltooiing van Gods Heilsplan.

6.5. Totale toewijding als vervolmaking van het christen-zijn

De volgende uiterst belangrijke woorden dateren van maart 2009 en tonen aan dat het onovertroffen belang van totale toewijding aan Maria ten volle is gebaseerd op de eenheid van Hart tussen Maria en de Christus en het feit dat Haar Missie precies bestaat uit de ontsluiting van de Verlossingswerken van de Christus in de zielen die zich waarlijk totaal aan Haar weggeven:

"In de beleving van de totale toewijding aan Mij sluit de ziel de volkomen bruiloft met de volmaaktheid van Gods Werken, en betoont zij aan haar Schepper haar geloof in het feit dat ook zij, door de volheid van haar medewerking, volkomen kan openbloeien. In Jezus Christus voltooit de Mens geworden Godheid de Verlossing van de ziel. In Mij begeleidt de absoluut geheiligde menselijke natuur van Maria de Verlossing van de individuele ziel naar haar hoogste voltooiing: de ontplooiing van de ziel tot het beeld en de gelijkenis van haar God. Zo heeft de Allerhoogste het gewild, en daartoe heeft Jezus vanop het Kruis der Verlossing de zielen aan Mij gegeven, en Mij aan de zielen. God heeft het zo beschikt dat de Verlossing in de zielen is gelegd zoals een schatkist, die echter gesloten is. Zo draagt de ziel in zich een oneindig waardevolle schat, die zij zich echter pas tot nut kan maken door een eigen actieve inbreng. Zolang de ziel de schatkist niet door eigen inbreng opent, draagt zij in zich een rijkdom waarmee zij niets kan aanvangen.

De ziel kan inderdaad de voltooiing van haar Verlossing bekomen door uitsluitende navolging van Christus, maar Ik geef de zielen ter overweging:

  1. dat Christus en Maria door een Goddelijk Besluit één zijn van Hart;
  2. dat Ik aan de zielen gegeven ben als het voorbeeld van volmaakte heiliging van de menselijke natuur;
  3. dat het sluiten en dagelijks concreet naleven van een heilig verbond van totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen bij Goddelijke volmacht, geldt als een ja-woord van de ziel aan God voor haar bereidheid tot volkomen overgave aan het grootste, meest verheven en meest volkomen ontvouwde van Zijn Werken: Maria, om door Haar gevormd te worden naar Zijn beeld en gelijkenis.

Zielen, begrijp dit wel: Jullie kunnen volkomen Verlossing en heiliging bereiken door strikte navolging van Jezus Christus alleen. God heeft jullie echter Maria gegeven als een onvolprezen bewijs van Zijn Liefde, omdat Hij in Mij het groot en eeuwigdurend voorbeeld wil stellen van de volmaakte weg vanaf menselijke natuur tot aan volkomen beeld en gelijkenis van God in de mate waarin deze door de geschapen natuur verwezenlijkt kan worden.

Zielen, begrijp dat totale toewijding aan Mij geen hindernis is voor de totale navolging van Christus, doch integendeel de absolute bekroning van deze navolging brengt. Zoals Gods Werken uit zichzelf volmaakt zijn doch God veel méér vreugde schenken wanneer zij door de zielen erkend, verheerlijkt en waarlijk benut worden, zo is het Verlossingswerk uit zichzelf volmaakt doch schenkt het God veel méér vreugde wanneer de zielen in hun proces van groei en bloei, van Verlossing en heiliging, ook de bijkomende groeifactor die God hen in Mij heeft geschonken, erkennen en waarlijk benutten, en zo Zijn Werken de grootst mogelijke verheerlijking schenken. Vergeet nooit, dat de Allerhoogste in Mij, Maria, alle volmaaktheden heeft verzameld die ooit uit Zijn hand zijn gekomen, en dat Ik aldus de volheid van Zijn scheppende, verlossende en heiligende Werken vertegenwoordig. Daarom word Ik in deze Allerlaatste Tijden verkondigd als de Meesteres van alle zielen, want de tijd van de totale verheerlijking van Gods Werken is thans aangebroken".

De volkomen zelfgave van een mensenziel aan Maria is alles behalve een verloochening van haar christen-zijn, dit wil zeggen van haar 'aan Christus toebehoren en Hem volkomen navolgen', integendeel: De ziel die zich totaal en onvoorwaardelijk in dienst van Maria stelt, opent daardoor voor zichzelf de weg naar de meest volmaakte eenwording met de Christus die een mensenziel ooit kan hopen te bereiken. In de mate waarin een ziel méér één van hart met Maria wordt en in haar innerlijke gesteldheden en al haar doen en laten méér op Haar begint te lijken, herkent God in deze ziel steeds méér gelijkheid met Zijn eigen beeld, dat in Maria in de grootst mogelijke volmaaktheid tot bloei is gekomen.

6.6. Totale toewijding als bron van innerlijke herschepping

De Heilige Maagd verbindt er Zich jegens God toe, dat Zij elke ziel die zich totaal aan Haar weggeeft en het heilig verbond van totale toewijding aan Haar zeer ernstig in de praktijk zoekt te brengen, innerlijk zal veranderen volgens de mate waarin dit nodig is opdat deze ziel de hoogst mogelijke vruchtbaarheid voor de bespoediging van de voltooiing van Gods Heilsplan zou kunnen opleveren.

In juli 2006 sprak de Hemelse Meesteres als volgt:

"De ziel die de Liefde kan opbrengen om zich totaal aan Mij te geven in een totale toewijding van haar hele leven en haar hele wezen, en deze toewijding zeer diep te beleven, zal ervaren dat zij spoedig in intenser contact met de Bron van het Ware Leven zal komen. In deze ziel zullen ongekende uitingen en ervaringen van de Liefde opgewekt worden, en haar leven zal een totaal nieuwe zin en betekenis krijgen, omdat zij opnieuw in overeenstemming zal verkeren met Gods Wil. De zielen moeten teruggebracht worden naar de oorspronkelijke toestand van de mensenziel in volkomen staat van genade: de toestand van vóór de erfzonde, de staat van oorspronkelijke heiligheid, één met Gods Wil en daardoor volkomen in de Liefde, en draagster van het ware Goddelijk Leven".

In juli 2008 volgden de volgende woorden over totale toewijding:

"Zodra de ziel haar vrije wil in alles gelijk maakt aan de Wil van God, erft zij de volheid van het Goddelijk Leven en van het Ware Geluk. Ik ben de zielen hierin voorgegaan. Daarom heeft God Mij aan de zielen gegeven tot Meesteres en Voorbeeld. Ik roep elke ziel op tot totale toewijding aan Mij, opdat Ik in haar het wonder der wonderen kan voltrekken: de omvorming van haar vrije wil tot exacte kopie van de Wil van God, Bron van alle heiligheid, opdat zij haar levensdoel moge bereiken door Gods Werken te doen zoals Jezus en Ik deze hebben gedaan".

In september 2008 zette de Meesteres van alle zielen Haar stelling kracht bij door de volgende uitspraak:

"De gouden weg uit de duisternis naar het Licht is deze van de totale toewijding aan Mij als Meesteres van alle zielen. Bij Mijn geboorte heb Ik van God als levensopdracht gekregen: de voorbereiding van het Rijk van de Middagzon op aarde. Daartoe heeft de Allerhoogste Mij tot Meesteres van alle zielen gemaakt. Ik heb de macht om elke ziel die daarnaar verlangt en daar ten volle aan meewerkt, te herscheppen tot beeld en gelijkenis van God. Dat is de ware zin, de ware opdracht, van elke ziel op aarde. Er is geen betere, geen meer gezegende weg om deze levensopdracht te voltooien dan deze van de totale toewijding aan Mij als Meesteres van alle zielen. Dit betekent dat God elke ziel ertoe uitnodigt om zich aan Mij weg te geven, opdat Ik door Goddelijke volmacht dit wonder in haar moge kunnen voltrekken".

In oktober 2008 schonk Maria nog een ander beeld om Haar stelling verder te verduidelijken:

"Ik ben de Poort van de grote Tempel die Christus heet. Treed binnen in Mij door totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen, en jullie zullen de volheid van Christus ervaren (...) Dat is totale toewijding aan Maria. De ziel die zich uit Mij opnieuw geboren laat worden, is in de diepste zin van het woord broeder of zuster van Jezus Christus".

In januari 2009 liet de Moeder Gods op een vaak miskend aspect van de toewijding wijzen:

"Totale toewijding aan Mij is de gouden sleutel van de kerker waarin de ziel zichzelf opsluit door elke toegeving aan de invloeden van werelds denken. Jezus heeft geleden om elke kerker te ontsluiten. Ik ben jullie gegeven om jullie uit de kerker weg te leiden naar het Licht van de totale vrijheid. Bedenk echter, dat de kerker slechts van binnen uit geopend kan worden: De ziel moet zelf de sleutel omdraaien, door haar oprechte en volhardende wil om werkelijk van Mij te zijn".

In mei 2009 zei Maria:

"Ziehier Mijn belofte: Elke ziel die zich totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan Mij weggeeft, zal van Mij het inzicht ontvangen om de beproevingen en lasten van haar levensweg in een volkomen nieuw licht te beschouwen, en de kracht om deze te dragen met een volkomen nieuwe vruchtbaarheid: met Ware Hoop, met onwankelbare moed, en met een steeds zuiverder wordende Liefde.

Dit zal het teken zijn van Mijn ware heerschappij in een ziel: dat haar beproevingen haar niet langer tot slavin maken door haar vast te ketenen aan wereldse en lichamelijke zorgen, doch dat zij tot meesteres over haar beproevingen zal worden, doordat Ik in haar heers en de oneindige vruchtbaarheid van Mijn volmaakte heiligheid in haar zal overvloeien. De ziel die waarlijk Mij toebehoort, zal de wedergeboorte van een totaal nieuwe benadering van haar aardse leven ervaren".

De Koningin des Hemels wees er reeds bij herhaling op, dat Zij ernaar streeft, elke aan Haar gegeven ziel innerlijk zodanig te bewerken dat deze steeds méér op Haar kan beginnen te lijken. Zo wees Zij erop, dat de ziel het Aards Paradijs niet uitsluitend mag zien als een welbepaalde plaats, zoals een reuzegroot en wondermooi park, doch tevens als een gesteldheid van ziel en hart: Evenals de ziel Gods Rijk op aarde zal ervaren als een toestand van het hart in volkomen innerlijke Vrede en vreugde en afwezigheid van alle sporen van duisternis, zo moet ook het Aards Paradijs tevens worden gezien als een speciale gesteldheid waarin de eerste zielen verkeerden omdat ze nog niet gezondigd hadden en dus Gods Tegenwoordigheid zonder enige remming konden ervaren.

De ziel en het Hart van Maria zijn het absoluut volmaakte voorbeeld voor deze toestand. Daarom IS Maria identiek met het Aards Paradijs en met Gods Rijk. Zij is de Belichaming van het absolute toppunt van Gods Scheppingswerken. Naar dit ideaal moet elke ziel toewerken, en daartoe is ons de weg van de totale toewijding aan Maria gegeven, die een levenshouding moet zijn, die elk ogenblik van het leven actief en bewust wordt beleefd en in de praktijk moet worden omgezet. Het komt er dus op neer, dat elke ziel die de ware totale toewijding aan Maria wil beleven, zichzelf onder Haar intense innerlijke leiding moet helpen omvormen tot een levend paradijs vol bloemen van Ware Liefde en de meest uiteenlopende deugden.

6.7. Totale toewijding als bron van diepe zingeving

Talloze zielen vinden weinig of geen zin in hun dagelijks leven. De ervaring van relatieve zinloosheid van het leven heeft zeer veel te maken met een gebrek aan diepe verbondenheid met God en Zijn Plannen, Werken en intenties. Een ziel die diep in haar hart heeft begrepen dat zij slechts op aarde is om Gods Werken en Plannen te helpen verwezenlijken, die dit ook van harte aanvaardt, en die ten volle rekening houdt met het feit dat haar christen-zijn haar uitnodigt om Christus ook te volgen in de beproevingen, in het besef dat precies de beproevingen een verlossende waarde voor de individuele ziel én voor de Schepping als geheel in zich dragen, zal ook de moeilijkere ogenblikken van het leven beschouwen als gelegenheden om haar leven tot nut te maken voor God,met een doel dat oneindig veel hoger staat dan elke voorstelling die een mens zich in verband met zijn leven op aarde kan maken.

In april 2008 sprak Maria op veelzeggende wijze:

"Elke ziel kan al haar lijden en beproevingen zin laten geven, door Mij in staat te stellen om volmaakt over haar te heersen. Dit is het onvolprezen geheim van de totale toewijding aan Mij. Ik geef zin aan het schijnbaar zinloze. Mijn Rijk is het Rijk van de zingeving op levenswegen. Deze totale zingeving is een vrucht van het ware Goddelijk Leven".

De Meesteres van alle zielen laat in dit verband verwijzen naar het hele menupunt De zin van het leven.

6.8. Totale toewijding als levensdoel

Elk mensenleven heeft een doel, dat door God heel anders is gesteld dan de mens zelf dit gewoonlijk ziet. Elke ziel stelt zich voor haar leven een doel, dat gewoonlijk ergens op het terrein van het stoffelijke ligt of dat dient als een punt naar hetwelk zij streeft en dat zij absoluut wil bereiken alvorens haar leven ten einde loopt. Een dergelijk streefdoel is gewoonlijk sterk gekleurd door de algemene waarden die in de samenleving hoog in aanzien staan of die voor velen gelden als een soort waardemeter voor het succes dat een leven al dan niet heeft gehad. De echte waarden echter, deze welke voor God van belang zijn, liggen op een heel ander niveau en hebben alles te maken met de verwezenlijking van Zijn Plannen en Werken. God wil Zijn doelstellingen op aarde verwezenlijking in innige samenwerking met de mensenzielen, waarbij Hij de zielen wil kunnen inzetten als werktuigen: Hij tracht dingen te verwezenlijken via mensenhanden, via de woorden die mensen spreken en schrijven, via de gedachten en gevoelens van mensen, via de wijze waarop mensen met al hun medeschepselen (mensen én dieren) en met hun leefmilieu omgaan, en via datgene wat mensen belangrijk vinden en daarom willen nastreven.

Omdat elke mensenziel uitsluitend haar leven op aarde krijgt om haar hele wezen, elk detail van haar levensweg, elke ontmoeting en elk contact met medeschepselen en alles wat in haar omgaat, in te zetten als werktuigen waarvan God Zich kan bedienen om Zijn Heilsplan te voltooien, dat tenslotte de hele Schepping moet terugvoeren naar de staat van het Aards Paradijs in een atmosfeer die de levenssfeer van de Hemel Zelf weerspiegelt, meet God het succes, het nut en de waarde van elk mensenleven uitsluitend volgens de maat waarin een ziel deze opdracht van levenslange positieve dienst aan Gods Werken en Plannen daadwerkelijk heeft volbracht, met andere woorden volgens de maat waarin de mensenziel hetzij een positief hetzij een negatief verschil heeft gemaakt voor haar medeschepselen. Deze maat wordt volledig bepaald door de mate waarin de ziel de Goddelijke Wet van de Ware Liefde al dan niet heeft vervuld, in alle details van haar leven, in alle ontmoetingen en contacten met haar medeschepselen, en in haar ingesteldheid jegens God Zelf (de maat van haar Liefde en Geloof, en de mate waarin zij daadwerkelijk heeft verlangd om actief en louter positief bij te dragen tot de voltooiing van Gods Werken en Plannen).

De gouden weg naar maximale vruchtbaarheid van een mensenleven voor de voltooiing van Gods Werken en Plannen is deze van de intensief beleefde totale toewijding aan Maria.

In mei 2009 sprak de Meesteres van alle zielen als volgt:

"Totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen, gevolgd door een leven in Mijn dienst, is de gouden weg naar de maximale vruchtbaarheid van de ziel, en de verwezenlijking van haar ware levensdoel: waarlijk kind van God te zijn, en zaad uit te strooien voor nieuwe vruchten van Goddelijk Leven".

In februari 2007 zei de Koningin des Hemels:

"De vruchtbaarheid van de ziel wordt ontsloten door de wil, het verlangen, om te groeien in de Liefde, en door elke inspanning om dit in het dagelijks leven in de praktijk te brengen".

Een zeer mooi beeld in verband met de vruchtbaarheid van een mensenleven schonk de Meesteres van alle zielen in februari 2008:

"Vier elementen bepalen de vruchtbaarheid van een ziel voor het Rijk Gods en voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan: Liefde, zuiverheid, innerlijke Vrede, en gehoorzaamheid. Beschouw een beek.

De Liefde is het water. Het moet stromen om zijn bestemming te bereiken en zoveel mogelijk grond vruchtbaar te maken en te houden.

De zuiverheid is de kwaliteit en gezondheid van het water.

De innerlijke Vrede is de bedding van de beek.

De gehoorzaamheid is de door God voorziene neiging van het water om zijn loop te volgen zoals door Gods Wijsheid is voorzien".

6.9. Totale toewijding bloeit op de kruisen van het leven

Het leven van elke mensenziel op aarde bestaat in wezen uit een vrijwel ononderbroken ketting van beproevingen. Elke dag opnieuw worden door alle mensenzielen op aarde samen miljarden beproevingen doorstaan. Een zeer groot gedeelte ervan blijft zonder nut voor de ontsluiting van het Verlossingsmysterie dat wordt belichaamd door het Lijden en de Kruisdood van Jezus Christus. Hier treedt nu de onovertroffen waarde van de intens beleefde totale toewijding aan Maria aan de dag.

De totale toewijding aan Maria is uitsluitend als gouden sleutel tot voltooiing van de heiligheid in de ziel bedoeld. De heiligheid kan zich echter slechts verwezenlijken op de weg die ons door Jezus is uitgetekend: op de weg van het Kruis, van de deugd en van de overgave, anders uitgedrukt: door voltooiing van datgene wat de Meesteres van alle zielen aanduidt als de

driehoek van de spirituele vruchtbaarheid:
LIEFDE-LIJDEN-GEHOORZAAMHEID

Inderdaad:

LIEFDE = de weg van de deugd

LIJDEN = de weg van het Kruis

GEHOORZAAMHEID = de overgave. De bekroning van de overgave is de totale toewijding aan Maria.

De totale toewijding aan Maria is een herhaling van de woorden van Maria: Mij geschiede naar Uw woord. Met deze woorden stelde Maria Zich onbeperkt met Haar leven en Wezen ten dienste van het Verlossingsplan. Hetzelfde gebeurt wanneer de ziel zich volkomen aan Maria toewijdt en deze toewijding daadwerkelijk in alle omstandigheden en situaties van haar leven in de praktijk brengt. Evenals bij Maria opent zich daarbij een deur naar een leven met een onvermoed verlossingspotentieel, en daarom ook een leven van beproevingen. De Hemelse Meesteres herinnert hier aan een gelijkenis die Zij ooit gaf, waarin Zij het Rijk Gods vergeleek met een woud:

"Ik wil jullie een gelijkenis voorhouden:

Gods Rijk is als een reusachtig woud met ontelbare bomen die met al hun zaden, bloesems en vruchten getuigen van Gods grootheid. Telkens op de wereld een zonde wordt bedreven, valt een boom of een boompje neer. Elke boom is drager van de kracht van het Goddelijk Leven. Door elke zonde wordt de stroming van het Goddelijk Leven in de Schepping gehinderd, en verliest een boom zijn levenskracht. Omdat het woud van Gods Rijk constant gezuiverd moet worden, zoekt Gods Voorzienigheid voor elke gevallen boom een ziel, die deze boom krijgt als een geschenk om er iets mee te doen voor haar eigen heiliging, voor de voltooiing van de Verlossing van andere zielen, voor de instandhouding van de stroming van het Goddelijk Leven, en tot verheerlijking van Gods grootheid. Dit geschenk heet 'beproeving' en draagt de handtekening van de Goddelijke Verlosser, Jezus Christus.

Telkens een ziel een gevallen boom toebedeeld krijgt, ervaart zij dit als een kruis, een last. Doet zij met dit Goddelijk geschenk niets, dan blijft deze last op haar drukken. Aanvaardt zij dit geschenk door haar bereidheid, er iets mee te doen voor haar eigen Heil en het Heil van de hele Schepping, dan is het alsof zij deze boom in blokken brandhout hakt. Hierdoor wordt de last reeds verlicht, omdat elk blok hout reeds beter handelbaar is. Waarlijk nuttig wordt het echter pas wanneer deze blokken hout in de oven van de ziel worden geworpen. Dit gebeurt zodra de ziel een beproeving omhult met het Vuur van de Ware Liefde tot God en tot alle schepselen. Een beproeving wordt mede verzwaard door de elementen van zondigheid die erdoor uitgeboet moeten worden.

Zo kan de ziel blok na blok, boom na boom, van haar beproevingen laten opbranden door Liefde, overgave en toewijding. Het resultaat is productie van warmte en Licht, waardoor de ziel zelf een toenemende innerlijke Vrede en geborgenheid begint te ervaren, en ook de kilte en duisternis in andere zielen bestreden wordt. Zo zal de ziel die in ware toewijding aan Mij leeft, ervaren hoezeer Ik het Vuur van haar goede wil en haar overgave aanwakker met de vlammen uit Mijn eigen Hart, om van haar een bron van Vuur te maken dat nooit meer dooft.

Zalig de ziel die door God wordt aangetroffen als een Vuur waaraan Hij boom na boom kan toevertrouwen tot compensatie van de zonden der wereld, want deze ziel draagt bij tot de zuivering van de Schepping en tot de verwarming en verlichting van Gods Rijk op aarde. Het Vuur van de Liefde en de toewijding brengt warmte en Licht over de Schepping, en samen met de boomstammen kan de ziel tevens haar eigen tekortkomingen en misstappen toevertrouwen aan dit Vuur. De as die na de verbranding overblijft, wordt in het woud van Gods Rijk uitgestrooid, want zij draagt het zaad van Liefde en goede wil tot bevruchting van zielen.

Zielen, jullie beproevingen zijn niet zinloos. Laat Mij jullie helpen, ovens van heilig Vuur te worden en te blijven, door al jullie beproevingen aan Mij toe te wijden. Nu zien jullie nog niet altijd wat dit betekent, later zullen jullie zien hoeveel bomen jullie voor God hebben verbrand door de aanvaarding en toewijding van jullie kruisen, en door de Liefde voor Gods Plannen en Werken".

6.10. Totale toewijding als één van de grootste Goddelijke Mysteries

In maart 2009 ging de Hemelse Meesteres nog dieper in op het Mysterie van de totale toewijding aan Haar:

"De drie grootste Goddelijke Mysteries van het Nieuw Verbond zijn het Verlossingsmysterie, de Sacramenten, en de effecten van de totale en onvoorwaardelijke toewijding aan Mij, Maria, de Moeder van Christus. Ik wil de zielen het volgend beeld voorhouden, opdat zij de totale toewijding aan Mij beter op haar werkelijke waarde zouden kunnen inschatten.

Het Verlossingsmysterie zou men kunnen beschouwen als het Ware Leven dat in de ziel wordt gestort.

De Sacramenten zijn de kanalen langs dewelke de levenskracht in de ziel steeds opnieuw wordt aangevuld.

De totale toewijding aan Mij is als het inplanten van een hart dat, zolang de toewijding intens wordt beleefd en toegepast, de kracht van het Goddelijk Leven dag na dag doorheen het hele wezen van de ziel blijft stuwen, zodat elk element van het mens-zijn ervan doordrongen kan worden. De ziel die zich totaal, onvoorwaardelijk en voor eeuwig aan Mij toewijdt, deze toewijding waarlijk beleeft als een verbond van totale overgave van haar hele wezen en haar hele leven aan Mij, en dit verbond heiligt door een leven in strikte navolging van Mijn onderrichtingen – die rechtstreeks uit de Bron der Goddelijke Wijsheid naar de zielen toestromen – wordt dag na dag intenser doordrongen van het Goddelijk Leven.

De werkingen van de totale toewijding aan Mij vormen een Goddelijk Mysterie waardoor de Allerheiligste Drievuldigheid de Werken van de Schepping, van de Verlossing en van de heiliging der ziel wil voltooien, dit wil zeggen: de Goddelijke Werken in de ziel naar hun absolute voltooiing wil voeren. Het is onmogelijk, de waarde van de totale toewijding aan Mij te overschatten. Zoals elk Goddelijk Mysterie is ook het Mysterie van de effecten van de totale toewijding aan Maria een bron van zielenvoedsel en Genaden, waarvan de stromen zichzelf onophoudelijk blijven vermenigvuldigen opdat de zielenroos blad na blad zou kunnen ontvouwen tot zij de schitterende pracht van de volmaakte heiligheid zo dicht benadert als dit voor de geschapen ziel mogelijk is.

De ziel die zich totaal en onvoorwaardelijk aan Mij toewijdt, drinkt uit de Bron van de Onbevlekte Ontvangenis, een unieke Bron van water van totale heiliging, water dat het litteken van de erfzonde helpt genezen en daardoor de vatbaarheid voor bekoring, zonde en ondeugd stap voor stap vermindert. Ik ben de Meesteres van alle zielen omdat de Allerhoogste Mij de macht heeft geschonken, de stromen van het Goddelijk Leven in de ziel zozeer te versterken dat alle lagen en elementen van het zielenleven ervan doordrongen worden, zoals een volkomen gezonde bloedsomloop elke lichaamscel vervult met nieuwe voedingsstoffen, water en zuurstof, en haar reinigt van alles wat op termijn giftig voor haar zou worden.

Zie en begrijp dus het beeld: De Meesteres van alle zielen is door God voorzien als een hart voor de ziel. Het hart schept niet het leven, maar verspreidt het doorheen het lichaam, versterkt hierdoor het lichaam, en bevordert de reiniging van elke cel ervan. Hetzelfde doe Ik in de ziel: Ik verspreid het Goddelijk Leven doorheen elke kamer van de ziel, versterk de ziel, verhoog haar levenskracht, en bevorder haar reiniging. Ik bevorder de bloei van alle zielenvermogens, opdat de zielenroos moge worden tot een lust voor Gods ogen. Zo bouw Ik een paradijs van rozen, een lusttuin voor de Allerheiligste Drie-Eenheid: het Rijk Gods op aarde. Wanneer de ziel zich aan Mij toewijdt, krijgt zij dit speciale hart ingeplant. In de mate waarin zij deze toewijding werkelijk beleeft, klopt dit hart intenser en verhoogt het de levenskracht van de ziel. De ziel die waarlijk gelooft in het Verlossingsmysterie, krijgt het nieuw Leven ingestort. In de mate waarin zij op de passende wijze gebruik maakt van de Sacramenten, wordt dit Leven steeds meer gevoed.

Opdat dit Leven de hele ziel waarlijk zou doordringen tot in haar verste uithoeken, haar in staat zou stellen om tot de diepere geheimen van het Goddelijk Leven door te dringen, en dit Goddelijk Leven volkomen zou kunnen benutten voor een veel intensere heiliging, heeft God het Mysterie van de effecten van de totale toewijding aan Maria, het Meesterwerk van de Schepping, in het leven geroepen. Zeg aan de zielen dat de heiliging van de mensheid, en daardoor tevens de grondvesting van Gods Rijk op aarde, zullen worden bepaald door twee factoren:

  1. De radicale terugkeer van zielen naar de traditionele Leer van Jezus Christus, het diep geloof in de waarden zoals door Jezus Zelf ingesteld, en een eerbiedig gebruik van de heilige Sacramenten overeenkomstig de traditionele voorschriften in dit verband;
  2. De totale en diep doorleefde toewijding van steeds meer zielen aan Maria, de Meesteres van alle zielen bij Goddelijke Beschikking, met strikte navolging van de onderrichtingen en richtlijnen zoals Ik deze onderwijs als de Wetenschap van het Goddelijk Leven.

Zielen, geef jullie totaal en onvoorwaardelijk aan Mij, opdat Ik jullie in elk detail van het dagelijks leven kan inschakelen in de strijd van het Licht tegen de duisternis, want God heeft de Meesteres van alle zielen voorzien als de Brug over de bruisende stroom van beproevingen en ellende, naar de poort van Gods Rijk van volmaakte Hemelse Vrede en Liefde op aarde".

6.11. De macht van Maria als element in de totale toewijding

De totale toewijding van de ziel aan Maria is een heilig verbond, via hetwelk de ziel haar hele leven en haar hele wezen in de handen van de Koningin van Hemel en aarde legt, opdat Zij dit alles moge beheren, veredelen en in combinatie met Haar eigen volmaakte Liefde moge inschakelen in de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen op aarde. De Moeder Gods heeft van God een onovertroffen macht ontvangen om de strijd van het Licht tegen de duisternis te leiden en elke ziel die zich totaal aan Haar leiding onderwerpt, innerlijk grondig om te vormen opdat haar bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen maximaal moge kunnen worden. Het is van essentieel belang dat de aan Maria toegewijde ziel blind in de alles beheersende macht van haar Meesteres gelooft. In de praktijk van het dagelijks leven komen de tekenen van deze unieke macht vaak niet duidelijk tot uiting. Om dit te begrijpen, schonk de Meesteres van alle zielen ooit deze vergelijking:

De macht van de Hemelse Meesteres is vergelijkbaar met een tijgerin die aan een lijn loopt: De lijn wordt gevormd door elk gebrek aan overgave van mensenzielen aan Maria en elk gebrek aan daadwerkelijk in de praktijk van het leven toegepaste toewijding aan Haar. Hoe méér zielen zich restloos aan Maria overgeven en in de concrete praktijk van het dagelijks leven de totale toewijding aan Haar werkelijk beleven, des te dunner wordt de lijn. De vorst der duisternis weet heel goed dat, zodra deze lijn helemaal verdwijnt, deze 'tijgerin' hem restloos zal verscheuren.

De duivel kan tegen Maria helemaal niets uitrichten. Tegenover deze 'Tijgerin' is hij als een muis. Niettemin vertoont hij zich aan de mensenzielen als een brullende en razende muis, zodat de ziel, die hem immers niet kan zien en hem vooral niet vanuit het verstand met Maria kan vergelijken (deze beide wezens zijn immers onzichtbaar), ertoe geneigd zal zijn, hem voor een onoverwinnelijk monster te houden. Deze muis is echter listig zoals niets anders in de Schepping. De satan heeft de wereld in zo verregaande mate en in zoveel verschillende opzichten in zijn dienst gesteld (op grond van de talloze vrijwillige keuzen van mensenzielen!), dat zeer veel zielen dezer dagen totaal vertwijfeld, ontmoedigd en krachteloos worden en alle Hoop verliezen. Alles lijkt bedreigend, alles lijkt zinloos, en de meeste zielen durven niet eens meer iets goeds of bemoedigends van de ontwikkelingen van het leven verwachten.

De kracht van de toegewijde ziel en van haar toewijding, en daardoor ook van haar leven als geheel, ligt hierin, dat zij de invloeden van de wereld op haar hartsgesteldheden zo minimaal mogelijk zoekt te maken, opdat zij op haar levensweg daadwerkelijk een schrikwekkende tijgerin als reisgezellin moge hebben, die ongebonden, dit wil zeggen zonder lijn, naast haar meeloopt, zodat de vermeende monsters langsheen haar weg zich mogen vertonen in de gedaante die zij ten opzichte van de Meesteres van alle zielen werkelijk bezitten: deze van machteloze, vluchtende muizen. Zodra de 'Tijgerin' Haar rol vrij en zonder enige remmende inmenging vanwege de mensenziel kan vervullen, kan Zij de hele levensweg van de ziel beheersen. Voert de ziel Haar echter aan de lijn, dan zullen de muizen met zekerheid brullen en vrij over de weg lopen.

6.12. Het Rijk van Maria

Op 26 november 2005, de dag waarop Maria jegens Myriam voor het eerst Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen verkondigde, sprak Zij over Haar 'Rijk' en maakte Zij meteen duidelijk dat dit Rijk niets anders is dan het Rijk van Christus, het Rijk Gods, waarbij Zijzelf volgens een Goddelijke Beschikking zal optreden als de laatste Uitvoerster Die zoveel mogelijk zielen in Haar dienst tracht te vormen tot optimale werktuigen via dewelke God Zijn Rijk kan grondvesten:

"Zo zul jij de grondvesten van Mijn Rijk helpen bouwen. Als Meesteres van alle zielen wil Ik de harten klaarmaken voor het Rijk dat Mijn Zoon op aarde heeft gepredikt en waarvan Hij de standaard in de aarde heeft geplant in Zijn Kruis. Zo wil Ik het werkelijke Goddelijk Leven in de zielen brengen. Mijn macht zal herscheppen wat in puin ligt, want Ik ben de Brug tussen Hemel en aarde. (...)"

In maart 2006 verduidelijkte Zij de eenheid tussen het Rijk van Maria en het Rijk van Christus met de woorden:

"Mijn Rijk is het Rijk van het Kruis vanaf hetwelk Mijn Zoon Jezus Christus de hele mensheid, alle zielen, aan Mij heeft gegeven".

Evenzo weinige dagen later:

"Mijn Rijk, dat het Rijk van God Zelf is, is op komst, maar het is een Genade die slechts gekocht kan worden door de grootste offers van totale zelfverloochening, onderwerping, lijden en Liefde".

Ooit formuleerde Maria Myriams opdracht in Haar dienst als volgt:

"Geef Mij zielen als bodem waarop Ik Mijn Rijk als Meesteres van alle zielen kan grondvesten, opdat Ik als Koningin van de Eindtijd het Rijk Gods op aarde kan afkondigen".

In januari 2006 sprak de Hemelse Meesteres de volgende veelzeggende woorden:

"De funderingen van Mijn Rijk, dat Gods Rijk is, zullen gebouwd worden met stenen van Vuur, brandende tempels van Liefde. In dit Vuur, dat zijn oorsprong vindt in Mijn Hart, zal alles wat niet in overeenstemming is met Gods Plannen, tot as verbranden. Nieuw Leven zal uit deze as verrijzen. (...)"

De eenheid tussen het Rijk van Maria en het Rijk Gods werd ook in juni 2006 door de Hemelse Koningin bevestigd:

"Ik geef Mijn dienaren bij dageraad het zaad waarvan Ik wil dat zij het die dag uitstrooien. In de mate waarin zij zaaien voor de grondvesting van Mijn Rijk, dat het Rijk van Jezus Christus is, het Rijk van de ene ware God, bewerk Ik intussen hun eigen grond".

In oktober 2006 volgde nog een bevestiging:

"Mijn Rijk, dat het Rijk van God Zelf is, is niet van deze wereld, maar van de hogere dingen die de ziel binnenleiden in het Goddelijk Leven".

In januari 2007 sprak de Hemelse Koningin als volgt:

"Dat is het Rijk van Maria: Wat wegkwijnt onder alle invloeden der wereld, wordt in de Meesteres van alle zielen verrijkt door Haar volmaakte heiligheid en door Haar onbegrensde macht binnen de werkingen van Gods Gerechtigheid en Barmhartigheid. De vrucht hiervan is nieuw Leven, onherkenbaar in vergelijking met het oude leven. Het wereldse, duistere, stervende, verziekte, wordt Hemels, stralend van Licht en bruisend van het Ware Leven. Dat is de diepe zin van totale toewijding. Nooit is het leven ten einde voor de ziel die in, met en voor Mij leeft".

"Wat is het Rijk van Maria? Het is niets anders dan het Rijk Gods op aarde, doch de Allerhoogste wil met de term 'Rijk van Maria' de harten richten op de volheid van Zijn Waarheid in deze Allerlaatste Tijden: Het Rijk Gods zal gegrondvest worden door Haar die alle macht heeft gekregen om God in Zijn Werken te vertegenwoordigen als de Meesteres van alle zielen. Het resultaat van Haar verwezenlijkingen zal Gods Rijk op aarde zijn, want dat is de voltooiing van Gods Plan, waarvan één der grootste componenten bestaat uit de voleinding van de openbaring van Mijn grootheid als Gods Meesterwerk".

De juiste wijze om het begrip 'Rijk van Maria' te beschouwen, kan ten volle worden afgeleid uit het volledige logo van het Maria Domina Animarum Werk:

Ad Sanctam Trinitatem per Mariam. Ut adveniat Regnum Deum, adveniat Regnum Mariae. Ergo: TOTUS TUUS ego sum, MARIA.
(naar de Heilige Drievuldigheid via Maria. Opdat Gods Rijk kome, moge het Rijk van Maria komen. Daarom: Ik ben helemaal van U, Maria)

gevolgd door de slogan:

Totale toewijding aan Maria als poort naar de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

7. Basisgesteldheden voor concrete beleving van totale toewijding

Totale toewijding aan Maria is een dood contract zolang deze niet concreet wordt beleefd vanuit de diepten van het hart. De Hemelse Meesteres inspireert de volgende acht innerlijke gesteldheden die in een hoge mate in een ziel werkzaam moeten zijn opdat deze daadwerkelijk de levenslange opdracht van de aan Maria toegewijde ziel met vrucht zou kunnen vervullen:

7.1. Onvoorwaardelijk zelfverloochenende Liefde en zin voor spontane dienstbaarheid jegens alle medeschepselen

Het heilig contract van totale toewijding aan Maria is een verbond dat de ziel jegens de Koningin van Hemel en aarde sluit met als enige doelstelling het leveren van een optimale en maximale persoonlijke bijdrage tot de vervulling van Gods Werken en Zijn Heilsplan ten bate van de Schepping. Het spreekt vanzelf dat de ziel deze doelstelling slechts kan verwezenlijken in de mate waarin zij haar hele leven en al haar innerlijke gesteldheden, al haar denken, voelen en verlangen, onvoorwaardelijk richt op de vervulling van de Goddelijke Wet, die volledig is opgebouwd rond de toepassing van de Ware Liefde jegens alle medeschepselen.

Ware Liefde heeft alles te maken met zelfverloochening, dienstbaarheid, hulpvaardigheid en ondersteuning van elk medeschepsel. Een ziel die zich in alles door niets dan de Ware Liefde laat drijven, beleeft de essentie van het Wezen van God Zelf en is optimaal geopend voor een leven in volkomen overeenstemming met Gods verwachtingen en noden.

De aan Maria toegewijde ziel mag geen ogenblik uit het oog verliezen dat de enige zin en de enige doelstelling van de totale toewijding ligt in de verwezenlijking van Gods Heilsplan voor de hele Schepping. Om deze reden vormen zelfverloochening, dienstbaarheid en hulpvaardigheid jegens alle medeschepselen de meest doeltreffende weg naar de ontsluiting van dit Heilsplan, want hoe méér zielen al hun medeschepselen van harte en voluit bijstaan en ondersteunen in de vervulling van hun respectieve rollen binnen het netwerk van de Schepping, des te sterker worden zowel de harmonie binnen dat netwerk als de werking van het netwerk als geheel. Tot dienstbaarheid moet ook worden gerekend, het vermijden om medeschepselen beproevingen, kruisen of leed op te leggen, daar dit alles deze medeschepselen kan hinderen in de vervulling van hun eigen levensopdracht en aldus van hun persoonlijke bijdrage tot de voltooiing van Gods Plan van volmaakte Liefde en Vrede voor de hele Schepping. Zie in dit verband zeer veelzeggende woorden die de Meesteres van alle zielen ooit privaat tot Myriam sprak:

"Zeer veel zielen geven zich er nooit rekenschap van, dat zij de vervulling van Gods Heilsplan voor de hele Schepping persoonlijk kunnen beïnvloeden door elke handeling die zij stellen of juist niet stellen, door elk woord dat zij spreken, door elke gedachte, gevoel of verlangen die zij koesteren, en wel jegens om het even welk medeschepsel, hetzij medemens hetzij dier. Alles waardoor een mensenziel het welzijn en de Vrede van hart van een medemens of een dier gunstig beïnvloedt, vervult het netwerk van de hele Schepping met méér Licht en méér levenskracht. Alles waardoor zij het welzijn en de Vrede van hart van een medemens of een dier negatief beïnvloedt, stuurt duisternis in dit netwerk en verzwakt het. In het eerste geval wordt de grondvesting van Gods Rijk op aarde bespoedigd, in het laatste geval wordt deze grondvesting tegengewerkt. Begrijp wel, dat elke handeling, elk verzuim, elke gedachte, elk gevoel, elk verlangen en elke bestreving van een mensenziel hierdoor ook haar eigen Geluk hetzij positief hetzij negatief beïnvloedt".

Houd daarbij steeds voor ogen dat de ziel door toewijding aan Maria een verbond sluit, krachtens hetwelk zij in alle details en op elk ogenblik van haar leven wordt geacht, actief bij te dragen tot de bespoediging van de grondvesting van Gods Rijk op aarde door actieve bestrijding van alles wat duisternis in zich draagt en dus gekenmerkt is door gebrek aan Liefde. Totale toewijding aan de Heilige Maagd is een verbond van actief beleefde Liefde in alle omstandigheden, op elk ogenblik en jegens elk medeschepsel én jegens God Zelf.

7.2. Oprecht verlangen naar de vervulling van Gods Wet en de voltooiing van Gods Werken op aarde

De aan Maria toegewijde ziel kan haar roeping in dienst van God via dienst aan Maria (dus ad Sanctam Trinitatem per Mariam, zoals het luidt in het logo van het Maria Domina Animarum Werk) slechts waarlijk tot vrucht brengen in de mate waarin zij oprecht verlangt naar de definitieve ontsluiting van Gods Heilsplan in de vorm van de grondvesting van Gods Rijk op aarde, en in de mate waarin zij doordrongen is van het belang, een leven te leiden dat in alle details, in alle contacten en ontmoetingen met medeschepselen en in alle gesteldheden van haar hart positief bijdraagt tot deze grondvesting. Om tot een dergelijke gesteldheid te komen, moet de ziel waarlijk oprecht één van hart worden met Maria.

Deze eenheid is precies het eerste wat de Heilige Maagd tracht te bewerken zodra Zij merkt dat het de ziel menens is met haar betrachting van een leven in toewijding aan de Koningin van Hemel en aarde met de bedoeling, concreet maximaal bij te dragen tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan via een optimale vervulling van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde. Maria Zelf is eeuwigdurend de Koningin van de Liefde. Elke intense aanraking van een waarlijk geopend hart met Haar voelt aan als een explosie van Vuur. Een dergelijke aanraking wekt in de ziel meteen de onverwoestbare overtuiging dat God inderdaad de volheid van de Liefde IS, want in en doorheen de Meesteres van alle zielen stralen Zijn Liefde, Zijn Licht en Zijn Glorie in een onvergelijkbare mate en intensiteit. De ziel die dit waarlijk heeft gemerkt, weet meteen dat het naderen tot God en de vervulling van Zijn belangen het enige levensdoel vormt, dat het leven op aarde zijn ware zin geeft.

Ook deze component van het innerlijk leven maakt een ziel tot bruikbare dienares van Gods Werken, want een alles beheersend verlangen om in alles bij te dragen tot de voltooiing van Gods Werken zal ervoor zorgen dat een ziel zichzelf op de achtergrond plaatst en haar hele doen en laten niet in de eerste plaats afstemt op de bevrediging van vermeende eigen noden en belangen. Echte toewijding is ten volle dienst aan Gods Werken en aan Zijn belangen, en wel van harte en spontaan.

7.3. Oprecht besef van kleinheid

Een ziel die waarlijk en zonder enige neiging tot protest beseft welke positie zij als individueel element van de Schepping binnen het geheel van Gods Plan bekleedt, zal begrijpen dat zij zichzelf niet te belangrijk mag achten. Elke ziel is een radertje in een groot systeem, nooit een onmisbaar centraal onderdeel. Een ziel die ten prooi is aan hoogmoed, trots of zelfverheffing, wordt een speelbal van de duisternis en daardoor onbruikbaar als soldaat in het Leger van het Licht. Zij doet de werken van de satan, die vanaf zijn opstand tegen God macht en erkenning begon na te jagen om als het grootste en belangrijkste wezen te worden beschouwd, en die zich in zijn diepste voorstellingen begon te zien als hoger dan God.

De oorzaak voor de hoogmoed en zelfverheffing van Lucifer lag in het feit dat hij uit het oog verloor dat de macht en de vermogens die hij bezat, niet uit zijn eigen verdiensten waren ontstaan doch dat hij deze van God had gekregen en dat hij dus alles aan God te danken had en zonder God niet eens zou bestaan, ja dat hij slechts in leven bleef omdat God hem in leven hield. Hetzelfde geldt voor elke mensenziel. Een ziel die zichzelf verheft, is een ziel die vergeet dat zij voor honderd procent van God afhankelijk is en dat datgene wat zij is, niets is in vergelijking met het Wezen van God en ook in vergelijking met de Heilige Maagd, Die onder al het geschapene de Belichaming is van de hoogste volmaaktheid, met andere woorden van de meest opengebloeide heiligheid.

Via hoogmoedige zielen die zichzelf zoeken te verheffen, zelfs te verheerlijken, kan de satan zijn ambities trachten te verwezenlijken: God de heerschappij in de Schepping te betwisten. De ziel die zich belangrijker waant dan zij als klein radertje in het grote systeem is, eist in waarheid Licht voor zich op, dat God toekomt, en kan daardoor het effect bereiken dat God in veler ogen in de schaduw komt te staan en dat een ongepaste maat aan eer, lof en aandacht naar een schepsel toevloeit in plaats van naar de Schepper. Slechts een ziel die zwaar voor haar ware wezen verblind is, kan zo diep zinken dat zij zou menen dat zij in vergelijking met God zelfs maar het geringste te betekenen heeft.

In De Tempel van Maria liet de Meesteres van alle zielen het reeds treffend als volgt uitdrukken: Bij het aangaan van de totale toewijding aan Haar treedt Zij binnen in de tempel van de ziel, en zal de ziel die haar positie en rol waarlijk heeft begrepen, zichzelf tegen de muur aandrukken teneinde voortaan zo weinig mogelijk ruimte in te nemen, opdat de nieuwe Meesteres van haar tempel haar volledig moge kunnen vervullen zonder dat de ziel zelf Haar ook maar in het geringste zou hinderen. In Haar hoedanigheid als Meesteres van de zielentempel is de Heilige Maagd ten volle de Ambassadrice, de Vertegenwoordigster van de Goddelijke Wet, en moet Zij derhalve door de ziel worden benaderd met de eerbied, het respect en de onderdanigheid en overgave die deze ziel jegens God Zelf zou opbrengen.

De ziel die zich aan Maria geeft in totale toewijding, kan dit verbond slechts tot vrucht brengen in de mate waarin zij beseft dat de Meesteres van haar hele wezen en haar hele leven voortaan alles leidt, en de kans moet krijgen om alles te leiden: haar doen en laten, haar innerlijk leven, al haar contacten en ontmoetingen, zelfs haar diepste verlangens. Een ziel die vanaf haar toewijding aan Maria nog doorgaat met het persoonlijk regelen en organiseren van elk detail van haar leven volgens haar eigen verlangens en voorstellingen, laat de Hemelse Koningin niet de kans om waarlijk Meesteres te zijn.

Besef dat Maria precies de Meesteres van het heilig verbond van toewijding is omdat Zij daartoe van God de macht en de middelen heeft ontvangen én omdat de ziel slechts waarde en nut kan krijgen als werktuig voor de verwezenlijking van Gods Werken in de mate waarin zij zich vol vertrouwen en in volle overgave laat leiden en inspireren door dit Wezen, dat precies door Haar onvergelijkbaar vermogen om Zichzelf als Moeder van de Christus te beschouwen als een klein radertje binnen Gods Heilsplan, als geen ander in staat is om de aan Haar toegewijde ziel tot optimale vruchtbaarheid te helpen brengen.

Groot is in Gods ogen slechts een ziel die door het besef van haar kleinheid in staat is om grote dingen te doen. Grote dingen zijn voor God alle handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen die zozeer vervuld zijn van oprechte, zelfverloochenende Liefde, dat zij Gods Licht in de Schepping helpen verspreiden en dit Licht op geen enkele wijze verduisteren. Niet de ziel op zich is van belang, wel datgene wat van haar uitgaat en de mate waarin dit een zegen voor de Schepping of voor individuele schepselen én voor Gods Werken in zich draagt.

7.4. bereidheid tot volledige overgave aan Maria

Veel zielen blijken er niet toe bereid om hun leven in andere handen te leggen. Spontane onbelemmerde overgave aan een ander wezen, bijvoorbeeld aan de Heilige Maagd, waardoor Deze controle krijgt over het eigen leven en het eigen wezen, is een zaak van groot vertrouwen. Iemand die macht kan uitoefenen, waarlijk blind vertrouwen, heeft voor een ziel alles te maken met de vaste overtuiging dat deze zijn of haar macht zal gebruiken ten voordele van de ziel en niet tot haar schade of nadeel. Het is dus een zaak van vertrouwen in de Ware Liefde van diegene aan wie men zich overgeeft, en bovendien van de eigen Liefde voor deze andere.

Blinde overgave aan Haar, is één van de eerste vereisten die de Koningin des Hemels stelt wanneer Zij een ziel roept tot een mystieke levensopdracht voor Haar. Daaruit moet de conclusie worden getrokken dat blind vertrouwen en blinde overgave absoluut noodzakelijk is voor elke ziel die zich aan Maria geeft voor een leven in totale toewijding. Een onbelemmerde overstroming tussen de Hemelse Meesteres en de ziel die zich aan Haar heeft weggegeven, is slechts mogelijk in de mate waarin de ziel zich onvoorwaardelijk en zonder enige begrenzing aan Haar overlevert.

Overgave is de gesteldheid in dewelke de ziel in al haar doen en laten en in al haar innerlijke gesteldheden onverdeeld uitsluitend Gods Wet laat heersen. In deze gesteldheid ontledigt de ziel zich totaal voor de Heilige Maagd en geeft zij zichzelf volkomen aan Haar in verloochening van haar eigen behoeften en met als enige verlangen, Maria en alle Werken van God te dienen. Een ziel die zich volkomen aan de Meesteres van alle zielen overgeeft, tracht elk moment van haar leven zodanig te beleven dat niet haar eigen verlangens doch de verlangens van God ermee gediend worden. Zij aanvaardt alles wat gebeurt, in vertrouwen op de Wijsheid van Gods Voorzienigheid en op de volmaaktheid van Zijn Liefde.

Totale overgave aan Maria en zelfverloochening liggen aan de basis van het verlangen naar onthechting van al het wereldse, en van een totale aanvaarding van alle kruisen en beproevingen, want een oprechte overgave doordringt de ziel helemaal van de behoefte om te dienen in een zo diep mogelijke eenheid van hart met de Meesteres van het heilig contract.

Overgave aan de Hemelse Koningin moet een alles beheersende levenshouding zijn, anders houdt de ziel als het ware constant een stok achter de deur, klaar om te allen tijde haar eigen zin te doen, haar eigen vermeende behoeften na te jagen en daardoor niet onverdeeld door de Leidster van het Leger van het Licht te kunnen worden ingezet voor strijd tegen de duisternis en voor de verwezenlijking van een Goddelijk Werk van Liefde. Gods Voorzienigheid schept dagelijks voor zielen gelegenheden om met hun eigen handen, mond, hart of geest de Wet van de Liefde te helpen vervullen in alle contacten en ontmoetingen met om het even welk medeschepsel. De aan Maria toegewijde ziel moet daarom onder alle omstandigheden en in alle situaties van het leven klaar staan om een knooppunt van Licht en warmte te zijn, via hetwelk God Zijn Liefde en nieuwe levenskracht kan laten stromen. Dit kan slechts gebeuren in de mate van haar overgave.

7.5. Uiterste flexibiliteit

Een ziel die zich oprecht met haar hele wezen en haar hele leven aan de Heilige Maagd weggeeft teneinde in Haar dienst in de ware zin van het woord levenslang een bruikbaar en nuttig werktuig te zijn in het kader van de verwezenlijking van Gods Werken en van Zijn Heilsplan, moet tot het uiterste flexibel (soepel) zijn, te allen tijde klaar en bereid om haar gedrag en ingesteldheid aan te passen of bij te sturen teneinde volledig te beantwoorden bij alles wat de Meesteres van de ziel op dat ogenblik nodig heeft om Gods Werken beter te kunnen volbrengen. Dit betekent dat deze ziel haar eigen vermeende belangen en haar persoonlijke bestrevingen te allen tijde ondergeschikt moet kunnen maken aan de noden van Gods Heilsplan door niet star vast te houden aan vaste gewoonten, aan haar eigen verleden, aan vastgeroeste ideeën en opvattingen enzovoort.

Flexibiliteit is het vermogen om het eigen gedrag en de eigen plannen zonder protest soepel aan te passen bij de noden van het ogenblik, waarbij 'noden' moeten worden verstaan als alles waarvan de Heilige Geest op bepaalde ogenblikken inspireert dat het wenselijk is dat alle werken van dat ogenblik in dienst zouden worden gesteld van de leniging ervan. De 'noden' van Gods Heilsplan moeten absolute voorrang hebben bij elke keuze van de ziel in verband met wat zij zal doen, wanneer, en hoe. Het zijn de situaties die bij voorrang door de werken en bestrevingen van de ziel gunstig beïnvloed moeten worden teneinde Gods Werken dichter bij hun verwezenlijking te helpen brengen.

Een ziel die verstard zit in haar eigen voorstellingen, verwachtingen en gewoonten, belemmert daardoor elke instroming van inspiraties en innerlijke begeleiding vanwege de Heilige Geest en staat vaak weinig open voor inspiraties of adviezen door dewelke zij wordt aangespoord om zich te openen voor de volheid van Gods Waarheid, daar haar waarheid en haar werkelijkheid vaak ophouden bij haar eigen opvattingen, die zij voor de enige juiste houdt. Om deze reden zal een dergelijke ziel niet betrouwbaar en niet berekenbaar zijn voor de vervulling van een rol als actief strijdster voor de Werken van het Licht.

Een ziel die aan Maria is toegewijd, moet er spoedig voor zorgen dat zij zich bevrijdt van elke neiging tot starheid of verstarring. Verstarring is de neiging om te vervallen in vaste gewoonten, vaste gedragspatronen, vaste opvattingen van dewelke men zelfs niet loskomt nadat is aangetoond dat deze Gods Werken niet gunstig kunnen beïnvloeden. De aan Maria toegewijde ziel zal zich er daarom onmiddellijk in oefenen om zonder aarzeling eigen voornemens te laten varen zodra zich een situatie aandient in dewelke zij haar Hemelse Meesteres beter kan dienen door iets heel anders te doen, te zeggen of na te streven. Een ziel die te verstard is om van zichzelf los te komen, kan door de Hemelse Koningin niet worden vertrouwd als werktuig dat voor Haar klaar moet staan telkens Zij deze ziel kan gebruiken om Gods Wet van zelfverloochenende Liefde concreet in toepassing te brengen.

7.6. Betrachting van verdieping

Eén van de grootste vijanden van de vruchtbaarheid van totale toewijding aan de Koningin des Hemels is de oppervlakkigheid. Vele zielen vertonen een gebrek aan oprechte inzet tot navolging van Christus, en zijn ook niet echt geïnteresseerd om te leren hoe zij Hem steeds beter en steeds dieper kunnen navolgen. Zij nemen Hemelse onderrichtingen niet echt in zich op, vaak omdat zij vrezen dat deze, ten eerste, hun gebruikelijke levenspatroon zouden kunnen verstoren (waartoe zij niet van harte bereid zijn), en ten tweede, hen er moreel zullen toe verplichten om inspanningen te leveren die zij in feite liever niet zouden opbrengen omdat deze inspanningen zijn gericht op hun vervolmaking als werktuig van God en niet op de bevrediging van wat zij als persoonlijke behoeften beschouwen.

Precies op dit punt rijzen overigens de meeste kritieken op de verkondigingen via het Maria Domina Animarum Werk: Vele zielen vallen gemakkelijk ten prooi aan de bekoring, deze onderrichtingen te bestrijden als 'niet afkomstig uit een Hemelse Bron', omdat deze zogenaamd 'moeilijk zijn om na te volgen'. Deze onderrichtingen zijn wel degelijk voor honderd procent afkomstig uit de zuiverste Bron uit Gods Rijk: de Allerheiligste Maagd Maria, Die de zielen wil helpen genezen van hun gevaarlijke oppervlakkigheid, die een ernstige bedreiging vormt voor de gezondheid en de bloei van het christendom in deze Laatste Tijden.

In deze Laatste Tijden bestaat een immense en zeer dringende noodzaak aan zielen die tot het uiterste willen gaan voor de totale ontsluiting van Gods Heilsplan door de Verlossingswerken van Jezus Christus waarlijk vruchtbaar te helpen worden in zoveel mogelijk zielen. Wij beleven de laatste fase van de voorbereiding op de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Om dit Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid in en tussen alle schepselen daadwerkelijk definitief te grondvesten, moet de duisternis in haar meest uiteenlopende strategieën van misleiding, schijn en verlokking naar het vergankelijk wereldse toe, grondig worden ontkracht en overwonnen. Dit kan nooit gebeuren door zielen die vasthouden aan oppervlakkige opvattingen en denkwijzen en daardoor afkerig staan tegenover elke onderrichting die hen naar steeds diepere inzichten in de kennis van Gods Wet en Zijn Mysteries, van de processen van het zielenleven en van de listige strategieën van de duisternis wil voeren. Vandaar dat onderrichtingen met een immense diepgang zoals deze welke de Heilige Maagd via Haar Maria Domina Animarum verspreidt, in deze tijd absoluut onontbeerlijk zijn geworden. De Meesteres van alle zielen zegt niet zonder reden:

"De tijd voor oppervlakkigheid in de beleving en toepassing van het christen-zijn is definitief voorbij. Deze tijd roept om immense verdieping van de spirituele beleving van de zielen. Zonder een veel grotere diepgang bij vele zielen in de spirituele beleving en in het begrijpen van de Werken van God én van deze van de duisternis kan het Rijk Gods nooit op aarde worden gegrondvest en is de Schepping gedoemd om een rijk van duisternis te blijven, vervuld van onvrede, liefdeloosheid, ellende, leed, chaos, ongeluk en bedreiging in en tussen alle schepselen".

Hemelse onderrichtingen zijn onvergelijkbare gunsten: Zij zijn de sleutels die de poort tot Gods Rijk kunnen openen. Een ziel die bewust en vrijwillig verkiest, in haar oppervlakkigheid te blijven, sluit zichzelf af van zeer veel genaden, en wanneer zij aan Maria is toegewijd en desondanks niet bereid of geneigd is tot verdieping, is zij vergelijkbaar met een soldaat die zonder enige kennis van gevechtstactieken, van het front en van de tactieken van de vijand, en bovendien zo goed als zonder wapens, naar het front wordt gestuurd: Hij zal de strijd niet lang overleven, zal niets bijdragen tot de overwinning, zal volslagen onbetrouwbaar en onberekenbaar zijn als werktuig binnen het leger, en zal bovendien voor het leger waartoe hij behoort, zelfs een gevaar en een blok aan het been vormen.

Overweeg dit beeld grondig, en besef daarbij dat een leven van totale toewijding aan de Heilige Maagd Maria niets anders is dan dienst aan het front in de oorlog tegen de duisternis.

De roep tot verdieping is een roep van de Heilige Geest om tot een gedrag te komen dat meer vruchten oplevert voor het eigen Eeuwig Heil alsook voor de verwezenlijking van Gods Werken van Liefde op aarde. Het niet-beantwoorden aan deze roep die overigens in het hart van elke christen weerklinkt, geldt als een teken aan God dat men niet echt geïnteresseerd is om de verwezenlijking van Gods Werken te dienen.

Tot verdieping hoort in feite ook de behoefte om alles te verinnerlijken: God laat nu en dan herinneringen toe terwille van de vorming van de ziel, of laat met datzelfde doel voor ogen toe dat een ziel bepaalde ervaringen opdoet of bepaalde informatie op haar levensweg vindt. De ziel mag deze herinneringen, deze ervaringen en informatie niet buiten zichzelf laten staan zoals een boek dat men even raadpleegt en daarna opnieuw in het rek opbergt, dit boek moet integendeel als het ware tot haar eigen vlees en bloed worden, zij moet er intens mee leven, het moet zijn alsof de ziel dit boek 'opeet' en één wordt met de kennis die het bevat. Op gelijke wijze mogen de door de Meesteres van alle zielen onderwezen leerstellingen niet 'buiten de ziel blijven hangen', zij moeten zo diep in het hart worden opgenomen dat zij in alle levenssituaties spontaan worden toegepast. Dit is niets anders dan de ware vereniging of versmelting met de Koningin des Hemels: De ziel neemt de door Haar geschonken inspiraties en onderrichtingen zo totaal en zo diep in zich op, dat haar hele denk- en gevoelswereld als het ware één wordt met de denk- en gevoelswereld van Maria Zelf.

De ziel moet overigens te allen tijde beseffen dat oppervlakkigheid heel vaak het kind is van de onverschilligheid, het niet-geïnteresseerd-zijn. Onverschilligheid is een grote vijand van een waarlijk toegewijd leven. Zodra het Vuur voor Gods Werken en Zijn Heilsplan dooft, is een ziel niet meer bruikbaar als werktuig voor de vervulling van deze Werken en dit Heilsplan. Zij is er dan niet meer gevoelsmatig bij betrokken. Een ziel die geen belangstelling heeft voor Gods bedoelingen, kan onmogelijk een leven leiden dat helemaal is gericht op de verwezenlijking van die bedoelingen. Het leven als toegewijde van Maria is precies dit: een leven van ononderbroken inzet voor de verwezenlijking van het grote Heilsplan van God.

7.7. Betrachting van vergeestelijking

Op de ziel die zich aan de Heilige Maagd Maria toewijdt, rust de verplichting om de klemtoon van alle belangen en behoeften van haar leven te verleggen van het wereldse naar het boven-wereldse. Een ziel die in hoge mate gehecht blijft aan stoffelijke belangen en behoeften die het levensnoodzakelijke overstijgen, zal ertoe neigen om méér op zichzelf en op de wereldse aspecten van het leven gericht te blijven dan op de bevrediging van de noden en belangen van God, die boven het stoffelijke (het wereldse) uitstijgen. Gods noden en belangen liggen op het vlak van de definitieve grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Gerechtigheid en Geluk in en tussen alle schepselen, een Schepping zonder chaos, leed, ellende, ongeluk en liefdeloosheid in om het even welke vorm.

Zolang een ziel een grote waarde hecht aan wereldse beloften, materiële rijkdom, lof en aanzien vanwege haar medemensen, en het voor haar een grote betekenis heeft, als belangrijk of speciaal te worden beschouwd, is zij niet bruikbaar als werktuig voor de verwezenlijking van Gods Werken op aarde, die niet willen ingrijpen op materiële (stoffelijke) toestanden, doch op de bloei van alle mensenharten in eenheid met Gods Hart. Gods hart is de Bron van alle Liefde, van alle Geluk, van alle Vrede, van alle volmaaktheid in de harmonie tussen schepselen in een toestand waarin de Schepping kan functioneren in volmaakte overeenstemming met de Goddelijke Wet. In een dergelijke overeenstemming kunnen de Goddelijke Intelligentie en Wijsheid, die in al het levende zijn gelegd, zich in een zodanige mate uitwerken dat de Schepping dichter en dichter kan naderen tot de staat van volmaakte eenheid met de Geest van God, in een atmosfeer die de Meesteres van alle zielen ons heeft leren kennen als het Goddelijk Leven.

Het vermogen van de ziel om zich totaal aan het leven en de werkelijkheid op het niveau van de dingen des Hemels, het bovennatuurlijke, over te geven, heet vergeestelijking. Vergeestelijking komt tot uiting in de onthechting van de dingen der wereld, het loslaten van het verleden (dus alle gebeurtenissen uit Uw leven tot het ogenblik net vóór het huidige ogenblik) en alle gevoelens en gewaarwordingen die daarmee gepaard zijn gegaan, en de totale overgave aan God en toewijding aan Hem.

Vergeestelijking is een noodzakelijke gesteldheid voor een vruchtbare totale toewijding aan de Heilige Maagd omdat zij helpt verhinderen dat de ziel veel energie zou besteden aan het najagen van wereldse belangen en schijnbelangen. De ziel in een hoge mate van vergeestelijking leeft in haar hele gevoels- en denkwereld sterker georiënteerd op de noden van God. De grote tegenpool van vergeestelijking, de materiële levensinstelling, is een grote vijand van de spirituele bloei en vruchtbaarheid van de ziel, en maakt haar ongeschikt als ware dienares van de Koningin van Gods Werken.

7.8. Onvoorwaardelijk vertrouwen in Gods werking en in Zijn Voorzienigheid

Een ziel die weinig of geen Geloof en geen vertrouwen heeft, kan zich onmogelijk spontaan en totaal overleveren aan de leiding vanwege een Wezen dat zij niet met haar zintuigen kan waarnemen. De Heilige Maagd spreekt in de meeste mensen niet hoorbaar, vertoont Zich aan de meeste mensen niet zichtbaar, en stelt voor de meeste mensen niet dagelijks waarneembare tekenen van Haar Tegenwoordigheid en werking. Sedert de erfzonde heeft de mensenziel het vermogen verloren om Gods Tegenwoordigheid ononderbroken waar te nemen. Sedertdien moet de ziel haar oorspronkelijk vermogen om God te 'voelen' zelf opnieuw tot bloei leren brengen door een totale openheid voor God en een grote ontvankelijkheid voor de stroming van de Goddelijke Liefde.

Hetzelfde geldt voor de waarneming van de Heilige Maagd, Die in alles God vertegenwoordigt en Overbrengster is van Zijn bedoelingen. Het toppunt van voelbaar contact met de Heilige Maagd wordt zielen slechts geschonken op het terrein van de mystiek indien en voor zover dit voor de verwezenlijking van Gods Plannen nuttig blijkt en voor zover de betrokken zielen bereid blijken om hun eigen wezen en hun eigen leven totaal en onvoorwaardelijk en in volkomen zelfverloochening in dienst te stellen van de verwezenlijking van deze Plannen.

Zowel de ziel die een levensopdracht van mystieke aard te vervullen krijgt als zielen aan wie levensopdrachten in andere vormen worden toebedeeld, kunnen hun opdracht slechts vervullen in zoverre zij blijk geven van een blind Geloof en een blind vertrouwen. Indien zij deze niet kunnen opbrengen, zal hun levensopdracht onvruchtbaar blijven, want dan ontbreekt het hen aan een vaste richting en doel in alles wat zij doen, denken, voelen en verlangen.

Een handeling die wordt gesteld zonder een ware bewuste motivatie of gedrevenheid, zal voor Gods Heilsplan weinig vrucht opleveren, zelfs indien deze handeling schijnbaar een gunstig resultaat krijgt. Dit komt doordat de waarde van een handeling (alsook van een gedachte, gevoel, verlangen of bestreving) voor God hoofdzakelijk wordt bepaald door datgene wat daarbij in het hart omgaat. Wordt een handeling zonder veel innerlijke betrokkenheid gesteld, dus eerder 'mechanisch' (zonder gevoel), dan zal zij weinig of geen Licht voortbrengen. Wordt deze zelfde handeling echter gedragen door een zuivere en zelfverloochenende Liefde, dan zal zij wel degelijk Licht doorheen het netwerk van de Schepping stralen, zelfs indien zij schijnbaar weinig resultaat oplevert.

Voor God is de gesteldheid van hart veel belangrijker dan om het even welke handeling op zich. Deze gesteldheid van hart houdt steeds nauw verband met de staat van het Geloof en het vertrouwen van de ziel ten aanzien van Gods Tegenwoordigheid in haar leven, en van de volmaaktheid van Gods Liefde ook in de vele situaties van het leven waarin de schijn wordt gewekt alsof God onverschillig zou zijn voor de gang van zaken in de wereld en in ons individuele leven. Daarom is het voor een ziel die zich totaal aan de Heilige Maagd weggeeft, van het grootste belang dat zij op elk ogenblik blind blijft geloven in, en vertrouwen op, Haar leiding, die onfeilbaar is omdat deze van God Zelf uitgaat en via Maria in het hart van de mensenziel wordt binnengeleid.

Een ziel die totaal aan Maria is toegewijd, sluit een verbond krachtens hetwelk zij zich bewust verbindt tot een leven in dienst van God in Zijn oorlog tegen de krachten der duisternis. Deze ziel wordt daardoor in de ware zin van het woord een frontsoldaat. Laten wij te allen tijde bedenken dat een soldaat aan het front zelden of nooit een precieze kijk heeft op de situatie noch op het verloop van de zaken, en zeker niet op de uiteindelijke afloop ervan. Hij moet zichzelf dag na dag, uur na uur blijven motiveren op de kracht van geloof en vertrouwen. Kan hij dit niet opbrengen, dan zal hij minstens moreel spoedig bezwijken, en vaak ook spoedig fysiek, want een soldaat zonder geloof en vertrouwen in het verloop van de gebeurtenissen en zonder richting en zingeving in zijn inspanningen, ziet spoedig niet meer het nut van de inzet van zijn hele wezen onder de zwaarste ontberingen, vermoeidheden en gevaren, en heeft geen reden meer om door te gaan. In het kader van de totale toewijding zien wij deze ziel als een ziel die spoedig tot stilstand komt en zeer gemakkelijk door de vijand (de duisternis) overrompeld zal worden.

Een ziel die geen richting en geen doel vindt in alle bewegingen van haar leven, komt als het ware spiritueel tot stilstand wegens gebrek aan motivering. Wanneer de ziel het nut of de zin van Gods Heilsplan niet begrijpt of zich in het hart niet in dit Heilsplan kan inleven omdat Gods bestrevingen haar onverschillig laten, zal zij zich niet van harte voor de verwezenlijking van Gods Heilsplan inzetten, en bestaat de mogelijkheid dat zij een eigen weg en een eigen doel kiest. Zij zal dan alle inspanningen van haar leven richten op de verwezenlijking van eigen verwachtingen en voorstellingen, en zal een koers varen waarbij zij geen acht zal slaan op pogingen vanwege de Heilige Maagd om haar innerlijk te leiden en haar innerlijk leven méér in overeenstemming te brengen met de noden van Gods Heilsplan. Daarom is het van het grootste belang dat de aan Maria toegewijde ziel in zich de eenheid van hart met haar Hemelse Meesteres en een diepe voeling met Gods bedoelingen met Zijn Schepping levendig houdt. Een ziel zonder echt Geloof en zonder echt vertrouwen in God en in de leiding van Maria is voor Gods Werken van weinig nut.

8. Het Rijk van de eeuwige bloesems

God heeft Zijn Schepping bedoeld als een systeem binnen hetwelk alle elementen (alle schepselen) in een volkomen harmonie met elkaar samenleven en elkaar wederzijds aanvullen en ondersteunen. Gods bedoeling met dit sluitend geheel ligt hierin, dat alle elementen ervan samen zouden werken aan de voltooiing van Zijn groot Heilsplan, dat Hij heeft ontworpen tot grondvesting van Zijn Rijk op aarde.

Gods Rijk op aarde is de zijnstoestand waardoor de hele Schepping als het ware een spiegelbeeld van het Eeuwig Paradijs zal zijn. Deze toestand kan slechts worden verwezenlijkt in de mate waarin alle elementen van duisternis uit de Schepping verdwijnen, en alle effecten van de werken der duisternis teniet worden gedaan.

Het is van het grootste belang dat de mensenzielen beseffen dat de Schepping aanvankelijk een spiegel van Gods Hart was, dit wil zeggen: een systeem binnen hetwelk alle schepselen totaal waren ondergedompeld in de volmaakt liefdevolle en vredevolle atmosfeer van Gods voelbare Tegenwoordigheid en werking. Dit beeld is geschonden door de erfzonde en is steeds verder afgetakeld (dit wil zeggen: steeds verder van de gesteldheden van Gods Hart afgedreven) door de opstapeling van ontelbare miljarden afwijkingen, vanwege mensenzielen, ten aanzien van Gods bedoelingen die volledig en uitsluitend zijn gebouwd op de Wet van de ware zelfverloochenende Liefde en dienstbaarheid.

God heeft Zijn Heilsplan ontworpen als een Plan voor de verwezenlijking van een volmaakte wedergeboorte van de aanvankelijke toestand van de Schepping in een levensatmosfeer in dewelke alle schepselen baden in de volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid die kenmerkend zijn voor de onverdeelde en onvoorwaardelijke heerschappij van Gods Wezen, dat volledig is opgebouwd uit absoluut volmaakte, onvoorwaardelijke, altijddurende zelfverloochenende Liefde.

Het Goddelijk Heilsplan of Plan van Heil is het Plan dat God met vrijwillige actieve medewerking vanwege mensenzielen in de wereld zoekt te verwezenlijken met het oog op de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde, volmaakte Vrede, volmaakt Geluk en volmaakte Gerechtigheid in en tussen alle schepselen op aarde. Het Heilsplan is voor alle tijden ontworpen in het Hart van God, en kan op grond van een Goddelijke Beschikking slechts worden verwezenlijkt – dit wil zeggen: worden omgezet in werkelijkheid – in de mate waarin zoveel mogelijk mensenzielen hun hele leven, al hun doen en laten, al hun gevoelens, gedachten, bestrevingen en gesteldheden van hart totaal laten leiden door de Wil van God en dit alles totaal afstemmen op de verwezenlijking van Gods doelstelling met de Schepping, die hieruit bestaat, dat de Schepping opnieuw een volmaakte spiegel van het Hart van God Zelf zou worden en blijven.

God wil voor de verwezenlijking van Zijn Plan van Heil voor de hele Schepping, met als doelstelling de grondvesting van Zijn Rijk op aarde, elke mensenziel kunnen inzetten. Elke mensenziel krijgt haar ene leven op aarde immers slechts voor dit ene doel: dat zij zich vrijwillig zou inzetten voor de verwezenlijking van het Heilsplan. God beschouwt aldus Zijn Heilsplan als een project dat moet moet worden verwezenlijkt met de volle medewerking van de mensenziel, die Hij van in den beginne heeft ontworpen als de kroon op Zijn Schepping.

Slechts in de mate waarin mensenzielen hun hele leven afstemmen op de verwezenlijking van Gods bedoelingen, kan de wereld een Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid worden, volkomen vrij van elk spoor van chaos, ellende, lijden, ongelukkig-zijn en elk spoor van duisternis in de innerlijke gesteldheden van de schepselen.

Het Goddelijk Heilsplan kan daarom slechts worden verwezenlijkt in de mate waarin mensenzielen hun wil gelijk maken met de Wil van God Zelf, dus in de mate waarin zij precies hetzelfde willen, verlangen en nastreven als wat God Zelf wil, verlangt en nastreeft.

Waarom wordt dit bijzonder ontwerp uit Gods Hart het Heilsplan of Plan van Heil genoemd?

Heil is de toestand in dewelke de ziel de volheid van de spirituele gezondheid, de volheid van de werkzaamheid van haar spirituele vermogens, zo dicht mogelijk benadert. Het Heilsplan is daarom Gods Plan om deze toestand in zoveel mogelijk zielen in een zodanige mate tot ontsluiting te helpen brengen dat de hele Schepping een staat moge bereiken, die wordt beheerst door een atmosfeer van volkomen spirituele gezondheid, dit wil zeggen een atmosfeer die wordt gekenmerkt door de heerschappij van wijzen van denken, voelen en verlangen die in volkomen overeenstemming zijn met de Geest van God Zelf.

Aangezien de Geest van God een Geest is van volmaakte zelfverloochenende Liefde, volkomen dienstbaarheid, volkomen Vrede van hart, volkomen Geluk, volkomen Gerechtigheid, van een totaal ontbreken van enige duisternis in denken, voelen en verlangen, en van een alles beheersend streven naar een volmaakt welzijn en Geluk van alle schepselen, kan deze wereld slechts veranderen in een spiegelbeeld van Gods Hart in de mate waarin de Geest van God Zelf elke mensenziel totaal beheerst.

Dit 'beheersen' mag niet zo worden beschouwd alsof de mensenzielen Gods gevoelens en verlangens opgelegd zouden krijgen. Elke mensenziel moet een zodanige spirituele bloei weten te bereiken dat zij spontaan, vrijwillig, bewust en actief geneigd is om volmaakt in harmonie te leven met de Goddelijke Wet, dit wil zeggen spontaan en van nature te denken, voelen en verlangen zoals God Zelf, en aldus haar hele doen en laten helemaal te richten op de verwezenlijking van datgene wat God verwezenlijkt zou willen zien. In een dergelijke gesteldheid wordt de ziel spontaan gedreven door de Wil van God Zelf en wordt zij voor Hem een volkomen betrouwbaar werktuig. God kan dan zonder enige remming haar handen, mond, hart, geest en wil precies volgens Zijn verlangens en noden gebruiken. De ziel in een dergelijke gesteldheid wordt in hoge mate een spiegel van Gods Tegenwoordigheid voor al haar medeschepselen.

Gods Plan van Heil beoogt de grondvesting van Zijn Rijk in alle zielen, met als gevolg de definitieve en volledige overwinning van de Liefde over alle zonde, duisternis en ellende in deze wereld. Dit betekent meteen dat elke mensenziel in de wereld wordt gestuurd (dit wil zeggen: geboren wordt) met een uiterst belangrijke levensopdracht, namelijk dat zij door haar hele leven en alles wat een leven lang van haar zal uitgaan, in het bijzonder in alle (vaak vele miljoenen) contacten en ontmoetingen met medeschepselen (medemensen, dieren, zelfs het leefmilieu) én via al haar verborgen innerlijke gevoelens, gedachten en gesteldheden, Gods Heilsplan dichter bij zijn vervulling zou helpen brengen.

Hoe moet dit concreet gebeuren? Beschouwen wij het hele gebeuren in enkele korte stappen:

Gods enige doel en Wil is de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid in en tussen alle schepselen op aarde.

Hij wil dit verwezenlijken via de mensenzielen.

Daarom is elke mensenziel slechts met één doel op aarde: om werktuig te zijn voor de vervulling van de Goddelijke Wet van de Liefde, want slechts via deze Wet kan Gods doelstelling worden verwezenlijkt. Deze hoedanigheid van elke mensenziel als werktuig voor de vervulling van Gods Wet – die als enige doelstelling de grondvesting van Zijn Rijk op aarde heeft – vormt tevens de enige ware zin van het leven in deze wereld.

Op 28 maart 2008 zei de Koningin van Hemel en aarde:

"Het leven is inderdaad een ontdekkingsreis. De ziel wordt op tocht gestuurd voor een reis die haar een groot aantal ervaringen moet geven, en een groot aantal situaties als middelen om verdiensten te verwerven voor de verwezenlijking van Gods Plan van Heil voor de zielen. Deze reis moet door de ziel voltooid worden binnen de tijd die God haar heeft toegemeten, namelijk vóór het uur waarin haar overgang naar het Eeuwig Leven is beschikt".

Laten wij nooit vergeten dat de Schepping is gemaakt als een netwerk, waarin elk schepsel een knooppunt is en elke relatie en elk contact tussen schepselen de verbindende kanaaltjes vormen. Om deze reden moet de Goddelijke Wet worden vervuld door Ware Liefde, die in essentie is gebaseerd op zelfverloochening en dienstbaarheid: In de eerste plaats van elke mensenziel wordt verwacht dat zij al haar medeschepselen ondersteunt in de vervulling van hun respectieve levensopdrachten, opdat ook zij de rol die hen door de Schepper binnen het netwerk is toebedeeld, optimaal mogen kunnen volspelen. In de mate waarin binnen het netwerk van de Schepping alle knooppunten (dit wil zeggen: alle schepselen) en alle kanalen die deze knooppunten met elkaar verbinden (dit wil zeggen: alle onderlinge contacten, ontmoetingen, houdingen en ingesteldheden van schepselen jegens elkaar) volledig kunnen worden beheerst door Gods Wet van de Ware Liefde, zullen onderlinge Liefde, dienstbaarheid, hulpvaardigheid en een verregaande neiging tot het achteruitstellen van de eigen vermeende behoeften en verlangens de hele werking van het netwerk bepalen. Dit betekent dat de Geest van God dan de hele Schepping vrij en onbelemmerd kan beheersen.

Laten wij ons bewust zijn van het feit dat God eveneens tot vervulling van Zijn Heilsplan Zijn Zoon in de wereld heeft gezonden als God-Mens, Messias en Verlosser. De bedoeling van de Christus was niets anders dan de verhoging van de vruchtbaarheid van de levens der mensenzielen in dienst van de vervulling van de Goddelijke Wet. Vandaar de heilige plicht van elke mensenziel om de vruchten van de Verlossingswerken van de Christus te helpen ontsluiten door Hem na te volgen in Zijn onderrichtingen en in Zijn Geest van onvoorwaardelijke dienstbaarheid, zelfverloochening en het uitdrukkelijk opdragen van alle beproevingen en kruisen van het leven voor de ontkrachting van alle effecten van de talloze werken der duisternis in de wereld.

Precies als gouden hulpmiddel om de ware navolging van Christus naar een toppunt te voeren en aldus de vervulling van Gods Heilsplan vanwege de mensenzielen te helpen verzekeren, ontwierp God het concept van de totale toewijding aan de Moeder van de Christus, Die op mystieke wijze zo intens één was gemaakt met de lijdende Messias, dat Zij met volle recht geldt als de Medeverlosseres, Diegene Die onder alle geschapen zielen op de meest uitgebreide en diepste wijze heeft gedeeld in de verlossende Smarten van de Christus en derhalve in de hoogst mogelijke mate heeft beantwoord aan Gods verwachting van navolging van de Christus en van aanvulling van de effecten van Zijn Verlossingswerken.

Maria’s hoedanigheid als Medeverlosseres op grond van Haar door God gemaakte mystieke eenheid met het Hart van Christus, de Goddelijke Verlosser, vormt één van de sterkste stenen in de fundering van het heilig contract van totale toewijding aan Maria als verbond via hetwelk een mensenziel zich op de diepst mogelijke wijze kan inzetten voor de vervulling van haar levensopdracht in dienst van de verwezenlijking van Gods Heilsplan en daardoor van de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Daarom zei de Meesteres van alle zielen reeds in juni 2006:

"De liefdevolle aanvaarding en toewijding van alle lijden en alle beproevingen vormt de fundering waarop het volledig Heilsplan van God is gebouwd. De Verlossing die Jezus aan het Kruis heeft afgekocht door Zijn Lijden in totale aanvaarding en brandende Liefde, kan pas haar volle uitwerking in de zielen krijgen in de mate waarin zij zelf het voorbeeld van Jezus navolgen. Verlossing blijft als het ware dood zolang de ziel deze niet echt in de kern van haar wezen beleeft, door alle beproevingen en kruisen zonder protest en met Liefde voor Jezus en Mijzelf te aanvaarden. Alleen dan leidt Verlossing naar haar bekroning: de heiliging. Dit is de diepe betekenis van het feit dat de Heilige Geest moest komen om het Werk van Christus af te ronden: Verlossing door Christus moet haar voltooiing vinden in heiliging door de Heilige Geest".

De levensopdracht van elk schepsel is een onderdeeltje van het grote Heilsplan. Om Gods Plan te helpen verwezenlijken, krijgt de ziel via de Goddelijke Voorzienigheid en de genadewerking het graan van Leven aangereikt, waarmee zij moet werken en waarmee zij zich moet voeden. Zij moet dit graan – dit zijn alle omstandigheden en invloeden uit haar leven en leefwereld – vermalen om de vruchtbare en voedzame korrels eruit vrij te maken. Dit vermalen gebeurt door de handelingen, alle doen en laten en alle innerlijke gesteldheden van de ziel. Daartoe is nodig dat de molen van de ziel de omhulsels van de graankorrels, evenals alle onzuiverheden, breekt, om daarna het geheel van gemalen meel, onzuiverheden en omhulsels te filtreren. De filter waarmee dit gebeurt, is opgebouwd uit het geweten en het verlangen om de ziel volkomen rein, deugdzaam en vruchtbaar te maken en te houden. Van het zuivere meel moet de ziel leven en ook haar leefomgeving voeden met uitingen van Gods Woord en met de uitstraling van Zijn heiligheid. Alle onzuiverheden echter, moet de ziel uit zich verwijderen door volhardende toewijding en totale onthechting.

Elke ziel heeft uiteindelijk slechts één doel: door bij te dragen tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan, dat onvoorstelbaar Plan dat God heeft ontworpen voor de redding, Verlossing en bevrijding van alle zielen, het Eeuwig Leven te verwerven en andere zielen naar het Heil te begeleiden.

De kwaliteit en aard van de actieve bijdragen van mensenzielen tot de verwezenlijking van het Goddelijk Heilsplan zijn van het grootste belang. Om dit ten volle te begrijpen moet men zich het volgende voor ogen houden:

Gods Plan van Heil voorziet welbepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen, die zo uitgedacht zijn dat zij het Heil van de hele Schepping zouden bevorderen indien zij zich zouden voltrekken zoals Gods Eeuwige Wijsheid hen heeft voorzien. Doch de vrije wil van de mens kan elk Goddelijk Plan in de war sturen doordat deze vrije wil onaantastbaar is. God respecteert de vrije wil van de mens totaal, zelfs indien deze vrije wil de uitvoering van de Goddelijke Plannen hindert. Om deze reden zijn de zielen zelf verantwoordelijk voor alle ellende die in de wereld heerst. Alle ellende, alle onrust, heeft slechts één oorzaak: de mens die zijn vrije wil gebruikt op een wijze die niet overeenstemt met Gods inzicht en bedoelingen, en wel omdat de mens in een ongebreidelde mate ingaat op de ontelbare en zeer uiteenlopende bekoringen, influisteringen en misleidingen vanwege de duisternis.

Gods Plan van Heil met de zielen is een zeer complex geheel van ingrepen en beschikkingen vanwege de Voorzienigheid, waardoor Gods Wijsheid op onovertrefbare wijze inspeelt op omstandigheden, menselijke beslissingen, menselijke gedragingen, menselijke vermogens en menselijke roepingen. De zonde is elk effect dat tot ontwikkeling komt in, en uitgaat van, de ziel, waarin een afwijking van de eeuwige Goddelijke Waarheid vervat zit en waardoor Gods Plan van Heil voor de zielen bemoeilijkt, tegengewerkt of niet bevorderd wordt, of waardoor dit Plan in de ziel besmeurd wordt. De zonde is de verwezenlijking van de bekoring, de vrucht die groeit op het zaad van de bekoring. Elke bekoring moet worden beschouwd als giftig zaad, want zij bedreigt het Goddelijk Leven in de ziel. Men zou het zo kunnen beschouwen, dat elke zonde, elke overtreding tegen Gods Wet van de Ware Liefde, de bodem verziekt waarop God Zijn Rijk op aarde wil grondvesten. Op verziekte bodem bloeien geen Hemelse bloesems.

Gods Plan van Heil voor alle zielen is iets heel groots. In elke ziel ligt een diamant uit Gods Hart begraven. De mensheid als geheel is daarom voor God als een immense schatkist. Elk van deze diamanten moet ontgonnen, geslepen, gereinigd en veredeld worden. Dit alles te begeleiden, te beheren en te sturen, is de kern van Maria’s opdracht binnen Gods Heilsplan. Daartoe is Zij op de dag van Haar Onbevlekte Ontvangenis geroepen, en deze roeping heeft Zij met Haar eigen vrije Wil ondertekend door de woorden Mij geschiede naar Uw woord, toen de engel van God Haar instemming vroeg om de Moeder van de God-Mens te worden. Zij stelde daardoor tevens een teken voor alle mensenzielen die na Haar zouden komen, om hun hele leven totaal en onvoorwaardelijk in dienst te stellen van de verwezenlijking van het Heilsplan.

De levensopdracht van elke mensenziel gaat oneindig veel verder dan haar wereldse taken, en voltrekt zich ook op veel hogere vlakken. De ziel leeft niet voor zichzelf, noch voor de wereld. De ziel leeft voor de voltooiing van Gods Heilsplan. De schatkist moet in waarde verhogen, opdat zij de grondvesting van Gods Rijk op aarde moge kunnen afkopen en de Eeuwige Liefde de aarde moge kunnen omvormen tot een boomgaard van Gelukzaligheid.

De Hemelse Koningin spreekt geregeld over de Eeuwige Lente. De Eeuwige Lente symboliseert de gesteldheid van de ziel die door volhardende betrachting van een zo volkomen mogelijke Ware Liefde en toepassing van alle deugden een innerlijk leven leidt dat in Gods ogen, voor de verwezenlijking van Zijn Werken en Plannen zeer vruchtbaar is. Het is dus de gesteldheid die noodzakelijk is om een ziel zo vruchtbaar mogelijk te maken als werktuig voor de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Als mooiste symbool voor de Eeuwige Lente wees de Meesteres van alle zielen ooit op het volgende:

Toen God Haar ziel schiep zonder enig spoor van de erfzonde, plantte Hij hierdoor in het mensdom een Bloesem waarvan de bloemen nooit meer zouden verwelken. Terwijl de bloesem van Haar ziel onophoudelijk bleef bloeien en steeds nieuwe bloempjes kreeg zonder dat ook maar één ervan verwelkte, kreeg één ervan het vruchtbeginsel dat de hele heilsgeschiedenis totaal zou veranderen: de Vrucht van de God-Mens, de Christus. Uit Hem kwamen nieuwe bloesems voort (de waarlijk trouwe en Hem in de diepte navolgende christenen), en de ketting is tot op heden nooit onderbroken. In elke ziel die kiest voor een leven in belijdend christendom, bloeit een nieuwe bloesem, op voorwaarde dat zij ook daadwerkelijk de christelijke waarden ernstig neemt in alle omstandigheden van haar leven, en in het bijzonder sterk blijft in de beleving van een oprechte, zelfverloochenende Liefde en dienstbaarheid jegens al haar medeschepselen. Dat is Eeuwige Lente.

Nochtans verwelken zeer vele van deze bloesems voortijdig, vóór zij op hun beurt nieuwe bloesems kunnen voortbrengen, want lang niet elke ziel blijft Christus trouw in alle omstandigheden van haar leven en in al haar contacten met medeschepselen. De meest uitgelezen wijze waarop de bloesems hun frisheid kunnen bewaren, is deze van de totale, strikt beleefde toewijding aan Maria, de Onbevlekte Bloesem. Deze onverwelkbare Bloesem houdt de levenskracht van de aan Haar toegewijde ziel in stand door haar voortdurend te zuiveren, de dauw van de Heilige Geest over haar af te roepen, en de zon van de Goddelijke Liefde over haar te laten stralen. Onontbeerlijk echter, en dit verliezen vele zielen gemakkelijk uit het oog, is de actieve, bewuste, vrijwillige, spontane medewerking van de ziel zelf elk ogenblik van haar leven, in elke situatie en bij elk contact en elke ontmoeting met een medeschepsel alsook in haar diepste hartsgesteldheden, in dewelke zij nooit enig spoor van duisternis de kans mag geven om wortel te schieten en haar innerlijk leven te beginnen verontreinigen.

Zo komt de Meesteres van alle zielen ertoe, het Rijk Gods op aarde aan te duiden als het Rijk der eeuwige bloesems. Een Rijk dat gekenmerkt zal zijn door een volmaakte harmonie tussen alle schepselen, op grond van een vlekkeloze vervulling van de Goddelijke Wet van de Ware Liefde, is een staat van leven die een spiegelbeeld moet vormen van het oorspronkelijke Aards Paradijs en daarom een stoffelijk spiegelbeeld van het Rijk der Hemelen, een Rijk waarin de bloesems van alle deugden onverwelkbaar zullen zijn geworden. De Hemelse Koningin verwijst met dit Rijk van de eeuwige bloesems, het Rijk Gods op aarde, derhalve naar niets anders dan het Messiaanse Tijdperk.

Het is een onbetaalbaar voorrecht, als mensenziel aan de bloei van dit paradijs op een bijzondere wijze te mogen meewerken door een leven in strikt toegepaste en beleefde totale toewijding aan de Vrouw, Die de grondvesting van dit Rijk zichtbaar zal bekrachtigen door de satan en al zijn werken van duisternis en hun uitwerkingen doorheen de Schepping onder Haar voeten te verpletteren. Zo zal Zij de grote Goddelijke Belofte in werkelijkheid helpen omzetten. Zij zal dit doen onder Haar onbegrensde macht als Gods grootste Wonderwerk van heiligheid in combinatie met het gewicht van alle offers en alle werken van Liefde die haar zullen zijn aangeboden door alle zielen die het heilig contract van totale toewijding aan Haar hebben bekroond met een leven waarvan elk detail is geleid in totale overgave en dienst aan Haar.

Nooit heeft de Meesteres van alle zielen beweerd dat slechts diegenen die een leven hebben geleid in totale toewijding aan Haar, zullen worden beschouwd als actieve voorbereiders van Gods Rijk op aarde. Zij stelde van meet af aan dat totale toewijding aan Haar niet de enige weg is, die de ziel naar God kan brengen, maar dat zij wel de gouden weg van Gods voorkeur is. Met Haar eigen woorden uit augustus 2006: "De totale toewijding aan Mij is een Goddelijke Weg, de gouden weg naar de heiligheid", waarbij 'heiligheid' moet worden begrepen als de staat van de grootste vruchtbaarheid van de ziel voor de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen. Maria is de Gouden Weg naar Christus, en derhalve de Gouden Weg voor de vervolmaking van de navolging van Christus en bijgevolg voor de voorbereiding van Gods Rijk op aarde.

In oktober 2008 zei de Hemelse Koningin: "Naarmate méér zielen sneller groeien in de Ware Liefde, zal de duisternis onwerkzamer worden. De totale toewijding aan Mij, de Meesteres van alle zielen, is de gouden weg om dit te bereiken", en wat later: "Laten de zielen begrijpen dat de Drie-Ene God Mij, Maria, aan de mensenzielen geeft als de Gouden Weg naar de verheerlijking van Zijn Werken. (...) Totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen, gevolgd door een leven in Mijn dienst, is de gouden weg naar de maximale vruchtbaarheid van de ziel, en de verwezenlijking van haar ware levensdoel: waarlijk kind van God te zijn, en zaad uit te strooien voor nieuwe vruchten van Goddelijk Leven".

Waarom zou de mensenziel de weg van Gods voorkeur versmaden door zich niet aan Maria te geven voor een leven in Haar totale dienst?

Een leven in totale toewijding aan Maria is de gouden weg naar het Hart van God en van actieve deelname aan de voorbereiding van Gods Rijk op aarde omdat Maria Gods grootste Wonderwerk van heiligheid is en daardoor onder alle geschapen zielen geldt als het ideaalvoorbeeld voor een leven naar Gods beeld en gelijkenis. Een leven in totale toewijding aan Haar is een leven van intense innerlijke vorming naar Haar Model, waardoor de ziel wordt gevormd in de innerlijke gesteldheden die de grootste kracht ontwikkelen in de strijd tegen alle duisternis in de wereld. Wanneer de innerlijke versmelting tussen de Koningin van Hemel en aarde en de ziel die haar leven leidt in innig beleefde toewijding aan Haar, een hoge graad bereikt, is daardoor sprake van een bruiloft tussen de verheerlijkte mensenziel en de mensenziel die nog in een stoffelijk lichaam leeft. Precies deze dagelijks beleefde bruiloft is het, die de rijkste vruchten verwekt voor Gods Rijk op aarde.

Voor de Christus wordt dit de bekroning van het woord dat Hij onder het hevigste Lijden aan het Kruis op Golgotha heeft verzucht: Vrouw, ziedaar Uw zoon; zoon, ziedaar Uw Moeder. Door dit Kruiswoord werd het heilig contract ingewijd: Door een intense samenwerking tussen het onbevlekte Tabernakel van de God-Mens en de mensenzielen die hun hele leven en hun hele wezen aan Haar zullen hebben weggegeven in dienst aan de verwezenlijking van Gods Heilsplan, zullen de Verlossingswerken van de Christus in het Rijk der eeuwige bloesems volkomen zijn ontsloten en zal de Eeuwige Liefde het bruidsboeket oogsten van de bruiloft tussen de volheid der Genade en de mensenzielen die de Wet van de Ware Liefde belangrijker hebben geacht dan de duisternis, en die het door de Christus zo rijk uitgestrooide zaad hebben begoten met een vruchtwater dat onder meer is gevoed door het heilig contract van de totale toewijding aan de vlekkeloos heilige Koningsdochter en Moeder van de Verlosser.

"Verheug je buitenmate, want onschatbaar groot is de genade van de bewuste en gewilde deelname aan de laatste en grootste strijd tot voltooiing van Gods Heilsplan: de strijd tussen de Vrouw en de slang, waarbij het meesterschap van de Vrouw bezegeld en verkondigd zal worden in de grondvesting van het Rijk Gods op aarde". (de Heilige Maagd Maria, Meesteres van alle zielen, tot Myriam op 28 april 2006)

Myriam, januari-februari 2021

Tot besluit

Bij wijze van diepe beschouwing laat de Meesteres van het heilig verbond van totale toewijding Haar inspiratie tot dit geschrift beëindigen met gebedsbloem 179 die Zij in juli 2000 aan Myriam inspireerde:

179. CREDO AAN DE HEILIGE MAAGD MARIA

(Myriam van Nazareth)

Heilige Maagd Maria,
Ter verheerlijking van de Heilige Drievuldigheid, tot eerherstel van Uw Smartvol en Onbevlekt Hart en tot zuivering van de zielen, belijd ik mijn geloof in Uw uitverkiezing boven alle mensen als Voorbereidster en Medewerkster van Gods Plan voor Verlossing en Eeuwig Heil van de mensheid.
Ik geloof dat U onbevlekt ontvangen bent, vrij van de erfzonde die sedert Eva’s ongehoorzaamheid alle mensenzielen zou verontreinigen en hen de Hemel zou ontzeggen.
Ik geloof dat U op aarde een leven hebt geleid in volmaakte heiligheid, volkomen vrij van zonden in doen en laten, in woorden, gedachten en gevoelens.
Ik geloof dat God U heeft voorbestemd als een eeuwig Teken van heiligheid, onaantastbaar voor alle kwaad, de Vrouw Die de duivel onder Haar Voeten zal verpletteren in de definitieve overwinning van het Licht op de duisternis.
Ik geloof dat de Heilige Geest over U is neergedaald en Gods Zoon Jezus Christus, de Verlosser, in Uw Schoot heeft gestort, waardoor U zonder menselijke tussenkomst Moeder van de Messias bent geworden.
Ik geloof dat U Jezus als Mens ter wereld hebt gebracht, doch eeuwig Maagd bent gebleven.
Ik geloof dat U in de diepste Smart van Uw Hart bij Jezus was toen Hij het grote Lijden en aan het Kruis de Dood van het Lichaam onderging om de Hemel voor ons te openen, en dat U daardoor de Medeverlosseres van de mensheid bent.
Ik geloof dat Jezus U vanop het Kruis tot Moeder van alle mensen heeft gemaakt, en dat U daarom ook mijn Hemelse Moeder bent, Die over mij waakt, Die mij beschermt en mij bemint zoals U Uw Kind Jezus hebt bemind.
Ik geloof dat U aan het eind van Uw leven op aarde met ziel én Lichaam in de Hemel opgenomen bent, daar verheerlijkt bent en tot Koningin van Hemel en aarde bent gekroond.
Ik geloof dat U Middelares van alle Genaden bent, door Wier handen God de mensen op hun gebed Zijn Gaven schenkt om hen bij te staan naar ziel, geest, hart en lichaam.
Ik geloof dat U bij God Voorspreekster bent voor alle mensen, voor de berouwvollen vergiffenis van hun zonden bekomt en daardoor verantwoordelijk bent voor de redding van talloze zielen.
Ik geloof in Uw moederlijke ontferming over alle mensen die zich aan U toewijden, zichzelf in Uw handen leggen in vreugde en lijden, dat U hun ziel behoedt voor het eeuwig verderf en hen aan God geeft in het uur van hun dood.