TOTUS TUUS, MARIA!

HET 'TOTUS TUUS' PRINCIPE,

EEN LEVEN VOOR, MET EN IN DE HEILIGE MAAGD MARIA

Myriam van Nazareth

Openbaring van de Meesteres van alle zielen aan Myriam, 8 april 2019:

"Tot elke mensenziel zeg Ik: Laat je hart zodanig diep wortel schieten in Mijn Hart, dat de uit deze wortel opschietende boom zo groot kan worden dat je hem ononderbroken in je zielentuin ziet staan. Dan zul je elk ogenblik van je leven met Mij verbonden blijven, je laten motiveren door Mijn bloesems, eten van Mijn vruchten, onder het rijke bladerdek beschutting vinden tegen alle regen en stormen uit de wereld, en ononderbroken aan Mij, Mijn gesteldheden en Mijn verlangens worden herinnerd door het parfum van de boom, dat je hele tuin zal doen baden in de atmosfeer van de Hemel zelf.

Hoe laat een ziel haar hart diep wortel schieten in Mijn Hart? Door elk ogenblik van haar leven uitsluitend te verlangen naar eenheid met Mij en naar vlekkeloze navolging van Mijn innerlijke gesteldheden, die haar op onfeilbare wijze naar het Hart van de Christus kunnen leiden. Deze verlangens zijn het, die de wortel van het hart en Mijn grond volmaakt en blijvend met elkaar verbinden en de zielentuin maken tot een perceel van Gods Rijk op aarde. Ja, intens verlangen van de ziel naar eenheid met Mij en met Mijn gesteldheden is een gouden sleutel tot ontsluiting van de Verlossingswerken van de Christus in haar, en tot de voltooiing van het doel waartoe God haar in de wereld heeft gezonden. Hierdoor wordt de ziel tot spiegel die Gods Licht doorheen de Schepping helpt reflecteren en veel duisternis onwerkzaam kan helpen maken.

Ik spreek deze woorden vandaag in aanloop naar de dagen van de grote Passie, omdat zij de zielen kunnen helpen ontwaken voor hun roeping tot volmaakte navolging van Jezus tot en met de omarming van de kruisen van het leven tot vervulling van Gods Wet van de Ware Liefde".

Toen de Koningin van Hemel en aarde Haar Myriam in 1997 riep voor een leven in Haar dienst, maakte Zij onmiddellijk Haar verzoek kenbaar, dat Myriam zichzelf en de volledige levensweg tot in de kleinste details aan Haar zou weggeven voor een leven volgens het principe dat Zij reeds in de 18e eeuw via de Heilige Grignion de Montfort bekend had laten maken: Totus Tuus ego sum, Maria, et omnia mea Tua sunt (Ik ben geheel van U, Maria, en alles wat van mij is, is van U).

Reeds in het eerste uur van Myriams roeping maakte de Heilige Maagd duidelijk dat Zij van Haar geroepene een absoluut vlekkeloze overgave en zelfverloochening verlangde, teneinde het buitengewone Plan dat Zij met Myriam had, te kunnen voltrekken via een zo zuiver mogelijke overvloeiing vanuit Haar Hart. Als absolute voorwaarde voor de vruchtbaarheid van dit Plan duidde de Hemelse Koningin de noodzaak aan, dat Myriam zichzelf totaal zou verloochenen en zich in elk opzicht zo klein zou maken dat Zijzelf – de Heilige Maagd – alle plaats in Myriams wezen en leven zou kunnen innemen. Hierdoor was de grondwet voor de relatie tussen Myriam en Maria vastgelegd: een relatie van nietige dienares jegens een Meesteres Die voortaan elk detail van het leven, alle handelingen, gedachten, gevoelens en verlangens van Haar geroepene richting zou geven.

Sedertdien wordt van Myriam een zeer strikte beleving van het Totus Tuus-principe verwacht. De Heilige Maagd heeft met de door Haar gestelde voorwaarde tot vervulling van Myriams roeping zeer duidelijk aangetoond hoe Zij in feite elke relatie van mensenzielen jegens Haar zou willen zien, omdat slechts een dergelijke relatie de hoogste vruchtbaarheid van een mensenziel in dienst van Gods Werken en Plannen kan waarborgen. De menselijke vrije wil is onvermijdelijk bevlekt door de ononderbroken invloeden uit het werelds leven en de onvolmaaktheid van de Wijsheid in de mensenziel. De Heilige Maagd is aan de mensenzielen gegeven als een Gouden Brug via dewelke het Goddelijk Licht zich op de doeltreffendst mogelijke wijze in de ziel kan laten binnenleiden. Opdat deze Brug haar doel niet zou missen, moet de ziel zichzelf zo klein mogelijk maken en de Brug blind, van harte en in volmaakt vertrouwen leren aanvaarden als Meesteres van haar innerlijk leven. Precies op deze gesteldheid is overigens de hoedanigheid van Maria als Meesteres van alle zielen gebaseerd.

De Heilige Maagd is door God geroepen voor een eeuwigdurende rol als Aanvoerster van de strijd van het Goddelijk Licht tegen de duisternis. Elke mensenziel heeft als eerste levensopdracht: een levenslange inzet als werktuig via hetwelk God Zijn Heilsplan voor de hele Schepping moet kunnen voltooien. Daarom is de totale, onvoorwaardelijke en levenslange overgave van elke ziel met elk detail van haar wezen en van haar levensweg aan Maria de enige logische weg om haar levensopdracht als werktuig tot voltooiing van Gods Werken waarlijk te vervullen.

De overgave van de ziel aan de Heilige Maagd begint met een akte van toewijding. Ware toewijding aan Maria is een heilig verbond krachtens hetwelk de mensenziel op plechtige wijze jegens Maria de belijdenis aflegt dat zij met haar hele leven en haar hele wezen Maria wil toebehoren. Wanneer deze belijdenis waarlijk oprecht in de praktijk van elke dag wordt beleefd, is sprake van totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding aan Maria, en behoort de ziel in de diepe zin van het woord werkelijk Maria toe. De Heilige Maagd is dan haar Hemelse Meesteres, het Kanaal via hetwelk alle werken, alle beproevingen en alle innerlijke gesteldheden van de ziel aan God worden afgestaan voor de bereiding van genaden van Licht tot bestrijding van alle duisternis in de wereld en tot grondvesting van Gods Rijk van Liefde en Vrede op aarde.

De Heilige Maagd werd door Jezus Zelf vanop het Kruis aan de mensenzielen gegeven, en de mensenzielen aan de Heilige Maagd. Maria kreeg hierdoor de unieke rol van Brug tussen God en de zielen. Het Lijden, de Dood en de Verrijzenis van de Christus waren bedoeld als de sleutel waarmee elke mensenziel die haar vrije wil volkomen in eenheid zou brengen met Gods Wil, het slot op de Hemelpoort zou kunnen openen. Jezus heeft met Zijn Passie de Verlossing niet als een verworven recht in elke ziel gestort, want God dringt niets aan de zielen op. Elke ziel moet uit eigen vrije wil haar Verlossing ontsluiten. De Hemelse Koningin heeft dit aanschouwelijk voorgesteld door de Verlossingswerken van Jezus aan te duiden als zaad, dat door elke ziel actief moet worden begoten om open te bloeien. In een ander beeld duidde Zij de Verlossingswerken van Jezus aan als sleutel tot de Eeuwige Gelukzaligheid, die door elke mensenziel actief, bewust en gewild moet worden omgedraaid om daadwerkelijk de Gelukzaligheid binnen te gaan. Om deze reden zei de Heilige Maagd ook reeds terecht dat Zij is geroepen als Hemelse Gids om de Verlossingswerken van de Christus te helpen ontsluiten in elke ziel die zich volledig aan Haar leiding zou overgeven en met deze leiding actief, bewust en gewild zou meewerken. Wanneer een ziel deze medewerking waarlijk verleent met inzet van alles wat zij is en heeft, is sprake van ware Totus Tuus-toewijding, en zijn meteen de beide volgende punten in de hoogste mate vervuld:

  • de levensopdracht (levensroeping) van de ziel als werktuig ter verwezenlijking van Gods Werken en Heilsplan;
  • het verlangen van Jezus dat elke ziel Maria waarlijk zou ervaren als Moeder, en daardoor als Hemelse Beschermster en Leidster.

Aangezien Maria door God is gemaakt tot de Aanvoerster van de legers van het Licht in de onophoudelijke strijd tegen de duisternis, legt de ziel die jegens Maria het heilig verbond van totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding sluit en dit verbond in de dagelijkse praktijk van haar leven zeer strikt beleeft, hierdoor tevens de eed af, Maria te aanvaarden en onvoorwaardelijk te dienen als haar Meesteres, aan Wie zij levenslang onbeperkt toebehoort. Slechts in het kader van een dergelijke totale overgave (Totus Tuus, Maria) is de mensenziel in de diepste zin van het woord klaar voor de levenslange frontdienst in de oorlog tegen de duisternis. De toewijding aan Maria volgens het Totus Tuus-principe is een leven van actieve, bewuste en vrijwillige strijd tegen alle duisternis, zowel in het eigen leven als in de wereld.

Ooit zei de Heilige Maagd tot Myriam dat de ziel zich haar eerste toewijding zou kunnen voorstellen als het openstellen van haar zielentempel voor Maria. In de kern van de tempel staat een troon, waarop heel vaak de ziel zelf plaats neemt om er haar leven te leiden volgens eigen inzichten, verlangens en verwachtingen. Bij de eerste akte van toewijding opent zij haar tempeldeuren, laat Maria binnenkomen, en laat Haar naar de troon toe kuieren. Zodra de ziel blijk geeft van oprechte overgave, zal Maria daadwerkelijk de troon in haar tempel bestijgen en er tot innerlijk begeleidende kracht worden, een innerlijke Hemelse Gids Die Gods Wet in de ziel verkondigt als de leidraad voor haar hele verdere leven.

In de mate waarin de ziel zich waarlijk aan Maria overgeeft in alle aspecten van het dagelijks leven, wordt Maria in de ware zin van het woord de Meesteres van het innerlijk leven. In deze gesteldheid van hart beleeft de ziel waarlijk het Totus Tuus-principe. Haar vrije wil wordt niet geschonden, noch wordt deze ooit door Maria in een bepaalde richting gedwongen: De ziel begint spontaan te verlangen om slechts datgene te doen, te zeggen, te denken, te voelen en na te streven wat Maria, Die zij nu waarlijk als haar Meesteres beschouwt en beleeft, kan dienen in de voltooiing van Haar hoogverheven roeping, die niets minder behelst dan de verwezenlijking van de eindoverwinning van het Licht over de duisternis.

Deze eindoverwinning is wat wij kennen als het uur waarin De Vrouw (Maria) de kop van de helse slang zal verpletteren. De Vrouw met de voet op het serpent symboliseert de totale overwinning van het Licht op alle werken der duisternis. Deze eindoverwinning is ook bekend als de Triomf van het Onbevlekt Hart van Maria, en zal de ware en definitieve grondvesting van Gods Rijk op aarde inluiden. De Heilige Maagd moet – volgens Gods Wet – deze eindoverwinning behalen via openlijke en vrijwillige belijdenissen vanwege zielen die hun hele leven in Haar dienst stellen om via Totus Tuus-toewijding aan Haar de duisternis te overwinnen. Maria moet daarom zonder enige beperking of remming over het hele wezen en alle ervaringen van het leven van de aan Haar toegewijde zielen kunnen beschikken, opdat Zij dit alles op kracht van Haar absoluut volmaakte Liefde volkomen met het Verlossingswerk van de Christus zou kunnen verenigen.

In de Totus Tuus-toewijding aan Maria vervult de mensenziel in de diepste zin van het woord het bijbelwoord van de heilige apostel Paulus, die schreef dat de mensenziel geroepen is om 'aan te vullen wat aan het Lijden van Christus ontbreekt'. Het enige wat aan dit Lijden 'ontbreekt', is het omdraaien van de sleutel, of het begieten van het zaad. Zo heeft God het beschikt: De mensenziel moet zelf openlijk tonen dat zij vrijwillig deel wil hebben aan de overwinning van het Licht over de duisternis en dus aan de grondvesting van Gods Rijk op aarde. Wanneer de aan Maria toegewijde ziel elk detail van haar leven, alle gebeurtenissen, alle situaties, alle contacten met medeschepselen, al haar beproevingen en kruisen, en al haar innerlijke gesteldheden en reacties ten aanzien van de ervaringen die zij op haar levensweg opdoet, ongeremd en onvoorwaardelijk aan Maria geeft in de deemoedigste toewijding, bekleed met oprechte aanvaarding en zelfverloochenende Liefde en in een oprecht verlangen naar een waarlijk vruchtbare bijdrage tot de voltooiing van Gods Heilsplan, is zij in de hoogste mate soldaat in het leger van het Licht en zal zij ook in de hoogste mate deel hebben aan de vruchten van de heilige oorlog tegen de duisternis.

Ziedaar het principe in zijn volle eenvoud doch tevens in zijn buitengewone Hemelse macht: De aardse dienares beleeft elk detail van haar leven op de meest intense wijze in innige vereniging van haar innerlijk leven met haar Hemelse Meesteres, Die door deze intense en vrijwillige vereniging al deze ervaringen actief kan inschakelen in de verwezenlijking van Gods Heilsplan.

Sedert de Heilige Maagd Haar Myriam riep tot een leven in Haar uitsluitende dienst, vroeg Zij Myriam, elk geschrift dat Zij Myriam zou inspireren in het kader van de zeer omvangrijke onderrichtingen die Zij spoedig zou beginnen, te voorzien van het heilig opschrift TOTUS TUUS, MARIA! De Meesteres van alle zielen verklaarde Haar verzoek toen reeds (in de lente van 1997) met de woorden, dat Zij dit opschrift verlangde om de volgende redenen:

  • Myriam zou via dit opschrift een telkens vernieuwde belijdenis van totale overgave aan Maria afleggen;
  • Dit opschrift zou niets minder zijn dan de handtekening, die de Hemelse Koningin Zelf hierdoor op het geschrift zou aanbrengen, tot teken voor het feit dat het geschrift niet Myriams eigendom doch uitsluitend eigendom van Maria Zelf is, en uitsluitend uit de Bron van Haar Hart stamt;
  • Dit opschrift zou dienst doen als een verzegeling van de tekst door de Auteur ervan (de Heilige Maagd), en daardoor als een Hemelse zegen voor een grote vruchtbaarheid van de tekst op Gods Tijd, op de door God bestemde plaatsen en in de zielen die zich ten volle zouden openstellen voor de genaden die in de tekst besloten zouden liggen;
  • Dit opschrift zou getuigenis afleggen voor de Werken die De Vrouw via elke tekst bezig is, aan de zielen na te laten ter voorbereiding van de zielen voor hun volledige overgave in het kader van een heilige bijdrage tot de Triomf van De Vrouw tot grondvesting van Gods Rijk op aarde, opdat de Werken van de Christus in zoveel mogelijk zielen ontsloten mogen worden.

Tijdens het Kerstoctaaf van 2018 schonk de Meesteres van alle zielen aan Myriam bovendien de volgende Openbaring met betrekking tot het gebruik van de Totus Tuus Maria-belijdenis:

"In waarheid zeg Ik je, welk machtig wapen de belijdenis 'Totus Tuus, Maria!' in zich draagt. Telkens een ziel deze belijdenis uitspreekt of schrijft met een hart dat oprecht onderdanigheid, onderwerping, verlangen naar dienstbaarheid en Ware Liefde jegens Mij en al Mijn eigenschappen uitdrukt, gebeuren tezelfdertijd de volgende dingen:

  • Deze ziel werpt zich vanuit haar hart voor Mij op de knieën en bereidt daardoor een bliksemflits van Licht die wolken van duisternis doorklieft;
  • Zij voegt zich daardoor bij de scharen der engelen aan Mijn voeten en brengt eerbetoon aan het grootste Wonderwerk van de scheppende, verlossende en heiligende God;
  • Zij verheerlijkt Mijn macht over haar en over de uitvoering van de Werken van het Licht in deze Laatste Tijden;
  • Zij belijdt Mij als Diegene Die door God is gekozen om de effecten van Zijn Heilsplan te ontsluiten in elke ziel die zich daar vrijwillig voor opent en vrijwillig, bewust en actief aan deze ontsluiting meewerkt;
  • Zij vernedert de duivel en helpt de effecten van zijn werken verzwakken. De belijdenis 'Totus Tuus, Maria!', gesproken of geschreven vanuit een oprecht hart, is voor de duivels een intense kwelling en verzwakt ergens ter wereld één of meer werken van duisternis in hun schadende of verwoestende effecten.

Ik zeg je bij deze, dat de verwoestende macht van de duisternis in deze wereld mede mogelijk wordt gemaakt door de geringe mate waarin zielen zich totaal aan Mij weggeven. Ik ben de door God Zelf voorziene laatste Schakel in de ketting die in deze Laatste Tijden de werken der duisternis moet wurgen. Ik ben tot niets anders geroepen dan om zielen die zich totaal, onvoorwaardelijk en levenslang aan Mij weggeven, als hun Hemelse Meesteres te helpen ontsluiten voor de hoogst mogelijke heiligheid en vruchtbaarheid voor Gods Werken. In de volle, onvoorwaardelijke en daadwerkelijk beleefde overgave aan Mij als de Meesteres van de Hemelse legers ligt de absolute bekroning van de Verlossingswerken van de Christus besloten. 'Totus Tuus, Maria!' is een belijdenis met een unieke macht, die op een buitengewone wijze door God is bekleed met de drievoudige kracht waarop de definitieve nederlaag van de duisternis zal zijn gegrondvest: Zij vormt een belijdenis van Liefde, nederigheid, en zelfverloochenende aanvaarding van alle beproevingen van het leven. Ziehier de drie gesteldheden die de ziel heiligen en het zaad van Gods Rijk op aarde tot bloei moeten brengen, want zij zijn tevens de drie grote gesteldheden van de God-Mens Zelf".

Myriam, tijdens het Kerstoctaaf 2018