TOTUS TUUS, MARIA !

EXPLOSIES VAN LICHT

bloemlezing uit stellingen van de Koningin des Hemels
over de duisternis en de macht van het Licht

aan Myriam van Nazareth

In het kader van Haar allerheiligste Missie in de Laatste Tijden, de mensenzielen innerlijk te begeleiden op hun weg naar de ontsluiting van de Verlossingswerken van de Christus op hun eigen levensweg, inspireert de Meesteres van alle zielen tot een bloemlezing van beschouwingen tot onderrichting en bemoediging voor elke ziel die vastberaden is om haar leven op aarde te leiden in uitsluitende dienst aan het Licht, de enige Bron van alle Liefde en Geluk, die almachtig en onoverwinnelijk is doch wier werkingen op aarde slechts zichtbaar en voelbaar worden in de ziel die haar verlangens en verwachtingen één maakt met de verlangens en verwachtingen van God Zelf.

In deze ziel bekleedt het Goddelijk Licht nu reeds de troon, en wordt de weg naar het Eeuwig Paradijs aangelegd met elk van haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen, want zij is in haar hart nu reeds versmolten met het Hart en de Wil van God Zelf.

De Heilige Maagd Maria was de enige mensenziel uit de hele geschiedenis van het menselijk geslacht die dit alles op elk ogenblik van Haar leven in de absolute volmaaktheid heeft beleefd. Ieder van ons heeft, wat de doelstelling en de zin van ons leven betreft, identiek hetzelfde levensprogramma als de Moeder Gods terwijl Zij Haar levensopdracht op aarde vervulde.

De Hemelse Meesteres biedt de beschouwingen en leerstellingen in dit geschrift aan als nog méér hulpmiddelen voor de Haar zo dierbare zielen in het kader van Haar onderricht in de Wetenschap van het Goddelijk Leven, die slechts één doelstelling heeft: de zielen klaar te maken voor de voltooiing van Gods Heilsplan, opdat deze wereld eindelijk het Paradijs van Ware Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid moge worden dat God voor ogen had toen Hij de Schepping maakte als teken van Zijn onbegrensde en absoluut volmaakte Liefde.

In deze bloemlezing zijn de thema’s genummerd. Niettemin geven de nummers geen absolute volgorde aan. In feite kunnen de thema’s in om het even welke volgorde worden bestudeerd. Elk thema biedt op zich materiaal ter overweging, doch het vruchtbaarst voor een diep begrip van de hele bloemlezing is een studie van alle thema’s, waarbij men duidelijk voor ogen houdt dat elk thema nauw met elk ander thema in verband staat.

In de mate waarin de zielen de door de Meesteres van alle zielen in dit geschrift onderrichte kennis vol vertrouwen in hun dagelijks leven toepassen, kan en zal de greep van de duisternis op deze wereld worden verzwakt. De definitieve en volledige overwinning van de Koningin des Hemels over de satan en zijn verwoestingswerken is ons door God beloofd. Deze overwinning wordt momenteel ten volle door de Meesteres van alle zielen voorbereid in Haar onderrichtingen en adviezen, en in het bijzonder in Haar grotendeels verborgen werking in de zielen die totaal aan Haar zijn toegewijd en die deze toewijding daadwerkelijk in diepe zelfverloochening in de praktijk beleven.

Dit geschrift is hiervoor een machtig en veelzeggend teken. Dit geschrift is immers geladen met de kracht om de nevelen van verblinding, leugen, verwarring en de talloze gezichten der bekoring te helpen oplossen. Wanneer de nevel optrekt, vertoont Zich een Licht dat de stralen van de zon uit Gods Hart naar de zielen tracht te brengen: de Vrouw in Haar hoogste en alomvattende hoedanigheid als Meesteres van alle zielen, alle, omdat ook alle duivels totaal aan Haar macht zijn onderworpen en Zij daardoor de macht bezit om al zijn werken te ontkrachten, op voorwaarde dat, en volgens de mate waarin, mensenzielen actief daaraan meewerken.

Precies hierin ligt de belofte van deze verzameling alsook de verwachting die de Koningin des Hemels koestert jegens de zielen die bereid zullen zijn om ter ere Gods deze verzameling in hun leven tot nut te maken. Mogen vele zielen dit geschrift in zich opnemen zoals de Hemelse Meesteres het heeft bedoeld: als een teken van onovertroffen Hemelse Liefde.

Myriam, herfst 2020

LUX ENIM TENEBRAS SEMPER VINCIT
(het Licht overwint waarlijk steeds de duisternis)

Index van de thema’s ter beschouwing

  1. Wij beleven de donkerste tijden uit de heilsgeschiedenis
  2. De Schepping als strijdtoneel
  3. Welk plan koestert de satan, en hoe tracht hij het te vervullen?
  4. Wat is Gods antwoord op de strategie van de duisternis?
  5. Hoe ontwricht de satan Gods Schepping?
  6. Hoe kan de satan de ziel van de mens verwoesten?
  7. Wat is zonde?
  8. Wat is het wezen van de zonde?
  9. De Meesteres van alle zielen spreekt vaak over 'het Licht'
10. Zonde en bekering
11. Wat verleidt een ziel tot zonde?
12. De duisternis gaat tegen zielen tekeer via twee wegen
13. Elke ziel kan de duisternis overwinnen
14. De onoverwinnelijke macht van Maria
15. De vrees van de satan voor alles wat aan Maria’s voeten ligt
16. Actieve strijd tegen de duisternis
17. Maria als Geneesmiddel tegen alle bekoring
18. De definitieve overwinning op de zonde
19. Goedmaking van duisternis uit het verleden van de hele mensheid
20. De bron van al het negatieve
21. Reiniging van zonden
22. Maria als Schild tegen de duisternis
23. Strijd tegen de duisternis als gewilde inzet
24. Wat betekent 'almacht' in verband met Maria?
25. Welke veranderingen veroorzaakt de zonde in de ziel?
26. Op welke zwakheden in de zielen baseert de satan zijn strategie?
27. Hoe kan de ziel zich wapenen tegen de valstrikken van de satan?
28. Categorieën van bekoring
29. Welke wegen bewandelt de bekoorder om in de ziel binnen te dringen?
30. Hoe kan de ziel zich wapenen tegen bekoringen?
31. Hoe is 'vernietiging van het kwaad' te verstaan?
32. De voornaamste bronnen van de zonde
33. Noodzakelijke ingesteldheid voor bekering
34. Over de Triomf van Maria
35. De macht van Maria over de duisternis
36. Vernedering van de satan door Maria
37. Innerlijke omvorming van de ziel
38. De voeten van de Hemelse Koningin
39. Ontstaansgeschiedenis van het kwaad
40. Omvormende macht van toewijding aan Maria
41. Weerstandskracht tegen alle kwaad
42. Exorcisme en de Heilige Maagd
43. Maria, Gods gouden Hulp in de innerlijke strijd
44. Compensatie van vroegere duisternis
45. De Onbevlekte Ontvangenis en de duisternis
46. De verlossende macht van lijden en beproevingen
47. De immense macht van de vrije wil
48. Hoe het Licht het laatste woord geven
49. Maria als Tegenpool van de satan
50. Wat bepaalt de macht van de satan over een ziel?
51. De aantrekkingskracht van de duisternis op zielen
52. Navolging van Maria en overwinning over de duisternis
53. Een leven in dienst van 'de Vrouw'
54. De Meesteres van alle zielen over bezetenheid
55. Een aanroeping als een onweer
56. Zelfvernedering jegens Maria als wapen tegen de satan
57. Mariatoewijding als barrière tegen de duisternis
58. Hoe het kwaad zichzelf kan vernietigen
59. De voornaamste uitingsvormen van duisternis in een ziel
60. Hoe verwondt de satan een ziel vanuit het lichaam?


Explosies van Licht

1. Wij beleven de donkerste tijden uit de heilsgeschiedenis

Door de Heilige Maagd Maria te openbaren in Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen, heeft God de zielen wellicht de grootste Barmhartigheid betoond sedert de Kruisdood en Verrijzenis van Zijn Zoon Jezus Christus. In deze hoedanigheid ontplooit de Koningin des Hemels de volheid van de Haar door God geschonken macht. Zij is er door God toe bestemd om Leidster te zijn in de strijd van het Licht tegen de duisternis. De mensenzielen hebben Gods Belofte ontvangen dat 'de Vrouw', de Koningin des Hemels, de eindoverwinning in deze strijd zal behalen. Zij heeft daartoe een onbeperkte macht over alle zielen ontvangen: over engelen, heiligen, mensenzielen, alsook over alle demonen (de zielen die zichzelf hebben verdoemd door zich vrijwillig totaal van alle Liefde af te snijden).

De duisternis (het geheel van de verdoemde zielen en al hun werken en plannen die rechtstreeks tegen God en Zijn Werken en Plannen ingaan en tegen deze inspireren) heeft er in de loop der eeuwen via talloze strategieën en werken alles aan gedaan om de zielen van God weg te trekken, opdat zij verloren zouden gaan en Gods Werken en Plannen verwoest zouden worden. Zielen worden bij miljoenen misleid, tot ondeugd en zonde gebracht en voor de enige Waarheid van God verblind. Om deze reden lijkt de duisternis nu de wereld volkomen te beheersen.

Daarom roept God de zielen meer dan ooit voordien op om zich totaal en onvoorwaardelijk toe te wijden aan Maria als Meesteres van alle zielen, Die alle aan Haar toegewijde handelingen, woorden, gebeden, offers, boetedoeningen, gedachten, gevoelens en verlangens heiligt, deze met Haar absoluut volmaakte Liefde bekleedt en hen aan God aanbiedt in een waarde die aldus vermenigvuldigd is. Zo kan God hen aan Zijn Werken toevoegen.

Hierin verbergt zich in deze Laatste Tijden het grootste wapen tegen de krachten der duisternis. Elke ziel die zich aan Maria toewijdt en die deze toewijding in de praktijk van het dagelijks leven intensief beleeft, werkt mee aan de opbouw van de fundering van Gods Rijk op aarde.

Door intensief beleefde toewijding aan Maria en actieve medewerking aan Gods Werken van Liefde helpt de ziel de Hoop op de definitieve overwinning van het Licht over de duisternis om te zetten in werkelijkheid.

2. De Schepping als strijdtoneel

God heeft Zijn Schepping ertoe voorbestemd, Zijn Rijk te zijn. De mensenziel zou het meesterwerk zijn, dat dit Rijk op aarde zou krijgen. Om aan deze verwachting te beantwoorden, moet de mensenziel de staat van heiligheid, die haar was verleend, ten volle in stand houden. De duivel, aan wie de toestemming was gegeven om de mensenzielen te beproeven, slaagde erin, het eerste mensenpaar tot ongehoorzaamheid jegens Gods Wet te brengen: De erfzonde werd bedreven, en aangezien elke zonde uit een gebrek aan Liefde jegens God voortkomt, werd als het ware het verbond tussen God en de door Hem bedoelde vertegenwoordigster van Zijn Werken op aarde, de mensenziel, verscheurd. Dit verbond was tenslotte gebaseerd op de volmaakte Liefde en een onberispelijke navolging van Gods Wet.

God wilde het bij deze toestand niet laten, daar Hem er alles aan gelegen was, de mensenzielen terug te voeren naar de staat van heiligheid. Hij sloot met de mensheid het Nieuw Verbond, dat zou zijn gebaseerd op Zijn barmhartige Liefde, en vanwege de zielen op een leven volgens Zijn Wetten. Gods Zoon Jezus Christus ontsloot het Nieuw Verbond aan het Kruis, en ondertekende het met Zijn Bloed. Aan de mensenziel werden de principes van de Eeuwige Waarheid en het voorbeeld van de verlossende macht van het liefdevol aanvaard en gedragen lijden gegeven, evenals het voorbeeld van een geschapen mensenziel, die in de staat van volmaakte heiligheid ontvangen werd en leefde: Maria, de Vrouw, Die:

  • als vlekkeloos Tabernakel van de Allerheiligste Drievuldigheid tot maagdelijke Moeder van Jezus Christus uitverkoren werd;
  • aan de satan als absoluut onoverwinnelijke Tegenstandster werd voorgesteld;
  • de leiding over de strijd van het Licht tegen de duisternis ontving.

Aan Maria, de Hemelse Koningin die sedert 2005 werd bekendgemaakt als de Meesteres van alle zielen, werd een onbeperkte macht over de duivel en al diens werken van duisternis verleend. Deze macht kan Zij ten volle gebruiken tegen de duisternis in het leven van de zielen. De onderrichting van deze kennis, en de hulp aan de zielen om deze kennis in een zo hoog mogelijke mate te doorgronden en de Waarheid ervan in te zien, vormt één van de grote doelstellingen van het Maria Domina Animarum Werk, dat deze stellingen in opdracht van Maria, de Domina Animarum Omnium (Meesteres van alle zielen) aan de zielen schenkt.

3. Welk plan koestert de satan, en hoe tracht hij het te vervullen?

Wat beoogt de satan?

De vernietiging van de mensheid en van de hele Schepping van God.

Hoe?

Door het gedrag van de mens naar zijn hand te zetten, opdat het de verwezenlijking van zijn plannen zou dienen.

Hoe doet hij dit concreet?

Door in te spelen op de behoeften (en dus zwakheden) van de mens.

Welke behoeften, respectievelijk zwakheden, en met welke gevolgen?

Hoofdzakelijk genotzucht, zelfzucht, geldingsdrang, hebzucht en nieuwsgierigheid. Samen leiden deze tot vernietiging van het lichaam, vergiftiging van het hart, grote verwarring in de geest, ontwrichting van sociale relaties, teloorgang van alle deugden, moord op het eigen geweten, verdwijnen van het zondebesef, uitschakeling van alle christelijke waarden, zeer snelle toename van de algemene goddeloosheid, algemene ontevredenheid, zeer snelle vermindering van de levensvreugde, grote onzekerheid in de samenleving, en een razendsnelle toename van het aantal zielen die in betrekkelijke of absolute staat van ongenade leven.

De uiteindelijke doelstelling van de satan bestaat in de vestiging van zijn rijk op aarde. De moderne samenleving lijkt erop te wijzen dat hij bezig is, in dit opzet te slagen. De algemene atmosfeer die U in deze tijd in Uw leven waarneemt, is de adem van het kwaad die als een steeds dikkere wolk de wereld omhult. Daaruit ontspringt alle chaos, verwarring, ontevredenheid, liefdeloosheid, goddeloosheid en een algemeen gevoel van ongelukkig-zijn, die Uw leven van elke dag zozeer bedreigen.

Slechts één geneesmiddel bezit de kracht om de wereld te herstellen in de oorspronkelijke Orde die God hem bij de Schepping had gegeven: de terugkeer van de mens naar de heiligheid, dit wil zeggen naar een gedrag en innerlijke gesteldheden die vruchtbaar zijn voor de voltooiing van de Werken die de God van Liefde elke dag opnieuw op aarde wil voltrekken via de handen, monden, harten, geesten en de vrije wil van alle mensenzielen.

4. Wat is Gods antwoord op de strategie van de duisternis?

● Hij heeft van in den beginne de uiteindelijke overwinning van het Licht beloofd, en heeft deze voorafgespiegeld in de Onbevlekte Ontvangenis en de eeuwige zondeloosheid van de Allerheiligste Maagd Maria. Een Goddelijke Belofte is als een eeuwig geldende Wet, die met zekerheid wordt vervuld op de Tijd die God in Zijn Eeuwige Wijsheid vaststelt.

● Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus als God-Mens in de wereld gezonden om alle beproevingen en lijden van de menselijke natuur te heiligen en kracht van Verlossing te verlenen, om de Verlossing van de zielen uit de nefaste gevolgen van de erfzonde te ontsluiten, om Gods Eeuwige Waarheid te onderrichten, en om de heilige Sacramenten in te stellen.

● Hij heeft hierdoor Zijn Heilsplan voor de Schepping helemaal gegrondvest op het Verlossingsmysterie, dat voorziet dat de combinatie van het Lijden, de Kruisdood en de Verrijzenis van Christus met alle liefdevol aanvaard en opgeofferd (toegewijd) lijden van mensenzielen uiteindelijk de effecten van de werken der duisternis zal vernietigen.

● Hij heeft het Mysterie van de totale, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende toewijding aan de Allerheiligste Maagd Maria in het leven geroepen als een heilig verbond tussen mensenzielen en de Moeder Gods, waarbij mensenzielen hun hele leven en hun hele wezen via de Moeder Gods op een veelvoudig bekrachtigde wijze actief en vrijwillig in Zijn Heilsplan kunnen laten inschakelen, veredeld door de oneindige verdiensten van de vlekkeloze heiligheid van de Allerheiligste Maagd.

● Hij heeft de Allerheiligste Maagd in deze Laatste Tijden aan de zielen geopenbaard als de Meesteres van alle zielen, de alles overkoepelende hoedanigheid in dewelke de Koningin van Hemel en aarde de zielen die zich totaal aan Haar weggeven, innerlijk helpt herscheppen en hen de Wetenschap van het Goddelijk Leven onderricht, dit alles met het oog op hun vorming tot waardevolle, optimaal voorgelichte strijders tegen de duisternis en met de bedoeling, hen te helpen, de Verlossingswerken van de Christus door actieve medewerking in zich te voltooien.

In de Wetenschap van het Goddelijk Leven brengt God de zielen de volheid van de Waarheid en de leer van de Ware Liefde, de Hoop en de bemoediging. De Meesteres van alle zielen is bij Goddelijke volmacht in de diepste zin van het woord Meesteres over de duisternis, en zal deze op Gods Tijd voorgoed onder Haar voet onwerkzaam maken. Zo is Zij ertoe geroepen, de Werken van de Christus in de zielen te helpen ontsluiten, en werkt hierbij zoals een Hemelse Brug van Licht.

5. Hoe ontwricht de satan Gods Schepping?

De machten van het kwaad beijveren zich reeds sedert de erfzonde om de mens voor hun kar te spannen. Een zeer groot gedeelte van de mensheid is daardoor vervallen tot slaven van de satan, slaven die (in vele gevallen onbewust) op volkomen wijze zijn verwoestende plannen dienen. 'Onbewust' betekent niet dat de ziel die zich door de satan laat inzetten voor de verwezenlijking van zijn werken, hieraan geen aandeel zou hebben: Een ziel wordt slechts slaaf van de satan indien, en in de mate waarin, zij haar vrije wil door de duisternis laat bezetten en daardoor beslissingen begint te nemen die de belangen van de duisternis dienen.

De mens dient de satan vaak veel duurzamer en veel geestdriftiger dan hij God weet te dienen. Waarom is dat zo? Omdat de mens daarbij meent, voor zijn eigen noden op te komen, terwijl hij in werkelijkheid het kwaad dient en Gods Schepping helpt ontwrichten, want vele schijnbare noden van mensenzielen zijn in werkelijkheid onechte behoeften die hen door de duisternis worden geïnspireerd opdat zij de plannen en werken der duisternis zouden helpen voltooien.

De satan ontwricht Gods Schepping door in te spelen op de behoeften van de mens. Behoeften vormen de oorzaak van de zwakheid van de mens. Wie behoeften voelt, is voor zijn welbevinden afhankelijk van hun bevrediging. De satan heeft van meet af aan begrepen dat hij de mens volkomen in zijn macht zou krijgen zodra hij erin zou slagen, de bevrediging van de basisbehoeften van de mens onder zijn controle te brengen. Wij moeten ons dus de vraag stellen, welke 'zwakheden' in de menselijke natuur tot grote mikpunten van de satan geworden zijn. Alleen dan kunnen wij hem zielen ontroven ten voordele van God, en onszelf doelmatig tegen zijn manipulaties leren verzetten. Deze kennis is van het grootste belang indien wij het Rijk van Jezus Christus op aarde willen helpen grondvesten.

De satan heeft er geen vrede mee genomen, de levensnoodzakelijke behoeften van de mens te bespelen. Hij heeft er vooral voor gezorgd dat een steeds toenemend aantal schijnbehoeften geboren zouden worden. Het gaat hier om dingen die steeds méér mensen aanvoelen als noodzakelijk om te leven, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Heel vaak gaan deze schijnbehoeften gepaard met een bepaalde mentaliteit die (plots of geleidelijk) tot algemene norm in de samenleving wordt. De Hemelse Meesteres heeft er vroeger reeds op gewezen hoezeer het denken en voelen van de mens in de loop der tijden veranderd is, en welk groot spiritueel verval daarmee gepaard is gegaan. God is uit de leefwereld van vele mensen verwijderd, het zondebesef is vervallen, en de deur staat wijd open voor inspiraties die niet van Gods Geest afkomstig zijn. De mens dwaalt hierdoor steeds verder af van de weg die God voor hem had voorzien.

6. Hoe kan de satan de ziel van de mens verwoesten?

Door de mens tot een zodanige staat van ongenade te brengen dat zijn ziel zichzelf volgens de Wet van Gods Gerechtigheid verdoemt en dus geen toegang tot de Hemel kan krijgen. Deze staat van ongenade is de toestand die ontstaat wanneer de ziel met zoveel en/of zo ernstige zonden beladen is dat zelfs Gods Barmhartigheid en de Voorspraak van de Heilige Maagd Maria niet meer in zodanige mate in werking kunnen treden dat de ziel bij Gods oordeel gereinigd en vrijgesproken zou worden.

De satan bespeelt de mens door bekoringen (verleidingen) en misleidingen, met de bedoeling, hem onophoudelijk valstrikken te spannen die hem tot misstappen (overtredingen tegen Gods Grondwet van de Ware Liefde, dus zonden) moeten brengen. Indien de mens dergelijke overtredingen veelvuldig begaat, kan hij in staat van ongenade vervallen, en behoort zijn ziel de satan toe.

Waarom doet de satan dit?
Om de zielen aan God te ontroven en hen tot zijn slaven te maken in het rijk van de hel. De hele Schepping is onophoudelijk in een strijd tussen goed en kwaad (Licht en duisternis – God en de duivel) gewikkeld. Die strijd heeft slechts één voorwerp en één enkel doel: zielen winnen. God wil de Eeuwige Gelukzaligheid voor alle zielen, de satan daarentegen wil het eeuwig verderf voor alle zielen. Hij beoogt, de mens, die door God was bedoeld als koning van de Schepping en spiegel van Gods heiligheid, volkomen bespottelijk te maken en God hierdoor te tonen dat de mens, die door de Schepper was bekleed met heiligheid, kan vervallen tot niets méér dan een willoze speelbal in de klauwen van het kwaad, die hem naar willekeur kunnen misvormen, verwonden en verscheuren opdat hij niet langer Gods volmaakte schoonheid zou weerspiegelen. Hierdoor wil de satan in de eerste plaats God Zelf treffen in Zijn waardigheid.

Welke strategie gebruikt de satan om dit doel te bereiken?
Hij heeft van meet af aan gezocht naar de zwakheden en gevoeligheden van de menselijke natuur. Geen twee mensen zijn gelijk, en de één heeft een grotere of kleinere weerstand tegen de bekoring dan de ander, de één is gevoeliger voor deze soort bekoring, de andere gevoeliger voor een andere soort. Maar elke mens heeft van nature behoeften, doordat hij in een lichaam leeft: voeding, kleding, huisvesting, rust, medische verzorging... Die behoeften moeten bevredigd worden om het leven van het lichaam mogelijk te maken. Deze behoeften heeft de satan van in den beginne bespeeld, en bovendien heeft hij ervoor gezorgd dat hij de mens ook nieuwe 'behoeften' kon ingeven (hem kon influisteren dat hij dit of dat ook absoluut nodig heeft), en dat de reeds bestaande behoeften door de mens als steeds belangrijker zouden worden aangevoeld.

Hierdoor zou de mens geleidelijk de bevrediging van zijn wereldse behoeften tot enig doel van zijn leven maken. Daarmee is de kiem van het eeuwig verderf gelegd: De satan is erin geslaagd om de menselijke samenleving zodanig te manipuleren dat deze steeds méér de verwezenlijking van de doelstellingen van de duisternis, het kwaad, begon te dienen, namelijk de verwoesting van zielen. Wanneer wordt gezegd dat de mensheid zichzelf vernietigt, zou het in feite nauwkeuriger zijn, te zeggen dat de satan de mensheid ertoe aanzet, zichzelf door hem te laten vernietigen, en wel door handen en geesten die hij in zijn dienst heeft gesteld doordat zij zich door hem laten misbruiken. Het is dus uiteindelijk de vrije wil van mensenzielen zelf die de wereld in duisternis stort, door de menselijke wil door de wil van de satan te laten bezetten.

7. Wat is zonde?

Zonde is elke handeling, woord, gedachte of nalatigheid waardoor de ziel één of meer van de volgende vormen van schade toebrengt:

1. schade aan Gods belangen. Breed genomen, mag U ervan uitgaan dat U Gods belangen schaadt in vele gevallen waarbij U vooral de bevrediging van Uw eigen wensen nastreeft. Richt Uw doen en laten bovenal op Gods verwachtingen.

2. schade aan een medeschepsel:

  • aan zijn leven. Bijvoorbeeld moord, abortus, euthanasie...
  • aan zijn lichaam. Bijvoorbeeld mishandeling; een medeschepsel dat onder Uw hoede staat, onvoldoende of slecht te eten geven...
  • aan zijn gevoelens. Bijvoorbeeld een medeschepsel onvrede in het hart leggen, het kwetsen...
  • aan zijn geest. Bijvoorbeeld iemand moedwillig in verwarring brengen; iemand tot wanhoop drijven; geestelijke terreur uitoefenen...
  • aan zijn ziel. Bijvoorbeeld iemand medeplichtig maken aan Uw zonde; iemand moreel dwingen om U gelijk te geven terwijl U zelf in dwaling bent, zodat hij zelf ongewild in ondeugd vervalt; iemand vervloeken of verwensen; een slecht of zondig voorbeeld geven; Uw kind onchristelijk opvoeden...
  • aan zijn goederen of bezittingen. Bijvoorbeeld diefstal, moedwillige beschadiging of vernieling, bedrog, afpersing...
  • aan zijn relaties. Bijvoorbeeld onenigheid stichten tussen mensen, een medemens een slechte naam geven of verdacht maken (roddel, laster, achterklap)...
  • aan zijn belangen. Bijvoorbeeld Uw medemens oneerlijke concurrentie aandoen; onvoldoende oog hebben voor de noden van medeschepselen.

3. Uzelf verhinderen of belemmeren om de taken te vervullen of de wegen te gaan die God van U verwacht. Bijvoorbeeld Uzelf verwaarlozen of onvoldoende voorzichtigheid betrachten (onder andere: Uzelf ziek maken, allerlei verslavingen); ook de meeste ondeugden werken zelfvernietigend (haat, jaloersheid, verbittering, gevoelens van wrok, wraak of jaloersheid...).

8. Wat is het wezen van de zonde?

Met andere woorden: Wat maakt een handeling, woord, gedachte, gevoel of verlangen tot zonde? Mij zijn vijf elementen geopenbaard, die in elke zondige handeling, woord, gedachte, gevoel of verlangen aanwezig zijn:

1. De zonde doodt of verwondt de genade die God in Uw ziel heeft gestort.
De zondige akt verminkt de oorspronkelijke heiligheid van Uw ziel. God heeft bij de schepping van Uw ziel in haar een Vlam van heiligheid gelegd, een heilig Vuur dat ook een deeltje van Zijn Goddelijk Wezen bevat. Door de zondige akt wordt deze Vlam geleidelijk gedoofd, en wel des te méér naarmate de zonden elkaar opvolgen, deze ernstiger zijn, en zij niet of onvolkomen gebiecht en uitgeboet worden. Dit leidt tot een toenemende verkilling en verblinding van de ziel: het 'heilig Vuur' geeft steeds minder warmte en Licht. Elke ziel is bedoeld om heilig te leven. Heiligheid is de grootste genade, want zij verenigt de ziel met de Godheid en verzekert haar na het aardse leven de Eeuwige Gelukzaligheid in de Hemel. Elke zondige akt vermindert de glans van deze heiligheid, en daardoor de ware levenskracht van de ziel.

2. De zonde vormt een overtreding van Gods Wil.
Wat is Gods Wil? God verlangt het Heil van de zielen, de heiligheid van de Schepping als geheel, en de harmonie tussen alle elementen van de Schepping. De zondige akt verstoort dit hele mechanisme, dat God op volmaakte wijze heeft geschapen. Hierdoor maakt de zonde de mens tot overtreder van Gods heilige Wet, en legt zij de zondaar een schuld jegens de Goddelijke Gerechtigheid in de ziel. Door de zonde wordt de mens tot stoorfactor binnen het systeem dat God zo vlekkeloos had voorzien. Door te handelen, spreken, denken, voelen of willen in afwijking van Gods Wil, wordt de ziel als het ware gemarkeerd met een vlek of een wonde, en verliest zij telkens een deeltje van haar oorspronkelijke schoonheid.

3. De zonde vormt een verloochening van de Liefde.
Elke zonde is uiteindelijk een inbreuk op de Liefde, die de drijfveer is van alle leven binnen de Schepping. Daarom vormt elke zondige akt een verstoring van het diepe wezen van alle Leven, waardoor de voedings- en communicatiekanalen tussen de ziel en God afgeklemd worden. Het gevolg is een toenemende 'ondervoeding' van de ziel en een groeiende vervreemding van de ziel jegens God. God heeft de ziel alles gegeven, en stelt haar ook de grootste schatten in het Eeuwig Leven in het vooruitzicht. De zonde is als een kaakslag die Hem in ruil hiervoor wordt toegediend.

4. De zonde staat voor God gelijk aan een keuze voor het kwaad.
Deze keuze betekent echter een herhaling van de ongehoorzaamheid van de opstandige engelen. Elke zonde beïnvloedt de strijd tussen Licht en duisternis ten gunste van de satan, en vergroot zijn macht over de mensheid als geheel. De oorsprong van elke zonde berust immers bij een bekoring, verleiding of misleiding die uitgaat van de krachten der duisternis, die de mens van God trachten weg te trekken om hem in het verderf te storten. De zonde zelf is het toegeven aan deze boosaardige influistering, en dus een keuze voor het kwaad boven de zuiverheid die God van elke ziel verlangt. Hierdoor vormt elke zonde een ontering van God als Schepper, Verlosser en Heiligmaker.

5. De zonde geeft blijk van een zekere onverschilligheid jegens het verlossend Lijden van Christus en de Smarten van Maria als Medeverlosseres.
Jezus is Mens geworden om door een mateloos Lijden en Dood aan het Kruis voor elke ziel van goede wil (dit wil zeggen: die haar vrije wil onvoorwaardelijk één maakt met de Wil van God) mogelijk te maken dat zij de Eeuwige Gelukzaligheid zou verdienen. Zijn Lijden is aangevuld door de Smarten die Zijn Moeder, de Allerheiligste Maagd Maria, heeft doorstaan gedurende Haar hele leven van beproevingen volbracht in uitdrukkelijke overeenstemming met Gods Wil. Om de vruchten van dit Verlossingsplan in Uw eigen leven om te zetten in daadwerkelijke Verlossing, wordt van U een leven verwacht van Geloof in Jezus Christus als Verlosser, en van deugdzaamheid. Elke zondige akt kan door God worden beschouwd als een gebrek aan eerbied en Liefde voor het Verlossingswerk. Jezus heeft het Nieuw Verbond ingesteld. Wij moeten dit begrijpen als een overeenkomst van Verlossing, waarbij het aandeel van elke ziel in de verplichting bestaat uit een uiterste inspanning om dit Verlossingswerk door haar eigen doen en laten en innerlijke gesteldheden waardig te worden.

9. De Meesteres van alle zielen spreekt vaak over 'het Licht'.

Dit heeft bij sommige zielen aanleiding gegeven tot de veronderstelling dat het Maria Domina Animarum Werk te maken zou hebben met esoterie, en zij steunen deze veronderstelling op bepaalde begrippen en afbeeldingen die zij op de website van de Meesteres van alle zielen aantreffen. Op diverse plaatsen in de teksten (niet in de laatste plaats in het menupunt Eeuwige Lente) heeft de Moeder Gods erop laten wijzen dat het daarbij om een veronderstelling gaat die zowel volslagen absurd als een blaam aan de Meesteres van alle zielen is.

Eén van de begrippen die soms verkeerd worden begrepen, is deze van 'het Licht', waarvan de Koningin des Hemels Zich veelvuldig bedient. Dit begrip, wanneer het wordt gebruikt in de context van dit Werk, heeft helemaal niets met esoterie te maken. Maria definieert het Licht als het geheel van Gods leiding en van de inspiraties vanwege de Heilige Geest. Het Licht is de zijnstoestand van God, een toestand die bestaat uit Zijn volmaakte Wijsheid alsook uit het vermogen om het Leven in de volmaakte Goddelijke Liefde in stand te houden. Het Licht is het vermogen om alles te zien zoals het in relatie tot God werkelijk is. Hierdoor vormt het Licht eveneens het vermogen om de Liefde in een heilige staat te bewaren. Men zou het ook zo kunnen stellen: Het Licht is de Krachtbron waaruit alles ontstaat en waardoor al het levende in leven wordt gehouden. Om deze reden wordt God door de Meesteres van alle zielen soms gelijkgesteld met de Zon als Bron van alle Licht (Waarheid en Wijsheid) en warmte (Ware Liefde en Ware Vrede) voor de hele Schepping.

In bepaalde gebeden in het kader van Maria’s Bloementuin wordt gevraagd dat de ziel bevrijd moge worden uit elke invloed die niet verenigbaar is met het Licht van Gods Liefde. Concreet vormt dit een smeking om bevrijding uit invloeden vanwege elke kracht die niet Gods Waarheid in zich draagt, respectievelijk die erop gericht is om zielen te verblinden voor de echte Waarheid over alles, met inbegrip van deze over zichzelf.

In de ogen van de Koningin des Hemels is de efficiëntste weg naar een diepe zuivering en innerlijke omvorming deze van de totale overgave en toewijding aan Haar. Naarmate een ziel Haar wil toebehoren, zich met haar hele wezen en haar hele leven aan Haar weggeeft en zij deze toewijding aan Maria in méér details van haar dagelijks leven in de praktijk brengt, kan de Koningin des Hemels deze ziel dieper en duurzamer helpen omvormen. Dit betekent tevens dat Maria deze ziel dan veel efficiënter 'van binnen uit' tegen elke duisternis kan sterken: De ziel leert haar leefwereld en haar leven met andere ogen beschouwen, en wel door het Licht van de Ware Hoop en van het besef hoe waardevol een juiste ingesteldheid ten aanzien van het negatieve voor God kan zijn.

10. Zonde en bekering

Een ziel kan om de meest uiteenlopende redenen verwondingen met zich meedragen. In wezen verwondt een ziel zich telkens zij aan een bekoring toegeeft, want op dat ogenblik heeft zij zich uit de verbinding met Gods Hart losgerukt. Door deze wonde verliest zij een zekere mate aan Goddelijk Leven, wat haar gevoeliger maakt voor verdere bekoringen en haar innerlijk leven in een zekere mate in onevenwicht brengt. De Moeder Gods kan de ziel helpen om een nieuw evenwicht te vinden en zich te zuiveren van de gevolgen van haar misstap. Ook al is de nacht van de zonde nog zo donker geweest, steeds weer volgt een morgen voor de ziel die deze morgen waarlijk wil beleven. Wanneer het besef van eigen misstappen wordt gekoppeld aan een verlangen naar Ware Liefde in het hart, kan een bekering tot stand komen.

Bekering hoeft men zich niet noodzakelijk voor te stellen als de ommekeer na een grote misstap of na een zwaar zondig leven: Zich bekeren, kan de ziel elke dag doen, zelfs na de geringste misstap, want bekering is elke ommekeer nadat men heeft beseft dat men niet volkomen volgens Gods Wet heeft gehandeld, gesproken, gedacht of gevoeld, zelfs in de kleinste dingen. Bekering is zoals het opstaan na elke val onder de last van een bekoring. Geen levenshouding is beter geschikt om tot deze permanente bekering en tot een terugkeer uit de voortdurende neiging tot zondigen te komen dan deze van de totale toewijding aan Maria voor zover deze diep in het hart wordt gevoeld als de ware zingeving voor het leven, en derhalve diep wordt beleefd en toegepast in elk aspect van het leven.

De satan poogt ononderbroken de ziel gevangen te houden in een atmosfeer die haar verstikt. Het leven in oprechte toewijding aan Maria is zoals een zich voortdurend herhalende mond-op-mond beademing. Maria koestert en verzorgt de ziel die zich aan Haar heeft weggeven en dit verbond daadwerkelijk in het dagelijks leven heiligt en beleeft, en Zij doet dit in een atmosfeer die deze ziel vrijer laat ademen, een atmosfeer die de ziel herinnert aan deze, in dewelke zij in Gods Hart is geschapen.

Om een beeld te gebruiken: De zonde is als een kachel die koolmonoxide-gas afgeeft in een klein afgesloten huis. De ziel stikt langzaam. Zondebesef, en in het bijzonder de toewijding, is als het opengooien van alle deuren en ramen.

Zonden hoeven geen zinloze wonde achter te laten. U kunt een zonde en Uw berouw erover ook aan Maria opdragen. Ja, zelfs zonden, niet omdat deze daardoor goedgemaakt zouden worden, doch omdat een dergelijke toewijding in wezen betekent dat de ziel haar misstap inziet, zich ervan wil zuiveren, en nederig smeekt om de kracht, deze niet meer te begaan. Een dergelijke toewijding komt dus neer op een schuldbelijdenis die de ziel uitspreekt ten overstaan van de grote Voorspreekster, opdat de genade van de vergeving en de wedergeboorte kunnen worden bekomen op een niveau van zielsleven dat 'vrijer is van zonden'. Zonden aan Maria opdragen zonder oprecht berouw en zonder de vaste intentie om de innerlijke gesteldheden (gevoelens, verlangens enz.) voortaan totaal te vervullen met zelfverloochenende Liefde, is zinloos. Een dergelijke handeling geeft noch bevrijding aan de schuldige ziel zelf, noch brengt zij een goedmakend Licht over Gods Schepping, noch toont zij God dat de ziel betreurt dat zij Zijn Liefde heeft beschaamd.

11. Wat verleidt een ziel tot zonde?

Maria is het enige Schepsel dat ooit een leven heeft geleid dat volkomen vrij van zonde was. Zoals ieder mens was ook Zij ten prooi aan bekoringen, doch Zij heeft op een waarlijk heldhaftige wijze weerstand geboden aan elke bekoring. Haar macht over de influisteringen van de duivel was totaal. Het ligt daarom voor de hand dat een mensenziel aan niemand beter haar onmacht in de strijd tegen de bekoring kan opdragen dan aan Maria, en van niemand beter kracht en ondersteuning voor een grotere weerstand tegen de bekoring kan afsmeken dan van Haar.

Men zou zich de duivel kunnen voorstellen als een monster dat voortdurend om de burcht van de ziel heen sluipt op zoek naar elke brokkelige steen en elke spleet, via dewelke het in de burcht zou kunnen binnendringen. De brokkelige stenen en de spleten in de muren zijn de zwakheden van de ziel, de slecht afgedichte plekken via dewelke zij het Goddelijk Leven en de genaden verliest en via dewelke de inbreker zich telkens weer meester maakt van de burcht. De satan bestudeert de ziel, haar neigingen, en bedient zich van elke aan het licht komende zwakheid om de ziel in zijn val te lokken. Vandaar de noodzaak voor de ziel om haar karakter en haar wil zodanig te versterken dat zij weerstand kan bieden aan de inbreker, en om voortdurend om de vermeerdering van haar Liefde te smeken, opdat zij steeds vaker en met steeds méér volharding moge kunnen kiezen voor de dingen des Hemels.

Wat verleidt een ziel tot de zonde? Heel vaak zelfzucht, begeerte, hoogmoed, machtswellust, ontevredenheid, genotzucht, haat, gebrek aan Liefde, gebrek aan inzicht in goed en kwaad, en/of het gevoel dat het leven zinloos is. Daarom is voor een duurzame bevrijding uit de zondigheid en uit de verleidbaarheid nodig dat de ziel de precies tegenovergestelde gesteldheden ontwikkelt: zelfverloochenende Liefde, onthechting van zoveel mogelijk materiële behoeften, nederigheid, versterving aan zichzelf, inzicht in goed en kwaad, en zingeving aan zelfs de kleine dingen van het leven. Dat alles, en de wegen erheen, onderricht de Meesteres van alle zielen in de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Steeds weer blijkt hoe wenselijk het is dat een ziel die waarlijk de weg naar een nieuw Leven wil vinden, zich aan Maria weggeeft in een gewetensvol beleefd verbond van totale toewijding.

12. De duisternis gaat tegen zielen tekeer via twee wegen

Men zou kunnen zeggen dat de duisternis zielen inwendig en van buiten af aanpakt.

Inwendig werkt zij via:

  • bekoringen
  • duistere ingevingen
  • beïnvloeding van het gemoed
  • aanvallen tegen het Geloof, het vertrouwen, de Hoop en de Liefde

Van buiten af werkt zij via:

  • de hele atmosfeer van de wereld, die de satan zelf doorheen alle eeuwen zo diepgaand heeft ondermijnd, dat deze van zijn denken doordrongen en op de verwezenlijking van zijn doelstellingen is gericht. Hij zaait in de hele wereld verwarring en chaos. Verwarring ondermijnt de behoefte aan houvast, en het Geloof (wanneer er een God bestaat hoe komt het dan dat er geen zekerheden zijn?). Bovendien heeft hij doorheen de eeuwen grote gedeelten van de mensheid vergiftigd door materialistisch en goddeloos politiek, economisch en wetenschappelijk denken en goddeloze wereldbeschouwingen en filosofieën;
  • de medemensen: Zielen worden tegen elkaar opgezet, berokkenen elkaar op allerlei wijzen schade, ontmoedigen elkaar. De duisternis kan het leven van een ziel via tussenkomst van een medemens tot een hel maken, deze ziel mishandelen, folteren, ontmoedigen (ontmoediging verlamt immers de slagkracht van een ziel bij de vervulling van haar levensopdracht), haar verleiden (door prikkeling van de seksuele behoefte) haar zelfs lichamelijk vernietigen (doodslag, foltering, uithongering…).

In deze wereld zijn reeds zeer veel dingen verwoest doordat zielen hun medemensen belasteren, zwart maken, als leugenachtig voorstellen en hen in de ogen van andere medemensen van al hun geloofwaardigheid beroven. Heel bijzonder worden op deze wijze zielen aangevallen die zich oprecht inspannen om goede en van Licht vervulde dingen te doen, te zeggen, na te streven en te verspreiden, opdat ook deze zielen in de Liefde zouden worden verzwakt en hun vertrouwen in Gods bescherming en Zijn Werken van Liefde zouden verliezen.

God maakt de satan echter niet vanzelf onwerkzaam, omdat het in de natuur van Zijn Wetten ligt dat mensenzielen hun leven volledig vrij vorm moeten kunnen geven. Om deze reden zijn voor alles gebed en offers nodig, ook voor een bevrijding uit de werken van de satan. God moet als het ware uit de mond (of om het helemaal juist uit te drukken: uit het hart) van de ziel zelf vernemen dat haar er alles aan gelegen is om Hem (God) te volgen en slechts door Hem en Zijn Wetten van Liefde te worden geleid. Slechts in dat geval kan God tussenbeide komen, ook wanneer sprake is van duistere invloeden.

Een factor die Gods tussenkomst bemoeilijkt, ligt hierin, dat niet zeer veel mensenzielen bewust verlangen naar de absolute voorrang van Gods activiteit in hun leven en in de wereld, zodat zeer veel gebeden voor hun verwezenlijking op een enorme weerstand stoten. Zeer veel Liefde, volharding, geduld en vertrouwen kunnen noodzakelijk zijn om bepaalde omstandigheden die van duisternis zijn vervuld, te veranderen. Dit ligt derhalve noch aan God, noch aan enige onwil van Zijn kant noch aan enig onvermogen van Zijn kant, doch louter en alleen aan de lage staat van genade tot dewelke de mensheid is afgezonken: Zeer veel inspanningen zijn nodig om de uitwerkingen van de zonde op deze wereld enigszins te compenseren. Een voldoende compensatie van de uitwerkingen van de zonde zou tot uitdrukking komen in het feit dat de Liefde in deze wereld veel beter merkbaar zou worden. De zielen zouden dit ervaren als een gevoel van ware geborgenheid en innerlijke Vrede. Precies een dergelijke ervaring is uitdrukking van Gods onbelemmerde werking in een ziel, zoals deze in het Aards Paradijs vóór de zondeval heerste en zoals deze in het Messiaans Tijdperk opnieuw zal heersen.

13. Elke ziel kan de duisternis overwinnen

De Meesteres van alle zielen benadrukte reeds meermaals: Elke ziel kan de duivel overwinnen, door de macht van een groeiende Liefde tot God en van een onwankelbaar geloof in de macht van de gekruisigde Christus. Het kan voor een ziel zeer doeltreffend werken, duistere invloeden te bedreigen met de Tegenwoordigheid van de Hemelse Koningin en een oprechte belijdenis dat Maria haar enige en soevereine Meesteres is, en wel als de Gouden Brug naar God Zelf, Die Haar aan de ziel heeft gegeven als inwendige Gids naar het Hart van Christus.

De angst van de duivel voor Maria is onbeschrijflijk. Ik heb dit meermaals mogen ervaren, en de Hemelse Koningin heeft mij vele malen tot getuige van deze waarheid gemaakt. Opdat de satan zich door een bedreiging met de Naam MARIA zou laten intimideren, is echter noodzakelijk dat de ziel rotsvast in de onoverwinnelijke macht van de Koningin des Hemels gelooft. Niets overtuigt hem méér dan het aanroepen van de Naam MARIA, waarbij de ziel tevens een handeling of een offer van zelfverloochening ter verheerlijking van de macht van de Koningin des Hemels over de duivel en van Haar verhevenheid aanbiedt, bijvoorbeeld door zich voor Maria op de knieën te werpen en Haar gebeden en de vrije beschikking over zichzelf aan te bieden. Wanneer de ziel op deze wijze blijk geeft van verheerlijking van Maria’s macht over haar, kan dit de satan totaal verlammen.

Niettemin moet er rekening mee worden gehouden dat sommige beproevingen, om het even of deze door de satan zijn veroorzaakt of niet, hoe dan ook moeten worden doorstaan, indien Gods Voorzienigheid dit zo beschikt ten voordele van de ziel (liefdevol aanvaarde beproevingen leveren de ziel vruchten op, hoewel de meeste voor de ziel tijdens haar leven verborgen zullen blijven). Dit kan komen doordat:

  • de ziel bepaalde ontwikkelingen moet doormaken waarbij de betreffende beproeving haar van dienst kan zijn (daarover beslist Gods Wijsheid);
  • de verwezenlijking van Gods Heilsplan het op een bepaald tijdstip nodig maakt dat bepaalde liefdevol aanvaarde en toegewijde elementen van lijden worden doorstaan, en Gods Wijsheid hier en daar bepaalde zielen ertoe uitnodigt om tot deze volbrenging bij te dragen;

In deze beide gevallen is het mogelijk dat ook de zelfvernederende verheerlijking aan de macht van de Koningin des Hemels de ziel niet onmiddellijk bevrijdt. Wel zal de ziel in een dergelijk geval – op voorwaarde dat zij haar hart daar volkomen voor openstelt – op één of andere wijze de kracht krijgen om het nodige offer te brengen. Een beproeving die uitdrukkelijk wordt doorstaan in een hartsgesteldheid waarin de ziel zich helemaal één met Maria voelt, kan in het hart een heel ongewoon (positief) gevoel achterlaten, zelfs indien het een beproeving betreft die met zekerheid door de duisternis is veroorzaakt.

14. De onoverwinnelijke macht van Maria

In gebed 340 (reeds geschreven in september 2001) inspireerde de Allerheiligste Maagd een zeer treffende zin: "In de onoverwinnelijke macht van de Drie-Ene God en van de Allerheiligste Maagd Maria beveel ik nu alle krachten van kwelling, bekoring, misleiding en duisternis, van mij weg te gaan en hun machteloosheid te belijden in het Licht van het Kruis en aan de voeten van de Moeder Gods".

De Meesteres van alle zielen wil deze zin als volgt toelichten: De macht van de Allerheiligste Maagd Maria is even onoverwinnelijk als deze van God Zelf, omdat alle macht van God uitgaat van Zijn Wil, en Maria’s Wil voor honderd procent identiek is met Gods Wil (dit wil zeggen: totaal in Gods Wil is overgevloeid, er totaal mee is versmolten), en Zij gedurende Haar hele aardse leven geen enkel ogenblik, zelfs niet bij de geringste gelegenheid, van deze Wil is afgeweken, noch in handelingen, noch in woorden, gedachten, gevoelens, of in datgene wat Zij naliet te doen. Precies deze volmaakte en totale gelijkvormigheid tussen de Wil van Maria en de Wil van God rechtvaardigt het feit dat God Haar voor alle tijden en voor de eeuwigheid een absoluut onbegrensde macht heeft toegekend. Op grond van deze macht had Zij de duivel vanaf Haar Onbevlekte Ontvangenis onder Haar voeten, en zal Zij hem uiteindelijk onder deze voeten de kop verbrijzelen.

Wat is eigenlijk 'macht'? Macht is het vermogen om de gedragsalternatieven (de keuze tussen mogelijkheden om zich te gedragen) van een ander wezen te beperken. Anders uitgedrukt: Macht is het vermogen om een ander wezen datgene te laten doen, dat het eigenlijk uit zichzelf liever niet zou doen, en datgene te doen nalaten dat het uit zichzelf eigenlijk liever wél zou doen. Vanuit deze definitie beschouwd, is Gods macht vanzelfsprekend absoluut. Ook de macht van de Koningin des Hemels is onbegrensd, omdat Zij van God de volmacht heeft ontvangen om alle zielen in deze strijd ter voltooiing van Gods Heilsplan te leiden:

  • De engelen zijn Haar daarbij geschonken als dienaren, en onderwerpen zich zonder de geringste aarzeling aan Haar. Zij is voor hen immers de vertegenwoordiging van de volmaakte gehoorzaamheid, van het 'overvloeien in Gods Wil', wat de Koningin des Hemels eindeloze gunsten heeft opgeleverd. De engelen weten dat Maria’s woord identiek is met Gods woord, en om deze reden werpen zij zich even bliksemsnel aan Haar voeten neer als zij dit voor Gods Troon doen. Maria verlangt dit trouwens niet uit Zichzelf, God Zelf verlangt dit van hen;
  • In visioenen toonde de Meesteres van alle zielen mij bij herhaling hoe Zij duivels zonder enige moeite (dit wil zeggen: met een onfeilbaar succes) beval om zich aan Haar voeten neer te werpen. De enige beperkende factor die Maria kan beletten om dit zonder onderbreking te doen, is de vrije wil van de mensenziel, die zich ertoe moet bewegen om Maria te smeken dat Zij Haar macht zou gebruiken. Uit Zichzelf mag Maria de duivel en zijn gevolg niet verlammen, omdat Zij dan:
  1. de Goddelijke Beschikking zou overtreden, die zegt dat aan de mensenziel niets mag worden opgedrongen – ook geen gunsten! – waarom deze zelf niet door gebed heeft gevraagd;
  2. de Wet van de Goddelijke Gerechtigheid zou overtreden, krachtens dewelke elke genade, dit wil zeggen elk geschenk uit Gods hand, moet worden 'betaald', en wel door offers, gebeden, boetedoening, verheerlijking aan God en Zijn Werken, met Liefde aanvaarde en toegewijde beproevingen en lijden, en de concrete toepassing van de ware, onzelfzuchtige Liefde in alle aspecten van het dagelijks leven (evenals alles wat Jezus ons heeft voorgeleefd). God vraagt dit omdat Hij het zeer belangrijk vindt dat mensenzielen Hem zouden tonen dat zij vrijwillig één van verlangen willen zijn met Hem. Dit 'tonen' gebeurt veel duidelijker door offers en een hele levenshouding dan door woorden.
  • De mensenzielen zijn door Jezus vanaf het Kruis aan Maria gegeven, dit wil zeggen: Hij heeft de zielen van alle tijden onder de hoede van Zijn Moeder gesteld. Opdat Maria deze taak als Hoedster en Leidster waarlijk moge kunnen vervullen, moet Zij een onbegrensde macht over de zielen kunnen uitoefenen. God is daarbij zo ver gegaan, dat Hij Zijn hoogst verheven Meesterwerk (Maria) de macht heeft geschonken om zielen van binnenuit volledig te 'hervormen', met andere woorden: deze zo tot ontplooiing te helpen brengen dat zij hun volledig potentieel aan heiliging tot ontwikkeling kunnen brengen. Om dit concreet te kunnen volbrengen, is het nodig dat Maria het gedrag van de mensenzielen volkomen in Haar macht kan hebben.
    De vrije wil van de mens kiest zelf, maar deze keuze heeft ernstige gevolgen: De mensenziel is slechts op aarde om zich volkomen te heiligen en daardoor een positieve bijdrage tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan te leveren. Wanneer de ziel zich dus niet onder de macht van de Koningin des Hemels stelt, verzuimt zijzelf deze door God Zelf ten bate van haar heiliging aangeboden weg naar volledige ontplooiing en naar een vruchtbaar leven.
    Vanuit deze hoek beschouwd, kan worden gezegd: De mensenziel zou de machtigste partij kunnen lijken, daar zij alles vrij kan kiezen. De ware macht heeft echter de Koningin des Hemels, Meesteres van alle zielen, want in wezen kan Zij het eeuwig lot van elke ziel in hoge mate helpen bepalen.

In de eerder in dit punt geciteerde zin uit gebed 340 wordt aan de krachten der duisternis bevolen, hun machteloosheid te belijden in het Licht van het Kruis en aan de voeten van de Moeder Gods. In dit bevel wordt de duivel reeds aan zijn uiteindelijke bestemming herinnerd: in het uur van de grondvesting van Gods Rijk op aarde onder de voeten van de Moeder Gods te worden vernederd en onwerkzaam te worden gemaakt. Maria had hem van in den beginne aan Haar voeten, daar hij tegen Haar helemaal niets vermocht: Elk van zijn pogingen om Haar tot een zonde of zelfs tot een relatief kleine ondeugd te verleiden, sloeg stuk op de klippen van Haar volmaakte Liefde en Haar onverzettelijke Wil om niet in het geringste van Gods Wet af te wijken. Maria was de volmaakte Belichaming van Gods ideaalbeeld van de mensenziel: vlekkeloos heilig. 'Heilig' betekent: in staat om Heil te bekomen of te helpen ontsluiten, en derhalve bij te dragen tot de verwezenlijking van Gods Heilsplan.

In het uur waarin de Hemelse Meesteres de duivel definitief onder Haar voeten zal verpletteren, zal deze daad geen deel meer uitmaken van Haar persoonlijke strijd tegen de duivel (zoals dit gedurende Maria’s leven op aarde het geval was), doch zal zij worden voltrokken in vertegenwoordiging van alle mensenzielen, als teken dat de mensheid dan naar de door God voorziene staat van heiligheid wordt teruggevoerd. In dat uur wordt Maria ten volle 'de Vrouw' zoals God deze bedoelde in het Boek Genesis én in de zin waarin Jezus Haar bedoelde toen Hij Haar aansprak als 'Vrouw': De Vrouw die is voorbestemd om als de belichaamde zondeloosheid de bron der zonde, de satan, met zijn hele gevolg en al zijn werken zichtbaar onder Haar voeten te verpletteren, in vertegenwoordiging van alle zielen die zich via Haar totaal aan God zullen hebben gegeven.

15. De vrees van de satan voor alles wat aan Maria’s voeten ligt

In gebed 265 (geschreven in maart 2001) wordt gezegd: "Alles wat aan Uw voeten ligt, wordt door de duivel gevreesd". Deze uitspraak drukt een bijzondere Waarheid uit, in dewelke zich een groot element van de macht van de Meesteres van alle zielen verbergt. Wat ligt aan Maria’s voeten? God heeft alles aan Haar voeten gelegd, want Zij is oneindig ver boven alles buiten God verheven. Niettemin kan de macht van de Koningin des Hemels over de duivel en zijn werken slechts concreet worden uitgeoefend in de mate waarin mensenzielen daadwerkelijk aan Haar voeten liggen, en wel uit hun eigen vrije wil. Geen mensenziel is tot een door God of door Maria afgedwongen of opgelegde slavernij voorbestemd. Ik verwijs graag naar de rubriek Liefdesslavernij, in het menupunt Toewijding aan Maria.

Zoals de Meesteres van alle zielen mij reeds vanaf de eerste dagen van mijn roeping tot een leven in Haar uitsluitende dienst demonstreerde, ontplooit het een heel bijzondere kracht tegen de duisternis, wanneer de ziel zo vaak mogelijk en zo lang mogelijk letterlijk aan Maria’s voeten neerknielt. Nog veel belangrijker is echter de levensstijl door dewelke de ziel in de spirituele zin ononderbroken aan de voeten van de Koningin des Hemels ligt: deze van de totale, onvoorwaardelijke en levenslang in alle details van het dagelijks leven actief toegepaste toewijding aan Maria. Waarlijk beleefde toewijding aan Maria is het verbond door hetwelk de ziel zich met haar hele wezen en haar hele leven aan Maria weggeeft. Alles wat zij is en heeft, alles wat zij doet, denkt, zegt, voelt en wil, en wat zij heel bewust nalaat, wordt aan Maria aangeboden, opdat de Moeder Gods dat alles moge inzetten in de strijd tegen de duisternis. De effecten van de totale toewijding aan Maria vormen een buitengewoon machtig Goddelijk Mysterie, zoals de Meesteres van alle zielen reeds in vele geschriften heeft laten aantonen.

In visioenen was de Meesteres van alle zielen bij herhaling zo genadig, te tonen hoeveel de zelfvernedering van een mensenziel aan Haar voeten de duivel kost. Hij koestert een zeer grote vrees voor elke daad van zelfvernedering van een mensenziel aan de voeten van de Koningin des Hemels, omdat dergelijke daden hem tekenen stellen voor de macht van de Meesteres van alle zielen over een dergelijke ziel, deze daden Maria’s macht verheerlijken, en een dergelijke verheerlijking ertoe leidt dat Zij Haar onbegrensde macht over alle zielen (met inbegrip van de duivels) nog nadrukkelijker tot uitdrukking kan brengen.

Zo is de mensenziel de sleutelfiguur in het hele heilsgebeuren:

  • In de strijd tussen Licht en duisternis, tussen God en de duivel, tussen Maria en de helse slang, gaat het om de mensenziel;
  • De mensenziel kan de macht van de duivel over de wereld en de zielen versterken door voor hem te kiezen, zijn werken te doen (door in een hoge mate in te gaan op bekoringen, verleidingen en misleidingen, met andere woorden door zonder veel weerstand telkens weer te zondigen), en door zijn werken ook te verheerlijken door al het wereldse in het middelpunt van haar belangstelling en van haar handelen, denken en bestreven te stellen;
  • De mensenziel kan de macht van de duivel echter evenzeer aan banden leggen door zich met volharding te verzetten tegen de bekoringen, de wereld en zijn normen en dwaalwegen zo weinig mogelijk te volgen, en zich in te zetten om haar leven te laten worden tot een weg van heiliging. De mensenziel kan de macht van Maria, die hoe dan ook onbegrensd is (omdat de Wil van de Koningin des Hemels volkomen identiek is met de Wil van God), tot een daadwerkelijke almacht over de duivel laten worden, wanneer zoveel mogelijk zielen zich in totale, in de praktijk van het dagelijks leven ten volle beleefde en toegepaste toewijding aan Maria restloos met hun hele wezen en hun hele leven aan de Koningin des Hemels weggeven.
    Precies daarom zei de Meesteres van alle zielen ooit dat de zielen de wereld in een oogwenk uit de klauwen van de duivel zouden kunnen helpen bevrijden door zich aan Haar voeten neer te werpen en Haar onbeperkt over hen te laten heersen. Maria zou daardoor de kans krijgen om Haar macht te gebruiken voor de uitroeiing van alle kwaad en van elke duistere neiging in de zielen, daar Zij Haar eigen Hart tot heerser in het hart van de mensenziel kan laten worden in de mate waarin deze ziel zich totaal aan Haar innerlijke leiding overgeeft.

De Meesteres van alle zielen laat erop wijzen dat elke daad van verheerlijking van Haar macht en verhevenheid voor de duivel vreeswekkend is, omdat dergelijke daden worden omgezet in genaden die zich ergens ter wereld tegen een werk van duisternis keren.

Ik verwijs op deze plaats graag naar de buitengewone genade die de zielen werd geschonken in het visioen dat is gepubliceerd als Speciale Openbaringen > Belijdenis van een duivel op bevel van de Allerheiligste Maagd Maria.

16. Actieve strijd tegen de duisternis

De Koningin des Hemels is zo machtig dat Zij door één enkel woord, door één enkele wenk, door één enkele blik een ziel uit de dreiging van een heel leger van duivels zou kunnen bevrijden. Desondanks vraagt Zij van de ziel een actieve medewerking in de strijd tegen alle duisternis. Dit heeft diverse redenen.

Ten eerste moet de ziel door haar medewerking aantonen dat zij waarlijk bereid is om haar vrije wil in te zetten om zich van alle duisternis af te wenden en zich naar Gods Licht toe te keren.

Ten tweede zou het voor de ziel niet verdienstelijk zijn indien zij zich door de macht van de Koningin des Hemels uit de kerker van haar duisternis zou laten 'ontvoeren'. De ziel mag nog zo zwak zijn, zodra zij haar vaste wil toont om voor God en tegen het wereldse, respectievelijk tegen de bekoring en de zonde te kiezen, komt de Moeder Gods haar tegemoet. Wanneer tien stappen moeten worden gezet, wordt van de ziel de eerste stap verwacht. Deze geldt als bevestiging van de inzet van de vrije wil voor het juiste doel. Indien de ziel na deze eerste stap nog steeds bereid is, zelf mee te werken aan de voltooiing van haar eigen Verlossing, komt de genadewerking op gang. Hoe dit merkbaar zal worden, kan geen mens vooraf weten.

De meest doeltreffende wijze om voor een ziel een duurzame bekering of een volhardende keuze ten gunste van haar heiliging te bekomen, bestaat voor de Koningin des Hemels hierin, deze ziel niet eenvoudig door Haar Hemelse macht boven zichzelf uit te tillen, doch de ziel zo te onderrichten en haar zo bij haar innerlijke omvorming te helpen, dat deze ziel actief aan haar bevrijding deel kan hebben. Zo werkt God in alle omstandigheden, want:

  • precies daarin ligt ook de ware macht van een bewust en actief beleefde toewijding aan Maria: De ziel geeft zich vrijwillig aan Haar;
  • precies daarin ligt de ware Verlossing: Jezus heeft de Verlossing vrijgekocht, maar elke ziel moet deze voor zichzelf ontsluiten, met andere woorden: De Verlossingswerken van Christus zijn het zaad, de ziel zelf moet dit zaad in zich tot rijping brengen. Vele christenen vergeten dit steeds weer. God dringt niemand iets op, ook niet Zijn genaden.

17. Maria als Geneesmiddel tegen alle bekoring

Maria is het Geneesmiddel tegen alle bekoring. Dat kan de ziel ondervinden in de mate waarin haar Liefde tot de Koningin des Hemels groeit. Naarmate de ware, onzelfzuchtige Liefde in het hart oplaait, verliest de bekoring als het ware haar aantrekkingskracht. Volgens de mate waarin een ziel de Moeder Gods bijzonder liefheeft, zal deze Liefde er deze ziel van weerhouden om datgene te doen waarvan zij weet, dat Maria het niet graag heeft of dat Zijzelf het nooit zou doen. Precies daarom is een echt inzicht in de deugden en ondeugden en in Gods verwachtingen jegens de zielen, evenals een basiskennis over de gesteldheden van de Moeder Gods Zelf en over de wijze waarop Zij als Mens op aarde leefde, zeer nuttig, indien al niet noodzakelijk.

Om deze reden geeft de Meesteres van alle zielen al Haar geschriften in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven. Doordat deze Wetenschap een volledig sluitend systeem vormt, kan zonder meer worden gezegd dat alle Myriam-geschriften precies de kennis overbrengen, die de zielen in staat moet stellen om niet slechts goed van kwaad te onderscheiden, doch ook precies aan te voelen om welke redenen een bepaald gedrag of een bepaalde ingesteldheid spiritueel vruchtbaar is, of juist niet. Concreet betekent dit dat de Wetenschap van het Goddelijk Leven erop is gericht, zielen naar een steeds zuiverder ervaren en toepassen van de Ware Liefde te leiden.

Dat alles is heel nauw met elkaar verbonden. Telkens de ziel toegeeft aan een bekoring, stelt zij daardoor een persoonlijke bevrediging boven een strikte naleving van Gods Wet. Het ontbreekt haar derhalve op dat ogenblik aan Ware Liefde tot God en tot Zijn Werken. Zodra deze Liefde groter wordt dan de neiging om een eigen behoefte te bevredigen, geeft de ziel niet toe aan de bekoring. Zo kan worden gezegd dat de Liefde volkomen is wanneer de ziel in zich niet meer de geringste neiging voelt om te zondigen of toe te geven aan bekoringen. De mate waarin de ziel ertoe neigt om toe te geven aan bekoringen, is derhalve een graadmeter voor de mate waarin in haar de Ware Liefde tot ontwikkeling is gekomen.

Het is buitengewoon verdienstelijk, op het ogenblik van een bekoring tot Maria te zeggen: "Om Uwentwil doe ik dit niet", of "Uit Liefde tot U doe ik dit niet", of "Uit Liefde tot U geef ik niet toe aan deze neiging". Een dergelijke instelling is ware toewijding, en vormt een versterving die de groei op de weg naar de heiliging in de hand werkt. Zelfs het overwinnen van een kleine bekoring is in Gods ogen iets groots, omdat Hij weet dat dit van de ziel soms een grote zelfoverwinning vergt. Een dergelijk moment is zoals een geslaagde aanval op de burcht van de duivel en het terugdringen van de grenzen van zijn rijk in de ziel.

Waarlijk beleefde toewijding aan Maria is een ingesteldheid die in diverse opzichten kan worden vergeleken met de gesteldheid die men in zich kan waarnemen wanneer men verliefd is: De ziel verlangt naar de geliefde, en verlangt naar niets méér dan naar de eenheid van hart. Zij wil absoluut zijn zoals de geliefde, omdat zij nu eenmaal de hele wijze van zijn van de geliefde diep vereert en omdat zij hem/haar absoluut wil behagen. Iets gelijkaardigs voltrekt zich in de ziel die zich uit zuivere Liefde helemaal aan Maria heeft weggegeven: Zij wil precies zijn zoals Maria was, respectievelijk is, en doet er alles aan om Haar in alles te behagen. Zodra deze aandrift het hele wezen beheerst, keert de ziel zich van de ene verkeerde neiging na de andere af, want steeds weer stelt zij vast: "Maria zou dit niet bevallen, Zij zou dit nooit doen, Zij zou nooit zo reageren, Zij zou nooit zo denken, Zij zou nooit zo spreken...". Wanneer deze ingesteldheid op de juiste wijze wordt beleefd, leidt dit op zekere dag tot de dood van de bekoringen in de ziel.

18. De definitieve overwinning op de zonde

Het aanbieden van goedmaking voor de zonden, misstappen of nalatigheden van het eigen leven is heel krachtig, omdat de ziel daardoor jegens God tot uitdrukking brengt dat zij betreurt, ooit van Zijn Wetten te zijn afgeweken. Eigenlijk betekent dit dat de ziel zou willen dat zij haar leven lang nooit zou hebben gezondigd. Indien dit besef waarlijk oprecht wortel schiet in het hart, komt dit voor de duivel neer op een vernedering.

Een goedmaking ontplooit een werking die groter is naarmate de ziel volhardt in de wil om de zonden van haar verleden niet meer te begaan. Het nalaten van de zonde is een kwestie van het afsmeken en inbouwen van een Goddelijke genade. De erfzonde heeft de mensenziel erg verzwakt. Daardoor is de strijd tegen de duisternis zeer hard, vergt hij zeer veel van de ziel, en is het alles behalve vanzelfsprekend dat de ziel hem zou winnen. De Meesteres van alle zielen heeft steeds benadrukt hoe belangrijk het is dat de ziel deze strijd niet op eigen kracht zou trachten te voeren, doch Haar dagelijks om bescherming en steun zou smeken, daar Zij door God is geroepen om de kop van de duivel te verpletteren, samen met Haar dienaren.

Succes in de strijd tegen de dagelijkse bekoringen en de vele vormen van beïnvloeding vanwege de wereld is niet zozeer een kwestie van heldendom op bepaalde dagen, doch louter een kwestie van versterking en ontplooiing van alle innerlijke gesteldheden van deugdzaamheid, van de geringste tot en met de grootste. Men zou zich deze innerlijke wederopbouw kunnen voorstellen als het optrekken van nieuwe muren in de ziel, waarbij het cement van de eigen volhardende wil tot het goede voortdurend met het water van de genade moet worden vermengd. Zonder dit water blijven de nieuwe muren geen dag lang overeind. God weet dit, en precies daarom schenkt Hij ons de Meesteres van alle zielen met Haar Hemelse onderrichtingen, die ons de mysteries van onze ziel ontsluiten en de handleiding bieden, volgens dewelke wij onze muren kunnen en moeten vernieuwen. Op elke bladzijde van deze handleiding – die de titel Wetenschap van het Goddelijk Leven draagt – staat geschreven dat de ziel dit nauwelijks kan zonder de Koningin des Hemels.

De Meesteres van alle zielen mag nog zo machtig zijn, zonder de oprechte en actieve medewerking van de ziel mag Zij niets concreets doen. Zij heeft alles nodig wat de ziel Haar kan geven: haar wezen, haar leven, haar wil (dit betekent concreet: haar eigen verwachtingen, verlangens en voorstellingen), zelfs het berouw over de fouten van haar hele leven. Zodra dit alles in Haar macht is, kan Zij beginnen, de slang in de ziel te vertrappen. Ontelbare helse slangen zijn reeds ten prooi gevallen aan Haar machtige voeten. De grote slang zal als laatste onder de macht van deze voeten bezwijken. Dit zal echter pas worden volbracht nadat vele zielen zich aan de voeten van de Meesteres van alle zielen zullen hebben neergelegd zoals een tapijt van verheerlijking in afwachting van bevrijding uit de tirannie van de duisternis. 'Afwachting' mag daarbij niet worden begrepen als een passieve toestand, doch als een geduldige beleving van alle situaties van het leven in een gesteldheid van actieve inzet voor de voltooiing van alle Werken van Liefde die God gedurende het leven van de ziel via haar wil voltrekken.

19. Goedmaking van duisternis uit het verleden van de hele mensheid

De Hemelse Meesteres wees er reeds meermaals op, welke bijzondere waarde de goedmaking van elke uiting van duisternis uit het verleden heeft. Het begrip 'goedmaking' herinnert er reeds aan, dat iets 'niet goed was', dit wil zeggen: niet was zoals Gods Wet het zou willen hebben. Gods Wetten zijn om goede redenen zoals zij zijn, omdat zij vruchten van de onfeilbare Eeuwige Wijsheid en Eeuwige Liefde zijn, die erop zijn gericht, alles zo te regelen dat bij volkomen naleving van de voorschriften de Schepping naar haar oorspronkelijke staat kan terugkeren. Zo zijn uitsluitend en alleen de mensenzielen er schuldig aan, wanneer duisternis en ellende de voornaamste kenmerken van de wereld lijken te zijn en te blijven: Deze duistere ontwikkelingen en toestanden komen slechts voort uit de zonde, dit wil zeggen, uit elke afwijking ten aanzien van Gods Wet van Liefde.

Om deze reden houdt goedmaking steeds verband met het feit dat een toestand van gebrek aan Liefde wordt gecompenseerd door het aanbieden van Liefde in één of andere vorm. Een ziel begaat een zonde, zij (of een andere ziel) biedt iets aan dat door God kan worden aanvaard als een akt van Liefde: gebeden, handelingen of woorden van Liefde of naastenliefde, boetedoening, toewijding van lijden of van een hele levensweg, een eerbiedige omgang met een Sacrament, zelfs de offerande van het eigen hart.

De offerande van het eigen hart komt neer op het weggeven van alle hartenpijn en van het hele potentieel aan Liefde die de ziel ook maar enigszins kan opbrengen. Dit alles is niets anders dan een uitwisseling van Licht tegen duisternis. Bijzonder machtig zijn dergelijke offeranden wanneer de ziel daarbij een beroep doet op de grootste genadegaven van God: het Kruis van Christus, de Wonden en het Bloed van Christus, de Smarten van Maria, Haar Onbevlekte Ontvangenis.

Wat is gebeurd, is gebeurd, daaraan kan niets worden veranderd. Niettemin zou God geen God van Liefde zijn, indien Hij niet de gelegenheid had voorzien om de effecten van alle duistere dingen te verzwakken, respectievelijk deze te compenseren. Dat is precies wat elke ziel kan doen, met de eigen misstappen uit haar hele leven. Dit is de eerste stap tot zuivering van de eigen ziel en van de levensweg, waarop als het ware alle stenen en glasscherven worden verwijderd en door bloemen worden vervangen. God houdt niet van een woestenij, Hij geeft de voorkeur aan bloemen, die immers symbolen zijn voor het Leven. Voor Hem is het echter veel verheugender wanneer Hij niet Zelf uit het niets moet scheppen, doch de 'bouwmaterialen' voor deze Scheppingsdaad Hem door mensenzielen in handen worden gegeven, bij voorkeur via Zijn vereerde Koningsdochter, de Meesteres van alle zielen.

De ziel kan de duisternis uit haar eigen leven compenseren door een radicale oprechte ommekeer in haar innerlijke gesteldheden om voortaan zichzelf van harte achterop te stellen bij de dienst aan God en aan al haar medeschepselen. Bovendien is het goed, de offers, kruisen en beproevingen van het leven eveneens van harte te leren dragen met het uitdrukkelijk verlangen dat deze iets mogen goedmaken van de onmetelijke duisternis die de mensheid doorheen de geschiedenis van de wereld over de Schepping heeft afgeroepen. Duisternis kan uitsluitend en alleen worden gecompenseerd door oprechte, onvoorwaardelijke, volledig onzelfzuchtige Liefde en dienst jegens God en jegens alle medeschepselen.

20. De bron van al het negatieve

Heel vaak wordt achter de gebeurtenissen in de eigen geest en het eigen hart niet de activiteit van de duivel vermoed. Naar de duivel wijzen als bron van al het negatieve, mag nooit betekenen dat de mensenziel niet zelf verantwoordelijk zou zijn voor haar negatieve ingesteldheden. De ziel doet iets verkeerds omdat zij haar vrije wil niet heeft ingezet om het niet te doen. De duivel is weliswaar de inspirerende kracht achter elke slechte handeling, elk slecht woord, elke slechte gedachte en elk slecht gevoel, maar niettemin ligt precies daar een permanente opgave voor de ziel: Het hele leven is in alle details waaruit het is opgebouwd, één ononderbroken strijd tegen bekoringen, tegen alles wat naar boven komt en de ziel kan aanzetten tot iets dat haar heiliging en de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen niet ten goede komt.

Precies om deze reden is het zeer belangrijk dat elke ziel zichzelf voldoende kritisch zou observeren om haar eigen zwakheden en verleidbaarheden bloot te leggen. Slechts zo kan zij als het ware de scheuren in haar muren ontdekken, via dewelke de helse slang steeds weer binnensluipt in de burcht in dewelke God de kiem van haar heiligheid heeft gelegd.

Even belangrijk is het, het eigen geweten te onderzoeken. Dit regelsysteem, door hetwelk de ziel bij normaal (dit wil zeggen: in overeenstemming met Gods Plannen) functioneren wordt gewaarschuwd voor elke afwijking ten aanzien van Gods verwachtingen, kan buiten dienst worden gesteld. Dit gebeurt gemakkelijk wanneer de ziel ertoe neigt, zich door werelds denken en beschouwen te laten leiden. De normen en regels van het werelds leven wijken heel vaak af van deze, welke God in het geweten heeft ingebouwd. Gevaarlijk wordt het pas echt wanneer de ziel veel waarde hecht aan de meningen van haar medemensen, en er haar veel aan gelegen is, wat anderen over haar zeggen en denken, met andere woorden: wanneer een mens belangrijk, interessant en groot wil lijken in de ogen van haar medemens.

Laten wij bedenken dat ook daarin een list van de satan verborgen ligt: De meeste zielen zijn er zeer gevoelig voor, hoe hoog zij bij anderen 'scoren', hoe zij worden geëvalueerd, hoe zij overkomen. Zo incasseert elke ziel vroeg of laat iets van de gesteldheden van de wereld, die niet in overeenstemming zijn met Gods Wetten. Ontelbare zonden worden begaan doordat de zondigende ziel zich verbergt achter de meningen en opvattingen van anderen. Daar een meerderheid van de zielen God niet meer in het middelpunt van het leven stelt, loert daar een bijzonder groot gevaar voor het Heil van talloze zielen. Zeer veel zielen verlaten de smalle weg van de deugd doordat zij niet meer 'anders' durven zijn dan de meerderheid, respectievelijk doordat zij op zekere dag over zichzelf tot het oordeel komen dat zij 'niet normaal' zouden zijn. De Meesteres van alle zielen waarschuwt ervoor dat de ziel die zich achter de 'meerderheid' verbergt, in het uur waarin God over haar voorbije leven zal oordelen, helemaal alleen voor God en Haar (Maria) staan, zonder diegenen bij wier opvattingen zij hun gedrag telkens opnieuw hebben aangepast.

Gebed om bescherming tegen de duisternis wordt waardevoller naarmate de ziel méér verlangt naar een groeiend vermogen om zich in haar gedrag evenals in haar innerlijk leven uitsluitend door Gods verwachtingen te laten leiden. Concreet betekent dit een steeds kleiner wordende neiging om zich door reacties vanwege haar medemensen te laten verontrusten. De gesteldheid waarin de ziel zich door wereldse opvattingen niet gemakkelijk meer uit haar lood laat slaan, kan worden bestempeld als 'de Vrede van Christus': In deze gesteldheid ervaart de ziel haar innerlijke atmosfeer zo, als zou zij eindelijk 'thuis aangekomen' zijn, in Gods tastbare Tegenwoordigheid.

21. Reiniging van zonden

Gods Barmhartigheid heeft het Sacrament van de Biecht voorzien, opdat de ziel zich na elke misstap opnieuw met de door deze misstap 'gekwetste' God zou kunnen verzoenen. God dringt de ziel niets op, omdat dit in overtreding zou zijn met Zijn Wet, die de onschendbaarheid van de vrije wil van de mens heeft voorzien. God heeft Zijn schepselen als vrije wezens gewild, omdat het wezen slechts in de vrijheid het Plan dat voor hem is voorzien, zodanig vorm kan geven en kan verwezenlijken, dat het daarbij verdiensten kan verzamelen. Slechts de vrijheid stelt de ziel in staat om God te bewijzen dat zij uit zichzelf voor God, Zijn Liefde en Zijn Wetten kiest. Het zijn de verdiensten die de ziel op basis van haar beslissingen verzamelt, die de ziel de Eeuwige Gelukzaligheid moeten opleveren.

Zo dringt God de ziel zelfs niet eens Zijn genaden op. Wanneer de ziel er vrij voor kiest om zich bij God te verontschuldigen voor het feit dat zij Hem niet in alles is gevolgd, toont zij daardoor op eigen initiatief aan, dat haar aan Zijn Liefde iets gelegen is. Dat is belangrijk, want uiteindelijk wordt elke ziel geoordeeld volgens de mate waarin zij de Ware Liefde heeft liefgehad, of anders uitgedrukt: volgens de mate waarin zij de Liefde als leidende ster van haar leven in haar hart heeft gesloten.

Wanneer men zich de zonde voorstelt als een bosje onkruid, zou men de Biecht kunnen vergelijken met een ontworteling van dit bosje: Na de oprechte, rouwmoedige Biecht, de absolutie en de vervulling van de penitentie is het bosje weg. Niettemin blijven nog sporen achter: Na verwijdering van het bosje is immers een stukje grond van de ziel opengebroken, respectievelijk beschadigd, zodat de ziel nog steeds onder de gevolgen van de vroegere aanwezigheid van het onkruid kan lijden. Zo kan zelfs na vele Biechten de ziel er enigszins uitzien als een grond uit dewelke vele bosjes onkruid zijn gewied: Het onkruid is weliswaar weg, doch de grond is op vele plaatsen 'verwond'.

Handelingen kunnen snel worden gesteld, woorden snel gesproken, gevoelens en verlangens soms slechts kortstondig gekoesterd, doch dat alles kan een nasleep hebben die de ziel haar hele leven lang achtervolgt. Sommige zielen haten zichzelf een leven lang om iets wat zij ooit hebben gedaan of gezegd. Dergelijke levenslange pijnen komen vaak voor. Zij woelen de ziel als het ware voortdurend om, en kosten haar niet zelden een groot gedeelte van haar vruchtbaarheid voor Gods Werken.

Hoe werkt de ziel ook de sporen van haar zonden en misstappen weg? Door alles wat elk gebrek aan Liefde uit haar leven kan compenseren: gebeden, boete, verstervingen, toewijding die zo volkomen mogelijk in de praktijk wordt beleefd, eerbiedig gebruik van de Sacramenten, daadwerkelijke goedmaking, volhardende toepassing van alle deugden.

De totale, onvoorwaardelijke en waarlijk in de praktijk beleefde en toegepaste overgave aan Maria kan een ziel heel diep reinigen en genezen, omdat de Koningin des Hemels Gods Liefde en genaden op maat gesneden naar elke individuele ziel kan brengen. Ooit vergeleek de Meesteres van alle zielen Zich met een veelkleurig glas, door hetwelk de zonnestralen in een kamer naar binnen schijnen. De mens die recht in het zonlicht kijkt, zal worden verblind. Wanneer hij echter kijkt naar de kleurenpracht, die op de vloer van een kamer wordt getoverd wanneer zonlicht doorheen veelkleurig vensterglas in de kamer binnentreedt, wordt hij niet verblind, doch in verrukking gebracht door een onbeschrijflijke streling voor het oog, die zijn hart helemaal ontsluit. Het zonlicht wordt dan zonder klachten, doch integendeel vol verrukking en met uitgesproken positief effect in de ziel opgenomen. Zo kan de Meesteres van alle zielen Zich zoals een filter tussen God en de ziel opstellen, zodat de ziel de genaden die naar haar toevloeien, effectief in zich kan opnemen.

Een dergelijke werking voltrekt de Koningin des Hemels in alles wat Zij in de Haar toegewijde zielen mag volbrengen, ook op het gebied van de diepe zuivering na de zonde. Maria is het grootste Mysterie van God. Over dat Mysterie worden ons thans in de Wetenschap van het Goddelijk Leven bladzijden geopend, die voordien verzegeld of versluierd waren.

22. Maria als Schild tegen de duisternis

Naarmate de ziel de Koningin des Hemels in haar hart sluit, zal zij tekenen ontvangen voor het feit dat er sprake is van een overvloeiing van gesteldheden, punten van voorkeur en afkeer, enzovoort, vanuit de Hemelse Meesteres in de ziel. Maria wordt als het ware tot een Hemels kleed waarin de ziel wordt gehuld. In zekere zin kan de ziel het zo ervaren alsof in haar een ander hart zou kloppen, of nog nauwkeuriger uitgedrukt: alsof haar hart volledig heropgebouwd zou worden. In de meest uiteenlopende opzichten kan het haar geleidelijk aan (of plotseling) voorkomen alsof vele dingen uit de wereld niet meer tot haar doordringen: Zij neemt deze waar, doch zij raken of interesseren haar niet echt meer. Het gaat daarbij nogmaals om een opmerkelijke uiting van de hervormende (herscheppende) werking van de Meesteres van alle zielen.

Maria als Schild. In deze hoedanigheid verenigen zich in Haar twee aspecten van Haar roeping jegens de zielen: deze van de Moeder jegens Haar kinderen, en deze van de Meesteres jegens diegenen die onder Haar hoede maar ook onder Haar leiding zijn gesteld. Wanneer de ziel zich totaal aan Maria weggeeft, maakt zij zich vrijwillig tot Maria’s bezit en eigendom. Dit maakt ten volle deel uit van het verbond van de totale en onvoorwaardelijke toewijding, dat uiteindelijk slechts beoogt dat de ziel zich met haar hele wezen en haar hele leven onbeperkt ten dienste van Gods Heilsplan zou stellen.

Bezit en eigendom van de Koningin des Hemels zijn, onder Haar heerschappij en macht staan, is helemaal geen beperking van de persoonlijke vrijheid, wel integendeel: Het is de weg naar de ware vrijheid van de ziel, die pas dan waarlijk onder deze oppermachtige bescherming tegen alles staat, wat de ziel en haar Heil bedreigt. Laten wij nooit vergeten waar het bij bekoring in wezen om gaat: Bekoring is elke poging vanwege een duistere kracht om de ziel ertoe te brengen, iets te doen, te zeggen, te denken, te voelen of te willen, dat de ziel van God zal verwijderen, of iets niet te doen, te zeggen, enzovoort, dat haar dichter bij God kan brengen wanneer zij het zou doen, zeggen, enzovoort. De Meesteres van alle zielen kan de ziel beschermen tegen elke bekoring, doordat Zij:

  • alle macht over de duivel bezit, en Zij deze macht kan uitoefenen in de mate waarin de Wet van Gods Gerechtigheid dit onder bepaalde omstandigheden mogelijk maakt;
  • alle Wijsheid en alle kennis bezit die nodig zijn om zowel de strategieën van de duivel als de zwakheden van de mensenziel en de effecten van elk gedrag in het kader van Gods Heilsplan volkomen te doorgronden;
  • ertoe geroepen is, de zielen zo om te vormen en zo te onderrichten, dat zij voor de strijd tegen de duisternis gewapend zijn.

Eén ding mag de Moeder Gods niet doen: Zij mag in wezen de ziel niet tegen elke bekoring beschermen, daar Zij in dat geval de ziel van elke verdienste zou beroven. Niets is immers vruchtbaarder voor de ziel dan een gewonnen strijd tegen een element van duisternis op haar levensweg. Derhalve is de hoedanigheid van de Koningin des Hemels als Schild vooral zo te begrijpen, dat Zij het geweten van de ziel zo oefent en zo alert maakt, en Zij de ziel eveneens zo diep onderricht in de geheimen van deugd en ondeugd, dat de ziel niet meer onwetend in elke val loopt.

De Meesteres van alle zielen heeft absoluut de macht om de duivel te verhinderen om zelfs nog maar in de buurt van de ziel te komen. De grootste ontplooiing van Haar macht ligt evenwel veeleer hierin, dat Zij het vermag, zielen zo volgzaam te maken dat deze uit louter Liefde tot Haar vrijwillig tegen elke bekoring strijden, en wel onder het afsmeken van Haar macht. De ziel die zich zo totaal aan Maria toewijdt dat deze gesteldheid tot haar ware aard wordt, biedt God een verheerlijking die door niets wordt overtroffen. Uiteindelijk is het de oprechte Liefde van een ziel tot God, tot Gods Werken, tot Maria, en tot haar medeschepselen, die bepaalt in welke mate zij zich nog aan bekoringen uitlevert.

23. Strijd tegen de duisternis als gewilde inzet

Op 24 augustus 2006 zei MARIA: "Ik weet dat elke duivel op één teken van Mijn vinger aan Mijn voeten ligt, zo vaak en voor zo lang Ik het wil, en dat alle duivelen elk bevel uit Mijn mond gehoorzamen. Alles wat Ik wil, kan Ik hen laten doen. Ik heb de macht om de hele hel tegelijkertijd in een oogwenk aan Mijn voeten te ontbieden. Ik heb de macht, de duivelen te behandelen als Mijn gevangenen. Zij kunnen niet anders dan Mij gehoorzamen, hoe vernederend Mijn bevel voor hen ook moge zijn".

De Meesteres van alle zielen sprak deze woorden met de bedoeling, het feit te onderstrepen dat de duivel van nature tegen Haar helemaal niets vermag dat Zij niet wil, en zonder uitzondering alles moet doen wat het Haar zou believen, hem te bevelen. Voor de mensenzielen bergen deze woorden in zich een grote belofte, en vormen zij een onovertrefbaar teken van Hoop. Het leven op aarde kan ons er soms toe verleiden, ervan uit te gaan dat in het leven de duivel in alles zijn zin krijgt. De schijn is zeer bedrieglijk. God is de enige ware Heer van de Schepping, Maria is krachtens een Goddelijk Decreet Meesteres over al het geschapene. De engelen liggen aan Haar voeten, de duivelen zijn aan Haar macht uitgeleverd (wat zal worden bewezen in het uur waarin de satan waarneembaar onder Haar voet zal liggen), de mensenzielen zijn Haar gegeven. In deze laatstgenoemde categorie ligt echter de zwakke schakel van de ketting: De mate waarin de Meesteres van alle zielen een mensenziel daadwerkelijk kan leiden, wordt rechtstreeks bepaald door de mate waarin deze ziel haar vrije wil aan Maria overlevert en in alle situaties van het dagelijks leven concreet volgens deze overgave leeft.

De grote Hoop ligt hierin, dat de ziel van zeer veel duisternis kan worden bevrijd wanneer zij zich volkomen aan de Koningin des Hemels weggeeft. Er moet worden op gewezen, dat een zich steeds verder verdiepende toewijding aan Maria de ziel niet bevrijdt van bekoringen. Bekoringen en aanvallen vanwege het kwaad worden ook toegelaten jegens de ziel die zich volledig aan Maria weggeeft. Volgens de roeping van de ziel, volgens het Plan dat God voor het leven van de ziel heeft ontworpen, al naargelang de bedreiging die de duivel in de ziel ziet, en afhankelijk van datgene wat de ziel naar Gods opvatting moet doorstaan om haar vruchtbaarheid te vergroten en zich in bepaalde deugden te kunnen oefenen, kunnen bekoringen en aanvallen vanwege de duivel nu en dan zelfs nog toenemen.

Van groot belang is daarbij echter, dat de ziel naarmate zij in de beleving van haar toewijding aan Maria groeit, volkomen anders met haar bekoringen en haar beproevingen leert omgaan. Zij beschouwt deze niet langer als louter duisternis, doch beseft geleidelijk aan dat zij ook nieuwe kansen voor heiliging in zich dragen. Het verschil ligt vooral hierin, dat de ziel niet langer door de bekoring of de beproeving wordt verpletterd doordat zij zich in de strijd alleen voelt, doch dat zij van de Tegenwoordigheid van de Koningin des Hemels doordrongen is, en wel degelijk beseft dat de Liefde en macht van de Koningin volledig in het voordeel van de ziel werken. De Ware Liefde, de Ware Hoop en het rotsvast Geloof behoren tot de eerste vruchten van Maria’s werkzaamheid in de ziel die waarlijk klaar en bereid is om Haar toe te behoren.

De totale, waarlijk beleefde toewijding aan Maria brengt een onvermoede extra kracht in het leven. De waarlijk aan Maria toegewijde ziel voelt zich niet langer alleen in de zin waarin zij dit voordien in bepaalde omstandigheden soms voelde. Zij leeft dan als het ware steeds méér vanuit het Hart van de Moeder Gods. De Moeder Gods wist dat Zij ten overstaan van de duivel onvoorwaardelijk superieur was. Zij werd tijdens Haar leven op aarde talloze malen tot het uiterste door de duivel bekoord en aangevallen. Zonder uitzondering mislukte elk van zijn pogingen. Vanaf het ogenblik van Haar Onbevlekte Ontvangenis was Maria zijn Meesteres. Hij heeft dit ondanks alles nooit willen erkennen, doch zal het in het uur der Belofte moeten erkennen. De effecten van Maria’s onvoorwaardelijke en onbegrensde macht over de duivelen en al hun werken en plannen, kan de mensenziel echter slechts ervaren in de mate waarin zij zich vrijwillig en bewust totaal aan Maria overgeeft en zeer actief met Haar meewerkt aan het overwinnen van duisternis in elk detail van het leven, door actieve inzet voor de vervulling van Gods Wet van de Ware Liefde in elk detail van haar leven en in al haar contacten met medeschepselen.

24. Wat betekent 'almacht' in verband met Maria?

Opmerkelijk is voor sommige zielen zonder twijfel de term 'almacht' in verband met Maria. Dat deze term alles behalve een ketterij in zich bergt, heb ik reeds in verscheidene geschriften mogen aantonen, onder meer in De Dageraad van Gods Rijk op aarde en in Het miskend Paradijs, aldaar in het bijzonder in punt 3. De 'almacht' van de Koningin des Hemels is niet zoals de almacht van God een attribuut dat Zij van nature bezit, doch een eigenschap in de orde der Genade, wat betekent dat aan Haar macht en de uitwerkingen ervan daadwerkelijk geen grenzen zijn gesteld, en wel op grond van de volmaakte overeenstemming tussen de Wil van Maria en de Wil van God, omdat God Haar deze macht heeft laten toekomen als genadegeschenk. Zo is Maria daadwerkelijk almachtig gebleken over de duisternis, want in Haar heeft God een ziel geschapen, die elke bekoring van Haar leven in de praktijk van elk ogenblik en elke situatie heeft kunnen overwinnen.

Op gelijkaardige wijze is sprake van Maria’s 'Goddelijke volmacht over de gevallen engelen', waarmee de Koningin des Hemels erop laat wijzen, dat God Haar groen licht heeft gegeven in de strijd tegen de duisternis. Zonder een dergelijke 'volmacht' zou niet in de ware zin van het woord sprake kunnen zijn van een 'overwinning van de Vrouw over de helse slang'. Een dergelijke overwinning is slechts mogelijk wanneer Diegene, Die moet overwinnen, niet in Haar werkzaamheid en de effecten ervan wordt beperkt. Maria is door God aangesteld tot Leidster in de strijd tegen de duisternis in de Laatste Tijden, en heeft derhalve Goddelijke volmacht om de gevallen engelen als het ware 'in Gods naam te overwinnen'. Het is belangrijk dat de zielen zich deze volmacht van de Moeder Gods voor ogen houden, opdat zij zich met vertrouwen tot Haar zouden wenden wanneer het erom gaat, elementen van duisternis uit hun leven te verwijderen.

Van 'almacht' is bij Maria dus sprake in de zin van de feitelijke totale versmelting van Haar Wil met de Wil van God. God is almachtig van nature, daarom is Diegene Die absoluut één van Wil is met Hem, almachtig in de feitelijke uitwerkingen van al Haar vermogens, daar God Haar absoluut niets zal weigeren: Indien Hij ook slechts het geringste van Haar verlangens niet zou inwilligen, zou dit betekenen dat Hij in strijd zou zijn met Zijn eigen Wil, wat onmogelijk is. In deze zelfde zin is het te begrijpen wanneer de Meesteres van alle zielen reeds verscheidene malen liet schrijven dat voor de engelen elk bevel van Haar onvoorwaardelijk en onbetwistbaar geldt als een bevel van God Zelf.

Om deze reden oefent de Koningin van Hemel en aarde derhalve een feitelijke almacht uit, die slechts wordt begrensd door de vrije wil, de vrije keuzemogelijkheid, van de mensenzielen. Deze zelfde begrenzing geldt eveneens ten aanzien van de almacht van God Zelf: Ook Hij kan niet alles doorzetten volgens Zijn Wil, omdat Hij de mensenzielen de mogelijkheid heeft geschonken om in alle situaties hun eigen keuzen te maken. Wij kennen dit verschijnsel onder de benaming 'onschendbaarheid van de vrije wil van de mensenziel'.

25. Welke veranderingen veroorzaakt de zonde in de ziel?

1. Bij elke zonde komt een vlek op de ziel, zodat zij als het ware steeds minder Licht om zich heen verspreidt. Daardoor begint zij minder en minder op God te lijken en gaat minder kracht uit van alles wat de ziel doet: Haar gebeden, haar voorspraak, haar verheerlijkingen en lofprijzingen worden voor God minder aantrekkelijk en nodigen Hem minder uit om ze te verhoren, omdat deze ziel Hem heeft getoond dat haar wil niet volkomen één is met de Zijne. De schoonheid en aantrekkingskracht van de ziel wordt kleiner. Daardoor vermindert ook het nut, het 'gewicht' dat de ziel voor de verwezenlijking van Gods Plannen in de schaal kan leggen. Haar bijdrage tot de grondvesting van Gods Rijk wordt kleiner, en haar verdiensten voor de wereld en voor haar medemensen worden eveneens kleiner.

2. God zoekt Zijn Heilsplan te ontwikkelen via elke ziel, en wel via haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen. Hij doet dit door stromen van Liefde doorheen alle harten te sturen. Telkens wanneer een ziel een zonde begaat, worden deze stromen van Liefde onderbroken. Dit betekent dat de verwezenlijking van het gedeelte van Gods Heilsplan dat was voorzien om door tussenkomst van deze ziel te worden voltrokken, tijdelijk wordt gestaakt of verontreinigd. Bijgevolg draagt alles wat van de ziel uitgaat, niet langer Gods Liefde en zuiverheid in zich en wordt de 'betaalkracht' ervan tot goedmaking jegens Gods Gerechtigheid kleiner.

3. De zonde verontreinigt het venster van de ziel. Men kan zich dit als volgt voorstellen. God legt bij de schepping van de ziel Zijn Vuur in haar. Dit Vuur kan door de zonde niet zuiver branden en geeft rookontwikkeling. De ziel is derhalve minder goed in staat om Gods Licht (de leiding en inspiraties van de Heilige Geest) in zich binnen te laten. Daardoor worden de eigen handelingen en woorden en het innerlijk leven minder goed door Gods Wijsheid verlicht en wordt de eenheid met God verzwakt.

4. Door de zonde komt het geweten in een staat van onrust. De ziel krijgt onrust in het hart. Deze onvrede verzwakt haar verbinding met God, want slechts een hart in Ware Vrede heeft waarlijk contact met God. In deze gesteldheid van innerlijke onrust of innerlijke onvrede ('koorts' van de ziel) kan de ziel noch Licht om zich heen verspreiden noch handelingen volbrengen of woorden spreken die volkomen door Gods Geest zijn bezield. In deze toestand is de innerlijke ervaring een broedhaard van verbittering, ontevredenheid met zichzelf, gebrek aan levenslust en depressie: toestanden die de ziel tot een instrument van de satan kunnen maken.

5. Het bedrijven van een zonde trekt in de ziel een nieuw spoor, dat een herhaling van dezelfde zonde vergemakkelijkt. Zo wordt als het ware een nieuwe weg aangelegd. Het gevaar is groot, dat het onderbewustzijn dit nieuwe pad geleidelijk als een gemakkelijke vluchtweg gaat beschouwen en dat de ziel zich een gewoonte schept, die haar steeds minder alert maakt voor bekoring en dwaling en die de ziel geleidelijk aan minder bewust maakt van zichzelf, zodat de ziel op zekere dag geen weerstand meer heeft tegen de influisteringen vanwege het kwaad. Door elke zonde verwerft de satan nieuwe rechten op de ziel. Het is alsof de ziel door elke zonde een verbond met hem ondertekent.

6. De zonde schept in de ziel een toestand van ondervoeding, die erger wordt naarmate de zonden talrijker en zwaarder zijn. Dit komt doordat de ziel tijdens het begaan van een zonde wordt afgesneden van de Bron der Genaden.

Wij kunnen ons dit voorstellen als volgt: De ziel is een tak aan de boom die Christus heet. Deze tak wordt ononderbroken voorzien van het sap uit Gods bodem, en ontwikkelt op het juiste ogenblik bladeren en vruchten. Tijdens het zondigen staat de ziel toe, dat de grote vijand van Christus met een hakmes een kerf maakt op de plaats waar de tak aan de boomstam vastzit, zodat de saptoevoer wordt belemmerd, de tak minder voeding krijgt, ziek wordt, steeds minder bladeren krijgt en steeds minder vruchten voortbrengt, en in ernstige gevallen helemaal verdort en afsterft.

Door de zonde wordt het hele wezen van de ziel steeds meer naar het wereldse getrokken. Gevolgen zijn de verzwakking van het geweten, van het vermogen tot heiliging, tot vergeestelijking en tot onthechting.

7. Door elke zonde krijgt de ziel minder deel aan de stroom van de gezamenlijke verdiensten van alle zielen (zowel deze op aarde als deze in de Hemel en in het vagevuur). Deze verdiensten, die hun oorsprong vinden in gebeden, offers, boete, lijden, Liefde tot God en tot de naaste, in de volkomen beleefde toewijding en in de Heilige Missen, vormen samen met de eeuwige vruchten van het Kruisoffer van Jezus Christus, met de oppermachtige Voorspraak van de Allerheiligste Maagd Maria en met de tussenkomsten van de Goddelijke Barmhartigheid de oneindig vloeiende stroom der genade.

Overeenkomstig de Wet der Goddelijke Gerechtigheid geeft elke zonde de ziel minder recht op genade. Van deze regel kan God door een zeer grote tussenkomst van Zijn Barmhartigheid afwijken wanneer Hij dit voor de verwezenlijking van Zijn Plannen en Werken nuttig en noodzakelijk acht, doch Hij zal van de ziel één of andere goedmaking verwachten, in de vorm van bekering, berouw, aanvaarde beproevingen en uitingen van oprechte Liefde.

8. God tracht onophoudelijk in de ziel te leven en haar naar Zijn beeld en gelijkenis te kneden en te vormen. Door de zonde verliest de ziel tijdelijk Gods Tegenwoordigheid, omdat Hij niet in een atmosfeer van onzuiverheid kan wonen. Zo wordt Gods beeld in de ziel verminkt en moet God Zijn kneedwerk in de ziel herbeginnen.

9. Elke zonde schept een noodzaak tot goedmaking. De goedmaking bestaat in de eerste plaats uit berouw: Berouw is een eerste stap naar terugkeer naar de Liefde, en slechts de Liefde kan een nieuwe verzoening tussen de ziel en God brengen. Om daadwerkelijk vergeving te bekomen, moet de zonde in het Sacrament van de Biecht worden uitgesproken. Vervolgens is nog een goedmaking noodzakelijk, om het evenwicht in de Schepping te herstellen, dat door de zonde is verstoord, en deze goedmaking kan vele vormen hebben.

26. Op welke zwakheden in de zielen baseert de satan zijn strategie?

1. De genotzucht van de mens

  • De waarde van alle lijden, beproevingen, offers en boete wordt steeds meer verdrongen. De mens wil niet meer lijden, en de spirituele waarde van het lijden wordt niet meer begrepen. Het kruis is een aanstoot geworden. Elke pijn moet onmiddellijk worden verholpen. Gevolgen zijn onder meer het goedkeuren van euthanasie (lijden wordt als 'onmenselijk' beschouwd) en een massaal gebruik van pijnstillende medicijnen;
  • De seksuele teugelloosheid. De seksuele behoefte is één van de behoeften waarvan de satan zich het meest bedient. Gevolgen zijn alle erotische uitspattingen, zedeloosheid, pornografie, prostitutie, abortus, enz.;
  • Allerlei kunstmatig opgewekte lichamelijke en geestelijke ervaringen door het gebruik van alcohol, drugs, tabak, bepaalde medicijnen, bepaalde voedingsmiddelen, bepaalde televisieprogramma’s (erotisch prikkelende beelden, gewelddadige beelden, griezelbeelden, enz.);
  • Allerlei buitengewone 'kicks', opgewekt door roekeloos gedrag, luide en opzwepende muziek, enz.;
  • De uitgaansmogelijkheden, kunstmatig opgewekte gevoelens van zogenaamde vrijheid, waarbij de indruk wordt gewekt dat alles geoorloofd is, en de nacht tot dag wordt gemaakt. De mens praat zichzelf het gevoel aan, dat hij zich niet hoeft te storen aan bepaalde traditionele gebruiken, doch de meest uiteenlopende ongewone dingen moet uitproberen om 'zijn grenzen te verleggen' (de ervaring, 'volledig mens te worden').

2. De zelfzucht en de geldingsdrang van de mens
Hier staat de wieg van het geweld, kernelement van vele misdadige handelingen en bestrevingen. Geweld in al zijn vormen wordt gebruikt tot bevrediging van de behoefte van de onvoldoende liefhebbende mens om zich ten koste van zijn medemens te laten gelden. Deze gesteldheid is inderdaad mogelijk gemaakt door de verregaande verdrijving van de naastenliefde uit de mensenharten. De mens maakt zichzelf egoïstisch en is bereid om zijn medeschepsel te benadelen opdat hij het zelf schijnbaar beter zou hebben. Dit blijkt uit het feit dat de mens zijn lichamelijke (stoffelijke) behoeften als veel belangrijker beschouwt dan deze van zijn ziel, die nochtans het Eeuwig Leven bepalen.

3. De hebzucht van de mens
Deze vormt de bron van het materialisme in al zijn vormen. De mens wordt steeds méér ontevreden, hij wil steeds méér, maar situeert al zijn verlangens in het stoffelijk leven. Hoe verder de maatschappij zich ontwikkelt, des te meer schijnbehoeften voelt de mens. Al het materiële wordt verheven tot een afgod, om uiteindelijk de alles overkoepelende afgod van het 'ik' te dienen, en er volgt een steeds groeiende goddeloosheid, een steeds groeiende concurrentie, jaloersheid, nijd, afgunst. De mens wordt steeds ongelukkiger, want naarmate zijn materieel bezit toeneemt, wordt hij in de ziel armer, en voor elke behoefte die hij kan bevredigen, ontstaan er tien nieuwe, zodat de kloof tussen zijn begeerten en de werkelijke bevrediging steeds groter wordt. Het materialisme is met het ontstaan van de geldmaatschappij zeer sterk toegenomen. Geld was voorzien als ruilmiddel om de waarde van goederen onder elkaar te vergelijken. Het bezit van geld werd echter tot een doel op zich.

Het koortsachtig nastreven van winst in de ruil van goederen versterkt het commercialisme: De productie van goederen en hun verkoop zijn niet meer bestemd voor de werkelijke behoeften van de mens, integendeel, er worden kunstmatige behoeften geschapen, opdat steeds méér verkocht zou kunnen worden, en de kwaliteit van de producten wordt verminderd, opdat zo snel mogelijk nieuwe producten zouden kunnen worden gemaakt en verkocht (wegwerpmaatschappij!). Opdat dit alles flink op dreef zou blijven, wordt koortsachtig reclame gemaakt, die op zich bovendien een nieuwe bron van zedenverval in het leven roept.

4. De nieuwsgierigheid van de mens
De mens wordt ertoe aangespoord, steeds nieuwe wegen te zoeken, die bij voorkeur zo sterk mogelijk afwijken van de gebruikelijke wegen. Wie deze tredmolen niet volgt, wordt bespot als ouderwets, zodat velen hun gedrag afstemmen op de mening die hun medemensen over hen uitspreken. De eerste waarden die hierbij het loodje leggen, zijn deze van de traditionele christelijke Leer. Dit kan in twee richtingen gaan: Ofwel wordt alle Geloof terzijde geschoven, ofwel gaat men op zoek naar andere godsdiensten of naar halfreligieuze levensopvattingen die verband houden met New Age of met esoterie. Deze wereldbeelden behoren tot de grootste valstrikken van de satan: Zij beïnvloeden de behoefte van de mens om nieuwe, ongewone dingen 'uit te proberen', en trekken deze zielen volkomen van God en van de ene Waarheid van Christus weg.

Dezelfde nieuwsgierigheid schept eveneens de basis voor de onbedwingbare neiging om zich met alles te bemoeien, en voor de massaal begane ondeugden zoals roddel, laster en achterklap, die de hele samenleving ontwrichten en vele levens verwoesten. Nieuwsgierigheid is slechts nuttig wanneer zij is gericht op de verwerving van kennis die bevorderlijk is voor de groei van de ziel. In alle andere gevallen is het nut ervan twijfelachtig, of is nieuwsgierigheid zelfs zonder meer verderfelijk.

27. Hoe kan de ziel zich wapenen tegen de valstrikken van de satan?

1. Door aandacht te schenken aan de ingevingen van haar geweten.
Voor een kortstondig, vergankelijk genot zetten vele mensen het Eeuwig Heil van hun ziel op het spel. Laten wij echter bedenken: De hel betekent eeuwig lijden. Zij is gevuld met zielen die voor eeuwig betreuren dat zij te veel aandacht hebben geschonken aan de bevrediging van nutteloze schijnbehoeften, die hen waren ingegeven door krachten die niet met Jezus Christus verenigbaar zijn, en de ware behoeften van hun ziel te weinig aandacht hebben geschonken, en die daardoor in een levenspatroon van zonde en ondeugd zijn vervallen. Laten wij steeds bedenken dat de Goddelijke Barmhartigheid alle zielen een leven lang de genade schenkt van inspiraties om het goede te doen en voor hun gedragingen en verlangens de juiste accenten te leggen. God heeft elke ziel een geweten gegeven. Laat niet toe dat Uw geweten ter wille van een kortstondig genot wordt gedood.

2. Door waakzaam te blijven voor misleidingen en dwalingen.
Onze samenleving is vol verlokkingen die onze aandacht van de ware behoeften van onze ziel wegleiden en ons aan wereldse zaken binden. Instrumenten waarvan de duivel zich bij voorkeur bedient, zijn reclame, massamedia (televisie, kranten, tijdschriften, radio, het internet), bepaalde etalages… Dit alles vindt zijn reden van bestaan in de geldmaatschappij. Oefen U er stelselmatig in, dit alles steeds minder aandacht te schenken, en Uw geest en hart zullen merkbaar zuiverder worden. Bedenk dat vele dingen die U in deze tijd om U heen waarneemt, puur vergif voor Uw ziel zijn. Deze dingen moeten via Maria aan God worden opdragen, in gebed en door de juiste levensinstelling worden gedragen, en voor het overige helemaal worden losgelaten.

3. Door zichzelf te oefenen in de Liefde in al haar vormen.
Naastenliefde, verdraagzaamheid, mildheid, zachtmoedigheid, vriendelijkheid en behulpzaamheid zijn zoals kernraketten tegen de invloeden van het kwaad. Wanneer de ziel de Liefde tot een drijvende kracht van haar leven, werken en spreken laat worden, zal zij niet zo snel voor de werken van het kwaad buigen, want dan merkt zij veel sneller dat elke zonde een uiting van gebrek aan Liefde is, gebrek aan Liefde tot God, Zijn Schepping en/of één of meer medeschepselen. Liefde is alles wat de satan niet is, en is daardoor ook het grootste tegengif om het gif van het kwaad te ontkrachten, dat sedert vele eeuwen bezig is, de hele mensheid te vergiftigen en te verzieken. Het Rijk Gods op aarde zal een Rijk zijn, dat de Liefde als enige fundering heeft. Laten wij dit steeds voor ogen houden.

4. Door een steeds intenser gebedsleven na te streven.
Bid voor Uw medemens en voor alle Werken van God. Bid bijvoorbeeld zo vaak mogelijk de Rozenkrans, want hij is als een ketting waarmee de satan wordt vastgeketend. Bedenk daarbij vooral dat gebed niet in de eerste plaats het opzeggen van een welbepaalde reeks woorden is, doch een levenshouding door dewelke de ziel in alles totaal op God, Zijn verlangens en de vervulling van Zijn Wet van de zelfverloochenende Liefde is gericht. Wees bereid om offers te brengen, en indien mogelijk, tracht geregeld te vasten of U dingen te ontzeggen. Vasten is een zeer geducht wapen tegen het kwaad. Vasten kan niet slechts gebeuren door onthouding van voedsel, doch ook door onthouding van het toegeven aan duistere inspiraties of neigingen: De ziel kan zeer diep vasten door alle duistere impulsen in zichzelf uit te hongeren.

Vergeet vooral niet dat het hele leven één doorlopend gebed behoort te zijn. Dit is vooral het geval wanneer de ziel zich totaal aan Maria toewijdt en zij deze toewijding in elk detail van het dagelijks leven bewust in de praktijk brengt.

5. Door volkomen zuiverheid na te streven.
Maak Uw hele wezen tot een waardige tempel van God. God (en Maria, wanneer de ziel aan Haar is toegewijd) wil in de ziel wonen en werken. Houd daarom Uw geest, Uw hart en Uw lichaam zo zuiver mogelijk. Hoe? Door de kuisheid na te streven, door geen negatieve gevoelens en gedachten te koesteren, niet te roddelen en te lasteren, niet te liegen noch te bedriegen of te misleiden (ook Uzelf niet te misleiden of te verblinden!), geen wrok te koesteren, geen voedsel te geven aan jaloersheid, geen haat noch nijd in het hart toe te laten, en niet zelfzuchtig te zijn. Ware zuiverheid is de gesteldheid van de ziel die leeft als een spiegel die Gods Licht onvervormd en vlekkeloos weet te weerspiegelen.

6. Door vredelievend te zijn.
Onthoud U van elke neiging tot geweld, niet slechts met de handen doch ook met de mond (door ruzie, onenigheid, kwetsende woorden). Elke onvrede is voedsel voor het kwaad. Onvrede in het hart is een immense bron van duisternis voor de hele wereld, waarvan alle schepselen (mens én dier, zelfs het leefmilieu) de slachtoffers zijn.

7. Door tot het uiterste toe te vergeven.
De satan tracht voortdurend, mensen tegen elkaar op te hitsen. Vergeving verijdelt vele van zijn plannen en is ook een grote uiting van Liefde jegens God, want Hij wil de redding van alle zielen en Hij kan een twijfelende ziel veel sneller redden wanneer deze ziel door haar medemensen wordt vergeven.

28. Categorieën van bekoring

Ooit openbaarde de Hemelse Meesteres de volgende categorieën van bekoringen:

1. Bekoringen die erop zijn gericht, de eigen behoeften te bevredigen
Door deze tracht de satan de ziel in het lichamelijke, in het materiële vast te houden en haar van haar ware levensdoel weg te leiden, dat hieruit bestaat, dat de ziel de bevrediging van de spirituele behoeften nastreeft. Een paar voorbeelden: bekoring tot diefstal, seksuele verleiding...

Aan deze vorm van bekoring kan de ziel zich onttrekken door te groeien in vergeestelijking. Hoe meer de ziel boven de invloeden van het materiële, het wereldse, weet uit te stijgen, des te minder zal zij ertoe neigen, zich door materiële noden te laten overmannen of toe te geven aan influisteringen die haar het gevoel willen aanpraten, dat het daarbij om waarlijk onontbeerlijke behoeften gaat.

2. Bekoringen die erop zijn gericht, een medemens schade te berokkenen.
Door deze tracht de satan de ziel ertoe te brengen om de naastenliefde te overtreden. Enkele voorbeelden: Bekoring tot diefstal, tot vandalisme, tot één of andere vorm van beschadiging van goederen van een medemens, ook bewust verwonden van een medeschepsel, of zelfs de neiging om een medemens te ontmoedigen (hierdoor berokkent men de ziel schade)...

Tegen deze vorm van bekoring kan de ziel zich wapenen door te groeien in de Ware Liefde. Ware Liefde verhindert dat de ziel nog behagen zou scheppen in enig nadeel voor een medeschepsel, integendeel: Zij zoekt het welbevinden van de ander.

3. Bekoringen die erop zijn gericht dat de ziel zichzelf zou vernietigen.
Door deze influisteringen beoogt de satan dat de werkkracht van de ziel tot verwezenlijking van Gods Plan zou worden ondermijnd. Enkele voorbeelden: Bekoring tot gevoelens van onvrede, angst, twijfel, onzekerheid, onveiligheid, droefheid, depressie, tot regelmatig gebruik van drugs, van tabak, van alcohol, van bepaalde medicijnen met schadelijke ingrediënten, van voedingsmiddelen die niet gezond zijn of waarvan de ziel weet dat haar lichaam deze niet goed verdraagt...

Tegen deze vorm van bekoring kan de ziel zich wapenen door zich bewust te worden van het feit dat God in haar leeft en dat haar lichaam de tempel is, waarmee de ziel op deze wereld moet leven, en dat de gevoelens en gedachten het voedsel voor de ziel vormen. Het lichaam, evenals de vermogens tot nadenken en tot voelen, en het verstand, zijn gaven van God die de ziel in staat moeten stellen om de voor haar voorziene levensopdracht te vervullen. Het is derhalve de plicht van de ziel, haar hele wezen in stand te houden, echter zonder zichzelf tot afgod te maken. Alles waardoor de ziel haar eigen wezen ondermijnt, schept mogelijkheden voor de satan om haar 'uit te schakelen': Zij wordt dan in spiritueel opzicht tot een 'levende dode', die voor Gods Werk niet meer van tel is, tenzij in negatieve zin.

4. Bekoringen die erop zijn gericht, Gods Plan te dwarsbomen.
Hierdoor tracht de satan, de ziel actief voor zijn eigen plannen te laten werken. Enkele voorbeelden: Aanvallen (in woord en daad) tegen de Kerk, aanvallen tegen geloofwaardige werktuigen van Jezus of Maria, geen vreugde meer ervaren in het bidden en offeren, gebrek aan eerbied voor het leven, werken voor anti-christelijke bewegingen...

Tegen deze pogingen kan de ziel zich wapenen door zich totaal aan Maria toe te wijden en dagelijks om inzicht en leiding te bidden om de juiste weg te volgen en ondanks alle tegenslagen niet van die weg af te wijken.

5. Bekoringen die erop zijn gericht, de eenheid tussen mensen te verwoesten.
Hierdoor tracht de satan, alle Vrede en alle gevoelens van verbondenheid onder de kinderen Gods onmogelijk te maken, opdat de mensheid door haar leven en haar daden God niet zou verheerlijken, doch Hem te schande zou maken: Een mensheid die in totale onvrede, in tweedracht en onenigheid leeft, lijkt niet meer op de heilige vrucht van een volmaakte God doch op de rottende vrucht van een totale chaos, die niet kan zijn voortgekomen uit een Wezen dat absolute Wijsheid is.

Deze laatste gedachte vormt op zich reeds een bekoring voor veel zielen, die het wezen van de Schepping en de zo belangrijke rol van de vrije wil van de mens zelf in de ontwikkeling van het leven op aarde niet hebben begrepen. Enkele voorbeelden voor deze categorie bekoringen: zich laten verleiden tot ruzie, twistgesprekken, polemieken, vetes, oorlog tussen volkeren, provocaties met een negatief doel, kritiekzucht (de neiging om op alles en iedereen te vitten)...

29. Welke wegen bewandelt de bekoorder om in de ziel binnen te dringen?

Ooit werden mij de volgende tien wegen getoond als de belangrijkste:

1. de zwakheid van de mens
Zoals reeds aangeduid, is zwakheid elk gebrek aan weerstandsvermogen tegen een plots opkomende lust tot bevrediging van iets dat als behoefte wordt aangevoeld, maar het in feite niet is. Bijvoorbeeld: meer eten of drinken dan nodig om te leven, dingen kopen die niet noodzakelijk zijn om te leven, gebrek aan zelfbeheersing op vele mogelijke vlakken zodat het zien van een bepaalde prikkel leidt tot één of andere vorm van 'kortsluiting', en onvrede schept indien aan de opkomende lust niet toegegeven kan worden.

Het is geen zonde, zich iets aan te schaffen of te nuttigen dat boven het levensnoodzakelijke uitstijgt, maar indien dit tot een gewoonte wordt waartegen U weinig of geen weerstand blijkt te hebben, wordt U kwetsbaar voor bekoringen en diverse ondeugden (onmatigheid, onzuiverheid en andere). De reclamewereld speelt hier een verderfelijke rol.

2. de verveling
Dit wil zeggen: elk gebrek aan zingeving aan Uw leven.
Verveling is in wezen een uiting van onvermogen om het nut te begrijpen van een bepaalde gebeurtenis of situatie. Zij is een vorm van onvrede in de ziel die niet in staat is om deze gebeurtenis of situatie in verband te brengen met Gods Werken, Plannen en Voorzienigheid op haar levensweg. In de ervaring van de verveling wint de satan toegang tot de ziel doordat zij naar zingeving zoekt en deze niet vindt. Precies doordat zij in deze fase niet volkomen met God verbonden lijkt, leidt de satan haar gemakkelijk af naar situaties die haar een nieuwe invulling van de leegte in haar leven beloven. Vaak worden via deze weg de criminaliteit en allerlei vormen van afwijkend gedrag geboren. Vele van de uitspattingen die U in deze moderne tijden om U heen kunt vaststellen, zijn daar vruchten van.

3. de onwetendheid
De mens heeft nooit een alomvattende kijk op de volle werkelijkheid van de dingen en situaties om zich heen. Daardoor trekt hij vaak verkeerde conclusies, schat hij situaties onjuist in, en ziet hij vaak niet (of pas heel laat) dat hij bezig is, geleidelijk aan van het leven in en met God af te dwalen. Onwetendheid kan in vele gevallen verontschuldigd worden, maar kan niettemin oorzaak zijn van vele ondeugden bij de medemens, doordat deze niet steeds in het reine komt met de vele fouten die de onwetende maakt en waar hij niet lijkt bij stil te staan.

4. de verblinding
Hangt nauw samen met de onwetendheid. Verblinding is het onvermogen om de hand van het kwaad te zien in een gebeurtenis, situatie of ontwikkeling, omdat de dingen niet altijd zijn wat ze lijken te zijn. Verblinding is de vrucht van een gebrek aan onderscheidingsvermogen, doordat de ziel geen zuiver contact heeft met Gods Geest. Deze gesteldheid is gevaarlijk omdat zij vaak het fundament wordt van een levenshouding waarbij de ene zonde op de andere volgt: het oordeelsvermogen kan onwerkzaam worden en de ziel ziet zelfs de eigen ondeugden niet meer. Velen leiden een leven van geestelijke duisternis, biechten nooit, en zijn er niettemin van overtuigd dat zij niets verkeerds doen. Deze zielen geven vaak hun medemens de schuld voor alles wat in hun leven verkeerd loopt.

De gevaarlijkste vorm van verblinding is dan ook de zelfverblinding, de gesteldheid in dewelke een ziel niet ziet, en vaak zelfs niet wil zien, hoe zijzelf is en hoezeer haar gedachten, gevoelens, verlangens, bestrevingen en handelingen in werkelijkheid van Gods ware verlangens afwijken. Doorgaans vindt zelfverblinding haar oorzaak in een poging van de ziel om zich af te sluiten voor Gods Waarheid en Gods Wet, opdat zij zou kunnen blijven zijn zoals zij is, en zij haar eigen verwachtingen en voorstellingen zou kunnen blijven beschouwen als de enige realiteit. Hierin ligt één van de grootste redenen waarom talloze zielen hun leven lang niet lijken te veranderen, ja zelfs geen interesse blijken te hebben voor een deugdzamer leven.

5. de verslaving
Verslaving is het resultaat van zwakheid in hoge graad. Zij is de gesteldheid van de ziel die afhankelijk wordt van de gevoelens van schijnbevrediging die opgewekt worden door toe te geven aan bepaalde schijnbehoeften. Verslaving heeft de neiging, de verslaafde tot het grootste kwaad te brengen om deze bevrediging in stand te houden. In vrijwel alle gevallen is verslaving slechts mogelijk doordat de ziel volkomen ondervoed raakt en alle aandacht in het leven naar het lichamelijk welbevinden gaat (of wat aldus aangevoeld wordt; vaak is dit een heel groot zelfbedrog).

Voorbeelden: verslaving aan drugs, bepaalde medicijnen zoals antidepressiva en slaapmiddelen, snoepzucht, bepaalde dwangmatige gewoonten, seksuele uitspattingen, enzovoort. Verslaving legt vaak totaal onverwachte wegen open voor de meest uiteenlopende afgeleide gewoonten die de ziel tot volmaakte slavin van de satan maken. Zo kan de mens bijvoorbeeld de behoefte voelen om constant omringd te zijn door harde muziek, daardoor verzeild raken in het uitgaansmilieu, en uiteindelijk verstrikt raken in drugs en criminaliteit.

De Meesteres van alle zielen laat op nog een heel andere soort verslaving wijzen, die minder gemakkelijk opvalt doch die een wijd geopende poort vormt naar volledige beheersing door de satan: de verslaving aan zichzelf, aan het 'ik', aan belangrijk of interessant lijken in de ogen van anderen. Deze verslaving is een zeer gevaarlijke vorm van zelfverheffing die indruist tegen alle waarden van het christen-zijn, en waarbij het beeld dat de mens zijn medemens over zichzelf wil voorhouden, in wezen tot zijn afgod wordt. Een ziel die ten prooi is aan deze verslaving, kan bezeten raken van een alles beheersende drift om door elke medemens bewonderd en geprezen te worden. Er is voor de satan geen kortere weg dan deze om een ziel in alle aspecten van het leven en op de meest uiteenlopende wijzen voor zijn werken en plannen in te zetten.

6. de teleurstelling
Dit is de gesteldheid waarin de verwachtingen van de ziel ten aanzien van bepaalde ontwikkelingen in het leven niet ingelost zijn. Teleurstelling is in wezen opstandigheid tegen (dus niet-aanvaarding van) Gods Beschikkingen voor de loop van Uw levensweg. Teleurstelling kan leiden tot gedrag dat precies het tegenovergestelde is van wat de ziel aanvankelijk beoogde of nastreefde. Bijvoorbeeld: een christen kan ketter worden, een priester kan uittreden en een losbandig leven leiden.

Teleurstelling kan in kleine dingen schuilen en kan, indien zij herhaaldelijk optreedt, een vrijwel aanhoudende onvrede in het hart scheppen, die een zeer rijke voedingsbodem voor bekoringen vormt. Teleurstelling kan aanleiding geven tot een hele levenshouding die gebaseerd is op spot, hatelijkheid, laster, roddel, achterklap, godslastering enzovoort, in een verwrongen poging om de eigen onvrede te compenseren door medeschepselen (en al wat heilig is) neer te halen.

7. de vermoeidheid
Lichamelijke, geestelijke of emotionele vermoeidheid verlaagt vaak de weerstand tegen bekoringen om af te wijken van de deugdzaamheid. Indien de vermoeide mens onvoldoende gerijpt is in de Liefde, de overgave, de aanvaarding en de offerbereidheid, loopt hij constant het gevaar dat zijn toestand aanleiding geeft tot opvliegendheid, onvriendelijkheid, ontevredenheid, norsheid, ongeduld, prikkelbaarheid, agressie, en ook onmatigheid (zichzelf schade toebrengen door de neiging om zich te 'verwennen').

8. de angst
Angst is een vruchtbare voedingsbodem voor afwijkend gedrag. Angst geeft aanleiding tot twijfels, gebrek aan vertrouwen, ondoordacht handelen en spreken, en soms tot agressief gedrag. Angst sluipt in de ziel zodra deze het gevoel van houvast verliest. Vaak ontstaat zo een levenshouding waarbij de macht van elke Hemelse tussenkomst in het leven onderschat of niet meer geloofd wordt.

9. de ontmoediging
Dit is de gesteldheid van de ziel die overweldigd is door de lasten en tegenslagen van het leven, of die geschokt is doordat een verwachting niet ingelost is. Ontmoediging legt de ziel lam: zij vindt niet meer de kracht noch de lust om te strijden voor de verbetering van haar levenslot, of om het hoofd te bieden aan de hinderpalen op haar weg. Ontmoediging is het werk van de satan, die hierdoor tracht te verhinderen dat de ziel nog zou bijdragen tot de verwezenlijking van Gods Plannen. Een vaak voorkomend gevolg is de onverschilligheid tegenover alles wat heilig is, en de laksheid in de naastenliefde in al haar elementen.

10. de twijfel en onzekerheid
Een ziel die onzeker wordt, heeft geen vast vertrouwen meer in Gods werking in haar leven. Zij begint in zekere zin te verwachten dat haar ondernemingen zullen mislukken. Onbewust snijdt deze ziel zich van God af en gelooft zij dat zij alles op eigen kracht moet oplossen, terwijl zij bovenmatig rekening houdt met een slechte afloop van de dingen van het leven. Met andere woorden: de onzekere, twijfelende ziel gelooft in feite dat de satan machtiger is dan God. Zo schakelt zij zichzelf uit als werktuig voor het goede.

30. Hoe kan de ziel zich wapenen tegen bekoringen?

De Meesteres van alle zielen biedt tien wegen:

1. Door gebed om zelfkennis, zelfbewustzijn, besef van de eigen gedragingen, reacties en gewoonten
Zo kan men de eigen zwakheden ontdekken. Leer Uzelf zo te bekijken zoals U naar een medemens zou kijken. Zo kunt U meer 'gevoelsvrij' de valstrikken leren ontdekken, in dewelke U telkens weer dreigt te trappen.

2. Door gebed om bekoringen te herkennen, en om inzicht in de strategieën van de satan.
Om de vijand op een doeltreffende wijze te bestrijden, moet men hem kennen en zijn handelwijzen beginnen begrijpen.

3. Door met de innerlijke blik op Maria en Jezus gericht te leven.
Zo wordt de ziel automatisch op heiligheid in denken, voelen, spreken, verlangen en handelen gericht. Wanneer U op Maria en Jezus georiënteerd leeft, komt automatisch een zekere overvloeiing van Hen naar U toe op gang.

4. Door een leven van veelvuldig geconcentreerd en vurig gebed te leiden.
Tijdens geconcentreerd vurig gebed kan de satan een ziel niet echt raken, want gebed legt een verbinding tussen het hart en God Zelf. Een leven dat doordrongen is van de geest van waar gebed, schept een duurzame sterke band met het Licht.

5. Door te leren, elke bekoring te beschouwen als een vernedering waaraan de satan de ziel tracht te onderwerpen.
Dit zal U ertoe aansporen om de satan niet de genoegdoening te verschaffen, te menen dat hij U zonder meer kan manipuleren. De ziel is niet geschapen om speelbal van Gods vijand te worden.

6. Door te leren, zichzelf te onderzoeken in handelingen, woorden, gedachten en verlangens.
Daarbij moet de ziel zich afvragen of deze ook negatieve gevolgen (kunnen) hebben voor de eigen ziel of voor de ziel van een medemens. Wanneer de ziel twijfelt, en deze twijfel ook niet wijkt na intens gebed tot de Heilige Geest, mag zij ervan uitgaan dat haar geweten haar waarschuwt dat Gods Geest haar van haar intentie wil wegleiden omdat deze niet in overeenstemming is met Gods bedoelingen. Wanneer een handeling, woord, gedachte of intentie geen onverdeeld gevoel van Vrede achterlaat, doet men er goed aan, deze achterwege te laten. De satan en zijn ingevingen laten geen goede gevoelens achter.

In dit verband is een waarschuwing nodig: Wees U ervan bewust dat een negatief (duister) ingestelde ziel ook slechte gevoelens kan krijgen wanneer zij in aanraking komt met woorden die vervuld zijn van Licht uit een authentiek Hemelse Bron. In dat geval is de satan zelf aan het werk om deze ziel ertoe te overhalen om deze woorden zeker niet in zich toe te laten, omdat hij vreest dat deze haar ertoe kunnen brengen om haar verblinding en dwaling in te zien.

7. Door te leren, in alle medemensen Jezus en Maria te zien.
De ziel die dit doet, is niet geneigd om iemand schade of nadeel te berokkenen.

8. Door te leren inzien dat de dingen der wereld slechts een relatieve waarde hebben.
Dit wil zeggen dat deze dingen vergankelijk zijn en voor de ziel geen nut hebben. De ziel moet bovendien begrijpen dat zij de dingen der wereld slechts te leen krijgt. God blijft Eigenaar van alles: van Uw huis, Uw goederen, Uw kinderen, Uw huisdieren en Uw eigen leven.

9. Door U te oefenen in het bewustzijn dat elke goede daad, elk goed woord, elke goede gedachte de grondvesting van Gods Rijk helpt bespoedigen.
Elke toegeving aan een bekoring in daad, woord of gedachte daarentegen, helpt de grondvesting van Gods Rijk op aarde uitstellen. Wanneer de ziel begrijpt dat Gods Rijk op aarde het einde betekent van alle leed, alle ellende, alle pijn en smart, alle verdriet en ongeluk, zal zij steeds méér vreugde putten uit elke overwinning die zij op haar bekoorder behaalt, zelfs in de kleine dingen van elke dag.

10. Door Uzelf en Uw hele leven totaal aan Maria toe te wijden.
Dit wapen is het belangrijkste, het alles overkoepelende. Een ware, oprechte, totale, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende toewijding aan Maria is een heilig verbond, via hetwelk de ziel zichzelf en alles wat zij heeft, haar hele leven, alle ervaringen, alle leed en alle lasten in Maria’s handen legt, omdat de Koningin des Hemels dit alles onbegrensd kan inzetten voor het Heil van de zielen en voor Uw eigen heiliging. Wanneer de ziel zich totaal aan Maria weggeeft en Haar in volle vrijheid in zich laat werken, wordt zij beschermd tegen alle bekoring, doordat zij dan Maria’s bezit en eigendom wordt en Maria Haar eigendom niet laat verontreinigen door de werken van Haar grote tegenstander.

Alles wat waarlijk in Maria’s handen ligt, wordt geheiligd. Dit betekent meteen, dat toewijding aan Maria slechts dit effect kan krijgen in de mate waarin de ziel actief, bewust, vrijwillig en volhardend met Maria meewerkt, want God dringt Zijn weldaden niet op, de ziel moet onophoudelijk blijk geven van haar oprecht verlangen om met Gods Werken en Plannen te blijven meewerken. Doet zij dit niet, dan zal zij ook niet de volheid van de bescherming van haar Hemelse Meesteres kunnen genieten, daar zij zich dan zelf in hogere of mindere mate aan deze bescherming onttrekt.

31. Hoe is 'vernietiging van het kwaad' te verstaan?

In de ware zin van het woord 'vernietigt' God niets. Wat Hij echter zeker wél kan en zal doen, mits Hem daartoe gebeden en offers worden aangeboden, is de werken der duisternis verlammen, hen onwerkzaam maken. Naarmate het Licht van Christus in de zielen wordt gestraald en dit Licht door deze laatsten wordt aanvaard en benut, worden de werken en plannen van de satan onwerkzaam. Het Licht van Christus werkt zich immers via twee wegen uit:

  1. in een juiste benutting van de Liefde in alle situaties van het dagelijks leven;
  2. in het juiste besef van de hogere waarden van het leven en van alles wat achter de gebeurtenissen van het leven schuilgaat. In de mate waarin de ziel een juist besef heeft van Gods Waarheid, van de volheid van de voltooide werkelijkheid (zie de desbetreffende meditatie onder Onderrichtingen > Meditaties > De voltooide en de zichtbare werkelijkheid), zal zij als het ware als vanzelf de duisternis de rug toekeren en meer door de Hemelse dingen aangetrokken worden.

Ware Liefde en een diep besef van de dingen des levens en van zichzelf 'maken de ziel immuun' voor de manipulaties van de duivel en zijn talloze misleidingen, die hij voortdurend in de wereld en in de situaties van het dagelijks leven tracht te brengen. Elk gebrek aan Ware Liefde belemmert de ziel om in alle situaties resoluut te kiezen voor een zelfverloochenende inzet voor Gods Werken. Elk gebrek aan inzicht laat de ziel spoedig de juiste kijk op de ware zin van alle lijden en beproevingen verliezen. Wanneer vele dingen zinloos lijken, kan de ziel spoedig de moed verliezen om een deugdzaam leven te leiden, en verliest zij ook spoedig de kracht die zij uit een sterke Hoop zou moeten kunnen putten.

Totale toewijding aan Maria kan precies dit in de ziel wortel doen schieten: een voortdurende groei in de Ware Liefde, een snel toenemend inzicht en zelfkennis, een snel groeiende zingeving, en het vermogen om met de beproevingen van het leven zodanig om te gaan, dat deze kunnen worden omgezet in grondstoffen voor de bereiding van genaden voor de Schepping. De ziel die zich vol vertrouwen weggeeft aan de Meesteres van alle zielen, sluit met Haar een verbond, krachtens hetwelk zij van haar leven als het ware een fabriek van genaden laat maken en zichzelf daarbij naar steeds hogere trappen van heiliging laat trekken. Zo wordt de totale toewijding aan Maria tot een machtig wapen tegen de duisternis, zowel voor de toegewijde ziel zelf als voor de Schepping als geheel.

32. De voornaamste bronnen van de zonde

De voornaamste bronnen van de zonde zijn deze, volgens de onderrichting vanwege de Hemelse Meesteres:

1. Onvermogen in het opnemen, verwerken en doorgeven van Liefde
Dit komt tot uiting in gesteldheden zoals onverschilligheid, kilheid van hart, zelfzucht, egocentrisme, gebrek aan inleving in medeschepselen.

2. Onzuiverheid van geest, hart, mond en wil
Deze komt tot uiting in gesteldheden zoals onverdraagzaamheid, kritiekzucht, hoogmoed, verwaandheid, haat, afgunst, neiging tot kwaadsprekerij of roddel, het vormen van oordelen over medemensen.

3. Gehechtheden
Deze uiten zich in gewoonten, banden met het verleden, met mensen of met stoffelijke dingen, materialisme met al zijn gevolgen voor het gedrag, maar ook in ziekelijke neigingen, verslavingen, onbeheerste driften, zelfs in nieuwsgierigheid.

4. Onverwerkte teleurstellingen of niet-aanvaarde beproevingen
Deze uiten zich in vele vormen van ontevredenheid, opstandigheid, alle bestanddelen van een ongenietbaar karakter, plotse uitbarstingen van agressie, mishandeling van medeschepselen, vernielzucht.

Niet zelden zijn zonden de kinderen van twee of meer van deze categorieën. Bedenken wij bovendien dat de grote hoofdoorzaak van de zonde schuilt in een verlies van echt Geloof in God en in de Liefde als grote levenskracht. Hoe dieper en onwankelbaarder het Geloof wordt, des te méér zal de ziel zich oprecht inspannen om alle zonde en ondeugd te vermijden, want waarlijk diep Geloof verheft de ziel boven het wereldse en al zijn valstrikken uit.

33. Noodzakelijke ingesteldheid voor bekering

De Koningin des Hemels wil in Haar strijd tegen de duisternis op een bijzondere wijze tewerk gaan. Sedert vele jaren benadrukt Zij jegens Haar Myriam de waarde van een wijze van bidden door dewelke wordt gevraagd dat duisternis moge worden omgezet in Licht doordat alle duisternis met dewelke een ziel wordt bekleed (bijvoorbeeld wanneer deze ziel wordt belasterd, over haar kwaad wordt gedacht enz.), door de macht van de Liefde van de Moeder Gods zou worden veranderd in Liefde, en in deze vernieuwde toestand, vervuld van Licht, zou worden teruggestuurd naar de bron waaruit deze duisternis is voortgekomen. De mens neigt er gemakkelijk toe om kwaad met kwaad te vergelden of ten minste van zijn kant negatieve gedachten te koesteren jegens diegenen die hem slecht gezind zijn. De Moeder Gods echter, onderricht de macht van de Liefde: Hoe de ziel zou moeten trachten om met Maria’s hulp kwaad te bekleden met Licht en Liefde.

Concreet betekent dit bijvoorbeeld: Een ziel verspreidt leugens over een medemens. In plaats van dat deze laatstgenoemde kwaad over de eerste denkt of uitspreekt, wenst hij deze goede dingen toe en vraagt hij daarbij de Koningin des Hemels om Haar hulp en tussenkomst. Maria zal aan deze liefdevolle intentie Haar eigen volmaakte Liefde toevoegen, en kan 'het geheel' gebruiken om de 'liegende ziel' tot inzicht en bekering te helpen brengen. Dit wil zeggen: Zij kan genaden bekomen ten bate van de betreffende ziel, doch deze laatste moet uit eigen vrije wil bereid zijn om die genade in zich tot werking te laten komen. Precies om deze reden kan de bekering van bepaalde zielen lang op zich laten wachten.

Een ziel die speciale genaden tot bekering ontvangt, zal het noodgedwongen vanwege de satan zeer lastig worden gemaakt om deze genaden in zich in te bouwen. Hij zal haar aansporen om zich trots op te stellen, en zij wordt zo verblind dat zij in haar medemensen slechts duisternis voelt, of zij wordt opgehitst tot een gedragswijze die het herstellen van liefdevolle relaties bemoeilijkt. Zo slaagt de satan er vaak in om de beide partijen vast te houden in duisternis, want het biddende slachtoffer kan zich laten ontmoedigen en op zijn beurt (opnieuw) duistere gesteldheden beginnen te koesteren.

De Moeder Gods wijst er soms op, dat de biddende ziel die de indruk krijgt dat haar inspanningen ten bate van haar 'vijanden' zonder succes blijven, nooit mag vergeten dat zij in ieder geval een overwinning behaalt indien zij volhardt. De ziel die haar het leven lastig heeft gemaakt, kan immers nog in het uur van haar aardse dood het Ware Licht herkennen, en bovendien verwerft de biddende ziel de verdiensten van haar liefdevolle activiteit. Wie Licht en Liefde verspreidt, is in Gods ogen een overwinnaar, om het even of deze activiteit zichtbaar succes oplevert of niet.

34. Over de Triomf van Maria

De Triomf van Maria moet als volgt worden begrepen: Maria is Draagster van oneindige Mysteries en van een macht die geen mensenziel ten volle kan vatten. De buitengewone Openbaringen in De Dageraad van Gods Rijk op aarde zijn in dit verband bijzonder verhelderend. Het veelvuldig gebruik van de Naam MARIA ontsluit de opperste verheerlijking aan het hoogst verheven en volledigste Meesterwerk van God, en opent daardoor de deur naar een volkomen nieuwe wereld. Daar deze nieuwe wereld volkomen spiegel en uitdrukking van Gods Rijk zal zijn, toont de Meesteres van alle zielen Zich als de Poort van de Hemel. God lijkt de zielen de Naam MARIA aan te bieden als de gouden Poort naar een wedergeboorte in een nieuwe Vrede: In de totale toewijding aan de Meesteres van alle zielen ligt – op kracht van de Verlossingswerken van Christus – de sleutel tot de grondvesting van Gods Rijk in de ziel.

Volgens Gods Belofte zal het Rijk Gods op aarde worden ingeluid door de Triomf van het Onbevlekt Hart van Maria. De definitieve overwinning van Christus, het Licht, is reeds in de Bijbel voorspeld en beloofd, en het staat vast dat deze overwinning zal komen met de Triomf van het Onbevlekt Hart van Maria, de Vrouw Die de kop van de slang (de satan) onder Haar voeten zal verpletteren: Het beeld van de totale vernedering van de duivel door de Heiligste der mensenzielen, Maria, Die voor deze strijd Haar leger uitkiest en opleidt (de zielen die zich volkomen en onvoorwaardelijk aan Haar toewijden en die deze toewijding tot het uiterste toe beleven in alle details van hun dagelijks leven). Het Maria Domina Animarum Werk is precies door de Koningin des Hemels in het leven geroepen om een krachtig instrument in Haar handen te zijn, tot voltooiing van Haar bijzondere roeping in de strijd tegen de duisternis in elke vorm in deze Laatste Tijden.

Jezus Christus heeft door Zijn Lijden en Zijn Kruisdood de definitieve overwinning bezegeld. God heeft echter gewild dat de mens deel zou hebben aan de concrete vormgeving van de overwinning. Om deze reden heeft Jezus de Verlossing ontsloten in Zijn hoedanigheid als God-Mens, en heeft God Maria als geschapen mensenziel tot Boegbeeld voor de overwinning van de mensenziel over het kwaad gemaakt. Maria’s volmaakte heiligheid wordt de zielen voorgehouden als bewijs voor de macht van de ziel over het kwaad. Wie zijn leven geeft voor Maria en in Haar dienst (totale toewijding van alles wat in het leven plaatsvindt), verzekert zich van de Eeuwige Gelukzaligheid, op voorwaarde dat hij aan deze dienst trouw blijft en deze volbrengt in volhardende deugdzaamheid, zoals Jezus in de Blijde Boodschap heeft onderricht, dit wil zeggen: op een stevige fundering van zelfverloochenende Liefde en nederig besef van eigen kleinheid.

Maria is Schrik der duivelen omdat de duivel Haar nooit op de knieën heeft gekregen: Zij heeft nooit gezondigd. Integendeel heeft Zij de duivel ontelbare malen op de knieën gedwongen, en zoals Zij liet aantonen in Wedergeboorte van het Aards Paradijs, deed Zij dit enkele malen zelfs letterlijk, zij het ook in het verborgene, omdat Zij Haar macht, die door duivels werd, en voor eeuwig zal worden, ervaren als bron van angst en foltering, nooit in aanwezigheid van medemensen tentoon heeft willen stellen.

De Belofte van de Triomf van Maria is niets anders dan de zichtbare totale overwinning van God op de duisternis via Maria als grootste Wonderwerk van volmaakte heiligheid en dus van volmaakte Liefde en zondeloosheid. Het is de triomf van de volmaakte Liefde over de zonde en haar uitwerkingen.

35. De macht van Maria over de duisternis

Wie het voorrecht heeft ontvangen, door de Meesteres van alle zielen in een lang visioen tot getuige te worden gemaakt van een optreden van Haar jegens duivels, zoals dit is beschreven in de speciale Openbaring Belijdenis van een duivel op bevel van de Heilige Maagd Maria uit het jaar 2007, kan levenslang niet meer ten prooi vallen aan de geringste twijfel over de grenzeloze macht van de Koningin des Hemels over de duisternis.

In gebed 418 (Smeekgebed tot Maria om bevrijding van de wereld uit de greep van het kwaad) wordt gezegd dat aan Maria alle macht is gegeven om deze wereld uit de duisternis te bevrijden. Zij heeft van God daadwerkelijk de leiding in de strijd tegen de duisternis gekregen, en als Brug tussen mensenzielen en God kan Maria elke ziel inderdaad volkomen uit de bedreigingen vanwege de duisternis bevrijden. De mensheid kan echter nergens uit bevrijd worden, noch door Maria noch door God Zelf, wanneer de zielen hier niet uitdrukkelijk om vragen en er niet vast in geloven dat de Moeder Gods dit kan. Gebed en Geloof zijn noodzakelijk opdat genaden kunnen worden toegekend en in werking kunnen worden gesteld.

Maria’s 'Werk van bevrijding en zuivering van de wereld' is volkomen in de lijn van de onderrichtingen van de Meesteres van alle zielen zo te begrijpen, dat Zij de zielen die zich in totale toewijding aan Haar geven, innerlijk zodanig tracht om te vormen, dat deze zich steeds vruchtbaarder kunnen inzetten voor de verspreiding van Licht. Hoe meer zielen zich aan Maria weggeven, des te meer kan de wereld zich afkeren van alles wat de beklemmende werking van de duisternis vergroot. In deze zin speelt de Moeder Gods uitgerekend in deze Laatste Tijden een sleutelrol bij de bevrijding en zuivering van de wereld. Zij vervult deze taken ten volle op kracht van de verdiensten van de Verlossingswerken van Christus aan het Kruis, en ten volle met het oog op de totale ontsluiting van de vruchten van deze Verlossingswerken in de zielen, opdat het Verlossingsmysterie zijn volle verheerlijking moge krijgen.

Aan de voeten van de Meesteres van alle zielen zullen de vijanden van Christus 'tot stof vergaan': In de mate waarin de mensenzielen de werken der duisternis uitleveren aan de macht van de Koningin des Hemels, zal Zij deze macht gebruiken om deze werken onwerkzaam te maken, zodat kan worden gezegd dat deze werken zijn zoals huizen die in puin worden geslagen. De stenen vallen uit elkaar tot stof. In de totale toewijding aan Maria wordt aan de zielen een onoverwinnelijk wapen geboden om het rijk van de satan op aarde te veranderen in één grote puinhoop. Zo vergaan de vijanden van Christus in hun werken daadwerkelijk tot stof.

Er kan nog een bijkomende – zij het wat meer verborgen – betekenis worden belicht: God heeft de Meesteres van alle zielen bekleed met een zodanige macht, dat elke geschapen ziel nauwelijks méér dan stof aan Haar voeten is. Wanneer een ziel in deze zin haar kleinheid jegens de Meesteres van alle zielen belijdt, kan Maria deze ziel groot maken in Gods ogen. De vijanden van Christus echter, zal Zij – mits deze genade wordt betaald door menselijke beproevingen die Haar worden aangeboden – als stof aan Haar voeten houden, opdat deze de nalatenschap van Christus niet zouden kunnen schaden.

De onbegrensdheid van Maria’s macht over de duisternis geeft een onovertroffen verheerlijking aan de macht van God Zelf, want in Haar, Die onder de geschapen mensenzielen de Belichaming is van de volmaakte zondeloosheid, is de duisternis op elk ogenblik vanaf Haar Onbevlekte Ontvangenis tot en met Haar glorierijke Opneming ten Hemel totaal machteloos geweest, waardoor Zij een leven heeft geleid als volmaakte, volkomen smetteloze Spiegel van Gods Hart. Net zoals een volmaakt reine spiegel het Licht dat erop straalt, in zijn volle schittering om zich heen kan stralen, bezit Maria het vermogen om in de orde der Genade één te zijn met de macht van God, daar Zij volmaakt zondeloos en daardoor een volmaakt rein spiegelbeeld van Gods Hart is en Haar Wil niet in het geringste afwijkt van Gods Wil, die de bron van de Goddelijke macht is.

36. Vernedering van de satan door Maria

Geen enkele geschapen mensenziel heeft ooit de duisternis zo totaal vernederd als de Heilige Maagd Maria dit Haar hele aardse leven lang heeft gedaan, doordat Zij aan geen enkele van de talloze bekoringen aan dewelke Zij tijdens Haar leven werd onderworpen, heeft toegegeven. Myriam werd door Maria Zelf bij herhaling tot getuige gemaakt van Haar onoverwinnelijke macht over duivels, in die gevallen niet in de vorm van een niet-toegeven aan een bekoring doch in de vorm van een zichtbare machtsuitoefening over duivels die Zij bij die gelegenheden aan Haar voeten op de knieën dwong. Ik verwees reeds in punten 15 en 35 van dit geschrift naar de Belijdenis van een duivel op bevel van de Heilige Maagd Maria.

Er zijn ook buiten de context van die 'belijdenis' diverse gelegenheden geweest bij dewelke de Meesteres van alle zielen in het kader van de vorming van Haar Myriam tekenen van Haar macht over de duisternis toonde, omdat Zij wilde dat getuigenis zou worden afgelegd voor de machteloosheid van de duisternis tegenover het Licht, en voor het feit dat deze machteloosheid groter wordt naarmate het Licht helderder straalt en een grotere gelijkenis vertoont met het Licht van God Zelf. Nooit heeft de duisternis op aarde onder het geschapene een Licht gevonden dat krachtiger straalde dan dat van Maria.

De Meesteres van alle zielen laat verwijzen naar Haar gebedsbloem 852 (Aanroeping in nood tot vernedering van de satan), dat in hoge mate het stempel draagt van een reeks visioenen die de Meesteres van alle zielen Haar Myriam vooral intensief schonk in de periode tijdens dewelke dit kort gebed werd ingegeven (gebed 852 dateert van oktober 2006). De Koningin des Hemels toonde in die visioenen aan dat het – volkomen afhankelijk van de genadewerking – soms voorkomt dat het Haar door gebed en boete mogelijk wordt gemaakt om duivelen onwerkzaam te maken, dit wil zeggen: dat Zij deze belemmert om verwoestingwerken die zij via mensengeesten, mensenhanden en mensenharten plannen, te voltooien. Een dergelijke tussenkomst vergt gebed en offers. De meeste van dergelijke genaden worden afgesmeekt door volhardend beleefde toewijding aan Maria, omdat een leven in toewijding aan Maria, die in alle details van het dagelijks leven in de praktijk wordt toegepast, een aaneenschakeling van vruchtbaar gemaakte offers vormt.

In een reeks visoenen mocht ik er getuige van zijn, hoe duivels aan de voeten van de Koningin des Hemels moesten neerknielen. Dergelijke beelden maken een zeer diepe indruk, en scheppen een diepe innerlijke rust en een heel diep vertrouwen. Zij onderstrepen de waarheid van de leer over de onbegrensde macht van de Meesteres van alle zielen en over de Belofte van de uiteindelijke overwinning over de satan en zijn werken.

Met betrekking tot de formulering 'bestraffing van een duivel' door de Koningin des Hemels verklaarde Maria mij dat het is voorgekomen, dat Zij – op basis van vurige gebeden en offers door mensenzielen – duivels verbood om gedurende een tijdsspanne van Haar welbehagen hun werken op aarde verder te zetten. Voor duivels komt dit neer op een zware straf, omdat zij de eed hebben gezworen dat zij de mensenzielen zonder ophouden zo zullen beïnvloeden, dat deze van Gods Liefde en van het geloof in Gods Werken verwijderd worden. Wanneer duivelen door een macht die boven hen staat – zoals deze van de Meesteres van alle zielen – worden verhinderd om deze opdracht te vervullen, zelfs al is het slechts een uur lang, ervaren zij dit als een verschrikkelijke foltering en als een zeer diepe vernedering. Wanneer men zich voor ogen houdt dat de duivel zich steeds heeft gewenteld in de overtuiging dat hij minstens gelijk is aan God, kan men zich beginnen voorstellen wat er in een duivel moet omgaan wanneer hij, op de knieën aan de voeten van de Vrouw (omdat Zij dit zo wil) door Haar de straf hoort uitspreken dat Zij hem gedurende een tijdsduur van Haar welbehagen niet meer zijn opdracht wil zien uitvoeren.

Ik benadruk met al mijn krachten, en sta voor de waarheid ervan borg met mijn hele wezen en mijn hele leven, dat deze beschrijving noch een fantasie noch een mythe is, doch een realiteit. De macht van de Meesteres van alle zielen over de duivel is oneindig veel concreter dan de meeste zielen denken. De duivel zelf belet ontelbare zielen, dit te geloven en daardoor deze kennis in de praktijk van hun dagelijks leven om te zetten door de Koningin des Hemels in elke bedreigende of beklemmende situatie om Haar machtige tussenkomst te smeken. Smeekbeden zoals gebed 852 kunnen aanleiding geven tot de ontlading van een immense Hemelse macht boven de levensweg van een ziel die onvoorwaardelijk gelooft in de onbegrensde macht van de Koningin des Hemels, en wel in de mate waarin deze ziel zich oprecht aan Haar weggeeft in totale, diep beleefde toewijding want in dat geval sluit de ziel met God een verbond van totale dienst aan Zijn Werken, met inzet van haar eigen leven.

37. Innerlijke omvorming van de ziel

De weg waarvan de Koningin des Hemels Zich bij de bestrijding van de duisternis bij voorkeur bedient, is deze van de innerlijke omvorming van de mensenziel. Het is inderdaad doeltreffender, in plaats van eenvoudig de zielen uit elke beklemming vanwege de duisternis te bevrijden, in hen ook een grotere weerstand tegen de bekoringen te helpen ontwikkelen, opdat zij als het ware van nature de juiste ingesteldheid verwerven en het zaad der bekoring bijgevolg in hen niet meer zo snel zou kunnen rijpen. De Meesteres van alle zielen beklemtoont steeds weer dat Zij van God een herscheppende macht heeft ontvangen, door dewelke Zij zielen zodanig kan veranderen dat in hen volkomen nieuwe gesteldheden te voorschijn treden.

Aangezien elke ziel draagster is van een kiem van heiligheid, moet het herscheppend effect te maken hebben met het feit dat in een ziel waarin de Moeder Gods ten volle kan werken, het vermogen tot heiliging wordt ontsloten. In deze zin onderricht Maria het ook. In een ziel die zich in totale toewijding aan Maria geeft, kan de Koningin des Hemels alle zwakheden zichtbaar maken, zodat de ziel boven hen kan uitstijgen. Haar weerstand tegen alle kwaad wordt dan groter. Precies daarin ligt het hele heiligingsproces.

Als Overwinnares van alle duisternis noemt de Meesteres van alle zielen Zich 'Volle Maan in de nacht'. Dit beeld is zeer verhelderend: Het beklemtoont het feit dat de Koningin des Hemels in de duisternis Gods Licht vertegenwoordigt en weerspiegelt. Op de dagen waarop de ziel een nacht van ellende, lijden van welke aard ook, hopeloosheid, beklemming vanwege de wereld of vanwege de eigen onzuiverheden beleeft, herinnert Zij de ziel eraan, dat Zij Gods Licht als het ware in zijn volheid in Zich opslaat en het in de duisternis van de zielen laat stralen, opdat de zielen nooit de indruk zouden krijgen dat de duisternis hen helemaal zal verstikken of verslinden. Op deze wijze wordt de Koningin des Hemels als het ware een constant Teken voor Gods Tegenwoordigheid. Precies deze functie tracht Zij als Meesteres van alle zielen te vervullen in elke ziel die Haar daartoe de kans geeft door een diep beleefde totale toewijding aan Haar.

De volle maan getuigt van de aanwezigheid van de zon, die men ’s nachts niet kan zien. Wanneer de maan vol is, wordt aan haar niets verduisterd: Geen schaduw bedekt ook maar een enkele vierkante meter van haar oppervlak. Zo is aan Maria helemaal niets dat niet volmaakt zou zijn of dat niet Gods Licht zou weerspiegelen. De volle maan heeft macht over de nacht, zij onthult wat de duisternis tracht te verbergen, zij trekt de aandacht en wekt een positief gevoel: De zon schijnt niet, en niettemin is niet alles duister. Men zou het zo kunnen zien, dat een ziel in wie de duisternis heerst (hetzij spiritueel hetzij emotioneel of in welk opzicht dan ook), een gesteldheid beleeft binnen dewelke 'de hemel gesloten is'. De Koningin des Hemels als Volle Maan breekt in dit beeld het duistere uitspansel open en getuigt van het Licht, waarvan op dat ogenblik de Bron onzichtbaar doch niettemin krachtig werkzaam is. Zo behoort de ziel in haar ellende, in haar leed en in de bekoring, haar aandacht niet op de duisternis doch op Maria te vestigen, want niet de duisternis doch Zij, Gods Volle Maan, is de ware Heerseres over de nacht.

De Hemelse Koningin laat op deze plaats verwijzen naar Haar veelzeggende korte onderrichting De Maan in de nacht.

38. De voeten van de Hemelse Koningin

In de geschriften die Zij Myriam inspireert, bedient de Meesteres van alle zielen Zich geregeld van de uitdrukking dat Zij verlangt dat de zielen zichzelf, iets anders of een intentie 'onder Haar voeten zouden leggen'. Zij bedoelt daarmee niets anders dan totale, onbeperkte toewijding, door dewelke de ziel zichzelf en/of een situatie, gebeurtenis enz. in wezen helemaal onder Maria’s macht stelt. Iets onder Maria’s voeten leggen, betekent in de ware zin van het woord: het zodanig door Haar laten beheersen dat het door geen enkele uiting van duisternis kan worden geschaad. Dit betekent niet dat de toegewijde ziel niet meer door duisternis kan worden bedreigd, doch alles, ook het negatieve, wordt na oprechte en liefdevolle toewijding aan Maria op een veel vruchtbaarder wijze in Gods Heilsplan ingebouwd.

De ziel mag niettemin de Koningin des Hemels zeker om bevrijding uit de werken van de satan smeken, en de Moeder Gods kan Haar bescherming nu en dan heel duidelijk merkbaar maken. Vaak geeft Gods Voorzienigheid na een smeking tot de Koningin des Hemels dingen op een zodanige wijze richting, dat de duisternis de ziel niet kan schaden. Ook daarin ligt een element van de zin die ligt besloten in een met volharding toegepaste toewijding aan Maria: Door haar volkomen zelfgave geeft de ziel zich als het ware aan de Moeder Gods weg om Haar uitsluitend bezit en eigendom te worden en te blijven. Deze totale overgave aan de Meesteres van alle zielen vormt een permanente verheerlijking van de macht van de Meesteres. Elke verheerlijking van de macht van de Meesteres van alle zielen wekt als het ware deze macht heel concreet tot leven: Maria werkt deze macht dan niet zelden gericht op de duisternis uit, aangezien hierin precies Haar grote Missie gelegen is: Zij is de Vrouw, Die op Gods Tijd de satan, zijn hele gevolg en al zijn werken voor de hele Schepping zichtbaar onder Haar voeten zal verpletteren.

Het hele leven op aarde, ja het hele Heilsplan van God, is een ononderbroken machtsspel tussen Gods Licht en de duisternis van de satan. Het Licht is van nature oneindig veel machtiger dan de duisternis, maar de vrije wil van de mens kiest zo gemakkelijk voor het duistere dat het Licht heel vaak aan de ketting wordt gelegd. Door totale toewijding aan Maria belijdt de ziel precies haar wil dat Maria in alles de macht over haar zou uitoefenen, opdat de duisternis aan de ketting moge worden gelegd.

In een Openbaring zei de Meesteres van alle zielen ooit: "De grond vóór en onder Mijn voeten is de voorhof van het Paradijs. De ziel wordt er steeds meer één met Mij. Alle hoogmoed wordt er onder Mijn voeten verpletterd als een kind van de satan, bron van alle onheil". Deze woorden hebben een immense betekenis. Een leven aan de voeten van de Meesteres van alle zielen is een leven dat wordt geleid in diepe zelfvernedering ten dienste van Gods Werken en Plannen, want de Koningin des Hemels is door God belast met de innerlijke vorming van mensenzielen tot voltooiing van Zijn Heilsplan. In de diepste zelfvernedering wurgt een mensenziel tevens het monster van de zelfverheffing, dat één van de machtigste wapens is waarvan de satan zich bedient om de wereld te besturen en talloze mensenzielen in de eeuwige afgrond te storten.

Restloze zelfvernedering in dienst van de Meesteres van alle zielen (een leven dat in alle aspecten en in alle details wordt geleid in Haar dienst) is daarom de absoluut ideale weg voor de overwinning van alle duisternis in zichzelf en in de wereld. Een ziel die zich restloos en onvoorwaardelijk overlevert aan de macht van de Koningin des Hemels, zodat deze Laatste haar absolute Meesteres kan zijn in alle aspecten van het leven, opent voor zichzelf én voor de hele wereld een poort naar de eindoverwinning van de volmaakte Liefde, Vrede, Geluk en Gerechtigheid in de Schepping. De Vrouw met de voet op de slang als symbool voor Haar onbegrensde macht over de duisternis is oneindig veel méér dan een symbolische voorstelling: het is de uitbeelding van een situatie die in Gods Hart reeds een voltrokken realiteit is, doch die door de mensenzielen concreet voelbaar en zichtbaar moet worden gemaakt – door hun leven aan de voeten van de Vrouw neer te leggen.

39. Ontstaansgeschiedenis van het kwaad

In december 2006 schonk de Meesteres van alle zielen de volgende genaderijke Openbaring, die zonder meer een plaats verdient binnen deze bloemlezing van beschouwingen in verband met de strijd tussen Licht en duisternis:

"De zonde komt in de zielen door een samenspel van drie factoren:
  1. de behoeften van de mens
  2. de zwakheid van de mens
  3. de vrije wil van de mens

De mens leeft op aarde in een stoffelijk lichaam dat allerlei behoeften heeft, die tot op zekere hoogte bevredigd moeten worden om in leven te blijven. Ook zijn gevoelsleven heeft allerlei behoeften. Al deze behoeften vormen de eerste kruispunten waarop de ziel kan ontsporen. Zolang de ziel de ware meesteres over het lichaam en zijn behoeften en over het hart en zijn behoeften blijft, kan de mens zijn lichamelijke en gevoelsmatige behoeften onder controle houden. De ziel verliest echter veelvuldig de heerschappij over de menselijke natuur door de ingeboren zwakheid van de mens. Deze zwakheid is in wezen niets anders dan de neiging van de mens om zijn stoffelijke belevingswereld voorrang te geven op zijn spirituele belevingswereld. Zo ontstaan de machtsgrepen van de lichamelijke behoeften, die leiden naar genotzucht in vele uiteenlopende vormen, en van de gevoelsmatige behoeften, die leiden naar hartstochten. Hartstochten zijn alle ongeregeldheden in het gevoelsleven, alle vormen van onvrede in het hart, alle gevoelens die niet bevorderlijk zijn voor Gods Plan met de mens.

Elke toegeving aan het wereldse is een zwakheid, want wanneer de ziel meesteres is over de menselijke natuur, en niet het lichaam, behoudt de mens de controle over zijn behoeften en zullen de noden van de ziel nagestreefd worden boven de noden van het lichaam. De zwakheid is in de mens geslopen door de erfzonde, de eerste toegeving aan de influisteringen van de satan, die steeds verleidt tot de heerschappij van de stoffelijke noden.

Volledig in overeenstemming leven met Gods bedoelingen, is zuiverheid. Met de erfzonde heeft de onzuiverheid haar intrede gedaan in de menselijke neigingen. Om deze reden kan zwakheid beschouwd worden als de tweelingzus van de onzuiverheid. Toegeven aan stoffelijke behoeften en wereldse gehechtheden, is niet een gedrag waartoe de mens gedwongen wordt: Hij kiest ervoor, soms onbewust wanneer de toegeving aan het wereldse een gewoonte is geworden.

God heeft de mens een vrije wil gegeven opdat hij in vrijheid zou kunnen kiezen voor de ervaring van het Goddelijk Leven. God dringt Zijn weldaden en geschenken niet op, de mens moet er zelf naar verlangen. Wanneer de stoffelijke behoeften en de hartstochten niet beheerst worden, en de mens zijn leven begint op te bouwen rond de dingen der wereld in plaats van rond de noden van de ziel, gebruikt hij zijn vrije wil om uit vrije keuze het wereldse tot meester van zijn leven te maken. Hij wordt dan slaaf van zijn lichamelijke leefwereld, en hierdoor ook slaaf van de duivel, die de mens steeds naar zijn lichamelijkheid toedrijft opdat hij zijn ziel zou vergeten, want de ziel bevat het zaad van zijn heiliging en is de zetel van het Goddelijk Leven in de mens. Zo wordt een leven geboren dat gericht is op de verwezenlijking van de werken van de satan, dus een leven van zonde. De mens vergeet dan zijn oorspronkelijke bestemming: een leven te leiden dat op positieve wijze bijdraagt tot de verwezenlijking van de Werken en Plannen van God, opdat de Verlossing en het Heil van alle zielen voltooid moge worden en Gods Rijk op aarde kan bloeien.

De meeste zielen begrijpen niet hoe zonde kan ontstaan in een wereld die geschapen is door een God Die niets anders is dan Liefde en volmaaktheid. Zij stellen zich de vragen: Hoe kan het kwaad ontstaan, indien alles van God afkomstig is? Leeft het kwaad dan ook in God Zelf? Heeft God ook het kwaad geschapen, en waarom? De zielen benaderen deze dingen verkeerd. Zie, de zonde is oorspronkelijk in de wereld gekomen door de ongehoorzaamheid van het eerste mensenpaar jegens God. Aanschouw echter het allereerste begin, de absolute kiem, van alle kwaad. God had de engelen gemaakt nog vóór Hij de mens schiep. De engelen waren dragers van niets anders dan heilige eigenschappen en gesteldheden die God in hen had gelegd. In hen was geen spoor van kwaad.

Zie nu Lucifer, in den beginne het hoofd der engelen. Hij genoot de heerlijkheden van het leven in de Hemelse regionen. Op zekere dag maakte God Zijn verdere Plannen aan deze hoofdengel kenbaar, evenals aan andere hooggeplaatste engelen, en zo verder langsheen de opeenvolgende rangen der engelen. Beschouw nu de hartsgesteldheden van de beide hoogsten in rang: Lucifer, en onmiddellijk onder hem Michaël.

Michaël werd aangegrepen door niets dan zuivere Liefde en de behoefte om te dienen. In hem kwam de kiem van alle deugden tot volle bloei door deze praktische toets aan een veranderde toestand: Michaël zag het toekomstig Heilsplan van God, hij zag Mij als toekomstige Koningin en Meesteres van alle engelen en mensenzielen voor alle tijden, en hij was verrukt over Gods Werken, Plannen en Liefde. Hij koos voor God en voor zijn latere Koningin en Meesteres, Die hij wilde dienen met heel zijn wezen.

Ik toon je nu de hartsgesteldheid van Lucifer. Hij genoot dezelfde heerlijkheid als Michaël, doch beschouwde deze heerlijkheid niet als middel om Gods Plannen en Werken te dienen, doch als een doel op zich. Hij was de hoogste in rang onder God, en had deze positie tot een doel op zich gemaakt. Het vooruitzicht van de schepping van een nieuw wezen, de mens, die zou mogen streven naar de volkomenheid van het Goddelijk Leven, en van een Vrouw, Maria, aan Wier voeten hij, de prins van de Schepping, zou moeten neerknielen in totale onderwerping en gehoorzaamheid, werd door Lucifer aangevoeld als een bedreiging van zijn macht, die voor hem tot doel op zich was geworden, en niet langer werd ervaren als middel om Gods Plannen uit te voeren. Het Goddelijk geschenk van de heerlijkheid is in Lucifer tot doel op zich geworden. Hij bezat alles om eeuwigdurend volmaakt gelukzalig te zijn, doch maakte genot en macht tot streefdoel van zijn bestaan. Hij begon op zichzelf gericht te leven, in plaats van op God gericht.

Dit toont niet aan dat uit Gods hand iets kwaadaardigs is voortgekomen, doch dat het schepsel zelf het kwaad in het leven heeft geroepen door een Goddelijk geschenk verkeerd te gebruiken, namelijk door het te gebruiken voor de eigen noden in plaats van voor deze van God. Door deze vrije keuze berooft het schepsel het Goddelijke als het ware van zijn volmaaktheid, met andere woorden: van de volmaakte glans van Zijn Liefde, en kan het kwaad ontstaan.

Kwaad is alles wat niet meer de Plannen en Werken van God bevordert. In Lucifers hart heeft deze verkeerde keuze zozeer de heerschappij over zijn hele wezen gegrepen, dat hij al zijn inspanningen begon te richten op de verwoesting van Gods Werken en Plannen. Uit de ene ondeugd werd de andere geboren: Zelfzucht en egocentrisme leidden tot ongehoorzaamheid, verder tot de hoogmoed van de overtuiging dat hij Gods Beschikkingen kon dwarsbomen en teniet kon doen. Liefde werd tot haat in zijn vele verschijningsvormen, Licht werd tot duisternis. Lucifer heeft deze gesteldheid door misbruik van zijn ongeëvenaarde geestelijke vermogens op miljoenen andere engelen weten over te dragen, door hen te inspireren tot zijn eigen hoogmoed, ongehoorzaamheid, haat en alle andere uitingen van onvrede. Na zijn val en verstoting uit de Hemel zou hij dezelfde strategie toepassen jegens de mensenzielen. Zo ontstaat het kwaad, en vermenigvuldigt het zich: doordat het schepsel zijn hart niet meer op God richt, doch op zichzelf. Via de erfzonde heeft Lucifer, vanaf dan de satan geheten, macht gekregen over alle mensenzielen van alle eeuwen, behalve over Mij, de Vrouw, de Koningin en Meesteres van alle zielen. Dit is de ware ontstaansgeschiedenis van het kwaad".

40. Omvormende macht van toewijding aan Maria

Alles wat een ziel aan de Koningin des Hemels toewijdt, begint op kracht van deze toewijding – en in de mate waarin deze met een oprecht hart en vol vertrouwen in de praktijk wordt gebracht en de ziel derhalve waarlijk als aan Maria toegewijde ziel leeft – een actieve rol te spelen in de ontwikkeling, respectievelijk in de uitvoering, van Gods Heilsplan. God stuurt elke mensenziel in de wereld met een welbepaalde levensopdracht, via dewelke zij zich moet heiligen en Gods Heilsplan moet helpen verwezenlijken. Alle lijden en beproevingen die de ziel gedurende haar leven op aarde doormaakt, draagt in zich precies de mogelijkheden om dit te doen: de ziel steeds dieper heiligen en de verwezenlijking van Gods Heilsplan helpen voltooien. Aangezien de ziel echter van God een vrije wil heeft ontvangen, moet zij al haar leed en al haar beproevingen vrijwillig aan God toewijden opdat dit alles daadwerkelijk deze medeverlossende uitwerking moge kunnen ontplooien. Dit toewijden betekent concreet, dat de ziel dit alles voor God brengt en Hem mededeelt dat zij Hem dit wil geven opdat het Hem moge helpen bij de voltooiing van Zijn Plannen en Werken. De ziel doet dit bij voorkeur via Maria.

Zo geeft oprechte toewijding van beproevingen aan Maria uitdrukking aan de wil van de ziel dat Maria deze beproevingen moge reinigen en deze met Haar volmaakte Liefde moge bekleden, opdat zij op de meest waardevolle wijze in de verwezenlijking van Gods Heilsplan mogen kunnen worden ingebouwd. In de toewijding ontmoeten de menselijke vrije wil en de Wil van God elkaar via Maria, en telkens deze beiden een heilig verbond sluiten, kan God Zijn Heilswerken volbrengen.

Alles wat een ziel in de loop van haar leven aan negatieve ervaringen opdoet (leed, schade of benadeling die zij lijdt enz.) krijgt door toewijding een volledig nieuwe zin. Negatieve ervaringen die nooit worden toegewijd, blijven voor Gods Heilsplan in feite zonder effect, of preciezer uitgedrukt: zij krijgen veeleer negatieve effecten, doordat de meeste zielen er gemakkelijk toe neigen om zich door negatieve ervaringen te laten beklemmen, afremmen of op één of andere wijze in negatieve gesteldheden te laten storten. Deze ervaringen verduisteren dan hun hart, wat een negatief effect krijgt op de ontwikkelingen van Gods Heilsplan.

De satan brengt reusachtige hoeveelheden duisternis over de mensheid door zielen ertoe aan te sporen om tegen elke tegenslag in het dagelijks leven te protesteren, slecht gezind te zijn jegens hun medeschepselen, en bij alles wat niet volgens hun persoonlijke verwachting verloopt, onvrede in hun hart te laten woekeren, die tot uitwerking komt in vele, zelfs in alle aspecten van het dagelijks leven, zowel in de eigen ziel als tegen hun medeschepselen en tegen God Zelf. Door het toewijden van dergelijke tegenslagen, ontgoochelingen e.d. kunnen de uitwerkingen van dergelijke duisternis worden ontkracht (onwerkzaam worden gemaakt), respectievelijk krijgen deze een tegengewicht.

Omdat de absolute tegenpool van de zonde en de ondeugd de Liefde is, komt het erop aan dat elke toewijding niet wordt beschouwd als een automatisch gebed doch dat zij bewust en met Liefde ten uitvoer wordt gebracht. Niet woorden compenseren de duisternis, doch de Ware Liefde, die in verbinding met de uitgesproken woorden uit het hart ten Hemel wordt gestuurd. Dit geldt voor elk gebed en voor alles wat een ziel doet, uitspreekt, denkt, voelt, nastreeft, of verzuimt te doen: Ware, bewust beleefde Liefde moet de motor zijn, anders heeft alles weinig nut.

41. Weerstandskracht tegen alle kwaad

In een Openbaring zei de Meesteres van alle zielen ooit: "Een ziel die Mijn macht ten volle aanvaardt, krijgt een grote weerstand tegen alle bekoringen, en tegen de tekenen van de macht van de satan over de ziel: zwakke Liefde die voorwaarden en grenzen stelt, gebrek aan Vrede van hart, wankelmoedigheid, gebrek aan blijmoedigheid, twijfels of wantrouwen ten aanzien van de Werken der Voorzienigheid in de breedste zin van het woord. Zodra één of meer van deze tekenen voelbaar worden, moet de ziel zich ervan bewust worden dat zij ten prooi is aan de vergiftigende inspiraties van de satan".

Er bestaat een verband tussen de weerstandskracht tegen alle kwaad en de gesteldheid waarin de ziel tot een spiegel van Maria’s ziel wordt. Maria was reeds als mens op aarde zo heilig (dit wil zeggen: zo vruchtbaar in het kader van de verwezenlijking van Gods Heilsplan), dat Haar ziel voor de duivel een onneembare vesting was. Haar weerstand tegen alle kwaad was absoluut, niet omdat God Haar zou hebben verhinderd om te zondigen – dit zou Hij nooit doen, daar de menselijke wil vrij en onschendbaar is – doch omdat Zij wegens Haar vlekkeloze, onberispelijke Liefde God nooit enige Smart wilde berokkenen. Deze wil om de ware, onzelfzuchtige Liefde in alles vlekkeloos in de praktijk te brengen, vormde het fundament van Haar weerstand tegen alle kwaad.

De Moeder Gods kreeg deze volmaakte weerstand niet zomaar ten geschenke. Ooit onderrichtte Zij Myriam – en Zij toonde dit ook in diverse prachtige visioenen – hoe Zij als Mens op aarde van God afsmeekte dat Zij Haar strijd tegen de duivel zou mogen leveren zoals elke andere ziel. God had Haar eraan herinnerd dat Zij de macht bezat om de duivel volkomen te verlammen. Zij wist echter dat precies de ware strijd tegen de menselijke zwakheden en neigingen om toe te geven aan bekoringen, evenals de strijd tegen de verlammende invloeden van alle beproevingen en tegenslagen in het dagelijks leven, de ware verdiensten oplevert, en bovendien wilde Zij in geen enkel opzicht als 'speciaal' of 'boven alles verheven' gelden, noch wilde Zij dat ooit een medemens zou merken hoe machtig Zij in werkelijkheid was. Zij wist dat de Zoon Gods uit Haar was geboren om een leven te leiden van beproevingen, die Hij op kracht van de zuiverste volhardende Liefde moest heiligen tot ontsluiting van de Verlossing. Zij voelde Zich daarom onwaardig om gebruik te maken van een macht die Haar had kunnen bevrijden van de noodzaak om tegen het kwaad te strijden in plaats van het zonder meer aan Zich te onderwerpen. Deze strijd volbracht Zij met absolute volmaaktheid, door de kracht van een vlekkeloze Liefde voor Gods Werken en Plannen en voor al Haar medeschepselen.

Enkele malen beschikte Gods Plan dat Maria van Haar vreeswekkende macht over de duivelen gebruik behoorde te maken, opdat aan de vorst der duisternis een teken zou worden gesteld. Bij die gelegenheden (ik zag het een paar malen met Maria als jong meisje en een paar malen toen Zij een volwassen vrouw was) beval Zij duivelen om zich aan Haar voeten op de knieën neer te werpen. Ik zag hoe deze Haar moesten gehoorzamen, en zich pas opnieuw konden verroeren wanneer Zij hen dit uitdrukkelijk toestond. De vernedering van deze duivelen onder Haar macht was volkomen. Zij toonde dit aan Myriam tot getuigenis voor het feit dat de duisternis in geen geval onoverwinnelijk is, doch integendeel zwaar vernederd kan worden in de mate waarin de mensenziel zich in het hart één maakt met God, door haar wil totaal ondergeschikt te maken aan de Wil van God, dit wil zeggen: door zich totaal in dienst te stellen van de verwezenlijking van Gods Heilsplan door in elke situatie van het leven de Wet van de zelfverloochenende Liefde te vervullen. Demonstraties van de verpletterende macht van de Hemelse Meesteres en Koningin over de satan en zijn gevolg, zoals Zij deze onder andere zichtbaar maakte in de speciale Openbaring Belijdenis van een duivel op bevel van de Heilige Maagd Maria, moeten in feite in de eerste plaats worden beschouwd als bewijzen voor de macht van een ziel die Gods Wet van de Liefde tot enige drijfveer van Haar hele wezen heeft gemaakt. De Ware Liefde is absoluut onoverwinnelijk, want zij is het wezenskenmerk van God Zelf.

42. Exorcisme en de Heilige Maagd

Exorcisme is de uitdrijving van duivels uit een mensenziel. Over exorcisme bestaan veel misvattingen. Voor elke mensenziel is van belang, te beseffen dat de bevrijding van een ziel uit de greep van een duistere kracht niet louter een passief proces is, waarbij de 'bezetene' onwerkzaam ondergaat en afwacht tot deze kracht hem verlaat. De Heilige Maagd verzekerde Myriam meer dan eens dat de mensenziel ook werkelijk bevrijd moet willen worden, want dat de duistere kracht met zekerheid opnieuw bezit van de ziel zal nemen in de mate waarin deze laatste niet resoluut kiest voor een leven in dienst van God, van het Licht, van de Ware Liefde.

Het is tevens noodzakelijk, te beseffen dat in zekere zin elke ziel in mindere of hogere mate 'bezeten' is, daar geen enkele ziel een totale macht over de duivel en zijn werken en strategieën bezit. De heilsgeschiedenis kent hierop slechts één uitzondering: Onder de geschapen mensenzielen bezat alleen Maria een onbegrensde macht over de duisternis. Dit dankte Zij aan Haar Onbevlekte Ontvangenis, doch ook aan Haar vaste wil om geen enkele overtreding tegen Gods Wet, tegen Zijn verlangens en verwachtingen te begaan. Precies om deze reden zou de Heilige Maagd nooit over het hoofd mogen worden gezien wanneer het erop aankomt, een mensenziel te bevrijden uit de greep van het kwaad.

Het is opmerkelijk dat er zelfs exorcisten zijn die belijden dat bij een uiterst moeilijk exorcisme vaak slechts het inroepen van de tussenkomst van de Koningin des Hemels een kentering brengt. Dit zou de zielen ertoe moeten aansporen om de kennis over de rol van Maria bij het overwinnen van het kwaad (de Vrouw met de voet op de slang) ook met vertrouwen in hun eigen dagelijks leven in de praktijk te brengen. In feite hoeft de immense macht van Maria over de duivel niemand te verwonderen. De overwinning van de Vrouw over de satan is immers een Goddelijke Belofte. De eerste koningin van de Schepping (Eva) lag aan de basis van de verbreking van het verbond tussen de zielen en God. De nieuwe Koningin (Maria) was Gods antwoord op deze toestand. In Maria werd de waardigheid van de mensenziel in het algemeen, en deze van de vrouw, volkomen in ere hersteld. Aan Maria werd een unieke macht en verhevenheid gegeven. In Haar zal de mensenziel de definitieve overwinning over de duisternis behalen. Hoe zou het ons dan nog verbazen dat de Koningin des Hemels nu en dan tijdens een exorcisme de duivel op de knieën dwingt?

In deze tijd wordt aan de zielen de verhevenheid van Maria als Meesteres van alle zielen geschonken. Helaas werkt de onwil van vele zielen om deze kennis als een bijzonder Goddelijk geschenk te aanvaarden en haar in de praktijk te brengen door in innige eenheid met de Moeder Gods met volharding aan zichzelf te werken op de weg naar het door Haar gestelde doel, als een aanzienlijke rem op de opstanding van de mensheid uit alle ellende. Zoals de Meesteres van alle zielen onderricht, regeert alle ellende de wereld doordat de zielen op grond van de verschrikkelijke zondenlast der eeuwen Gods Schepping zwaar uit haar evenwicht hebben gehaald. Elke zonde is zoals een druppel uit de stroom van de Liefde die niet wordt benut. Wanneer men daarbij bedenkt:

  • dat de mensheid reeds duizenden jaren bestaat;
  • dat elk jaar bestaat uit 365 (soms 366) dagen;
  • dat elke dag op deze wereld vele miljarden zonden worden begaan,

dan kan men zich beginnen voorstellen hoeveel druppels uit de stroom der Liefde niet worden gebruikt om Gods Heilsplan te helpen voltooien. De uitwerking van dit alles kan misschien nog beter worden uitgebeeld wanneer men zich het effect van de verloren gaande druppels voorstelt als drinkwater voor Gods tegenstander. Wij christenen hebben de opdracht, door volhardende navolging van Christus – en vervolmaking van deze navolging door totale toewijding aan Maria – de duivel zoveel mogelijk druppels te ontroven en de Schepping te laten baden in de volheid van de Liefde. Integendeel echter, worden ook uitgerekend vanuit het christendom de legers der duisternis dag na dag volop gelaafd en 'verkwikt'.

De definitieve overwinning van de Vrouw over de duivel is door Jezus Christus voor ons in Zijn Lijden als God-Mens voorbereid. Opdat Gods overwinning volkomen moge worden, moet deze ook door een geschapen ziel worden behaald. Een overwinning van God Zelf over de duivel is een vanzelfsprekendheid. Daarom moest Jezus deze overwinning ook behalen in een lichamelijke mensengedaante, doch Jezus was geen geschapen mensenziel, Hij bezat ook de Goddelijke natuur.

Het overwinnen van de duisternis door een geschapen mensenziel echter, is een heldendaad die als een waar voorbeeld voor de zielen kan gelden, ter aansporing opdat zij deze daad zouden trachten na te volgen. Ooit zei de Meesteres van alle zielen tot Haar Myriam dat het voor de duivel weliswaar vernederend was en is, door God te worden vernederd (daar hij zich nog steeds boven God tracht te verheffen), doch dat het overwonnen worden door Maria, een geschapen mensenziel en dus een wezen dat niet van nature Goddelijk is, hem waanzinnig maakt van machteloze woede en vernedering. Laten wij daarbij bedenken dat hij niet slechts 'ooit' onder Haar voeten zal liggen, doch dat hij in de voltooide werkelijkheid (zie de tekst onder Onderrichtingen > Meditaties > De voltooide en de zichtbare werkelijkheid) reeds sedert Maria’s Onbevlekte Ontvangenis aan Haar voeten ligt, dat dit hem ten volle bekend is, en dat hij precies om deze reden alles in het werk stelt om zielen tegen de hoogste verering aan de Koningin des Hemels op te stoken.

Met de bedoeling, deze Triomf volkomen te maken, vormt Maria nu Haar leger, opdat de duivel niet slechts door de Christus, niet slechts door Christus én Maria, doch door Christus, Maria en Haar kinderen (d.w.z. de Haar totaal toegewijde en deze toewijding strikt in toepassing brengende zielen) kan worden overwonnen.

De Meesteres van alle zielen wees er daarom op, dat het voor elke ziel heilzaam is, te bedenken dat een leven in totale toewijding aan Haar voor de ziel kan worden tot een ononderbroken exorcisme, waarbij de ziel door een vlekkeloze dienst en onderwerping aan de leiding van haar Hemelse Meesteres in alle moeilijke situaties van haar leven de immense macht van haar Meesteres over elke kracht kan ervaren, die haar de beleving en navolging van de Goddelijke Wet van de zelfverloochenende Liefde kan bemoeilijken. De Hemelse Koningin verzekerde Myriam dat een ziel die zich volkomen één van hart en wil met Maria maakt door een vlekkeloze beleving van het verbond van totale toewijding aan Maria, snel kan evolueren op de weg naar een steeds groeiende macht over alle duisternis, zowel binnen in zich als van buitenaf.

43. Maria, Gods gouden Hulp in de innerlijke strijd

God wilde de Moeder van Christus nodig hebben voor de 'vervollediging' van Zijn Verlossingswerken door een uiterst nauwe mystieke verbondenheid met de gewaarwordingen, het Lijden en de Smarten van Zijn Zoon. Daarom hoeft het ons niet te verbazen dat Maria ook bij de zuivering van de zielsgesteldheden en bij de voorbereiding van het ontvangen van de Sacramenten – de heilige Communie doch absoluut eveneens de Biecht – de Brug van Gods voorkeur is, via dewelke de ziel veilig naar Gods Hart terug kan keren en tijdens die reis onderweg ook nog nieuw aangekleed en onderricht wordt.

De tussenkomst van Maria in elk uur van nood en van verontreiniging is niet slechts een rol als noodbrug opdat de ziel niet in de storm zou verdrinken, doch ook een rol als Lerares die de ziel klaarmaakt voor een nieuw leven op een hoger niveau van deugdzaamheid en weerstand tegen de duisternis. Maria schenkt de ziel inderdaad nieuwe, diepere inzichten en ademt veel van datgene, wat in de ziel verwelkt is, nieuw Leven in. Omvorming door nieuwe kennis en nieuwe inzichten, weg uit het willoos en achteloos leven als speelbal van de grillen van de satan, naar een leven van gerechtvaardigde beslissingen op grond van nieuwe inzichten in datgene wat de ziel nodig heeft om het Licht te kunnen volgen. Zo gaat een God van Liefde tewerk.

Zo maakt de Koningin des Hemels van de ziel die spiritueel slechts vegeteert, een ziel die bewust en vruchtbaar leeft, en daardoor wordt tot een werk dat genaden helpt voortbrengen en Gods Heilsplan helpt bevorderen met elke ademtocht. Precies daar ligt één van de belangrijkste factoren van de macht van de Meesteres van alle zielen over de duisternis: Zij vormt Haar dienaren volgens het model van Haar eigen hoogheilige ziel, zodat deze hun nieuwe relatieve vrijheid uit de tirannie van de duivel kunnen gebruiken om hem van bepaalde effecten van zijn werken van duisternis te beroven.

De Meesteres van alle zielen bestrijdt de duivel hoofdzakelijk door inzet van de volgende wapens:

  • het geheel van Haar unieke onderrichtingen in het kader van de Wetenschap van het Goddelijk Leven (het geheel van de Myriam-geschriften), die de zielen inzichten schenken over het wezen van de zonde, de heiliging, het zielenleven en God Zelf, inzichten die hen tonen waarvoor zij strijden, en waarom;
  • Haar rechtstreeks omvormende werking in individuele zielen, waardoor deze tot volkomen nieuwe opvattingen en nieuwe neigingen tot voorkeur en afkeur komen, die hun vermogen om te worden ingezet in de oorlog tegen het kwaad doen toenemen;
  • de oogst van de aan Haar toegewijde beproevingen en levenssituaties, die Zij tot bereiding van nieuwe genaden inbouwt in Gods eeuwige Verlossingswerken;
  • Haar ondersteunende en bemoedigende Tegenwoordigheid als een vuurtoren van geborgenheid, als Toevlucht der zondaars, als oppermachtige Voorspreekster, als Brug van genaden, als Diegene die de gebrekkige werken van Haar dienaren veredelt.

Dit alles heeft de ziel nodig in haar dagelijkse strijd tegen de duisternis. Behalve Maria werd nooit een ziel geschapen die andere zielen op absoluut volmaakte wijze uit de valstrikken van de duivel kan bevrijden en hen in Gods Hart kan binnenleiden. Daartoe was Zij van meet af aan geroepen, daartoe werd Zij uitgerust met de volheid der Genade, en daartoe werd Haar een macht verleend, die in de hoogst mogelijke graad een afstraling is van de macht van God Zelf. Zonder die macht zou Zij nooit Haar uiteindelijke opdracht kunnen voltooien, krachtens dewelke Zij op de drempel van de grondvesting van Gods Rijk op aarde de duivel onder Haar voeten onwerkzaam zal maken. Zo zijn in Gods Hart reeds de Verlossingswerken van de gekruisigde Christus voor eeuwig bezegeld. In Maria heeft Hij deze Werken in de individuele zielen willen voltooien, opdat de satan zou beseffen dat de Liefde, de zuiverheid, het Licht en de macht van God hem hebben overwonnen, door God Zelf en via Zijn Meesterwerk Maria, dat de absolute voltooiing van de geschapen mensenziel in Zich draagt. Zij is de volmaakte Belichaming van de mensenziel als 'beeld en gelijkenis van God'.

44. Compensatie van vroegere duisternis

Op diverse plaatsen in de door de Meesteres van alle zielen geïnspireerde geschriften treedt dit wonderbaar Mysterie te voorschijn, krachtens hetwelk duisternis in Licht kan worden opgelost, het onvolmaakte in het volmaakte kan overvloeien, en voor de ziel alle Hoop telkens weer de enige gesteldheid blijkt, die te rechtvaardigen is (met andere woorden: dat wanhoop en vertwijfeling geen kans mogen krijgen in een mensenziel die zich volkomen aan God heeft overgeleverd en vol vertrouwen in Zijn dienst leeft). De God van Liefde spreekt het doodsvonnis uit over alle duisternis die aan het Licht wordt toevertrouwd (toegewijd), wanneer deze toewijding, deze overgave, gebeurt vanuit een hart vol vertrouwen en rouwmoedigheid. Duisternis moet aan de Koningin des Hemels worden toevertrouwd vanuit een gesteldheid door dewelke de ziel op ondubbelzinnige wijze te kennen geeft dat zij werkelijk gezuiverd wil worden. De bewuste wil tot zuivering ontwikkelt de ziel pas wanneer:

  • zij de gevolgen van de duisternis voor zichzelf en voor Gods Werken (met inbegrip van al haar medeschepselen, want elk schepsel is ontworpen in Gods Hart) heeft beseft;
  • zij beseft dat zij telkens weer de Liefde niet heeft laten heersen noch haar heeft laten stromen;
  • zij beseft dat precies dit gebrek aan Liefde haar van God heeft gescheiden;
  • zij beseft dat deze scheiding van God haar heeft beroofd van haar innerlijke Vrede, van het vermogen tot spirituele ontplooiing, en van het Ware Geluk.

Dat God heeft voorzien dat de ziel alle duisternis van haar leven nog kan compenseren door toepassing van de oprechte Liefde, oprecht berouw en toewijding, toont aan hoeveel Hem eraan gelegen is dat elke dag van ons leven daadwerkelijk de kans op een wedergeboorte voor het Ware Leven in zich bergt, en dat de duisternis slechts wint wanneer de ziel heeft opgegeven om oprecht en met vertrouwen voor de terugkeer van het Licht in zichzelf te strijden.

Eens te meer blijkt dat de Liefde de sleutel tot de ontplooiing van de ziel en tot de Eeuwige Gelukzaligheid is. De ziel die het ware Goddelijk Leven in zich wil dragen en wil laten bloeien, moet ten volle op de Liefde gericht leven. De duisternis kan een ziel nooit beheersen, noch haar leven verwoesten, zolang deze ziel de Liefde koestert en verzorgt als een kostbare Goddelijke Schat.

Het is van essentieel belang dat een ziel ervan overtuigd is dat de duisternis nooit het laatste woord heeft indien zijzelf vast gelooft in de almacht van het Licht. Een ziel die vanuit deze gesteldheid haar verleden bekijkt, kan met veel vrucht elk detail van haar leven waarvan zij nu beseft dat het duisternis in zich droeg, nu nog aan de voeten van de Koningin des Hemels neerleggen en Haar smeken dat de tussenkomst van Haar oneindig verheven macht en van Haar absoluut volmaakte Liefde deze duisternis nu nog moge omvormen in Licht. De Hemelse Meesteres bezit daadwerkelijk het vermogen om in Haar volheid van Genade alle aan Haar toegewijde duisternis onwerkzaam te maken, zodat zelfs vele jaren na de betreffende gebeurtenissen of situaties de satan de effecten (uitwerkingen) van zijn toenmalige schijnbare overwinningen verliest. Weliswaar kunnen vroegere werken van duisternis intussen onoverzienbare bergen van duisternis en leed over de wereld hebben gebracht (laten wij slechts denken aan situaties zoals oorlogen, politieke verdrukking, slavernij enz.), doch niettemin leert de Meesteres van alle zielen de volgende buitengewoon waardevolle regel:

Op kracht van een Goddelijk Mysterie kan het Licht deze duisternis nu nog compenseren in de mate waarin mensenzielen daar oprecht naar verlangen en met deze intentie voor ogen hun leven, zelfverloochenende Liefde en zuivere offers inzetten en toewijden (bij voorkeur via de Heilige Maagd). Elke mensenziel heeft van God het vermogen gekregen om via deze weg actief bij te dragen tot de compensatie van alle duisternis door Licht, en aldus tot de zuivering en heiliging van de Schepping.

45. De Onbevlekte Ontvangenis en de duisternis

De Onbevlekte Ontvangenis van Maria vormt een machtig Teken voor het feit dat God in een mensenziel de uitwerkingen van de erfzonde, en derhalve het meest nefaste werk van de satan volkomen heeft overwonnen. Daarom:

  1. geldt het aanroepen van de Koningin des Hemels in Haar hoedanigheid als Onbevlekte Ontvangenis als een machtig wapen tegen de duivel;
  2. wordt Maria in deze hoedanigheid steeds uitgebeeld met de slang onder Haar voeten, wat de zielen eraan moet herinneren dat de macht van de Koningin des Hemels over de bron van alle kwaad, evenals over diens werken, volkomen en dus onbegrensd is.

Wanneer een ziel erom smeekt dat de zuiverheid van de Onbevlekte Ontvangenis in alle zielen moge overwinnen, betekent dit dat de ziel gelooft dat God een mensenziel volkomen kan bevrijden van elk spoor van de werkingen der duisternis, en dat Hij dit in Maria daadwerkelijk heeft gedaan. Het kan niet teveel worden benadrukt hoe belangrijk elke verheerlijking van Gods Werken voor het verlammen van de werken van Zijn tegenstander is, respectievelijk hoezeer een dergelijke verheerlijking de werkzaamheid van die werken kan verminderen. Precies daar ligt één van de belangrijkste redenen om de Moeder Gods de hoogst mogelijke verheerlijking te brengen, daar Zij het grootste Meesterwerk van God is.

Het Kruis van Jezus overwint in de ziel wanneer deze laatste de Verlossing in zich laat voltooien door zich in de praktijk van het dagelijks leven totaal in te zetten voor een vlekkeloze navolging van Jezus en om haar eigen kruisen (beproevingen) in navolging van Jezus voluit te aanvaarden en met Liefde te dragen. Dit betekent niet dat de ziel in tijden van nood niet zou mogen bidden, integendeel: Aanvaarding van de kruisen van elke dag wordt pas ten volle vruchtbaar wanneer de ziel bidt om de kracht, de kruisen zo te kunnen dragen, dat deze haar niet zouden belemmeren om op zielsniveau vruchtbaar te kunnen functioneren, dit wil zeggen: haar innerlijke gesteldheden zo te vormen, dat deze vervuld zijn van Licht. Indien de ziel er niet in slaagt om in de beproeving het Licht (dat zich onder meer vertoont in een oprechte Hoop) en de Liefde levendig te houden, kan zij te allen tijde ten prooi vallen aan een gemoedsverduistering, en zal haar vruchtbaarheid voor Gods Werken spoedig wegkwijnen.

Het is in deze zin dat een smeking om de Gaven van de Heilige Geest moet worden verstaan: Van de mate waarin de ziel de Gaven en elke genade van de Heilige Geest in zich weet te benutten, zal afhangen in hoeverre zij in de beproeving de Liefde, de Hoop en het Geloof staande kan houden. Van de mate waarin zij dit laatste vermag te doen, hangt dan weer af, in hoeverre de ziel haar beproevingen zal weten te dragen op een zodanige wijze dat deze tegen de duisternis kunnen worden ingezet als wapens van Verlossing. De Koningin des Hemels acht het zeer waardevol dat zielen Haar veelvuldig zouden smeken om Haar tussenkomst om genaden te verkrijgen, en dat zij Haar al hun beproevingen toewijden, opdat hun hele leven daadwerkelijk moge kunnen werken zoals een zak zaad dat onophoudelijk wordt uitgestrooid in de bodem van Gods Rijk.

Het is goed en zinvol, te bedenken dat de Meesteres van alle zielen ooit zei dat Zij het als Haar Missie in deze Laatste Tijden beschouwt, zoveel mogelijk zielen terug te helpen voeren naar de staat die de mensenziel bezat vóór de erfzonde. Deze staat is in wezen de staat die Zij als enige mensenziel bezit: de ziel in de volmaakt ongeschonden gesteldheid van de Onbevlekte Ontvangenis vrij van de erfzonde. Zij bedoelt dus in wezen, dat Zij zielen op grond van een absoluut onbegrensde en onvoorwaardelijke toewijding van hun hele wezen en hun hele leven aan Haar, zodanig wil helpen hervormen, dat deze zielen in hun diepste gesteldheden in volmaakte harmonie verkeren met Gods Wet, dit wil zeggen in een gesteldheid van ongeschonden Liefde, alsof zij nooit de effecten zouden hebben gedragen van de ongehoorzaamheid van de eerste mensenzielen (de erfzonde). Deze toestand zou de ziel maken tot spiegelbeeld van Maria Zelf, althans voor zover de ziel in navolging van Maria eveneens geen enkele zonde meer zou begaan.

Een buitengewone opdracht, maar in wezen niets minder dan datgene wat God aanvankelijk van ieder van ons verwachtte en verlangde, en wat in Zijn verlangen nog steeds leeft, want Gods Plannen (ook deze met de mensenziel) zijn eeuwigdurend geldig en onveranderlijk. De mate waarin elke mensenziel individueel dit ideaal in dit ene leven op aarde daadwerkelijk benadert, wordt uitsluitend bepaald door de maat van haar oprechte Liefde tot God en haar verlangen om zichzelf totaal ondergeschikt te maken aan de verlangens van haar Schepper.

46. De verlossende macht van lijden en beproevingen

Het Kruis van Jezus Christus is het instrument bij uitstek van onze Verlossing. Voor God is het bijzonder waardevol dat het verlossend Lijden wordt verheerlijkt en geprezen, en wel niet slechts het Lijden van Christus doch alle lijden dat op aarde reeds is doorstaan, vooral datgene dat is geheiligd doordat het in de juiste gesteldheid van Liefde aan God is aangeboden. Opdat geen lijden verloren zou gaan, benadrukt de Meesteres van alle zielen geregeld de betekenis van de toewijding van alle lijden dat ooit op deze wereld is doorstaan en niet – of mogelijkerwijs niet of slechts in beperkte mate – aan God (bijvoorbeeld via Maria) is toegewijd, of dat zelfs aanleiding heeft gegeven tot negatieve gesteldheden (haat, vervloeking, wraakzucht, niet-aanvaarding, bitterheid...). Door toewijding worden beproevingen, ook deze welke reeds lang geleden en zelfs door andere zielen zijn doorstaan, niet in een vruchtbare gesteldheid zijn beleefd, tot wapens tegen de werken der duisternis. Toewijding verzwakt als het ware de effecten van de macht van het kwaad.

Zo wordt toewijding aan Maria bij uitstek tot een essentieel wapen in de machtsstrijd tussen Licht en duisternis, tussen Maria als Leidster in de strijd tegen de duisternis in de Laatste Tijden en daardoor als rechtstreekse Vertegenwoordigster van God, en de duivel. Maria heeft de duivel geheel en al in Haar macht. Opdat Zij deze macht echter daadwerkelijk ten volle moge kunnen gebruiken, moet de vrije wil van zoveel mogelijk zielen aan Haar voeten worden neergelegd, dit wil zeggen van harte aan Haar ondergeschikt worden gemaakt. Dit gebeurt door onvoorwaardelijke opvolging van Haar onderrichtingen, die niets anders weerspiegelen dan Gods diepste verlangens en verwachtingen ten aanzien van alle zielen. Precies dit is één van de belangrijkste lessen die de Meesteres van alle zielen onderricht.

Lijden verlost daarom slechts in de mate waarin het in Liefde wordt aanvaard en gedragen, en aan God wordt toegewijd. Deze toewijding gebeurt bij voorkeur via Maria, omdat Zij de volmaakte Brug tussen Hemel en aarde is, en Haar Smartvol Hart reeds op Golgotha de levende Kelk was, in dewelke het Lijden van Jezus en Haar eigen Smarten met elkaar versmolten en als een hoogheilig mengsel uit Goddelijke én geschapen Bron aan de Godheid werden aangeboden.

Bijzonder machtig in de strijd tegen de duisternis zijn aanroepingen in dewelke elementen worden geopperd, die de duivel een aanstoot zijn, bijvoorbeeld het Kruis van Christus, Zijn Wonden en Bloed, de Werken van de Christus als God-Mens, Zijn speciale hoedanigheden zoals deze als Messias en Verlosser, de unieke gesteldheden en hoedanigheden van Maria (in het bijzonder Haar Onbevlekte Ontvangenis, Haar positie als Koningin van de hele Schepping, en Haar alomvattende hoedanigheid als Meesteres van alle zielen). Het betreft daarbij telkens elementen die een intens Licht over de Schepping hebben gebracht en dit eeuwigdurend blijven doen, en die derhalve de werkzaamheid van het kwaad beknotten. Wanneer deze elementen aan God worden aangeboden, werken deze zich als verlossende genaden voor de zielen uit.

Ongeveer in dezelfde lijn ligt de toewijding van leed dat in het verleden op deze wereld is geleden en waarvan wellicht veel elementen nooit door iemand in de juiste gesteldheid zijn toegewijd, zoals gebeurtenissen uit oorlogen, uit situaties van vervolging, enzovoort. Hierdoor kan veel schijnbaar onzinnig leed uit de geschiedenis van de mensheid een volledig nieuwe zin krijgen.

47. De immense macht van de vrije wil

De Meesteres van alle zielen wijst er telkens weer op, hoe machtig de vrije wil van de mensenziel is, en dat de uitwerkingen van deze macht vaak duidelijker tot uiting komen dan deze van de almacht van God Zelf. De reden hiervoor is heel eenvoudig deze: God heeft de mensenziel een onschendbare vrije wil gegeven, en maakt hierop niet ongevraagd inbreuk. Daarom gebeuren op deze wereld ontelbare dingen die op geen enkele wijze verenigbaar lijken met de almacht van een volmaakt liefhebbende God. God veroorzaakt deze gebeurtenissen allerminst, integendeel, Hij betreurt deze zeer zwaar, want zij wekken de schijn dat Hij hen goedkeurt, terwijl in werkelijkheid ieder van hen getuigenis aflegt van de mate waarin de mensenziel is afgeweken van Gods Hart, van Zijn gesteldheden, van Zijn Wet van Ware Liefde.

Een logisch gevolg van de algemene verwachting dat God alle duisternis kan en zal omkeren, is het feit dat de meeste christenen de Heilige Maagd Maria beschouwen als een werktuig, een instrument, van de Goddelijke almacht, Wier rol hoofdzakelijk zou bestaan in het volbrengen of bekomen van mirakelen ten gunste van mensen in situaties waaronder zij lijden, bijvoorbeeld ziekte, ontbering of enige andere vorm van ongemak of nadeel. Van Maria wordt door zeer velen verwacht dat Zij op miraculeuze wijze dergelijke situaties omkeert. Slechts zeer weinigen zien Haar echter als datgene wat Zij werkelijk is: een grenzeloos machtige Hulp om naar de van elke ziel verlangde spirituele volmaaktheid toe te groeien en aldus waarlijk beeld en gelijkenis van God te worden.

God heeft Maria inderdaad de macht en de opdracht gegeven om de satan definitief te overwinnen. Zij mag dit echter alleen doen indien de mensheid Haar daarom vraagt en Haar het verlangen te kennen geeft om gered te worden, door gebed, offers, boetvaardigheid, terugkeer naar de Leer van Jezus Christus, veelvuldig en liefdevol gebruik van de Sacramenten van Communie en Biecht, en bij voorkeur bovendien door een leven in totale en onvoorwaardelijke toewijding aan Maria. Indien de Moeder Gods zonder meer in de duisternis van het dagelijks leven zou ingrijpen, zou Zij in overtreding zijn met de Goddelijke Wet die bepaalt dat de vrije wil van de mensenzielen onschendbaar is en dat dus geen enkele Hemelse macht situaties mag omkeren zonder het uitdrukkelijk verlangen én actieve medewerking van de betrokken zielen.

Om de tussenkomst van de immense macht van de Koningin des Hemels in hun duisternis te kunnen ervaren, moeten lijdende zielen daar uitdrukkelijk om vragen, en moeten zij dit verzoek 'bevestigen' of 'bekrachtigen' door aan God en Maria te tonen dat zij waarlijk bereid zijn om hun wil één te maken met de Wil van God. Concreet betekent dit, dat een verzoek om tussenkomst van een Hemelse macht tot omkering van een duistere situatie des te eerder mogelijk zal zijn wanneer de betrokken ziel niets 'afdwingt' doch God aantoont dat zij aanvaardt wat Hij beschikt, omdat God volmaakt weet of, en in welke mate, een Hemelse tussenkomst tot omkering van een situatie wel bevorderlijk is voor de verwezenlijking van Zijn Werken binnen het geheel van de Schepping. Laten wij nooit vergeten dat de betrokken ziel nooit de enige partij is met dewelke God rekening moet houden (elke situatie beïnvloedt meer dan één schepsel), en dat God niet de situatie op zich bekijkt, doch de rol die deze situatie en elke mogelijke wijziging ervan speelt of kan spelen voor de voltooiing van Zijn Werken en Plannen voor de hele Schepping én voor het Eeuwig Heil van de betrokken zielen.

Hier liggen de voornaamste redenen waarom duisternis niet steeds onmiddellijk wordt omgekeerd, ook al bezitten God en Maria daar alle macht toe. Zeer moeilijk wordt het vaak wanneer bij een situatie partijen betrokken zijn, die absoluut niet willen dat deze situatie zou veranderen, omdat zij menen er baat bij te hebben. In dergelijke gevallen zal het van de ziel die wél naar omkering van de situatie verlangt, soms een zware inzet vergen om een zodanige Liefde op te wekken dat de duisternis in de situatie niettemin onwerkzaam kan worden.

48. Hoe het Licht het laatste woord geven

In deze bloemlezing was reeds eerder sprake van de mogelijkheid om vroegere duisternis te compenseren of onwerkzaam te maken. Het is goed, in dit verband te wijzen op de immense waarde van gesteldheden zoals onvoorwaardelijke vergeving, verzoening en oprecht berouw. Vanuit een menselijk standpunt zou men menen dat alle zonden die op deze wereld doorheen alle tijden zijn begaan, voor de satan een overwinning vormen, bij dewelke God en de mensheid zich maar moeten neerleggen. Door een uiting van Gods volmaakte Liefde en Barmhartigheid kan echter zelfs aan die toestand iets worden gedaan. Vanzelfsprekend kan niemand een begane zonde ongedaan maken. De effecten van een zonde kunnen echter zelfs jaren later (er is geen beperking in de tijd) worden gecompenseerd, door handelingen van Liefde, boete, eerbiedig gebruik van de Sacramenten enz.

Helemaal in deze zin moet ook het Novembergebedsplan worden begrepen (dat in Gebeden > Maria’s Novembergebedsplan kan worden gevonden). Dit gebedsplan komt neer op een machtige compensatie van vroegere duisternis in het eigen leven tot in alle details. Ook in bepaalde Myriamgebeden worden de Moeder Gods werken van het kwaad in handen gelegd, die de duivel in het verleden heeft volbracht, opdat hem nu nog de schittering van zijn toenmalige overwinningen moge worden ontnomen.

Uit dit systeem blijkt pas goed, hoezeer volgens Gods Wet alles vroeg of laat wordt gecompenseerd, en derhalve de Liefde daadwerkelijk het laatste woord heeft. Geen enkel spoor van duisternis blijft voor eeuwig werkzaam. Alle duisternis is er immers toe bestemd, ooit te sterven. Slechts datgene wat uit Gods Licht bestaat en Gods Liefde in zich draagt, heeft het Eeuwig Leven. Dit betekent niet dat men de zonde niet zou moeten betreuren: Elke zonde, hoe 'gering' zij ook moge zijn, brengt als het ware Gods Hart een wonde toe. Precies om deze reden is Maria de eeuwig Smartvolle Moeder en is Jezus de eeuwig Gekruisigde: De Verlossingswerken zijn nooit gestaakt, zij zullen pas voltooid zijn in het uur waarin God de zielen de Vrouw zal tonen met de satan onder Haar voet en Hij de grondvesting van Zijn Rijk op aarde zal afkondigen. Wanneer het hart geen pijn ervaart over Gods en Maria’s Smarten, is in dat hart de Liefde gebrekkig. De belofte van de uiteindelijke compensatie van alle duisternis wijst er echter op, dat uiteindelijk slechts het Licht, de volmaakte Vrede en het volmaakt Geluk zullen overblijven. De definitieve heerschappij van de satan over de zielen en de wereld is derhalve een voorstelling die op niets anders is gebaseerd dan op een zeer grote misleiding vanwege de duivel.

Alle duisternis kan in haar uitwerkingen worden ontkracht, doch dit kan slechts gebeuren door deze duisternis van harte toe te wijden, deze toewijding te bekrachtigen door een actief beleefde zelfverloochenende Liefde en een waarlijk onvoorwaardelijke offerbereidheid, en een oprechte neiging om eigen vermeende belangen nooit voorrang te geven op de verwachtingen van God. God verlangt niets dan Liefde, dienstbaarheid, zelfverloochening en onderwerping van het wezen en het leven van vele zielen aan de noden van Zijn Heilsplan voor de hele Schepping. Duisternis die U wordt aangedaan, kan haar werking totaal verliezen indien U erin slaagt om het medeschepsel dat U op één of andere wijze heeft geschaad of verwond, van harte vergeving te schenken. Niet de zonde of overtreding zelf wordt vergeven, wel diegene die de zonde of overtreding heeft begaan, doordat men beseft dat deze zichzelf reeds tot slachtoffer van het volgen van een duistere inspiratie heeft gemaakt. Door ware vergeving en verzoening helpt U Gods verlangen vervullen, dat elke ziel uit Zijn hand uiteindelijk het Ware Licht moge vinden, want vergeving en verzoening kan de macht die de duisternis over de jegens U schuldige ziel heeft (of heeft gehad) totaal breken.

49. Maria als Tegenpool van de satan

De Tegenpool van de satan is de Christus, het Licht der wereld, de Zoon Gods. De satan heeft ook onder de geschapen zielen een Tegenpool: Maria, de Vrouw, de Moeder van het Licht der wereld, en wel op grond van de mystieke eenheid tussen de Harten van Jezus en Maria. De Koningin des Hemels is onder al het geschapene de Tegenpool voor de duisternis, omdat God Haar heeft geroepen als Vertegenwoordigster voor de krachten van het Goddelijk Licht in de strijd tegen de duisternis. 'Voor Maria alleen leven', betekent zo veel als 'zich helemaal afkeren van alles wat de duisternis, de zonde, het kwaad dient'.

In een Openbaring zei de Meesteres van alle zielen ooit: "Het is door de voltooide Hemelse Liefde dat Ik de ziel naar God terugbreng, en dat Ik de satan onder Mijn voet ter aarde zal neerdrukken, want zijn werken zijn de absolute tegenpool van de Liefde en haar uitwerkingen, en slechts de Liefde heeft de macht om alle duisternis te verbannen".

God sprak tot de satan: "Vijandschap sticht ik tussen u en de Vrouw (= Maria), tussen Haar kroost en het uwe...". In de diepte beschouwd, is het de opdracht van elke christen, zich totaal aan Maria te geven, want Zij is de absolute Leidster in de strijd tegen de satan en zijn kroost. Slechts de macht van Maria zal de macht van de satan en zijn duivelen breken, want Zij zal hem onder Haar voeten verpletteren. God heeft dit beloofd. Deze belofte zal letterlijk vervuld worden, want de vervulling van elke Goddelijke Beschikking staat onwrikbaar vast. Maria voltooit hierdoor de ontsluiting van de oneindige en eeuwigdurende verdiensten van de Verlossingswerken van de Christus in elke individuele ziel die bereid is om van harte met Haar mee te werken. De mens heeft de satan een nooit geziene macht gegeven door zichzelf heel goedkoop in zijn dienst te stellen. Het Geluk, de Liefde en de Vrede van het eerste uur kunnen op aarde terugkeren, in de mate waarin de mensenzielen al hun inspanningen op de Hemel, het Kruis van Christus en hun heiliging richten en de oorlog verklaren aan hun eigen zwakheden. Een leven van volhardende toepassing van een totale toewijding aan Maria in alle details van het leven geldt daarbij als de gouden weg.

De overwinning van mensenzielen op zichzelf betekent het einde van de macht van de satan en de grondvesting van het Rijk van God op aarde. Precies in dat opzicht is Maria de Tegenpool van de satan: Als daadwerkelijke Meesteres van een mensenziel kan Zij deze ziel helpen omvormen tot een bolwerk tegen de duisternis. Het is via de daadwerkelijk beleefde totale toewijding van zoveel mogelijk mensenzielen aan Maria, de Vrouw Die de slang (de satan en zijn werken van duisternis) onder Haar voeten zal verpletteren, dat Zij de overwinning van het Licht over de duisternis voelbaar en zichtbaar zal bezegelen, dit alles op kracht van de Werken van Christus. Zij Die 'vol van Genade' is, is zo totaal vervuld van het Goddelijk Licht dat Zij als volmaakte Spiegel van Gods Hart in alles volmaakt tegengesteld is aan de satan en zijn werken van dood, verwoesting, duisternis, chaos, ellende, haat, verblinding en misleiding, en daardoor van alle ongeluk in de wereld.

De Vrouw tegenover de satan: de volmaakt zondeloze mensenziel die nooit aan enige duistere bekoring heeft toegegeven, tegenover de belichaming van de duisternis zelf. De tegenstelling is totaal, temeer omdat het bij Maria gaat om een geschapen ziel, dus volkomen bekleed met de menselijke natuur, en daardoor ten volle ontvankelijk voor de bekoring. Wat maakt Haar tot de belichaming van de absolute tegenpool van de duisternis? Haar absoluut volmaakte zelfverloochenende Liefde als brandstof voor een vrije wil die resoluut en onvoorwaardelijk in alle situaties voor God koos. Geen enkele andere geschapen ziel beantwoordde ooit volledig aan deze gesteldheid.

50. Wat bepaalt de macht van de satan over een ziel?

Ik citeer woordelijk uit een Openbaring van de Meesteres van alle zielen uit 2006:

"Mijn macht over de duivelen is onbegrensd en totaal. Zij is dit altijd geweest, ook reeds gedurende Mijn leven op aarde. Ik ben voor geen enkele bekoring bezweken. Nochtans heeft de satan Mij geen rust gelaten. Weet dat elke ziel macht kan verwerven over de duivelen, in de mate waarin zij groeit in de heiligheid. Hoe heiliger een ziel, des te groter haar macht over de duivelen. Concreet betekent dit dat een ziel die leeft in consequente en volhardende beoefening van alle deugden en in totale overgave aan Gods Wil, in overeenstemming met Gods Plannen, Werken en bedoelingen, door eigen inzet een grote weerstand verwerft tegen alle bekoringen en tegen alles wat werelds is. Dat komt doordat een ziel, naarmate zij groeit in heiligheid, steeds méér leeft vanuit Gods Hart, vanuit Zijn verlangens. Deze ziel wordt zozeer ondergedompeld in de Hemelse realiteit dat zij geen behoefte meer heeft om aan bekoringen toe te geven. Bekoringen zijn pogingen van de satan om de ziel naar het wereldse, het stoffelijke, toe te trekken.

De ziel die zich in de dingen des Hemels laat onderdompelen, heeft steeds minder belangstelling voor de wereldse dingen. Zij vindt deze dingen smakeloos, onaantrekkelijk, banaal, dwaas. Zij beschouwt de dingen van de wereld als een belediging aan de waardigheid van de ziel. Hoe terecht doet zij dit, want de ziel is een Bouwwerk van God, en in haar heiliging wordt een ziel tot een prachtige tempel van een betoverende schoonheid, een paleis van Hemels Licht waarop Ik verliefd kan worden. De macht over de duivelen begint daar: in het gebrek aan belangstelling voor alle waardeloze verlokkingen, zelfs minachting, die zij de ziel voorhouden. Hoe kan iemand macht hebben over jou wanneer hij je niets kan geven dat jij absoluut begeert, of wanneer hij je alleen maar kan beroven van iets waar je toch geen belangstelling voor hebt?

De macht van de satan over de ziel wordt bepaald door de mate waarin de ziel verleidbaar is.

Verleidbaar is de ziel slechts in de mate waarin de satan haar behoeften kan manipuleren. Wanneer de ziel deze behoeften weet te overwinnen, heeft de satan geen macht meer over haar. De ziel die zich uit de greep van de satan wil bevrijden, moet haar behoeften aan materiële dingen, aan seksuele bevrediging en aan lof en eer kleiner en kleiner weten te maken. Zij moet dus alles schuwen wat in haar het materialisme, de ijdelheid, de genotzucht, de geldingsdrang, de hoogmoed en de heerszucht aanwakkert.

Nederigheid, kuisheid, zuiverheid van gemoed, en Liefde tot vergeestelijking en Wijsheid, vormen de grote wapens waarmee elke ziel de duivelen aan haar voeten kan krijgen. Bovendien moet de ziel een Ware Liefde tot de beproevingen, kruisen en lasten van het leven betrachten. Laat geen kans voorbij gaan om te offeren. Draag elke last, elke pijn, elk hongergevoel, elke vermoeidheid, elke ziekte, elke tegenslag op voor het Heil van je broeders en zusters in Jezus en Maria, en voor bekeringen.

Ziedaar de eenvoudige maar overweldigende wapens in de oorlog tegen de duivelen, en dus tegen alle ellende der wereld. Ziedaar dus ook de sleutels tot de poort van het Ware Geluk. De Meesteres van alle zielen komt voltooien wat Jezus begonnen is: de kruistocht voor de Ware Vrede en blijheid in de harten en de ware rust in de geesten, en hierdoor voor het Ware Geluk in de wereld".

51. De aantrekkingskracht van de duisternis op zielen

In een Openbaring uit 2008 verklaarde de Meesteres van alle zielen waarom de duisternis voor vele zielen zo aantrekkelijk blijkt:

"De aantrekkingskracht van de duisternis op zielen is zo groot omdat de duisternis de zielen steeds een gemakkelijk leven, een leven van genot, voorspiegelt. Zie toch hoe de krachten der duisternis tewerk gaan: Zij lokken de zielen met de verleidingen van geld, bezit, macht, aanzien en ongeremde lichamelijke genietingen. De ziel die aan deze verleidingen toegeeft, belandt op de dwaalwegen van ondeugd en zonde: criminaliteit, verkwistingsdrang, materialisme in zijn talloze vormen, hebzucht, ongenadige concurrentie, gevoelloosheid jegens de medeschepselen, zelfzucht, zedeloosheid, onmatigheid, hoogmoed, haat, vernietigingsdrang, zucht naar verdeeldheid, oneerlijkheid en zovele andere. Zielen, drie schilden kunnen jullie beschermen tegen al deze verleidingen:

  1. Liefde
  2. offerbereidheid en boetvaardigheid
  3. nederigheid en eenvoud

De ziel die deze drie gesteldheden intens zoekt te beleven en in zich naar volkomenheid zoekt te voeren, wapent zichzelf tegen alle bekoringen en verleidingen, en ontvangt het Licht van onderscheiding tussen de wegen van Gods Voorzienigheid en alle dwaalwegen. De ziel in wie deze drie gesteldheden werkelijk leven, kan geen slavin van de duisternis worden. Zij zal naar het Licht worden getrokken en alle duisternis schuwen.

Waarom zijn deze drie schilden zo machtig? Omdat zij de ziel onderdompelen in de ervaringswereld van het Goddelijk Leven, dat de ziel vervult met tevredenheid, blijmoedigheid, aanvaarding, overgave, en zuiverheid in hart, geest en mond. De ziel in deze sfeer van beleving verwerft een grote macht op de poorten der Genade. In haar kan Ik volkomen heersen. Welnu, voor Mij vlucht alle duisternis, want Ik draag in Mij het Licht der wereld, de Geest van Wijsheid en heiligheid, en de scepter van de macht. Wie in Mij gelooft, is onaantastbaar voor elke kracht die niet verenigbaar is met God".

52. Navolging van Maria en overwinning over de duisternis

In de ziel die zich van harte aan Maria heeft weggegeven en die zichzelf arm maakt aan wereldse indrukken en belangen, overwint Maria ten volle, en Zij leidt deze ziel ook tot de overwinning over zichzelf. De Koningin des Hemels is voorbestemd tot de definitieve overwinning over alle duisternis, en wil Haar getrouwen arm aan wereldse belangen zien opdat Zij ervoor zou kunnen zorgen dat deze volop deel zouden kunnen hebben aan Haar overwinning. Maria was bij uitstek het voorbeeld voor de mensenziel die zichzelf overwint, dit wil zeggen, die alle wereldse invloeden in zichzelf overwint om in al haar doen en laten, al haar gedachten, gevoelens en bestrevingen in volkomen overeenstemming te zijn met Gods verwachtingen.

Door deze gesteldheid, in dewelke Zij Haar hele leven lang volmaakt heeft volhard, hield Zij de duisternis volmaakt in Haar macht: De satan kon Haar in geen enkel opzicht en op geen enkel ogenblik voor zijn plannen en werken inzetten, want Zij wilde niet van Gods wegen afwijken. Om deze reden ook, heeft Zij nooit toegelaten dat wereldse invloeden en belangen Haar leven en Haar innerlijke gesteldheden richting zouden geven. Zij heerste volmaakt over deze invloeden omdat Zij geen andere invloeden in Zich een plaats wilde geven dan deze, welke uitgingen van God. Dit is wat God van elke ziel verwacht.

Precies daarom is volmaakte navolging van Maria geen ketterij – zoals sommige zielen op grond van schaamteloze inspiraties vanwege de duisternis graag beweren – doch integendeel een volmaakte weg naar volledige bloei van de ziel naar Gods beeld en gelijkenis toe. Sommige krachten verketteren de door het Maria Domina Animarum Werk verspreide leerstellingen omdat deze oproepen tot volmaakte navolging van Maria. Deze krachten komen niet van God, zij komen van de satan zelf, die in volkomen navolging van Maria een grote bedreiging ziet, want zoals reeds eerder aangetoond, is Maria de absolute Tegenpool van de duisternis, zodat volhardende, totale en onvoorwaardelijke navolging van Haar voorbeeld het krachtigste teken vormt voor een vaste wil om totaal één te worden met Christus Zelf. Om deze reden is elke ziel die de hoogste vorm van verering van, en toewijding aan, Maria met kracht bestrijdt en belastert, onmiskenbaar een werktuig van de duisternis.

De ziel die haar hele leven wijdt aan de bestreving om tot een vlekkeloze navolging van Maria te komen, streeft hierdoor naar een restloze overwinning op alle duisternis die zij in zich kan dragen en/of die haar innerlijke bloei bedreigt. De ziel die haar eigen duisternis weet te overwinnen, draagt op een wezenlijke wijze bij tot de uiteindelijke overwinning van Gods Licht over de duisternis. Vergeten wij daarbij nooit het veelzeggend beeld van de Heilige Maagd met de slang onder Haar voet: Zij heeft de duisternis voor alle tijden in Haar macht, en wanneer Zij Haar heerschappij ook kan laten gelden in de innerlijke gesteldheden van een ziel, zal ook deze ziel zelf zelf de duisternis kunnen overwinnen.

53. Een leven in dienst van 'de Vrouw'

Indien de zielen toch konden zien hoe talloze zielen aan de voeten van de Hemelse Lelie reeds hun bloesems hebben zien veranderen in rijpe vruchten... Een op de juiste wijze en vanuit de juiste gesteldheid gesloten en met Liefde beleefde toewijding aan Maria is zoals deelname aan de grote kruistocht tegen de duisternis, waarbij engelen en mensenzielen elkaar ontmoeten onder het vaandel van Diegene aan Wie de macht is gegeven om alle ellende in deze wereld te verlammen door de bron van alle ellende te laten uitleveren aan Haar voeten. Zalig de zielen die vrijwillig aan deze uitlevering willen deelnemen door de inzet van alles wat zij van God hebben gekregen: lichaam en ziel, geest en hart, wil en levensweg.

Vele zielen wijden zich om de verkeerde reden aan Maria toe. Zij verwachten dat 'de Vrouw' aan wie de macht is gegeven om de kop van de slang te verpletteren, hen van alle duisternis in hun leven zal bevrijden. De Meesteres van alle zielen heeft daar zeker de macht toe, doch Zij kan dit nooit doen, want indien Zij de volheid van Haar macht zonder meer zou laten gelden over alle duisternis, zou Zij daardoor de zielen de kans ontnemen om via een juist gebruik van hun eigen vrije wil aan God te bewijzen dat zij bereid zijn om actief aan hun heiliging mee te werken. Precies deze actieve deelneming aan de eigen heiliging brengt de ziel de verdiensten van de Eeuwige Gelukzaligheid.

Aan 'de Vrouw' is de macht gegeven om de werken der duisternis te verpletteren. Zij heeft die macht op kracht van de Genade die is bereid uit de Verlossingswerken van de Christus, en Zij zal die macht uitoefenen op Gods Tijd. De slang zal zichzelf alsook haar werken van verwoesting onder de voet van 'de Vrouw' verlamd zien worden. Essentieel is echter, dat de dienaren van 'de Vrouw' de slang aan de voeten van hun Meesteres moeten uitleveren, dit wil zeggen: dat zij in de eerste plaats hun eigen duisternis onder de heerschappij van hun Hemelse Meesteres moeten stellen, via een totale offerande van zichzelf en hun hele leven aan Haar, gevolgd door een leven in trouwe navolging van Haar zo verheven heilig voorbeeld.

God heeft oneindige paradijsvreugden in het vooruitzicht gesteld voor de zielen die zich totaal, onvoorwaardelijk en levenslang aan 'de Vrouw' weggeven in volkomen, strikt beleefde toewijding. Deze zielen zijn het, die op de meest doeltreffende wijze, met de woorden van apostel Paulus, "aanvullen wat nog ontbreekt aan de Werken van Christus". Hun met Liefde aanvaarde, gedragen en toegewijde kruisen zijn het, die de verlossende macht van het Kruis van Golgotha over de duisternis zullen afroepen, want zij zullen door een zo strikt mogelijke navolging van Maria, het grootste Wonderwerk van God, een leven hebben geleid in dienst van de vervulling van Gods Heilsplan, dat volledig is gericht op de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

Maria was levenslang een toonbeeld van zelfverloochening. Elke ziel die vasthoudt aan eigen voorstellingen en verwachtingen ten aanzien van het leven, zal levenslang een gemakkelijke prooi blijven voor de meest uiteenlopende bekoringen tot zelfzucht, en zal daardoor nooit bijdragen tot de voltooiing van Gods Heilsplan op aarde. De Moeder Gods heeft alles prijsgegeven ten bate van de voltrekking van de Verlossingswerken van Haar Goddelijke Zoon. Een ziel die aan zichzelf, bevrediging van eigen voorstellingen en de behoefte aan aanzien vanwege medemensen blijft vasthouden, kan nooit spiegel van Maria worden. Wie geen spiegel van Maria wil worden en in alle omstandigheden van het leven op Haar wil blijven lijken, zal eerder spiegel van de duisternis worden en in de meest uiteenlopende situaties van het leven de belangen van de duisternis dienen.

54. De Meesteres van alle zielen over bezetenheid

In juni 2016 sprak de Meesteres van alle zielen de volgende woorden privaat tot Myriam. Zij geeft deze thans vrij voor publicatie in dit geschrift:

"Een ziel wordt slechts bezeten zodra zij zich niet meer verzet tegen pogingen van de satan om zijn werken via haar te voltrekken. Een ziel raakt bezeten zodra zij zwicht voor de influistering vanwege de satan dat zij van hem zal verkrijgen wat voor haar belangrijk is op voorwaarde dat hij de toelating krijgt om haar voor zijn werken te gebruiken. Het eerste dat zij hiervoor moet opgeven, is de Ware Liefde. Hij fluistert haar in, dat de Liefde de grootste hindernis is om haar verlangens te bevredigen, blaast haar zelfbeeld (diegene die zij in de ogen van haar medemens wil lijken te zijn) op of maakt haar zodanig onzeker dat ze tot het uiterste gaat om zich door te zetten, doch doorgaans op een zodanige wijze dat de buitenwereld, en zelfs vaak ook zijzelf, dit niet merkt. Zij vertoont zich vaak op een zodanige wijze dat ze medelijden opwekt, of de buitenwereld nooit zou geloven dat zij door enige duisternis kan worden bewogen.

De satan neemt bij voorkeur bezit van zielen die :

  • het uiterst belangrijk vinden dat hun medemensen naar hen opkijken;
  • ontevreden zijn over de gang van hun leven en zich daardoor ook gemakkelijk terugtrekken in een wereld van eigen makelij, met eigen voorstellingen, eigen verwachtingen, een eigen gerechtigheid, eigen wetten, een wereld waarin Gods Wet gemakkelijk wordt uitgeschakeld en dus zeer lichtzinnig wordt omgegaan met alle moraal;
  • veel belang hechten aan menselijk opzicht en aan de opvattingen van de wereld, omdat zij boven alles bij hun medemensen willen overkomen als belangrijk, interessant, speciaal;
  • een grote neiging bezitten om negatief te denken en van alles eerst het slechte te verwachten;
  • zeer weinig geloof en vertrouwen hebben in de werking van Gods Voorzienigheid;
  • neigen tot jaloersheid;
  • niet in staat blijken om hun eigen plaats en rol binnen Gods Plan te beseffen en/of deze te aanvaarden, en hierdoor ook neigen tot overschatting van de belangrijkheid van hun eigen persoon;
  • neigen tot zelfzucht, en zich nauwelijks kunnen inleven in hun medeschepselen en hun noden, behoeften en gevoelens.

De satan inspireert de door hem bezeten ziel tot een innerlijk leven dat wordt opgebouwd als een zelfgemaakte wereld met eigen regels en wetten, een wereld waarvan de ziel zelf de koningin en zelfs de godin is, die meestal op ongemerkte wijze haar heerschappij over haar medeschepselen begint uit te oefenen en op de meest uiteenlopende wijzen alles aan zich begint te onderwerpen en alle aandacht voor zich begint op te eisen.

Een bezeten ziel kan slechts duurzaam worden bevrijd door haar eigen onverzettelijke wil om zich te bevrijden uit de ketenen die niet de satan haar heeft omgelegd, doch die zij zichzelf heeft omgelegd, door haar vrije wil tot slaaf van de satan te maken. Zij kan zich slechts voorgoed bevrijden door het intens en oprecht verlangen om:

  • haar wil niet langer in dienst van de duisternis te stellen;
  • haar behoeften op zodanige wijze om te keren dat zij nog slechts verlangens koestert die bevorderlijk zijn voor haar Eeuwig Heil;
  • al haar medeschepselen met ongeremde zelfverloochening te dienen, lief te hebben, en oprecht hun behoeften te helpen bevredigen boven haar eigen behoeften;
  • zichzelf onbelangrijk te vinden, en tot in de diepste vezel van haar hart Mijn slavin te worden. Volgens de mate waarin zij Mijn heerschappij in zich aanvaardt en ermee meewerkt, kan zij in Mij een ondoordringbaar schild tegen elke bekoring en elke duistere inspiratie vinden.

Nooit kan een ziel die Mij waarlijk en oprecht als haar Meesteres beschouwt en niets méér verlangt dan in al haar doen en laten, al haar innerlijke gesteldheden en haar hele levensloop aan Mijn voeten te liggen, bezetene van de duisternis worden, zijn of blijven. Zij moet slechts oprecht het Licht beminnen en de duisternis verafschuwen, ongeacht welke beloften de duisternis haar in het hart heeft gefluisterd".

55. Een aanroeping als een onweer

Ooit, naar aanleiding van een zware aanval tegen mij vanwege de satan, schonk de Meesteres van alle zielen mij een aanroeping waarbij Zij sprak: "Richt deze aanroeping dagelijks zo vaak mogelijk tot Mij, opdat Mijn onbegrensde macht over de duivel moge worden gewekt". Haar aanroeping bestond uit de volgende Latijnse woorden: Laudate Mariam, augustissima Regina et potentissima Domina et Imperatrix diabolorum (ik prijs U, Maria, hoogst verheven Koningin en allermachtigste Meesteres en Heerseres over de duivelen).

Deze aanroeping, wanneer men haar regelmatig en heel bewust langzaam uitspreekt, werkt zoals een onweer in de ziel. Zij wekt een buitengewone gewaarwording van de Tegenwoordigheid van de machtige Koningin des Hemels, een gewaarwording van dewelke men zich bewust kan worden in de mate waarin het hart totaal op Haar is gericht en men daadwerkelijk het eigen leven totaal in dienst van de overwinning van Gods Wet van de Ware Liefde wil stellen.

Deze aanroeping kan worden vergeleken met een onweer omdat haar uitwerking deze is als een bliksem (een lichtflits voor de ziel en een verschroeiend vuur voor de duisternis), een donderslag die de hel doet beven, en een zuiverende ontlading die de lucht in de ziel kan opladen met nieuwe zuurstof en een gevoel van verkwikking. Een onweer voegt stikstof toe aan de bodem, waardoor deze wordt bevrucht. Op gelijkaardige wijze bevrucht de door de Meesteres van alle zielen aanbevolen aanroeping het zielenleven, de bodem van de ziel, met alle vermogens die er als kiemen door God zijn in verborgen. Woorden die de Koningin des Hemels in Haar hoogste verhevenheid prijzen, hebben op de duisternis de uitwerking van een bliksem die duivelse werken en plannen kunnen splijten. Wij mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat ook wat dit betreft, spiritueel leven een zaak is van vrijwillige en actieve inzet en medewerking, niet van passief afwachten. Daarom moet de 'bliksemontlading' waarvan hierboven sprake, steeds een gedeelte van haar energie kunnen putten uit het Vuur van de zelfverloochenende Liefde van de mensenziel en van haar oprecht verlangen om Gods Werken en Plannen te dienen.

56. Zelfvernedering jegens Maria als wapen tegen de satan

Jezus beklemtoonde reeds de zelfvernedering als een basiswaarde voor elke mensenziel. In de Moeder van Christus stelt God de zielen het teken bij uitstek voor de absoluut volmaakte geschapen ziel, en daardoor het grote teken des aanstoots voor de duisternis, want in Maria ziet de satan het eeuwig levende bewijs voor het feit dat een mensenziel al zijn inspiraties en bekoringen totaal kan weerstaan, en dat hij dus niet zo almachtig is als hij de mensheid wil laten geloven. De ziel die zich totaal aan Maria weggeeft in een dagelijks tot in alle details van het leven beleefde toewijding, ontvangt hierdoor een oneindig machtige bescherming tegen de duisternis. Geen duivel vermag iets tegen een mensenziel die zich totaal in de handen van de Koningin des Hemels weggeeft. In de strijd tussen het Licht en de duisternis vertegenwoordigt Maria de volheid van de mensenziel als beeld en gelijkenis van God, dit wil tevens zeggen: de volheid van de mensenziel zoals God deze steeds had bedoeld, namelijk volkomen heilig en dus onaantastbaar voor elke invloed die niet met God verenigbaar is. Daarom is Zij de satan een vreselijke aanstoot en beschouwt hij Haar in minstens even hoge mate – indien niet nog veel méér – als zijn Tegenpool, dan Christus.

In een Openbaring uit 2006 zei de Hemelse Koningin woordelijk:

"Waarom is het voor de duivelen een vreselijke kwelling wanneer een mensenziel zich diep voor Mij vernedert? Begrijp wel, dat de satan zich alle macht over de zielen tracht toe te eigenen. Wanneer een ziel aan Mijn voeten neerknielt, vervult dit de satan met haat en afgunst, omdat Ik voor alle tijden zijn Tegenstandster ben en elke verheerlijking van Mijn macht hem zowel afschuw als angst inboezemt. Elke erkenning van Mijn macht maakt hem waanzinnig. Begrijp bovendien dat, wanneer een mensenziel aan Mijn voeten neerknielt, zij hierdoor op symbolische wijze haar menselijkheid, haar gebondenheid aan de wereld en aan elke beïnvloeding vanwege de duivelen onder Mijn voeten legt en dit alles overlevert aan Mijn macht.

Wanneer een mensenziel voor Mij neerknielt, ervaren de duivelen dit alsof zij zelf aan Mijn voeten geknield zouden liggen. Wanneer de ziel vol overgave en oprechte Liefde voor Mij knielt, levert zij dus het machtsgebied van de satan aan Mij uit. Om deze reden worden de duivelen verlamd terwijl een ziel met Vuur voor Mij geknield ligt. Daarom ook wordt Mijn macht in hoge mate verheerlijkt wanneer een ziel zeer diep voor Mij knielt. Mogen de zielen beseffen dat zij actief kunnen meewerken aan de strijd tegen de duivelen door zich voor Mij te vernederen, en vooral door zich totaal en onvoorwaardelijk aan Mij toe te wijden, want diep doorleefde totale toewijding aan Mij betekent: zichzelf en alle mogelijke beïnvloeding door de wereld en de satan onder Mijn macht stellen".

57. Mariatoewijding als barrière tegen de duisternis

Oprechte en totale toewijding aan Maria kan een buitengewoon vruchtbare voedingsbodem voor het zaad van het Ware Licht worden. Wanneer Maria Uw hart betreedt, bestaat één van Haar eerste betrachtingen hierin, dat Zij U immuun wil maken voor negatief denken. Zij leert U denken met Haar geest, voelen met Haar Hart en kijken met Haar ogen. Zij leert U dan de dagelijkse gebeurtenissen zien in hun wezen, doorheen het misleidende dekmanteltje dat de duivel er omheen heeft geweven en dat U tot ergernis, boosheid of verbittering kan aansporen. Zij leert U de wereld aankijken met ogen vol Liefde. Vandaar de noodzaak, U vol vertrouwen in Maria’s handen te leggen en te beseffen dat Zij over U heerst met Goddelijke Liefde en Wijsheid.

Goed is niet altijd wat goed lijkt, en slecht niet altijd wat slecht lijkt. Dit is één van de redenen waarom de mens niet kan en niet mag oordelen. De Moeder Gods kan de ziel bevruchten met blijmoedigheid en gelijkmoedigheid, twee uitingen van grote genade, want zij leren de ziel de dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Wie leert kijken door Maria’s ogen, beschikt als het ware over een radar die trillingen opvangt in een omgeving die door duisternis (in deze zin te begrijpen als het beperkt gezichtsvermogen op het niveau van de ziel) niet te doorgronden valt. Dit 'dieptezicht' werpt Licht in de ziel, dat de innerlijke Vrede helpt vasthouden.

Een ziel die leert, verder te kijken dan het wereldse, leeft in het Licht. De actie van de duivel bestaat hierin, dat hij tussen het Goddelijk Licht en de ziel gaat staan en daardoor schaduwen op de ziel werpt, die haar onzeker maken of er wel een Licht bestaat. Dat deze onzekerheid slechts schijn is en niet op waarheid berust, zal de ziel onmiskenbaar ondervinden zodra Maria de kans krijgt om totaal over haar te heersen en zij zich met Haar heeft verenigd. Zo wordt totale overgave aan Maria tot het beste wapen tegen het kwaad.

Laten wij zeer goed beseffen dat hoe méér zielen het Vuur van de Hemelse Koningin in zich laten ontsteken en zo hoog mogelijk laten oplaaien, des te meer het Licht der wereld (Christus) Zich in de duisternis van de zonde bemerkbaar kan maken, tot alle duisternis tot de laatste schaduw van het aanschijn der aarde is verdreven.

De ziel die haar levensweg in intense eenheid met Maria gaat, ondervindt reeds snel dat zij steeds minder bagage nodig heeft. De mens sleept een zware last aan wereldse gehechtheden met zich mee. Wie zich met vertrouwen in Maria’s handen legt, 'reist lichter', want hij zal in de meest uiteenlopende omstandigheden op Haar leren terugvallen, en Zij zal hem ook geregeld duidelijk maken dat Zij dat zo wil: overgave, volmaakt vertrouwen in Haar. Toch reist de aan Maria toegewijde ziel niet zonder last, maar... de nieuwe last is edeler van aard: de ware bagage voor de reis naar de hemelpoort bestaat uit de beproevingen en kruisen van elke dag. Wanneer men deze draagt met een hart dat totaal op Maria is gericht, draagt men de kruisen in de gesteldheid van de Kruis dragende Christus Zelf, en wordt men daardoor ook in Christus verheerlijkt omdat zijn levensweg volkomen werktuig voor de vervulling van Gods Werken en Plannen zal zijn geweest.

Maria is onder alle geschapen zielen het Grote Teken van de volmaakte Liefde en zuiverheid en daarom de absolute Tegenpool voor alles wat tot de duisternis behoort: dwaling (als afwijking van de Weg), leugen (als afwijking van de Waarheid), en dood (als tegenhanger van het Leven). Daarom liet de Meesteres van alle zielen ooit schrijven dat door de eeuwen heen, overal waar Zij verscheen, dwaling, leugen en dood zijn gevlucht. Vandaar Haar rol als barrière tegen alle duisternis, de Spiegel van het Goddelijk Licht, die de duisternis tart in elke ziel in wie de Zon (= God) is ondergegaan.

58. Hoe het kwaad zichzelf kan vernietigen

De krachten van het kwaad kunnen U het leven behoorlijk lastig maken, maar U kunt de effecten van deze krachten tegen hen keren, door Gods Licht als een muur rond Uw ziel te leggen. U doet dit door Uw houding en reactie tegenover alle negatieve dingen die op Uw levensweg komen. Wanneer U deze in Liefde aanvaardt en opoffert (toewijdt) voor het Heil van zielen, voor de Ware Vrede, en opdat de Goddelijke Basiswet van de zelfverloochenende Liefde van elke mensenziel uit jegens al haar medeschepselen volkomen vervuld moge worden, worden genaden over de wereld uitgestort, die op de krachten van het kwaad inwerken als giftige pijlen. De Ware Liefde werkt op alle duisternis als een dodelijk gif. Wanneer een ziel op de duisternis die op haar afkomt, reageert met Licht, wordt de duisternis alle wind uit de zeilen genomen, zodat zij al haar kracht verliest. Dit is bijvoorbeeld in hoge mate het geval telkens onrecht wordt beantwoord met vergeving. Oprechte vergeving is een klinkende nederlaag voor de duisternis.

Bekijken wij het grootste voorbeeld van allemaal: Waar het kwaad zijn grootste overwinning leek te behalen, is juist zijn doodsklok geluid, namelijk op Calvarie. De krachten van het kwaad hebben geen middel onbenut gelaten om Jezus tot het uiterste te kwellen, om Hem uiteindelijk op een onvoorstelbaar wreedaardige manier te doden. Zij hebben daardoor echter voor eeuwig het laatste woord over de zielen verloren. Opdat deze vernietigende slag tegen de duisternis echter in de individuele ziel zijn volle effect zou krijgen, moet de ziel zelf van harte actief meewerken door alle duisternis en elke duistere neiging en inspiratie uit haar hart te verbannen.

Er zijn vele voorbeelden denkbaar om aan te tonen hoe het kwaad zijn eigen graf kan graven. Het machtigste wapen is met zekerheid de totale, onvoorwaardelijke en eeuwigdurende toewijding aan Maria, in de mate waarin deze in elke situatie van het dagelijks leven in zuiverheid wordt beleefd. Wanneer U Uw hele leven lang al Uw handelingen, gedachten, woorden, verlangens, bestrevingen, gevoelens, pijnen, ziekten, lasten, vermoeidheden, droefheden, tegenslagen, mislukkingen, kwellingen, offers, boetedoening, vasten en gebeden aan Maria geeft, dit wil zeggen: dit alles beleeft met een hart dat totaal op Haar en de navolging van Haar voorbeeld is gericht, wordt alles waarmee de krachten van het kwaad U trachten te strikken, tegen hen gebruikt, want dan brengt dit alles Heil voor Uzelf en Uw medeschepselen. De reden hiervoor ligt in de Goddelijke Basiswet, krachtens dewelke alle Leven wordt gedragen door de Ware Liefde, en dus alles wat Ware Liefde in zich draagt, werkt als gif tegen elke kracht die dood en duisternis brengt.

Ooit wees de Meesteres van alle zielen erop, dat indien elke mensenziel zich oprecht, totaal en onvoorwaardelijk aan Haar mocht toewijden, het kwaad op deze wereld restloos zou worden uitgeroeid. Dit zou een logisch uitvloeisel zijn van de Goddelijke Beschikking dat het rijk van de satan zal eindigen onder de voet van Maria. Zij is waarlijk voorbeschikt om zichtbaar Heerseres over de werken der duisternis en al hun effecten te worden. Haar Rijk wordt gebouwd met de tempels van elke ziel die zich volledig in Haar dienst stelt door een radicale strijd tegen elke neiging in zichzelf om nog toe te geven aan om het even welke duistere inspiratie. Dit Rijk is volmaakt één met het Rijk van Christus, want deze eenheid is de belichaming van het Mysterie van de Verenigde Harten van Jezus en Maria.

Overweeg deze waarheid zorgvuldig, want zij behelst de sleutel tot ontsluiting van Gods Rijk op aarde, een Rijk dat niets ander is dan de definitieve ontkrachting van alle duisternis in de wereld en de definitieve overwinning van de Ware Liefde tussen alle schepselen.

59. De voornaamste uitingsvormen van duisternis in een ziel

De voornaamste uitingsvormen van duisternis in de ziel zijn deze welke reeds in Lucifer bij zijn val te voorschijn traden. Het zijn niet toevallig de gesteldheden via dewelke de duisternis haar Tegenstander het diepst kan treffen en Zijn Werken het doeltreffendst kan ondermijnen, respectievelijk de voltooiing ervan het trefzekerst kan afremmen:

  • ongehoorzaamheid: Elk gebruik van de vrije wil dat niet in overeenstemming is met wat God wil. De ziel gaat hierdoor een eigen weg, en verlaat de weg die God voor haar leven heeft voorzien tot vervulling van de levensopdracht waartoe zij in de wereld is gezonden. Reeds de erfzonde was in wezen een overtreding tegen de gehoorzaamheid. De mensheid heeft bijgevolg reeds toen de les gekregen, welke onmetelijk grote waarde het voor God – en daarom eveneens voor het Eeuwig Geluk van de ziel zelf – heeft, dat de mensenziel haar vrije wil uitsluitend zou gebruiken in volmaakte overeenstemming met Gods Wil.
  • zelfzucht: De ziel richt haar gedrag eerder op de bevrediging van eigen behoeften dan op deze van Gods noden. Zij maakt hierdoor datgene wat zij voor zichzelf als belangrijk ervaart – dit wil zeggen: wat in haar ogen geschikt is om haar eigen behoeften te bevredigen – tot centraal doel waarop zij haar hele gedrag begint af te stemmen, en doet dit zonder, of met verminderde, belangstelling voor de noden van haar medeschepselen en voor datgene wat Gods Heilsplan naar zijn voltooiing kan helpen leiden. Zelfzucht bevat automatisch een zekere mate aan hoogmoed, de gesteldheid die Lucifer tot de waanidee bracht, dat hij aan God gelijk was. Het is precies deze gesteldheid die de mensenziel er gemakkelijk toe brengt, God uit haar leven te verbannen en haar eigen wetten en voorschriften te maken en toe te passen, in de overtuiging dat er na het leven op aarde toch niets meer volgt en de ziel dus uit dit aardse leven alles moet halen dat haar (louter stoffelijke) noden kan bevredigen. De ziel handelt daarbij alsof zij uit zichzelf en op zichzelf bestaat, en dus automatisch het recht heeft om zich in elk opzicht precies te gedragen zoals het haar goeddunkt, én alsof slechts deze ingesteldheid haar het Geluk kan brengen. Daardoor begeeft de ziel zich meteen op het terrein van het ongeloof.
  • ongeloof: Elke ziel wordt door God uitgerust met het geloof in Zijn bestaan en in het feit dat Hij onophoudelijk werkt voor het Eeuwig Heil van alle zielen. Het Geloof was voor de eerste mensenzielen een vanzelfsprekendheid, omdat zij Zijn Tegenwoordigheid nog intens aanvoelden. Sedert de erfzonde is deze gesteldheid in de ziel niet meer spontaan werkzaam. In Stormschrift 40 liet de Hemelse Koningin heel treffend opmerken dat men kan zeggen "dat een ziel het Ware Geloof bezit in de mate waarin zij met verbetenheid zoekt om de Eeuwige Waarheid te kennen omdat zij ervan overtuigd is dat deze kennis de enige bron van het ware Heil is". Zodra de ziel het geloof in Gods bestaan en in Zijn werkingen ten bate van het Heil van de hele Schepping terzijde schuift, betekent dit inderdaad in de diepte dat de ziel niet langer de Eeuwige Waarheid zoekt, en er derhalve in feite niet meer van overtuigd is dat het Heil slechts voortvloeit uit de Eeuwige Waarheid.

60. Hoe verwondt de satan een ziel vanuit het lichaam?

De Meesteres van alle zielen zei ooit:

"(...) Zie hoe de satan de lichamen tot zijn rijk poogt te maken. Beschouw het pentakel als een zwaard met vijf scherpe punten waarmee de satan ongenadig de zielen verwondt vanuit het lichaam, en wel via:

  1. Onkuisheid. De ongebreidelde betrachting en beleving van het seksuele op wijzen en voor doelstellingen die afwijken van Gods bedoelingen. Ik stel hier tegenover de maagdelijkheid, de lichamelijke reinheid. Ik wil van Mijn getrouwen, in de mate van hun mogelijkheden in hun concreet dagelijks leven, de sleutel tot hun lichaam ontvangen, opdat hun reinheid voor altijd in Mijn bewaring kan blijven.
  2. Genotzucht. De ongebreidelde betrachting van de bevrediging van alle behoeften die met de beleving van de lichamelijkheid verband houden. Ik stel hier tegenover de soberheid, de offerbereidheid, de zin voor versterving, de verloochening van een zo groot mogelijk aandeel van de lichamelijke behoeften, die vaak slechts schijnbehoeften zijn en wier bevrediging dus niet levensnoodzakelijk is.
  3. IJdelheid. De neiging om te pronken met lichamelijke schoonheid, of om door bepaalde lichamelijke kenmerken behagen of zelfs erotische prikkeling op te wekken bij de medemens. Ik stel hier tegenover de eenvoud van het uiterlijk voorkomen. Ik vraag toewijding van lichamelijke schoonheid aan Mij tot verheerlijking van God, doch gereserveerdheid in het vertoon van de lichamelijkheid aan de medemens.
  4. Onmatigheid. De neiging om geen grenzen te stellen aan de opname van stoffen in het lichaam, maar ook van indrukken in de geest. Hierdoor krijgen het lichaam en de zintuigen de gelegenheid om de hele belevingswereld te overheersen en de ziel te verslaven aan alles wat de wereld te bieden heeft. Onmatigheid richt de ziel zo totaal op het stoffelijke van buitenaf dat zij losgesneden wordt van elke inwendige beleving, van elk contact met het Hemelse. Ik stel hier tegenover de matigheid, de onthechting van het stoffelijke als enige bron van voeding voor de ziel.
  5. Onvoorzichtigheid. De neiging om met het lichaam om te gaan op wijzen die niet bevorderlijk zijn om het in stand te houden in de toestand waarin de Schepper het heeft bedoeld. Dat kan gebeuren door handelingen, gedragingen of het gebruik van stoffen waarvan de ziel weet of hoort te weten dat deze schadelijk zijn voor de gezondheid. Onvoorzichtigheid ontspringt aan bekoringen waarmee de satan beoogt, de ziel vanuit het lichaam te ondermijnen opdat het lichaam niet langer zijn door God beoogde rol zou kunnen spelen. Ik stel hier tegenover een gezond respect voor het lichaam zoals het is, zonder moedwillige risico’s, zonder het moedwillig verspelen van de door God geschonken levenskracht, zonder moedwillige oververmoeidheden, en met een gezonde zin voor boetvaardigheid".

(deze bloemlezing kan volgens het verlangen en de richtlijnen van de Meesteres van alle zielen te allen tijde verder worden aangevuld)