TOTUS TUUS, MARIA!

DE ZIN VAN HET LEVEN

Myriam van Nazareth

Op 7 juni 2007 zei de Meesteres van alle zielen tot Myriam:

"Eén van de grootste boodschappen van hoop die Ik aan de zielen kan brengen, is deze: Gods Plannen en Werken zijn volmaakt. Zij laten niets onvervuld. Geen vragen blijven voor eeuwig zonder antwoord. Alles wordt vervolledigd zoals een puzzel die zich sluit. De mens wordt vervuld met vele vragen. Doordat het antwoord vaak schijnbaar uitblijft, is hij wel eens ten prooi aan de verleiding om te geloven dat vele dingen zinloos of zinledig zijn.

Ik druk de zielen op het hart dat op Gods Tijd alle vragen beantwoord worden. In het uur van haar oordeel bij Gods troon krijgt de ziel antwoord op alle vragen die zij zich tijdens haar leven heeft gesteld. Zo zal zij tijdens dat uur de volle zin van elk detail van haar leven zien. God oordeelt de ziel in de eerste plaats volgens haar vervulling van de Wet van de Liefde, maar Hij oordeelt haar eveneens volgens de mate waarin zij heeft geloofd in Zijn Wijsheid en Zijn Liefde, en heeft vertrouwd in de zinvolheid van alles waarvan zij de zin niet kon zien. (...)"

Elke ziel stelt zich vragen over de ware zin van het leven. De wereld geeft op vele van deze vragen geen bevredigend antwoord, en kán dit ook niet doen, daar de ware zin van het leven op een heel ander niveau dan het stoffelijke ligt: De ware zin van het leven ligt in de waarheid, dat elke mensenziel in de wereld wordt gezonden om door al haar doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden (denken, voelen, verlangen, nastreven) Gods Werken van Liefde te helpen voltooien. Om deze levensopdracht te volbrengen, moet de ziel in elk detail van haar leven, in alle contacten met medeschepselen én met God (in gebed, meditatie, eredienst enz.) en via haar hele innerlijk leven de Wet van de Ware Liefde vervullen, met andere woorden: in haar hele doen en laten en in al haar innerlijke gesteldheden vastberaden en spontaan alle duisternis uitroeien en zich in oprechte Liefde volledig geven aan de bevordering van het welzijn van al haar medeschepselen en van de verwezenlijking van Gods bedoelingen. De ziel moet zich daarbij constant voor ogen houden, dat het Plan dat God voor de hele Schepping wil voltooien, ligt in de grondvesting van Zijn Rijk van volmaakte Liefde en Vrede voor en tussen alle schepselen over de hele wereld, en dat dit dus het Plan is, waartoe zij haar persoonlijke bijdrage moet leveren. Alle mensenzielen zijn werktuigen via dewelke God dit Plan zoekt te voltooien.

In de mate waarin de ziel aan deze opdracht beantwoordt, geeft zij haar leven op aarde de ware zin die God ervoor beoogt.

In de Pinkstertijd van 2020 schonk de Meesteres van alle zielen de volgende Openbaring voor diepe overweging:

"In het uur waarin God het voorbije aardse leven van een ziel beoordeelt, toont Hij haar elk detail van dat leven zoals Hijzelf het heeft gezien en gevoeld: Alles wat de ziel op elk ogenblik vanaf haar geboorte in het vlees tot en met de laatste seconde vóór haar aardse dood heeft gedaan, heeft nagelaten te doen, heeft gezegd, gedacht, gevoeld, verlangd, nagestreefd, haar ingesteldheid ten opzichte van elk medeschepsel dat haar levensweg heeft gekruist en van elke situatie en gebeurtenis die zich op deze levensweg hebben voorgedaan.

De Goddelijke Rechter toont derhalve de ziel de hele film van haar leven met inbegrip van haar innerlijk leven, tot en met de kleinste en meest verborgen details. Concreet betekent dit, dat de ziel dan in een flits zichzelf te zien krijgt zoals zij werkelijk is geweest, zonder de geringste remming. Geen enkel detail blijft voor haar verborgen.

Je zou je dit gebeuren kunnen voorstellen alsof God tijdens het levensoordeel voor de ziel alle kamers van haar innerlijk leven wijd opent, ook deze welke zij heeft getracht, voor zichzelf, voor haar medemens én voor God Zelf gesloten te houden.

Wanneer hierbij kamers worden geopend die zwaar vervuild of in wanorde blijken te zijn, heeft de ziel geen verontschuldiging voor elk verzuim om in die kamers orde te scheppen en hen te reinigen. Vergeet niet dat de levensopdracht van elke ziel in de eerste plaats hierin bestaat, dat zij wordt geacht, de effecten van de erfzonde in zichzelf tot een minimum te herleiden, en wel door een strikte toepassing van zelfverloochenende Liefde jegens al haar medeschepselen en jegens God Zelf, en door volhardende strijd tegen elke bekoring, elke neiging tot duistere handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen.

Aan elke ziel wordt in dat uur de volheid van de Waarheid over zichzelf en haar ware, diepste gesteldheden geopenbaard, met inbegrip van diegene die zij het meest angstvallig heeft verborgen, zowel voor zichzelf als voor haar medemens, zelfs voor God. Dit betekent dat tijdens het oordeel voor de Troon van God elke sluier van misleiding en zelfmisleiding wordt weggenomen en elk werk van duisternis aan het licht wordt gebracht, en dat de almacht en alwetendheid van God in elk levensoordeel wordt verheerlijkt.

Zo zoekt de Wet der Goddelijke Gerechtigheid ononderbroken naar nieuwe evenwichten in de zo zwaar verstoorde Schepping: door bij het levensoordeel van elke ziel die uit het aardse leven wordt teruggeroepen, elk spoor van innerlijke duisternis restloos te ontmaskeren en de volheid van de Waarheid over elk werk en elk plan van de duisternis in elk mensenleven volledig en ongeremd bloot te leggen.

Na deze ontmaskering rust op de ziel zelf de verplichting om alle duisternis die in haar is ontmaskerd, goed te maken in de mate waarin zij dit nog kan doen in het oord van loutering, waar dit alles door de vrije wil van de ziel zelf moet worden toevertrouwd aan het Vuur van de Liefde, dat zij in zichzelf moet zien op te brengen. De belangrijkste brandstof voor dat Vuur is het oprecht berouw dat vrij is van zelfzucht doch volkomen wordt gevoed door de pijn om wat aan medeschepselen en aan God Zelf is aangedaan, en dat is gericht op goedmaking van dit alles uit oprechte Liefde voor de medeschepselen en voor God. Oprecht berouw wordt derhalve niet gedreven door bekommernis om het eigen lot.

Over het aandeel aan duisternis dat op grond van de zwaarwegende ernst en/of van het volume ervan niet goedgemaakt kan worden, heb Ik Mij vroeger reeds uitgesproken". (de Meesteres verwijst met deze laatste zin naar Haar onderrichting Het leven voorbij de avondzon).

Weinige dagen later schonk Zij nogmaals een Openbaring voor diepe overweging:

"Elke mensenziel wordt bij haar schepping voorzien van het litteken van de erfzonde, als getuige van de ongehoorzaamheid van de eerste mensenzielen jegens de Goddelijke Wet.

Elke individuele ziel wordt in de wereld gezonden met de opdracht, de effecten van de erfzonde in zich tot een absoluut minimum terug te brengen als teken voor haar bereidwilligheid om zich vrijwillig opnieuw met de Goddelijke Wet in overeenstemming te brengen. Dit is precies wat moet worden verstaan onder de uitspraak dat de ziel ernaar behoort te streven, tot beeld en gelijkenis van God uit te groeien.

De vervulling van deze basisopdracht veronderstelt dat elke ziel al haar innerlijke zwakheden en elke neiging die haar kunnen hinderen om tot beeld en gelijkenis van God uit te groeien, in zich bestrijdt en ontwortelt. Om deze reden mag de mensenziel er in geen enkel geval vrede mee nemen, te blijven zoals zij is, en mag zij in haar innerlijk leven geen enkel spoor van haar opvoeding werkzaam laten blijven, dat haar belet om de volheid van haar vruchtbaarheid als werktuig ten dienste van de vervulling van Gods Heilsplan te verwezenlijken.

Zo kan God in geen geval goedkeuren dat een ziel aangeboren of overgeleverde tekortkomingen, bijvoorbeeld opvattingen uit het volksgeloof en gelijkaardige levensvisies die op het welzijn van haar eigen ik georiënteerd zijn, haar hele leven lang in stand houdt of deze in haar leven blijft toepassen. God verlangt van de ziel dat zij de opdracht vervult, zich los te maken van alles wat haar belemmert om een vruchtbaar werktuig voor de vervulling van Gods Heilsplan en van Gods Wet te zijn. Indien zij in deze opdracht tekort schiet, beoordeelt de Goddelijke Rechter haar leven automatisch als een bewust nalaten om Zijn Wet te vervullen.

Om deze reden worden talloze zielen in het uur van hun levensoordeel zwaar geschokt wanneer zij moeten vaststellen dat hun veronderstelling dat zij hun hele leven lang God eerbetoon hebben gebracht (door het aansteken van kaarsen, het versieren van beelden met bloemen, zelfs het opstapelen van bijgewoonde H. Missen en van gebeden, enz.) volkomen te pletter slaat tegen het oordeel van God, volgens hetwelk zij met dit alles niets anders hebben nagestreefd dan hun eigen Eeuwig Heil, doch helemaal niets hebben opgeleverd voor Zijn Heilsplan".

De Meesteres van alle zielen roept op tot de presentatie van dit menupunt om zielen extra te motiveren tot een waarlijk vruchtbaar leven in dienst van Gods Werken. De Koningin des Hemels heeft in dit verband reeds diverse onderrichtingen geïnspireerd, die via dit punt kunnen worden opgeroepen. Deze teksten behoren daarom tot de meest essentiële van de hele Wetenschap van het Goddelijk Leven.

Via de volgende onderrichtingen wil de Koningin des Hemels de mensenzielen helpen vormen tot een waar besef van de zinvolheid van het leven op aarde, ongeacht alle beproevingen die zij op hun levensweg vinden: