TOTUS TUUS, MARIA !

TIJDGEBONDEN TOEWIJDING AAN DE HEILIGE MAAGD MARIA

Myriam van Nazareth


Toewijding van maanden

Op 30 april 2017 gaf de Meesteres van alle zielen in een private Openbaring aan Myriam een spirituele betekenis voor elke maand van het jaar. Op Haar Tijd inspireerde Zij tevens een specifiek toewijdingsgebed voor elke maand. Zij bedoelt alle door Haar geïnspireerde toewijdingen niet slechts als gebeden, doch ook als stof voor diepe beschouwing en vorming van het innerlijk leven.

De Meesteres van alle zielen noemt JANUARI de maand van het sluiten van een nieuw verbond met God tot vernieuwing van de innerlijke gesteldheden, wat ook wordt gesymboliseerd door sneeuw die alles toedekt. Het is een maand voor het afleggen van het oude 'ik'.


1468. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND JANUARI

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Moeder van de Christus, Die Gods Licht in de duisternis liet schijnen,
In deze tijd van schijnbare dood van Gods natuur kom ik mijn oude 'ik' in Uw Hart begraven en U smeken dat U het Licht van het Ware Leven wil laten stralen op het zaad dat in mij wacht om tot nieuw Leven te worden gewekt.
Vanuit een ongrijpbare verte begroet mij de winterzon als getuige uit het Paradijs van de Eeuwige Zomer, want de duisternis heeft nooit het laatste woord.
Zie, via de restloze gave van mijzelf aan U sluit ik met God een nieuw verbond tot vernieuwing van mijn innerlijke gesteldheden, opdat mijn hart op Gods Tijd moge worden gestreeld met de verrukking over de bloesems van een nieuwe Lente.
Geen vorst in het gemoed, geen ijzige wind uit de wereld kan in mijn zielenbodem het zaad onwerkzaam maken, dat U volmaakt toebehoort.
Van U wil ik zijn met het niets dat ik ben en de stille beloften van mijn ondergrond, want door zijn kaalheid kan mijn akker zich ongehinderd laten vervullen door U, Die de Koningin van de volmaakte vruchtbaarheid bent.
Zoals U de Messias aan de wereld gaf in de eenvoudigste wieg, zo zult U Hem aan mijn innerlijke wereld willen geven in mijn hart dat ik voor U hebt ontledigd, want de lente kan pas geboren worden nadat de winter heeft geleefd.
Zo geef ik U nu alles wat in mij Gods Wet kan verhinderen om Gods zaad uit zijn winterslaap te wekken, want het Licht van Zijn Waarheid en de warmte van Zijn Liefde zoeken bruiloft te sluiten met mijn zielenbodem, opdat hij vruchten moge voortbrengen die de opstanding van de boomgaard van mijn deugden mogen verzegelen.

De Meesteres van alle zielen noemt FEBRUARI de maand van de nederigheid, bescheidenheid en eenvoud. Alles lijkt onvruchtbaar, slechts bescheiden bloempjes beginnen te ontluiken. Nederigheid, bescheidenheid en eenvoud wijzen op het besef van de ziel over de betekenis van haar plaats binnen de Schepping en haar leven van dienst aan God.


1470. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND FEBRUARI

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Koningin van de nederigheid en de eenvoud,
In U kon God Zich totaal en ongeremd uitwerken, want in U vond Hij geen enkele begrenzing voor de Werken van Zijn Wil, Zijn macht, Zijn Liefde, Zijn Wijsheid en Zijn Genade.
In mij lijkt alles onvruchtbaar, doch welke wonderen bedekken de bodem van het hart dat zich volkomen aan U heeft weggegeven, want in U is het zaad van het Ware Leven.
Daarom, o Meesteres van mijn zielentuin, open ik in diep verlangen voor U de deur tot mijn hart, want de tijd voor mijn reiniging is gekomen, opdat U de eerste stralen van de lente in mijn ziel moge kunnen binnen leiden, en mijn ondergrond vrij moge worden van de stenen van mijn eigen voorstellingen en intenties.
Voor U wil ik mijn oude kleed afleggen, opdat ik met U alleen moge worden bekleed. In Uw navolging wil ik mij ontdoen van alles wat Gods bedoelingen met mij en mijn leven in de weg heeft gestaan, opdat Hij aan mij alles moge kunnen voltrekken dat mijn bodem klaar kan maken voor Zijn vruchten.
Op U wil ik lijken, want in Uw Hart straalt de volheid van de Middagzon, in U bloeien alle bloemen van het Paradijs der volmaakte heiligheid, en in U bezegelt het parfum van de Heilige Geest het Wonderwerk van Zijn Eeuwige Lente.
Vestig doch Uw troon in mijn ziel, o Schatkist van Goddelijk Leven, opdat ook ik met hart en ziel, met geest en wil gericht moge blijven op de Bron waarvan ik ben uitgegaan, en op de Bestemming van mijn weg doorheen de velden die slechts onder Uw voeten dragers zullen zijn van de Korenaar die mijn Verlossing zal aankondigen onder de schaduw van het Kruis.

De Meesteres van alle zielen noemt MAART de maand van boetedoening om te versterven aan alles wat de ziel van God verwijdert, wat de diepere doelstelling is van de Vasten. Deze maand symboliseert de voorbereiding van de ziel op de opwekking uit haar winter.


1473. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND MAART

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Koningin van de innerlijke reinheid,
Tot U kom ik met alle lasten die mijn ziel, mijn hart en mijn geest bedrukken, want zij hebben vele dingen gegeten en gedronken, die niet door God voor mij waren voorzien.
Zoveel ballast heeft mijn reis doorheen dit leven verzwaard, zoveel invloeden hebben gediend als wegwijzers naar wegen die niet naar mijn enige bestemming bij God leiden.
Dit alles kom ik voor U neerleggen, want aan Uw voeten bloeien de Hemelse bloemen van de volmaakte en alomvattende zuiverheid van de Ziel Die reeds op aarde de Tuinen van het Paradijs tot leven wekte voor alle ogen der wereld.
O Koningin van de zuiverheid, om mij heen woeden de woestijnstormen van alle invloeden der wereld. U bent echter Gods Wegwijzer naar de Eeuwige Boomgaarden.
In mij trachten de schijnlichten der duisternis het onkruid tot bloei te brengen, dat het zaad van Gods Genaden wil verstikken. O richt toch de spiegel van Uw volmaakt liefhebbend Hart naar mijn kwijnende tuin, opdat hij moge herbloeien onder het Vuur van de Liefde die het Ware Leven brengt.
Wandel toch over mijn bodem, o Koningin van de Eeuwige Lente, opdat alle sporen van de winter in mijn zielentuin onder Uw voeten mogen smelten, want voortaan wil ik elke dag versterven aan alles wat zo lang heeft getracht om mij te verwijderen van mijn God, Die mij heeft willen koesteren als de schat die uit Zijn Liefde is voortgekomen.

De Meesteres van alle zielen noemt APRIL de maand van wedergeboorte voor het Ware Leven. Zij valt in grote trekken samen met de Paastijd, tijd van de Verrijzenis, de opstanding uit de dood van het stoffelijke en van oriëntatie op het wereldse.


1481. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND APRIL

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, volmaakte Bloesem uit het Paradijs van Gods Eeuwig Rijk,
Hoezeer verlangt de tuin van mijn hart naar Uw zaden, want zij dragen de Belofte van het Eeuwig Heil.
In U rijpte het parfum van de volmaakte Liefde voor God, voor Zijn Werken en Plannen en voor al Uw medeschepselen.
Uit U werd de Vrucht geboren, Die voor alle eeuwen tot voedsel zou worden voor elke ziel die alles slechts van God verwacht.
O Bloesem van eeuwigdurende alomvattende verrukking voor de ziel, in U bemin ik de Zon waaruit U dag en nacht het Goddelijk Leven hebt gedronken, want in Uw Hart boog de zelfverloochenende Liefde geen ogenblik voor de valse beloften der duisternis.
Zie, o volmaakt heilige schoonheid in Wie de verrukkelijke beeltenis van mijn God is afgedrukt, aan U geef ik mij onverdeeld, want uit U stroomt de belofte van de eeuwige vruchtbaarheid naar mijn hart, dat onder de aanblik van Uw bekoorlijke bloei neerknielt in aanbidding voor Gods Wet van de Ware Liefde.
O Hemelse, paradijselijke, onverwelkbare Bloesem, mijn hart verlangt zozeer naar Uw eeuwigdurende Tegenwoordigheid in zijn tuin, dat elke hartenklop mijn ziel laat verrijzen uit de leegheid van alle vergankelijke beloften waarin zij ooit haar bestemming zocht.
Aan U geef ik mij onverdeeld, onvoorwaardelijk en tot in de eeuwigheid, opdat de wortels van mijn ziel mogen eten en drinken uit de bodem, waaruit Uw verrukkelijke schoonheid geboren werd om de Vrucht te baren, Die de Eeuwige Zomer zou zaaien in elke tuin die slechts deel wil worden van Gods Rijk op aarde.

De Meesteres van alle zielen noemt MEI de maand van Maria als de Koningsdochter, het symbool voor de Eeuwige Lente in de ziel, het Paradijs van de lentebloesems van de volmaakt beleefde deugden, de Gouden Brug naar de zomer van de volmaakte heiligheid, de volheid van de vruchtbaarheid van het zielenleven.


1346. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND MEI

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, bloeiend Paradijs uit de Eeuwige Bron van alle verrukkingen,
Voor U open ik mijn zielentuin, zozeer bedreigd door stormen die hem van zijn vruchtbaarheid willen beroven.
Uit U straalt de pracht van de Eeuwige Lente van de ziel die de onvruchtbaarheid van de winter voor altijd heeft afgelegd, want de zaadjes der volmaakte heiligheid vonden in U de bodem van een vrije wil waarin Gods Genade ongeremd kon bloeien en elke bekoring tot zelfzucht genadeloos werd ontworteld.
Wil toch mijn tuin betreden, o Koningin van de Ware Hoop, Paradijs van Hemelse Bloesems, want in U is de belofte van de volheid van het Heil uitgerijpt, en uit U is de Goddelijke Boomgaard van de Vruchten der Verlossing opgestaan om de Eeuwige Zomer voor mij te ontsluiten in de mate waarin ik de regens der Voorzienigheid met vreugde zou opdrinken.
Zoveel zaad heeft mijn Schepper in mij gestrooid, en hoezeer verlangt Hij de ongeremde bloei van Zijn Nalatenschap in mijn tuin.
Hoe kaal blijven toch de bomen van mijn ziel zolang Uw voeten niet haar bodem hebben gekust. O Bron van het parfum der volmaakte heiligheid, in U ligt de genezing van alle sporen van mijn winterse dorheid.
Met U wil ik de omheiningen van de zelfzucht prijsgeven aan het Vuur van de ware zelfverloochening, want zij beletten de zonnestralen der Ware Liefde alle toegang tot mijn zielentuin.
Met U wil ik het onkruid van alle negatieve gevoelens, gedachten en verlangens prijsgeven aan het Vuur van de dienst aan God tot verwezenlijking van de Eeuwige Zomer der Belofte in mijn tuin, want slechts daartoe werd mijn zielentuin geschapen.
Met U in mijn hart wil ik ontwaken uit de winterslaap van mijn onverschilligheden jegens Gods Wet, Zijn Werken en Plannen van Liefde, want de zoete bries van de Heilige Geest heeft mijn ontluikende bloesems gestreeld met de verwachting van de zomervruchten in het Paradijs der duizend schoonheden.
Kom dan, o Koningin van de Eeuwige Lente, en wek mijn geloof in de dood van de winter in mijn zielenbodem, want onder Uw voeten zal ook mijn hart worden tot een tuin van verrukkingen voor mijn medeschepselen, en voor mijn God.

De Meesteres van alle zielen noemt JUNI de maand van het Heilig Hart van Jezus, van de concrete toepassing van het Nieuw Verbond in het dagelijks leven van de ziel. Deze maand nodigt tevens uit tot bezinning over de diepe waarde van de Sacramenten.


1429. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND JUNI

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Wieg van het Allerheiligst Hart van de Eeuwige Liefde,
Uit U werd het Lichaam geboren dat het grootste Teken zou worden voor de macht van de volmaakte zelfverloochening over de duisternis.
Aan U geef ik mijn hele wezen, opdat U elk kruis dat de Eeuwige Wijsheid op mijn weg heeft toegelaten, moge kunnen omvormen tot zegels op het Nieuw Verbond, want ik verlang zozeer dat mijn leven moge zijn als een vruchtbare akker voor het Graan dat de God-Mens Jezus Christus in de Schepping heeft gezaaid.
Wil mij bezielen met de heiligende Pinksterbries uit de Bronnen van het Goddelijk Leven, opdat mijn vrije wil waarlijk verlangend Bruiloft moge sluiten met het Hart van de Verlosser in alle Sacramenten die voor mij zijn bereid in het Vuur van Gods Barmhartigheid, want ik wil niet langer de Geschenken van Gods Liefde beschamen door innerlijke leegheid.
In Uw navolging wil ik dankbaar drinken uit de Kelk van het Heil, want slechts de ziel die op haar levensweg de Kelk met de Verlosser heeft willen delen, zal drinken uit de Gouden Kelk aan de Tafel bij Gods Troon.
In Uw navolging wil ik mijn God betrekken bij elke stap op mijn levensweg en bij elke beweging van mijn gemoed, want de zomervruchten rijpen nooit in de ziel die de winter in haar bodem vasthoudt. Kan ijs in het hart tot water van Goddelijk Leven worden wanneer het niet de Zon van de Ware Liefde omhelst?
O Moeder van het Hart dat voor mij heeft geklopt opdat ook het mijne het Ware Leven zou vinden, wil mij nu baren voor de Oogst van het Rijk van het nimmer dovend Licht, opdat het Lam van Golgotha moge kunnen eten van het graan dat het veld van mijn hart voor Zijn Rijk zal bereiden.

De Meesteres van alle zielen noemt JULI de maand van het Kostbaar Bloed van Christus als Bron van Verlossing, als de Drager van de Belofte van het Eeuwig Leven. Het Bloed van Christus symboliseert de macht van Zijn Lijden en Kruisdood tot het breken van de macht van de erfzonde in elke ziel die Hem van harte wil navolgen in elk detail van het leven.


1433. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND JULI

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, door God bereide Kelk van het Kostbaar Bloed van de Christus, in U prijs ik de volmaakte heiligheid van het Gouden Tabernakel waarin de Fontein van Goddelijk Leven in de wereld werd gedragen.
Ik geef U mijn verlangen naar het Ware Leven, dat uit U tot de zielen kon komen.
Wil mijn hele wezen opdragen aan het Bloed dat sedert de Bruiloft van de Eeuwige Liefde met het Kruis van Golgotha kwijnende zielen laaft met de Belofte van het Eeuwig Leven.
Ik geef U alles wat ik ben, alles wat ik heb en alles wat God in mij tot bloei zoekt te brengen, opdat U het bloed van mijn ziel moge voeden met het Goddelijk Bloed dat Verlossing brengt in elke ziel die elke duistere invloed heeft herkend als de bron van alle ellenden der wereld.
O wees toch mijn Hoop op de Eeuwige Zomer van mijn ziel, de Poort doorheen dewelke het Licht van Gods Wet en de warmte van de Eeuwige Liefde mijn weg naar de avondzon strelen.
Wie buiten U zou de stralen uit het Kostbaar Bloed van de Christus, het Licht der wereld, in hun volheid binnenleiden in de kerker waarin de zielen zichzelf hebben opgesloten door de erfzonde, door dewelke zij een verbond met de vijand van de Liefde hebben gesloten?
O U, aan Wie ik mij restloos heb weggeschonken, wil mij toch de vervulling bekomen van mijn verlangen, dat zelfs de diepste kamers van mijn ziel Bruiloft mogen sluiten met het Bloed van mijn Verlosser, dat in de bitterheden van mijn levensweg reeds de honing uit de bloemen van Gods Paradijs heeft gelegd.
Wees de ware Heerseres van mijn hart en van alle roerselen van mijn ziel, opdat mijn levensweg het waardig worde, in Gods Uur te sterven onder de kus van het Bloed dat ooit de dood heeft beroofd van zijn macht over de ziel die de Liefde heeft omarmd als de enige Wet van het Leven.

De Meesteres van alle zielen noemt AUGUSTUS de maand van de grote verheerlijking van Maria in Haar Opneming ten Hemel en Haar Kroning tot Koningin van Hemel en aarde en tot Meesteres van alle zielen. God toont Maria als de voltooiing, de absolute bekroning van Zijn Werken in de mensenziel, de zomer die nooit meer voorbijgaat, de Eeuwige Gelukzaligheid voor de ziel bij Haar Schepper. Deze maand is een uitnodiging voor elke ziel om te groeien tot beeld en gelijkenis van God.


1438. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND AUGUSTUS

(Myriam van Nazareth)

O Maria, hoog verheven Koningin van Hemel en aarde,
De tuin van Uw ziel heeft de volheid van de Zon der Eeuwige Liefde in zich gedronken, en heeft God de oogst van een volmaakte Eeuwige Zomer teruggegeven.
Aan U geef ik mijn eigen zielentuin in bewaring, want de Tuin van Uw ziel is de unieke Bron van een absoluut voltooid parfum uit de onvergankelijke bloesems van de Ziel Die de lente in zijn volheid heeft omhelsd.
In U heeft de Ware Liefde de zomer bereikt, die nooit meer zou buigen voor de herfst die elke boom der deugden met verval bedreigt.
O Tuinierster van het Paradijs der eeuwig bloeiende Glorie, in U zijn de grootste Werken van God tot voltooiing gekomen. In U heeft de zomer van de ziel de bloeikracht bekroond, die de Eeuwige Liefde in elk schepsel zaait. Daarom smeek ik om de genade van Uw leiding en Uw levenslange Tegenwoordigheid op de paden van mijn tuin, opdat ook de bloemen uit mijn bodem het beeld van God mogen verheerlijken als een blijvend teken tegen elke kracht die het Ware Leven wil verwoesten.
O Hoogzomer van de meest verheven heiligheid, onaantastbaar voor de stormen van bekoring en misleiding, Bron van de rijkste oogst die de Schepper ooit op aarde vond, slechts onder de mantel van Uw bescherming en de dauw van de volheid der Genade uit Uw Hart zullen mijn vruchten de rijpheid verwezenlijken, die de Schepper van alle tuinen verheerlijkt.
O Draagster van de stralen uit de zon van het Goddelijk Leven, bestraal toch alles wat in mijn tuin tot leven komt, opdat ook op mijn bodem een gouden oogst aan vruchten van Ware Liefde tot rijping moge komen, want ook ik ben geroepen om de winter van elke schending van Gods Wet te beschamen door de bloei van een zomer die nooit meer eindigt, en die mijn levensweg zal kussen tot hij onder Uw stralen mag overgaan in het Eeuwig Paradijs.

De Meesteres van alle zielen noemt SEPTEMBER de maand van innerlijke rust en Vrede. De zomervruchten moeten worden ingebouwd. Deze maand nodigt uit tot bezinning van de ziel over de plaats waar zij zich bevindt in de ontwikkeling van haar zielenleven, haar roeping, haar plaats binnen Gods Heilsplan.


1443. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND SEPTEMBER

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, enige Zielentuin in dewelke de vruchten van Gods Genaden volrijp zijn geworden en onvergankelijk zijn gebleven,
Onder Uw hoede stel ik mijn eigen zielentuin, want de zomerzon heeft hem niet steeds als ontvankelijk voor de stralen van de Zon der Eeuwige Liefde aangetroffen.
O volmaakte Tuinierster, verblindend mooie Bloem uit de Bronnen van het Goddelijk Leven, Bekroning van de volmaakte scheppingskracht van de God der Eeuwige Wijsheid, wie anders dan U zal mijn vruchten beschermen tegen het bederf door het ongedierte van bekoring en misleiding.
O zachte Bries uit het Hemels Paradijs, op U heeft de Heilige Geest het zaad van de heiliging uitgespreid, opdat U het zou uitspreiden over elke bodem die smacht naar het Ware Leven en die slechts leeft om een rijke oogst voor de Graanschuren van Gods Rijk der Ware Liefde voor te bereiden.
De zomer is gegaan. In mijn bodem verlangt alles naar rust en Vrede, opdat het goud uit de Schatkamers der Eeuwige Zomer moge worden gevoed door de zachte regens die mijn bloemen zullen laven voor een nieuw innerlijk Leven. Daarom verlangt hij naar de aanraking door Uw voeten, want in U heerst de Ware Vrede van de volmaakte zondeloosheid en van de volhardende wil om slechts te leven voor de zelfverloochenende ware Liefde.
Streel toch de bodem van mijn hart met de dauw van Uw Wijsheid, o Troon van Gods Geest, opdat mijn ziel zich moge bezinnen over haar ware roeping en plaats binnen het Grote Plan dat de God van alle zielentuinen in Zijn volmaakte Liefde heeft ontworpen, want ook in mijn bodem rijpen bloemen die zijn bedoeld om ooit Gods Troon te sieren.
O Koningin van Gods Werken, van U wil ik zijn met heel mijn ziel, hart, geest, lichaam en wil. Leef en heers voortaan onverdeeld in mij, opdat de genaden van de zielenzomer mij nu mogen opbouwen naar Uw beeld en gelijkenis, want in U is de gouden handtekening van de Drie-Ene God onuitwisbaar gebrand als het Teken van de volheid van het Leven en van de volgroeide heiligheid.
Wil nu mijn hart openen voor een ongesluierde kennis van mijn eigen wezen, opdat de herfst van het leven mijn zielenboom moge tooien met het goud dat getuigt van de Bron van Wie hij ooit is uitgegaan.

De Meesteres van alle zielen noemt OKTOBER de maand van bezinning over de bekoring en de zonde. In deze maand herinnert God de zielen aan Maria als de Belichaming van de Ware Liefde en daardoor als de Overwinnares van alle zonde en bekoring, Zij die alle duisternis heeft overwonnen, want waar de ware zelfverloochenende Liefde heerst, kunnen duisternis, zonde en bekoring niet in leven blijven. Bezinning over bekoring en zonde moet tevens leiden tot een vruchtbare beleving van de opdracht voor de volgende maand november.


1449. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND OKTOBER

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Koningin met als kroon de Rozenkrans, de krans van schatkisten gevuld met de volheid der deugden,
Aan U schenk ik mijn hart in het verlangen, het door volhardende totale overgave aan U open te stellen voor volmaakte zuivering van alles wat mijn vruchtbaarheid voor Gods Werken kan belemmeren.
Zoals de bomen hun herfsttooi afschudden opdat zij de nieuwe lente kunnen voorbereiden, wil mijn ziel nu alles afschudden, wat de wedergeboorte van een nieuwe Lente van ware heiliging kan verhinderen.
Zie toch hoe mooi God mijn ziel heeft bedoeld. Niets wil Hij verloren laten gaan, want zelfs alle leed dat ik voor Uw voeten uitspreid, is drager van Zijn genaden die de bodems van Zijn Rijk zullen bevruchten zodra U waarlijk over mijn zielenboom heerst.
Ik smeek U, wil mijn boom verzegelen tegen de aanvallen van de vorst van koude en duisternis, want mijn Liefde tot mijn Schepper en tot al mijn medeschepselen zal in mij het Vuur van de inkeer ontsteken, die mijn boom op de winden van de Heilige Geest zal zuiveren in een regen van vruchtbaarheid.
Help toch in mij de kennis van mijn diepste gesteldheden ontsluiten, opdat ik moge zien welke takken aan de boom van mijn deugden niet bestand zijn tegen de winter der beproevingen, want reeds verheugt Zich de Koning van de nieuwe Lente op het uur waarin de stralen van het Ware Leven mijn bodem mogen kussen, opdat mijn boom slechts Hem zou toebehoren.
Naar Uw beeld, o eeuwig bloeiende Roos van het Hemels Hof, verlang ik zozeer, mijn ziel door een vlekkeloze beleving van de Ware Liefde te maken tot een rozentuin waarin de boom der deugden kan drinken van het parfum waarvan de Koningin van de Liefde de bodem zal doordringen. Slechts dan, o onverwelkbare Roos, zullen zelfs mijn vallende bladeren mijn zielenbodem kunnen maken tot een verrukking voor alle Licht en een kerkhof voor alle duisternis.

De Meesteres van alle zielen noemt NOVEMBER de maand van totale, onvoorwaardelijke en blijvende vergeving aan, en verzoening met, alle medeschepselen. Hier ligt de absolute voorwaarde voor een onbelemmerde doorstroming van de Liefde en het Goddelijk Leven doorheen het netwerk van de Schepping.


1453. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND NOVEMBER

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Koningin van de hoogste vruchtbaarheid,
In deze maand van volkomen vergeving en verzoening geef ik mij onverdeeld en onvoorwaardelijk aan U, opdat U mij moge bekleden met Uw volmaakte zuiverheid van hart en ik het Ware Licht moge zien.
Ik wil van harte vergeven aan alle medeschepselen die mijn leven kunnen hebben bemoeilijkt, want zij zijn gevangenen van de duisternis geweest. Mogen ook zij het Ware Licht zien, opdat tussen ons een spontane, volledige en definitieve verzoening mogelijk moge zijn, want waar verzoening heerst, vervallen alle werken van duisternis tot ruïnes.
Hoezeer verlang ik, onder Uw Hemelse heerschappij in het reine te komen met alle fouten die ikzelf heb begaan, want zij hebben mij beroofd van vruchtbaarheid in dienst aan de verwezenlijking van Gods Heilsplan, en hebben mijn levensweg in nevelen van zelfverblinding gehuld.
Ik geef U de diepten van mijn hart in een intens verlangen dat in mijzelf en al mijn medemensen elk spoor van wrok, van onverzoenlijkheid en van negatieve gevoelens jegens medeschepselen moge wegsmelten in een oprechte en onvoorwaardelijke Liefde, want God heeft in elk schepsel een zaadje van Zijn Liefde gelegd, en ik ben geroepen om door het Vuur van mijn eigen hart rijping te helpen brengen in alle zaadjes met dewelke God mij in aanraking brengt.
Zie, niet alleen begint de winter Gods natuur te veroveren, tevens heeft de vorst der koude in de zielen zovelen tot zijn slaven gemaakt door hun harten tegen medeschepselen te keren. Uit Liefde tot U, Die de macht hebt om mij te helpen verlangen naar de zonsopgang, wil ik de ketenen van elk negatief gevoel voorgoed verbreken, opdat de prins van alle duisternis van hart moge vluchten uit het rijk van mijn hele wezen, dat is voorbestemd om door U te worden geregeerd tot voltooiing van mijn nieuwe lente.
Moge ik door dit verlangen naar Uw Rijk van volmaakte Liefde in mij, mijn ziel kunnen ontsluiten voor Gods Barmhartigheid, die ik niet kan verdienen zolang ik mijn hart te eten geef van de bittere vruchten van de bomen die ikzelf langsheen de wegen van mijn dwalingen heb geplant in uren, waarin ik niet geopend was voor de hartenklop van mijn God.
Mogen deze bomen nu alle bladeren van zich afschudden in de zuiverende winden van de Heilige Geest, opdat zij plaats mogen maken voor de ware vruchten van Gods Wet in mijn hart, dat geen winter meer in zich wil toelaten.

De Meesteres van alle zielen noemt DECEMBER de maand van verheerlijking van het Licht, de geboorte van het Licht der wereld, de verheerlijking van Gods Heilsplan, de maand van vertrouwen in de macht van het Licht over de duisternis en de uiteindelijke overwinning van het Licht over de duisternis. Daarom tevens de maand van vervolmaking van de hoop op, en het geloof in, de voltooide werkelijkheid.


1459. TOEWIJDING AAN MARIA VOOR DE MAAND DECEMBER

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, vlekkeloze, eeuwig maagdelijke Moeder van het Licht,
In deze tijd van de donkerste aller nachten ondertekent het Licht van de Ster van Bethlehem het doodsvonnis der duisternis, want mijn God heeft de Christus in de wereld gezonden, en geeft de zielen de Advent als reis naar het Licht.
Reeds weerklinkt Gods roep om het Ware Licht ook in mij geboren te laten worden door het oprecht verlangen dat Hij voortaan ten volle in mij moge kunnen leven. Daarom geef ik U mijn hart als kribbe en verlang ik ernaar, de grot van mijn ziel te verwarmen door de verbranding van alle sporen van duisternis die zich in mij hebben kunnen verschuilen.
Hoezeer verlang ik, door restloze overgave aan Uw volmaakte leiding opnieuw geboren te worden, opdat deze tijd de dageraad van een nieuw leven in mij moge zien gloren.
O Hemelse Draagster van het Goddelijk Licht, in Uw macht over mijn hart verheerlijk ik het Ware Licht en de Belofte van de definitieve overwinning van het Licht over de duisternis in elke ziel die bereid is, zichzelf te vergeten, en die van harte God alleen wil toebehoren.
In Uw Moederschap verheerlijk ik het Leven brengend geloof in de voltooiing van Gods Heilsplan, dat wacht op mijn zelfofferande om de Ware Vrede en de volmaakte Liefde in de hele Schepping te laten bloeien als bronnen van het onvergankelijk Paradijs op aarde.
O onvolprezen Draagster van mijn Verlossing en mijn Heil, Wieg van het Licht, onbevlekte Brug tussen Gods Liefde en de zondigheid der mensenzielen, via U geef ik mij aan het Goddelijk Koren, opdat het ook mijn arme akker moge gebruiken om zich te vermenigvuldigen, want de zielen hebben honger.
Moge mijn grond, doordat hij zich heeft uitgespreid voor de voeten die eens de kop van de satan zullen verpletteren, het waardig worden om nu de wieg te helpen dragen waarin in de heilige decembernacht de Eeuwige Hoop geboren zal worden.


Toewijding van seizoenen

Op 12 december 2017 sprak de Meesteres van alle zielen in een private Openbaring aan Myriam over de spirituele betekenis van de vier seizoenen, en wees erop dat elk jaargetijde een oproep aan elke mensenziel bevat om actief bij te dragen tot de bloei van specifieke kernelementen van haar innerlijk leven.

De Meesteres van alle zielen noemt de LENTE het seizoen van de HOOP, vanwege de belofte van alle nieuwe tekenen van leven. Dit seizoen nodigt de ziel uit om haar innerlijk leven zo te vormen dat in haar de stille zekerheid kan bloeien dat in haar de kiem van de Eeuwige Zomer ligt, die volgens de mate van haar actieve beleving van de Ware Liefde kan veranderen in de vrucht van de uitgerijpte heiligheid.


1422. LENTETOEWIJDING AAN MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Koningin van de ware hoop,
In de beschouwing van Uw ziel, het hoogst verheven Paradijs van Goddelijke levenskracht en onuitputtelijke Bron van eeuwigdurende verrukkingen, spreid ik de tuin van mijn ziel voor Uw voeten uit.
O volmaakte Voorbode van de Zon Die de duisternis te schande zou maken in elke ziel die oprecht zou verlangen naar de Eeuwige Zomer, in U vond de winter van alle zonde zijn graf, want in de schaduw van de Godheid in Uw Moederschoot konden slechts de onverwelkbare bloemen van het Ware Leven bloeien.
Al mijn dagen en nachten wil ik opofferen aan de dienst aan Uw Werken van genezende Liefde tot uitbreiding van Gods Rijk, opdat de bodem van mijn zielentuin het waardig moge worden, de verrukking van de Hemelse aanraking door Uw voeten te ervaren, want waar Uw voeten rusten, verkondigen bloesems van deugd de belofte van de komende vruchten van een Zomer van Eeuwig Heil.
Ik geef U de volle en onvoorwaardelijke beschikking over mijn hele leven en mijn hele wezen, en verlang in het bijzonder naar een levenslange slavernij van mijn wil jegens U, o volmaakte Boomgaard van de rijpste vruchten der heiligheid, want elk verlangen om eerder mijzelf dan God en mijn medeschepselen te dienen, verziekt mijn eigen vruchten.
Naar U verlangt mijn hele wezen, o Belofte van de nieuwe en blijvende Lente, want Uw Tegenwoordigheid zal het zaad van Gods Rijk in mij bevruchten in de mate waarin ik waarlijk bereid zal zijn om U in alles na te volgen.
In U zal mijn zaad de warmte van de volmaakte Liefde vinden.
In U zal mijn zaad het Licht van het ware geloof vinden.
In U zal mijn zaad de malse regen der Genade vinden.
In U zal mijn zaad de zoete bries van de Heilige Geest vinden.
In U zal mijn zaad de bloeikracht van de ware hoop vinden.
Heers toch in mij, o Koningin van de Eeuwige Lente, opdat Uw volmaakte vruchtbaarheid voor Gods Werken de bruiloft moge sluiten met mijn vrije wil, die slechts verlangt te leven en te sterven voor de grondvesting van de Eeuwige Zomer in elke ziel die haar Heil slechts zoekt in de vervulling van Gods Wil.

De Meesteres van alle zielen noemt de ZOMER het seizoen van de LIEFDE, vanwege alle tekenen van volle rijping en warmte. Al het leven blijkt op het toppunt van zijn levenskracht. De volheid van het Ware Leven in de ziel is het Goddelijk Leven, de staat van de ziel naar Gods beeld en gelijkenis.


1430. ZOMERTOEWIJDING AAN MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, stralende Koningin van het Goddelijk Liefdesvuur,
Uw Schoot was het Bed waaruit de Midzomerzon over de Schepping zou oprijzen.
In Uw handen leg ik de arme, broze bloesems die Gods Genade aan de takken van mijn zielenboom heeft laten ontspringen.
Hoe gevoelig maakt toch mijn wankelmoedigheid deze bloesems voor de dreigende vorst die zelfs de lentezon trotseert, want mijn wil heeft het Pinkstervuur telkens weer prijsgegeven aan de rijp van elke uiting van verdwaalde Liefde.
Aanschouw toch mijn velden, hoe armzalig was de Liefde waarmee zij de voorjaarsregens hebben omhelsd, die de Heer van de oogst voor hen had bereid opdat zij vruchten voor Zijn Rijk zouden baren.
Zij hebben de bries van Zijn Geest niet benut om zich te reinigen van het stof dat de wereld over de jonge tarwe heeft uitgespreid, noch om andere velden te bevruchten met het verlangen naar de vervulling van Zijn Wet van Liefde.
Zij hebben de zon niet gedronken als goud van heiliging door volmaakte zelfverloochening.
O Koningin der volgroeide Liefde, in Uw hele Wezen is de volheid van de spirituele zomer belichaamd, de volheid van de vruchten uit volmaakt heilige bloesems die de Zon der Verlossing in zich hebben opgedronken tot volkomen versmelting met Zijn Wet.
In U heeft het Goddelijk Leven het toppunt van zijn levenskracht bereikt.
Daarom spreid ik nu de landerijen van mijn ziel voor U uit, opdat U de zomer van de ware heiliging over hen zou kunnen afroepen, want in U zijn het zonlicht van het Ware Leven, de malse zomerregen der hoogste Genade en de bliksem die de hemel boven mijn bodem kan zuiveren van elke dreigende duisternis.
Wees de enige Heerseres over mijn wezen, opdat mijn hart het ongeremd moge prijsgeven aan de Belofte van de zomervruchten, want de God van de Eeuwige Boomgaarden kan hen pas oogsten zodra mijn wil de bruiloft heeft gesloten met het Vuur waarmee Zijn Liefde mijn zielenboom reeds mijn leven lang heeft omarmd.

De Meesteres van alle zielen noemt de HERFST het seizoen van het BEROUW. De bladeren vallen af, steeds minder bloemen bloeien, alles in de natuur lijkt uit te nodigen tot inkeer en terugkeer naar eenvoud. Zoals de natuur behoort ook de ziel alles van zich af te schudden wat in haar de werken en plannen der duisternis kan dienen door haar lichte vlucht naar God af te remmen.


1385. HERFSTTOEWIJDING AAN MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Koningin van alle schepselen,
Nu de natuur in navolging van Gods Wet tot rust zoekt te komen, wil ook mijn ziel de roepstem van Gods Geest volgen, die haar uitnodigt tot inkeer en bezinning. Aan U geef ik mij over in het vertrouwen dat Uw heerschappij over mijn hele wezen mijn ziel naar een herstel van haar harmonie met God en met al mijn medeschepselen moge leiden.
Zoals de natuur haar zomervruchten tot rijping heeft gebracht door de stralen van de zon in zich op te drinken, wil ook mijn ziel de stralen van Gods Liefde in zich inbouwen om te veranderen in een vrucht tot voedsel voor hen die Hem zoeken met een oprecht hart. O Koningin van de innerlijke rust en Vrede, toon mij toch de staat van mijn zielenleven, mijn plaats en opdracht binnen Gods Heilsplan. Ontsluit toch voor mij de lessen uit mijn verleden, opdat ik de schatten die Gods Voorzienigheid mij in bewaring heeft gegeven, tot ware Hemelse rijkdom moge kunnen brengen.
Zie, zoals de bladeren zich verkleuren, zal ook mijn ziel haar ware schoonheid tonen in de mate van haar bereidheid om zich grondig te reinigen.
Zoals de bomen hun bladeren afschudden en de bodem zullen bevruchten, wil ook mijn ziel zich losmaken van alle gehechtheden en invloeden der wereld en deze voor U neerleggen, opdat de geest van ware toewijding mijn zielenbodem moge bevruchten. Wil mij helpen, aan mijzelf te sterven, opdat mijn ziel zich moge kunnen voorbereiden op haar nieuwe Lente.
O Koningin van de herfst, ik geef U de heerschappij over mijn levensweg, opdat de herfstregens der beproevingen zijn bodem mogen reinigen.
Ik geef U de heerschappij over de lucht boven mijn weg, opdat de herfstwinden de adem van de Heilige Geest in mijn ziel mogen brengen.
Vestig toch voor altijd Uw troon in de kamer waarin mijn ziel de vruchten van mijn leven bewaart, en wil er mijn oogst bekleden met de mantel van Uw heiligheid, opdat de winter mij niet de dood van enige deugd, doch de ware hoop op een nieuw Leven moge brengen.

De Meesteres van alle zielen noemt de WINTER het seizoen van het GELOOF. De tekenen van leven in de natuur zijn drastisch verminderd, de ziel die oppervlakkig voelt volgens datgene wat zij om zich heen ziet, kan nauwelijks geloven dat het leven ooit nog terugkeert, want alles lijkt te wijzen op de heerschappij van de dood. In de bodem schuilt echter reeds de kiem van nieuw Leven.


1410. WINTERTOEWIJDING AAN MARIA

(Myriam van Nazareth)

Lieve Moeder Maria, Rots van Geloof,
Nu de natuur haar schatten heeft verborgen onder een vacht van sneeuw of vorst, kom ik de ondergrond van mijn zielenakker onder Uw hoede stellen.
Nu de zon verder van de aarde lijkt te staan en de bodem der velden de omhelzing van haar warmte ontbeert, geef ik U mijn hart, dat zich zo ver van God verwijderd voelt, en mijn zielenbodem, die zich door winden, regens en koude heeft laten verkillen. Ik heb niet gevoeld dat de Zon van Gods Liefde mijn ziel is blijven strelen.
Door mijn schuld heeft de nachtvorst van gevoelloosheid met vele gezichten zich tot koning van mijn zielenland gemaakt, zodat alle groei en bloei van mijn zaden en wortels tot stilstand lijkt te komen en elke nieuwe dag mij vindt als een land zonder Leven.
Hoe arm lijkt mijn Licht, hoe rijk mijn duisternis. In mijn zielenland lijkt de dood haar troon te hebben gevestigd. Elk teken van leven lijkt te zijn gevlucht uit het land van mijn ziel, en lijkt alle hoop op een nieuwe lente met zich te hebben meegenomen.
In mijn oppervlakkig geloof in de God van Liefde en Leven heb ik de koude van menselijk denken en verlangen toegestaan om het Vuur van de Ware Liefde in de ondergrond van mijn ziel te laten doven. O help mij, de oppervlakte van mijn akker te laten ontdooien opdat de bodem opnieuw ontsloten kan worden voor de stralen van de Zon van het Ware Leven, dat mijn zaad zal veranderen in graan en mijn wortels zal laten ontbloeien in fruitbomen voor het Rijk der Eeuwige Zomer.
O Koningin van Gods Schepping, ik geef U de heerschappij over de winter van mijn innerlijk Leven, opdat U het opnieuw in harmonie met Gods Wet moge brengen en de kale akker van mijn ziel onder Uw voeten het wonder van zijn wedergeboorte moge baren, want in de zielenakker die zijn vrije wil voor altijd in dienst van Gods Werken heeft gesteld, blijft geen zaad de gevangene van koude, dood en onvruchtbaarheid.