TOTUS TUUS, MARIA !

HEMELS GEFLUISTER VAN DE ZETEL VAN WIJSHEID

Losse leerstellingen uit de Schatkamers van Gods Waarheid
zoals onderricht door de Koningin des Hemels

De Meesteres van alle zielen onderricht Myriam vaak in beelden. Bepaalde van de in de loop der jaren in de sfeer van dergelijk privaat onderricht geschonken beelden en overwegingsmateriaal laat Zij nu vrijgeven voor publieke onderrichting, in de vorm van losse bespiegelingen die bedoeld zijn om zielen te helpen bij het ontwikkelen van hun spiritueel leven.

In dit menupunt zullen strikt volgens de aanwijzingen van de Moeder Gods geleidelijk losse leerstellingen worden aangeboden, die worden genomen uit totnogtoe nooit gepubliceerde private onderrichtingen en openbaringen die door Haar worden geoordeeld als nuttig voor publicatie. Zo wil de Meesteres van alle zielen komen tot een bloemlezing van tekstjes ter overweging die Zij aanduidt als 'Hemelse zonnestralen vanaf de Troon der Wijsheid'.

Dit menupunt zal hierdoor constant in beweging zijn. Voor een vlot gebruik van de steeds groeiende inhoud zullen de afzonderlijke stellingen genummerd worden. Deze nummering verwijst in geen enkel opzicht naar een bepaalde waarde van elke stelling in vergelijking met een andere, noch naar een chronologische volgorde waarin de stellingen door de Meesteres van alle zielen aan Myriam zijn gegeven; zij verwijst uitsluitend naar een volgorde in de publieke vrijgave door Haar.

De Hemel fluistert

1. De verlossingsmacht van de beproevingen van Jezus

"Aanhoudend protest tegen de meest uiteenlopende gebeurtenissen, situaties en ontwikkelingen in het leven maakt alle beproevingen van het leven totaal onvruchtbaar. Ik herinner eraan, dat de immense verlossingsmacht van de beproevingen van Jezus Zelf lag in Zijn volmaakte overgave aan de noden van Gods Plannen. Zonder deze overgave ware het hele Verlossingswerk totaal onvruchtbaar gebleven. Op gelijkaardige wijze heb Ikzelf de immense beproevingen van Mijn leven op aarde gedragen in volkomen aanvaarding en in het verlangen dat het zaad, dat door God in deze beproevingen was gelegd, niet zijn Hemelse vruchtbaarheid zou verliezen door enige gevoelsinmenging vanuit Mijn Hart die de kracht van dit zaad uit Gods Hart zou kunnen verminderen. Liefde, aanvaarding, overgave, dienstbaarheid en nederigheid: Ziedaar de voorwaarden voor een vruchtbaar leven. Alles wat hiervan afwijkt, dient de werken der duisternis".

(...)

"De grote les van het Lijden en de Kruisdood van Jezus is deze, dat Verlossing uit de verdoemende macht van de zonde ligt in:

  • de onvoorwaardelijke totale aanvaarding van de kruisen en beproevingen van het leven als Beschikkingen van Gods Voorzienigheid voor de eigen levensweg;
  • de onvoorwaardelijke zelfverloochenende Liefde voor alle medeschepselen en voor Gods Werken en Plannen;
  • het zichzelf volkomen onbelangrijk achten, en op grond van dit besef de onvoorwaardelijke bereidheid om zijn leven te geven teneinde door volkomen dienst aan God het hoogste welzijn van alle medeschepselen in tijd en eeuwigheid af te kopen.

Bedenk, dat 'zijn leven geven' niet noodzakelijk de lichamelijke dood betekent, doch eerder nog de volledige verloochening van eigen behoeften, verlangens en verwachtingen om te leven voor de verwezenlijking van de behoeften, verlangens en verwachtingen van alle medeschepselen in de mate waarin deze behoeften, verlangens en verwachtingen Gods Plan kunnen dienen en het Eeuwig Heil van medezielen niet in het gedrang brengen".


2. De ziel als fruitboom

"De mensenziel gehoorzaamt Wetten die gelijkaardig zijn aan deze welke de natuur besturen in haar groei en bloei.

Een fruitboom is gemaakt om vruchten voort te brengen. Hij heeft daartoe in hoofdzaak vier elementen nodig: een goede bodem, zonneschijn, regen, en zuurstof. Wanneer de boom niet kan wortelen in een bodem die zo is samengesteld dat deze de stoffen bevat die de boom nodig heeft, zal hij noch gezond groeien noch gezonde vruchten voortbrengen.

Zie nu de mensenziel. Wanneer men de ziel vergelijkt men een boom, heeft ook zij een geschikte bodem, zonneschijn, regen en zuurstof nodig.

De bodem waarin de ziel geworteld moet zijn, moet zijn samengesteld uit gezonde, zuivere Liefde, Geloof en Hoop. In de mate waarin de zielenbodem deze ingrediënten in rijke hoeveelheden bevat, is de ziel waarlijk in God Zelf geworteld.

De zon die de ziel moet bestralen, is het Licht van het Goddelijk Leven. Dit Licht wordt elke ziel in overvloed toegevoerd, doch vele zielen sluiten zich voor dit Licht af, vaak in wisselende golven, soms totaal.

De regen is de genade, die de hele omgeving van de zielenboom moet bewateren. Deze genade wordt grotendeels geschonken in de vorm van beproevingen, kruisen, de moeilijkheden van het leven, doch ook in andere interventies van Gods Voorzienigheid. Vele zielenbomen sluiten hun wortels voor dit water door zich te verzetten tegen beproevingen en kruisen én tegen vele of alle andere wenken van de Voorzienigheid. Zij verdorren daardoor geleidelijk, hun bladeren vallen voortijdig af, en zij brengen weinig of geen vruchten voort. De weinige vruchten die zij eventueel voortbrengen, zijn bovendien minderwaardig en rijpen niet uit.

De zuurstof is de bries van de bezieling door de Heilige Geest. Vele zielenbodems nemen deze slecht op.

De vier elementen bodem, zonneschijn, regen en zuurstof moeten elkaar aanvullen. In de mate waarin dit onvoldoende of niet gebeurt, wordt het groeiproces verstoord en wordt de oogst aan vruchten armer. (...)"


3. Verzaken aan het kwaad

Het vermogen om te verzaken aan het kwaad is afgekocht door het Kruisoffer van Jezus. Wie zich niet in het hart ongeremd één maakt met dit Kruisoffer (= totale zelfverloochenende Liefde + onbegrensde onvoorwaardelijke dienst aan Gods Werken + volkomen aanvaarding van alle beproevingen), berooft zichzelf van alle weerstand tegen het kwaad.

Dit betekent meteen dat de grootste vijanden voor de spontane weerstand tegen het bedrijven van duisternis deze zijn:

  • onverschilligheid jegens God en de medeschepselen (als tegendeel van Liefde);
  • zelfzucht, jaloersheid, leven voor de eigen voorstellingen en verwachtingen, egocentrisme (als tegendeel van dienstbaarheid);
  • verzet tegen de Beschikkingen van Gods Voorzienigheid voor het eigen leven, en daardoor onvrede over het 'zich door God tekort gedaan voelen' (als tegendeel van aanvaarding).

Deze 'vijanden' vormen samen de gesteldheden van de antichrist, en scheppen samen een aanhoudende duisternis in het hart.


4. De levensweg

"Je kunt je de levensweg van elke mensenziel voorstellen als een reis van duizend mijlen, met veel bochten, hellingen, afdalingen... Elke stap moet bijdragen tot het bereiken van de bestemming. De ziel heeft overigens slechts een bepaalde tijd om de reis te voltooien. Hoe vaker zij onwerkzaam aan de rand van de weg gaat zitten, en hoe vaker zij een stap in de verkeerde richting zet, des te meer tijd gaat verloren om de bestemming te bereiken. Besef daarbij, dat 'onwerkzaam aan de rand van de weg gaan zitten', wijst op elk ogenblik dat niet in het hart op God is gericht.

Een ziel is in haar hart op God gericht wanneer in haar de Wet van de Ware Liefde werkzaam is, die haar ertoe aanzet om in gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen Licht en warmte om zich heen te verspreiden, zelfs in de ogenblikken waarin zij schijnbaar niet actief is, namelijk in de stille ogenblikken van het leven waarin geen woord wordt gesproken en geen handeling wordt verricht.

De ziel stapt op haar levensweg ook in de juiste richting verder terwijl zij weliswaar niet zichtbaar actief is doch in de stille beslotenheid van haar hart is vervuld van Licht en warmte. Elke lichtvolle en warme gedachte, gevoel, verlangen of bestreving stuurt Liefde doorheen het hele netwerk van de Schepping. Daarentegen sturen gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen die zijn vervuld van onvrede, jaloersheid, onverschilligheid, wrok, of de neiging om medeschepselen te schaden, duisternis doorheen het hele netwerk van de Schepping.

Voor God is een misdaad lang niet steeds een vaststelbare handeling waardoor een mens schade toebrengt, voor Hem is 'misdaad' alles wat uit een mensenziel vertrekt, dat duisternis in zich draagt en daardoor schade kan toebrengen aan het netwerk van de Schepping of bepaalde onderdelen ervan, ongeacht hoe groot of klein deze onderdelen ook zijn. Dit betekent dat een ziel in Gods ogen zeer zware misdaden kan begaan zonder zelfs de geringste handeling te stellen, namelijk door gedachten, gevoelens, verlangens of bestrevingen die beladen zijn met zware duisternis.

Voorbeelden van zware misdaden in Gods ogen, die voor mensenogen echter niet zichtbaar zijn, zijn vervloeking, verwensing, wraakzucht, plannen tot vergelding, haat, aanhoudende neiging tot afgunst of jaloersheid, en alle gedachten, gevoelens of verlangens die rechtstreeks krachten van duisternis in werking stellen. Voor God geldt tevens als zware misdaad, elke aanhoudende innerlijke gesteldheid door dewelke een mensenziel zich tot loopbrug van de duisternis maakt, dit wil zeggen: door dewelke een ziel zichzelf veelvuldig of aanhoudend laat inzetten als werktuig voor de verwezenlijking van werken en plannen van duisternis. Dergelijke gesteldheden kunnen immense schade en/of chaos aanrichten in het netwerk van de Schepping, of in bepaalde knooppunten (schepselen), kanalen en kanaaltjes (relaties en contacten tussen schepselen) binnen dit netwerk.

Om deze reden ontsnappen zeer veel misdaden aan de ogen der mensen, en ziet Gods oordeel over het leven van veel zielen er heel anders uit dan deze zielen zelf en/of hun medezielen ooit hebben vermoed of hebben kunnen vermoeden".

(...)

"Er zijn zielen die zo veelvuldig aan de rand van hun levensweg gaan zitten en/of zo vaak in de verkeerde richting stappen, dat God in het uur van hun levensoordeel moet vaststellen dat zij nauwelijks enkele van hun duizend mijlen hebben afgelegd. Hij beschouwt dit als een openlijke belijdenis voor hun gebrek aan verlangen om bij Hem te komen. Een ziel die oprecht verlangt om haar Eeuwig Leven bij God door te brengen, doet er alles aan om op haar levensweg flink te vorderen, door:

  • al haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen zo intens mogelijk te vullen met Licht en warmte, dus met zelfverloochenende Liefde en oprechte dienst aan God en aan de medeschepselen;
  • zo zelden mogelijk onwerkzaam aan de rand van de weg te gaan zitten door onverschilligheid jegens Gods verlangens;
  • in geen enkel geval een stap in de verkeerde richting te zetten door zonde of vastgehouden slechte gewoonten en ondeugden.

Ja, de grote les van deze onderrichting is ook nu onveranderlijk:

Mensenziel, breng elk ogenblik van je leven, in alle omstandigheden en in elk detail, door in gedreven toepassing van de ware zelfverloochenende Liefde, onzelfzuchtige dienst aan Gods Werken en Plannen en aan alle medeschepselen, en in een radicale afkeer van alle duisternis in handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen. Waak erover dat de Geest van God je elk ogenblik van de dag en de nacht, op elke meter van je levensweg, mag vinden in een innerlijke gesteldheid vervuld van Licht en warmte".


5. Iets over het levenskapitaal van een mensenziel

"Elke mensenziel krijgt bij haar ontvangenis van God een levenskapitaal. Dit kapitaal omvat alle vermogens, gaven, genaden, talenten, en de kiem van de heiligheid. In de mate waarin de ziel dit kapitaal benut tot vervulling van de enige doelstelling met dewelke zij is geschapen – de dienst aan de voltooiing van Gods Heilsplan voor de hele Schepping – brengt het intresten voort, die door Mij nog kunnen worden vermenigvuldigd om als een grote som te worden gestort aan de Goddelijke Schatkamer waaruit de Meester van alle Leven Genaden bereidt. Het geweten van de ziel is zo gemaakt dat het de ziel constant op de vervulling van deze doelstelling georiënteerd kan houden. Zodra echter de vrije wil door de denkende mens zodanig wordt gebruikt dat de ziel niet leeft in dienst aan Gods Heilsplan doch in dienst aan de vervulling van de eigen voorstellingen en verwachtingen, pleegt zij reeds een eerste moord: deze op haar geweten, deze heilige alarminstallatie en navigatie-inrichting die de ziel intens met God verbonden moet houden.

De uitschakeling van het geweten snijdt de ziel af van God, van Zijn bedoelingen en van al Zijn Werken, met inbegrip van het netwerk van de Schepping. De ziel takelt dan spoedig af tot een ontzielde mens die wegzinkt in schrijnende oppervlakkigheid, want elke leiding door de Heilige Geest wordt genegeerd, en alle doen en laten, alle denken, voelen en verlangen wordt gedicteerd door de grondwet van het beeld dat de ziel van zichzelf wil ophangen.

De mens die zo handelt, begint aan zelfverheffing en zelfverheerlijking te doen, en laat daardoor de gesteldheden van Lucifer wortel schieten in haar grond, die door God met heiligheid was bekleed. Deze mens verpandt hierdoor zijn levenskapitaal aan de satan. Dientengevolge brengt het kapitaal geen intresten meer op, doch wordt in Gods boekhouding bezwaard met een hypotheek, een schuldenlast. Zie het verschil:

Een ziel die leeft in uitsluitende dienst aan God, zowel rechtstreeks als via de dienst aan Mij krachtens het heilig verbond van toewijding aan Mij, geeft in het uur van haar levensoordeel haar levenskapitaal aan God terug, verrijkt met een intrest die zeer groot kan zijn, vooral wanneer zij haar levenskapitaal onder Mijn macht en beschikking heeft gesteld door haar leven te leiden in liefdesslavernij jegens Mij tot volbrenging van Mijn Werken, die zijn gericht op de grondvesting van Gods Rijk op aarde in het uur waarin Mijn voet alle werken van duisternis zal hebben verbrijzeld. De volmaakte overgave van de wil van de ziel aan Mij, opent haar levenskapitaal voor de instorting van de goudschat van Mijn absoluut volmaakte Liefde.

Een ziel daarentegen, die haar levenskapitaal heeft weggegeven aan de satan door zichzelf te verheffen en daardoor brug te worden voor de werken der duisternis, begint negatieve intresten te scheppen: Haar levenskapitaal is niet langer bron van intresten die worden gebruikt voor de schepping van Goddelijke Genaden, doch bron van schulden, die moeten worden afbetaald in het vagevuur of, indien zij te groot worden, kunnen leiden tot de eeuwige verdoeming. De eeuwige verdoeming is de prijs die een ziel betaalt voor een verregaande verloochening van de geschenken der zelfverloochenende Liefde".


6. Het Heil als vrucht van actieve betrokkenheid

Zodra een ziel haar kleinheid binnen het hele netwerk van de Schepping beseft, kan het voorkomen dat zij zichzelf als te onvolkomen beschouwt opdat God haar een blik waardig zou keuren. Niettemin is dit een vergissing, want Hij doet niets liever dan de ziel te wassen en opnieuw aan te kleden, steeds zuiverder en steeds mooier. Wie daarin gelooft, leert de kunst om met zichzelf te leven. Dat is een kunst, want vele zielen leren het nooit. Betekent dit, dat de ziel haar onvolkomenheden niet hoeft te betreuren? Dat betekent het allerminst, want het is een zaak van vervolmaking in de Ware Liefde, dag na dag tot het uiterste te gaan om ervoor te zorgen dat de was- en kleedbeurt die God U dagelijks wil geven, U niet te laks maakt om zelf geen inspanningen meer te leveren om zo zuiver mogelijk te blijven. Niet wat God voor U wil doen, brengt U het Eeuwig Heil, wel de mate waarin U daarbij actief met Hem meewerkt.

God wacht op Uw actieve medewerking. Waarom kiezen vele zielen niet voor de leer van de Meesteres van alle zielen? Dit is absoluut niet aan deze leer zelf gelegen. De leer van de Meesteres van alle zielen vergt van de ziel een persoonlijke, volhardende, actieve inzet voor de eigen heiliging. Niet elke ziel die zich christen noemt, is daartoe bereid. Ontstellend veel christenen verwachten een Verlossing die hen door Jezus zonder meer in de schoot wordt geworpen. Wanneer aan zielen massaal de bevrijding uit hun beproevingen en kruisen door Jezus wordt beloofd, wie is dan nog bereid om deze beproevingen en kruisen zelf volop te blijven dragen? Het antwoord is eenvoudig: Zij die God en Zijn Werken waarlijk liefhebben. Wie zijn deze zielen? Het antwoord is even eenvoudig: de ware christenen, zij die niet christen zijn in naam doch in hun dagelijks doen, laten, denken, voelen en nastreven. Navolging van Christus is niet, op Christus wachten opdat Hij het Kruis nogmaals Zelf zou wegdragen, doch wel, tot Christus zeggen: "Het mag kosten wat het wil, ik wil absoluut met U de kruisen der wereld dragen, want mij bereidt het geen vreugde wanneer mijn beste Vriend alleen lijdt opdat ik reeds op aarde vrij moge worden van alle leed".

Passief wachten op Jezus om de eigen kruisen te komen wegnemen, heeft niets meer met christen-zijn te maken, en wie een dergelijk denken en een dergelijke levensbeschouwing ook bij anderen stimuleert, doet niet Gods Werken. Passief afwachten in verband met de vervulling van Gods Werken, druist lijnrecht in tegen Gods Wet die bepaalt dat de zielen actief, spontaan en vrijwillig met Hem moeten meewerken. God dringt Zijn weldaden niet op, de ziel moet haar vrije wil één maken met Gods Wil, dan pas kan zij Zijn geschenken waarlijk tot vrucht helpen brengen. Anders uitgedrukt: God schenkt zaden, de ziel moet deze zaden door een juist gebruik van haar vrije wil zelf doen openbloeien tot bloemen. Wie Gods tussenkomsten in de vorm van bloeiende bloemen verwacht, blijft zonder verdiensten. God geeft er de voorkeur aan, Zijn genaden te schenken in de vorm van zaden, en Hij doet dit uit volmaakte Liefde: De verdiensten van het leven op aarde worden bepaald door de wijze waarop de ziel met de zaden der genade omgaat om deze te laten openbloeien tot bloemen, die jegens God getuigenis afleggen van het oprecht actief verlangen van de ziel om Gods Werken te doen.