TOTUS TUUS, MARIA !

HEMELS GEFLUISTER VAN DE ZETEL VAN WIJSHEID

Losse leerstellingen uit de Schatkamers van Gods Waarheid
zoals onderricht door de Koningin des Hemels

 

De Meesteres van alle zielen onderricht Myriam vaak in beelden. Bepaalde van de in de loop der jaren in de sfeer van dergelijk privaat onderricht geschonken beelden en overwegingsmateriaal laat Zij nu vrijgeven voor publieke onderrichting, in de vorm van losse bespiegelingen die bedoeld zijn om zielen te helpen bij het ontwikkelen van hun spiritueel leven.

In dit menupunt zullen strikt volgens de aanwijzingen van de Moeder Gods geleidelijk losse leerstellingen worden aangeboden, die worden genomen uit totnogtoe nooit gepubliceerde private onderrichtingen en openbaringen die door Haar worden geoordeeld als nuttig voor publicatie. Zo wil de Meesteres van alle zielen komen tot een bloemlezing van tekstjes ter overweging die Zij aanduidt als 'Hemelse zonnestralen vanaf de Troon der Wijsheid'.

Dit menupunt zal hierdoor constant in beweging zijn. Voor een vlot gebruik van de steeds groeiende inhoud zullen de afzonderlijke stellingen genummerd worden. Deze nummering verwijst in geen enkel opzicht naar een bepaalde waarde van elke stelling in vergelijking met een andere, noch naar een chronologische volgorde waarin de stellingen door de Meesteres van alle zielen aan Myriam zijn gegeven; zij verwijst uitsluitend naar een volgorde in de publieke vrijgave door Haar.

De Hemel fluistert

1. De verlossingsmacht van de beproevingen van Jezus

"Aanhoudend protest tegen de meest uiteenlopende gebeurtenissen, situaties en ontwikkelingen in het leven maakt alle beproevingen van het leven totaal onvruchtbaar. Ik herinner eraan, dat de immense verlossingsmacht van de beproevingen van Jezus Zelf lag in Zijn volmaakte overgave aan de noden van Gods Plannen. Zonder deze overgave ware het hele Verlossingswerk totaal onvruchtbaar gebleven. Op gelijkaardige wijze heb Ikzelf de immense beproevingen van Mijn leven op aarde gedragen in volkomen aanvaarding en in het verlangen dat het zaad, dat door God in deze beproevingen was gelegd, niet zijn Hemelse vruchtbaarheid zou verliezen door enige gevoelsinmenging vanuit Mijn Hart die de kracht van dit zaad uit Gods Hart zou kunnen verminderen. Liefde, aanvaarding, overgave, dienstbaarheid en nederigheid: Ziedaar de voorwaarden voor een vruchtbaar leven. Alles wat hiervan afwijkt, dient de werken der duisternis".

(...)

"De grote les van het Lijden en de Kruisdood van Jezus is deze, dat Verlossing uit de verdoemende macht van de zonde ligt in:

  • de onvoorwaardelijke totale aanvaarding van de kruisen en beproevingen van het leven als Beschikkingen van Gods Voorzienigheid voor de eigen levensweg;
  • de onvoorwaardelijke zelfverloochenende Liefde voor alle medeschepselen en voor Gods Werken en Plannen;
  • het zichzelf volkomen onbelangrijk achten, en op grond van dit besef de onvoorwaardelijke bereidheid om zijn leven te geven teneinde door volkomen dienst aan God het hoogste welzijn van alle medeschepselen in tijd en eeuwigheid af te kopen.

Bedenk, dat 'zijn leven geven' niet noodzakelijk de lichamelijke dood betekent, doch eerder nog de volledige verloochening van eigen behoeften, verlangens en verwachtingen om te leven voor de verwezenlijking van de behoeften, verlangens en verwachtingen van alle medeschepselen in de mate waarin deze behoeften, verlangens en verwachtingen Gods Plan kunnen dienen en het Eeuwig Heil van medezielen niet in het gedrang brengen".


2. De ziel als fruitboom

"De mensenziel gehoorzaamt Wetten die gelijkaardig zijn aan deze welke de natuur besturen in haar groei en bloei.

Een fruitboom is gemaakt om vruchten voort te brengen. Hij heeft daartoe in hoofdzaak vier elementen nodig: een goede bodem, zonneschijn, regen, en zuurstof. Wanneer de boom niet kan wortelen in een bodem die zo is samengesteld dat deze de stoffen bevat die de boom nodig heeft, zal hij noch gezond groeien noch gezonde vruchten voortbrengen.

Zie nu de mensenziel. Wanneer men de ziel vergelijkt men een boom, heeft ook zij een geschikte bodem, zonneschijn, regen en zuurstof nodig.

De bodem waarin de ziel geworteld moet zijn, moet zijn samengesteld uit gezonde, zuivere Liefde, Geloof en Hoop. In de mate waarin de zielenbodem deze ingrediënten in rijke hoeveelheden bevat, is de ziel waarlijk in God Zelf geworteld.

De zon die de ziel moet bestralen, is het Licht van het Goddelijk Leven. Dit Licht wordt elke ziel in overvloed toegevoerd, doch vele zielen sluiten zich voor dit Licht af, vaak in wisselende golven, soms totaal.

De regen is de genade, die de hele omgeving van de zielenboom moet bewateren. Deze genade wordt grotendeels geschonken in de vorm van beproevingen, kruisen, de moeilijkheden van het leven, doch ook in andere interventies van Gods Voorzienigheid. Vele zielenbomen sluiten hun wortels voor dit water door zich te verzetten tegen beproevingen en kruisen én tegen vele of alle andere wenken van de Voorzienigheid. Zij verdorren daardoor geleidelijk, hun bladeren vallen voortijdig af, en zij brengen weinig of geen vruchten voort. De weinige vruchten die zij eventueel voortbrengen, zijn bovendien minderwaardig en rijpen niet uit.

De zuurstof is de bries van de bezieling door de Heilige Geest. Vele zielenbodems nemen deze slecht op.

De vier elementen bodem, zonneschijn, regen en zuurstof moeten elkaar aanvullen. In de mate waarin dit onvoldoende of niet gebeurt, wordt het groeiproces verstoord en wordt de oogst aan vruchten armer. (...)"


3. Verzaken aan het kwaad

Het vermogen om te verzaken aan het kwaad is afgekocht door het Kruisoffer van Jezus. Wie zich niet in het hart ongeremd één maakt met dit Kruisoffer (= totale zelfverloochenende Liefde + onbegrensde onvoorwaardelijke dienst aan Gods Werken + volkomen aanvaarding van alle beproevingen), berooft zichzelf van alle weerstand tegen het kwaad.

Dit betekent meteen dat de grootste vijanden voor de spontane weerstand tegen het bedrijven van duisternis deze zijn:

  • onverschilligheid jegens God en de medeschepselen (als tegendeel van Liefde);
  • zelfzucht, jaloersheid, leven voor de eigen voorstellingen en verwachtingen, egocentrisme (als tegendeel van dienstbaarheid);
  • verzet tegen de Beschikkingen van Gods Voorzienigheid voor het eigen leven, en daardoor onvrede over het 'zich door God tekort gedaan voelen' (als tegendeel van aanvaarding).

Deze 'vijanden' vormen samen de gesteldheden van de antichrist, en scheppen samen een aanhoudende duisternis in het hart.


4. De levensweg

"Je kunt je de levensweg van elke mensenziel voorstellen als een reis van duizend mijlen, met veel bochten, hellingen, afdalingen... Elke stap moet bijdragen tot het bereiken van de bestemming. De ziel heeft overigens slechts een bepaalde tijd om de reis te voltooien. Hoe vaker zij onwerkzaam aan de rand van de weg gaat zitten, en hoe vaker zij een stap in de verkeerde richting zet, des te meer tijd gaat verloren om de bestemming te bereiken. Besef daarbij, dat 'onwerkzaam aan de rand van de weg gaan zitten', wijst op elk ogenblik dat niet in het hart op God is gericht.

Een ziel is in haar hart op God gericht wanneer in haar de Wet van de Ware Liefde werkzaam is, die haar ertoe aanzet om in gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen Licht en warmte om zich heen te verspreiden, zelfs in de ogenblikken waarin zij schijnbaar niet actief is, namelijk in de stille ogenblikken van het leven waarin geen woord wordt gesproken en geen handeling wordt verricht.

De ziel stapt op haar levensweg ook in de juiste richting verder terwijl zij weliswaar niet zichtbaar actief is doch in de stille beslotenheid van haar hart is vervuld van Licht en warmte. Elke lichtvolle en warme gedachte, gevoel, verlangen of bestreving stuurt Liefde doorheen het hele netwerk van de Schepping. Daarentegen sturen gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen die zijn vervuld van onvrede, jaloersheid, onverschilligheid, wrok, of de neiging om medeschepselen te schaden, duisternis doorheen het hele netwerk van de Schepping.

Voor God is een misdaad lang niet steeds een vaststelbare handeling waardoor een mens schade toebrengt, voor Hem is 'misdaad' alles wat uit een mensenziel vertrekt, dat duisternis in zich draagt en daardoor schade kan toebrengen aan het netwerk van de Schepping of bepaalde onderdelen ervan, ongeacht hoe groot of klein deze onderdelen ook zijn. Dit betekent dat een ziel in Gods ogen zeer zware misdaden kan begaan zonder zelfs de geringste handeling te stellen, namelijk door gedachten, gevoelens, verlangens of bestrevingen die beladen zijn met zware duisternis.

Voorbeelden van zware misdaden in Gods ogen, die voor mensenogen echter niet zichtbaar zijn, zijn vervloeking, verwensing, wraakzucht, plannen tot vergelding, haat, aanhoudende neiging tot afgunst of jaloersheid, en alle gedachten, gevoelens of verlangens die rechtstreeks krachten van duisternis in werking stellen. Voor God geldt tevens als zware misdaad, elke aanhoudende innerlijke gesteldheid door dewelke een mensenziel zich tot loopbrug van de duisternis maakt, dit wil zeggen: door dewelke een ziel zichzelf veelvuldig of aanhoudend laat inzetten als werktuig voor de verwezenlijking van werken en plannen van duisternis. Dergelijke gesteldheden kunnen immense schade en/of chaos aanrichten in het netwerk van de Schepping, of in bepaalde knooppunten (schepselen), kanalen en kanaaltjes (relaties en contacten tussen schepselen) binnen dit netwerk.

Om deze reden ontsnappen zeer veel misdaden aan de ogen der mensen, en ziet Gods oordeel over het leven van veel zielen er heel anders uit dan deze zielen zelf en/of hun medezielen ooit hebben vermoed of hebben kunnen vermoeden".

(...)

"Er zijn zielen die zo veelvuldig aan de rand van hun levensweg gaan zitten en/of zo vaak in de verkeerde richting stappen, dat God in het uur van hun levensoordeel moet vaststellen dat zij nauwelijks enkele van hun duizend mijlen hebben afgelegd. Hij beschouwt dit als een openlijke belijdenis voor hun gebrek aan verlangen om bij Hem te komen. Een ziel die oprecht verlangt om haar Eeuwig Leven bij God door te brengen, doet er alles aan om op haar levensweg flink te vorderen, door:

  • al haar handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen zo intens mogelijk te vullen met Licht en warmte, dus met zelfverloochenende Liefde en oprechte dienst aan God en aan de medeschepselen;
  • zo zelden mogelijk onwerkzaam aan de rand van de weg te gaan zitten door onverschilligheid jegens Gods verlangens;
  • in geen enkel geval een stap in de verkeerde richting te zetten door zonde of vastgehouden slechte gewoonten en ondeugden.

Ja, de grote les van deze onderrichting is ook nu onveranderlijk:

Mensenziel, breng elk ogenblik van je leven, in alle omstandigheden en in elk detail, door in gedreven toepassing van de ware zelfverloochenende Liefde, onzelfzuchtige dienst aan Gods Werken en Plannen en aan alle medeschepselen, en in een radicale afkeer van alle duisternis in handelingen, woorden, gedachten, gevoelens, verlangens en bestrevingen. Waak erover dat de Geest van God je elk ogenblik van de dag en de nacht, op elke meter van je levensweg, mag vinden in een innerlijke gesteldheid vervuld van Licht en warmte".


5. Iets over het levenskapitaal van een mensenziel

"Elke mensenziel krijgt bij haar ontvangenis van God een levenskapitaal. Dit kapitaal omvat alle vermogens, gaven, genaden, talenten, en de kiem van de heiligheid. In de mate waarin de ziel dit kapitaal benut tot vervulling van de enige doelstelling met dewelke zij is geschapen – de dienst aan de voltooiing van Gods Heilsplan voor de hele Schepping – brengt het intresten voort, die door Mij nog kunnen worden vermenigvuldigd om als een grote som te worden gestort aan de Goddelijke Schatkamer waaruit de Meester van alle Leven Genaden bereidt. Het geweten van de ziel is zo gemaakt dat het de ziel constant op de vervulling van deze doelstelling georiënteerd kan houden. Zodra echter de vrije wil door de denkende mens zodanig wordt gebruikt dat de ziel niet leeft in dienst aan Gods Heilsplan doch in dienst aan de vervulling van de eigen voorstellingen en verwachtingen, pleegt zij reeds een eerste moord: deze op haar geweten, deze heilige alarminstallatie en navigatie-inrichting die de ziel intens met God verbonden moet houden.

De uitschakeling van het geweten snijdt de ziel af van God, van Zijn bedoelingen en van al Zijn Werken, met inbegrip van het netwerk van de Schepping. De ziel takelt dan spoedig af tot een ontzielde mens die wegzinkt in schrijnende oppervlakkigheid, want elke leiding door de Heilige Geest wordt genegeerd, en alle doen en laten, alle denken, voelen en verlangen wordt gedicteerd door de grondwet van het beeld dat de ziel van zichzelf wil ophangen.

De mens die zo handelt, begint aan zelfverheffing en zelfverheerlijking te doen, en laat daardoor de gesteldheden van Lucifer wortel schieten in haar grond, die door God met heiligheid was bekleed. Deze mens verpandt hierdoor zijn levenskapitaal aan de satan. Dientengevolge brengt het kapitaal geen intresten meer op, doch wordt in Gods boekhouding bezwaard met een hypotheek, een schuldenlast. Zie het verschil:

Een ziel die leeft in uitsluitende dienst aan God, zowel rechtstreeks als via de dienst aan Mij krachtens het heilig verbond van toewijding aan Mij, geeft in het uur van haar levensoordeel haar levenskapitaal aan God terug, verrijkt met een intrest die zeer groot kan zijn, vooral wanneer zij haar levenskapitaal onder Mijn macht en beschikking heeft gesteld door haar leven te leiden in liefdesslavernij jegens Mij tot volbrenging van Mijn Werken, die zijn gericht op de grondvesting van Gods Rijk op aarde in het uur waarin Mijn voet alle werken van duisternis zal hebben verbrijzeld. De volmaakte overgave van de wil van de ziel aan Mij, opent haar levenskapitaal voor de instorting van de goudschat van Mijn absoluut volmaakte Liefde.

Een ziel daarentegen, die haar levenskapitaal heeft weggegeven aan de satan door zichzelf te verheffen en daardoor brug te worden voor de werken der duisternis, begint negatieve intresten te scheppen: Haar levenskapitaal is niet langer bron van intresten die worden gebruikt voor de schepping van Goddelijke Genaden, doch bron van schulden, die moeten worden afbetaald in het vagevuur of, indien zij te groot worden, kunnen leiden tot de eeuwige verdoeming. De eeuwige verdoeming is de prijs die een ziel betaalt voor een verregaande verloochening van de geschenken der zelfverloochenende Liefde".


6. Het Heil als vrucht van actieve betrokkenheid

Zodra een ziel haar kleinheid binnen het hele netwerk van de Schepping beseft, kan het voorkomen dat zij zichzelf als te onvolkomen beschouwt opdat God haar een blik waardig zou keuren. Niettemin is dit een vergissing, want Hij doet niets liever dan de ziel te wassen en opnieuw aan te kleden, steeds zuiverder en steeds mooier. Wie daarin gelooft, leert de kunst om met zichzelf te leven. Dat is een kunst, want vele zielen leren het nooit. Betekent dit, dat de ziel haar onvolkomenheden niet hoeft te betreuren? Dat betekent het allerminst, want het is een zaak van vervolmaking in de Ware Liefde, dag na dag tot het uiterste te gaan om ervoor te zorgen dat de was- en kleedbeurt die God U dagelijks wil geven, U niet te laks maakt om zelf geen inspanningen meer te leveren om zo zuiver mogelijk te blijven. Niet wat God voor U wil doen, brengt U het Eeuwig Heil, wel de mate waarin U daarbij actief met Hem meewerkt.

God wacht op Uw actieve medewerking. Waarom kiezen vele zielen niet voor de leer van de Meesteres van alle zielen? Dit is absoluut niet aan deze leer zelf gelegen. De leer van de Meesteres van alle zielen vergt van de ziel een persoonlijke, volhardende, actieve inzet voor de eigen heiliging. Niet elke ziel die zich christen noemt, is daartoe bereid. Ontstellend veel christenen verwachten een Verlossing die hen door Jezus zonder meer in de schoot wordt geworpen. Wanneer aan zielen massaal de bevrijding uit hun beproevingen en kruisen door Jezus wordt beloofd, wie is dan nog bereid om deze beproevingen en kruisen zelf volop te blijven dragen? Het antwoord is eenvoudig: Zij die God en Zijn Werken waarlijk liefhebben. Wie zijn deze zielen? Het antwoord is even eenvoudig: de ware christenen, zij die niet christen zijn in naam doch in hun dagelijks doen, laten, denken, voelen en nastreven. Navolging van Christus is niet, op Christus wachten opdat Hij het Kruis nogmaals Zelf zou wegdragen, doch wel, tot Christus zeggen: "Het mag kosten wat het wil, ik wil absoluut met U de kruisen der wereld dragen, want mij bereidt het geen vreugde wanneer mijn beste Vriend alleen lijdt opdat ik reeds op aarde vrij moge worden van alle leed".

Passief wachten op Jezus om de eigen kruisen te komen wegnemen, heeft niets meer met christen-zijn te maken, en wie een dergelijk denken en een dergelijke levensbeschouwing ook bij anderen stimuleert, doet niet Gods Werken. Passief afwachten in verband met de vervulling van Gods Werken, druist lijnrecht in tegen Gods Wet die bepaalt dat de zielen actief, spontaan en vrijwillig met Hem moeten meewerken. God dringt Zijn weldaden niet op, de ziel moet haar vrije wil één maken met Gods Wil, dan pas kan zij Zijn geschenken waarlijk tot vrucht helpen brengen. Anders uitgedrukt: God schenkt zaden, de ziel moet deze zaden door een juist gebruik van haar vrije wil zelf doen openbloeien tot bloemen. Wie Gods tussenkomsten in de vorm van bloeiende bloemen verwacht, blijft zonder verdiensten. God geeft er de voorkeur aan, Zijn genaden te schenken in de vorm van zaden, en Hij doet dit uit volmaakte Liefde: De verdiensten van het leven op aarde worden bepaald door de wijze waarop de ziel met de zaden der genade omgaat om deze te laten openbloeien tot bloemen, die jegens God getuigenis afleggen van het oprecht actief verlangen van de ziel om Gods Werken te doen.


7. Over het geweten

God heeft elke ziel voorzien van een machtige alarminstallatie: het geweten, dat waarschuwt voor elke indringer en voor elke influistering die niet in overeenstemming is met datgene wat God van de zielen verwacht. De stroomvoorziening voor deze alarminstallatie is de Liefde, waarvan God in elke ziel het zaad heeft voorzien. Het is de vrije wil van de ziel zelf, die bepaalt of zij haar alarminstallatie met de stroombron verbonden houdt, of niet.

De Koningin des Hemels noemde ooit het geweten 'het immuunsysteem van de ziel': In het lichaam treedt het immuunsysteem in werking zodra een bedreigende stof (bijvoorbeeld een gif) of een bedreigend organisme (bijvoorbeeld een bacterie, virus, schimmel, parasiet enzovoort) in het lichaam werkzaam wordt of een ontsporing in een normaal lichaamsproces zich laat voelen (bijvoorbeeld een kankerachtig proces, een ontsteking...). Het immuunsysteem doet dit omdat de Goddelijke Intelligentie dit zo heeft voorzien als bescherming tegen alles wat een normaal functioneren van het lichaam kan bedreigen.

Uiteindelijk is de bedoeling dat het immuunsysteem de ontsporing of bedreiging helpt opruimen teneinde het lichaam opnieuw in overeenstemming te brengen met de Goddelijke Wetten die de werking van een lichaam zodanig trachten te regelen dat het gezond blijft. Op gelijkaardige wijze treedt het geweten in de ziel in werking zodra de gezondheid van de ziel wordt bedreigd door alle mogelijke ontsporingen in het zielenleven, concreet gesproken in elke situatie waarin de ziel het gevaar loopt, te reageren op een wijze die niet in overeenstemming is met de Wet van de Ware Liefde. Dit 'reageren' kan bestaan in een handeling, een verzuim, een woord, gedachte, gevoel, verlangen of bestreving die de heiligheid van de ziel in het gedrang kan brengen.

Het geweten is daarom de interne wegwijzer naar het Eeuwig Heil. In het geweten heeft God Zijn Wetboek gelegd, waardoor het geweten kan functioneren als alarminstallatie die waarschuwt voor elke overtreding tegen Gods Wet. Een gezond geweten is ononderbroken bezig met het 'scannen' van de innerlijke gesteldheden van de ziel, en geeft waarschuwingssignalen zodra deze gesteldheden sporen van onzuiverheid (duisternis) vertonen.

Hoe verliest het geweten zijn gezondheid? In maart 2015 vermeldde de Meesteres van alle zielen als de grootste vijand van het geweten de zelfzucht, met de woorden: "Zelfzucht benevelt het geweten. De ziel die alles benadert vanuit de betrachting om haar eigen behoeften te bevredigen en haar eigen wegen te voltooien, kan dit slechts doen in de mate waarin zij haar geweten voor zichzelf onzichtbaar maakt". In wezen kan men zeggen dat de ziel niet zondigt zonder eerst – eventueel slechts heel even – het geweten buiten werking te hebben gesteld. Vele zielen maken dit tot een eerder chronische toestand door niet meer naar hun geweten te luisteren en daardoor een soort kunstmatige wereld te scheppen binnen dewelke zij geen waarschuwingen meer horen of zien. Deze toestand zouden wij kunnen vergelijken met deze waarbij een werknemer in een kerncentrale bij een dreigende ramp de alarminstallatie uitschakelt, vervolgens vrij en onbezorgd in de centrale rondwandelt zonder enige maatregel te nemen, daarbij een vals gevoel van veiligheid heeft omdat hij geen rode flikkerlichten ziet en geen sirenes hoort, doch intussen een flinke dosis straling incasseert.

De ziel betaalt wel een prijs voor het uitschakelen van haar geweten: Zij zal ten prooi vallen aan innerlijke strijd, want het geweten blijft waarschuwingen uitzenden omdat het in wezen een systeem is dat rechtstreeks met het Hart van God verbonden is. God laat geen ogenblik na, in de ziel te spreken met de taal van de Liefde, die is bedoeld als ontstekingsmechanisme om het geweten te activeren wanneer dit door één of andere oorzaak niet werkt zoals Hij het had bedoeld. Hij doet dit omdat Hij elke ziel wil blijven motiveren om haar vrije wil zodanig te gebruiken dat haar hele doen en laten en al haar innerlijke gesteldheden in harmonie komen en blijven met de Wet van de Ware Liefde. De mate van overeenstemming van de ziel met deze Wet bepaalt de eeuwige bestemming van de ziel. Zolang de ziel niet volmaakt naar haar geweten luistert, kan zij haar levensreis onmogelijk op de Hemelpoort georiënteerd houden.


8. Het zaad van de Ware Vrede

Het aardse leven komt voor vele zielen neer op een ononderbroken uitdaging om het geluk te vinden. Geluk kan liggen in een kortstondige vreugde over een gebeurtenis die onverwachts positief is afgelopen, of in een meevaller op welk gebied van het leven dan ook. Het Ware Geluk echter, kan de ziel op aarde slechts vinden in een gesteldheid van haar eigen hart die haar in staat stelt om de zorgen en tekortkomingen van de stoffelijke aspecten van het leven op aarde zodanig te relativeren dat zij er niet langer door overrompeld wordt. Deze hartsgesteldheid wordt Ware Vrede genoemd, en is niets anders dan wat Jezus bedoelde toen Hij zei: "Mijn Vrede geef Ik u". De Vrede van Christus is de gesteldheid waarin de ziel zich niet meer laat overwinnen door de tegenwinden van het leven en zij in staat is om ondanks alle duisternis steeds het Licht van de Ware Hoop en de blijmoedigheid in stand te houden.

De ziel vindt de Vrede in zichzelf in de mate waarin zij haar hart leert maken tot een bloeiende tuin van onvoorwaardelijke Liefde. Het volmaakte voorbeeld van een waarlijk paradijselijke tuin was het Hart van Maria. Precies daarom heeft God Maria aan de zielen tot groot voorbeeld gesteld voor een maximaal vruchtbaar leven in dienst van Zijn Heilsplan op grond van een hartsgesteldheid van Ware Vrede. Een hart in Ware Vrede is een bloeiend paradijs, of een water dat zelfs door harde winden niet tot storm kan worden gebracht doordat de watermassa diep in zich een sterk evenwicht heeft gevonden.

Waar Geluk en Ware Vrede zijn niet gebonden aan bepaalde gebeurtenissen, handelingen, ervaringen of plaatsen die men bezoekt, doch aan een sfeer van tevredenheid in het hart. Vrede trekt Vrede aan, dit wil zeggen: Hoe méér zich in Uw hart een gevoel van stille Vrede grondvest, des te meer zult U die nieuwe Vrede vinden in dit, in dat, in alles, zoals een enkele bloem die zich uitzaait en spoedig een veld van bloemen vormt. De Ware Vrede schiet eigenlijk wortel in het hart wanneer de ziel oprecht tot de bevinding kan komen: "Alles is goed, want uiteindelijk heeft God dit alles zo voor mij voorzien omdat het precies voor mijn Eeuwig Heil op één of andere wijze noodzakelijk is...". In deze gesteldheid laat het hart de zorgen en duisternis om zich heen niet meer tot meester van haar gevoelens worden, doch drinkt het in volle teugen het water van Goddelijk Leven, dat de ziel steeds dieper vervult van het besef dat het Licht met absolute zekerheid overwint en dat alle duisternis niets méér is dan een vergankelijke fase die veel genaden kan brengen in de mate waarin de ziel haar bestrijdt met het Licht en de warmte van een oprechte Liefde, een oprecht Geloof en een oprechte Hoop die spontaan diep in haar bloeien en die zij niet meer laat verwelken door enige duistere verwachting.

Het besef van de Tegenwoordigheid van de Moeder Gods in het hart is het machtigste zaad van Ware Vrede dat ik ken. Wie dit zaad koestert en begiet, krijgt geleidelijk een bloeiende tuin die de Wonderwerken van God zichtbaar maakt. Gods grootste Wonderwerk (Maria) bezit een ongeëvenaarde kracht om Zich uit te zaaien en in macht en glorie te bloeien.


9. De diepe betekenis van de relatie tussen Jezus en Maria

Onder een aantal christenen heerst onenigheid, respectievelijk verdeeldheid, over elke diepe verering voor Maria. Is diepe verering voor Maria een dwaling, daar het christendom toch rond Jezus Christus gecentreerd is? De Koningin des Hemels Zelf wil in dit verband een klare stelling formuleren:

Jezus is God, Maria is een geschapen ziel. Niettemin vereist het hele systeem van Gods Heilsplan dat wij in dit verband de relatie tussen Jezus en Maria wat nader toelichten. Op grond van een Goddelijk Mysterie bestaat tussen Jezus en Maria een volmaakte mystieke eenheid van Hart. De relatie tussen Jezus en Maria is zoals een vermenging van melk met water: Wanneer men deze beide in één vat samengiet, kan men ze niet meer scheiden, tenzij door gebruik van een kunstmatig procedé, dit wil zeggen: door menselijk ingrijpen. In de spirituele zin kunnen Jezus en Maria eveneens slechts door een kunstmatig procedé (namelijk door het menselijk denken) van elkaar worden gescheiden. De beiden zijn één van Wil, en daardoor ook één van Werken, één in de effecten van deze Werken, en Zij verkondigen voor honderd procent dezelfde stellingen, tot in alle details, omdat Zij Hun Wijsheid uit dezelfde Bron putten: uit Gods Hart, Bron van de enige Waarheid en de volmaakte Wijsheid. Het is volslagen onmogelijk, door gehoorzaamheid en eerbetoon jegens Maria tekort te schieten in gehoorzaamheid en eerbetoon jegens Jezus, want de woorden van Jezus en de woorden van Maria komen op identieke wijze voort uit de enige Wil van God.

Een tegenspraak tussen Maria en Jezus is derhalve volkomen onmogelijk, tenzij er sprake is van een menselijke vervalsing of misleiding, of van een volkomen verkeerde interpretatie door een denkende menselijke geest. Om deze reden is het een inspiratie van de satan, te menen dat de Wetenschap van het Goddelijk Leven niet van God afkomstig zou zijn, daar God de klemtoon zou leggen op Jezus Christus (Zoon van God) en nooit op Maria (een geschapen ziel). Dit is een drogredenering:

De Meesteres van alle zielen brengt noch een nieuwe noch een van het christendom afwijkende religie, Zij brengt niets dan verdieping van christelijke leerstellingen, en toepassing ervan op situaties die door zielen in hun eigen leven herkend kunnen worden, dit alles met als enige bedoeling, Gods Heilsplan naar zijn verwezenlijking te helpen voeren en zielen beter in staat te stellen om aan deze verwezenlijking actief mee te werken en daardoor de Verlossingswerken van de Christus in zich tot volle vrucht te brengen. Verlossing is geen geschenk dat men passief in de schoot gestort krijgt, zij is een genade die door actieve inzet van de eigen vrije wil van de ziel tot vrucht moet worden gebracht.

Daar ligt precies de ware diepte van de relatie die God tussen Jezus en Maria tot stand heeft gebracht: Maria's opdracht ligt hierin, de zielen zo te helpen vormen en kneden dat zij beter in staat worden gesteld om actief en spontaan aan de ontsluiting van hun Verlossing mee te werken. Maria is door God Zelf ten volle voor deze Missie uitgerust doordat Zij door Hem is geschapen als Zijn absoluut volmaakt Wonderwerk. Daarom wordt Zij genoemd: Zij die vol is van Genade. Zij heeft Zelf dit unieke voorrecht in Haar aardse leven ten volle verwezenlijkt door Haar volheid van Genade in alle details van Haar leven en van Haar innerlijke gesteldheden volmaakt en totaal te beleven door een vlekkeloze heiligheid door volkomen zondeloosheid. Precies doordat Zij niet van nature Goddelijk is (zoals Jezus) doch van nature menselijk en in de orde der Genade verheven tot de allerhoogst mogelijke top van de heiligheid, is Zij bij uitstek geschikt als Model en Spiegel van Goddelijk Leven.

Hoe treffend drukte de Meesteres van alle zielen Haar relatie tot Jezus reeds jaren geleden uit in deze twee beelden: Ten eerste is Zij de Draagster van de stralen uit de Zon die Jezus Christus is, en is Zij dus niet het Goddelijk Licht doch is Zij het allergrootste Kanaal om dit Licht in de zielen binnen te leiden. Ten tweede is Zij zoals een veelkleurig brandglasraam in een kerkgebouw: Zij breekt het schitterend Goddelijk Licht in vele kleuren, wat symbool staat voor het feit dat Zij de volheid van de heiligheid van Gods Werken opdeelt in alle deugden, die Zij in de bereidwillige ziel tot bloei tracht te brengen, en Zij maakt het voor de ziel gemakkelijker om dit Licht in zich op te nemen. Het felle Licht van God kan de ziel als het ware verblinden en/of verschroeien. Wanneer het doorheen Gods machtige Lichtfilter (Maria) wordt geleid, wordt zijn felheid gematigd en in aangepaste dosissen (meer gedempt) en in aangepaste vorm (in vele uiteenlopende kleuren) in de ziel binnengeleid, zodat de ziel voorzichtig en stap voor stap tot bloei kan komen.

Zo is allerminst sprake van enige concurrentie tussen Jezus en Maria, wel integendeel: Het Goddelijk Leven is de staat van absoluut volmaakte bloei in het zielenleven en vertegenwoordigt de volheid van de Christus. Maria is de door God voorziene Filter om de volheid van Gods Werken in de ziel te helpen opnemen op een zodanige wijze dat deze door de ziel beter kunnen worden 'verteerd', deze Werken in de ziel te helpen verwerken en tot bloei te helpen brengen, dit alles volgens de persoonlijke gesteldheden en ervaringen en de specifieke ontwikkelingen in de ziel. Jezus belichaamt dus de absolute Goddelijke volmaaktheid, Maria heeft deel gekregen aan diezelfde volmaaktheid in de hoogste mate waarin een geschapen ziel deze kan krijgen, en de essentie van Haar Missie bestaat hierin, dat Zij op grond van Haar volheid van Genade en Haar mystieke eenheid van Hart met de Christus, in combinatie met Haar menselijke natuur, is geroepen om Gods Werken op onvergelijkbare wijze in mensenzielen tot bloei te helpen brengen.

De hoogste verering aan Maria is daarom een noodzaak. Elke aanbidding van God is onvolledig zolang Zijn absoluut grootste Wonderwerk (Maria) niet de hoogste verering ontvangt. Deze verering bestaat slechts in de ware zin van het woord in de mate waarin een ziel Maria ten volle navolgt, absoluut niet slechts in woorden doch in alle aspecten van haar doen en laten en al haar diepste innerlijke gesteldheden.


10. De woestijn in de ziel

Elke zielentuin bevat het zaad van de Ware Liefde. God legt dit in de bodem van elke ziel omdat de Ware Liefde de essentie van alle Leven is. Om haar levensopdracht als knooppunt in het netwerk van de Schepping te kunnen volbrengen, moet de mensenziel de Ware Liefde die door God onophoudelijk doorheen het hele netwerk wordt gestuurd, ononderbroken in haar eigen zielentuin tot bloei brengen en haar tevens ononderbroken laten doorstromen naar alle levende wezens met dewelke zij in aanraking komt. Het zaad van de Ware Liefde moet in de ziel bloeien tot bloemen, die de mate van heiligheid symboliseren. Zaad dat door de ziel ongerijpt is gelaten (dit wil zeggen: situaties en contacten bij dewelke de ziel de Ware Liefde niet als voornaamste drijfveer van haar doen en laten en van al haar innerlijke gesteldheden heeft laten werken), moet in het vagevuur tot bloei worden gebracht, want de Hemel kan slechts worden betreden wanneer de zielentuin een bloemenparadijs is geworden.

Een ziel die alle zaad van de Ware Liefde in zich laat verkommeren door gebrek aan verlangen om de zelfverloochenende, onvoorwaardelijke Liefde toe te passen in alle details van haar leven op aarde, kan zelfs in het vagevuur niet meer tot bloei komen: Zij heeft zichzelf nog tijdens haar leven op aarde tot een woestijn laten verworden. Deze ziel verdoemt zichzelf voor de eeuwigheid, want haar leven op aarde loopt ten einde zonder dat zij enige bloeikracht in zich bewaart.

Hoe wordt een ziel tot woestijn? De Meesteres van alle zielen gebruikte ooit dit beeld: Wanneer de bodem van een ziel het water der Genade niet in zich opneemt, en zich tezelfdertijd ongeremd openstelt voor de brandende stralen van de verzengende zon der bekoringen, wordt hij droger en droger. Alles wat God in deze bodem heeft gelegd aan talenten, gaven en hoedanigheden, ja de kiem van de heiligheid, verliest zijn kiemkracht, en de grond wordt totaal onvruchtbaar. Al het levende verlaat hem, en hij oefent nog slechts aantrekkingskracht uit op de slangen der zonden en de schorpioenen der ondeugden, ja, slechts ongedierte dat met dodelijke giften beladen is. De Hemelse Koningin besloot dit beeld met de veelzeggende woorden: "Begrijp dit wel, dit beeld geeft uitdrukking aan de zelfmoord van de ziel". Zij wijst ook in deze beschouwing op de centrale rol die de Ware Liefde speelt in alle Leven, met inbegrip van de innerlijke bloei van het zielenleven.

De bestemming van de levensreis van elke mensenziel ligt in Gods Hart, dat tezelfdertijd Bron en Bestemming van alle Leven en van de Ware Liefde is. Elke levensreis die niet in al haar elementen, onderdelen en doelstellingen op deze Bestemming is gericht, blijft onvoltooid, althans binnen de door God aan de ziel toebedeelde levenstijd. Een mensenziel is pas verenigbaar met het Eeuwig Leven in het Paradijs van Gods Rijk der Hemelen in de mate waarin zij zelf een paradijs van uitgerijpt zaad van Ware Liefde in zich draagt. Elke versmading, verloochening en ontwrichting van de Ware Liefde maakt de ziel tot een woestijn, een oord waaruit het Ware Leven, het Goddelijk Leven, verdwijnt.


11. De boom en zijn vruchten

Jezus zei in het Evangelie dat een goede boom geen slechte, en een slechte boom geen goede vruchten kan leveren, en dat men de boom kent aan zijn vruchten. De Hemelse Meesteres gaf daarover ooit de volgende toelichting.

In Gods Schepping worden alle elementen alsook alle wisselwerkingen tussen die elementen van nature bestuurd door de Goddelijke Intelligentie, zodat elk element van de Schepping, zolang het in volkomen harmonie leeft met de Goddelijke Wet, volmaakt datgene doet en voortbrengt wat God ervan verwacht en ermee heeft bedoeld. Om deze reden zal, zolang Gods Wet de kans krijgt om zich ongehinderd uit te werken, een gezonde boom slechts goede vruchten voortbrengen. Anders wordt het in het geval van de 'bomen' en 'vruchten' onder de mensenzielen:

De mensenziel heeft van God een vrije wil gekregen. Zij kan uit eigen vrije keuze ofwel in harmonie met Gods Wet leven, handelen, denken, voelen en verlangen, ofwel niet. Wij zouden God kunnen beschouwen als een boom, en alle mensenzielen als vruchten die met de voeding uit de stam van deze boom verbonden moeten blijven om te rijpen. Het sap dat doorheen de Goddelijke boom vloeit, kan slechts volmaakte voeding bereiden. Niettemin kunnen bepaalde vruchten (mensenzielen) zich op grond van hun vrije wil afscheuren van de Goddelijke boom, en daardoor van de boom vallen, of verdorren, of op uiteenlopende wijzen ziek worden. Niettemin betekent dit allerminst dat de Goddelijke boom geen goede boom zou zijn. Voor de mens geldt allerminst dat God zou mogen worden veroordeeld op basis van het feit dat ontelbare mensenzielen verdorven zijn, deze zielen hebben zichzelf bedorven.

Op gelijkaardige wijze waarschuwt de Koningin des Hemels voor de veroordeling van zielen of hun werken op grond van het feit dat ook slechte vruchten met hen in verband kunnen worden gebracht: Een mensenziel kan vele andere voeden met een sap dat geladen is met heiligheid, met Licht en Liefde, en niettemin in haar omgeving en zelfs in haar zogenaamde 'aanhang' vruchten laten aantreffen die verdorven zijn. In dit geval is de boom goed, doch hebben bepaalde vruchten zichzelf verziekt door een verkeerd gebruik van hun vrije wil.

Is het evangeliewoord over de boom en zijn vruchten onjuist? Allerminst. De Moeder Gods wijst er echter op, dat dit woord dieper moet worden beschouwd. Een ziel kan Hemelse Werken doen en niettemin slechte vruchten voortbrengen op grond van het verkeerd gebruik van de vrije wil door mensenzielen in haar omgeving. In wezen brengt deze ziel deze slechte vruchten niet zelf voort, deze vruchten maken zichzelf slecht. Deze 'slechte vruchten' zijn onmiskenbaar. Wat de mens echter niet ziet, is de immense strijd tussen Licht en duisternis die op gang wordt gebracht telkens een mensenziel Hemelse Werken doet: In haar omgeving zal onvermijdelijk de duivel opstaan om de effecten van deze Hemelse Werken te breken, te beschadigen en te verzieken, en de bron van deze Werken in diskrediet te brengen. Bovendien brengt een mensenziel die Hemelse Werken doet, in het onzichtbare zeer veel Licht voort, dat zich ongemerkt doorheen het netwerk van Gods Schepping zal verspreiden. Haar goede vruchten blijven daardoor voor het grootste gedeelte onzichtbaar, en dit is des te méér het geval naarmate een ziel die goede werken doet en leeft vanuit hartsgesteldheden die vervuld zijn van Licht en Liefde, haar ware aard en haar werken niet openlijk tentoon spreidt of ophemelt.

Wat de boom 'mensenziel' betreft, kan niemand anders dan God Zelf de ware staat van haar zielenboom en haar vruchten beoordelen. De Meesteres van alle zielen wijst erop dat de slechte vruchten in de omgeving van een zielenboom die slechts Licht en Liefde betracht, in wezen niet eens waarlijk met de goede boom verbonden zijn geweest: Zij hebben slechts de indruk gewekt dat zij bij deze boom hoorden, vaak met de bedoeling om hem te schaden. In de wereld der mensenzielen zal daarom de aanwezigheid van vele slechte vruchten vaak een onmiskenbaar teken vormen voor de aanwezigheid van een boom die bezig is, voor de vervulling van Gods Werken en Plannen een grote rol te spelen.


12. Waarom wordt het goede zo heftig tegengewerkt?

Ooit zei de Meesteres van alle zielen: "De satan doet er alles aan om een bloeiende bloem te vernietigen, respectievelijk haar bloei te remmen. Elke ziel die met volharding voor het Licht en tegen de duisternis strijdt, oogst storm op storm. De duisternis zal alles in het werk stellen om een dergelijke ziel te ontmoedigen, haar geloof en vertrouwen te ondermijnen, haar te doen twijfelen of zij wel de juiste strijd aan het leveren is en/of zich wel aan de juiste meester(es) heeft gegeven. Tegenwerking wijst er echter lang niet steeds op, dat de tegengewerkte ziel daadwerkelijk het verkeerde doet. Tegenwerking wijst er integendeel heel vaak op, dat de satan zijn plannen in het gedrang voelt komen. Zodra hij dit ondervindt of zelfs nog maar verwacht of vreest dat de verwezenlijking van zijn plannen gevaar loopt, zoekt hij onverdroten naar zielen die bereid zijn om zich voor zijn kar te laten spannen. Dergelijke zielen zijn het, die ook Hemelse onderrichtingen en Werken zonder meer verketteren. De duisternis is allergisch voor het Licht, want het Licht is Licht omdat het geladen is met Goddelijke Liefde, en Goddelijke Liefde is de essentie van alle Leven en daarom de aartsvijand van de duisternis, die gelijk staat met de eeuwige dood. Daarom ook, oogst een ziel die Liefde tracht te verspreiden, vaak veel meer vijandschap en duisternis dan wederliefde".

In de ziel die zichzelf arm maakt aan wereldse indrukken en belangen, overwint Maria ten volle, en Zij leidt deze ziel ook naar de overwinning over zichzelf. De Koningin des Hemels Zelf is voorbestemd tot de definitieve overwinning over alle duisternis. Zij wil elke ziel die bereid is om waarlijk in Haar dienst te leven, arm aan wereldse belangen zien, opdat Zij ervoor zou kunnen zorgen dat deze ziel volop deel zou kunnen hebben aan Haar overwinning. Maria was bij uitstek het voorbeeld voor de mensenziel die zichzelf overwint, dit wil zeggen, die alle wereldse invloeden in zichzelf overwint om in al haar doen en laten, al haar gedachten, gevoelens en bestrevingen in volkomen overeenstemming te zijn met Gods verwachtingen. Door deze gesteldheid, in dewelke Zij Haar hele leven lang volmaakt heeft volhard, hield Zij de duisternis volmaakt in Haar macht: De satan kon Haar in geen enkel opzicht en op geen enkel ogenblik voor zijn plannen en werken inzetten, want Zij wilde niet van Gods wegen afwijken. Om deze reden ook, heeft Zij nooit toegelaten dat wereldse invloeden en belangen Haar leven en Haar innerlijke gesteldheden richting zouden geven. Zij heerste volmaakt over deze invloeden omdat Zij geen andere invloeden in Zich een plaats wilde geven dan deze, welke uitgingen van God.

Dit is wat God van elke ziel verwacht. Precies daarom is volmaakte navolging van Maria geen ketterij, doch integendeel een volmaakte weg naar volledige bloei van de ziel naar Gods beeld en gelijkenis toe. Geen enkele geschapen ziel was ooit méér één met het Hart van de Christus dan Maria.

Sommige krachten verketteren de door het Maria Domina Animarum Werk verspreide leerstellingen, in het bijzonder deze over de unieke grootheid van Maria, omdat deze leerstellingen oproepen tot volmaakte navolging van Maria. Deze krachten komen niet van God, zij komen van de satan zelf, die de uiterste navolging van Maria beschouwt als een grote bedreiging. De ziel die haar hele leven wijdt aan de bestreving om tot een vlekkeloze navolging van Maria te komen, streeft hierdoor naar een restloze overwinning op alle duisternis die zij in zich kan dragen en/of die haar innerlijke bloei bedreigt. De ziel die haar eigen duisternis weet te overwinnen, draagt op een wezenlijke wijze bij tot de uiteindelijke overwinning van Gods Licht over de duisternis. Beschouwen wij het veelzeggend beeld van de Heilige Maagd met de slang onder Haar voet: Zij heeft de duisternis voor alle tijden in Haar macht, en wanneer Zij Haar heerschappij ook kan laten gelden in de innerlijke gesteldheden van een ziel, zal deze laatste ook zelf de duisternis kunnen overwinnen.

Ooit wees de Koningin des Hemels erop, dat de satan zo mogelijk de verheerlijking en navolging van Haar grootheid nog méér vreest dan verheerlijking van Gods Glorie, omdat hij Maria beschouwt als het bewijs voor het feit dat een geschapen mensenziel inderdaad vrij van duisternis kan worden en blijven, en hij daarom tot het alleruiterste gaat om te verhinderen dat mensenzielen deze waarheid echt in zich zouden opnemen en ernaar zouden leven. Hierin ligt de indirecte macht van de Meesteres van alle zielen: deze welke Zij over de satan kan uitoefenen via de navolging die Zij in trouwe, totaal aan Haar toegewijde zielen oogst.

Ziehier tevens het onovertroffen belang van de Wetenschap van het Goddelijk Leven, het geheel van de onderrichtingen van Maria als Meesteres van alle zielen: Zij vormt een naadloos sluitend systeem, waarvan alle elementen met alle andere in verband kunnen worden gebracht en waarin geen enkele tegenspraak of ongerijmdheid kan worden gevonden. De zielen die voldoende zuiver van hart zijn, begrijpen dit vroeg of laat, de andere worden door de duivel gehinderd om het te zien, en vinden steeds weer schijnargumenten om deze unieke leerstellingen te verketteren. De duivel ziet een enorm gevaar in de Wetenschap van het Goddelijk Leven, want hij heeft heel goed begrepen dat een breed verspreid Geloof in de stellingen van de Meesteres van alle zielen het einde van zijn rijk zou betekenen. De Hemelse Meesteres voorspelde ooit precies dát: "Zodra ooit waarlijk grote aantallen zielen de leerstellingen van de Wetenschap van het Goddelijk Leven van harte aanvaarden en onvoorwaardelijk naleven, stort het rijk van de satan op aarde voorgoed in elkaar". De zielen die zich door hem laten gebruiken om Hemelse Werken ongeloofwaardig te maken alsook om medemensen te doen wankelen in hun geloof en vertrouwen, helpen de macht der duisternis in stand houden en de definitieve overwinning van het Licht en de Liefde uitstellen, en maken de bloei van het geluk van zeer velen – zichzelf inbegrepen! – onmogelijk.


13. Over Hemelse begeleiding

De ziel die zich aan Maria weggeeft, kan in het hart intensief door Haar worden begeleid. Begeleiding door de Heilige Maagd moet men zich niet voorstellen alsof Zij de weg die de ziel moet gaan, en de beslissingen die zij moet nemen, zou dicteren en de ziel Haar willoos volgt. Hemelse begeleiding is het proces waarbij God in een mensenhart zoekt naar bereidwilligheid om vrijwillig en van harte mee te werken aan de verwezenlijking van Zijn Plannen en Werken, en Hij op elke openheid die Hij daarbij aantreft, reageert door gerichte inspiraties die de ziel, in de mate waarin zij volgens deze inspiraties handelt, denkt, voelt en streeft, in staat kunnen stellen om haar leven volkomen in harmonie te brengen met Gods verwachtingen en verlangens, zodat zij in de ware zin van het woord haar leven samen met God leidt. Voor een ziel die zich oprecht aan de Heilige Maagd heeft toegewijd en die deze toewijding daadwerkelijk beleeft in alle details van haar leven, zal de Hemelse begeleiding zich hoofdzakelijk via inspiraties vanwege Maria zoeken uit te werken.

De ziel die in elk detail van haar dagelijks leven zoekt te leven in totale toewijding en dienst aan de Koningin des Hemels, opent haar hart zodanig dat Maria haar de wegen toont, die voor haar zielenbloei het vruchtbaarst zijn mits de ziel zelf actief meewerkt. De door de Heilige Maagd getoonde wegen vertonen geen zichtbaar bloeiende bloemen, doch Hemelse zaadjes die nog in de bodem verborgen zitten. De ziel zelf moet de Hemelse begeleiding vruchtbaar maken als volgt:

  1. Zij moet zelf kiezen of zij de getoonde wegen bewandelt of niet. Deze keuze geeft uitdrukking aan de vrije wil, die door de Moeder Gods nooit wordt beïnvloed (indien Zij dit wel zou doen, zou Zij de ziel van alle mogelijke verdiensten beroven). Doordat de 'juiste' wegen geen zichtbare bloemenpracht vertonen, wordt de ziel niet beïnvloed in haar keuze om voor deze wegen te kiezen boven andere. Zij maakt deze keuze – en geeft daardoor blijk aan haar volgzaamheid – niet op grond van de schijnbare aantrekkelijkheid (de verleidingskracht!) van de weg in haar ogen, doch omdat zij diep in haar hart voelt dat deze keuze voor haar Zielenheil de vruchtbaarste is.
  2. Zij moet de zaadjes in de bodem van de gekozen weg zelf bemesten en begieten door alle beproevingen die zij op de weg ontmoet, te dragen op een wijze die vruchtbaar is voor Gods Werken, namelijk in volle aanvaarding, overgave en zelfverloochenende Liefde, en met het hart helemaal gericht op het ononderbroken verlangen om bij te dragen tot de voltooiing van haar levensopdracht in dienst van Gods Werken en Plannen.

Hemelse begeleiding zal de ziel nooit van de taak beroven om bij de kruispunten op de levensweg zelf te bepalen in welke richting zij verder zal gaan. God wil op elk ogenblik en in alle situaties en omstandigheden op ondubbelzinnige wijze kunnen vaststellen in welke mate de ziel zelf vrijwillig, spontaan, van harte, onvoorwaardelijk en onzelfzuchtig haar hart op Hem richt en de vrijwel ononderbroken keuzen op haar levensweg maakt in overeenstemming met de verwachtingen en verlangens van haar Schepper. God verlangt ernaar, dat elke mensenziel na haar leven op aarde de verdiensten kan voorleggen die op grond van de Wet der Goddelijke Gerechtigheid haar toegang tot de Eeuwige Gelukzaligheid kunnen rechtvaardigen. Telkens God (of Maria in Gods vertegenwoordiging) de ziel niet slechts innerlijk zou inspireren tot het inslaan van bepaalde wegen, doch haar daadwerkelijk naar deze wegen toe zou duwen, zou de ziel een kans verliezen om haar Schepper te tonen dat zij zelf spontaan en ongedwongen haar wil één maakt met de Zijne, en daardoor een kans verliezen om een verdienste te verwerven. Hemelse begeleiding in de vorm van voorzichtige inspiraties die de vrije keuzen van de ziel respecteren, is daarom de hoogste vorm van Gods Liefde voor Zijn schepsel: Hij geeft het schepsel hierdoor kansen om voor de eeuwigheid te kunnen leven in de eindeloze verrukkingen van de Eeuwige Liefde.


14. Over echte en onechte toewijding aan de Moeder Gods

De Koningin des Hemels onderrichtte in de loop der jaren reeds één en ander in verband met de totale toewijding aan Haar en de mate waarin de ziel zelf de concrete waarde bepaalt, die haar toewijding aan de Moeder Gods in het kader van Gods Werken zal ontwikkelen. Een mooi beeld aan de hand van hetwelk dit kan worden getoond, schetste de Koningin des Hemels Zelf ooit als volgt:

"Voor een ziel die zich totaal, onverdeeld en onvoorwaardelijk aan Mij weggeeft, ben Ik waarlijk Koningin en Meesteres over haar hele wezen en haar hele leven. Door een levenshouding van ware navolging van Mij in al haar doen en laten en haar diepste innerlijke gesteldheden wordt haar wezen en haar leven tot een paleis dat zij voor haar Koningin en Meesteres bouwt.

Voor deze ziel ben Ik in de ware zin van het woord Koningin en Meesteres: In haar leven ben Ik de ware Heerseres, en in Gods ogen heeft Zijn uitverkoren Dochter van deze ziel een paleis gekregen dat bij de waardigheid past, die Hijzelf voor Haar heeft voorzien, daar Hijzelf Haar reeds vóór de Menswording van Zijn Goddelijke Zoon had voorzien als een Gouden Tabernakel, een levend Paleis voor de Godheid Zelf.

Een ziel daarentegen, die zich schijnbaar, dit wil zeggen: slechts met woorden, aan Mij toewijdt doch deze toewijding niet waarlijk in alle details van haar leven in toepassing brengt, bouwt Mij een brokkelig huis dat zij bekleedt met een façade van het schijngoud van haar eigen fantasieën en voorstellingen.

Voor deze ziel ben Ik niet waarlijk Meesteres in haar leven, doch slechts Koningin in naam, een Teken van Hoop van Wie zij in het uur van haar oordeel een teken van macht verwacht om God te overtuigen dat zij voor Mij een paleis heeft gebouwd.

Zie echter het immens verschil: De ziel die Mij waarlijk aanvaardt en benadert als haar Koningin en Meesteres, bouwt Mij een paleis met de stenen van haar eigen inspanningen om zich te heiligen en het cement van haar vrije wil, die zij in alle omstandigheden van haar leven volkomen in Mijn dienst stelt. In het middelpunt van dit paleis zal Ik zetelen op een gouden troon, vanaf dewelke Ik met de inkt van de door de ziel beleefde ware, zelfverloochenende Liefde de Wet van God Zelf zal verkondigen, die voor de ziel de enige leidraad voor het leven zal zijn en blijven.

In de ziel daarentegen, die niet Mijn gesteldheden navolgt, ontbreken de stenen van de heiliging en het cement van een vrije wil die oprecht voor Gods Werken heeft gekozen. In deze ziel kan Ik niet elk ogenblik van de dag leven en regeren, want zij schept in zich niet het heiligdom dat God met de onbevlekte natuur van Zijn uitverkoren Dochter verenigbaar acht. Begrijp dit wel, Ik kan elke ziel ook vanuit een ruïne regeren, doch voor de ontplooiing van deze genaderijke macht verlangt God van de ziel het onomstotelijk teken van een bewuste en volhardende keuze voor het Goddelijk Leven en voor een levenslange vlekkeloze overgave aan Mij, Die aan de zielen ben gegeven als de Gouden Poort naar het Hart van de Christus.

De ziel die voor Mij een paleis wil zijn, zal daadwerkelijk in een paleis veranderen, dat eeuwig stand zal houden. In het uur van haar levensoordeel zal God in haar Zijn Koningsdochter aantreffen, zetelend op de troon in het middelpunt van een paleis van verdiensten".


15. De menselijke vrije wil als olie

God is almachtig. Niettemin voltooit Hij Zijn Werken en Plannen in de Schepping bij voorkeur via mensenzielen. De reden is, dat God ervan overtuigd wil zijn dat datgene wat Hij in Zijn Schepping wil verwezenlijken, daadwerkelijk ook door de mens zelf wordt verlangd.

De Meesteres van alle zielen legt telkens weer de klemtoon op het feit dat de wijze waarop een ziel haar vrije wil gebruikt, doorslaggevend is voor de mate waarin zij al dan niet tot bloei komt en vruchtbaar is als werktuig voor de verwezenlijking van Gods Werken en Plannen. Via de wijze waarop een mensenziel haar vrije wil gebruikt, toont zij God in hoeverre zij waarlijk hetzelfde verlangt als Hij. Het is uiteindelijk de volkomen eenheid van de vrije wil van een ziel met de Wil van God die de ziel doet naderen tot het ideaalbeeld van de mens als beeld en gelijkenis van God.

Alle Werken en Plannen van God zijn volledig gericht op de bloei van Zijn volmaakte Liefde in de Schepping. Daarom kan een mensenziel slechts vruchtbaar zijn als werktuig van Gods Werken en Plannen in de mate waarin zij een kanaal is dat de doorstroming van de Ware Liefde doorheen de Schepping zonder enige belemmering helpt verzekeren. Dat is de ware levensopdracht van elke mensenziel, een opdracht die zij slechts kan volbrengen in de mate waarin zij dit waarlijk verlangt te doen. In dit verband sprak de Meesteres van alle zielen ooit de volgende woorden:

"In de mensenziel moet het Vuur van de Ware Liefde branden. De olie die dit Vuur brandend moet houden, is de gerichtheid van de vrije wil op de verwezenlijking van Gods Plannen en Werken. Zodra de toevoer van deze olie onderbroken wordt, wordt de Vlam in de ziel kleiner, en op zeker ogenblik kan zij bij gebrek aan voeding doven. Vele zielen verspreiden niet het Licht en de warmte van het Vuur van de Ware Liefde doordat hun vrije wil niet op Gods doelstellingen is gericht, doch op hun eigen doelstellingen. In deze zielen krijgt het Vuur van de Ware Liefde geen voeding vanuit hun vrije wil.

De ziel kan het Vuur in zich te allen tijde opnieuw aansteken, door haar vrije wil resoluut en volhardend van zichzelf weg te leiden en hem op God te richten. Elk ogenblik gedurende hetwelk het Vuur van de zelfverloochenende Liefde niet of slechts minimaal brandt, legt jegens God getuigenis af van een onvoldoend verlangen van de ziel naar eenheid van hart met haar God.

Het Vuur in een mensenziel heeft immers alles te maken met een gesteldheid van zelfverloochening. Daarom is deze gesteldheid draagster van het Licht en de warmte die haar in staat stelt om jegens haar medeschepselen waarlijk de Tegenwoordigheid voelbaar te maken van Diegene, Die haar heeft gemaakt. Zelfverloochening is immers niets anders dan de gesteldheid vanuit dewelke de ziel in elk opzicht haar eigen wil in dienst stelt van het welzijn van al haar medeschepselen én van de voltooiing van de Werken en Plannen van God Zelf".


16. Over vervolging in deze tijden

Onder de christenen heersen over bepaalde begrippen vaak onnauwkeurige voorstellingen. Eén voorbeeld is het begrip 'vervolging', waarover de Meesteres van alle zielen ooit de volgende woorden sprak, die Zij nu laat vrijgeven ter onderrichting:

"Het christendom belichaamt de enige volle Waarheid van God. Om deze reden is in de eerste plaats elke ware christen het mikpunt van de werken van de satan. Het 'mikpunt zijn van de werken van de satan', is wat bekend staat als vervolging.

Vele moderne christenen stellen zich 'vervolging' heel algemeen voor als handelingen zoals deze ooit op georganiseerde en politiek geregelde wijze zijn uitgevoerd door organisaties zoals, om slechts enkele van de bekendste te vermelden, de Gestapo in Nazi-Duitsland, de KGB in de ex-Sowjet-Unie of de Stasi in de ex-DDR. In waarheid zeg Ik, dat de satan in deze Laatste Tijden zijn werken van duisternis ter vervolging van rechtgeaarde christenen op heel subtiele wijzen voltrekt, niet in de eerste plaats via politiek gereglementeerde organisaties doch op grote schaal via individuen, vaak uit onverwachte hoeken en in het verborgene, namelijk door manipulaties en duistere gedachten, gevoelens en verlangens die hij kan opwekken in individuen die bij voorkeur zelf in naam christenen zijn, zichzelf als christenen beschouwen of de schijn wekken dat zij christenen zijn, en die zichzelf gevoelig hebben gemaakt voor zijn werkingen doordat zij gesteldheden koesteren van onvrede, jaloersheid en ontevredenheid wegens het feit dat bepaalde verwachtingen die zij ten aanzien van hun persoonlijk leven hebben of hadden, niet werden of worden ingelost.

De grootste vijanden van de ware, vurige christen zijn in deze Laatste Tijden niet bepaalde aanwijsbare, identificeerbare politieke organisaties, doch de duistere hartsgesteldheden van individuen die zelf niet bereid zijn om de gesteldheden van het ware christen-zijn, in de eerste plaats deze van de zelfverloochening, de Ware Liefde jegens de hele Schepping en jegens God Zelf en Zijn Werken en Plannen, en het waarlijk aanvaarden en vruchtbaar maken van alle beproevingen van het leven, van harte tot de drijfveren van hun eigen leven te maken, en die de ware zin en de enige doelstelling, roeping en opdracht van hun leven op aarde niet hebben begrepen. Voor dergelijke zielen is elke ziel die de gesteldheden van het ware christen-zijn oprecht beleeft in elke situaties van het leven, een aanstoot, een levend alarmsignaal dat hun geweten wekt in verband met hun eigen gebrek aan oprechte zelfverloochenende inzet voor Gods Werken, en derhalve de vijand. Zij zullen daarom elke ware christen vanuit hun hart omhullen met duisternis. Dit is vervolging in de ware spirituele zin van het woord.

Zo ver reikt de ironie van de satan: In zielen die zichzelf als christenen beschouwen, zoekt hij een voedingsbodem die ontvankelijk is voor zijn injecties van duisternis, opdat deze zielen deze duisternis tegen de ware christenen zouden keren om deze in hun Licht en Vuur te verlammen, en beoogt aldus dat het christendom van binnenuit zichzelf zou vernietigen".

(deze verzameling wordt geregeld verder uitgebreid)