TOTUS TUUS, MARIA!

DE HANDTEKENING VAN HET HART

Inspiratie van de Heilige Maagd Maria over de spirituele achtergrond
van door de mensenziel gesloten verbonden

Myriam van Nazareth

De vruchtbaarheid van een mensenleven wordt in zeer hoge mate bepaald door de mate waarin een ziel zich actief inzet voor een onbelemmerde stroming van de Ware Liefde doorheen het netwerk van Gods Schepping. De Ware Liefde is de brandstof van het Goddelijk Leven. Elk schepsel vormt een knooppunt in het netwerk van de Schepping. De grootste knooppunten zijn de mensenzielen. De levensopdracht van elke mensenziel bestaat in wezen uit de vervulling van haar roeping om een zuiver en actief knooppunt in het netwerk te zijn.

De ziel is een zuiver knooppunt in de mate waarin haar innerlijke gesteldheden spiegels zijn van het Wezen van God: vlekkeloze zelfverloochenende Liefde, vervuld van Licht, uitsluitend gericht op de voltooiing van Gods Heilsplan voor de hele Schepping.

De ziel is een actief knooppunt in de mate waarin zij zich in elk detail van het leven inzet voor de vervulling van Gods doelstellingen.

Om haar levensmissie als zuiver en actief knooppunt binnen het netwerk van de Schepping te vervullen, moet de mensenziel elk contact en elke relatie met om het even welk medeschepsel – medemens én dier – vervullen van diep beleefde, spontane zelfverloochenende Liefde. Zij sluit jegens God heilige verbonden ten gunste van medeschepselen.

Een verbond in de spirituele zin moet men zich niet voorstellen als een formeel uitgesproken of geschreven overeenkomst (soms is dit wel het geval, bijvoorbeeld bij een huwelijk). Het is te begrijpen als een eerder gevoelsmatige band die twee of meer schepselen met elkaar sluiten, in de eerste plaats een mensenziel jegens een andere mensenziel of jegens een dier, als een uiting van innerlijke aanvaarding van een beschikking vanwege de Goddelijke Voorzienigheid die de betreffende schepselen bij elkaar heeft gebracht met de bedoeling dat zij zich op een bijzondere wijze met elkaar zouden verbinden om elkaar aan te vullen en onderling een relatie van zorgzame Liefde uit te bouwen en in stand te houden.

God spoort mensenzielen aan tot het sluiten van verbonden met medeschepselen met de bedoeling, dat deze op grond van hun respectieve eigenschappen en kenmerken elkaar zouden helpen om hun levensweg zo vruchtbaar mogelijk te maken in het kader van de voltooiing van Gods Werken. De verantwoordelijkheid voor een vruchtbare invulling van het verbond ligt in Gods ogen steeds bij mensenzielen, nooit bij dieren, omdat slechts de mensenziel het vermogen én de verplichting heeft, zich te heiligen. Om dezelfde reden kunnen mensenzielen zondigen, dieren niet. God inspireert veelvuldig mensenzielen tot het sluiten van een speciaal verbond met dieren omdat dieren de mensenziel in hoge mate kunnen helpen vormen in een praktische beleving van, en vervolmaking in, vele deugden. De Meesteres van alle zielen heeft het daarover uitvoerig gehad in De Beekjes van het Heil.

De uiteindelijke doelstelling van een verbond in de spirituele zin van het woord ligt daardoor hierin, dat de betreffende schepselen elkaar zouden helpen bij de vervulling van de respectieve levensopdracht waartoe zij van God hun leven hebben gekregen. God verwacht van mensenzielen in het kader van een verbond dat deze de van Hem ontvangen vermogens, gaven, talenten en genaden ten volle zouden ontplooien en benutten om het verbond te laten groeien en bloeien tot een model van onbelemmerde stroming van oprechte zelfverloochenende Liefde en dienstbaarheid, in volkomen aanvaarding van het medeschepsel als een Werk van God dat een leven heeft gekregen omdat God dit leven nodig heeft in het kader van de voltooiing van Zijn Werken. Om deze reden moet elk verbond tussen schepselen worden beschouwd als heilig, in de zin van 'dienstbaar in het kader van de verwezenlijking van Gods Heilsplan', en is elke schending van een verbond een overtreding tegen een Werk van God. Schending van een verbond kan uiteenlopende vormen aannemen, waaronder verwaarlozing, mishandeling, misbruik van vertrouwen en machtsmisbruik moeten worden beschouwd als diegene, die de Wet van de Ware Liefde het zwaarst overtreden en daardoor het verbond het meest ontheiligen.

Op grond hiervan moet de mensenziel er steeds van uitgaan dat zij de heilige plicht draagt om haar relatie tot haar partner(s) in het verbond zodanig gestalte te geven dat het verbond concreet kan bijdragen tot een vlotte stroming van Ware Liefde binnen het netwerk van de Schepping. De mensenziel was van meet af aan door God bedoeld als de kroon op Zijn Schepping, als het wezen dat Zijn Tegenwoordigheid voelbaar moest maken jegens alle medeschepselen. Om deze reden moet een verbond tevens worden beschouwd als de relatie die jegens een medeschepsel tot stand komt omdat een mensenziel gevolg geeft aan een innerlijke aansporing vanwege de Heilige Geest om, met God als getuige, naar dit medeschepsel toe een band van Liefde te scheppen en tot bloei te brengen, steeds als werktuig tot verwezenlijking van Gods Heilsplan voor de hele Schepping. De spirituele doelstelling van een verbond tussen een mensenziel en een medeschepsel ligt nooit in de verwezenlijking van persoonlijke of wereldse belangen (daar in dat geval sprake is van zelfzucht en van materialisme), doch steeds in de bijdrage die het verbond kan leveren tot de voltooiing van Werken en Plannen van God. Er zijn vele soorten verbonden: ouder jegens kind, mens jegens huisdier, huwelijkspartners jegens elkaar, vrienden onder elkaar, enz.

Een heel speciale soort verbond is deze van de totale toewijding van een ziel aan de Heilige Maagd Maria. Dit verbond wordt zonder uitzondering volmaakt nagekomen door de Koningin des Hemels, Die Zich ertoe verbindt, de aan Haar toegewijde ziel innerlijk te leiden op de weg naar de voltooiing van haar wezen als beeld en gelijkenis van God, in de mate waarin deze ziel zich actief en van harte voor Haar inwoning en innerlijke begeleiding openstelt. Het verbond van totale toewijding aan Maria wordt echter veelvuldig geschonden door de toegewijde mensenziel. In het kader van totale toewijding aan Maria legt de mensenziel jegens de Moeder Gods een eed af van trouw en inzet van haar hele leven en haar hele wezen ten bate van de verwezenlijking van Gods Heilsplan en van de Werken van Liefde die God steeds via mensenzielen tracht te voltooien. Vaak wijden zielen zich in naam aan de Heilige Maagd toe, louter door het uitspreken van een toewijdingsgebed, doch leven zij daarna niet in alle details van hun doen en laten en van al hun innerlijke gesteldheden volgens de regels van de totale toewijding, die veronderstellen dat de aan Maria toegewijde ziel uitsluitend leeft om bij te dragen tot de grondvesting van Gods Rijk op aarde op grond van de inzet van al haar beproevingen in een geest van zelfverloochenende Liefde en onvoorwaardelijke aanvaarding van alle beschikkingen van Gods Voorzienigheid op haar levensweg.

In een waarlijk diep beleefde totale, onvoorwaardelijke en levenslange toewijding aan de Heilige Maagd maakt een mensenziel de stelling van Jezus waar, Die zegt dat de hoogste vorm van Liefde wordt betoond door de ziel die haar leven geeft voor haar vrienden – waarbij onder 'vrienden' moet worden verstaan: alle medeschepselen, daar alle schepselen onderling met elkaar verbonden zijn in een netwerk dat wordt samengehouden door de stroming van Gods Liefde doorheen de Schepping.

De mensenziel die met een medeschepsel in een bijzondere relatie treedt, is zich niet steeds bewust van het feit dat zij bezig is, voor Gods ogen een verbond te sluiten. Niettemin worden in het hart en in het geweten van deze ziel steeds vanwege de Geest Gods de vermogens gewekt die haar, volgens de maat van haar oriëntatie op Gods Hart, in staat moeten stellen om haar roeping als 'vertegenwoordigster' van God jegens medeschepselen met vrucht te vervullen. De concrete invulling van een verbond geldt daarom voor God als een belangrijke maatstaf voor de mate waarin de ziel in de concrete omstandigheden van het leven de Ware Liefde beleeft en alle invloeden van duisternis op haar eigen innerlijke gesteldheden spontaan, van harte en met volharding afweert. De mensenziel die haar verbonden ernstig neemt, leeft zodanig dat zij in alle omstandigheden van de relatie met haar medeschepselen georiënteerd is op de instandhouding en bevordering van gevoelens van geluk en welzijn bij deze laatstgenoemden.

De Meesteres van alle zielen citeert als volgt de hoofdbestanddelen van een vruchtbaar verbond vanwege een mensenziel jegens een medeschepsel:

  • zelfverloochening: De ziel stelt datgene wat zij aanvoelt als eigen behoeften, onvoorwaardelijk achterop bij datgene wat zij vaststelt en aanvoelt als behoeften van het medeschepsel. Vele verbonden worden volkomen onvruchtbaar doordat zij worden aangevreten door de kanker van de zelfzucht en/of deze van egocentrisme (de ziel stelt zichzelf in het middelpunt en gaat ervan uit dat alles om haar moet draaien, waarbij weinig of geen rekening wordt gehouden met het medeschepsel).
  • zorgzaamheid: De ziel stelt alles in het werk om datgene in stand te houden waarmee God het medeschepsel heeft uitgerust, en is oprecht begaan met het welzijn van het medeschepsel op alle niveaus van diens leven. Echte zorgzaamheid berust steeds op een sterk ontwikkeld gevoel van verantwoordelijkheid jegens de medeschepselen én jegens Gods Plannen en Werken, doch zonder enig gevoel van dwang: Zij wordt volkomen spontaan en vanuit het hart bedreven.
  • dienstbaarheid: De ziel leeft om haar medeschepselen te dienen, te helpen, te ondersteunen op elk vlak van het leven, vanuit een gevoel dat zijzelf onbelangrijk is. De ziel in echte dienstbaarheid wordt gedreven door het oprecht verlangen om haar medeschepsel bij te staan in de vervulling van diens levensopdracht.
  • bevordering van levenskracht en levenslust: Elk schepsel krijgt van God het leven ingestort, en kan zich in hogere of lagere mate gedreven voelen om haar levenskracht waarlijk tot uitwerking te laten komen. De ziel maakt een verbond met een medeschepsel vruchtbaar in de mate waarin zij de levenskracht van dit schepsel in stand zoekt te houden of zoekt te bevorderen, en zij dit schepsel motiveert om het beste van zijn leven te maken en het Licht in zijn leven te blijven zien, waardoor zij in het medeschepsel de gesteldheid van blijmoedigheid wortel helpt schieten, die kan werken als een immense innerlijke motor en als een machtig kanaal van zingeving.
  • overbrengen van warmte, geborgenheid, veiligheid en bescherming: De ziel betracht een optimale vervulling van haar roeping als mensenziel, Gods Tegenwoordigheid voelbaar te maken voor haar medeschepsel, door er via haar handelingen, woorden en een spontane en oprechte zachtheid in haar hele uitstraling en optreden voor te zorgen dat het medeschepsel zich bij haar goed voelt. De ziel kan dit slechts waar maken in de mate waarin haar optreden en uitstraling jegens haar medeschepsel berusten op openheid, eerlijkheid en oprechtheid, vrij van elke misleiding, leugen, bedrog of schijn.
  • bevordering van Hoop, vertrouwen en moed: De ziel wordt gedreven door het spontaan verlangen om voor haar medeschepsel in alle omstandigheden een kanaal van Licht te zijn dat in het medeschepsel de zekerheid wortel doet schieten, dat zijn leven zinvol is en dat in zijn leven een kracht van Liefde werkzaam is, die hem ook in de moeilijke ogenblikken helpt dragen. De ziel laat op grond van haar optreden en uitstraling in haar medeschepsel de zekerheid wortel schieten dat zij het nooit in de steek zal laten, zal verwaarlozen of zal verraden.
  • instandhouding en bevordering van de waardigheid: De ziel respecteert onvoorwaardelijk haar medeschepsel zoals het is, met al zijn specifieke eigenschappen en kenmerken, in het vast besef en aanvaarding dat God Zelf dit schepsel zo heeft gemaakt met een bedoeling die volledig past binnen Zijn Plan voor de hele Schepping. Dit betekent meteen dat de ziel het medeschepsel niet bespot noch mishandelt noch vernedert op grond van bepaalde kenmerken van dit medeschepsel die door sommigen worden geoordeeld als minderwaardig of lachwekkend.
  • eerlijkheid en oprechtheid: De ziel vertoont zich aan haar medeschepsel zoals zij werkelijk is, zonder misleiding, bedrog of leugen. Misleiding en bedrog maken de ziel tot een schijnwezen. De Meesteres van alle zielen noemt een ziel die medeschepselen misleidt of jegens deze laatsten oneerlijk of onoprecht is, een dwaallicht binnen het netwerk van de Schepping, binnen hetwelk elke mensenziel als knooppunt vervuld moet zijn van het Licht van de Ware Liefde en het beeld moet bieden van een wezen zoals God het heeft bedoeld, in zuiverheid van hart en vervuld van Zijn gesteldheden en betrachtingen. God Zelf bedriegt of misleidt geen enkel schepsel. De ziel naar Zijn beeld en gelijkenis doet dit evenmin.
  • respect voor de vrijheid: De ziel respecteert het feit dat haar medeschepsel van God een vrije wil heeft gekregen. God heeft elk schepsel bedoeld als een knooppunt in het netwerk van Zijn Schepping, dat zijn bijdrage tot de bloei van dit netwerk precies moet kunnen leveren door een optimaal gebruik van alle eigenschappen, kenmerken, talenten, gaven en de individuele eigenheid die het van God heeft gekregen. Elke dwang stelt aan deze bijdrage grenzen. De enige vorm van beperking van vrijheid die door God wordt goedgekeurd is deze die wordt toegepast om de veiligheid van andere wezens of van de hele samenleving te beschermen. Deze vrijheidsbeperking mag in geen geval grenzen stellen aan de toepassing van de Ware Liefde jegens het medeschepsel.

Om een verbond met een medeschepsel in te vullen op een heilige, vruchtbare wijze die beantwoordt aan de bedoelingen met dewelke God dit medeschepsel op de levensweg van een mensenziel heeft gestuurd, moet deze ziel jegens dit medeschepsel een gevoelsband sluiten op basis van oprechte, eerlijke, open contacten, waarbij zij bereid is om dit medeschepsel te laten delen in bepaalde, vaak in alle, elementen van haar eigen leven: voedsel, drank, verwarming, bescherming, eventueel gemeenschappelijke activiteiten; de ziel geeft het medeschepsel het gevoel dat het 'erbij hoort', dat zij het aanvaardt en respecteert zoals het is, en dat zij het als een waardevol element van haar eigen leven beschouwt. Als voorbeeld kan worden verwezen naar de wenselijkheid om een huisdier daadwerkelijk in huis te laten leven, niet in de open lucht of in een hok waar het slechts een leven leidt als waakdier of als 'vanger van ongedierte', en voor het overige niet wordt opgenomen in de liefdevolle geborgenheid van het samenleven met een mensenziel die het dier voelbaar liefheeft, het onbegrensd respecteert, en dankbaar is voor het geschenk van dit levend wezen op zijn levensweg. Een dier kan een machtig kanaal van Liefde vormen, indien het daartoe de kans krijgt. Geen dier is door God gemaakt en aan mensen toevertrouwd om te worden mishandeld, verwaarloosd of geminacht, daar een dergelijke ingesteldheid of behandeling niets minder is dan verraad aan God.

Het 'aanvaarden' van het medeschepsel heeft betrekking op diens eigenheid, het betekent niet dat de ziel haar medeschepsel niet mag wegleiden van gedragingen of gesteldheden die een liefdevol functioneren van dit schepsel binnen het netwerk van de Schepping in de weg zouden kunnen staan. Indien het medeschepsel een mensenziel is, bestaat tussen de beide zielen de heilige verplichting om elkaar te ondersteunen in een beleving van, en vervolmaking in, de ware deugd.

De vruchtbaarheid van een verbond tussen schepselen wordt ten volle bepaald door de mate waarin alle handelingen en alle communicatie tussen deze schepselen vervuld zijn van oprechte, zelfverloochenende, onvoorwaardelijke Liefde, en de mate waarin zelfs alle gedachten, gevoelens en verlangens tussen deze schepselen van deze Liefde zijn vervuld. Tussen twee schepselen die onderling, of het ene jegens het andere, een verbond hebben gesloten, voltrekken zich overigens vele innerlijke, verborgen processen in geest en hart, die hetzij positief hetzij negatief 'geladen' kunnen zijn. Ook deze bepalen in belangrijke mate het gehalte aan Liefde dat tussen deze schepselen stroomt. Voor God bepalen deze innerlijke, verborgen processen zo mogelijk nog méér de diepe waarde van de verdiensten van de mensenziel in het kader van een verbond, dan de uiterlijk zichtbare tekenen ervan, daar de ziel vooral in haar innerlijke, verborgen processen (gedachten, gevoelens, verlangens, bestrevingen) aan God bewijst in welke mate haar inzet voor haar medeschepselen onzelfzuchtig is.

Verbonden herinneren de mensenziel aan het feit dat zij jegens God, de vervulling van Zijn Wet van de Ware Liefde, en jegens het hele netwerk van de Schepping bepaalde verplichtingen draagt en dat zij niet een wereld op zichzelf vormt doch een element is binnen een groot geheel, en dat God daarom van haar verwacht dat zij haar leven leidt in dienstbaarheid en zelfverloochening. De gezondheid van het hele netwerk van de Schepping wordt daarom in zeer hoge mate bepaald door de mate waarin alle op deze wereld tussen mensenzielen en medeschepselen gesloten verbonden in de dagelijkse praktijk worden ingevuld met Ware Liefde.

De Meesteres van alle zielen richt daarom via deze onderrichting aan de zielen een intense oproep om al hun contacten en relaties met alle medeschepselen die Gods Voorzienigheid op hun levensweg brengt, te vervullen met zelfverloochenende Liefde en dienstbaarheid, in een steeds levend besef dat elk medeschepsel een Werk van God is, dat door Zijn Wijsheid met haar in verbinding wordt gebracht om haar te helpen bij de vervolmaking in alle gesteldheden die haar de toegang tot de Eeuwige Gelukzaligheid kunnen garanderen, en om het netwerk van de Schepping te helpen vervolmaken tot een systeem binnen hetwelk Gods Liefde onbelemmerd stroomt. Er is geen andere weg naar een definitieve uitbanning van de duisternis, de ellende en de chaos uit deze wereld. Alle lijden is een wrange vrucht van de zonde, het is in de Schepping gezaaid door de toegeving van het eerste mensenpaar aan de bekoring tot de erfzonde van het verzet tegen Gods Wet. Op de mensenzielen rust daarom de verantwoordelijkheid om de heiligheid in de Schepping te herstellen. Elke ziel kan hiertoe bijdragen door haar eigen contacten en relaties met alle medeschepselen te vervullen met zelfverloochenende Liefde en door elk spoor van duisternis uit haar diepste innerlijke gesteldheden te verbannen. Er is geen groter eerbetoon aan het Lijden en de Kruisdood van de Christus, en geen grotere blijk van waardering van Zijn Nalatenschap in het Verlossingsmysterie.

Myriam, mei 2019